Overheidszorg voor den landbouw

In document I. TEKST VAN HET VERSLAG VAN BESTUUR EN STAAT VAN NEDERLANDSCH-INDIË OVER (pagina 85-91)

i. De Chineesche beweging

3. Overheidszorg voor den landbouw

De algemeene depressie, welke zich in steeds scherpere m a t e deed gevoelen, stelde de Afdeeling Landbouw van het Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel voor tal van nieuwe vraagstukken, voor een groot deel op landbouw-economisch gebied gelegen.

Teneinde t e allen tijde een juist inzicht t e k u n n e n verstrekken in den land-bouweconomischen toestand bleek het noodzakelijk een uitgebreiden bericht-gevingsdienst te organiseeren ; m e t de verwerking der gegevens werd de afdeeling Landbouweconomie belast.

Op grond van door het Binnenlandsch B e s t u u r verstrekte gegevens kwam een e tweemaandelijksche berichtgeving tot stand o m t r e n t de stopzetting van de exploitatie, het algeheel verlaten of het prijsgeven van cultuurondernemingen, een en ander zoowel m e t het oog op de beteekenis hiervan voor de betreffende cultures zelf, als voor de afnemende werkgelegenheid voor de omwonende be-volking. E v e n e e n s bleek de noodzaak om over te gaan tot de instelling van eene landbouweconomische kwartaalberichtgeving; de ressortleiders van den Landbouw-voorlichtingsdienst, het Binnenlandsch B e s t u u r en de Provincies verleenden hierbij medewerking.

N a a s t deze kwartaalberichtgeving k w a m over de eerste en tweede m a a n d van elk kwartaal eene korte tusschentijdsche berichtgeving tot stand betreffende de voedselsituatie in de verschillende ressorten van den Landbouwvoprlichtingsdienst.

De aldus plaatselijk verzamelde gegevens worden door de Afdeeling L a n d b o u w in samenwerking m e t het Centraal Kantoor voor de Statistiek in een gezamenlijk rapport verwerkt en overgelegd aan de Kleine Welvaartscommissie. Deze stelt m e t de haar ter beschikking staande gegevens een rapport op en ontwerpt in overleg m e t de D e p a r t e m e n t e n van Binnenlandsch B e s t u u r en Landbouw, Nijver-heid en H a n d e l maatregelen tot leniging van eventueel voorkomende nooden.

Ten aanzien van de suikerindustrie was een speciale regeeringsbemoeienis noodig in verband m e t de aansluiting der J a v a suikerindustrie bij de z.g. Chadbourne-overeenkomst, waardoor de verplichting ontstond de aan de overeenkomst ver-bonden beperking van den suikerexport t e verzekeren. Dientengevolge kwamen de suikeruitvoerordonnantie en de suikeruitvoerverordening 1931 tot stand en werd te Soerabaja een bureau voor de licentieering van den suikerexport ingericht.

I n M a a r t 1931 werd een comité van advies ingesteld, hetwelk van voorlichting-moet dienen nopens de verdeeling der vergunningen voor den uitvoer uit NederlandschIndië van de in art. 2 der suikeruitvoerordonnantie bedoelde m a x i m u m -hoeveelheid suiker.

De door de suikercultuur ingevoerde bezuinigingen, alsmede de inkrimping-van areaal als gevolg inkrimping-van de Chadbourne-overeenkomst, gaven aanleiding tot een uitvoerig onderzoek betreffende de gevolgen van deze maatregelen t e n opzichte van de welvaart der inheemsche bevolking in de betreffende gebieden.

De stroeve credietverleening, welke de ondernemingscultuur als gevolg van de algemeene crisis ondervond, leidde in 1931 tot de voorbereiding van de in-stelling van eene van gouvernementswege gesteunde cultuurhulpbank, welke financieel zwakke doch overigens levensvatbare ondernemingen van de noodige middelen tot voortzetting van h e t bedrijf zou moeten voorzien. Deze instelling is tot stand gekomen onder den n a a m Crediethulpbank van Nederlandsch-Indië.

Nopens de motieven, welke tot de oprichting van dit lichaam hebben geleid, zoomede de taak en werkwijze daarvan worden onder letter J van dit hoofdstuk nadere inlichtingen verstrekt.

