Gemiddeld over 5 jaren

In document BIBLIOTHEEK KTLV (pagina 21-27)

40

Sterkte.

2583 7 3314 2423 207 1935

Sterfte.

1:13 1:1.75 1:33.8 1:21.08 1:41.4 1:48.375

Bij de beoordeeling der grootere sterfte in de aan de kust gelegene plaatsen moet in aanmerking genomen worden, dat van de Europeanen, die hier stierven, velen pas uit Europa aangekomen en dus nog niet geacclimateerd waren.

De volgende recapitulatie der sterfteverhouding van de aan de leust en linnen 's lands gelegene plaatsen. over de laatste h jaren toont, buiten aanmerking latende het jaar 1851, toen de cholera zoo vele slagtoffers maakte, dat de sterfte verhouding in de kustplaatsen van jaar tot jaar gunstiger wordt.

JAREN.

1850

1851

1852

1853

1854

Gemiddeld over 5 jaren

KUSTPLAATSEN.

Overleden.

439

528

377

346

300

398

Sterkte.

6936

7330

6659

6856

5904

6737

Sterfte.

1:15.8

1 :13.88

1:17.6

1: 19.8

1:19.68

1:17

PLAATSEN BINNEN

Overleden.

197

218

186

149

160

182

Sterkte.

5,769

5,854

5,127

4,928

4,565

52,486

'S LANDS.

Sterfte.

1: 29.4

1:26.85

1 :27.6

1:33.7

1:28.5

1: 28.8

Ten vervol-e op vroegere verslagen zij eindelijk nog bijgevoegd het onderstaand overzigt over h jaren van de sterf leverhouding, zoo met betrekking tot de natiën, als tot de kust- en binnen 's lands gelegene plaatsen.

à binnen 's lands.

n binnen 's lands.

' O o binnen 's lands.

p

Het qehecle aantal in de militaire hospitalen en infirmerien op Java en Madura behan-delde lijders bedroeg in 1854 22,094; dat der verpleegdagen 445,036; gemiddeld bleef dus elke lijder 20.14 dagen onder behandeling.

Ethnographisch was dit gemiddeld:

hoofden.

Europeanen en Afrikanen 12,117

Inlanders 9,977

verpleegdagen. verhouding.

281,452 1:23.6 163,584 1:16.4 De aard der in dit jaar behandelde ziekten en gebreken wordt aangetoond in den (bijlage lit. À) bijgevoegden staat.

e. I n f a n t e r i e .

In 1854 werd in Indie ontvangen 'sKonings goedkeuring op eene vroeger voorgestelde eewiizi-de uitrusting voor de infanterie, medebrengende de invoering van een buigzamen lederen°gordel met patroontasch en slaghoedtascbje, alsmede het kapmes, en een halsriem ter ondersteuning van den gordel. Tot berging van de kledingstukken van den soldaat

«al dienen een kleine ruige ransel van kalfsvel, om welken de regenmantel wordt vastgemaakt.

ƒ . A r t i l l e r i e .

Ten gevolge van de bevordering van den kolonel A. Meis tot generaal-majoor, is het bevel over het wapen der artillerie overgegaan op den kolonel C. G. von Bentzsch.

g. C a v a l e r i e .

Het voornaamste wat omtrent dit wapen te vermelden is wordt bij de volgende paragraaph medegedeeld.

h. B i j z o n d e r h e d e n v a n v e r s c h i l l e n d e n a a r d .

Verandering van de uniform. Reeds jaren lang was eene kleeding in gebruik, die weinig

( 17 )

paste voor het warme en drukkende klimaat. Hierin is thans eene verbetering vastge-steld, vooral voor zoover do kleine uniform betreft, welke te velde altijd wordt gedragen.

Het hoofdkenmerk van deze uniform i s , dat de rokken en buisjes zijn afgeschaft en vervangen door tuniques ; dat de epauletten voor officieren in kleine tenue zijn vervallen en vervangen door fourragères; dat de j a s of tunique in die tenue eenigzins open zal gedragen worden, en mitsdien minder drukken op de borst, en eindelijk dat een minder hinderlijk model van halsdas daaraan is toegevoegd.

Maatregelen tot voering van het misbruik van sterhen drank. Tot wering van de bij de mindere militairen bestaande verderfelijke gewoonte van in taphuizen goedkoope doch slechte dranken te koopen, is bepaald, dat alle dranken, door de betrokken cantine-directien in entrepôt gekocht voor de niet-verpachte militaire cantines, vrij van regten kunnen worden ingevoerd. In het vorig Verslag (pagg. 22 en 23) is melding gemaakt van de proef om aan over zee reizende Europesche militairen , in stede van sterken d r a n k , wijn en bier te verstrekken. Nadat deze maatregel een halfjaar gewerkt h a d , is bleken dat hij niet aan het doel beantwoordde, en zulks doordien de transporten ge-woonlijk met stoomschepen geschieden, ten gevolge waarvan de manschappen hoogstens acht dagen aan boord doorbrengen; een te korte tijd om menschen, aan het drinken van sterken drank gewoon, daarvan af te brengen. Op grond daarvan is deze maatregel op voorstel van het militair departement ingetrokken.

