Overzicht van de winning van delfstoffen

In document I. TEKST VAN HET VERSLAG VAN BESTUUR EN STAAT VAN NEDERLANDSCH-INDIË OVER (pagina 118-125)

i. Bosschen in de Buitengewesten

1. Overzicht van de winning van delfstoffen

De algemeene economische depressie heeft in 1931 op den mijnbouw in Neder-landsch-Indië in nog sterkere m a t e een deprimeerenden invloed uitgeoefend dan in het daaraan voorafgegane jaar. Niet alleen door de lagere productie van alle delfstoffen — zooals uit onderstaande tabel blijkt —, m a a r ook door de daling der marktprijzen van alle mijnbouwproducten zijn de financieele resultaten van de mijnbouwondernemingen over 1931 beneden die van 1930 gebleven.

Producties.

Delfstof 1930 1931 Tin 35 141,2!) ton 27 813,72 ton

Steenkolen 1 8 7 0 823 ,, 1 3 9 9 931

Goud 3 435 366 gram 3 113 283 gram Zilver 65 140 324 ,, . 45 816 268

Aardolie 5 531 480 ' ) ton 4 698 052 ton D i a m a n t 447 k a r a a t 287,25 karaat

Mangaanerts .. 16 690l) ton 14 541 ton

Zwavel 5 605 ,, 1 717 Koperjoduur

(uitvoer) .... 203 ,, 189,734 ,,

Wolframiet .... 30,6 ,, van 68,75 % 0,983 .. v a n 6 8 , 1 %

WO, wo

3

Asf altgesteente 12 9 0 0 ' ) ., 2 394

P h o s p h a a t 1 2 5 8 ,, van 12— 110 ,, van 27 %

30 % P20 , P20ä

Tengevolge van de daling der prijzen waren de verschillende mijnbouwmaat-schappijen, behalve die voor de winning van goud en zilver, reeds in 1930 be-gonnen de productie in t e krimpen. Dit werd in 1931 voortgezet, waarbij de meeste tin-, steenkolen- en petroleummaatschappijen de verdere exploitatie van de minst economische objecten staakten, terwijl andere hare mijnen geheel moesten sluiten, zooals de Mijnbouw- en H a n d e l m a a t s c h a p p i j „Goenoeng Batoe B e s a r " h a a r gelijknamige mijn in de residentie Zuider- en Oosteraf deeling van Borneo en de Nederlandsch-Indische Tin Exploitatie Maatschappij hare tin-winning op het eiland Koendoer. H e t Gouvernement ging over tot ^sluiting van de Poelau Laoet-stsenkolenmijnen.

De productiebeperking van de meeste mijnbouwondernemingen hield uiteraard verband m e t de vraag naar de door haar te leveren producten, m a a r was in zooverre eene vrijwillige, dat zij niet geschiedde na onderling overleg tusschen de verschillende maatschappijen, zooals in den tinmijnbouw, voor welken een internationaal restrictieschema overeengekomen werd, hetwelk 1 M a a r t 1931 van kracht werd. W a t aan de totstandkoming van deze overeenkomst is voorafgegaan en op welke basis zij berust, is reeds in het vorig Verslag (blz. 178/9) uitvoerig uiteengezet.

De goudwinning van de alluviale placer Tapaibekin bij Kotaboenan (ISi oord-Celebes) moest tegen het einde van 1931 gestaakt worden wegens het faillisse-m e n t van de Exploratie- en Exploitatie Maatschappij Bolaang Mongondou.

De Gouvernementsmijn Tambang-Sawah s t a a k t e 31 J u l i 1931 de ertswinning wegens u i t p u t t i n g van den ertsvoorraad; daarentegen k w a m de mijn B a l i m b m g der Mijnbouwmaatschappij van dien n a a m , gelegen bij Bondjol in de residentie S u m a t r a ' s W e s t k u s t , in J u n i 1931 in exploitatie.

De primitieve I n l a n d s c h e mijnbouw bleef in 1931 beperkt tot het winnen van zeer weinig alluviaal goud en van d i a m a n t e n in de residentie Zuider- en Ooster-afdeeling van Borneo en tot het graven van kolen in de nabijheid der groote

l) Verbeterd cijfer.

