een tweede suikerpakhuis te Samarang, een havenmeesters-woning te Anjer ;

In document BIBLIOTHEEK KTLV (pagina 98-113)

( 9 8 ) een nieuw post-etablissement te Batavia ;

de gebouwen dienende tot boeijen en Stads-verband te Batavia ; eene gevangenis te Toeban ;

eene gevangenis te Saparoea;

Bruggen, waterwerken, enz.:

eene brug te Samarang ;

eene traliebrug in de residentie Kadoe ;

eene traliebrug over de rivier Koetoe, de grens uitmakende tusscben de residentien Samarang en Pekalongan ;

het sluiten van den rivierarm Eambattan te Cheribon, ondernomen en voor eene ze-kere som, hem van landswege daarvoor uitgekeerd, ten uitvoer gebragt door den heer Heckler, mede-eigenaar van het land Indramajoe. Dit werk was vóór het invallen der banjers (stortvloeden) afgeloopen ; doch al spoedig daarna ontstond beschadiging aan den gemetselden overlaat, die vroeger reeds in vervanging van den afgesloten riviermond was daargesteld.

de stroomleider aan de monding der Solo-rivier. Dit kostbare, doch voor het behoud van het vaarwater door straat Madura gevorderde waterwerk, in het vorig Verslag (pagg.

97 en 98) vermeld, was reeds in het beginvan het j a a r voltooid, en voldeed, door de Waargenomene uitwerking in den toestand van dat vaarwater, reeds toen zigtbaar aan zijne bestemming ; finantieel waren de uitkomsten mede zeer voordeelig, daar het voor ruim f 140,000 minder is daargesteld dan de som van f 310,000, waarop het was begroot.

de uitdieping en revetering der Krambangan te Soerabaija; een blijkens het vorig Verslag (pag. 98) in het belang van den gezondheidstoestand dier plaats hoogst noodzakelijk w e r k ;

eene brug over het kanaal naar de Mangitan ; een onderdeel der groote waterwerken in de residentie Soerabaija, waarover onder n°. 3 , op pag. 98 en volgg. van het vorig Verslag uitvoerig is gehandeld ;

het kanaal zelf, tot aan den noorder Porrongdijk, ontbrekende daaraan alleen de aansluiting van de irrigatiesluis achter de stuw, en de doordammingen door de Por-rongrivier ;

de overlaat te Porrong, mede een onderdeel dier werken ;

een gedeelte van de werken bij het marine-etablissement te Soerabaija, waarover af-zonderlijk is gehandeld in § 4 van de H d e afdeeling van het hoofddeel » Militair beheer".

Omtrent de voortzetting van vroeger aangevangen werken wordt onder andere ver-meld, dat de opdamming der rivier Toentang (Samarang), vermeld onder n°. 8 op pag. 101 van het vorig Verslag, goede vorderingen maakte.

Onder de belangrijkste in den loop van het j a a r ondernomene werken worden, onder m e e r , vermeld:

Gebouwen:

het stadhuis te Samarang, in vervanging van d a t , hetwelk in 1852 is afgebrand;

eene derde gouvernements lagere school te Samarang ; een rijst- en algemeen pakhuis te Mara wang ;

24

binnenlandsche koffijpakhuizen te Klitak en te Kembang;

eene pradjoerits-kazerne te Cheribon ; eene smederij te Padang ;

een civiel hospitaal te Portianak.

Bruggen, waterwerken enz. :

zeven bruggen op den nieuwen grooten weg van Samarang naar Pekalongan ; eene steenen boogbrug over de rivier Batang (Kadoe) ;

idem over de rivier Bantar (Bagelen);

idem over de Hangsana, in de residentie Banjoemaas;

uitbaggeren van den zuidertak der rivier Kandoeroean te Cheribon;

zuiveren en bevaarbaarmaken der rivier Tjitaroem, van af Tjikao (Preanger regent-schappen) tot aan hare monding in zee;

zuiveren en in beteren staat van bevaarbaarheid brengen der rivier Tjitandoei (Ban-joemaas) ;

vernieuwing der beschoeijing langs de rivier Bandjermasin ; utisluitend in het belang van den landbouw :

opdamming der rivier Sa warna (Bantam) ;

waterleidingen uit de rivieren Tjilemmer en Tjilemboer (Bantam) ; waterleiding uit het Laijangan-kanaal (Pekalongan);

herstelling van den dam in de leiding te Kesessi en van de sluis te Mritjan (Peka-longan) ;

waterleiding uit de rivier Gebang (Bagelen).

