INLEIDING

Voor de late trek van witlof (lofoogst vanaf mei) is de rassenkeuze beperkt. Rinof domineert de markt. Salsa heeft de laatste jaren te veel problemen gegeven en wordt niet meer aanbevolen.

Tabor lijkt voor deze periode een aanwinst te worden.

ONDERZOEK

Voor de late trek zijn in het seizoen 1993/94 vijf proeven uitgevoerd op het PAGV en de ROC's, waaronder Westmaas. De proeven zijn onder praktijkomstandigheden uitgevoerd. De witlof werd op Westmaas 17 mei gezaaid op ruggen van 75 cm met 2 rijtjes per rug. Het perceel was

een zavelgrond van 32% afslibbaar. De wortels werden 3 november gerooid en in poolfust bewaard. De wortels werden 10 mei opgezet, getrokken bij 15 °C lucht en 13 °C water. De trek-duur was 24 dagen. Alle rassen zijn per proef in drievoud op één tijdstip geoogst.

RESULTATEN

In tabel 1 en 2 zijn de meerjarige landelijke resultaten van de rassen samengevat. Tabor is de afgelopen 2 jaar in 9 proeven onderzocht. De andere rassen zijn tenminste 4 jaar in 21 of meer proeven onderzocht. Tabel 3 t/m 5 geven de resultaten van Westmaas.

Tabel 1. Resultaten witlof, late trek 1989/90 tot en met 1993/94.

ras vroeg­ totaal % % oogst­

Tabel 2. Resultaten witlof, late trek 1989/90 tot en met 1993/941).

ras slui­ unifor­ vorm algemene rel. bruine houdbaarheid

ting miteit indruk pit- pit2) rood2'

1 ) Hoge cijfers wijzen op een gunstige beoordeling.

2) Index: 0 = geen bruine pit of roodverkleuring; 100 = zeer veel bruine pit of roodverkleuring.

Salsa (Clause) heeft onvoldoende voldaan. In de late trek is dit een relatief vroeg ras, dat na mei versleten raakt. Salsa reageert sterk op stikstof in de wortel. Hoge N-gehaltes geven een slechte lofkwaliteit en natrot. Dit ras moet op de N-armste gronden geteeld worden. Een behan­

deling met CaCI2 heeft bij dit ras veel effect. Het lof wordt overrijp door pitvorming en losgroei van de krop.

In de proeven was de lofproduktie vrij goed. Deze is echter iets overschat omdat de trekduur iets korter is en veel proeven aan het begin van de late trek zijn uitgevoerd, waar dit relatief vroege ras nog goed voldoet. Het percentage kwaliteit I is voldoende. Salsa vormt vrij kort, matig tot voldoende gesloten en oogstbaar lof. De kropjes zijn dakpansgewijs opgebouwd, soms rafelig en bollig van vorm. De inwendige kwaliteit is vrij goed, maar de pit is vrij lang.

De houdbaarheid is vrij goed mits geen natrot optreedt. In het handelskanaal groeit het lof vaak los.

Tabel 3. Opbrengst en kwaliteit witlof, late trek 1993/94 te Westmaas.

rascode/

*) Hoge cijfers wijzen op een gunstige oogstbaarheid.

Tabel 4. Houdbaarheid 1> en inw. kwaliteit 2>, late trek 1993/94 te Westmaas.

1) Hoge cijfers wijzen op een gunstige waardering.

z» Indexcijfers lopen van 0 tot 100: hoge cijfers wijzen op problemen.

Tabel 5. Beoordeling') en opmerkingen witlof, late trek 1993/94 te Westmaas.

rascode/ rijp­ slui­ unifor­ vorm A.l. opmerkingen

rasnaam heid ting miteit

*) Hoge cijfers wijzen op een gunstige waardering; rijpheid: 6 = optimaal; kleiner dan 6: lof relatief jong geoogst;

hoger dan 6: lof relatief rijp geoogst.

