Aan Pa Seno wordt gevraagd , waarom hij het stuk vuur in de bezaan heeft gegooid ? Hij antwoordt, dat hij niet meer aan zijn leven

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 76-79)

dacht. Hij weet niet, waarom hij het gedaan heeft. Hij gevoelde honger.

Hem wordt herinnerd het eerste verhoor, dat hij voor den

regter-sommissaris heeft ondergaan. Daar beeft de tweede beschuldigde

— 73 —

Pa Sono g e z e g d , dat a l l e n , te gelijker tijd, wilden sterven. Hij er-kende , dat hij een stuk steenkool uit de kombuis had genomen en in het zeildoek geworpen. Hij voegde er b i j , dat hij de waarheid sprak , • al laat ge me ook ophangen.» — P a Seno blijft bij die verklaring.

H e m wordt gevraagd, welke bedoeling hij gehad heeft, niet het leggen van een stuk vuur in de bezaan; of het zijne bedoeling was w a s , het schip in brand te steken. — Beschuldigde antwoordt, dat hij geen boosaardig of kwaad doel had. Zijne algemeene gedachte w a s , dat men toch moest s t e r v e n , en dat het dan beter w a s , allen gelijk te sterven, maar hij h a d c e e n kwaad oogmerk.

H e m wordt h e r i n n e r d , dat hem te Rotterdam gevraagd i s , waarom hij dat vuur in de bezaan heeft geworpen, en dat hij toen daarop g e -antwoord heeft, dat hij radeloos was van den h o n g e r , en dat hij bovendien door den tweeden stuurman was verwond.

De Voorzitter leest, in het belang van de waarheid en van het r e g t , voor, wat te dien aanzien, door den stuurman Vermeulen voor den regter-commissaris te R o t t e r d a m , is v e r k l a a r d , waaruit b l i j k t , dat P a Seno het stuk vuur uit de kombuis heeft genomen en het op de bezaan heeft geworpen. L a t e r heeft P a Seno e r k e n d , dat hij dat vuur heeft g e h a a l d , maar o n t k e n d , dat hij een groote boor heeft geno-men of gezien en die gebruikt had. Hij had het stuk vuur g e n o m e n , omdat hij radeloos was van den h o n g e r , en omdat hij verwond was.

P a Seno blijft o n t k e n n e n , dat hij vuur in het schip heeft geworpen.

Mr. VAN STJPRIAAN Lrjiscirjs merkt o p , dat de geinige Coopmans v e r -klaard heeft, dat hij door de vier eerste beschuldigden is aangevallen.

Intusschen is vroeger door hem gezegd, dat de Serang en P a Seno hem stelüg aanyevallen h a d d e n , maar dat hij zich niet kon h e r i n n e -r e n , wie de ove-rigen wa-ren. N u meent h i j , ve-rdedige-r, te moeten vragen , hoe dat overeenkomt Î

De Voorzitter vraagt aan den kapitein, hoe dat verschil is op te lossen? Hij heeft hem straks ook bepaaldelijk gevraagd, zoomogelijk te wijzen , de personen, die hem over boord wilden werpen. Vroeger kon de kapitein geeae personen juist opgeven. N u wil de Voorzitter hem niets opdringen, maar hij vraagt eenige inlichting ten deze.

Getuige Coo/imans antwoordt, dat h i j , naar zijn beste weten,_ d e opgave heeft gedaan. De twee eersten weet hij zeker. D e overigen geelt h i j , naar zijn beste weten, op.

De Voorzitter ondervraagt den getuige Coopmans nu nog omtrent het laatste p u n t , zijne terugkomst te Rotterdam.

V. Toen ge daar a a n k w a a m t , wat hebt ge daar gedaan ?

A. N a mijne aankomst met mijne vrouw en den stuurman Soff, ben ik het eerst naar A m s t e r d a m gegaan. Daar heb ik de klagte o p -g e m a a k t , die aan den officier van justitie te Rotterdam is in-gezonden.

V. Ge zijt toen met den stuurman Soff naar den waterschout gegaan ; waarom veilangdet gij , dat er eene verandering in de monsterrol zou k o m e n . De waterschout heeft, vooral in den stand der z a a k , geweigerd eeni»e verandering in de monsterrol te brengen, en toen hebt ga g e v r a a g d , of de waterschout zich niet h e r i n n e r d e , dat de Javanen op Javaansene voeding waren aangenomen ?

A. I k zou toch bij geen publiek ambtenaar op de vervalschmg v a n een authentiek s t u k , waarvan vele afschriften waren uitgegeven, aan-dringen. I k heb alleen aan den waterschout, den heer Rijk, gevraagd, of hij zich niet herinnerde, dat de aanmonstering van de J a v a n e n op Javaansch voedsel had plaats g e h a d , maar de heer Rijk wist zich dat niet meer te herinneren.

