INLEIDING

ROC Westmaas is in 1989 onderzoek begonnen naar de invloed van het omvallen van sten­

gels op de opbrengst en kwaliteit van asperges. Door het te ondiep planten en door wind kun­

nen de stengels omvallen. Door de planten aan te aarden kan dit mogelijk voorkomen worden.

De plant krijgt op deze manier extra steun waardoor de wind er minder vat op heeft. Als de plant omgevallen is, stagneert het assimilatievermogen. Hierdoor wordt er minder reservevoedsel in de plant opgeslagen, zodat de produktie het volgende jaar mogelijk lager is. Ook zijn de gebro­

ken stengels een gemakkelijke invalspoort voor ziekten.

In het onderzoek worden verschillende plantdiepten, die gerealiseerd worden door aanruggen, met elkaar vergeleken. In de proef is ook een object opgenomen, waarbij chrysantengaas ervoor zorgt dat er geen planten omvallen. Dit is voor de praktijk niet van toepassing, maar de doelstelling van de proef kan op deze manier beter worden nagestreefd.

PROEFOPZET

De volgende objecten zijn in de proef opgenomen:

A: vlakveldsteelt B: 10 cm rug C: 20 cm rug

D: 20 cm rug en chrysantengaas

PROEFVELDGEGEVENS EN UITVOERING

Ras: Geynlim

Plantdatum: 10 en 11 april 1989 Plantdiepte: ongeveer 10 cm Plantverband: 75 x 33 cm Aantal planten/ha: 40000

Oogstperiode: 6 mei tot 22 juni Oogst

De oogst van de deze proef is als volgt gebeurd:

1989: plantjaar: niet geoogst

1990: 1e oogstjaar: 15 april tot 1 mei 1991: 2e oogstjaar: 12 april tot 31 mei 1992: 3e oogstjaar: 22 april tot 23 juni 1993: 4e oogstjaar: 20 april tot 22 juni 1994: 5e oogstjaar: 6 mei tot 22 juni

Van ieder veld werd de opbrengst en kwaliteit afzonderlijk bepaald. Bij de oogst werd per veld het volgende vastgesteld: aantal, gewicht en dikte van de stengel. De sorteringen zijn: kwaliteit I, 8-10 (Dl), 10-12 (Cl), 12-16 (BI), 16-20 (Al), 20-28 (AAI); kwaliteit II: krom, open kop; aantal niet veilbaar, waaronder vallen: extreem krom, extreem open, niet volledig uitgegroeid en beschadigde asperges tijdens oogst of door vraat.

RESULTATEN

De oogstperiode was in 1994 van 6 mei april t/m 22 juni. De resultaten van de proef zijn weer­

gegeven in tabel 1 en 2.

Tabel 1. Opbrengst en stengelgewicht van groene asperges in 1994 bij verschillende hoogten van de rug.

object opbrengst aantal stengels veilbaar sténgelgewicht klasse I (%) klasse II (%)

(ton/ha) per ha (x 1000) (gram)

A 2,2 123,3 13,56 38 62

B 3,8 257,5 13,45 42 58

C 2,1 135,0 12,46 28 72

D 3,4 208,3 ' 14,28 38 62

Uit tabel 1 blijkt dat de objecten B en D veel meer stengels leveren dan object A. Dit verschil is statistisch betrouwbaar (LSD(5%)=83,57). Het stengelgewicht van aleen 20 cm aanruggen is lager dan van de andere objecten (LSD(5%)=1,18). Het verschil in opbrengst is niet statistisch betrouw­

baar.

Tabel 2. Sortering veilbare asperge, Westmaas 1994.

object sortering (%)

Cl BI Al

A (vlakvelds) 72 28 0

B (10 cm aanruggen) 69 28 3

C (20 cm aanruggen) 82 17 1

D (20 cm + chrysantengaas) 67 30 3

Uit tabel 2 blijkt dat object C vooral veel meer Cl heeft geleverd dan object A, B en D (LSD(5%)=10,0).

Bij object C was het percentage BI lager dan bij de andere objecten (LSD(5%)=8,3).

In tabel.3 zijn de opbrengstgegevens van 1991 t/m 1994 op een rij gezet.

Tabel 3. Vergelijking van de opbrengst en het totale aantal asperges tussen de oogstja­

ren 1991 t/m 1994.

object ton/ha aantal asperges/ha

object

1991 1992 1993 1994 1991 1992 1993 1994

A 4,7 8,7 7,2 2,2 233.000 497.250 521.000 123.250

B 4,4 8,9 10,1 3,8 211.250 527.250 668.000 257.500

C 4,6 7,6 7,2 2,1 229.250 493.500 608.750 135.000

D 4,9 8,5 9,3 3,4 233.000 538.500 705.750 208.250

Uit tabel 3 blijkt dat object B (10 cm aanruggen) dit jaar de hoogste opbrengst geeft. Dit was ook in 1992 en 1993 het geval, alleen was dit toen minder duidelijk. De opbrengsten lagen afge­

lopen jaar duidelijk lager dan de andere jaren.

CONCLUSIE

Tot dusver zijn er geen betrouwbare verschillen in opbrengst tussen de verschillende manieren van aanruggen. Het aantal stengels was bij de objecten B en D (10 cm aanruggen en 20 cm aanruggen + chrysantengaas) alleen betrouwbaar hoger dan bij niet aanruggen.

