De kapitein, deswege ondervraagd, verklaart plegtig, dat hij van die afspraak niets weet

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 127-130)

Get. gaat voort. Toen ik in de kajuit kwam, vond ik daar ook geladen pistolen. Een onzer schijnt een eerste schot gedaan te hebben.

Wij zageu , dat er ongenoegen was. Doolah en Ledesma stonden voor de kajuit te stampen en te fouteren. De timmermansbaas en ik zijn in de kajuit gebleven. Toen de deur eenmaal digt was, zijn we aan het schieten gegaan. Vóórdat de kapitein en de stuurman Soff in de kajuit waren , hebben wc het praten en het ongenoegen gehoord.

Vóórdat ze gewond waren, was er reeds geschoten. Toen zij in de kajuit kwamen, hadden wij onze pistolen reeds afgeschoten , want we hadden toen geen kruid meer. De deuren werden digtgeslngen, met eene ijzeren pen werden zij gesloten. Een der beschuldigden plaatste zich met den moker voor de deur. Ik weet het zeer goed, dat allerlei brand-bare stoffen ingeworpen zijn, zoo als touw enz.; op alle mogelijke wijzen, ook door het aanbrengen van wollen dekens, trachtte men het branden tegen te gaan ; door de glazen heen zag men, dat er meer-dan een persoon bezig was den boel te vernielen ; een hunner (Doolah) wees door den lantaarn, dat hij een zakpistooltje had. Toen werd er een zeil over de lantaarn geplaatst, alles werd digtgemaakt. Zelfs heeft hij sommigen met de giek gezian, die in een bootje gingen, om door de gaten te ontdekken, wat we deden. Daaronder bevond zich de matroos Sidin. Van 10 tot 4 ure bleef men in de kajuit, de kapitein en stuurman waren verwond, de jongens waren bang en konden niets doen en de overigen waren te zwak ; we dachten, dat het best was ons maar stil te houden , want ik hoopte, dat de Javanen wel zouden weggaan. Zij zouden toch wel wijzer zijn, dan om zich zelven te laten verbranden, want te overmeesteren was onmogelijk.

Gingen ze dus weg , dan zouden wij ons trachten te redden. Zij

had-den°op de reis gevraagd, welk land zij het eerst zouden zien. Getuige

— 124 —

had daarop geantwoord : Madeira , dat een goed land was en waar ook goede wijn was. Toen de Europeanen in de kajuit w a r e n , k w a m d e vlam reeds door het plafond , en toen zij er uit kwamen , trachtte men zoo veel mogelijk nog te blusschen , terwijl men de gewonden waaronder de stuurman , op het dek bragt.

Op de vraag van den Voorzitter, of er sommigen der beschuldigden ook w a t ' i o l l a n d s c h verstaan, antwoordt getuige t o e s t e m m e n d ; bepaal-delijk wijst hij op n°. 4 (Kasidin) en n°. 2 (Pa Seno).

De Voorzitter. I k merkte dat ook op , daar beiden elkander aan-stooten , als ik het een of ander zeg.

Getuige. Dat is niet te verwonderen , omdat sommigen meerdere reizen hebben gedaan.

Getuige gaat met zijne verklaringen v o o r t :

Toen we uit de kajuit op het dek k w a m e n , hebben we water uit de sloep gehoosd , en toen we door het Eransche schip geseind w a r e n , hebben we ons in de sloep begeven. W e hadden geen r i e m e n , m a a r namen maar wat stukken h o u t , die we vonden. Het bleek , dat de kapitein in de zijde gewond was. Ook de stuurman was zwaar in de zijde en aan het hoofd g e w o n d , zoodat zijn hoofdhaar moest worden afgesneden. Toen we op den F r a n s c h m a n waren , zeide B a -rends , dat zijn arm stuk geslagen was. Toen zeiden we n o g : «komt hij daar n u pas mede voor den d a g , zeker heelt hij door den angst vroeger niet gesproken of gevoeld.»

Mr. VAN STIPRIAAN LTÜSCIDS doet getuige hei inneren , dat hij te Rio J a n e i r o , waar hij zijne eerste verklaring heeft afgelegd, gezegd heeft, dat de Serang herhaaldelijk den kapitein om andere kost gevraagd heeft, en dat de kapitein gezegd heeft, dat hij het niet deed.

Getuige. Dat herinner ik mij w e l , het is wel nagenoeg zoo g e -w e e s t ; de consul -was een oude h e e r , die alles opschreef. I k herinner m i j , dat de kapitein gezegd heeft: . d a t k a n en mag ik niet d o e n . . Naauwelijks had de kapitein die woorden aan den Serang g e z e g d , of de Maleijers vielen hem op de campagne aan. Daarbij blijf ik.

De Voorzitter herinnert getuige aan zijne vroegere v e r k l a r i n g , dat namelijk, zoodra het schot als sein werd gedaan , de Maleijers ter-stond de geweldenarijen hebben gepleegd, de kajuitsdeuren digtee-slagen, de glazen verbrijzeld e n z . , en dat alle Europeanen dus groot gevaar liepen, te verbranden. De vraag is n u , wie het eerste schot gedaan heeft?

A . Dat k o m t overeen met hetgeen ik n u verklaard h e b . W i e h e t eerste schot gedaan heeft, en of dit geschied is door mijn k a -meraad of door m i j , weet ik niet.

Mr. VAN STIPRIAAN LDÏSCICS doet aau getuige vragen, of in de kajuit geen verwijten aan den kapitein zijn gedaan ?

