De invloed van wateraift. zaaidichtheden en het effekt van temperatuur

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 45-48)

LOLLO ROSSA EN LOLLO BIONDA ZW570 TEELTORIENTATIE HERFST- EN WINTERPERIODE

C. De invloed van wateraift. zaaidichtheden en het effekt van temperatuur

PROEFOPZET

De voorgaande teelten hebben nog te weinig duidelijk effekt gehad op de roodverkleuring.

Daarom wordt de invloed van bemesting niet verder onderzocht en wordt meer naar andere teeltinvloeden gezocht.

In deze teelt wordt het effect van de zaadhoeveelheid en droog of nat telen vergeleken bij twee verschillende temperatuurregimes.

De hoeveelheid zaad is van invloed op de dichtheid van het gewas, waardoor minder lichtin-treding in het gewas optreedt. De groei van het gewas wordt mede beïnvloed door de vocht-omstandigheden van de grond en door de temperatuur. Een hogere of lagere vochttoestand van de grond is bovendien van invloed op de EC van de grond. Voor deze opzet is de proef in twee afdelingen gezaaid, waarin twee verschillende temperaturen zijn nagestreefd.

code behandeling

teeltwijze zaadhoeveelheid/m2 temperatuur

K D5 droog telen 5 gram zaad koud telen

Zaaidatum: 5 augustus 1994 Zaadhoeveelheid: onderzoek Oogstdatum:. 22 en 25 augustus Aantal herh.: vier (2 per afd.) Uitvoering en waarnemingen

Zoals uit de proefopzet blijkt zijn de behandelingen droog of nat telen en de zaadhoeveelheden gezamenlijk onderzocht. De gehele proef is in twee afdelingen aangelegd, waarin twee uiteen­

lopende temperatuur zijn nagestreefd.

De behandelingen 'droog' en 'nat' telen zijn met behulp van de beregeningsinstallatie aange­

legd.

De behandeling 'nat' telen is voor het zaaien extra natgemaakt met 20 mm. water. Direkt na het zaaien is de behandeling 'nat' telen gedurende 5 dagen beregend met 30 mm. water. Deze

behandeling heeft in totaal 50 mm water gehad. De behandeling 'droog' telen is gedurende 3 dagen na het zaaien met totaal 20 mm. beregend.

De gemiddelde zaaidichtheden liggen tussen 6 en 10 gram/m2. Afhankelijk van het seizoen is de meest gebruikelijke hoeveelheid ongeveer 8-9 gram zaad/m2.

De invloed van de temperatuur is onderzocht door middel van veel of weinig ventileren.

Uiteraard is er in het zomerseizoen geen sprake van warmtevraag.

In de 'warme' afdeling is een klein verschil tussen dag- en nachttemperatuur nagestreefd.

Bij de'koude'afdeling is een groot verschil tussen dag en nacht aangehouden. Met name 's nachts is in de 'warme' afdeling veel minder geventileerd dan in de 'koude' afdeling. In de koude afdeling is dag en nacht overmatig geventileerd.

RESULTATEN

In de tabellen 5 tot en met 8 zijn de resultaten van de invloed van de zaaidichtheid, watergift en temperatuur op de roodverkleuring weergegeven.

Tabel 5. Produktiegegevens in kg/m2.

zaaidichtheid gewicht/m2 binnen de afdelingen, zijn de verschillen tussen de behandelingen niet betrouw­

baar. De verschillen zijn in de koude afdeling groter dan in de warme afdeling.

De verschillen tussen droog of nat telen zijn gemiddeld klein. Hierbij lijkt droog telen een klei­

ne meerproduktie te geven ten opzichte van nat telen. Deze verschillen zijn in'de koude afde­

ling ontstaan. In de warme afdeling zijn er geen verschillen. Er is geen verschil in produktie in kg/m2 geoogst produktie bij de verschillende zaadhoeveelheden. Het verschil in produktie tus­

sen de warme en koude afdeling wordt veroorzaakt door de verschillende oogsttijdstippen. De temperatuur heeft een groot effekt gehad op de groeisnelheid en daardoor op de produktie. De koude afdeling is 3 dagen later geoogst dan de warme afdeling. Het werkelijke oogsttijdstip had ongeveer 4 dagen later moeten zijn in plaats van 3 dagen. Hierbij is het verschil bij een zaai­

dichtheid van 5 gram kleiner dan bij 7 en 9 gram. Een lagere zaaidichtheid geeft bij de koude teelt een kleinere groeireduktie.

Tabel 6. Roodverkleuring.

5 gram 7 gram 9 gram 11 gram

intensi­ verhou­ intensi- verhou- intensi- verhou- intensi-

verhou-teit ding teit ding teit ding teit ding gebruikt. In de eerste kolom is de intensiteit weergegeven. Een hogere waardering betekent een donkerdere rode kleur. In de tweede kolom is de verhouding weergegeven. Een hoger cij­

fer betekent meer roodverkleuring en minder groene delen. De verschillen tussen droog en nat telen zijn in beide afdelingen niet noemenswaardig groot. In de koude teelt is de waardering voor de intensiteit van de roodverkleuring doorgaans hoger, met name de teeltwijze droog telen. Verschillen in verhouding tussen rood en groen werden hierbij riiet gevonden.

De invloed van de zaaidichtheid is duidelijker teruggevonden. Zowel de waardering voor inten­

siteit als verhouding nemen af naarmate meer zaad is gebruikt. De afnemende waardering voor de roodverkleuring wordt zowel in de warme als in de koude afdeling bepaald door de hoe­

veelheid zaad.