W I N N I N G VAN D E L F S T O F F E N . 115 rivieren, teneinde de transportkosten voor de kolen zoo laag mogelijk t e houden, zooals bij de L e m a t a n g in P a l e m b a n g , langs de Boven-Kappeas in de Wester-afdeeling van Borneo en in de Doesoenlanden der Zuider- en Oosteraf deel ing van Borneo.

Voorts werd door I n l a n d e r s op de Goenoeng Welirang in de residentie Malang nog eene hoeveelheid van ± 100 ton zwavel gewonnen, welke te Prigen werd verkocht tegen een prijs van f 3,75 per pikpl gemiddeld.

Verdere gegevens over den mijnbouw zijn vermeld in het Jaarboek van het Mijnwezen in Nederlandsch-Indië en in deel I I van dit Verslag.

2. Tin.

Tin werd in 1931 door het L a n d gewonnen op het eiland Bangka, door de Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij , , B i l l i t o n " op het gelijknamige eiland, in welke onderneming het Gouvernement voor 5/8 aandeelhouder is, door de Singkep Tin Maatschappij op het eiland Singkep en verder door de Nederlandsch-Indische Tin Exploitatie Maatschappij op het eiland Kpendoer, waarin het Gouvernement voor 5/16 participeert.

Deze laatste ontginning werd in verband m e t den toestand van de t i n m a r k t in Mei 1931 stopgezet, terwijl de exploratie van die Maatschappij bij het einde van het jaar 1931 eveneens werd gestaakt, Op Koendoer en Karimoen waren de exploratie-resultaten goed, op B i n t a n en B a t a m werden geen verdere resultaten bereikt, terwijl de exploraties op het eiland Lingga, den Posik-archipel, Temiang, Selajar, op de kleine eilanden t e n Noordoosten van Koendoer en in de zeestraten bij Koendoer geen resultaten, opleverden.

Producties.

Tinproductie (in t o n n e n T e r r e i n . O n t g i n n i n g e n .

Bangka.

Billiton.

Singkep.

Koendoer.

Bangkinang.

Gemeenschappelijke Mijnbouwmaat-Singkep Tinmaatschappij

Ned.-Indische Tin-Exploitatie-Maat-Mij n bouwmaatschappij „Stannum" . .

Totaal . . .

van 10 1930.

21 942,8 11774,3 1) 1 189,7 134,8 99,6 35 141,2

DO kg).

1931.

17 397,21 9 223,05 1 169,09

24,37

27 813,72 Met deze productie n e e m t Nederlandsch-Indië na Malakka en Bolivia nog steeds de derde plaats onder de tinproducenten in; de wereldproductie in 1931 bedroeg ± 143 340 ton, tegen ± 172 200 ton in 1930.

Tinsituatie. Bij de op 1 M a a r t 1931 tot stand gekomen restrictie-overeenkomst sloten zich aan de Eegeeringen van Nederlandsch-Indië, Malakka ( F e d e r a t e d en Unfederated Malay S t a t e s ) , Bolivia en Nigeria, terwijl later ook Siam toetrad, zoodat ongeveer' 95 % van de wereldproductie onder het restrictieschema werd gebracht.

De tinprijs, welke 17 December 1930 voor ready tin t e Londen £ 104.10 per ton van 1016 kg bedroeg, liep begin J a n u a r i 1931 op tot £ 120. Na eene reactie tot £ 112 begin Februari werd 23 Februari £ 123 betaald. I n April werd eene scherpe prijsdaling waargenomen en op den laatsten dier m a a n d was de noteering teruggeloopen tot £ 104.10. I n Mei sloot de m a r k t na eene stijging tot £ 109.12.6 op £ 100.12.6. De maandelijksche statistiek toonde eene gestadige toeneming der

1<) Verbeterd cijfer.

116 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

zichtbare voorraden aan en het bleek ook weldra, dat de productiebeperking on-voldoende was. I n verband m e t den algemeenen ungünstigen toestand vonden sterke liquidaties plaats en begin J u n i werd £ 100 betaald. Hierop besloten de aan het restrictieplan deelnemende landen de productie verder m e t 20 000 t o n t e ver-lagen en de wereldproductie van 1 J u l i 1931 af t e brengen op + 125 000 t o n per jaar, waarvan 106 096 ton van de bij de restrictieovereenkomst aangesloten landen (Ned.-Indië 25167 ton, waarvan B a n g k a 16 046 t o n ) . Op 6 J u l i was de noteering