Daarentegen is de in het vorig j a a r bevolen (en mede ter aangehaalde plaats vermelde) proef, om aan de inlandsche militairen, bij reizen over zee, in stede van sterken drank, koffij, Spaansche peper en zout te verstrekken, volkomen gelukt, en de verstrekkingen zijn daarvan blijvend op dien voet vastgesteld.

Aanvulling van het tarief van spillage. Het was gebleken dat het tarief van spillage, gearresteerd bij het Indisch besluit van 14 Mei 1827, n°. 18, voor zoover de magazij-nen van oorlog en de overige militaire magazijmagazij-nen aanging, niet volledig was. Om in deze leemte te voorzien is in dit jaar een v er volg-tarief van spillage gearresteerd, in het Staatsblad onder n°. 41 opgenomen.

Vertaling van de brevettender medailles voor 12- en2ijarige dienst. De gewone brevetten, behoorende bij die medailles, hadden, doordat zij alleen in het Nederduitsch waren gesteld, voor den inlandschen militair niet die waarde welke beoogd werd. Om hierin te voorzien is het militair departement gemagtigd om deze brevetten op dezelfde wijze in te rigten als die der bronzen medaille voor moed en trouw, door bijvoeging van eene Maleische of Javaansche vertaling.

Gevolgen van interruptie van dienst. Omtrent dit onderwerp werd, krachtens magtiging clcs Konings, bij een besluit van den Gouverneur-Generaal (Staatsblad n°. 87), bepaald dat alle militairen, die na 1 April 1837 geene langere interruptie van dienst dan van drie maanden in hunnen diensttijd tellen, aanspraak op de toerekening hunner vorige dienst blijven behouden bij de regeling van het aan hen toe te leggen pensioen of gagement, of bij de berekening van dienst voor de toe te kennen medailles voor trouwe dienst. Tevens werd vastgesteld, dat deze bepaling zal gerekend worden te zijn in werking getreden met 10 Augustus 1854.

Aanschaffing van remonte-paarden voor de cavalerie en artillerie. Blijkens de verslagen van 1852, pag. 2 1 , en 1853, pag. 2 3 , was vroeger tot dat einde, zonder gunstigen uitslag, eene commissie naar Makassar gezonden. I n 1854 werd bepaald: a. dat op Celebes voor den aankoop van remonte-paarden voor de artillerieën cavalerie op J a v a , gemiddeld zal mogen worden besteed eene som van f 125 zilveren munt per paard; b. dat die aan-koop zal geschieden, in overleg met den gouverneur van Celebes en onderhoorigheden, door eene permanente commissie, bestaande uit de kommandanten der detachementen cavalerie en artillerie te Makassar ; c. met wijziging van de deswege bestaande voorschrif-t e n , davoorschrif-t die commissie dan eersvoorschrif-t veranvoorschrif-twoordelijk blijfvoorschrif-t voorde aan den lande berokkende schade, wanneer het blijkt dat paarden zijn ingekocht met gebreken, die voor haar niet verholen hadden mogen blijven.

Voorts werd magtiging verleend: a. om voor hetzelfde einde ook op Java zoowel overwalsche als inkeemsche paarden aan te koopen, tegen de navolgende prijzen, als:

5

voor overwalsche: te Batavia f 150, te Samarang f 140, te Soerabaja f 1 3 0 ;

voor Javasche f 120 per stuk; b. om met den scheepskapitein Couteron eene overeen-komst aan te gaan voor de levering van hoogstens 150 paarden in 1854, afovereen-komstig van het Sandelhout-eiland, onder bepaling dat een deskundig officier dezen gezagvoerder zal vergezellen.

§ 3. Gewestelijk militair helieer.

I n de afdeeling Benkoelen werd ingetrokken cle bezetting van Permatan-Balem, vroeger gevestigd tot bescherming van de aldaar gelegen specerij-tuinen en tot beteugeling van den onrustigen geest in de Andelas, Loema, Boed-Bradak en Oeloe-Koenkei, welke be-zetting wegens veranderde omstandigheden thans niet meer noodig werd geacht.

