Herhaaldelijk hebben wij ons afgevraagd, Edel Gioot Achtbare Heeren ! wat den kapitein toch bewogen kan hebben te handelen

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 193-200)

zoo als hij gedaan heeft. En alle andere redenen, die wij gissen,

daargelaten, gelooven wij dit als vaststaande te mogen aannemen,

dat diepe minachting voor de Javanen , dat de omstandigheid, dat da

- 190 —

kapitein hen als « honden » , niet als m e n s c h e n , als geen goed voedsel waardig beschouwde , de groote drijfveer zal zijn geweest.

M a a r , opdat de waarde van zijn getuigenis juist worde beoordeeld, rneenen w i j , dat er op meer valt te letten.

Wij zullen dat a a n t o o n e n , niet om te giieven en te belee ligen , m a a r omdat wij regt hebhen en aan deze ongelukkige beschuldigden verpligt zijn u te wijzen op al wat op de geloofwaardigheid der ge-tuigen invloed kan hebben.

E n dan herinner ik u , hoe de kapitein hier gezegd heeft , dat hij volstrekt geen belang had bij de kosten van uitrusting der Twenthe en bij het verkrijgen van voordeel door de reederij. M a a r , President en R a d e n ! het is een feit, dat zijne echtgenoot daarna hier heeft g e -t u i g d , da-t haar vader aandeel in de Twen-the had.

M a a r er is veel meer. Met deze criminele procedure hangt n a a u w zamen een geschil tusschen de reederij en assuradeurs. Als deze be-schuldigden worden vrijgesproken, weigetcn de assuradeurs de ver-g o e d i n ver-g , want dan zever-gver-gen z i j : aan den kapitein alleen de verant-woording. En dan is het moegelijk voor den kapitein om h i e r , in zijne eigene z a a k , zijne eigen schuld te komen belijden. Dat wordt te moeijelijker, als men bedenkt, en dit geldt ook voor den eersten s t u u r m a n , dat noch d e z e , noch de kapitein tot heden bij eenige reederij een ander schip heeft k u n n e n verkrijgen, omdat de publieke opinie geheel en al tegen hen is. Voor hen beiden, voor h u n n e repu-tatie , Toor hunne verdere loopbaan is een condemnatoir arrest van dit Hof ten aanzien van deze beschuldigden onmisbaar.

I k stel die feiten. I k laat ze aan u w e appreciatie.

Gaan wij verder het g e l e u r d e op de Twenthe na.

I n de harten van vele Europeanen op de Twenthe was nog m e n -schelijk gevoel, was verontwaardiging over den jrruwel, die er voor-viel , was diep medelijden met deze ongelukkige slagtoffere van willekeur.

E r werd veel aan boord over gesproken en geklangd.

T w e e wanhopende pogingen werden nog beproefd om den o n v e r -biddelijken kapitein te verbidden.

De timmerman O n e l , te dezer teregtzitting gehooid, begaf zich :naar den kapitein en trachtte hem over te h a l e n , om aan de zoo billijke wenschea der Maleijers te voldoen.

Maar het mögt niet baten.

D e oppertimmerman de Moes (men leze zijn getuigenis in prod, n». 18) deed eene herhaalde poging e n , op het zeggen van den k a p i -tein, dat hij geen ander voed.-el gaf, omdat zij op niets regt hadden dan zontevisch, veroorloofde de Moes zich den kapitein in overweging te geven om dan do meerdere kosten af te houden van de gagie der Javanen.

M a a r alles te vergeefs; alles moest afstuiten op den ijzeren wil des kapiteins.

I n t e g e n d e e l , het was of het hem nog aanvuurde. Hij vond het niet beneden zich om zelf rond te gaan en het volkslogies te doorzoeken , om te zien, of de rampzalige J a v a n e n , die moesten worden uitgehong e r d , ook nouitgehong eeniuitgehong voedsel hadden weten te bemauitgehongtiuitgehongcn. A n uitgehong s t -vallig werden alle kastjes, alle mogelijke bergplaatsen nage/.ien, en er werd niets gevonden. Maar wat zeg ik , neen ! hij rond een schoteltje gekookte rijst. W i e was de o n v e r l a a t , die zich durfde vermeten te e t e n , als hij , kapitein, verkoos, dat hij honger l e e d ? De Javaansche k o k Tjiplis werd geroepen ; een streng verhoor had ; l a a t s , maar het

191

b l e e k , dut het gevondene toekwam aan de Javaansehe vrouw S a r i n a , en de 'kapitein was wel zoo goed h a a r , als passagiers«, het eten te blij-ven vergunnen. ,

Maar bij de J a v a n e n namen honger en dorst toe.