£ 119 om weer terug te vallen op £ 108 tegen het einde van die m a a n d . Teneinde de groote voorraden grootendeels in één hand t e brengen, werd 1 Augustus 1931 een „ I n t e r n a t i o n a l e T i n p o o l " gevormd, die in nauwe relatie s t a a t rnet het tin-restrictie-comité en de bedoeling heeft om groote hoeveelheden tin uit de m a r k t te n e m e n en deze geleidelijk te liquideeren. Hierdoor steeg de noteering tot

£ 121. De algemeene economische depressie, welke steeds in hevigheid toenam, was oorzaak, dat de consumptie verder verminderde, zoodat de per 1 J u h vast-gestelde quota nog t e hoog bleken t e zijn. Op ongunstige Amerikaansche berichten o m t r e n t het verbruik liep de m a r k t terug tot £ 111 op 18 September. Sindsdien steeg de prijs in verband m e t de daling van het pond sterling, doch m goudponden omgerekend noteerde tin op 31 December 1931 £ 1 0 0 ( £ 1 4 0 . 7 . 6 in p a p i e r ) . Daarom werd in November besloten tot verdere beperking der productie m e t 15 000 ton, zoodat voor 1932 de wereldproductie is ingesteld op ± 111 000 ton, waarvan + 101 000 ton voor de bij het restrictieschema aangesloten landen ( S i a m 10 000 ton, Ned.-Indië 21 609 ton, waarvan B a n g k a 13 777 t o n ) . H o e sterk het verbruik verminderde, toont de invoer in de Vereenigde S t a t e n , die m 1931 63 450 ton beliep, tegen 78 225 t o n in 1930. De Tinpool heeft ongeveer 21 000 ton opgekocht en deze hoeveelheid in den zichtbaren wereldvoorraad ppgenomen.

Vooralsnog is deze hoeveelheid onverkoopbaar; geleidelijke liquidatie zal eerst plaatsvinden zoodra de locoprijs t e L o n d e n de £ 165 te boven gaat. E i n d e 1931 waren de zichtbare voorraden + 59 000 ton, tegen + 42 000 ton bij h e t begm van h e t jaar.

Bangkatinwinning. De bruto-productie over 1931 bedroeg 173 972 ( n e t t o : 173 940) quintalen, tegen 219 428 ( n e t t o : 219 417 x) ) quintalen in 1930. _

H e t daarvoor benoodigde grondverzet was 25 529 720 m3, waarvan 15 959 745 m-werd verricht m e t handbedrijf en kleinere mechanische hulpmiddelen, zooais grondpompen, terwijl in de baggermolenontginningen 9 569 975 m3 door 5 tin-baggermolens, 2 gewone baggermolens en 1 snijkopzuiger werden verzet.

De ertsreserve op 31 December 1931 werd berekend op 3 440 921 quintalen tin.

De ontvangsten over 1931 bedroegen ± f 18 896 000, de uitgaven + f 16 999 000.

De voorraad tin vermeerderde m e t een waarde van ± f 4 000 000. De aan het L a n d uit t e keeren rente over het in het bedrijf gestoken kapitaal beloopt + f 1 215 000, de afschrijving + f 2 062 000. De boekwaarde van het bedrijf

be-droeg daardoor einde 1931 ± f 1 9 9 0 0 0 0 0 . . E i n d e 1931 waren bij het bedrijf werkzaam 16 366 werklieden, van wie 2829

zonder poenale sanctie, 11 487 m e t poenale sanctie en 2050 niet-contractanten, terwijl het beheer werd gevoerd door den bedrijfsleider m e t een staf van 324 per-sonen.

De gezondheidstoestand van de arbeiders was gunstig; h e t ziekte-percentage van de contractarbeiders bedroeg 1,61 %.

D e zorg voor de oude arbeiders bestond uit het verstrekken van gratis rijst aan gewezen mijnwerkers, terwijl het bedrijf een oudemannenhuis t e M u n t o k bekostigde.

Door en op kosten van het bedrijf werden mijnopzichters en atelier-werklieden opgeleid. I n verband m e t de bezuiniging werd de cursus voor mijnopzichters in den loop can 1931 opgeheven. De opleiding geschiedt t h a n s aan de mijnbouw-school te Sawahloento.