Overigens is of wordt nog in dit Verslag gehandeld : over gevangenissen in § 4 van de IVde afdeelingvan het hoofddeel n Regtswezen en politie"; over de maritime etablissementen in § 4 van de I l d e afdeeling van het hoofddeel n Militair beheer", over bruggen, wegen en rivieren, als middelen van gemeenschap, i n d e volgende afdeeling » Vervoerwezen"; en over enkele iverken in het belang van den landbouw, in § 1 a, n°. 1 en in § 2 van de Iste afdeeling van het hoofddeel » Nijverheid".

V I I I . VERVOERWEZEN-.

§ 1. Binnenlandsdli.

a. W e g e n , r i v i e r e n e n z .

Spoorwegen. Van de adressanten tot het aanleggen van eenen leuning-spoorweg tusschen Batavia en Buitenzorg, van welk plan melding is gemaakt in de Verslagen van 1851 (pag. 93) en 1853 (pag. 105), werd in 1854 niets naders vernomen.

I n den loop van dat j a a r kwam van de zijde der Oost-Indische Maatschappij van administratie ,en lijfrente een verzoek om concessie tot den aanleg van eenen ijzeren spoorweg van Batavia naar Buitenzorg. Volgens de bepalingen van het in het vorig Verslag (pag. 104) vermeld Koninklijk besluit van 31 October 1852 {Indisch Staatsblad van 1853, n°. 4) werd aan die maatschappij te kennen gegeven , dat haar verzoek in overweging genomen zou worden wanneer zij : a. zoowel een bepaald tracé voor den aan-gevraagden spoorweg zou hebben aangewezen, als een project van denzelven zou hebben overgelegd, met aanwijzing der middelen, waarmede zij haar plan denkt uit te voeren ; een en ander op zoodanige wijze, dat door het Gouvernement kunne worden beoordeeld,

( 9 5 )

of de spoorweg, door haar geprojecteerd , op de aangewezen plaats en met de aangewezene middelen uitvoerlijk is ; b. zou hebben aangetoond het benoodigde kapitaal voor de onder-neming beschikbaar te hebben ; c. de voorwaardeu zou hebben opgegeven , onder welke de bedoelde concessie door haar werd verlangd ; onder mededeeling voorts, dat zij zich tot den chef van den waterstaat en 's lands civile werken kon wenden tot regeling van de onderzoekingen, welke, naar aanleiding van het bovenstaande en ter voldoening aan het bepaalde bij Staatsblad 1853, n°. 4 , door o f t e n koste van de concessionarissen, onder toezigt van gouvernementswege, alsnog zouden moeten plaats hebben ; alsmede dat zij hetgeen onder a, b en c hierboven van haar is verlangd, aan het Gouvernement zou kunnen indienen door tusschenkomst van genoemden chef. Deze werd voorts van bevelen voorzien voor het geval de maatschappij zich bij hem mögt aanmelden. Bij het eind van het jaar had zij echter nog niets van zich doen hooren.

Nieuwe groote weg van Batavia naar Soerabaija. In het belang der verdediging is het noodig voorgekomen, behalve den weg langs het noorderstrand, van Batavia naar Soe-rabaija eenen anderen weg meer binnen 's lands of digter bij de zuidkust daar te stellen, die door gebergten en bosschen van het noorderstrand gescheiden zal zijn. De aldus geprojecteerde en stuksgewijze voor een groot gedeelte reeds bestaande weg zal loopen van Batavia naar Buitenzorg ; van Buitenzorg naar Tjiandjoer over de verbindingsbrug van den Salak en Gedé ; van Tjiandjoer over Bandong, Indihiang , Tjamis , Keppel, Abadoera, Madjenang en Adjibarang naar Banjoemaas ; van Banjoemaas langs het zuider-zeestrand over Poerworedjo, Semangi en Brossot op Djokjokarta, Soerakarta en N g a w i ; en van Ngawi over Tjaroeban en Moening naar Soerabaija. Daarenboven zal er van dezen weg nog een tak loopen van Banjoemaas uit door de vallei der Serajoe, over Wonosobo, Parakan en Setjang, naar Willem I. Bij besluit van 11 September 1854,^ n°. 9 , zijn, volgens de uit Nederland gegeven bevelen, de verschillende betrokken residenten met den loop van dezen weg in kennis gesteld, onder aanteekening, dat hij geschikt moet wezen tot het vervoer van troepen per a s , en dat tot dit einde onder andere noodig i s , dat als algemeen beginsel worde aangenomen, dat bij rivier-overgangen perma-nente steenen bruggen behooren te worden daargesteld, waar zulks maar eenigzins mogelijk is ; dat sterke hellingen zooveel mogelijk moeten worden vermeden, en dat daar waar zulke hellingen reeds in het aangelegde gedeelte bestaan, deze moeten worden verbeterd, en dat de baan van lieverlede moet worden belegd met grind of gebroken s teen puin ; terwijl de aanleg of verbetering van den weg bij wijze van heerendienst moet geschieden, voor zooveel genoegzame bevolking op de strekking van den weg aanwezig is ; zullende alleen in de woeste en onbewoonde gedeelten, waar de werkers van ver af moeten komen , het werk in dagloon worden verrigt.