Hieruit kan worden afgeleid dat de zaaidichtheid meer invloed heeft op de roodverkleuring dan de droge of natte teeltwijze.

De roodverkleuring is het grootst in de koude afdeling. Het blijkt dat de intensiteit het meest beïnvloed wordt door de lage temperatuur. De verhouding wordt minder duidelijk beïnvloed door de temperatuur.

Tabel 7. Kwaliteitswaardering.

5 gram 7 gram 9 gram 11 gram

fijnheid lengte fijnheid lengte fijnheid lengte fijnheid lengte koude teelt

In tabel 7 is de kwaliteitswaardering met betrekking tot de behandelingen weergegeven.

Hogere cijfers voor fijnheid en lengte van het gewas hebben betrekking op eeri fijner en langer gewas.

Overduidelijk blijkt dat er geen verschillen zijn tussen droog of nat telen. Dit geldt zowel voor de fijnheid als lengte.

Evenmin is er invloed van de hoeveelheid zaad op de waardering voor lengte. De waardering voor fijnheid neemt toe naarmate de zaadhoeveelheid groter wordt.

De invloed van de kastemperatuur op fijnheid en lengte kan niet worden aangetoond.

Tabel 8. Registratiegegevens temperatuursinvloed.

kastemperaturen

gemiddelden momentaan gemiddelde R.V.

dag nacht etmaal minimum maximum dag nacht etmaal

koude teelt 20,6 14,2 18,1 8,9 31,8 68 87 75

warme teelt 26,2 20,2 23,9 16,7 39,1 76 89 81

Toelichting en bespreking

In tabel 8 zijn de gerealiseerde kastemperaturen per afdeling en teeltwijze weergegeven. In de koude teelt is een groot verschil tussen dag en nacht ingesteld. Overdag is een hoge ventila-tietemperatuur (28 °C) aangehouden en 's nachts een lage ventilaventila-tietemperatuur (3 °C).

De raamstand metingen van de koude afdeling bedroegen hierdoor voor de luwezijde min. 35%

en max. 100% (gem. 92 %) en voor de windzijde min. 1% en max 100% (gem. 62%).

In de warme afdeling is een klein verschil aangehouden, waarbij met name de nachttempera-tuur niet te laag mocht worden. In deze afdeling werd vanaf 25 °C of meer geventileerd, zowel overdag als 's nachts.

De raamstand metingen van de warme afdeling bedroegen hierdoor voor de luwezijde min. 0% en max. 100% (gem. 23 %) en voor de windzijde min. 0% en max 13,3% (gem. 6,6%).

Uit de gemiddeld gerealiseerde raamstanden valt af te leiden dat in de koude afdeling veel is geventileerd, nl. 92% en 62% voor resp. de luwe en wind-zijde. In de warme afdelingen is beduidend minder geventileerd, nl. 23% en 6,6% voor resp. de luwe- en windzijde. Door deze streefwaarden zijn de bovenstaande kastemperaturen en R.V.'s gerealiseerd. Zowel de etmaal-temperaturen, als dag- en nachtgemiddelden zijn van de warme teelt beduidend hoger dan de koude teelt. Deze conclusies gelden ook voor de momentane waarden met minimum- en maxi­

mum-temperaturen. Door minder ventileren in de warme afdeling zijn de R.V.-waarden van de koude afdeling lager.

CONCLUSIE

Uit de tabellen 5 t/m 8 blijken in meer of mindere mate teeltmaatregelen van invloed te zijn op roodverkleuring en daarmee samenhangende zaken.

De invloed van temperatuur komt duidelijk tot uiting door een verschil in oogsttijdstip van 3 tot 4 dagen door het aanhouden van een warm of koud temperatuurregime. Het aanhouden van van een groot verschil tussen dag- en nachttemperatuur geeft een verhoging van de roodver-kleuring. Dit wordt versterkt door het droog telen. Hierdoor wordt eveneens een meerproduktie bereikt. De overige behandelingen tussen droog of nat telen geven geen noemenswaardige produktieverschillen.

Er zijn geen overtuigende produktieverschillen bij de uiteenlopende zaaidichtheden.

Positieve resultaten werden bereikt met een hogere zaaidichthëid door een kwalitatief fijner gewas. De roodverkleuring nam daarbij echter af, hetgeen een tegengestelde reactie genoemd kan worden. Hierbij gaat het kwalitatieve aspekt ten koste van de roodverkleuring. Omwille van de roodverkleuring moet met een lagere zaadhoeveelheid worden volstaan. Een lagere tem­

peratuur heeft eveneens een positief effekt op de roodverkleuring.

SAMENVATTING

Maatregelen door middel van bemesting en EC leiden niet tot meer of minder roodverkleuring.

Door meer zaad te gebruiken wordt een fijn produkt verkregen maar gaat ten koste van de roodverkleuring. Omwille van een kwalitatief mooi produkt is een zaadhoeveelheid van 7 - 9 gram/m2 een goed uitgangspunt. De kg-produktie wordt niet beinvloed door meer of minder zaad.

Meer roodverkleuring kan verkregen worden door het aanhouden van een lagere nachttempe­

ratuur. Een lagere nachttemperatuur gaat wel ten koste van de groeisnelheid, maar een verla­

ting met enkele dagen is vanwege de vrij korte teeltduur acceptabel. Een lagere temperatuur levert in combinatie met droog telen extra roodverkleuring. Beide teeltmaatregelen leiden bovendien tot een gunstiger vochtklimaat, waardoor een steviger gewas ontstaat wat minder vatbaar is voor ziekten.

SLA ZW551

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 45-48)