6

82 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

I n samenwerking m e t het Centraal Kantoor voor de Statistiek en het Analyse-lahoratorium van de Afdeeling Nijverheid van het D e p a r t e m e n t van Landbouw, Nijverheid en H a n d e l deed de Afdeeling Landbouw eene verbeterde opgave van de pubbcatie over de voedselvoorziening van Nederlandsch-Indie verschijnen.

De voortzetting van de ontleding van het I n h e e m s c h e bedrijf bracht ver-schillende nieuwe inzichten, welke het werk v a n den Landbouwvoorhehtings-dienst in hooge m a t e ten goede k w a m e n . E e n 12-tal Mededeelmgen, Korte Mededeelingen en Verslagen werden door de onderafdeeling Landbouweconomie gepubliceerd.

De werkzaamheden van den Landbouwvoorlichtingsdienst breidden zich onder invloed van de sterk verhoogde eischen, welke de crisistoestanden aan de bericht-geving stelden, in hooge m a t e uit.

Ook het voorlichtingswerk t e n behoeve van de bevolking ondervond den invloed van de sterk veranderde tijden; de prijsval v a n verschillende landbouwproducten bracht vaak eene algeheele verandering in de waardeering van de ou tuurgewassen door de bevolking, m e t het gevolg, dat de voorlichtingsdienst m vele gevallen de plaatselijke, in aansluiting m e t vroegere ervaringen opgestelde, werkprogramma s

moest herzien dan wel aanvullen. _ De belangstelling van de bevolking voor handelsgewassen n a m sterk af; in

vrijwel alle gewesten trokken de voedsellandbouw en de teelt van tweede ge-wassen, v r u c h t e n en bloemen een steeds toenemende a a n d a c h t .

Ten behoeve van het Centraal Kantoor voor de Statistiek verleende de voor-lichtingsdienst op J a v a evenals in vorige jaren zijne hulp bij het verzamelen van proefsnitcijfers en hot samenstellen van plant- en oogststaten. Met medewerking van alle plaatselijke diensten op J a v a , zoowel als in de Buitengewesten werd het onderzoek voortgezet inzake het ladangvraagstuk en de wijze, waarop de aan dit systeem verbonden gevaren zouden k u n n e n worden verminderd of voorkomen.

Onder de bemoeienissen van den voorlichtingsdienst bleven de proefnemingen eene groote plaats innemen. Zich aanpassende aan de groote verscheidenheid van cultures en de sterk wisselende plaatselijke bedrijfsvormen, vertoonden deze proeven een verschillend aspect. Op J a v a werden t e n aanzien van de rijstcultuur talrijke proeven genomen, welke verschillende variëteiten en verschillende soorten k u n s t m e s t in afwisselende hoeveelheden en combinatie tot object hadden.

Pogingen om door middel van selectie te geraken tot eene goedproduceerende rijstsoort op de Bantam-tuffen in W e s t - J a v a hadden een gunstig resultaat. Uit-gebreide bevloeiingsproeven bij sawahrijst gaven een beter inzicht m de water-behoefte van verschillende grondsoorten. I n verschillende streken van Oost-J ava, waar de regenval in den Westmoesson onvoldoende was of een onregelmatig ver-loop had, gaven proefnemingen m e t de gogo-rantjah-cultuurmethode voldoende goede u i t k o m s t e n om dezen bedrijfsvorm t e k u n n e n aanbevelen.

H e t vraagstuk van groenbemesters als vóórgewas van de rijst h a d wederom de volle a a n d a c h t ; tal van proeven dienden ook hier om nog bestaande problemen op t e lossen of voorloopig verkregen resultaten te bevestigen. Ook tal van andere gewassen vormden een object van proefneming m e t het doel de beschikking t e krijgen over de plaatselijk beste variëteiten van suikerriet, kedele en aardnoten.

Teneinde het belangrijke veevoedervraagstuk op Madoera op te lossen werden proeven m e t ensilage van groenvoer genomen.

E e n e proefondervindelijke toetsing van verschillende Arnerikaansche gierst-soorten in de droge streken van Oost-Java gaf goede resultaten.

