van 120 duiten

In document BIBLIOTHEEK KTLV (pagina 129-133)

welke geoogst is.

Bouws van 500 vierk. roeden.

1342 1750 1830 2057 2150 1759

Opbrengst.

Pikols.

10,674 14,252 16,879 20,163 25,229 16,100

Hoeveelheid tabak bereid voorde

Europesche markt.

Pikols.

10,639 14,252 16,156 19,663 24,529 16,100

Genoten betaling door de tabakplantende

huis-gezinnen.

Guldens

van 120 duiten.

f 113,220: 761/2 151,241: 631/2 160,751: 941/2

190,698:116 206,253:101 165,692: 29

Peper-cultuur.

Ook voor deze cultuur wordt thans onder lit. S eene uitvoerigere dan de tot dusver geleverde aantooning overgelegd.

Zij geeft overigens voor het j a a r 1854 geene stof tot bijzondere opmerkingen. Alleen is vermeld geworden, dat de ondervinding omtrent de nadeelige uitkomsten van het aan-planten van peperranken in de koffij tuinen, het bestuur aanleiding heeft gegeven, de be-volking in Patjitan aan te moedigen om de ranken te planten op de erven en op vlakten

ongeschikt voor den aanplant van pagger-koffij.

De groote wisselvalligheid dezer eultuur kan blijken uit het ondervolgend zesjarig over-z i g t , hetwelk over-zich aansluit aan het negenjarig overover-zigt, voorkomende in het Verslag van 1849, pag. 196. de pikol peper

aan het

Gedurende deze jaren was de opbrengst der in

Nederland geveilde peper per pikol, Nederl. courant:

Reeds sedert geruimen tijd was van onderscheidene zijden de aandacht der Regering gevestigd geworden op de wenschelijkheid om de kina, dit kostelijk voortbrengsel van de wildernissen der Cordilleras van Zuid-Amerika, op Java aan te kweeken. Door de uit-vinding der chinine is het verbruik der kinabast tot eene verbazende hoogte geklommen, en nogtans wordt in die gewesten niets gedaan tot onderhoud of voortplanting van den boom, en is het te voorzien, dat vroeger of later onvermijdelijk eene uitputting van den voorraad, dien de bosschen daar thans nog bevatten, moet volgen.

Het Departement van Kolonien had bij herhaling, gepoogd, door tusschenkomst der Nederlandsche consuls in de Zuid-Amerikaansche Staten, zaden of planten magtig te worden, maar die pogingen waren steeds mislukt.

I n 1852 werd daarom, op 'sKonings magtiging, bepaaldelijk tot dat einde van hier uitgezonden de heer J. K. Hasslcarl, vroeger botanicus bij 's Lands plantentuin te Bui-tenzorg en sedert eenige jaren naar Europa teruggekeerd. In liet begin van 1853 te Panama aangekomen, van waar hij vervolgens over Lima naar de bovenlanden vertrok, gelukte het h e m , niettegenstaande de moeijclijkheden en bezwaren, welke de natuurlijke toestand des lands en een heerschende oorlog tussehen de republieken Peru en Bolivia tegen een onderzoek der hooge grensdistricten opleverden, nog in den loop van dat j a a r tot twee maal toe eene hoeveelheid zaden en zelfs een vijftigtal kina-planten herwaarts te verzenden. De planten bereikten hare bestemming niet, maar de zaden werden gedeelte-lijk aan de academische kruidtuinen afgegeven, en aldaar met goed gevolg tot ontkie-ming gebragt, gedeeltelijk van hieruit met de overlandmail naar Java verzonden.

De heer Hasslcarl was inmiddels voortgegaan zaden en planten te verzamelen, en

[*) Waaronder 8i kati ( i o i ' / j Amst. pd.) staartpeper.

i 1*6 )

scheepte zich in Augustus 1854 te Callao naar Java in, op Zr. Ms fregat Prins Frederik der Nederlanden, dat opzettelijk tot dat einde uit Indie derwaarts was gezonden.

Het mögt hem te beurt vallen, in December van'dat jaar zijne planten, althans voor een gedeelte, behouden op J a v a aan te brengen.

Vóór zijne aankomst waren reeds in Indie ontvangen en met goed gevolg te Euitenzorg aangekweekt een aantal van hier uitgezonden planten , verkregen uit de zaden , welke aan de academische kruidtuinen waren toevertrouwd.

Reeds vroeger trouwens waren door de zorg van den hoogleeraar Miquel derwaarts verzonden onderscheidene in den kruidtuin te Amsterdam aangekweekte planten. En in 1852 was men er in geslaagd eene grootere plant, welke de hoogleeraar de Vriese te Parijs had weten te bekomen , en die van de beste soort {cinchona calisaya) w a s , in ge-zonden staat op Java aan te brengen, waar zij, op het eind van 1854 naar wensch tierde, reeds eene hoogte van 51/2 voet had bereikt en zestig stekkelingen had opgele-verd. Ook de heer J. A. WdlÀnk Wzoon, te Amsterdam, had een- en andermaal planten

naar Java gezonden.

Men had destijds voor de aanplanting ingerigt een terrein ten noord-westen van het ravijn Tjibodas, aan de helling van het Gedé-gebergte, op eene hoogte van 4600 à 4700 voet boven de oppervlakte der zee, en had daar, op een afstand van 20 voet onderling, uitgeplant 144 stuks kinaplanten, waarvan de helft chinchona calisaya, gedeeltelijk ver-kregen van het door den heer Hasskarl gezonden zaad, gedeeltelijk stekken van de plant van den hoogleeraar de Vriese.

