Aardolie en aardgas

In document I. TEKST VAN HET VERSLAG VAN BESTUUR EN STAAT VAN NEDERLANDSCH-INDIË OVER (pagina 128-133)

i. Goud en zilver

5. Aardolie en aardgas

a. Productie. Toonde de aardolieproductie in 1930 tegenover die van 1929 nog een kleine t o e n a m e (5,6 % ) , verkregen door de vermeerdering der productie van de Nederlandsche Koloniale P e t r o l e u m Maatschappij en de Nederlandsen-Indische Aardolie Maatschappij bij een betrekkelijk geringen achteruitgang bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij, in 1931 is de verdere toeneming van de op-brengst der beide eerstgenoemde maatschappijen niet meer voldoende geweest om den aanzienlijken teruggang der productie van de Bataafsche t e compenseeren.

W a a r andere olieproducenten van eenige beteekenis dan de genoemde drie maat-schappijen in Indië niet bestaan, is een sterke achteruitgang der Indische olie-productie het gevolg geweest; tegenover eene olie-productie v a n 5 531 480 ton in 1930, s t a a t eene productie van slechts 4 698 052 ton in 1931. De totale vermindering bedraagt dus ruim 833 000 ton of 15 %.

Deze vermindering is voor Nedeiiandsch-Indië zeer belangrijk; zij is een gevolg van de ook in andere landen door de groote olieconcerns toegepaste restrictie-maatregelen, welke t e n doel hebben de productie zooveel mogelijk aan het ver-bruik aan te passen. Deze pogingen zijn niet in alle landen geslaagd; tegenover de gewilde vermindering der productie stond in enkele landen, voornamelijk in B u s l a n d en Boemenië, eene geforceerde toeneming.

De totaalproductie gedurende de laatste jaren, verdeeld over de verschillende productiegebieden, heeft in tonnen van 1000 kg bedragen:

Midden-Java

Oost-Java en Madoera P a l e m b a n g

Djambi

Oostkust van S u m a t r a Atjeh en Onderhoorigheden Borneo

Tarakan Boenjoe Geram

of samengevat naar de verschillende eilanden J a v a en Madoera

S u m a t r a

Borneo, Tarakan en Boenjoe Geram

5 531 480 J) 4 698 022 Met deze totale opbrengst zal Nederlandsch-Indië de in 1930 ingenomen 7de plaats onder de olieproduceerende landen der wereld h a n d h a v e n , doch zijn aan-deel in de wereldproductie zal vermoedelijk t o t 2,52 % zijn teruggeloopen.

1930 405 112 196 347 1 532 612

186 742 164 174 372 090 1 562 741 1 058 019 6 232 47 411 5 531 480 601 459 2 255 618 2 626 992 47 411

1931 305 045 240 323 1 348 361 221 096 164 279 324 114 1 316 099 731 193 5 322 42 190 4 698 022 545 368 2 057 850 2 052 614 42 190

!) Verbeterd cijfer.

W I N N I N G VAN DELFSTOFFEN 125 H e t verloop van de productie in tonnen van 1000 kg van de bovengenoemde maatschappijen in de laatste drie jaren is als volgt geweest:

1930 1931 Bataafsche 4 680 563 3 643 115

Koloniale 6 0 9 6 1 6 7 7 ? 3 9°

N . I . A . M 2 4 0 9 6 5 277 124 De aardgasopbrengst bedroeg 682 484 kgton, tegen 540 241 kgton in 1930.

Deze hoogere opbrengst is toe te schrijven aan de gestadige uitbreiding van de installaties voor de, winning van benzine uit aardgassen.

b Verwerking. De verwerking van de ruwe olie, m e t uitzondering van die kwaliteiten ( T a r a k a n ) , welke direct als stookolie verkocht werden, had plaats m de raffinaderijen van de Bataafsche Petroleum Maatschappij t e Balikpapan ( B o r n e o ) , Wonokromo en Tjepoe ( J a v a ) , Pladjoe e n P a n g k a l a n b r a n d a n ( S u m a t r a ) en van de Nederlandsche Koloniale Petroleum Maatschappij te Soengei Oerong

( P a l e m b a n g ) en te Kapoean ( J a v a ) . I n de raffinaderijen te Plad]oe en P a n g -kalanbrandan werd ook de ruwe olie van de Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij verwerkt.

