Over den zoutevisch was hij niet tevreden, want deze was niet goed

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 143-146)

— 140

-Hij had er zich dan ook bij den S e r a n g over beklaagd. -Hij heeft zich op 12 A u g . overtuigd, dat de laatste bij den kapitein daarover is komen k l a g e n , ingevolge de gemaakte afspraak. Besch. Is toen wel op het d e k , maar niet op de campagne gekomen. A a n het ver-zet noch aan den opstand heeft bij deelgenomen.

De X V I I d e , O S M A N , heeft op 11 Aug.opgehouden te w e r k e n , om-d a t hij ontevreom-den was over liet eten. De zoutevisch was te zout om te nuttigen. Hij kon dien niet door de keel krijgen. Ook hij was , ingevolge de afspraak met den S e r a n g , op het fluitje naar boven g e g a a n , om te hooren, wat de kapitein zou zegnen, hetzij goed of k w a a d . Medegewerkt om den kapitein aan te vallen h a d hij niet.

De l i l d e , K A P I D I N (op dit oogenblik ongesteld, doch wil van het aanbod des Voorzitters om te zitten geen gebruik m a k e n ) . Hij erkent te hebben behoord tot de schepelingen aan boord van de Twenthe. Ge-durende de reis was men niet tevreden over de v o e d i n g , bepaaldelijk

over den zoutevisch. G e v r a a g d , of hij daarover niet wel eens geklaagd heeft aan den Serang, of daarover aan dezen zijn ongenoegen te kennen g e g e v e n , zegt h i j : -Wij hebben ordentelijk aan den Serang gevraagd om ook ordentelijk bij den kapitein over ons te klagen ; want wij mogten ons niet onfatsoenlijk jegens den Serang gedragen. E n nu werd door den Serang afgesproken : W e l n u , ik zal er over spreken , komt dan op het d e k , als ik gefloten h e b , en dan zult gij hooren wat ik zal zeggen.» Hij (Serang) is dan ook boven gekomen , alleen om over het eten te spreken, en niet geweest een der aanvallers, maar de kapitein heeft den aanval begonnen. (De Voorzitter wijst hem hier echter op de geheel tegenovergestelde verklaring van den kapitein.) H i j , b e s c h ,

heeft wijders geene enkele minuut den kapitein aangetast.

Getuige Coopmans bevestigt nader u i t d r u k k e l i j k , dat deze besch.

een der aanvallers geweest, is.

Besch. blijft dit desniettemin ontkennen. Hij is zelfs écu dergenen geweest, die op den bewusten dag hebben doorgewerkt.

Voorzitter. Dat sluit daarom niet u i t , dat hij dien morgen medege-daan kan hebben met den aanval , zoo als de kapitein dat uitdruk-kelijk verklaard heeft.

Besch. houdt v o l , dat hij zich geen enkel oogenblik tegen den k a -pitein heeft verzet. Hij heeft dan ook geenszins dezen over boord willen

werpen, noch hem met zijn mes gewond. Evenmin heeft hij medege-werkt om het schip in brand te steken of daarover pik , teer, olie of andere brandbare en brandende voorwerpen heen te werpen. Hij kon niet hebben medegewerkt om den kapitein en a n d e r e schepelingen op te sluiten in de k a j u i t , o m d a t , toen de deuren nog niet gesloten w a r e n , hij reeds met h e t schuitje was heen gevaren.

Voorz. Vraag hem , nu hij toch van het schuitje s p r e e k t , of hij dan niet met anderen is gaan loeren , wat er in het schip gebeurde , zoo als de timmerman Onel e n d e vrouw des kapiteins hebben v e r k l a a r d ?

Besch. zat in de boot en hield zich vast aan eene vischlijn, m a a r nu zag hij de tromp van een geweer voor den dag komen , zoodat hij

voor zijn leven v r e e s d e ; en omdat bovendien de schuit vol w a t e r w a s , heeft hij de barkas medegenomen. Maar hij heeft niet geloerd om te z i e n , wat er binnen gebeurde, Op de o p m e r k i n g , dat hij^ dau toch voor den regter-commissaris verklaard heeft, dat hij de Europeanen bepaald opgesloten heeft gezien en dat de ramen digtgespijkerd w a r e n , antwoordt b i j , dat hetgeen hij destijds en nu verklaard h e e f t ,

liet-— 1 4 1 liet-—

zelfde is. H o e k o n hij wijders tot h u l p der schepelingen bijdragen, da«r hij de geweerschoten regts en links hoorde en hij zelf zijn leven wilde redden ? Hij heeft ten slotte niet medegewerkt tot het oproer en de gewelddadigheden, die daarbij hebben plaats gehad.