Van dezen weg bestond nog niet: het gedeelte van Buitenzorg, tusschen den Salak en Géde door, naar Tjiandjoer ; dat van Tjamis tot Adjibarang ; en dat van Ngawi over Tjaroeban tot Moening. Korten tijd te voren was evenwel reeds eene beschikking genomen omtrent het in goeden staat brengen van den-weg tusschen Buitenzorg en Tjiandjoer over de inzadeling tusschen den Salak en Gedé.

Gewestelijke berigten.

De verslagen van de hoofden van gewestelijk bestuur over den toestand der wegen, rivieren enz. luiden over het algemeen gunstig. Ten vervolge op de uitvoeriger berigten, welke in het Verslag van 1853 , en voor zooveel Java aangaat ook in dat van 1851 zijn gegeven, kunnen thans, met weglating van die gewesten waarvan over 1854 niets belangrijks valt te vermelden, de volgende bijzonderheden worden aangeteekend.

JAVA.

Batavia. Van de ontbinding der Commissie van bruggen en wegen [Staatsblad 1854, n°. 33), en van de daartoe geleid hebbende redenen is uitvoerig melding gemaakt^ m de afdeeling » Landsgebouwen en waterstaat." Onder de belangrijkste verbeteringen m den loop van 1854 ondernomen, worden genoemd: het vernieuwen der dekken en verdere reparatien aan vijftien bruggen, zoo in en om Batavia als te Weltevreden en omstreken ; het ophoogen en verbeteren van den weg van de brug te Kwitang, tot aan de buurt Parapattan ; hebbende men aangevangen met de verbetering van den weg en de be-schoeijng van af den bazaar Senèn, langs den regter oever van het kanaal te Goenoeng

Sahari ; het reveteren van den regter oever van liet Molenvliet langa Rijswijk, van af de brug over het gebouw de Harmonie opwaarts. Voorts waren reeds de noodige fondsen toegestaan : voor het herstellen van een hoogen kaaimuur en het vervangen van de defecte houten beschoeijing langs den linker oever van het Molenvliet, van de brug te Rijswijk tot aan den gang Ketapan nabij de s t a d ; voor het herstellen van eenige duikers aan den grooten postweg ; en voor het verbeteren en onderhoud van den Westerweg van Batavia naar Buitenzorg, gerekend van den bazaar Tanabang tot aan de brug over de

rivier Grogol.

Buitenzorg. De wegen voor rijtuigen, die in deze afdeeling meer dan elders op Java worden gevonden, waren over het algemeen in goeden staat. De wegen, bestemd voor karren, lieten daarentegen veel te wenschen over. Bij het eind van het j a a r was in be-handeling een voorstel van den chef van den waterstaat tot wijziging van het tegen-woordige stelsel van wegen. Andere middelen van gemeenschap bestaan in de afdeeling Buitenzorg alleen daar waar de rivieren Tjilengsi, Tjidani, Tjiliwong en Tjipaminkies geen te groot verval meer hebben en dus bevaarbaar zijn ; doch dit vindt eerst plaats op weinige palen van de Bataviasche grenzen, en is dien ten gevolge voor deze afdeeling van geen algemeen nut.

Preanger regentschappen. De in het vorig Verslag vermelde plannen tot verbetering van het transport van Bandong naar ï j i k a o kwamen in dit j a a r nog niet tot uitvoering.

Waterwegen bestaan binnen deze residentie geen andere, dan die van Bandjar over de Tjitandoei naar de Kinderzee, voor het transport van producten naar Tjilatjap.

Volgens de voor dit transport aangegane overeenkomst moet deze rivier van gouver-nements weo-e in denzelfden staat van bevaarbaarheid worden gehouden, waarin zij was tijdens het sluiten van het contract; waarvoor beschikbaar gesteld en verwerkt zijn in 1853 f 1620.36 en in 1854 f 1571.60.

Tagal. De wegen zijn in vrij goeden staat. De bruggen daarentegen laten hier en daar te wenschen over; men heeft in dit gewest, en vooral langs het zeestrand, veel hinder van den zeeworm, zoodat de djatihouten stijlen, van ruim 8 duim Rijnlandsch, in den tijd van 4 à 5 jaren geheel doorknaagd zijn en vernieuwd moeten worden.

