Veertien maanden reeds verblijven de beschuldigden op praesumtie in preventieve hechtenis ; maanden lang heeft men besteed bewijzen van

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 175-178)

schuld tegen hen te zoeken ; bet is tijd, dat zij eindelijk de stem der

verde-diging doen hooren. Op hunne beurt zijn zij nu geregtigd

verant-woording te vragen aau den kapitein van de Twenthe,- daartoe zijn

zij geregtigd, want Mijne Heeren! de kapitein van de Twenthe moge

zich oneindig ver boven hen verheven hebben gerekend, hij moge hen

— 172 —

blijkens de verklaring van zijnen hofmeester in de instructie prod.

(no. 126) 'honden* hebbeu g e n o e m d , van den Nederlandschen regter zal hij v e r n e m e n , dat deze beschuldigden zijn menschen, diep onge-lukkige medemensenen, die hier gelijke regten hebben als hij.

H e t Openbaar Ministerie heeft v e r m e e n d , bij de adstructie van zijn requisitoir in d e z e , te moeten gewagen van de bijzondere belangstel-l i n g , webelangstel-lke deze zaak heeft o p g e w e k t , en het wees er o p , hoe die belangstelling was toe te schrijven aan algemeene sympathie met den kapitein van de Twenthe en aan afschuw voor deze beschuldigden.

De verdedigers verklaren e e n s t e m m i g , dat zij over dit beroep op de publieke opinie in hooge mate verbaasd zijn, want die publieke opinie is juist de groote vijand van het Openb. Min. in deze zaak.

Wij zonden daarover niet hebben gesproken, omdat wij dat beroep niet noodig hebben voor de triomf onzer regtvaaniige zaak. Maar nu men ons provoceert, door onzen zoo grooten steun voor te siellen als onzen t e g e n s t a n d e r , nu beantwoorden wij het Openb. Min. m e t de openbare h e r i n n e r i n g , die trouwens aan ieder uwer bekend i s , d a t , met zeer zeldzame uitzonderingen, algemeen is de kreet van Terontwaardiging over het gedrag van den kapitein der Twenthe, en even algemeen is het medelijden met deze beschuldigden.

Wij ondervonden het bij onze voorbereiding tot de taak der verde-d i g i n g , toen van alle kanten geheel uit eigen b e w e g i n g , uit sympathie voor deze beschuldigden, ons bouwstoffen voor hunne verdediging ongevraagd werden a a n g e b o d e n ; wij ondervonden h e t , toen zoovele, zulk eene groote menigte met de J a v a n e n bekende personen ons k w a m e n mededeelen h u n n e innige o v e r t u i g i n g , dat deze beschuldig-den wel ongelukkige w e z e n s , m a a r geene afschuwelijke misdadigers zijn , en dat alleen hij te veroordeelen is, die zijne pligten jegens deze beschuldigden zoozeer heeft kunnen vergeten ; wij ondervonden h e t , toen , m a a r waar zou ik eindigen , zoo ik alle bewijzen wilde opsommen. Wij achten alle meerder bewijs o n n o o d i g , want dat d e openbare meening op onze hand i s , de proc.-gen. is de eerste en de eenige, die dat hier betwist.

Onze verdediging splitst zich, als van zelve, naar de vier verschil-lende punten van « a n k l a g t , in vier deelen.

I k stel mij voor de algemeene beschouwingen dezer zaak mede te deelen en tevens de gezamenlijke beschuldigden te verdedigen op de tegen allen gerigte beschuldiging van rebellie.

De raadsman , die na mij het woord wenscht te v o e r e n , zal b e -spreken de beschuldiging van poging tot moedwilligen doodslag, welke ten laste van de eerste, tweede en vierde beschuldigden is gebragt.

I n de derde plaats zal weder een ander verdediger onderzoeken , wat er is van de aanklagt wegens moedwillige mishandeling, waar-voor de tweede beschuldigde bovendien in regten is geroepen.

Daarna zal een vierde van ons met de verdediging van den tweeden beschuldigde op de aanklagt van moedwillige brandstichting den ter-mijn van antwoord besluiten.

NIEMAND onzer zal de beschuldigden verdedigen op de nu eerst gedane aanklagt wegens feiten, waarvoor zij niet zijn teregtgesteld.

I k ga over tot de behandeling van het mij toevertrouwde punt van verdediging.