N. V. Gemeenschappelijke Mijnbouw Maatschappij ,,Büliton". H e t aan-cleelenkapitaal bedraagt f 16 000 000. H i e r v a n zijn de aandeelen A tot een bedrag

') Verbeterd cijfer.

W I N N I N G VAN D E L F S T O F F E N . 117 van f 10 000 000 in h a n d e n van het Nederlandsch-Indische Gouvernement ter-wijl de aandeelen B tot een bedrag van f 6 000 000 het eigendom zijn van de te

's-Gravenhage gevestigde N . V . Billiton Maatschappij. _ De productie in het werkjaar 1 J u n i 1930 tot en m e t 31 Mei 1931 bedroeg 174 637 pikols tin (10 607 t o n ) .

De gemiddelde sterkte aan Chineesche mijnwerkers bedroeg 15 514, van wie 8259 m a n bij de ontginningen waren tewerkgesteld; de overigen waren ingedeeld bij verschillende nevenbedrijven en werken.

I n verband m e t de tin-restrictie werden in den loop van 1931 op üilliton ge-stopt drie emmerbaggers, twee spuitbaggers en verschillende kleinere alluviale

1 D e wotframietproductie bedroeg in 1931 15,92 pikols van 68,1 % W O , . Sinqkep Tin Maatschappij. De productie in 1931 bedroeg 1169 tori t i n ; de Bemiddelde personeelssterkte aan E u r o p e a n e n bedroeg 31, aan Cnmeescnc arbeiders 544, aan J a v a n e n , Maleiers en Vreemde Oosterlingen 431.

I n 1931 werd niet gewerkt in de Singkep Zeetinconcessie.

Tengevolge van de malaise werden successievelijk de werkzaamheden gestaakt van 1 cutterzuiger, 2 baggermolens en een ontginning in particuliere leverantie, deels werkende m e t grond dragen en spoelen, alsook schachtwerk.

De ertsreserve bedroeg op 30 J u n i 1931 14 737 ton.

Voor verdere details moge verwezen worden naar de jaarverslagen der ver-schillende ondernemingen.

3. Steenkolen.

Steenkolen werden in Nederlandsch-Indië gedolven door het Gouvernement nabij Sawahloento, Tandjoengenim en op het eiland Laoet, door particuliere maatschappijen op Borneo en door I n l a n d e r s op Borneo en S u m a t r a m hoeveel-heden, zooals onderstaande s t a a t aangeeft.

T e r r e i n .

118 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

W e r d in het vorig Verslag (blz. 181) reeds melding gemaakt van den gedes-organiseerden toestand der steenkolenmarkt tegen het einde van 1930, de voort-during en verscherping der wereldcrisis heeft dezen toestand gedurende 1931 nog verergerd.

Als gevolg van het niet tijdig aanpassen der producties van buitenlandsche kolenmijnen aan de verminderde vraag, hebben de onverkochte voorraden zich opgehoopt, waardoor, mede door de depreciatie van de valuta van verschillende landen, het prijsniveau tot een lager peil werd gedrukt.

I n het prijsverloop van steenkolen kon nog geen verbetering worden waar-genomen. Alleen indien tengevolge van de belangrijke productieverminderingen, welke t h a n s in verschillende landen worden toegepast, weer evenwicht komt tus-schen vraag en aanbod, zullen de prijzen zich langzamerhand k u n n e n herstellen.

De Landssteenkolenmijnen zullen in 1932 voorloopig + 25 % minder produ-ceeren dan in 1931.

I n verband m e t den slechten toestand van de kolenmarkfc werd de arbeid in de Poelau Laoet-mijnen in September 1931 stopgezet. De productie der twee overige Landssteenkolenmijnen werd dusdanig ingesteld, dat in de behoefte van steenkolen van Landsdiensten en scheepvaart kon worden voorzien.

De gezamenlijke productie, welke zich heeft aangepast aan de mindere vraag n a a r steenkolen, bedroeg 907 089 ton in 1931, tegen 1 235 326 ton in 1930.

De behoefte van de voornaamste kolenverbruikende diensten (de Staats-spoorwegen, de Bangkatinwinning en de D e p a r t e m e n t e n der Marine en der Burgerlijke Openbare W e r k e n ) bedroeg in 1931 gemiddeld 20 % minder dan in het voorafgegane jaar.