Daar de proeven tot invoering der kina-cultuur, welke elders genomen zijn, met name in Algérie en in het Himalaya-gebergte, tot dusver zijn mislukt, én de hooge bergstreken van J a v a en Sumatra wegens gesteldheid van den bodem en van het klimaat, er uitne-mend geschikt voor worden geacht, mag de overbrenging der kinaplant op Java en het in 1854 gemaakt begin eener cultuur op grootere schaal, een belangrijk feit worden genoemd.

3°. Landbouw op woeste gronden, door het Gouvernement verhuurd.

Nadat in 1853 magtïging van het opperbestuur was ontvangen om de uitgifte in huur van woeste gronden, onder zekere waarborgen en voorzorgen toe te staan, werden nog in datzelfde jaar door het Indisch bestuur eenige vraagpunten vastgesteld, aan welke de vroeger in advies gehouden verzoeken zouden behooren te worden getoetst, in afwachting van de vaststelling van eene algemeene verordening, welke ter goedkeuring aan het opperbestuur werd gezonden (1). In 1854 werden echter nog geene nieuwe overeenkomsten aangegaan. Alleen werd, bij een besluit van den Gouverneur-Generaal van 18 October»

n°. 1, een ontwerp gearresteerd van een contract, hetwelk in het begin van het daarop volgend j a a r tot stand kwam, en waarbij, onder 's Konings nadere goedkeuring, in de residentie Samarang een perceel gronds in huur werd afgestaan, met vrijlating aan den huurder om daarop alle gewassen te telen, met uitzondering van gambier en papaver.

Blijkens den in het vorig Verslag (pag. 151) medegedeelden s t a a t , waren destijds in de gouvernements-residentien van Java 43 perceelen als woeste gronden verhuurd. Op het eind van 1854 bedroeg dit aantal 39. I n Cheribon namelijk w e r d , na verloop van

den vast^estelden tijd, niet hernieuwd eene overeenkomst van dien aard met eenen Chinees aangegaan, en in Soerabaija had hetzelfde plaats ten aanzien van drie perceelen, op een van welke geoordeeld werd dat de huurder zijne verpligtingen jegens de bevol-king niet genoeg nakwam, terwijl de verhuring der beide overige gezamenlijk door een suikercontract vervangen werd. De huurlanden in Samarang leverden in dit j a a r de helft meer koffij op dan het vorige j a a r , namelijk 37,24678/100 pikol, waarvan 372468/100

pikol als huurschat aan het Gouvernement werd opgebragt.

Gezamenlijk bragten de verhuurde woeste gronden in 1854 aan het Gouvernement op;

voor de in dat jaar gebezigde werklieden, ad l 2.60 per m a n , f 5,807.60 als huurschat :

in geld 10,601.54

(i) Dit onderwerp is t h a n s , naar aanleiding van art. 62 van het regeringsreglement (Neder-landsch Staatsblad van i 8 5 4 , n°- 129) geregeld hij een Koninklijk besluit van 3 Julij i 8 5 6 , n°. g3.

32

in product:

suiker koffij

2,16773 pikol 463868 ,, Ofschoon niet uitsluitend tot verhuring van woeste gronden betrekking hebbende, kan hier de algemeene opmerking worden bijgevoegd, dat door den Gouverneur-Generaal meer dan eene beschikking genomen werd met de strekking, om den landbouw voor Europeanen in de binnenlanden van Java onbelemmerd te laten en te bevorderen, zon-der het beginsel los te laten om industriële onzon-dernemingen aan eigen krachten over te laten, en alleen dan de hulp van het Gouvernement te verleenen, als het bleek dat nuttige ondernemingen niet zonder die hulp konden bestaan.

Onder die beschikkingen verdienen bijzonder vermelding :

een besluit van 14 Februarij 1854, n°. 4, waarbij de resident van Cheribon gemag-tigd werd om, in verband met Staatsblad 1838, n°. 50 (houdende bepalingen op het aangaan van overeenkomsten met de inlandsche bevolking voor nuttige ondernemingen en bedrijven van nijverheid), in te willigen een verzoek van eenen suïkerfabrikant in die residentie, om telken jare van de belanghebbende dessa's eenige onbenutte gronden in de nabijheid zijner fabriek te mogen inhuren, ter beplanting met suikerriet;

een besluit van 10 Julij 1854, n°. 6 , waarbij de resident van Bezoeki werd gemagtigd in te willigen een verzoek van twee landeigenaren te Probolinggo , om op hun landje een kleinen molen op te rigten ter vermaling van door het omliggende bevolking te leveren suikerriet; waartoe zij met haar overeenkomsten wenschten aan te gaan;

een besluit van 8 December 1854, n°. 7 , waarbij het regt van opstal werd verleend op gronden in de residentie Cheribon tot oprigting van pelmolens en pakhuizen , onder bepaling, dat jaarlijks zou worden betaald aan de regthebbende bevolking f 25 voor den bouw sawah veld en f 15 per bouw tegalveld, en aan het Governement f 6 voor het gemis van landrenten.

4°. Landbouw op particuliere landen.

N a a r aanleiding van de opgaven der gewestelijke besturen is omtrent de particuliere landen de volgende aantooning ontvangen ;

G E W E S T E N .

Uitgestrektheid der landen in bouws van 500 vierk. roeden.

Bevolking.

Zielen.

Aangeslagen waarde voor de

verponding.

Bantam.

Batavia. . Buitenzorg Krawang Cheribon . , Samarang J a p a r a . . . Soerabaya.

Tc zamen

32,000 390,982102/125

413,066 386,440 384,000 20,824

1,608387/500 7,085i/2

l,636,00616/25

26,090 299,168 309,314 102,507 60,243 12,779 8,115 28,504

846,720

1,150,000 11,298,230 9,807,550 2,300,000 1,923,974 1,782,725 70,000 1,653,000

29,985,479

In document BIBLIOTHEEK KTLV (pagina 129-133)