I n deze raffinaderijen werden gezamenlijk 3 730 610 kgton ruwe olie verwerkt, waarbij de volgende producten werden verkregen:

Benzine — ~ - 1 410 951 kgtonJ)

Kerosine 6 4 9 7 1 1 »

Besidu 1 0 2 0 1 3 7 "

Solar- en Diesel-olie 425 258 ,,

Smeeroliën 2 6 8 0 9 »

Parafine 5 3 6 7 6 »

Asfalt 8 9 3 4

-De capaciteiten der raffinaderijen waren voor de verwerking der gewonnen ruwe olie voldoende en behoefden geen uitbreiding; echter werden voor de ver-edeling v a n h e t kerosine-product Edeleanu-fabneken opgericht te Pladjoe en t e P a n g k a l a n b r a n d a n . . , , , , , ,«- L i • A

Voorts werd door de Nederlandsche Koloniale P e t r o l e u m Maatschappij te Tandjoeng Oeban op het eiland B i n t a n nabij Singapore eene opslaginrichting voor verschillende petroleumproducten in bedrijf gesteld.

c Verkoop. De minder gunstige economische toestand van de wereld is m 1931 evenals in het voorafgegane jaar, van weinig invloed geweest op de binnen-landsche oliemarkt. H e t prijsniveau van olieproducten is m Indie nagenoeg niet gedaald, slechts de afzet is teruggeloopen.

6. Zoutwinning.

Overzicht van den Dienst der Zoutregie. Betreffende de instelling en indee-ling van den dienst, alsmede de omvang van het monopohegebied moge kort-heidshalve worden verwezen naar het vorig Verslag.

H e t monopoliegebied werd uitgebreid m e t h e t nog niet daaronder ressorteerende gedeelte der afdeeling Bengkalis van h e t gouvernement Oostkust van S u m a t r a , m e t het op het vasteland van S u m a t r a gelegen gedeelte der residentie B i o u w a o Onderhoorigheden en m e t de assistent-residentie Bilhton (vgl. G. B . 6 J u n i lddJ n° 34 in I S . n°. 191 en 15 Oct. 1931 n°. 47 in I . S. n°. 431).

' De inlijving van de residentie Manado bij het monopohegebied en de invoering van de Zoutregie aldaar werd voorbereid, terwijl v a n de in 1930 aanhangig

ge-~) Hieronder 173 477 kgton benzine verkregen uit de behandeling van aardgassen.

126 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

m a a k t e invoering der Zoutregie in de residentie Bali en Lombok, in verband m e t den minder gunstigen economischen toestand der betrokken bevolking, voorshands werd afgezien. Naar de mogelijkheid t o t invoering van de Zoutregie m het gouver-n e m e gouver-n t Celebes egouver-n Ogouver-nderhoorighedegouver-n werd igouver-n 1931 eegouver-n plaatselijk ogouver-nderzoek igouver-n-

in-gesteld. gesteld. . .. . , -,

De voorloopige finantieele uitkomsten van den dienst m 1931 zijn m atgeron.de cijfers opgenomen in het volgend overzicht, de definitieve uitkomsten worden vermeld in het jaarverslag van den dienst en in deel I I van dit Verslag.

Uitgaven.

Algemeen beheer van den dienst f I3 2 0 0°

A a n m a a k en aankoop 2 530 000 Fabriekmatige bewerking en verpakking 1 878 000

Vervoer en verkoop " ü 4 e i UUU

Totaal f 7 583 000 Opbrengst.

Eigen verkoop f 6 583 000

Verkoop aan de provincies 8 °0 7 0 0°

Diversen 2 6 7 0 Q 0

Totaal f 14 857 000 Bovendien had in 1931 eene toeneming van de zoutvoorraden plaats ter waarde van f 659 000, zoodat h e t batig saldo bedroeg f 7 933 000

De winning van zout uit de zoutwaterwellen in de afdeelingen Grobogan en Bojolali leverde wederom een cijns op van + f 20 000.