A. J a , getuige de Moes heeft gezegd: waarom heeft de kapitein het niet zachter aangelegd ; waarom heeft hij niet gegeven wat ze vroegen ? De Voorzitter. Heeft de k a p i t e i n , buiten het punt van de voeding, een h u n n e r ook slecht behandeld?

A . Niet in het minste of geringste. Op hunnen nieuwjaarsdag werden zij zelfs getrakteerd. Wij moesten werken , ook op onze feestdagen, en zij waren vrij. W e werden allen zeer goed behandeld.

I k verlang h e t nooit beter te hebben. Zoowel zij als wij werden goed behandeld.

A a n de beschuldigden worden de afgelegde verklaringen overgebragt.

V . Gij hebt u allen op dien dag woest en oproerig g e d r a g e n ; gij hebt amok g e m a a k t ?

— 125 —

A . J a .

V. Gij hebt al de Europesche schepelingen opgesloten, de deuren toegespijkerd, brandende voorwerpen in de kajuit gegooid, met het doel om den boel in brand te steken en de menschen te doen ver-branden.

A . Wij hebben er niets geen vuur ingegooid.

V . Besch. Doolah heeft zich zelfs van een moker meester gemaakt, en daarmede voor de kajuit de wacht gehouden?

A . N e e n .

V . Getuige herinnert zich zelfs, dat ge een zwart hoedje op h a d t , en dat ge met een zakpistooltje in de kajuit gewezen hebt.

Besch. Doolah ontkent het een en a n d e r , en zegt zelfs bij de c a m -pagne niet te zijn geweest.

A a n den matroos Sidin wordt g e v r a a g d , of hij niet hing aan het bootje, in z e e , om door de gaten te zien, wat de Europeanen deden ?

Besch. ontkent dit.

Getuige Soff, over die omstandigheid ondervraagd, v e r k l a a r t , dat besch. n». 3 (Kapidin), 14 (Makidin), en IS (SidinJ in h e t bootje geweest zijn.

Besch. Sidin (matroos) zegt, dat ze te water zijn gegaan, omdat ze pistolen zagen t n bang waren voor het schieten.

Hierop vraagt adv.-gen. FRANÇOIS aan getuige, of, toen die sche-pelingen in het bootje w a r e n , er toen nog geschoten w e r d ?

A . N e e n .

I X . J . B . H A L D E R D E LA L A I N E te Rotterdam , vroeger hofmeester op de Twenthe. Daar die getuige afwezig is , wordt voorgelezen de v e r k l a r i n g , die hij den 8 Julij 1857 voor den regter-commissaris te Rotterdam heeft afgelegd. Die verklaring k o m t hoofdzakelijk neder op hetgeen door vorige getuigen is medegedeeld: over het voorval te Hellevoetsluis met den Serang ; de klagten over de voeding ; het wei-geren van het eten door den kapitein aan hen , die niet werkten enz. Hij heeft hooren schieten enz., doch weet n i e t , door wien het eerste schot gedaan werd. Er is wel degelijk eene opening in de kajuit g e m a a k t , waardoor brandbare stoffen werden geworpen. De kapitein heeft m e t een stuk ham door de kajuit gewezen , om de J a v a n e n tot bedaren te brengen , m a a r het baatte niet meer.

De Voorzitter vraagt aan den get. Onel, of, toen men in de kajuit de zwarten o p m e r k t e , Tjiplis zijn mes deed zien?

Get. Onel a n t w o o r d t , dat hij dit niet gezien en ook niet gezegd heeft.

D e Voorzitter doet aan de beschuldigden opmerken , dat ook uit de voorgelezen verklaring blijkt, dat zij den kapitein en de Europea-nen belet hebben uit de kajuit te k o m e n , en dat alle middelen zijn a a n g e w e n d , om hen te doen verbranden.

X . J . D U N N E W I J K , te Rotterdam , vroeger k o k op de Twenthe. Ook deze getuige is afwezig. Zijne vroegere afgelegde verklaring wordt voorgelezen , waaruit blijkt, dat de beschuldigden rijst en visch k r e -gen ; dat zij die kost driemaal daags bekwamen : dat na 4 A u g . besloten werd hen tweemaal 's weeks stokvisch te geven, en dat ze op hunnen nieuwjaarsdag werden getracteerd. De beschuldigden hebben geweigerd te w e r k e n , als ze geen beter voedsel k r e g e n . De kapitein heeft ook hem in de kajuit g e v r a a g d , of hij op hem zou k u n n e n r e k e n e n , als er iets g e b e u r d e , waarop getuige toestemmend bad geantwoord. Hij had intusschen den kapitein aangespoord, om toe te

— n& —

geven, waarop deze had geantwoord: «dat doe ik niet, ik zal hun de brokken wel doen eten.. En toen getuige zijne vrees kenbaar maakte, dat het niet goed zou afloopen, heeft deze geantwoord : • dan vliegen zij , ik heb de vuurwapenen in gereedheid doen brengen. » Op den morgen van het voorval was getuige aan het werk gebleven , toen hij op eens den Serang naar den kapitein zag gaan, door de Javanen gevolgd. Op eens hoorde hij twee schoten vliegen, waarop hij naar de kajuit snelde, en er pistolen vond liggen. De kapitein heeft in de kajuit cassi sampi geroepen, maar het baatte niet meer, het oproer bedaarde niet.

Op last van den Voorzitter wordt aan de beschuldigden overgehragt,

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 127-130)

Outline

GERELATEERDE DOCUMENTEN