Ook in de ressorten der Buitengewesten n a m e n de onderzoekingen t e velde en de orientierende proefnemingen eene belangrijke plaats m op de werk-p r o g r a m m a ' s der landbouwconsulenten. I n grootere m a t e dan in vorige jaren cor centreerden zich de bemoeienissen op de mogelijkheid om tot stabilisatie en v e r h o o ^ n g van de voedselproductie te geraken. Als gevolg van deze door de omstandigheden geboden doelstelling wijdden de plaatselijke diensten groote aandacht aan den invoer van betere rijstvariëteiten, de bemesting van dit gewas m e t k u n s t m e s t , het gebruik van groenbemesters als vóórgewas en de toepassing van plaatselijk beter geëigende cultuur methoden.

LANDBOUW. 83 Ook de verbouw van tweede gewassen vergde toenemende bemoeienis en noopte tot uitgebreide proefnemingen inzake bemesting en variëteiten-keuze bij aardappelen, kool, uien, kedele, aardnoten, mais en tabak, voornamelijk in de gewesten S u m a t r a ' s W e s t k u s t , Tapanoeli, Celebes, Atjeh en Bali en Lombok.

De selectie van peper, kapok en klappers bleef aandacht vragen, evenals het vraagstuk van de aanwending van grondbedekkers. De verhoogde belangstelling-in de kruidnagelcultuur ter S u m a t r a ' s W e s t k u s t en belangstelling-in Benkoelen noopte even-eens tot bemoeienis op selectief gebied.

De bestaande proefnemingen inzake de aanwending van schaduwboomen bij de koffiecultuur in de gewesten Tapanoeli, S u m a t r a ' s W e s t k u s t , Palembang, Gelebes en Onderhoorigheden en Bali en Lombok konden nog geene voldoend betrouwbare uitkomsten opleveren.

Veelal in directe aansluiting m e t de vroeger verkregen proefveldresultaten werd propaganda gevoerd voor alle bedrijfsverbeteringen, welke de voorlichtings-dienst nuttig en noodzakelijk a c h t t e . Onder de vele middelen, welke ter bereiking van dit doel ten dienste stonden, vervulde de demonstratie eene zeer belangrijke rol; een 1000-tal grootere en kleinere veldjes over den geheelen archipel verspreid dienden den inheemschen landbouwer tot voorlichting en leering. Deze demon-straties hadden in hoofdzaak betrekking op het gebruik van betere variëteiten van rijst, suikerriet, peper, kedele, aardnoten en aardappelen, de aanwending van k u n s t m e s t of groenbemesting bij verschillende éénjarige en overjarige gewassen, het o-ebruik van betere grondbewerkingswerktuigen en de toepassing van schaduw-boomen bij de koffiecultuur.

Als uitnemend middel van propaganda dienden voorts kleine locale tentoon-stellingen, welke eene uitstekende gelegenheid boden om de bevolking in kennis te brengen m e t nieuwe begrippen en door anderen verkregen resultaten. De in enkele ressorten verkregen voorloopige uitkomsten m e t de vertooning van locaal opgenomen landbouwfilms openden ruime perspectieven en openden de mogelijk-heid om de doelmatigmogelijk-heid der t e voeren propaganda in de naaste toekomst op te voeren.

E e n bevredigend resultaat had ook het persoonlijk contact, hetwelk de ambte-naren van den voorlichtingsdienst op h u n n e dienstreizen m e t den inheemschen landbouwer konden onderhouden. Talrijke adviezen en inlichtingen, het landbouw-bedrijf betreffende, werden op deze wijze verstrekt en in vele gevallen, zij het dan ook na herhaalde besprekingen, opgevolgd.

Ook de verschillende in de landstaal gedrukte landbouwtijdschriften, waarvan er 2 op J a v a en 6 in de Buitengewesten verschenen, vormden een belangrijk middel van propaganda en boden in h u n n e inlichtingenrubriek eene steeds meer gewaardeerde gelegenheid tot het geven en bekomen van de gewenschte infor-maties.