De X l V d e , M A K I D I N , heeft drie malen gevaren , de eerste maal op ee oorlogschip naar Macassar. Zijne eerste reis naar Nederland was m e t de Jannetje. H o e oud hij w a s , toen hij begon te v a r e n , weet hij met.

Zijne ouders wonen te Soerabaija. Vroeger was hij hoejong (huisknecht).

Die betrekking stond hem niet aan. Hij wilde leeren door het reizen.

Hij k a n lezen en schrijven en k e n t verschillende talen. G e v r a a g d , of hij wel w e e t , dat h e t kwaad is zich te verzetten tegen zijn m e e s t e r , zegt hij , dat hij niet kwaad is geweest.

Voorz. Dat is de vraag n i e t , maar ik wilde hem gevraagd h e b b e n , en ik heb daarvoor eene bijzondere r e d e n , of hij wel w e e t , dat het kwaad i s , zich tegen zijn meester te verzetten?

Antwoord. J a . Hij is niet boos geweest aan boord. Hij heeft alleen anderen visch g e v r a a g d , want de J a v a n e n kregen alle dagen zoute-v i - c h , die te zont was. Dit zoute-veroorzaakte hem een geweldigen d o r s t , zoodat hij veel moest drinken. Hij had echter geene bepaalde t a x van water aan b o o r d , want er bevond zich een v a t , waaruit hn drinken kon zooveel hij wilde. Hij en zijne medgezellen hebben zich over het voedsel bij den Serang b e k l a a g d , maar zich met tegen dezen boos g e m a a k t , dat hij hunne belangen niet goed zou h eb b e n

behartigd. Toen hij zich in den ochtend van den 12 Aug. op het dek bevond , was hij bezig matten van touwwerk te m a k e n . De Serang was op dat oogenblik met den kapitein op het d e k , en hij heeft den Serang toen om eten hooren v r a g e n , vermits de J a v a n e n in geen twea dagen eten hadden gehad. Hij heeft verder niets gezien. I m m e r s , toen de Serang gevallen was en Doolah ook bebloed w a s , heeft hij heen en weêrgeloopen en was hij b a n g , d a t men h e m zou doodschie-ten. Hij is daarom in het schuitje g e g a a n , dat aan eene vischltjn gehecht was. Hij had ook de tromp van een geweer gezien en is daarop in het water gegaan. Dit heeft niet lang geduurd , of hij zou verdronken zijn, en hij heeft zich daarom in de barkas begeven , want het schuitje was vol water. Hij wist al verder wel , dat de kajuit was d . g t g e m a a k t , maar hij had daartoe niet medegewerkt. H o e zou hij echter de E u r o -peanen hebben knnnen h e l p e n ? De kapitein zou hem doodgeschoten hebben. Op de bedenking, dat dit niet k o n , o m d a t men den kapitein zijne pistolen had ontnomen en die weggeworpen . a n t w o o r d t b e s c h . , d a t er nog andere pistolen in de kajuit w a r e n .

De V i l d e , S O E D I N , erkqnt ook te zijn geweest aan boord van d e Twenthe. Heeft geen deel genomen aan den opstand, die er plaats had.

Op het fluitje van den Serang is hij ook boven g e k o m e n , om naar het gesprek mét den kapitein te luisteren , maar hij heeft zich tegen den kapitein geenszins verzet.

T h a n s wordt overgegaan tot hot verhoor van S I D I N (den S e r a n g ) , den Isten besch. . .

Voorz. V r a a g h e m , o f het werkelijk met de waarheid overeenkom-stig i s , dat er aan boord van de Twenthe redenen van ontevreden-heid bestonden over de voeding? .

A . H e t is de wezenlijke w a a r h e i d , dat het eten niet goed w a s , in vergelijking met andere schepen.

— 142 —

V. Als de Javanen begrepen , dat zij niet zulk goed eten kregen als zij verlangden, was dit dan niet aan hen zelve te wijten?

A. Bij de aanmonstering is aan den waterschout gevraagd en door

hem toegezegd, dat zij behoorlijk eten en gagie zouden krijgen. Toen

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 143-146)

Outline

GERELATEERDE DOCUMENTEN