VISSCHERIJ EN VISCHTEELT

In document I. TEKST VAN HET VERSLAG VAN BESTUUR EN STAAT VAN NEDERLANDSCH-INDIË OVER (pagina 104-108)

i. De Gouvernements landbouwondernemingen

D. VISSCHERIJ EN VISCHTEELT

1. Zeevisscherij.

De onderzoekingen in het belang van het bedrijf der zeevisscherij, welke ten doel hebben grootere vangsten t e verkrijgen, werden in 1931 voor h e t eerst systematisch opgezet.

Y a n m e e t af werden de werkzaamheden zooveel mogelijk ingesteld op eene bedrijfsmatige uitoefening van de zeevisscherij door de oprichting van proef-bedrijfjes, welke onder toezicht van den betrokken diensttak door derden werden gedreven en de door het technisch onderzoek verkregen gegevens in practijk brachten. Zoodoende kreeg het werk van het Station voor de Zeevisscherij een commercieelen inslag. De vaartuigen voor deze proefbedrijven werden aangebouwd op de werf, tevens reparatie-inrichting, van h e t Station; de hiervoor gemaakte kosten moeten binnen 10 jaren in 's L a n d s K a s worden teruggestort. Verschil-lende t y p e n werden ontworpen en verschilVerschil-lende soorten motoren beproefd, waar-van de bruikbaarheid in het bedrijf nader zal moeten blijken.

H e t technisch onderzoek had in 1931 t e n doel, middelen t e vinden om de vangsten m e t het pajang-net te vergrooten, zoowel door verbetering van het net zelf door dit langer m a a r vooral ook dieper t e maken, als door het zoeken van nieuwe vischgronden. Zooals in het vorig Verslag (blz. 155) is uiteengezet, is het noodzakelijk aan de majang-visscherij allereerst aandacht t e wijden. Voor dit practisch onderzoek werd van November 1930 tot J u n i 1931 beschikt over een klein motorvaartuig. De ervaringen tijdens dit onderzoek opgedaan gedurende het lajangseizoen op het einde van 1930 wezen uit, dat opvoering van de vangsten op verschillende wijzen mogelijk was. H e t eerste proefbedrijfvaartuigje, dat de ver-kregen ondervindingen toepaste, bewees dat de vervanging van het zeil als middel van voortbeweging door een motor de vangst in hetzelfde tijdsbestek m e e r dan verdubbelde. Midden 1931 k w a m het eerste onderzoekingsvaartuig van grooter formaat in de vaart, voortbewogen door een ruwolie-motor van 60 pk, terwijl geïsoleerde r u i m e n gelegenheid boden om de vangsten op goedkoope wijze in ijs t e conserveeren. De aanvankelijke resultaten, welke m e t dit motorvaartuig op het einde van 1931 gedurende het lajangseizoen werden verkregen, waren gunstig.

De werf van het Station voor de Zeevisscherij bleek na een half jaar geheel aan de verwachtingen t e voldoen. Tot eind 1931 werd slechts m e t drie prauw-bouwers uit de desa gewerkt. Teneinde hen het bouwen op Europeesche wijze t e leeren, werd eerst een kleine proefprauw gebouwd. Vervolgens werd een gedekte motorprauw (Kemboeng) op stapel gezet; in September 1931 k w a m dit vaartuig in de vaart. Voorts werden in de tweede helft van 1931 de beide gewone majang-prauwen, waarover h e t Station reeds beschikte, bij wijze van proef tot motor-prauw omgebouwd ( A - t v p e ) . Deze ombouw slaagde en bleek tegen iage kosten mogelijk. E c h t e r bleek, "dat de inbouw van motoren in bestaande p r a u w e n m e t m e t voordeel kon worden doorgevoerd, aangezien de afmetingen n i m m e r dezelfde zijn zoodat h e t voordeel van genormaliseerde m a t e n zou wegvallen. D a a r o m zal ook'voor de open majang m e t 6 pk hulpmotor steeds tot nieuwbouw worden over-gegaan ( B - t y p e ) .

Op grond van de behaalde resultaten werden voorts proeven aangevangen om op zéér eenvoudige en goedkoope wijze de gewone majangprauwen direct bi]

nieuwbouw zoodanig t e k u n n e n versterken, d a t zij gewoon gebreeuwd kunnen worden waardoor ongeveer eene verdubbeling van levensduur zal worden ver-kregen Tevens is daarmede denkelijk eene oplossing gevonden voor de moeilijk-heden welke de prauwbouw in E e m b a n g ondervindt, waar m e n m verband m e t het landen op het onbeschermde strand bij de in zwang zijnde mheemsche bouw-wijze zeer breed hout noodig heeft, d a t als gevolg van de t h a n s gebruikelijke exploitatie-wijze van het Djati-bedrijf steeds moeilijker verkrijgbaar wordt.

