RASSENONDERZOEK MIDDENVROEGE TREK

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 109-112)

INLEIDING

De oogst van middenvroege witlof loopt vanaf half december tot eind april. Bij de rassenkeuze moet de produktie afgewogen worden tegen de inwendige kwaliteit en de houdbaarheid. Voor onze exportpositie is het van vitaal belang dat gekozen wordt vöor rassen met een goede houd­

baarheid. Roodgevoelige rassen worden niet meer getolereerd. De normen voor bruine pit zijn wat versoepeld. Daarom komen alleen Sigma, Salsa, Totem, Monitor, Focus, Magnum en Turbo in aanmerking.

ONDERZOEK

In 1993/94 zijn op het PAGV in Lelystad en op 4 ROC's, waaronder Westmaas, in totaal 5 proe­

ven uitgevoerd. De witlof werd op Westmaas 17 mei gezaaid op ruggen van 75 cm met 2 rijtjes

* per rug. Het perceel was een zavelgrond van 32% afslibbaar. De wortels werden 3 november gerooid en in poolfust bewaard. De wortels werdén 24 januari opgezet, getrokken bij 16 °C lucht en 13 "C water. De trekduur was 23 dagen.

RESULTATEN

» In tabel 1 zijn de eigenschappen weergegeven met plussen en minnen. Deze weergave is gebaseerd op de proefresultaten van alle proeven in Nederland vanaf 1989.

Tabel 1. Overzicht raseigenschappen witlof voor de middenvroege trek1).

4' () = geschatte waarde bij een 'praktijk' trekduur

5' Kans op appelpit

6' Slechts één jaar beproefd

7' Lengte lof: ++ = zeer kort; — = zeer lang; () geschat percentage bij een "praktijk" trekduur.

In de proeven zijn de rassen op hetzelfde tijdstip gezaaid, gerooid, geforceerd en geoogst. De produktie van een ras is echter ook afhankelijk van de vroegheid en de trekduur. Rassen met een iets langere trekduur geven in de proeven dus een lagere produktie dan in de praktijk. Ook zijn vroege rassen aan het begin van de middenvroege trek produktiever dan late rassen. Aan het eind van de middenvroege trek is dit andersom omdat de vroege rassen dan versleten zijn.

Dit betekent dat de tabel bij ieder ras goed geïnterpreteerd moet worden. In tabel 2 en 3 zijn de resultaten van Westmaas samengevat.

Tabel 2. Produktiegegevens 1) witlof, middenvroege trek 1993/94 te Westmaas.

inwendige kwaliteit

1' Indexen lopen van 0 tot 100; waarbij 0 = geen aantasting; 100 = zeer ernstig aangetast.

2) Hoge cijfers wijzen op een gunstige waardering van de betreffende eigenschap.

TEELTMAATREGELEN

De tabel geeft een overzicht van goede en slechte raseigenschappen. Er zijn maar weinig ras­

sen die op alle fronten goed scoren. Bepaalde teeltmaatregelen kunnen zwakke eigenschap­

pen maskeren. Het bewust toepassen hiervan geeft een beter resultaat. Zo raken vroege ras­

ras opbr. % % oogst- houdbaarheid

totaal kwal. kort baar- ^ ^ ^7

' lof held 2) index rand2) 2)

sen aan het eind van de middenvroege trek versleten. Hiermee moet tijdens de teelt en de bewaring van de pennen rekening worden gehouden. Rassen die gevoelig zijn voor natrot moe­

ten op de armste gronden geteeld worden en liefst behandeld worden met CaCI2. Rassen die gevoelig zijn voor roodverkleuring moeten niet te rijp geoogst worden en tijdens de trek ruim bemest worden met kali. Rustig trekken geeft betere resultaten. Door behandeling met CaCI2

vermindert de bruine pit bij gevoelige rassen.

Tabel 3. Beoordeling*) witlof, middenvroege trek 1993 te Westmaas

ras

*) Hoge cijfers wijzen op een gunstige waardering; bij rijpheid geldt: 6 = optimaal; lager dan 6: lof relatief jong bij de oogst; hoger dan 6: lof relatief rijp bij de oogst.

RASSEN

De rassen Sigma, Salsa, Totem, Monitor, Magnum, Turbo en Focus voldoen voor deze perio­

de. Sigma is slechts één jaar beproefd en voldoet goed. Ook Totem heeft in de laatste 2 jaar goed voldaan. Vitessa wordt verder beproefd in 1994/95. Pax heeft de beste houdbaarheid en geen last van bruine pitten maar is wat jong geoogst en heeft te weinig kilo's en een wat lager percentage kwaliteit I. De andere rassen voldoen niet omdat ze te veel bruine pitten of een onvoldoende lofproduktie of -kwaliteit hebben of doordat de houdbaarheid onvoldoende is.

Salsa (Clause, verkopers Clause Belgium, Enza en Jos Huizer) is een middenvroeg tot laat ras.

Dit ras is zeer gevoelig voor natrot en moet daarom alleen op de armste gronden geteeld wor­

den. Behandeling met CaCI2 is bij dit ras noodzakelijk. Het lof heeft een matige (bollige) vorm en een dakpansgewijze sluiting. In een enkele proef kwam wat Point Noir voor. Sterke punten zijn de geringe gevoeligheid voor rood en bruinrand en de vrij goede produktie.

Totem (Bejo) heeft goed voldaan. Dit ras geeft vrij lang lof en is goed produktief. De kans op bruine pitten is bij dit ras wel aanwezig, maar aanvaardbaar. Een zwak punt is ook de gevoe­

ligheid voor natrot, zodat ook dit ras op niet te rijke gronden geteeld moet worden.