Ook hun wanhoop steeg.

Altijd beriep de kapitein zieh op de m o n s t e r r o l , maar dan moest de Serang hen bedrogen hebben.

Reeds 'meermalen was die gedachte bij hen opgekomen en dat zij daarover meermalen ruzie met den Serang hebben g e h a d , blijkt o . a . ook uit de verklaringen van den doctor en den eersten stuurman.

Ook n u was het w e d e r die k l a g t , dat de Serang niet voor hen wilde zorgen , dat hij hen bedroog.

E u nu werd bepaald: de Serang zon n u nogmaals om voedsel en ander voedsel gaan v r a g e n ; maar dat moest hij doen in tegenwoor-digheid van a l l e n ; allen moesten het kunnen h o o r e n ; de S e r a n g moest hun niets k u n n e n wijsmaken.

Gezamenlijk k w a m men op d e k , en wel op een t e e k e n , daartoe door den Serang met zijn fluitje gegeven. L a n g heeft men daarin het sein gezocht voor eenen vooraf beraamden a a n v a l , m a a r het bleek weldra dat zoodanig fluitje door Javaansche bootsmannen dikwijls gebruikt wordt en het Openb. Min. heeft ten laatste e r k e n d , dat van eenig vooraf beraamd plan niets is gebleken.

Men heeft b e w e e r d , dat de meesten gekleed waren m hun beste pakje H e t is mogelijk , maar vele beschuldigden verklaren er met van te weten. Zoo het al gebeurd i s , welnu! de stuurman zelf geeft er deze natuurlijke verklaring aan , dat die beschuldigden, welke met gewerkt hebben , h n n werkpakje zullen hebben afgelegd eu een schoon hemd en schoone broek (waarin dat beste pakje bestond) zullen h e b -ben aangetrokken. E n het Openb. Min. verklaart dan ook m e r geen bezwaar te k u n n e n vinden.

Zoo werd in den aanvang der instructie ook g e z e g d , dat de be-schuldigden gewapend waren met krissen en allerhande moordtuig.

L a t e r is echter g e b l e k e n , dat de beschuldigden h u n n e gewone scheeps-messen op zijde droegen. E n nu heeft men het aanwezig zijn van een kris later daaruit willen afleiden, dat de eerste stuurman eene driehoekige wond zou Ie hebben o n t v a n g e n ; maar die gevolgtrek-k i n g mag onbegrijpelijgevolgtrek-k worden geacht, als men b e d e n gevolgtrek-k t , dat een kris"voorzeker aan de punt (en het blijkt, dat de wonde zeer ondiep

was) niet driehoekig is. „ Dat nu de beschuldigden messen d r o e g e n , ook al werkten zy

n i e t , het is ligt te verklaren uit de constante gewoonte van den Java'anschen matroos om steeds zijn mes bij zich te hebben.

E n wat nu betreft het mes slijpen op 12 Augustus door b e t r o , zal de opmerking voldoende zijn , dat dit dagelijks aan boord gebeurde. E n n u is het waar, dat dit alleen noodig "-as voor het werk en dat dien dag weinie gewerkt i s , maar ik herinner , dat nog een p a a r , en daaronder S e t r o ° dien dag iets aan h e t touwwerk hebben verrigt. Maar boven-dien 'is afdoende de omstandigheid, dat het juist Setro w a s , die mess»n sleep ; w-aut dat die m a n niet in staat was aanvallen te beramen dat gevoelt e l k , die h e m maar eens a a n z i e t , zijne vol-k o m e n magteloosheid naar li-chaam en geest achten wij boven be-l be-l e t " was tien ure in den morgen. De tweede stuurman stond aan het r o e r , de kapitein aan stuurboordzijde op de c a m p a g n e , de eerste stuurman in zijne nabijheid.

— 192 —

D e eerste beschuldigde begaf zich op de campagne ; de overigen bleven op het voordek.