E e n gedeelte van h e t gruis, afkomstig van de Boekit Asam-mijnen werd wederom verwerkt in de brikettenfabriek te Tandjoengpriok; het verkregen pro-duct werd grootendeels afgeleverd aan de Staatsspoorwegen op J a v a .

M e t de Stoomvaart Maatschappijen „ N e d e r l a n d " , „ B o t t e r d a m s c h e L l o y d "

en „Koninklijke P a k e t v a a r t M a a t s c h a p p i j " , alsmede m e t andere particuliere consumenten, werden contracten gesloten voor levering van steenkolen gedurende 1931 tegen de in het begin van dat jaar geldende marktprijzen.

Door de Verkoopsorganisatie van het D e p a r t e m e n t van Gouvernementsbedrij ven werd wederom een belangrijke hoeveelheid Boekit Asam-kolen verkocht naar de omliggende buitenlandsche havens.

De afzet in Singapore en P e n a n g kon belangrijk worden verhoogd, terwijl ge-regeld verkoopen plaats vonden naar Saigon en Bangkok.

Oevibilinsteenkolenmijnen. E e n vergelijkend overzicht van de producties, afzet, hoofdelijke producties en kwaliteit over de laatste 2 jaren geeft de volgende tabel.

B r u t o productie in tonnen Eigen verbruik in tonnen . Netto productie in tonnen . Aantal tonnen afgelever Gouvernementsdiensten Particulieren •

Hoofdelijke productie per c Hoofdelijke productie per c Aschgehalte stukkool °/0 ..

Cal. effect in calorieën

1930 1931 6 2 4 2 1 2 507 545

29 528 25 398 594 684 482 147 d a a n :

264 386 280 482 2 9 1 0 5 6 196482 lagdienst der mijnsterkte 0,487 0,500 lagdienst der totale sterkte 0,317 0,320 1,45 1,67 7450 7400

W I N N I N G VAN D E L F S T O F F E N . 119 H e t aantal ambtenaren, einde 1931 bij liet bedrijf werkzaam, bedroeg 1 4 . (110 E u r o p e a n e n , 27 Inlanders en 5 Chineezen), tegen 153 (onder wie 121 Euro-peanen) einde 1930. Verder waren 408 Inlandsche b e a m b t e n m dienst van het

bedrijf, tegen 447 het jaar tevoren. . Door de verminderde productie moest de arbeiderssterkte worden ingekrompen.

Om massa-ontslag te vermijden werd geleidelijk eerst de werving stopgezet, daarna de terugzending van lauke's van J a v a niet meer toegestaan vervolgens van de afloopende contracten alleen de allerbesten tot een herverbintenis toe -celaten en eindelijk in het bedrijf eene selectie gehouden, waarbij m e n minder goede krachten, waarop geen prijs meer werd gesteld, deed r e p a t n e e r e n .

De sterkte der arbeiders bedroeg:

einde 1930 einde 1931

vaste niet-contractanten ( J a v a n e n ) i ™8

contractanten onder poenale sanctie 2269

losse arbeiders (Maleiers) 1 0 3 1 9 8 8

dwangarbeiders (veroordeelden) 1 2 1 7

Van de bovengenoemde 4 categorieën van arbeiders, nl. vaste niet-contrac-t a n niet-contrac-t e n conniet-contrac-tracniet-contrac-tanniet-contrac-ten, losse arbeiders en dwangarbeiders (veroordeelden), bedroeg de gemiddelde dagsterkte resp. 1367, 1873, 1038 en 1227 m a n , waarvan op het werk resp 92 % 87 %, 92 % en 80 %.

De boekwaarde van het bedrijf, inclusief h e t kolenetablisseement te E m m a -haven, bedroeg einde 1930 f 10 516 619. Op de aanleg- en uitbreidingsrekemng werd f 268 531 bijgeboekt en afgeschreven f 1 169 378, zoodat de boekwaarde einde 1931 f 9 615 772 bedroeg.

De ontvangsten bedroegen (exclusief voorraadmutaties) ± f 4 843 000 tegen f 6 680 000 in 1930, de bedrijfsuitgaven (zonder rente en afschrijving) + 1 5 052 600 teeen f 6 416 400 in 1930, de aan het L a n d uit t e keeren rente over het m het bedrijf gestoken kapitaal beloopt ± f 612 400, tegen f 653 000 m 1930.