5

74

-V. Waarom stelJet gij b e l a n g , dat de aanmonstering op den ouden voet zou plaats vinden ?

A. I k weet geen reden daarvoor op te geven.

V. I k wenschte gaarne in uw eigen belang daarvan eene oplossing te verkrijgen. Er moet toch eene reden daarvoor geweest zijn. De wet op de tucht der koopvaardijschepen is met 1 Julij in werking gekomen. De monsterrol had dus n a a r die wet moeten zijn ingerigt.

Dat is niet geschied, en nu heeft men v e r n o m e n , dat ge bepaald h e t verlangen hebt te kennen gegeven, om de aanmonstering naar de

•oude , en niet naar de nieuwe monsterrol Ie doen geschieden. E r werd bijgevoegd, dat de kapitein daardoor vrijer was ten opzigte van de voeding dan vo'gens de nieuwe monsterrol. W a a r o m steldet ge dan zooveel belang in die oude monsterrol?

A. J a r e n lang was ik met de oude monsterrol bekend ; juist o m -dat ik daarmede zoo bekend w a s , meende ik h a a r te moeten volgen.

V. Bestond daartoe geen andere reden ? W a s de nieuwe monsterrol reeds gedrukt voorhanden ? H a d t gij geen tijd moeten wachten om de nieuwe monsterrol te krijgen?

A. I k herinner mij daarvan niets. E r bestond daarvoor geen andere reden dan de door mij opgegevene.

Hierop wordt de getuige Jonkheer nog nader over dit punt gehoord.

Deze verklaart, dat de kapitein verlangd heeft, dat de a a n m o n -stering naar de oude monsterrol zou plaats hebben. Zij had naar d e nieuwe monsterrol k u n n e n geschieden. De aanmonstering is niet volgens de nieuwe wet geschied, want anders hadden sommige artikelen moeten zijn voorgelezen. Intusschen kon de a a n m o n s t e -ring nog volgens de oude monsterrol plaats hebben.

Getuige Coopmans meent, dat de vorige getuige zich eenigzins ver-gist. I n allen gevalle behoefde hij van geen nieuwe monsterrol to weten.

Ten ongeveer 4 ure wordt de voortzetting van dit geding bepaald op den volgenden morgen ten 10 ure.

Zitting van Zaiurdag, 3 October.

De geschorste teregtzitting heropend zijnde, zegt de Voorzitter, dat hij nog eenige vragen aan den getuige Coopmans heeft te doen over eene omstandigheid, die hem gisteren was ontgaan. I n de proces-stukken heeft hij gebonden eene oppervlakkige teekening van het schip. Onder vei tooning dier teekening vraagt b i j , of zij met den vorm en de inrigting van de Twenthe overeenkwam, waarop get. toestemmend antwoordt, die, op de vraag van den Voorzitter, aanwijst, waar hij zich in den och-tend van den 12 Aug. bevond, toen de Serang tot hem kwam , zijnde dat gedeelte bepaaldelijk , waar zich geen touwwerk bevond, maar waar het dek was omgeven door een ijzeren hek.

Voorn. Nu vraag i k , of tusschen die twee plaatsen (op de teekening aangewezen) zich het hek bevond , om hetwelk gij uwen voet hadt ge-slagen om te beletten, dat gij over boord werdt geworpen.

A. J a , dit gedeelte (aangewezen) is geheel omgeven door een ijze-ren hek.

V. Op welke plaats zijt gij met de Europesche equipage g e v l u g t n a den aanval?

Getuige wijst hierop de plaats a a n , waar de worsteling is geschied, en de ée'nige plaats, die nog overbleef om dadelijk daar heen te v l u g t e n .

__ 75 —

en waarvan onmiddellijk door de beschuldigden de deuren werden gesloten. Hij toont mede aan, waar zich de beide lantaarns bevonden, waarin de Europesche equipage zich had verdedigd, en de hutten, waar zij zich hadden opgehouden , om zich te vrijwaren van de bran-dende stoffen, die over het schip werden heeugeworpen. Op de vraag, waar hij nader is uitgekomen, wordt de plaats daarvan door get. aan-gewezen.

V. Door wien is het schip gebouwd ? A. Door Hendrik de Boer te Delfshaven.

V. Als een schip wordt opgezet, om in gebruik te komen , be-staat daarvan dan eene teekening ?

A. Veelal ja.

V. Was er kruid aan boord?

A. Ja (wijzende de plaats aan, waar het geborgen was).

V. Er is nog een belangrijk oogenblik, dat ik vergeten heb, namelijk den 7 Aug., toen gij meeudet, dat het der beschuldigden nieuwjaarsdag was ; hebt gij hen toen niet getraeteerd ?

A. Ja.

V. Waaruit bestond dat onthaal?

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 76-79)

Outline

GERELATEERDE DOCUMENTEN