FOSFAAT BEMESTINGSONDERZOEK (tussenrapportage 2e jaar)

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 48-51)

INLEIDING

In 1993 is meerjarig bemestingsonderzoek naar het voedingselement fosfaat opgestart. In doorlopende teelten is in 1993 en 1994 gekeken naar de effecten van verschillende fosfaatni­

veaus. Ook in 1995 wordt dit onderzoek voortgezet.

Het doel van dit onderzoek is om de komende 3 jaar, of zoveel langer als nodig is, de fosfaat­

bemesting te minimaliseren met behoud van kwaliteit en produktie. In deze periode zal het fos­

faatgedrag in de bodem worden gevolgd, evenals de effecten ervan op de groei van het gewas.

De proefbehandelingen variëren van een onbehandeld (minimum) tot een hoog niveau. In de onbehandelde proefvakken is sinds medio 1992 niet meer met fosfaat bemest. Het hoge niveau komt overeen met de situatie in de praktijk.

Het is een landelijke proef die op twee lokaties wordt uitgevoerd, te weten ROC Horst (lichte grond) en ROC Westmaas (zware grond). Dit verslag beperkt zich in hoofdlijnen op de resulta­

ten van Westmaas. Indien relevant zal ook informatie uit ROC Horst worden weergeven.

PROEFOPZET

De behandelingen bestaan uit 5 verschillende fosfaattrappen van 0, 2, 4, 6 en 8 kg tripelsu­

perfosfaat (43,5 % P205) per are, of kleinere hoeveelheden in dezelfde verhouding.

Behandelingen code gift per are

A 0 kg tripelsuperfosfaat

B 2 kg tripelsuperfosfaat of 1 kg tripelsuperfosfaat C 4 kg tripelsuperfosfaat of 2 kg tripelsuperfosfaat D 6 kg tripelsuperfosfaat of 3 kg tripelsuperfosfaat E 8 kg tripelsuperfosfaat of 4 kg tripelsuperfosfaat

De fosfaatgift per are is vastgesteld aan de hand van de analysecijfers. In eerste instantie bestonden de hoeveelheden uit 0, 2,4, 6 en 8 kg per are. Om oplopende fosfaatcijfers te voor­

komen is in een aantal teelten de fosfaatgift gehalveerd met respectievelijk 0, 1, 2, 3 en 4 kg tripelsuperfosfaat per are. In de tabellen zijn de analysecijfers van de proefobjekten weerge­

geven. De analysecijfers zijn het eindresultaat van de desbetreffende teelt. Op basis van deze cijfers is de fosfaatgift voor de nieuwe teelt vastgesteld.

PROEFOMSTANDIGHEDEN

De meeste teelten in 1994 zijn zonder teelttechnische problemen verlopen. De gewasbescher­

ming is aangepast aan het teeltseizoen uitgevoerd. De 8e teelt voldeed kwalitatief minder. De onderkant was zwak en er kwam veel smet en geel blad voor. Ook was er veel meeldauw aan­

wezig. Hierdoor was deze teelt minder succesvol dan de voorgaande teelten.

Uitvoering en waarnemingen

Van iedere teelt is de grond bemonsterd en zijn de fosfaattrappen bemest volgens de analyse­

cijfers en de proefopzet. De overige belangrijke voedingselementen zijn volgens advies bemest.

Afhankelijk van de hoogte van de P-cijfers zijn verhoudingsgewijs grotere of kleinere hoeveel­

heden fosfaat gegeven. Van iedere teelt zijn de eindcijfers van de voorgaande teelt de basis waarop de fosfaatgift is bepaald. Deze gegevens zijn van iedere teelt in de tabel vermeld.

Van iedere teelt zijn behalve het verloop van de P-cijfers ook de produktiecijfers verzameld.

Regelmatig zijn de Pw- en P-AI-getal onderzocht. Deze cijfers geven de voorraad van fosfaat in de grond weer. De bemestingsgiften in de tabellen betreffen het aantal kg per are van de des­

betreffende meststoffen (TSF = tripelsuperfosfaat, KAS = kalkammonsalpeter, PatKali = patent­

kali). De produktiecijfers geven het netto kg-kropgewicht per 100 stuks weer. De P^-cijfers zijn weergegeven in mmol/l volgens het 1:2 volume-extract.

Het Pw-getal is uitgedrukt in mg P2O5/I per liter droge stof en het P-AI-getal in mg P205 per 100 gram droge stof.

Van iedere teelt zijn gewasmonsters genomen. Hiervan is het droge stofgehalte bepaald en wordt het gewas onderzocht op de opname van fosfaat. De gegevens hiervan zullen in een later stadium worden verwerkt in de resultaten.

RESULTATEN

Tabel 2. Fosfaatkroppenproef 5e teelt 1993-1994 winterteelt.

object bemestingsgiften (kg/are) produktiegegevens kg/100 stuks

Toelichting en bespreking

Zoals uit tabel 2 blijkt zijn de fosfaattrappen met gehalveerde hoeveelheden tripelsuperfosfaat bemest. Uit de produktiegegevens blijken zowel bij de bruto- als nettogewichten geen verschil­

len tussen de behandelingen te bestaan. Ook de afvalpercentages verschillen niet van elkaar.

In de analysecijfers aan het eind van de teelt worden de fosfaattrappen goed teruggevonden.