E i n d e 1931 waren de volgende motorvaartuigen, alle bestemd voor het proef-bedrijf, in de vaart en onderhanden; het aangegeven jaar is het jaar van aanvang van den bouw.

VISSCIIERI.J EN V I S C H T E E L T . 101 Voor de vissoherij op groote schaal is het t y p e Bawal bestemd. Niet alleen is liet werkingsgebied van dit type schepen veel grooter, m a a r bovendien z i p zij zeer zeewaardig en k u n n e n zij door h u n krachtiger motoren ( + 30 pk) _ ook zwaarder werk doen. Deze vaartuigen worden van zwaar geïsoleerde ijs- en viscn-ruimen voorzien. Zij zijn dikwijls wegwijzers voor het inheemsen bedrijf, zoodat ook t e n behoeve van de voorlichting naast het kleine bedrijf een „ m i d d e n bedrijf wenschelijk is.

De grootere vaartuigen hebben om verschillende redenen grooter vang-vermogen; daarentegen hebben zij meestal ook hoogere exploitatiekosten. Voorts is eveneens de verhouding tusschen den aanschaffingsprijs en de exploitatie-kosten een p u n t van groot belang, daar een iets duurder aanschaffing soms eene vermindering der exploitatiekosten kan geven. De beste verhoudingen t e leeren kennen is een werk, d a t zich over ten minste 2 jaren uitstrekt al zijn reeds eerder voorloopige conclusies mogelijk. I n 1931 kon m e t de proefbedrijven nog slechts een begin gemaakt worden. De Baival voer het geheele tvveede halfjaar in proeftijd- de Kemboeng was alleen de l a a t s t e 5 m a a n d e n in de vaart en de A-l slechts 2 m a a n d e n . Bovendien kon eerst tegen het einde v a n h e t jaar eene bemanning tegen belooning m e t een deel van de vangst worden verkregen waar-door niet alleen de resultaten ongunstig werden beïnvloed, m a a r ook de beman-ning veel meer kreeg dan in de normale verhoudingen.

De proefnemingen m e t de Bawal en de Kemboeng, varende m e t eene m-heemsche bemanning, slaagden boven verwachting goed, hetgeen m hoofdzaak moet worden toegeschreven aan het feit, dat op deze prauwen controle mogelijk was Aangezien in verband m e t verder visschen de b e m a n n i n g geregeld aan-wijzingen kreeg, werkten deze proefbedrijfjes tevens als visscherijschool. IJ s n a m e n de prauwen niet mee, uitgezonderd de Bawal, die in J u l i en Augustus voor proef een hoeveelheid ijs aan boord n a m . Dit schip besomde over een tijdvak van 6 m a a n d e n f 2 3 2 1 ; gedurende de m a a n d J u n i was dit vaartuig m e t m a e vaart wegens ombouw van het achterschip. De exploitatiekosten bedroegen bijna f 2300, waarvan f 1400 aan loon, f 400 aan olie en brandstof en f 3o0 aan n e t t e n en lokkers. De jaarbesomming was f 4 1 0 0 . _

De motorprauw Kemboeng m a a k t e f 1145. De exploitatiekosten van dit vaar-tuig bedroegen f 1 0 6 5 . De verdeeling was ongeveer dezelfde als bij de Baival, doch olie en brandstof waren minder. De Kemboeng is voor zoover het de majang-visscherij betreft in s t a a t vrijwel hetzelfde te doen als de Bawal. De aanschaf-prijs van het vaartuig bedraagt ± f 4000 als het op de werf van het Station wordt gebouwd. De Bawal zou ±- f 7000 kosten.

De derde prauw, de A-l, welke in het laatst van 1931 gereed kwam, werd gedurende November en December aan een visscher m E r e t a n gegeven o m er-varing op te doen hoe een dergelijke prauw zieh in de desa en zonder toezicht zou houden Naar schatting m a a k t e de A-l ongeveer h e t dubbele van de beste der J a v a a n s c h e prauwen en kostte slechts weinig meer dan deze.

102 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

2. Binnenvisscherij en vischteelt.

Door bezetting van een tweetal nieuwe ressorten ( W e s t - J a v a en Midden-J a v a m e t de V o r s t e n l a n d e n ) , breidde de werkingssfeer van de onderafdeeling Binnenvisscherij van h e t D e p a r t e m e n t van Landbouw, Nijverheid en H a n d e l zich aanzienlijk uit.

Onder invloed van de opgedane ervaringen was het mogelijk meer eenheid te brengen in de werkwijze van den dienst.