GROENE ASPERGES ZW415

ONDERZOEK NAAR INTERACTIE TUSSEN PLANTMATERIAAL EN PLANTDIEPTEN

INLEIDING

Naarmate een aspergegewas ouder wordt, komen de planten hoger in de grond te liggen, dus dichter aan het grondoppervlak. Normaal worden de planten op een diepte van 15 - 20 cm beneden maaiveld geplant. Wanneer er ondieper geplant wordt, is er een grotere kans op beschadiging van de knoppen. Ook is er een grotere kans op het omwaaien van stengels, bewerkingsschade, vorstschade en dunnere stengels. Dieper planten houdt in dat er later geoogst kan worden, de lagere opbrengst ligt, maar dat de stengels dikker zullen zijn.

In het verleden is er altijd gebruik gemaakt van eenjarig plantmateriaal. Maar omdat deze plan­

ten al in eind maart of begin april geplant moeten worden (vaak onder slechte omstandighe­

den) wordt er in deze proef bekijken of perspotplanten en paperpotplanten dezelfde produktie geven als eenjarige planten. Deze planten kunnen later en onder vaak betere omstandigheden geplant worden en zijn goedkoper.

In deze proef wordt de invloed van plantmateriaal (eenjarige planten, perspotplanten en paper­

potplanten) en de plantdiepte (10 cm, 20 cm) op de opbrengst en kwaliteit van groene asper­

ges nagegaan.

PROEFOPZET

In de proef zijn de volgende objecten opgenomen:

object plantmateriaal plantdiepte

A eenjarige plant 10 cm

B eenjarige plant 20 cm

C perspotplant 10 cm

D perspotplant 20 cm

E paperpotplant 10 cm

F paperpotplant 20 cm

PROEFVELDGEGEVENS EN UITVOERING

Ras: Geynlim

Plantdatum: eenjarige planten: 16 april 1991 perspot en paperpot: 4 juni 1991 Plantafstand: 150 x 25 cm

Oogstperiode: 6 mei t/m 10 juni Oogst

De oogst van de deze proef is als volgt gebeurd:

1991:

1992 1993 1994

plantjaar: niet geoogst

1e oogstjaar: 15 april tot 1 mei 2e oogstjaar: 20 april tot 24 mei 3e oogstjaar: 6 mei tot 10 juni

Van ieder veld werd de opbrengst en kwaliteit afzonderlijk bepaald. Bij de oogst werd per veld het volgende vastgesteld: aantal, gewicht en dikte van de stengel. De sorteringen zijn: kwaliteit I, 8-10 (Dl), 10-12 (Cl), 12-16 (BI), 16-20 (Al), 20-28 (AAI). Kwaliteit II: krom, open kop. Aantal niet veilbaar, waaronder, vallen: extreem krom, extreem open, niet volledig uitgegroeid en beschadigde asperges tijdens oogst of door vraat.

RESULTATEN

Doordat de groei van de perspotten en de paperpotten in 1991 erg tegen viel, zijn in 1992 alleen de eenjarige planten geoogst. Uit tabel 1 blijkt dat de plantdiepte weinig effect heeft op de opbrengst. Alleen bij verschillende plantmaterialen is er verschil. De opbrengst viel afgelo­

pen jaar erg tegen.

Tabel 1. Opbrengst en stengelgewicht van groene asperges in 1994 bij verschillende plantmaterialen en plantdiepten.

object opbrengst aantal stengels stengelgewicht klasse I {%) klasse II (%) (ton/ha) veilbaar per ha (gram)

A 1,6 133.016 15,5 48 62

B 1,5 131.746 14,7 46 59

C 0,8 78.413 14,0 38 52

D 0,8 73.968 15,4 45 58

E 0,8 73.968 15,0 37 52

F 0,4 39.683 15,2 41 58

De opbrengst was bij de eenjarige planten hoger dan bij de andere planttypen (LSD (5%)= o,79).

Ook het aantal stengels was bij de eenjarige planten betrouwbaar hoger (LSD(5%)= 53.021).

Tussen de stengelgewichten zaten ook betrouwbare verschillen (LSD(5%)=1,3). Perspotplanten geplant op 10 cm diep kwamen er qua stengelgewicht slecht uit. Qua kwaliteit zaten er geen betrouwbare verschillen tussen de objecten.

Tabel 2. Sortering veilbare asperge, Westmaas 1994.

object Sortering klasse I

Cl BI Al

A 58 38 4

B 60 38 3

C 66 30 4

D 58 41 2

E 60 37 4

F 54 42 3

Er zaten geen betrouwbare verschillen in sorteringen tussen de verschillende objecten.

In tabel 3 is de opbrengst van de verschillende typen planten bij elkaar gezet.

Tabel 3. Opbrengst en stengelgewicht van groene asperges in 1993 en 1994 eenjarige, perspot- en paperpotplanten.

object opbrengst (ton/ha) aantal stengels per ha ( x 1000)

object

1993 1994 1993 1994

eenjarige 4,0 1,6 271,2 132,4

perspot 2,6 0,8 239,1 76,2

paperpot 1,3 0,7 135,0 56,8

De opbrengst was in 1994 bij eenjarige planten betrouwbaar hoger dan bij perspot- en paper­

potplanten (LSD(5%)=o,56). Bij de perspotplanten en paperpotplanten was de opbrengst in 1994 vrijwel gelijk. Het aantal stengels was bij eenjarige planten betrouwbaar hoger dan bij perspot­

planten en paperpotplanten (LSD(5%)=37,49).

In figuur 1 is het opbrengstverloop van groene asperges bij verschillende plantmaterialen en plantdiepten gedurende de oogstperiode nog eens weergegeven.

Figuur 1. Opbrengstverloop van groene asperges gedurende de oogstperiode.

In document RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK VOUEGRONDSGROENTEN GLASGROENTEN 1994 AKKER-EN A TUINBOUW WESTMAAS (pagina 64-67)