I n de Wester-afdeeling van Borneo werden militaire bezettingen gelegd in de nieuwe-lings onderworpen Chin esche districten Montrado, Sinkawang, Koelor, Soengei-Doerie en Soengei-Raja, over welker organisatie onder het hoofd n Gewestelijk algemeen beheer'"

reeds gehandeld is. De kommandanten dier bezettingen fungeren, blijkens het daar gezegde, tevens voorloopig als civile gezaghebbers.

§ 4. Zamenstelling en voltallig-houding van het leger.

Voor de invoering van de nieuwe formatie voor het leger, van welker vaststelling in het vorig Verslag onder deze paragraaph melding is gemaakt, werd gedurende 1854 het noodige verrigt en voorbereid.

§ 5. Inrigtingen tot het leger betrekkelijk.

N a de uitvoerige vermelding, voorkomende in vroegere verslagen, zal hot voldoende zijn thans die inrigtingen te vermelden, die in den loop van 1854 iets bijzonders hebben opgeleverd.

Artillerie-constructie-winkel.

Het vermogen van deze belangrijke inrigting werd in 1854 op nieuw aanzienlijk verhoogd.

I n dit jaar kwam tot stand:

1°. de voltooijing der nieuwe smederij, zoodat reeds in de eerste dagen der maand Mei een twintigtal smidsvuren in volle werking, en kort daarop al de smidshaarden en bankschroeven met het noodige aantal Javaansche smeden en Europesche bankwerkers bezet waren;

2°. de volvoering der uitbreiding van de gieterij ; 3°. eene zadelmakers-werkplaats; en

4°. de inmetseling van nieuwe ketels en de plaatsing van een nieuwen cilinder voor het groote stoom werktuig, hetwelk daardoor, van de maand April af, is begonnen op nieuw geregeld te werken.

De vele tegenspoeden, ondervonden met den ketel van het kleine stoomwerktuig, hebben tot de noodzakelijkheid geleid, om ook daarvoor een tweeden ketel te doen aanmaken bij de fabriek voor de marine, het stoomwezen en de nijverheid. De plaatsing van dien ketel werd berekend in het begin van 1855 te kunnen geschieden.

Ten aanzien van het personeel valt het volgende te vermelden:

De luitenant-kolonel C. G. von Dentzsch benoemd zijnde tot kolonel en chef van het wapen der artillerie, is als directeur van den constructie-winkel afgetreden en vervangen door den tot majoor benoemden kapitein onder-directeur P. F. C. Vreede. Aan eenige opzieners en

( 19 )

onder-opzieners van liet als zoodanig in der tijd uit Nederland aangekomen personeel wer-den, zonder gevolgtrekking voor anderen, gratificatien en tractements-verhoogingen toe-gekend. Daar aan dezen maatregel voor de meesten dier personen de verpligting van een réengagement voor den tijd van vijfjaren, na ommekomst van liet loopende verband, verbonden werd, bleef het etablissement behoed voor het gevaar van verlies van dat ver-dienstelijke personeel; en bovendien werd op die wijze voorzien in de nog bestaande onevenrcdïgheid in de bezoldiging tusschen deze opzieners en die bij de fabriek voor de marine, het stoomwezen en de nijverheid.

Als een vervolg op hetgeen in het vorig Verslag (pag. 24) werd medegedeeld omtrent de bruikbaarheid van inlandsche werklieden, wordt nog aangeteekend, dat de om zijnen veelbelovenden aanleg voor het teekenen in het laatst van 1852 op gouvernements-last bij den artillerie-constructie-winkel geplaatste inlandsche jongeling Mas Salim, zulke groote vorderingen heeft gemaakt, dat men gemeend heeft hem te kunnen plaatsen als teekenaar bij het hoofdbureau der artillerie.

De ontvangsten en uitgaven hebben gedurende het jaar 1854 bedragen:

De uitgaven:

aan gereedschappen, materialen enz f 224,937:63

aan tractementen, werkloonen , schrijf- en teekenbehoeften . . . . 208,785:40

1 aan diverse zaken 7,363:27

Totaal . . . . f 441,086:10 De ontvangsten :

aan aanmaken en herstellingen voor de verschillende departementen en diensten, daaronder gerekend de op den Sisten December 1854 onafgedaan gebleven, doch reeds onderhanden benomen bestellingen (buiten de percentsgewijze verhooging voor algemeene

onkosten) . , f 2 1 0>7 5 1 : 9 3

aan verstrekkingen van gereedschappen en materialen van verschillende

departementen en diensten 482:42 Totaal . . . . f 211,334:15

waarbij dient aangeteekend te worden dat de artillerie-constructie-winkel op ultimo 1854 aan gereedschappen en materialen in bezit heeft voor

•• & i-r _ 04.fi.1a5

eene waarde van •* a^ ' ', w u'3

sssssssssssmssae Magazijn van geneesmiddelen.