Boekit Asam-steenkolenmipien. Vergelijkende cijfers over de 2 l a a t s t e jaren, betreffende producties, afzet en hoofdelijke producties, vindt m e n m den voL-genden s t a a t :

in tonnen van 1000 kg.

1930 1931 413 762 303 246

. b r u i k 1 5 7 5 0 1) 2 3 1 5 5

B r u t o productie Eigen ver

-, t • 398 0 1 2] ) 280 091

>>etto productie '

Gemiddelde dagproductie * 2 8 5

Verzonden aan de brikettenfabriek 50 586 15 286 Afgeleverd aan Gouvernementsdiensten 134 865 L) 15 0J8 Afgeleverd aan particulieren 1 7'2 8 i>9 2 1° 3 7 9

Hoofdelijke productie per dagdienst der mijnsterkte 0,562 0,432 Hoofdelijke productie per dagdienst der totale sterkte ... 0,406 0,314

Einde 1931 waren bij het bedrijf 50 Europeesche a m b t e n a r e n werkzaam. Ge-middeld waren gedurende 1931 tewerkgesteld 1196 J a v a a n s c b e contractanten en 1292 niet-contractanten.

l) Verbeterd cijfer,

120 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

D e boekwaarde van het bedrijf, inclusief het etablissement op Kertapati, doch exclusief de brikettenfabriek, bedroeg n a bijboeking en afschrijving einde 1931 f 7 900 013, tegen f 8 135 426 einde 1930.

De ontvangsten bedroegen (exclusief voorraadmutaties) + f 2 609 000, tegen f 4 365 200 *) in 1930, de bedrijfsuitgaven (zonder rente en afschrijving) + f 3 407 000, tegen f 4 762 000 x) in 1930. De aan het L a n d uit t e keeren rente over het in het bedrijf gestoken kapitaal beloopt ± f 482 000, tegen f 471 000 over 1930.

Poelau Laoe.t-steenkólenmijnen. Eenige vergelijkende cijfers over de laatste twee jaren volgen hieronder:

in tonnen van 1000 kg.

1930 1931 B r u t o productie 197 352 96 298

Eigen verbruik 2 1 8 0 2 8 400 Netto productie 175 550 87 898 Afgeleverd aan Gouvernementsdiensten 134 727 92 391 Afgeleverd aan particulieren 37 001 8 235

Hoofdelijke productie per dagdienst der mijnsterkte 0,368 0,379 Hoofdelijke productie per dagdienst der totale sterkte ... 0,219 0,194

Voor 1931 zijn de cijfers slechts opgegeven tot 31 October, aangezien nadien nog slechts liquidatie-werkzaamheden werden verricht.

I n den loop van Mei 1931 werd principieel besloten om tot sluiting van dit Gouvernementsbedrijf over t e gaan in verband m e t den slechten toestand van de kolenmarkt, waarvan ook in de toekomst voor een kolenmijn, die kolen levert van mindere kwaliteit zooals Poelau Laoet, weinig t e verwachten is in verband m e t den steeds toenemenden bouw van oliestokende en motorschepen. I n de eerste week van September werd de afbouw geheel stopgezet, w a a r n a nog slechts los-liggende kolen werden medegenomen. Op 1 Augustus 1931 verlieten de laatste dwangarbeiders (veroordeelden) het bedrijf.

Terwijl einde December 1930 nog 159i contractanten, 861 niet-contractanten en 766 veroordeelden bij het bedrijf werkzaam waren onder 40 E u r o p e a n e n , waren einde December 1931 nog 88 Inlanders m e t liquidatie-werkzaamheden bezig onder toezicht v a n 3 E u r o p e a n e n .

N.V. Steenkolen Maatschappij Parapattan. Deze maatschappij produceert steenkolen op haar concessie E a n t a u p a n d j a n g in de onderafdeeling Beraoe van de Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo.

I n dit bedrijf vonden gemiddeld 39 E u r o p e a n e n en 1959 I n h e e m s c h e n en Vreemde Oosterlingen een Toonend bestaan.