Aanmaak en aankoop van ruw zout. Aangezien in het vorig Verslag hier-o m t r e n t uitvhier-oerige bijzhier-onderheden hier-opgenhier-omen zijn, mhier-oge t h a n s vhier-olstaan whier-orden m e t vermelding van enkele nadere gegevens.

De prijs, waarvoor h e t zout van de bevolking op Madoera wordt ingekocht, is bij G. B . 8 April 1931 n°. 28 ( I . S. n°. 141) m e t ingang van 1 J a n u a r i 1932 ge-steld op 50 cent per hektoliter, tegen tevoren 64 cent. N a a r aanleiding' van een m de vergadering van den Volksraad van 22 Augustus 1931 aangenomen motie werd bij G. B . 9 Sept. 1931 n°. 40 eene commissie ingesteld, welke tot t a a k kreeg het instellen van een onderzoek naar de vraag, of bij de bepaling van den prijs, waar-tegen h e t bevolkingszout in 1932 zal worden ingekocht en de vaststelling der jaar-lijks aan t e koopen hoeveelheid zout m e t de belangen der bevolking n a a r behooren rekening was gehouden (zoutaankoopcommissie). Uit het door de commissie begin 1932 uitgebrachte rapport is gebleken, dat dit alleszins het geval is.

I n 1931 werd de productie der zoutlanden gesteld op 211 000 ton, zijnde ongeveer de behoefte voor één jaar consumptie.

De zoutproductie bedroeg op de bevolkingslanden :

Soemenep 48 211 ton in 1931, tegen 65 844 ton in 1930 P a m e k a s a n 35 741 „ „ 1 9 3 1 , „ 53 573 ,, , , 1 9 3 0 S a m p a n g 8 1 2 8 1 ,, , , 1 9 3 1 , „ 122 396 ,, „ 1 9 3 0

en op de eigen l a n d e n :

Nembakor-West 21 008 ,, Grisée 10 055 „ Gersik-Poetih 16 076 „

of in totaal 212 372 ton in 1931, tegen 313 579 ton in 1930 1931, , 1931, , 1931, ,

35 107 „ 13 328 ,.

23 331 „

„ 1930

„ 1930 ,, 1930

W I N N I N G VAN D E L F S T O F F E N . 1 2 7

Voor den verkoop van het losse zout op de bevolkingslanden werd aan de zout-winners op Madoera uitbetaald f 1 321 869 in 1931, tegen f 1 934 504 in 1930.

De op de verschillende zoutetablissementen einde 1931 aanwezige voorraad loszout bedroeg 1 308 036 ton, tegen 1 313 332 ton einde 1930.

De einde 1931 aanwezige voorraad loszout was opgeslagen in 139 zoutpak-huizen en 142 z.g. openluchtopschuringen.

I n 1931 hebben uitgebreide veldproeven haar beslag gekregen, waarbij de mogelijkheid werd aangetoond om door herkristallisatie van het gewone loszout een uitgangsproduct voor de fabriekmatige bereiding van tafelzout t e verkrijgen.

Daarbij werd een helder wit product verkregen, dat vrij bleek van magnesium-zouten en slechts een gering percentage water b e v a t t e . Onderhandelingen zijn geopend om het in grootere hoeveelheden te winnen product op de m a r k t te brengen.

Fabriekmatige bewerking en verpakking. I n totaal werd in 1931 door de beide fabrieken eene hoeveelheid van 172 489 ton loszout van den Z o u t a a n m a a k ter verwerking ontvangen, tegen 139 505 ton in 1930.

De productie bedroeg 156 885 ton briketzout, tegen 127 487 ton in 1930. I n eerstgenoemde hoeveelheid is begrepen 4633 ton gejodeerd zout (bestemd voor bestrijding van endemischen k r o p ) , De grootere productie hield verband m e t het voornemen, beide fabrieken om bezuinigingsredenen gedurende de eerste drie m a a n d e n van het jaar 1932 stil t e leggen. Door de fabrieken werd in 1931 afge-leverd 138 481 toni tegen 141 780 ton in 1930.

De voorraad, in beide fabrieken einde 1931 aanwezig, bedroeg 28 314 ton ver-pakt zout, tegen 9910 ton einde 1930.

