GEBRUIKSWAARDE VAN GFT-COMPOST IN DE VOLLEGRONDSGROENTETEELT

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 142-145)

INLEIDING

In 1989 wordt in Nederland voor het eerst op bescheiden schaal GFT-compost geproduceerd van aan de bron gescheiden en apart ingezameld Groente-, Fruit- en Tuinafval. Per 1 januari 1994 zijn alle gemeenten verplicht hun GFT-afval gescheiden in te zamelen en af te voeren naar composteerinrichtingen. Verwacht wordt dat hierdoor de produktie van GFT-compost op kan lopen tot 750.000 ton per jaar. Deze compost zal vooral afgezet gaan worden in de akker­

bouw en vollegrondsgroenteteelt. Om de landbouwkundige gebruikswaarde van GFT-compost te toetsen is in het kader van het Nationaal Onderzoekprogramma Hergebruik (NOH) van afval­

stoffen, dat beheerd wordt door Nederlandse Maatschappij Voor Energie en Milieu en het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (NOVEM/RIVM), in 1992 een meerjarig onder­

zoek gestart. Dit onderzoek wordt mede gefinancierd door de Vereniging Van Afval Verwerkers (WAV). Op ROC Westmaas wordt in een bouwplan met. twee teelten spinazie (1992), twee teelten ijssla (1993), spruitkool (1994) en twee teelten spinazie (1995) met name het gedrag van de stikstofwerking van GFT-compost onderzocht.

PROEFOPZET

Om het gedrag van de stikstofwerking van GFT-compost te onderzoeken zijn drie hoeveelhe­

den GFT-compost gecombineerd met vijf verschillende N-giften. In februari 1992 is 0, 16 en 32 ton GFT-compost toegediend op de verschillende veldjes. In november 1993 is op dezelfde veldjes nog eens 0, 18 en 36 ton GFT-compost per ha toegediend. De N-giften (KAS) beston­

den uit een basisgift en een tweede gift (tabel 1). Om de stikstofstroom te kunnen volgen zijn voor en na de teelt grondmonsters en tijdens de oogst gewasmonsters genomen. De proef lag in viervoud en er is spruitkool (Kundry) geteeld.

Tabel 1. N-giften bij de teelt van spruitkool.

object basisgift tweede gift

NO 0 0

De proef is uitgevoerd op een perceel kalkrijke lichte klei met 39 procent afslibbare delen en 2,7 procent organische stof. De voorvrucht was ijssla. De waarden voor Pw, P-Al, K-getal en MgO waren resp. 50, 52, 25 en 133. Rekening houdend met 80 kg P205 en 230 kg K20 uit de hoogste gift GFT-compost is op 20 november 1993 op de veldjes met 0,18 en 36 ton GFT-com­

post per ha resp. 80, 40 en 0 kg P205 en 230,115 en 0 kg K20 per ha gestrooid. Op 15 janu­

ari 1994 is gespit. De spruitkool is geplant op 16 mei en de eerste N-bemesting (basisgift) vond plaats op 18 mei. Op 2 augustus vond de tweede N-bemesting plaats. Deze is ingeregend met 25 mm water. Op 21 november, 5 en 12 december zijn per veldje van 24 planten de spruiten geplukt, gewogen, gesorteerd en op kwaliteit beoordeeld. De overgebleven spruitkoolplanten zijn van het veld verwijderd. Vlak voor het ploegen op 22 december is de spruitkoolstoppel gefreesd.