I>e eerste beschuldigde naderde den kapitein.

Dat begon den kapitein te vervelen. Daar zon al weder eene klagt k o m e n van i e m a n d , die onwillig durfde te zijn van honger t e s t e r v e n , schoon hij , alvermogende kapitein, het zoo wilde.

Die wil moest met kracht worden doorgezet.

De timmerlieden werden geroepen, en hun in stilte gelast zich naar de pistolen in de kajuit te begeven.

De Serang schijnt er iets van gehoord te h e b b e n , althans hij ver-klaart eene opheldering van dat gefluister te hebben gevraagd.

E n nu vroeg de S e r a n g om toch wat ander eten voor zijne m a n -schappen, e n , al was het dan m a a r e'énmaal per w e e k , wat vleesch te ontvangen ; en al weder het oude a n t w o o r d , de oude weigering.

E e n ander middel w e i d beproefd: «als gij ons dan geen vleesch°geven w i l t , dan willen wij het k o o p e n , . maar ook dat werd geweigerd.

« M a a r , kapitein,» zeide toen de S e r a n g , «de J a v a n e n worden z i e k , en als gij h u n geen eten geeft, gaan zij gaauw d o o d , en als gij ons niet h e b t , hoe k a n het schip dan over zee komen 1 » E n het altijd barsche antwoord w a s : -het kan mij niet s c h e l e n , als gij dood z i j t , gooi ik j e over boord.- « K a p i t e i n ! , luidde toen de bede: «als gij ons geen eten wilt g e v e n , zet ons dan aan w a l , » en het sarrend a n t -w o o r d , dat volgde, -w a s : «als gij naar den -wal -w i l t , z-wem er dan heen.»

M a a r de uitgehongerde J a v a a n kon zóó niet bij zijne uitgehongerde lotgenooten terugkomen. Hij waagde dus nog eene poging en " h e r -innerde den k a p i t e i n , dat de waterschout toch gezegd had , dat zij goed eten zouden krijgen, en dat dit «in het groote 'boek stond a a n -geteekend. »

Maar h o e ? de J a v a a n zou niet slechts onwillig zijn om van h o n -ger om te k o m e n , waar de kapitein dat w i l d e , hij zou bovendien het w a g e n , h e m , kapitein, aan zijnen pligt te h e r i n n e r e n !

Dat ging inderdaad te ver. De kapitein boog zich naar de kajuits-k a p en sprakajuits-k tot de d a a r aanwezige timmerlieden. Een schot viel uit de kajuit; de kapitein trok op hetzelfde oogenblik een pistool, de verschrikte beschuldigde greep het aan onder den uitroep: «niet schie-t e n , kapischie-tein! nieschie-t schieschie-ten! als gij geen eschie-ten geven wilschie-t, dan is heschie-t afgedaan ; » hij bemagtigdo het pistool en wierp het op het dek. Maar de kapitein was de man n i e t , o m , als hij eens van zijnen wil om te schieten had doen blijken, het dan op te geven. Een tweede pistool werd g e t r o k k e n , e n , eer de Serang het kon verhinderen, had hij de lading in de borst, en thans nog lijdt hij aan de gevolgen van dat schot.

Dat a l l e s , President en Kaden! was het werk van e'én ondeelbaar oogenblik. H e t ' gaf w a n h o o p , radeloosheid en razernij onder de J a -v a n e n . H e t is -verklaarbaar, als zij toesiielden om hunnen Serang en zich zelven tegen den moorddadigen aanval te verdedigen , en den m a n , die zóó_ zeer zijne bevoegdheid te buiten ging en die zóó zeer zijne pligten jegens hen v e r g a t , in zijnen ontembaren euvelmoed te stuiten.

N a a r het schijnt, k w a m e n bepaaldelijk de 2 d e , 4de en 10de be-schuldigden, P a S e n o , Kasidin en Doolah, meer vooruit.

P a Seno haastte zich het eerste pistool, dat de S e r a n g den kapitein had ontnomen OM dat op den grond l a g , in zee te werpen. Men hield den kapitein, die het tweede pistool weder laden w i l d e , t e r n g ; het geltikte aan Kasidin h e m ook dat moordtuig te ont\veldigen°en de beschuldigde P a Seno wierp het alweder over boord. Inmiddels waren

— 193 —

d e tweede en derde stuurman, met fabels g e w a p e n d , toegeschoten ; zij verklaren in het wilde er op te hebben ingehouwen, ten gevolge waarvan dan ook de 2 d e , 4de en 1 Ode beschuldigden verwond werden ; onder dit alles trachtte men den zwaar gewonden Serang in veiligheid te brengen.