Rinof (Nunhem) heeft vrij goed voldaan. In het begin van de late trek geeft dit ras wel goede resultaten, maar moet dan ontraden worden i.v.m. de roodverkleuring. Dit ras wordt in de trek-kerij niet snel overrijp, maar moet door de roodverkleuring niet te rijp geoogst worden. De lof-produktie is vrij goed en het percentage kwaliteit I is goed. Het lof is vrij kort, en is zeer goed oogstbaar. De sluiting is vrij goed. De buitenste bladeren lopen bijna door tot de bovenkant van de krop. De uniformiteit en de vorm zijn eveneens vrij goed. De inwendige kwaliteit is goed. Wel kan dit ras soms last hebben van appelpitten. De houdbaarheid is matig door de gevoeligheid voor roodverkleuring en bruinrand. Rinof reageert weinig op N-tijdens de wortelteelt. Dit bete­

kent dat dit ras op veel gronden stabiel is. In verband met de roodverkleuring is het aan te raden dit ras 'koud'te oogsten (bijvoorbeeld 10 °C) en zo snel mogelijk (binnen een uur) op het bedrijf zelf terug te koelen naar 1 °C. Zorg ook voor voldoende kali bij het proceswater, vooral aan het eind van de trek.

Final (instandhouder Hoquet, ingezonden door Enza) heeft vrij goed voldaan. Dit ras lijkt sterk op Rinof, maar heeft een wat betere sluiting. De wortels lijken echter gevoeliger voor ziekten (Sclerotinia) dan Rinof. Dit ras wordt in de trekkerij niet snel overrijp , maar moet door de rood­

verkleuring en de pitlengte niet te rijp geoogst worden Het heeft een iets lagere produktie, een iets hoger percentage kwaliteit I en is wat gevoeliger voor bruine pitten (appelpit) dan Rinof. In hét begin van de late trek worden al goede resultaten gehaald, maar moet dit ras ontraden wor­

den i.v.m de roodverkleuring. Het lof is vrij kort en is zeer goed oogstbaar. De sluiting is zeer goed. De buitenste bladeren lopen door tot de bovenkant van de krop. De uniformiteit, de vorm en de algemene indruk van het lof zijn zeep goed. De inwendige kwaliteit is voldoende. De pit is vrij lang. Dit ras is vooral aan het begin van de late trek wat gevoelig voor bruine pit (appel­

pitten). Gemiddeld geeft dit echter geen problemen. De houdbaarheid is matig door de gevoe­

ligheid voor roodverkleuring en bruinrand. Wel is de roodverkleuring minder ernstig dan bij Rinof. Bij Rinof zit de roodverkleuring vooral aan de buitenkant van de krop; bij Final zit deze meer in de krop. Final reageert ten aanzien van stikstof tijdens de wortelteelt en het forceerre-gime hetzelfde als Rinof.

Tabor (voorheen Nun 8215, Nunhem) heeft de afgelopen 2 jaar goed voldaan. Dit ras is ver­

gelijkbaar met Rinof, maar geeft länger, slanker, sterk gepunt lof en heeft een iéts kortere trek-duur. Het ras is goed produktief. In het onderzoek werd een 24% hogere produktie gehaald dan Rinof, maar in de praktijk zal dit door de kortere trekduur beperkt blijven tot ca. 15%. Het per­

centage kwaliteit I lof is zeer hoog. Het lof is zeer goed oogstbaar. In de trek wordt dit ras over­

rijp doordat het lof te lang wordt. In enkele proeven viel op dat de pennen van dit ras goed bewaarden. Ook tijdens de trek was weinig uitval door niet uitgelopen pennen. Een belangrijk

nadeel van Tabor is de matige houdbaarheid van het lof. Het lof verkleurt makkelijk rood, maar wel iets minder dan Rinof. De uitwendige roodverkleuring valt tussen Final en Rinof in. Bij door­

snijden van de kroppen ontlopen deze 3 rassen elkaar weinig. Bij Tabor komt ook vaak een (licht) bruin randje voor. Het ras lijkt weinig tot zeer weinig te reageren op stikstof tijdens de wor­

telteelt en moet dus in de teelt en trek net zo behandeld worden.

WITLOF ZW606

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 112-115)