Voor de verpakking van het briketzout werd in 1931 1631 ton uit E u r o p a be-trokken karton verbruikt, tegen 1299 ton in 1930.

Gemiddeld waren in beide fabrieken 1631 arbeiders per dag werkzaam, tegen 1783 in 1930.

De omstandigheid, dat het fabricagesysteem sedert ongeveer 30 jaren practiseh ongewijzigd is gebleven, heeft ertoe geleid, dat in M a a r t 1931 eene commissie werd ingesteld, welke tot taak heeft van raad te dienen nopens eventueel ge-wenschte verandering in den vorm, waarin het briketzout t h a n s wordt geleverd, do wenschelijkheid en c.q. mogelijkheid om de t h a n s gevolgde werkwijze bij het briketteeren en verpakken te verbeteren en de voor het L a n d meest economische werkwijze bij eventueele verbetering.

H e t op de zoutlanden verkregen uitgangsproduct voor de fabricage van tafel-zout werd verder bewerkt, waartoe een mengtrommel werd aangemaakt en op-gesteld en een afzonderlijke centrifuge in bedrijf werd op-gesteld.

Vervoer en verkoop. Van de eigen vervoersdiensten werd de Kerintji-kust-vaartdienst einde November 1931 opgeheven, n a d a t het bedrijf van dezen ver-voersdienst 1 October t.v. was stilgelegd. Nadere bijzonderheden over een en ander volgen hieronder.

E i n d e 1931 bestond de vloot van het Oost-Java-zeevervoer uit zes sJeep-bopten, twee stoomlichters, achttien zeelichters, m e t een gezamenlijk laadver-mogen van 3850 ton.

I n J a n u a r i 1931 werd in bedrijf gesteld de door de Droogdok Maatschappij ,,Soerabaja" gebouwde stoomsleepboot „ S o e m e n e p " , welke de afgekeurde stoom-sieepboot „ E e g i n a " verving; in dezelfde m a a n d werd voorts in bedrijf gesteld de door dezelfde maatschappij gebouwde motorsleepboot „ S a r o k k a " , voor het ver-richten van sleepdiensten over kleine afstanden en van reedetransport te Kalian-get, terwijl een zeelichter buiten gebruik werd gesteld. H e t stoomschip „ E e g i n a "

en de eveneens afgekeurde zeelichter werden op publieke veiling verkocht.

Door de vaartuigen van dezen vervoersdienst werden in 1931 afgelegd 116 513 zeemijlen, tegen 104 812 zeemijlen (verbeterd cijfer) in 1930, terwijl aan los- en verpaktzout, kolen en materialen vervoerd werd 133 428 ton, tegen

109 892 ton in 1930. . Te Kalianget werd in 1931 eene nieuwe sleephelhng gebouwd, waardoor het

mogelijk is in den vervolge de geregelde dokkingen der kleine sleapbdoten

plaat-128 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

selijk en in eigen beheer instede van bij inrichtingen te Soerabaja te doen

bewerkstelligen. . . . . De vloot van h e t P ontianak-rivierv ervoer onderging geen wijziging.

I n 1931 werden door de schepen afgelegd 28147 zeemijlen, tegen 31796 zee-miilen in 1930, terwijl vervoerd werden 2947 ton goederen en zout benevens 4829 passagiers, tegen 3873 ton goederen en zout benevens 6507 passagiers in 1930

De Kerintji-kustvaartdienst had in 1931 in nog grootere m a t e dan m 1930 met verschillende moeilijkheden te k a m p e n . De werelddepressie was oorzaak van he*- sluiten van eenige cultuurondernemingen; ook werden landbouw en cultures, zoomede het inzamelen van boschproducten, door de bevolking in mindere m a t e uitgeoefend, hetgeen minder vervoer t e n gevolge had. Voorts ondervond het bedrijf concurrentie van de Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij, van eenige kleine reederijen te P a d a n g en van het toenemende autovervoer in h e t bediende gebied.

Aangezien als gevolg van deze oorzaken op de exploitatie van den Kerintji-kustvaartdienst verlies werd geleden, werd deze vervoersdienst einde November 1931 opgeheven.