De locale adviesverstrekking aan andere takken van dienst, waaronder het Binnenlandsch B e s t u u r , de Irrigatie en het Volkscredietwezen, breidde zich in sterke m a t e uit en eischte van de ressortleiders voortdurende bemoeienis ter zake van den voedseltoestand in bepaalde streken, de restrictie, den grondhuur en de areaaluitbreiding der suikerindustrie, het uitzetten van bevolkingsreserves, de behandeling van erfpachtsaangelegenheden en boschreserveeringsvoorstellen, de werking van het pandcrecliet, de invloed van de grondverpanding op de grond-m u t a t i e s en het landbouweconornisch onderzoek van credietaanvragen voor landbouwkundige doeleinden.

De geldschaarschte, de lage productenprijzen en de geringe kapitaalkracht van het grootste deel der landbouwende bevolking vormden in vele gevallen eene belemmering voor het aanbrengen van die bedrijfsverbeteringen, welke uitgaven in geld vereischten.

H e t gebruik van groenbemester en van deugdelijk zaad- en plantmateriaal, hetwelk veelal slechts geringe en dan nog vaak in n a t u r a verschuldigde onkosten m e t zich brengt, breidde zich aanzienlijk uit.

Op J a v a verspreidde de voorlichtingsdienst ongeveer 700 quintalen zaden van verschillende groenbemesters; in het bijzonder vonden- de zaden van Crotalaria anagyroides, Crotalaria juncea, Centrosema en Calopogonium ruimen afzet. Tal

84 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

van particuliere aanplantingen werden als zaad tuin geëxploiteerd; zij distribu-eerden groote hoeveelheden materiaal.

H e t gebruik van goedproduceerende rijstvariëteiten n a m eveneens in niet onbelangrijke m a t e t o e ; in de Vorstenlanden en Midden- en W e s t - J a v a besloegen de aanplantingen van padi-Tjina en padi-Baok e e n . oppervlakte van duizenden hectaren.

Voorts bestond er toenemende belangstelling voor geselecteerd zaad en plant-materiaal van kedele, aardnoten, tabak, cassave en oebi.

I n Oost-Java trok de op verschillende plaatsen gevoerde propaganda voor de gogo-rantjah-cultuurmethode bij rijst bijzondere aandacht. H e t feit dat de volgens deze wijze gedreven rijstcultuur de hiervoor vereischte betrekkelijk geringe arbeids-intensiveering beloont m e t gemiddeld 7 quintalen droge padi per hectare meer-opbrengst, deed de desbetreffende bevolking er toe besluiten om genoemde methode op groote schaal toe t e passen.

Eenzelfde waardeering als op J a v a ondervond de verstrekking van goed zaaden p l a n t m a t e r i a a l in de Buitzaadengewestzaaden. Ook hier n a m het gebruik van grozaaden -bemesters toe en wel in hoofdzaak in de gewesten S u m a t r a ' s W e s t k u s t , Tapa-noeli, Celebes, Bali en Lombok en Manado.

Belangrijke hoeveelheden zaad van padi-Tjina en vroegrijpende Britsch-Indische variëteiten werden verspreid in de ressorten Tapanoeli, P a l e m b a n g , S u m a t r a ' s W e s t k u s t en Atjeh. De centra van groentencultuur ter Oostkust van S u m a t r a en ter S u m a t r a ' s W e s t k u s t kochten voor ruim f 7000 aan groentenzaden.

De distributie van p l a n t m a t e r i a a l van Bobusta-koffie en rubber n a m belang-rijk af; daarentegen bestond in Tapanoeli groote belangstelling voor p l a n t m a t e r i a a l van Arabica-koffie als gevolg van het feit, dat de marktprijzen van deze faney-scort in verhouding m e t de prijzen van Robusta-koffie slechts weinig waren ge-daald, zoodat de Arabica-cultuur nog een alleszins voldoend rendement had.

I n de gewesten P a l e m b a n g , S u m a t r a ' s W e s t k u s t , Tapanoeli, Celebes en B a h en Lombok was groote vraag n a a r zaad van kapok en in Benkoelen en S u m a t r a ' s W e s t k u s t naar p l a n t m a t e r i a a l van kruidnagel.

De aankoop van landbouwwerktuigen verminderde wegens de geldschaarschte, zoowel op J a v a als in de Buitengewesten in sterke m a t e .