Voorloopige onderzoekingen o m t r e n t de mogelijkheid van vischteelt in de voornaamste meren op J a v a leidden tot cle conclusie, d a t de Indische meren in physisch, chemisch en biologisch opzicht in booge m a t e van elkaar en v a n de Europeesche meren afwijken, zoodat adviezen d a a r o m t r e n t slechts na een nauw-gezet en uitvoerig onderzoek ter plaatse zullen k u n n e n worden uitgebracht.

Groote verschillen in de productie-capaciteit der meren konden worden ge-constateerd; slechts een gedeelte bleek geschikt t e zijn voor vestiging van een winstgevend bedrijf, de overigen bezitten een t e groote diepte om voor exploitatie in aanmerking t e k u n n e n worden gebracht, of b e s t a a n uit moerassen, welke slechts t e n koste van groote opofferingen rendabel k u n n e n worden gemaakt.

Bij de beoordeeling van de mogelijkheid van een exploitatie van de Indische rivieren en stroomende wateren bleek een geheel andere maatstaf te moeten worden aangelegd dan de in E u r o p a gebruikelijke. Eenerzijds vindt dit feit zijne verklaring in de omstandigheid, dat de tropische bergrivieren als gevolg v a n de hooge w a t e r t e m p e r a t u u r een lager zuurstofgehalte bezitten d a n op grond van de in E u r o p a opgedane ervaringen m e t snelstroomende wateren kan worden ver-wacht, anderzijds scheppen de periodieke hoogwaterstanden in den Westmoesson d e r m a t e afwijkende voorwaarden voor het vischleven, dat eene beoordeeling volgens elders gevonden normen onmogelijk is

E u i m e a a n d a c h t schonk de dienst aan het algemeen biologisch onderzoek o m t r e n t h e t leven en de voortplanting van tot heden minder bekende visch-soorten en de rol, welke verschillende w a t e r p l a n t e n hierbij vervullen. Als voor-loopig resultaat werd gevonden, dat het afvalwater der steden als gevolg van de intensieve ontledingsprocessen op ruimer schaal dan in E u r o p a voor de vischteelt kan worden b e n u t .

De onbekendheid m e t de factoren, welke de prijsvorming in den vischhandeJ bepalen, was aanleiding t o t de instelling van een controledienst op de markt-prijzen zoomede op den aanvoer en verkoop van visch.

E e n e centrale gouvernements-vischkweekerij k w a m tot s t a n d ; belangrijk als kweekplaats v a n superieur materiaal voor de bevolking, dient deze instelling tevens als een proefbedrijf, waar bepaalde vraagstukken betreffende de bedrijfs-voering zullen k u n n e n worden opgelost.

Verbeteringen hadden plaats aan de gouvernementskweekerijen bij P o e n t e n en Kalen.

Op h e t gebied der zout- en brakwatervischteelt werden m e t zeer gunstig resultaat uitgebreide demonstraties gegeven.

De toegepaste hygiënische exploitatie, de bezetting m e t pootvisch en de ge-volgde betere bevloeiingsmethoden werden op ruime schaal door de bevolking overgenomen m e t het resultaat dat de vischproducties per oppervlakte-eenheid eene belangrijke stijging vertoonden.

V a n een groot aantal verlaten vijvers kon als gevolg der nieuwe werkwijze de exploitatie wederom ter h a n d worden genomen; volgens schatting bedroeg de uit-breiding van het vijverareaal, hetwelk op deze wijze in Oost-Java werd ver-kregen, + 700 ha, m e t eene getaxeerde vischproductie van 40 000 kg per jaar.

In Midden-Java, waar de voorlichting nog van recenten d a t u m is, toonde de bevolking eveneens groote medewerking; ruim 400 ha vijverareaal m e t eene ge-schatte productie van 25 000 kg visch per jaar k w a m hier tot stand.

De gevoerde propaganda voor eene combinatiebezetting van verschillende vischsoorten in randvijvers m e t laag zoutgehalte vond in steeds toenemende m a t e navolging.

V I S S C B E B I J EX V I S C H T B E L T . 103 Zeer belangrijke resultaten brachten de proefnemingen o m t r e n t den invloed welke het waterpeil van de randvijvers uitoefent op de vischproduetie ; het bleek dat eene verlaging van het algemeen toegepaste peil het productievermogen van de vijvers in hooge m a t e stimuleerde. , ••

De resultaten, verkregen m e t de exploitatie der uitgebreide vijvercomplexen rondom B a t a v i a en in Oost-Java, leverden wederom het bewijs, dat de vischteelt in randvijvers mits op de juiste wijze gedreven, het voorkomen van malaria in hooge m a t e tegengaat en van gunstigen invloed is op den gezondheidstoestand van de bevolking.

104 DK ECONOMISCHE TOESTAND.

In document I. TEKST VAN HET VERSLAG VAN BESTUUR EN STAAT VAN NEDERLANDSCH-INDIË OVER (pagina 104-108)