Aan al de beschuldigden is door den proc.-gen. bij de acte van beschuldiging ten la^te gelegd: iwedersparniigheid door aantasting en

— 175 —

w e d e r s t a n d , feitelijk en gewelddadig gepleegd aan boord van een koopvaardijschip, door mindere schepelingen, ten getale van meer dan twintig gewapende p e r s o n e n , jegens h u n n e meerderen in r a n g , zijnde de schipper en stuurlieden van dat s c h i p , en alzoo j e g e n s ambtenaren , werkzaam ter uitvoering der wet.»

I k wensch de feiten van deze z a a k , voor zoover zij bij dit punt ter sprake moeten komen , na te gaan ; ik hoop te doen z i e n , dat ten processe niets hoegenaamd b l i j k t , en de rede niet zijn k a n van iets, wat de ingebragte beschuldiging wettigt.

T e n overvloede m e r k ik hier op , dat ik verpligt zal zijn de ge-heele beschuldiging wegens rebellie, gelijk die in de acte van beschul-diging is geformuleerd, na te gaan. H e t Hof is eenmaal wettig gesaisisseerd van de aanklagt ten laste van al de beschuldigden; het genomen requisitoir tot vrijspraak van sommigen ontheft mij dus geens-zins van de taak om allen op de oorspronkelijke aanklagt te ver-dedigen.

Om die feiten juist te beoordeelen, en de vraag te k u n n e n beslis-sen , wat hier als vaststaande m a g worden aangenomen , wat n i e t , schijnt het mij noodig allereerst een woord te spreken over de perso-nen der beschuldigden , over hunperso-nen aard en over hun k a r a k t e r .

Van waar zijn de beschuldigden afkomstig ? Men pleegt ze Malei-jers te noemen. Dat zou d u s , zoo men dien n a a m in zijne eigenlijke

beteekenis o p v a f e , te kennen g e v e n , dat zij zijn inboorlingen van S u m a t r a . H e t is echter blijkbaar, dat ook hier het woord Malener is gebruikt in den meer algemeenen z i n , dien de Europeanen er aan hechten ; immers dat woord bezigt men hier te lande veel als g e n e -riek woord, om de bewoners der Oost-Indische eilanden aan te duiden.

I n werkelijkheid toch blijkt, dat alleen de 13de beschuldigde , volgens zijne o p g a v e , is een inboorling van S u m a t r a ; van zestien b e -schuldigden blijkt, dat zij inboorlingen van J a v a z i j n , terwijl vier der overigen geboortig zijn van andere eilanden van den Indischen A r c h i p e l , eindelijk een (de 11de beschuldigde) van Manilla.

Voorts schijnt omtrent allen te mogen worden a a n g e n o m e n , dat zij , van waar ook geboortig , inwoners zijn van J a v a . Van hier zijn zij dan ook aangemonsterd voor eene reis naar Nederland, om weder van hier naar J a v a te worden teruggebrazt.

I k stelde de v r a a g , van waar de beschuldigden afkomstig z i j n , omdat die vraag ons leidt tot eene a n d e r e , die in deze zaak van veel gewigt i s , namelijk: welke de moedertaal der beschuldigden is?

De beschuldigden zijn , èn in de instructie , èn bij de openbare behandeling hunner z a a k , verhoord in het laag Maleisch. Maar, E d e l Groot Achtbare H e e r e n ! dat is niet de landtaal van een h u n n e r , zelfs niet van h e m , die van S u m a t r a herkomstig is , want daar is de landtaal hocg Maleisen , eene t a a l , die met hetgeen men laag Maleisch n o e m t , n i e t s , alihans zeer weinig gemeen heeft.

De N e d e r l a n d e r s , die in Ir.dië geweest zijn, k e n n e n in den regel niets dan laag Maleisch , dat is 'daar de courante t a a l , waarin de Europeaan spreekt met den inboorling en de inboorling niet den Europeaan. H e t is eene t a a l , verbasterd uit het werkelijke, het hoog Maleisch. Toen onze voorvaderen begonnen handel te drijven met de inwoners van den Indischen archipel, kwamen zij voornamelijk m a a n -r a k i n g met de Maleije-rs; uit dat ve-rkee-r van h e n . die het thans zoo-genaamde hoog Maleisch, m e t hen die Hollandsen spraken vormde zich eene soort v a n nieuwe t a a l , een mengelmoes van Maleisch en Hollandsen en eene verbastering van b e i d e ; dat mengelmoes, dat in

— 174 —

den loop der tijden nog meer verbasterde, was en bleef de taal,

In document SCHEPELINGEN AAN BOORD YAN HET KOOPVAARDIJSCHEP (pagina 175-178)

Outline

GERELATEERDE DOCUMENTEN