H e t gebruik van k u n s t m e s t bleef ongeveer op hetzelfde peil; de in verhouding tot de kunstmestprijzen zeer sterk gedaalde prijzen van de landbouwproducten lieten in al de gevallen, waar slechts geringe meeropbrengsten werden verkregen, eene rendabele bemesting niet meer toe, zoodat hier een achteruitgang van het verbruik viel te constateeren. E e n e uitzondering vormde Tapanoeli, waar het ver-bruik steeg van 1140 quintalen gedurende 1930 tot 1950 quintalen gedurende 1931.

Op J a v a verleende de voorlichtingsdienst zijne bemiddeling bij den aankoop en distributie van + 12 000 quintalen k u n s t m e s t ; in de Buitengewesten bedroeg deze hoeveelheid + 2600 quintalen.

Op B a n g k a werden t e n behoeve van de pepercultuur 9000 quintalen anorga-nische en 29 000 quintalen orgaanorga-nische meststoffen door den particulieren handel ingevoerd.

I n het stelsel van landbouwonderwijs k w a m geene verandering. De Middelbare Landbouwschool te Buitenzorg leverde 27 leerlingen af; de beide Cultuurscholen te Soekaboemi en Malang 36 en 26 leerlingen.

H e t aantal bedrijfsscholen ondervond geene uitbreiding; het bleef beperkt t o t 8 inrichtingen, waarvan 6 op J a v a en 2 in de Buitengewesten.

Aan de plaatselijke behoeften aangepast onderwijs voor landbouwers werd ver-strekt op 62 landbouwcursussen, w a a r v a n 50 op J a v a en 12 in de Buitengewesten.

H e t aantal cursussen voor desa-onderwijs bedroeg 6.

De verzorging van het onderwijs in landbouwkundige richting op de opleidings-scholen voor Inlandsche onderwijzers geschiedde door 8 adjunct-landbouwconsu-lenten, die voor dit doel ter beschikking waren gesteld van den Directeur van Onderwijs en Eeredienst. E e n 10-tal van de op deze wijze in 1930 opgeleide onderwijskrachten kreeg' eene eenjarige praktische vorming op het

opleidings-LANDBOUW. 85 bodrijf bij Kota B a t o e . Op 20 standaardscholen gaven geschoolde leerkrachten onderwijs op landbouwkundig gebied.

De in vorige jaren aangevangen onderzoekingen op tuinbouwgebied werden voortgezet; de oudste proefnemingen o m t r e n t de gebruikswaarde van verschillende o n d e r s t a m m e n en variëteiten k w a m e n in een stadium, waarin eene voorloopige bewerking der verkregen gegevens mogelijk was.

De vatbaarheid van verschillende citrusvormen voor bepaalde schimmelziekten leidde tot een uitvoerig onderzoek o m t r e n t de mogelijkheid om aantasting te voorkomen door het kweeken van resistente o n d e r s t a m m e n .

De belangrijke plaats, welke verschillende groenten en vruchten als onderdeel van het dagelijksch m e n u der bevolking innemen, alsmede de betrekkelijke on-bekendheid o m t r e n t de voedingswaarde en het vitaminengehalte dezer voedings-middelen, noopten tot een omvangrijk onderzoek op dit gebied. Verschillende faciliteiten werden verkregen ten aanzien van h e t vervoer van tuinbouwproducten en levende planten.

De proefnemingen m e t bijenteelt in kasten hadden d e r m a t e succes, dat de bevolking deze m e t h o d e op ruime schaal navolgde.

De verschillende proef- en zaadtuinen leverden voor eene waarde van

± f 30 000 aan p l a n t m a t e r i a a l .

I n aansluiting aan hetgeen in het vorig Verslag werd medegedeeld o m t r e n t het aandeel van het Algemeen Proefstation voor den Landbouw in de Overheids-zorg voor den landbouw, nl. de bestudeering van landbouwtechnische vraag-stukken en het op de praktijk van den landbouw gerichte natuurwetenschappelijk onderzoek, volgt hier eene opsomming van de belangrijkste der verkregen resul-t a resul-t e n en van enkele principieele wijzigingen in de m e resul-t h o d e n om resul-toresul-t de oplossing van verschillende landbouwtechnische vraagstukken te geraken.