H e t voor den verkoop bestemde los en verpaktzout, afkomstig van de zout-landen en de fabrieken, werd nagenoeg geheel vervoerd door: a. het Oost-Java-zeevervoer tot een hoeveelheid van 56 842 ton in 1931, tegen 53 652 t o n m 1930;

b cle Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij tot een hoeveelheid van 74 834 ton in 1931 tegen 90 077 t o n in 1930; c. de Madoera S t o o m t r a m Maatschappij tot een hoeveelheid v a n 37 530 ton in 1931, tegen 35 970 ton in 1930.

De in het l a a t s t v a n 1930 m e t de Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij oesloten nieuwe „Overeenkomst voor h e t vervoer van verpakt zout van Madoera naar verschillende bestemmingen in Nederlandsch-Indië van 1 J a n u a r i 1931 tot en m e t 31 December 1934" trad 1 J a n u a r i 1931 in werking. De vrachttarieven, opgenomen in deze overeenkomst, zijn lager dan die, opgenomen m de vóórdien geldende overeenkomst.

Zoutverkoop. Niettegenstaande de daling van den zoutverkoop aan de be-volking op J a v a en Madoera, werd door deze eilanden in 1931 meer verpakt zout afgenomen dan in 1930. De oorzaak hiervan was h e t vergrooten der provinciale voorraden in Midden- en Oost-Java, welke gedurende 1930 te veel waren terug-geloop en.

Aan de drie provincies werd in 1931 geleverd 103 370 ton verpakt zout m e t een opbrengst van f 7 938 794, tegen in 1930 96 003 ton m e t een opbrengst van f 7 373 063 en 2045 ton los zout m e t een opbrengst^ van f 68 743, tegen m

1930 2513 t o n lpszout m e t een opbrengst van f 75 378.

Voor de hoeveelheden, alsmede de opbrengst van het door de provincies in h u n gebied verkochte los en verpaktzout worde verwezen n a a r de betrekkelijke opgaven in deel I I van dit Verslag.

De verkoop, zoowel van het verpakte als van het losse zout, vertoonde in nagenoeg alle onder den dienst der Zoutregie ressorteerende gebieden in de Buitengewesten en in de J a v a s c h e Vorstenlanclen eene daling. I n het geheel werd in deze gebieden 39 908 ton verpakt zout verkocht m e t een opbrengst van f 5 426 092, tegen 42 006 ton m e t een opbrengst van f 5 678 140 in 1930.

De verkoop van los zout, verstrekt voor visscherijdoeleinden en aan indu-s t r i ë l e ondernemingen, bedroeg in 1931 in dezelfde gebieden 21116 ton m e t een opbrengst v a n f 1 1 5 3 692, tegen 25 332 ton m e t een opbrengst van f 1 3 6 9 628 in 1930.

Nog moge worden vermeld, dat in het groote visscherijcentrum Bagansiapiapi do verkoop°van los zout in 1931 20 119 ton bedroeg, tegen 24 074 ton in 1930.

I n 1931 werd bij wijze van proef voor de bevolking van het merengebied van de Boven-Kapoeas (Westerafdeeling van Borneo) loszout voor het inzouten van visch verkrijgbaar gesteld (zie Bbl. n°. 12666) ; de afname hiervan bleef echter beneden de d a a r o m t r e n t gekoesterde verwachtingen

Door het houden van openbare aanbestedingen werden m e t ingang 1 J a n u a r i 1931 in de gewesten Tapanoeli, Benkoelen, P a l e m b a n g en Zuide

van r- en

WINNING VAN DELFSTOFFEN. 129 Oosteraf deel ing van Borneo belangrijk lagere vervoersprijzen voor verpakt zout

bccLoncrsii.

I n de 'in den aanhef van dit Verslag aangegeven nieuwe regiegebieden werden 1 November 1931 10 gouvernementsverkoopplaatsen van los en verpakt zout ge-opend. De verpaktzout-verkoopplaatsen t e Koba en Soengaiselan op h e t eiland B a n g k a werden opgeheven.

In document I. TEKST VAN HET VERSLAG VAN BESTUUR EN STAAT VAN NEDERLANDSCH-INDIË OVER (pagina 128-133)