Ziet h i e r , President en Eaden ! het verhaal, door de beschuldigden eenstemmig omtrent het gebeurde gedaan.

Wij gelooven, dat dat verhaal waarachtig en getrouw is. H e t draagt inwendig k e n m e r k e n van w a a r h e i d , e n , waar de kapitein of de eerste stuurman soms eene a n d e r e voorstelling geeft, daar hebben wij over-tuigende bewijzen, dat ook hier weder, gelijk in dit geheele regts-g e d i n regts-g , waarheid en reregts-gt aim onze zijde is.

E r doet zich hier voor eene kleine omstandigheid, waarvan de b e -schuldiging heeft getracht partij te t r e k k e n . Men b e w e e r t . dat in den loop van het straks medegedeelde gesprek de eerste beschuldigde aan den k a p i t e i n , na diens weigering van voedsel, heeft toegevoegd: - d a n zal het schip noch in H o l l a n d , noch op J a v a terugkomen.» Men heeft hierin eene bedreiging g e z o c h t , maar inderdaad , ik behoef mij er hier niet eens op te beroepen , dat z i j , die zeggen het gehoord te h e b -b e n , welligt een woord verkeerd he-b-ben opgevat. De oplossing immers, die de 1ste beschuldigde geeft, is zoo eenvoudig en n a t u u r l i j k , dat alle nadere justificatie onnoodig is. Hij z e g t , dat hij alleen wilde te k e n n e n geven: -als gij ons laat doodhongeren, dan k a n h e t schip immers niet over zee komen. *

E r is echter nog een ander verschil omtrent den inhoud van het gevoerde gesprek. De kapitein,- die wel begrijpt, dat zijn systeem om-t r e n om-t deze beschuldigden bij den regom-ter nieom-t. en bij n i e m a n d , die waarlijk mensch i s , veel opgang k a n maken en dat dat onophoudelijk smeken om eten ligt medelijden k a n w e k k e n , ontkent eenvoudig, vooral positief in de instructie, dat bij dat geheele gesprek op de c a m -pagne een woord over eten g e s p r o k e n i s ; hij wil het doen v o o r k o m e n , alsof die klagten omtrent voedsel slechts voorwendsels waren om te bereiken het eenige d o e l , namelijk om op Madeira aan land gezet te worden ; de kapitein geeft dus o p , dat de Serang niets gedaan heeft d a n vorderen om aan land gezet te worden, en op de weigering, h e m , k a p i t e i n , is aangevallen.

M a a r , President en R a d e n ! dat verhaal is niet aan te n e m e n . Zij, die w e t e n , hoe gruwelijk de J a v a n e n zijn uitgehongerd , zullen e r k e n n e n , dat het wel niet anders k a n , dan dat de S e r a n g daarover geklaagd heeft. Bovendien strijdt de bewering van den kapitein, door h e m zoo, trots alle tegenbewijs, volgehouden, zij strijdt met het getui-genis van a l l e n , die het gesprek gehoord hebben. De tweede stuur-man , de derde stuurstuur-man , de timmerstuur-man , de t i m m e r m a n O n e l , j a zelfs de eerste stuurman getuigen tegen den k a p i t e i n , dat wel degelijk dat gesprek over het voedsel liep. H e t was den beschuldigden niet ta doen om naar Madeira te gaan. E n hebben wij reeds straks gezien , dat het sustenu van den kapitein hieromtrent eene ongerijmdheid w a s , zelfs voor het oogenblik, toen Madeira in het gezigt w a s , hier blijkt de ongerijmdheid nog duidelijker, want op den 12 A u g . , de kapitein heeft het zelf moeten bekennen, was Madeira reeds geheel uit h e t gezigt verdwenen.