H e t Landbouwkundig I n s t i t u u t van dit proefstation verkreeg door het houden van besprekingen over de in elk der moessons t e n e m e n veldproeven eene nauwere samenwerking0 m e t de landbouwvoorlichtingsdiensten, hetgeen reeds leidde tot grootere eenheid in den opzet dier proeven, welke weer eene betere vergelijkbaar-heid der resultaten m e t zich bracht. Deze resultaten werden zoo snel mogelijk door middel van korte verslagen ter kennis van belanghebbenden gebracht. I n samenwerking m e t het Proefstation voor Vorstenlandsche tabak, werd het onder-zoek naar de vraag, in hoever h e t verbod om aardnoten, Inlandsche tabak en lombok te planten in het tabaksareaal der Vorstenlanden gehandhaafd moet blijven uitgebreid om sneller tot een resultaat t e komen. Ter aanvulling van het kruisin'o-s- en selectiewerk in den selectietuin te Buitenzorg en de op andere bodemtvpen gelegen tuinen t e Ngale (Ngawi) en Tjimioeng ( B a n t a m ) werden de daar voorloopig als gunstig aangemerkte rassen, verkregen uit importen en uit kruisingen, door de landbouwconsulenten in een aantal observatie-aanplantmgen vergeleken m e t locale u i t m u n t e n d e rassen. Veel aandacht werd besteed aan het schaduwvraagstuk voor verschillende overjarige gewassen; zoo werd de collectie dadap-vormen sterk uitgebreid, werd gezocht naar eene praktische vermenig-vuldiging van de vrijwel geen vruchten vormende lamtoro laki_, en werden jonge planten verkregen van een veelbelovende S u m a t r a a n s c h e Albizzia-soort.

Op het Scheikundig Laboratorium werd wederom een zeer groot aantal analyses verricht van cassave-wortels t e n behoeve van de selectie, en andere series ter vollediger beoordeeling der resultaten van bemestingsproeven. Uit talrijke vet-bepalingen in copra bleek, dat dit gehalte bij noten uit één tros zeer uiteenloopt, hetgeen eene selectie op deze eigenschap vrijwel uitsluit. Voorts werden enkele kleine onderzoekingen verricht, en 124 m e s t m o n s t e r s geanalyseerd.

Aan het Plantkundig Laboratorium werd de biologische grondslag van het kruisingswerk voor kapok verder uitgewerkt; van een deel der talrijke kruisingen werden oogen gezet op takken van reeds vruchtdragende boomen m e t de be-doeling binnen korten tijd reeds vruchten van de nieuwe vormen te verkrijgen.

Ter bestudeering van de mentek-ziekte van de vijst, werd het voedmgsphysiolo-gisch onderzoek voortgezet; de in het begin ondervonden moeilijkheden m e t de watercultures werden overwonnen door toevoeging van sporen mangaan of borium.

86 DE ECONOMISCHE TOESTAND.

Aandacht werd besteed aan het zuurstofgehalte van het sawahwater en ook werd een begin gemaakt aan eene anatomische studie van de luchtkanalen bij ver-schillende rijstrassen. H e t zoeken n a a r tegen gomziekte bestand zijnde onder-s t a m m e n voor djeroek werd voortgezet, terwijl de reedonder-s voorloopig gepubliceerde bestrijdingsmethoden van de gomziekte nader getoetst werden.

Bij het I n s t i t u u t voor Plantenziekten werd veel tijd van de onderzoekers in beslag genomen door de talrijke adviezen. Toch konden verschillende onder-zoekingen worden voortgezet, en enkele nieuwe van geringen omvang begonnen.