Tabel 3. Fosfaatkroppenproef 6e teelt 1994 voorjaarsteelt.

object bemestingsgiften (kg/are) produktiegegevens afval (%) analysegegevens (einde teelt) (kg/100 stuks)

In tabel 3 zijn de resultaten van de voorjaarsteelt weergegeven. De hoogte van de fosfaatcij-fers uit de voorgaande teelt waren aanleiding de fosfaatgift met de gehalveerde hoeveelheden uit te voeren. De bruto- en nettoproduktiècijfers en afvalpercentages van de vijf fosfaattrappen geven geen onderlinge verschillen. De analysecijfers van de fosfaattrappen geven hetzelfde beeld als de voorgaande teelt. De P-AL- en Pw-getallen laten een sterke daling zien bij de objecten waar minder fosfaat is bemest. In vergelijking met de P-AL- en Pw-getallen van de vorige bemonstering gaat de verlaging langzaam. Ook is de hoogte van de getallen dusdanig dat geen sprake kan zijn van een absoluut minimum. De produktie wordt ook nog steeds niet beïnvloed door de fosfaattrappen.

Tabel 4. Fosfaatkroppenproef 7e teelt 1994 zomerteelt.

object bemestingsgiften (kg/are) produktiegegevens afval (%) analysegegevens

kg/100 stuks (einde teelt)

In tabel 4 zijn de resultaten van de zomerteelt van de 7e teelt van het fosfaatbemestingson-derzoek weergegeven. De fosfaatgift is opnieuw met gehalveerde hoeveelheden gegeven. De onderlinge verschillen tussen de fosfaattrappen zijn zowel bij het bruto- en nettogewicht en het afvalpercentage onbeduidend klein. De analysecijfers aan het einde van de teelt geven een oplopend fosfaatniveau naarmate meer fosfaat is gegeven.

Tabel 5. Fosfaatkroppenproef 8e teelt 1994 najaarsteelt.

object bemestingsgiften (kg/are) produktiegegevens kg/100 stuks

In tabel 5 zijn de resultaten van de herfstteelt weergegeven. Binnen de proefvelden zijn soms grote verschillen aanwezig. Er bleken geen betrouwbare verschillen tussen de objecten te zijn.

Dit betekent dat ook in deze teelt verlaging van de fosfaatgift niet van invloed is op de produk-tie. Aan het eind van de teelt laten de P-cijfers hetzelfde beeld zien als de voorgaande teelten.

Naarmate de fosfaatgift hoger was is het analysecijfer hoger.

CONCLUSIE

Na afloop van het 2e onderzoeksjaar kunnen de resultaten als volgt worden samengevat.

De toediening van fosfaat in de verschillende fosfaattrappen heeft in het 2e jaar van deze proef nog niet geresulteerd in aantoonbare verschillen tussen de kropgewichten en/of kwaliteit van de kroppen.

Aan de hand van bemonstering van de fosfaatconcentraties in de grond kunnen de fosfaat-trappen van iedere teelt worden teruggevonden. Naarmate de fosfaatgift is verlaagd worden lagere fosfaatcijfers teruggevonden. Dit leidt tot op heden nog niet tot verlaging van de pro-duktie. Uit gewasmonsters blijkt meer opname van het gewas naarmate meer fosfaat is toege­

diend. Het droge stofgehalte lijkt eveneens toe te nemen. De hogere fosfaatgift leidt echter niet tot een hoger kropgewicht en moet om deze reden worden gezien als een luxe consumptie van het gewas.

Omdat een lagere fosfaatgift nog niet een verlaging van het kropgewicht geeft, blijkt de fos-faatvoorraad in de grond nog voldoende om nog geen uitputtingsverschijnselen te tonen.

De voorraad van fosfaat is met behulp van de P-AL- en Pw-getallen meetbaar.

De verlaging van de P-AL- en Pw-getallen is verder ingezet, maar lijken nog niet voldoende laag om de groei van het gewas te beïnvloeden.

SAMENVATTING

leen 2e jaar: teelt 1 t/m 8

Na twee jaar onderzoek met verschillende fosfaatniveaus zijn acht teelten afgerond.

De verschillende fosfaattrappen geven nog onvoldoende duidelijkheid over een optimale fos­

faatbehoefte. Bij geen enkele teelt heeft een verlaging van de fosfaatgift de groei of kwaliteit beïnvloed. Betrouwbaar lagere produktiecijfers zijn uitsluitend in de 2e teelt aantoonbaar. In de 1e, 3e, 4e, 5e, 6e, 7e en 8e teelt kunnen geen betrouwbare produktieverschillen vastgesteld.

Ook de proef in Horst liet hetzelfde zien. Ook daar kunnen geen verschillen worden aangetoond tussen de behandelingen. In Horst gaf de 4e teelt wel betrouwbare, maar kleine verschillen.

Aan de hand van gewasmonsters is vastgesteld dat er door het gewas meer fosfaat is opge­

nomen naarmate meer fosfaat is toegediend. Hieruit blijkt dat fosfaat wel door het gewas wordt opgenomen, maar dat dit niet leidt tot een hogere produktie.

De P-Al- en Pw-getallen nemen langzaam af naarmate minder fosfaat is toegediend. De verla­

ging gaat langzaam. De P-AL- en Pw-getallen waren bij de start van de teelt al niet hoog. In deze proef is het meest extreme object vanaf medio 1992 niet meer met fosfaat bemest. Ook bij deze behandeling is nog geen sprake van uitputting van de hoeveelheid fosfaat. Getuige de fosfaatcijfers komt ook nog steeds een kleine hoeveelheid fosfaat vrij. De produktie blijft ook bij deze behandeling nog niet duidelijk achter bij de andere objecten. De proef zal komend seizoen worden voortgezet. Naarmate een steeds verdere verlaging van het fosfaatniveau wordt bereikt zullen de effecten steeds sterker zichtbaar worden in de gewasgroei.

SNIJBOON ZW571

ORIËNTEREND TEELTSYSTEMENONDERZOEK IN

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 48-51)