De ondergrondsche mijnarbeid wordt in hoofdzaak verricht door J a v a a n s c h e contractarbeiders, terwijl bovengronds vele Chineezen, Bandjareezen, Manado-neezen en andere landslieden als niet-contractanten en toekangs t e werk zijn gesteld. De productie wordt, op enkele kleine incidenteele leveringen aan het L a n d na, geheel afgenomen door de Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij, die deze kolen uitsluitend gebruikt op h a a r eigen schepen. Deze totale productie, ver-deeld in stukkolen, nootjeskolen en gruiskolen, bedroeg in 1931 n e t t o 220 809 ton.

D e productie in 1931 werd gedrukt door de ongunstige tijdsomstandigheden, welke, in verband m e t de verplichting van de Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij om de contracten m e t het L a n d en m e t derden geheel af te nemen, zich ten volle deden voelen in de afname van de eigen mijn.

x) Verbeterd cijfer.

•WINNING VAN DELFSTOFFEN

121

H e t kapitaal der Vennootschap bedraagt f 1 200 000, verdeeld m 2000 aan-deelen serie A à f 500 en 20 aanaan-deelen serie B à f 10 000. Alle aanaan-deelen, voor zoover uitgegeven, bevinden zich in handen van de Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij. M e t de in verband m e t de marktpositie bedongen prijzen dekt de Vennootschap gewoonlijk juist hare onkosten. Winstuitkeermg aan de Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij kon in de afgeloopen jaren niet plaats hebben.

Voor de voortzetting van dit bedrijf op denzelfden voet als t h a n s zijn nog voor vele jaren kolen aanwezig.

N V Oost-Borneo Maatschappij". I n 1931 vond de winning van steenkolen op de concessie BaPanggal (Zuider- en Oosterafdeeling van B o r n e o ) , toe-behoorend aan de N . V . Oost-Borneo Maatschappij, plaats op de terreinen Loa-Koeloe, Loa-Boeah en Kedjawi; op het laatstgenoemde terrein alleen m de eerste

mnand van het jaar. . De bemiddelde dagproductie in 1931 bedroeg 462 ton, tegen 64/ ton m 1930.

Be totale productie beliep n e t t o 143 487 ton en bruto 146 420 ton; deze cijfers waren voor 1930 214 133 en 215 319 ton. „ „™ , , j • T

H e t gemiddeld hoofdelijk ondergrondsch effect was 0,626 ton en het gemid-deld totaal effect 0,389 t o n ; de gemidgemid-delde dagsterkte in de mijn was 702 m a n , buiten de mijn 512 m a n .

De productie der mijnen was als volgt (netto m tonnen van 1000 kg) :

Loa-Boeah . . . . Loa-Koeloe . . . . Kedjawi (1 maand) . In 1931. . . In 1930. . .

Gezeefd. Ongezeefd.

7 753 69 866 406 78 025 121 207

13 449 5 700

19 149 30 099

Gruis.

3 516 42 588 209 46 313 62 827

Totaal.

24 718 118 154 615 143 487 214 133

I n Februari 1931 werd het bedrijf getroffen door een ernstigen brand m de kolenloods t e Loa-Koeloe, waarbij de helft van de loods m e t de zich daarin be-vindende twee mechanische veiiaadinrichtingen een prooi der vlammen werden.

I n hetzelfde jaar vond de wederopbouw plaats.

Opgekocht werden van eene Inlandsche ontginning aan de Mahakam-nvier 9057 ton kolen. . .

Afgescheept werd — inclusief opkoop kolen — 89 711 (vorig jaar 122 540) ton gezeefde kool, 18 694 (21 301) ton ongezeefde kool en 53 132 (63 558) ton gruis kool. of totaal 161 537 ton, tegen 207 399 ton in 1930.

H e t vervoer naar de verschillende bestemmingshavens geschiedde m hoofdzaak m e t de schepen van de Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij.

H e t aantal contractanten verminderde gedurende 1931 van 1116 tot 627 en dat der niet-contractanten vermeerderde van 381 tot 780.

De electrische Centrale t e Loa-Koeloe produceerde in 8819 bednjfsuren 1 7 1 0 510 kwu, waarvan ten behoeve van de N.V. „Samarinda-Tenggarongsche Electriciteits M a a t s c h a p p i j " voor verlichting van Samarinda en Penggarong 596 271 kwu werd afgegeven.

Verdere gegevens zijn opgenomen in de jaarverslagen der verschillende onder-nemingen.

In document I. TEKST VAN HET VERSLAG VAN BESTUUR EN STAAT VAN NEDERLANDSCH-INDIË OVER (pagina 118-125)