Monitor (Bejo) heeft vrij goed voldaan, maar bij dit ras loopt men een wat groter risico op brui­

ne pitten. In de proeven kwam de gemiddelde hoeveelheid bruine pit overeen met Focus, maar het schommelde sterk tussen de plaatsen; sommige proeven veel, andere weinig. Dit ras moet vooral aan het begin van de middenvroege trek gebruikt worden. Aan het eind is dit ras ver­

sleten en ontstaan zijspranten. Monitor is wel iets gevoelig voor nat-rot, zodat hiermee rekening moet worden gehouden bij de perceelskeuze.

Focus (Nunhem) is bijzonder produktief, maar wel gevoelig voor glazig bruine pitten en rood­

verkleuring. Daarom moet dit ras niet te rijp geoogst, en rustig geforceerd worden. Dat is ook mogelijk want qua produktie is er voldoende 'buffer'. Het lof is zeer lang en vrij goed oogstbaar.

Vaak is het blad iets rafelig. Focus is ook vrij sterk tegen natrot en kan wat N-rijkere percelen redelijk verdragen. Lage temperaturen aan het eind van de trek geven korter lof wat beter houd­

baar is. Vanwege de goede wortelproduktie moet 15 tot 20 % meer zaad gebruikt worden zodat de pennen niet te dik worden.

Sigma (Nickerson Zwaan) is een nieuwkomer die tot nu toe slechts één jaar beproefd is. Dit veelbelovende ras koppelt een goede produktie aan een goede inwendige kwaliteit en heeft bovendien een goede houdbaarheid. Een ander groot voordeel van dit ras is de hoge wortel-produktie. Een nadeel is de rafelige bladrand, waardoor de sluiting minder goed is. Ook Sigma lijkt N-rijkere gronden redelijk te kunnen verdragen.

Turbo (INRA) en Magnum (Hoquet, verkoper Jos Huizer en Enza) zijn door de versoepelde nor­

men voor bruine pit ook geschikt. Deze rassen hebben een goede houdbaarheid en een korte pit. Voor deze periode moeten de rassen op 'zware', kalkrijke gronden (>25 % afslibbaar) geteeld worden, zodat minder bruine pit ontstaat. Ook dompelen in CaCI2 geeft betere resulta­

ten. De zaai- en rooiperiode en de bewaartemperatuur moeten aangepast worden aan deze forceerperiode. Beide rassen zijn ook wat gevoelig voor natrot.

Pax (Rijk Zwaan) heeft de beste houdbaarheid maar'wordt door de achterblijvende wortel- en lofproduktie niet aanbevolen. Het ras is ongevoelig voor bruine pitten. In de praktijk zal Pax vaak iets overrijp geoogst worden, waardoor de pit te lang wordt. Het lof sluit pas laat en is vrij kort. Rijk Zwaan adviseert dit ras op N-rijkere gronden te telen, waardoor de wortelopbrengst en de lofopbrengst en de sluiting een stuk verbeteren.

Bea (INRA) voldoet niet omdat dit ras te veel bruine/zwarte pitten heeft. Het ras heeft wel een goede houdbaarheid, maar is ook gevoelig voor natrot.

Tabor (Nunhem) heeft in de proeven zeer goed voldaan, maar voldoet niet vanwege de gevoe­

ligheid voor rood en bruinrand. Dit ras heeft een perfecte sluiting, oogst makkelijk en geeft lang, slank sterk gepunt lof met een zeer hoog percentage kwaliteit I. Ook de inwendige kwaliteit is goed. De pit is kort en dit ras is niet gevoelig voor bruine pitten. Waarschijnlijk is dit ras beter geschikt voor de late trek. Dit ras heeft een hoog N-gehalte van de wortels, maar geeft geen slechtere kwaliteit lof op N-rijke percelen. Ook de bewaarbaarheid van de wortels lijkt goed.

Nunhem adviseert een 1 à 2 dagen kortere trekduur dan Rinof. Hierdoor wordt de houdbaar­

heid verbeterd. '

Final (Hoquet, verkopers Enza en Jos Huizer) moet vanwege de gevoeligheid voor roodver-kleuring en bruinrand sterk ontraden worden. In de proeven is dit late ras relatief jong geoogst.

Zelfs dit jonge lof gaf problemen. Bovendien is dit ras gevoelig voor appelpitten. Final is wel goed oogstbaar. Evenals Tabor reageert dit ras niet sterk op N-rijke percelen.

Rinof (Nunhem) moet vanwege de gevoeligheid voor roodverkleuring sterk ontraden worden.

Bovendien is Rinof in deze teeltperiode gevoelig voor bruinrand. Rinof kan soms ook wat last hebben van appelpitten, vooral als de pennen nog niet goed rijp zijn. Het lof is wel goed oogst­

baar en sterk tegen natrot. Dit ras verdraagt N-rijkere percelen vrij goed. Ook Nunhem advi­

seert dit ras niet te gebruiken voor de middenvroege trek.

Vitessa (S&G Seeds) heeft in het eerste proefjaar voldoende voldaan en wordt in 1994/95 ver­

der beproefd. Dit ras geeft lang lof met een zeer goede produktie. Het ras was bij de oogst van de andere rassen wat overrijp. De pit was te lang pit en de houdbaarheid was matig. Daarom wordt dit ras volgend jaar met een kortere trekduur geforceerd. In enkele proeven bleek dit ras gevoelig voor natrot te zijn. Dit ras is weinig gevoelig voor bruine pitten. Waarschijnlijk voldoet dit ras beter in de vroege trek waar het in 1994/95 ook verder beproefd wordt.

WITLOF 1993; ZW391

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 109-112)