I n samenwerking m e t den landbouwvoorlichtingsdienst werd in Brebes de witte rijstboorder t h a n s m e t gunstig resultaat door de zaaitijdregeling bestreden. B e n e verbetering in een Inlandsche verdelgingsmethode m a a k t e bestrijding van r a t t e n in bergsawahs praktisch mogelijk. I n Midden-J ava trad B r a c h a r t o n a in ver-scheidene klappergebieden in hevige m a t e op, doch kon overal waar de bevolking volledig medewerkte bij toepassing v a n . d e reeds eerder uitgewerkte bestrijdings-m e t h o d e worden beteugeld, terwijl, waar die bestrijdings-medewerking ontbrak, de plaag zich uitbreidde en de schade deed vertienvoudigen. De schade door semoenjoeng-wants ( D a s y n u s piperis) aan de pepercultuur op B a n g k a zou waarschijnlijk door eene wijziging in de cultuurmethode sterk verminderd k u n n e n worden. Eindelijk ge-lukte het den verwekker van de ruineuze peperafstervingsziekte t e isoleeren;"in samenwerking m e t het Bodemkundig I n s t i t u u t werden aanwijzingen verkregen, dat de zuurgraad van den bodem van grooten invloed op het uitbreken der ziekte is. Naast de in het vorig Verslag genoemde en praktisch bruikbaar gebleken m a a t -regelen ter bestrijding van de koffietopsterfte door snoei, zijn bestuivingsproeven m e t fungiciden aangezet. H e t onderzoek van verschillende plagen der vrucht-boornen leverde praktische resultaten op voor bestrijding van de djeroek-luis, de mangga-cicade, den grooten djeroek-wants en den djeroek-mineerder. De studie van schadelijke boschinsecten werd voortgezet. De ingevoerde berichtgeving o m t r e n t aan boschcultures toegebrachte schade bracht aan het licht, dat de primaire djatiboeboek op eenige plaatsen zich sterk uitbreidde, zoodat een nader onderzoek van dat insect urgent werd. Aan biologische bestrijdingsmethoden (invoer van parasieten) werd bijzondere a a n d a c h t besteed, voornamelijk ter be-strijding van de aardrupsenplaag van de mais en ter beteugeling van de den klapper a a n t a s t e n d e Aleurodicus in Zuid-Celebes.

De plantenkeuring functionneerde bevredigend; verschillende schadelijke in-secten werden geweerd, terwijl eenige door fungoide ziekten aangetaste zendingen vernietigd werden.

Bij het Bodemkundig I n s t i t u u t werd het terreinwerk voor de grondkaarteering van het gouvernement Soerakarta voltooid; de verkregen voorloopige k a a r t was reeds van n u t ter beoordeeling welke gedeelten van het suikerareaal m e t t a b a k zouden k u n n e n worden beplant. De omgeving van de Peperbaai werd bodem-kundig in kaart gebracht m e t het oog op irrigatieplannen, alsmede de Tjihea-vlakte, zulks in verband m e t de toepassing van bemesting op de onderling sterk uiteenloopende gronden dier vlakte. Op het laboratorium werd de capaciteit voor de grondanalyses opgevoerd, waarbij de onkosten per analyse gedrukt konden worden. De physico-chemicus begon een onderzoek naar adsorbtie en zuurgraad, twee zeer belangrijke eigenschappen van den grond, zooals bleek bij het onder-zoek van bovenvermelde peperafstervingsziekte. Op het water- en sliblaboratorium werden vele door de landbouwvoorlichtingsdiensten ingezonden monsters

Bij het Bodemkundig I n s t i t u u t werd het terreinwerk voor de grondkaarteering van het gouvernement Soerakarta voltooid; de verkregen voorloopige k a a r t was reeds van n u t ter beoordeeling welke gedeelten van het suikerareaal m e t t a b a k zouden k u n n e n worden beplant. De omgeving van de Peperbaai werd bodem-kundig in kaart gebracht m e t het oog op irrigatieplannen, alsmede de Tjihea-vlakte, zulks in verband m e t de toepassing van bemesting op de onderling sterk uiteenloopende gronden dier vlakte. Op het laboratorium werd de capaciteit voor de grondanalyses opgevoerd, waarbij de onkosten per analyse gedrukt konden worden. De physico-chemicus begon een onderzoek naar adsorbtie en zuurgraad, twee zeer belangrijke eigenschappen van den grond, zooals bleek bij het onder-zoek van bovenvermelde peperafstervingsziekte. Op het water- en sliblaboratorium werden vele door de landbouwvoorlichtingsdiensten ingezonden monsters

In document I. TEKST VAN HET VERSLAG VAN BESTUUR EN STAAT VAN NEDERLANDSCH-INDIË OVER (pagina 85-91)