RESULTATEN

Tijdens de groei was het effect van de stikstoftrappen goed zichtbaar. Het gewas op de (NO) veldjes met alleen de drie GFT-compost hoeveelheden verschilde niet in mate van groenkleu-ring. De gemiddelde netto-opbrengsten per N-object staan vermeld in tabel 2. De hoogste bruto-opbrengst werd gehaald op het derde oogsttijdstip, echter door de kwaliteitsteruggang (meer uitval) in de week tussen de tweede en de derde oogst was de netto-opbrengst lager dan op het tweede oogsttijdstip. In de tabel valt tevens af lezen dat de hoogste netto-opbrengst gehaald werd op het tweede oogsttijdstip op de objecten met de hoogste N-gift. Deze opbrengst was betrouwbaar hoger dan de opbrengst op de objecten NO, N1 en N2. Het verschil t.o.v. de N3 was niet betrouwbaar. Op het eerste en het derde oogsttijdstip werden bij een N-gift hoger dan 235 kg per ha geen betrouwbaar hogere opbrengsten gehaald. De GFT-compost had geen effect op de opbrengst, sortering en de kwaliteit van de spruiten.

Tabel 2. Netto-opbrengst (ton/ha) op drie verschillende oogsttijdstippen, Westmaas 1994.

object bemesting

(kg/ha)

netto opbrengst (ton/ha)

object bemesting

(kg/ha) 21 november 5 december 12 december

NO 0 6,53 6,06 4,06

Aan de hand van de hoeveelheden N-totaal in de spruiten, de bruto-opbrengsten het percen­

tage droge stof is de stikstofafvoer met de spruitkool berekend. De afvoer op het tweede oogst­

tijdstip varieerde gemiddeld van 55 tot 273 kg N per ha en werd bepaald door de hoogte van

de N-giften. De N-min in maart in de laag 0-90 cm was gemiddeld 36,4 tot 62,1 kg N per ha bij oplopende N-giften. Op de veldjes met de hoogste dosis GFT-compost was de N-min in de laag 0-90 cm in maart 13,3 kg N per ha hoger dan op de veldjes zonder de compost. In 1991 was de gemiddelde N-depositie gemiddeld over Nederland 41 kg N per ha. De periode tussen de eerste en laatste N-min-bemonstering is negen maanden zodat als aanvoer van stikstof door atmosferische depositie 30 kg N per ha is aangehouden. Met behulp van deze gegevens en de N-giften is per object een N-overschot berekend (tabel 3).

Tabel 3. Uitkomsten N-balans (kg N per ha) van de laag 0-90 cm (aanvoer N minus afvoer N) en de N-min (kg per ha) in november per object in de laag 0-90 cm.

Verschillen zijn betrouwbaar indien deze groter zijn dan het kleinst significante verschil (LSD).

object N-overschot N-min in december

N NO N1 N2 N3 N4 NO N1 N2 N3 N4

kg/ha 0 200 235 270 340 0 200 235 270 340

GFT

0 -3,7 95,9 108,2 130,8 176,5 10,5 11,3 16,7 15,3 32,0 18 11,9 105,5 102,0 144,5 176,2 12,3 15,3 15,9 20,7 35,9 36 15,5 101,1 104,2 140,4 171,0 12,0 13,7 17,3 18,8 52,4

LSD (5%) 24,7 5,5

Uit de tabel blijkt dat de hogere N-min in maart op de objecten met de GFT-compost geen effect had op de berekende N-overschotten. Verder valt op dat bij een N-gift hoger dan 235 kg N per ha, het effect op het berekende N-overschot groter is dan het effect op de gehaalde opbreng­

sten zoals vermeld in tabel 2.

Na de laatste oogst zijn grondmonsters genomen. De N-min na de teelt (tabel 3) in december was gemiddeld 11,6 tot 40,0 kg N per ha bij oplopende N-giften. Öp de veldjes met de hoogste dosis GFT-compost was de N-min in delaag 0-90 cm 5,6 kg N per ha hoger dan op de veldjes zonder de compost. Het verschil tussen het berekende N-overschot en de N-min in december is N die op het moment van bemonsteren nog aanwezig is in wortel- en Stoppelresten, gemo­

biliseerd is of stikstof die al verloren is gegaan door uitspoeling of denitrificatie.

BEDRIJFSSYSTEMENONDERZOEK

BEDRIJFSSYSTEMENONDERZOEK (BSO)

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 142-145)