Gedurende het jaar 1854 is uit Nederland aan geneesmiddelen, chirurgicale instru-menten, ustensilien, boekwerken en verbandkatoen ontvangen eene waarde van f51,937:94.

De verstrekking heeft (berekend met de verhooging) bedragen :

voor de armée en hospitalen, magazijn van geneesmiddelen en schei- „ „ „ „

• T i i. J. • . . . f 68,355:12 kundig laboratorium

aan andere departementen, als:

aan Zijner Majesteits marine f 6>°64: 84»

« het civiel-departement 11,958: 48

„ Japan ; 159: 104

» andere diensten '. ^51: 41

tegen betaling 2>6 5 2 : 2 1

voor particuliere practijk . . , . . • • o o a 7 r . 1 i

Te zameit . . . . f 91,331:26

Militair huis van arrest te Willem I.

Op ultimo 1854 bevonden zich hier 255 gedetineerden, a l s : 207 Europeanen, 9 Afrikanen, 1 Amboinees en 38 inlanders.

Zij waren ingedeeld als volgt : 43 schoenmakers, 57 schoenmakers-leerlingen en 155 kleermakers, met leerlingen en ingedeelden voor huishoudelijke bezigheden.

E r zijn van 1 October 1853 tot 1 October 1854 door dit huis van arrest afgeleverd 11,042 paren schoenen en 65,219 stukken kleeding.

Hospitalen, gezondheids-etablissementen, apotheken enz.

Met wijziging van de bestaande verordeningen is een nieuw tarief gearresteerd, in-houdende de classificatie der personen, die in de militaire hospitalen ter verpleging kunnen worden opgenomen, met aanwijzing van de door of voor hen te betalen ver-pleeg- en begrafeniskosten, alsmede van de hun toekomende hospitaal-soldij [Indisch Staatsblad nis. 10 en 60).

Bad-etablissement te Pelantoengan.

De overgave van dit bad-etablissement aan den officier van gezondheid Mandt, welke, blijkens het vorig Verslag (pagg. 27 en 28), bij het einde van 1853 nog in overweging w a s , heeft in dit j a a r plaats gevonden. Dien ten gevolge is het eene particuliere inrigting geworden, waarin echter officieren en Europesche onderofficieren tegen f 1:100, Europe-sche korporaals en manschappen tegen f 0:100, en inlandEurope-sche onderofficieren en manschap-pen tegen f 0:60 per dag verpleegd worden, buiten de kosten van geneesmiddelen, welke van 's lands wege worden verstrekt.

Verstrekking van boeken en instrumenten tegen betaling.

Deze inrigting heeft in het j a a r 1854 bijzonder gunstig gewerkt, zijnde er voor f 20,634.88 aan boekwerken enz. aan het leger verstrekt ; 12,171.97 meer dan in 1853.

Bibliotheken.

De bibliotheken van het leger beantwoorden aan het doel en worden bij voortduring uitgebreid door de aanschaffing van verschillende vervolg- en andere belangrijke nieuw uitkomende werken. Omtrent deze instellingen is eene goede verbetering ingevoerd door-dat de benoodigde boeken niet meer jaarlijks, maar alle drie maanden aangevraagd wor-den op de gewone aanvragen van boekwerken om aan het leger te worwor-den verstrekt.

Artillerie- en garnizoensscholen.

De artillerieschool te Weltevreden heeft gedurende 1854 slechts één officier opgeleverd en het aantal élèves voor den officiersrang is in dat tijdperk, al de mutatien in aanmer-king genomen, met drie verminderden dus op 1 Januarij 1855 teruggebragt op 8 personen.

Van de onderofficiers-school te Meester Cornelis zijn in 1854 22 e'léves tot officier bevorderd, terwijl er 11 zijn geweest die niet aan de vereischten voor het examen heb-ben voldaan. Het Voornemen bestond om deze school naar G-ombong over te brengen, in de verwachting dat het meer afgezonderde dezer plaats van gunstigen invloed zal zijn op de studiën.

Corps pupillen.

De berigten omtrent dit corps luiden bij voortduring gunstig.

Lijthagraphische inrigting bij de genie-directie.

Het hierbij gebezigd personeel is in de maand November vermeerderd met een uit Nederland aangekomen teekenaar en graveur. Het getal élèves, dat vier kan bedragen, i s , in weerwil van alle aangewende pogingen, in 1854 niet vermeerderd, maar op twee gebleven. De particuliere en andere bestellingen zijn dit jaar weder voldoende geweest om het etablissement gaande te houden ; de geldelijke toestand gedoogde over het jaar 1854, eene som van ruim f 620 in 's lands kas te storten.

( 21 )

§ 6. Toestand en verrigtingen van het leger in het algtmeen.

In document BIBLIOTHEEK KTLV (pagina 21-27)