E n nu de b e w e r i n g , dat de Serang den kapitein zonder aanleiding zou hebben aangevallen. Eerst werd die bewering door den kapitein onbepaald volgehouden. Maar voor dit Hof is hij eene schrede nader gekomen tot de verklaring der beschuldigden, dat m e n , eerst n a d a t

194 —

de Serang getroffen w a s , is toegeschoten. I m m e r s nu is door den kapitein en ook door den eersten stuurman e r k e n d , dat de kapitein toch reeds zijn jas had geopend, zijne pistolen had zigthaar gemaakt en er naar gegrepen, voordat iemand hem naderde. E n die geheele bewering van den kapitein is dan ook ongerijmd voor een i e d e r , die de verhouding tusschen de beide partijen aan boord heeft nagegaan.

De n e d e r i g e , onderworpen J a v a a n zou den eersten aanval hebhen g e d a a n , zou den blanke het eerst hebben durven aangrijpen! E n de kapitein, de man, dien wij een eens opgevat voornemen nooit zien op-geven, dien wij den vorigen dag zich met pistolen zagen w a p e n e n , om daarmede zijne plannen door te drijven, die man zou zijne pis-tolen niet gebruikt h e b b e n , maar lijdzaam een' aanval hebben afge-wacht en verduurd !

Men heeft ontkend , dat de kapitein den S e r a n g dadelijk na het gesprek op de campagne zou getroffen hebben ; men heeft hew eerd , dat toen alleen een schot uit de kajuitskap is gevallen, en de kapitein heeft gezegd, d a t , zoo hij den Serang geraakt heeft, dat eerst veel laier bij het verlaten van de campagne heeft plaats gehad.

Maar nu beroep ii; mij op de v e r k l a r i n g e n , door den k o k D u n n e -wijk en den scheepsjongen Blanken in de instructie afgelegd, dat zij n a tiet, gesprek'hebben gehoord t w e e , dadelijk op elkander volgende, scholen en das juist verklaren hetgeen de Serang heeft opgegeven (prud. n°. 6 en n". 104).

Die eerste stuurman heeft hieromtrent weder eene geheele nieuwe lezing gegeven. T h a n s weet hij het niet, maar hij beweerde in de instruc-tie , dat het allereerste schot is gelost door eenen der beschuldigden (prod;

n». 7 7 ) ; eene verklaring e c h t e r , die zoo zeer in strijd is met al wat van elders blijkt, dat zij alleen k a n strek k e n , om u de overtuiging te geven, dat het hoog n o o d i g i s , de verklaringen ook van dien g e -tuige met de meeste behoedzaamheid te w i k k e n en te wegen.

É n ik m a g dan o o k , nu ik getracht heb u den aard dezer b e -schuldigden te doen k e n n e n , veilig v r a g e n , dat gij aan h u n n e opga-ven, die niet gelijkstaan m e t die van gewone beschuldigden, geloof schenkt. Zij verklaren zoo eenstemmig hetzelfde en dat kunnen geen 22 leugens zijn van J a v a n e n , die waarheid plegen te s p r e k e n , ook al zou het h u n benadeelen, mnar die bovendien te diep gevoel van regt en billijkheid hebben om niet te weten, d a t , al bevatte het verhaal van den kapitein waarheid, zij ook dan n o g , u i t g e h o n -gerd en nil getart als zij w a r e n , het regt aan hunnen k a n t h a d d e n . N a het g e b e u r d e , waarover wij tot dusver s p r a k e n , was het aan boord van de Twenthe een tooneel van v e r w a r r i n g , waarvan niemand eene juiste naauwkeurige beschrijving kan geven. De eerste stuur-man z e g t , dat hij door acht Maleijers werd omsingeld en dat h e m de pistolen werden afgenomen en dat hij gewond w e r d , maar hij weet niet met zekerheid te bepalen, wie der J a v a n e n bepaaldelijk daarbij handdadig is geweest.

De tweede en derde stuurman verklaren in het wilde met sabels te hebben rondgeslagen, zonder te weten, wie zij getroffen h e b b e n , m a a r dan valt ook op te m e r k e n , dat zij zelve bij die gelegenheid ook den kapitein en eersten stuurman kunnen hebben v e r w o n d e n d a t e r dus vol-strekt geen grond i s , om hier alles op r e k e n i n g der Javanen te brengen.

De kapitein en de eerste stuurman begaven zich in de kajuit.

Spoedig zijn zij daarin gevolgd door den tweeden en derden s t u u r m a n , die wel i n d e instructie verwarde verhalen gegeven hebben omtrent de verdere verwarring aan boord, maar die hier niet onder eede zijn

— 195 —

k o m e n getniaren, welke bepaalde feiten Tan zoogenaamde rebellie zij Tan dezen of dien beschuldigde bepaaldelijk hebben waargenomen.

Al de Europeaansche equij age bevond zich nu in de kajuit. E n d a a r -Tan v e r d e n rie deuren gegoten, en weldra o n t d e k t e m e n . d a t het schip in brand geraakte. Maar wie bier daders w a r e n , het is onbekend.

Vreesselijk , wij geven het volmaakt toe, moeten de uren zijn g e -w e e s t , door de schepelingen in de kajuit doorgebragt. Htm doodsangst moet ontzettend zijn geweest. Wij betreuren diep het gebeurde,

Maar , Mijne H e e r e n , wij moeten daarbij vragen: aan wien is van dat alles de verantwoording?

A a n wien a n d e r s , dan aan hem,die zoo schromelijk misbruik heeft g e -m a a k t van de -m a a t , he-m op de Twenthe toeko-mende, d i e , w e t e n d e , waartoe de monsterrol hem verpligtte , 22 Tan hein afhankelijke mede-menschen vele weken gebrek heeft laten lijden, hen heeft uitge-hongerd , hen var. dorst heeft laten versmachten en, in antwoord op h u n n e beden.het pistool op hen heeft gelost E n « iltgij nog meer bewijs.Edel Groot A c h t b a r e Heeren ! dat werkelijk alle schuld hier drukt op den kapitein,

en dat hij zich wel degelijk bewust w a s , door zijn stelsel van uithon-gering aanleiding tot alles te hebben gegeven. Ziet hem dan op het oogen-blik , toen geen veinzen meer mogelijk w-as. Ziet h e m , in de kajuit opgesloten, aan de Javanen vlecsch vertoonen, hun z e g g e n , dat hij vleesch zoude geven. Zoo werd door den kapitein b e k e n d , dat hij wel wist, wat de waarachtige klagt tegen hem was. Dat feit, het consteert ter uwer overtuiging volkomen, men hei innere zich het getuigenis van ü n e l , men zie de verklaringen in de instiuctie o . a . van V e r m e u l e n , Bat e n d s , H a l d e r d e la L a i n e , Dunnewijk, prod, l.ijî.n«. 2 , dd. 16 Sept. 1856 , n„. 5 , 104, 126. Dat feit bewijst te m e e r , nu de kapitein het ontkent. Hij zegt het zich niet te herinneren. Het is zeer gelukkig , want anders zou hij"hier niet kunnen volhouden, dat hij de klagt over het voedsel slechts als vooroordeel heeft beschouwd.

En hier ishet w e l d e plaats er op te wijzen, hoe zoo vele der N e d e r -landsche equipage in gebreke zijn g e b l e v e n , partij te kiezen voor den kapitein. Men hielp hem n i e t , men wildede Javanen niet gaan bestrijden , want men had de innige bewustheid, dat het regt was aan de zijde der J a v a n e n .

E n ook dat geeft steun aan onze overtuiging: aan den k a p i t e i n , aan hem alleen de verantwoording, want de zachtzinnigste mensch wordt op die wijze tot het uiterste gedreven. J a v a a n of E u r o p e a a n , niemand zou het dulden.

De beschuldigden, ze hebben bewijzen van lijdzaamheid genoeg gege-ven. Maar de kapitein van de Twe.nthe heeft het onmogelijke gevorderd , heeft hun leven g e v e r g d , heeft hen tot bet uiterste g e b r a g t , heeft h e n razende gemaakt en eenmaid zoo ver gekomen , is de Javaan niet meer te stuiten, in dolle vaart gaat hij voort, zijne razernij kent geetie grenzen, het wordt hem donkervoor de oogen, zijn denkvermogen wordt beneveld, de rede begeeft hem , zijne woede moet nitbulderen en kent geene perken.

Maar wat bij dan d o e t , het is hem niet toe te rekenen.

In dien toestand heeft de kapitein van de Twenthe deze

In dien toestand heeft de kapitein van de Twenthe deze

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 193-200)

Outline

GERELATEERDE DOCUMENTEN