Samarang. In de afdeeling » Landsgebouwen en waterstaat" is reeds onder de in 1854 tot voltooijing gebragte werken vermeld de tralie-brug over de rivier Koetoe.

Sosrabaija. Van de belangrijke werken, welke ook gedurende 1854 aan de water-wegen dezer residentie zijn uitgevoerd, is mede melding gemaakt in de afdeeling » Lands-gebouwen en ivaterstaat."

Banjoemaas. Uit het verslag van den resident is het volgende ontleend : » In het afgeloopen j a a r zijn weder 3 kapitale bruggen, waarvan 2 op den zuider-transportweg, met steenen landhoofden en pijlers, en een houten, van een dak voorzien dek, en ééne geheel van steen, op den weg naar Bandjar-Negara, opgetrokken. Daarentegen is op dien-zelfden weg eene steenen brug vernield, door eenen buitengewoon hevigen stortvloed, welke door eene aardstorting werd veroorzaakt, die eerst het water in een ravijn had opgedamd, dat daarna doorbrak en zich met geweld eenen weg baande. Van den zuider-transportweg (in het vorig Verslag, pag. 107 , vermeld), zijn dit jaar weder 3000 roeden begrind en tot eenen gemeenschappelijken rij- en karrenweg herschapen, die zeer goed voldoet, tot op enkele korte afstanden n a , waar overhaastig en slordig gewerkt is.

Dit werk zal niet alleen eene niet genoeg op prijs te stellen verbetering voor het trans-port der producten daarstellen, maartevens is daarmede der bevolking eenegroote weldaad bewezen, die daarvoor tot dusver groote offers heeft moeten brengen en wier vermeer-dering in die streken door den druk van dien arbeid werd belet."

Bij publicatie van 27 Mei 1854 {Staatsblad n°. 35) is vastgesteld een Reglement op het gebruik van den transportweg in de residentie Banjoemaas tusschen de rivier Idjoekh op de grens van Zuid-Bagelen en Tjandaga aan den oever van de rivier Serajoe voor voertuigen en draagvee.

Bagelen. Een groot ongerief in de communicatie dezer residentie en Banjoemaas be-stond daarin, dat de tusschenliggende rivieren: Gebong, Djati Negara, Kemit en

( 97 )

Bontar, niet van bruggen waren voorzien. Op voorstel van den resident is mitsdien, bij eene beschikking van 25 Augustus 1854, magtiging verleend om over de drie laatst-genoemde rivieren achtereenvolgens, gedurende de jaren 1854 tot en met ^1859, steenen boogbruggen te leggen, en zulks in heerendienst doch met eene geldelijke tegemoet-koming van regeringswege tot het betalen van ambachtslieden en het aanschaffen van materialen, welke niet kosteloos kunnen worden verstrekt. Voor dat einde is toege-staan f 34,382.

Kadoe. Door eene te spaarzame aanwending van gratuite diensten der bevolking waren vele bruggen in verval geraakt. Dit heeft ten gevolge gehad dat de bevolking ten behoeve der bruggen in 1854 meer diensten heeft moeten verrigten dan in het vorige j a a r . Van gouvernementswege werd evenwel door het toestaan van fondsen daarin met billijkheid te gemoct gekomen. Zoo werd in 1854 toegestaan : tot het leggen van eene boogbrug over de rivier Batang over de jaren 1854 en 1855 1 800 ' s j a a r s ; voor eene steenen brug over de rivier Piengiet, op de grens van Samarang, eene som van f 6409 , waarvan f 2000 voor 1854; voor een twintigtal houten bruggen op binnenlandsche wegen, waarvan de goede staat onmisbaar is zoowel in het belang eener geregelden communicatie als voor het transport van koffij, een bedrag van f 279.76 voor spijkers en teer; voor het leggen van bruggen over de rivieren Moerong en Tingal, op binnenwegen van Krangan naar Medono en van Krangan naar Soemowono f 348.60 en f354.60.

Djoliolcarta. De hoofdwegen , met name die naar Soerakarta en Magelang, hebben in de laatste jaren veel verbetering ondergaan, zoowel door het afnemen van hoogten en het aanvullen van diepten als door geregelde bestrating, begrinding en verbreeding, hetgeen in 1854 ijverig werd voortgezet, even als het vervangen der vroeger deels uit hout, deels uit bamboe zamengestelde bruggen, door hechte steenen bruggen. I n 1852 en 18a3 waren

reeds verscheidene zoodanige kapitale bruggen tot stand gekomen; in 1854 is haar getal met twee vermeerderd, langs den weg naar Magelang en wel over de rivieren Morangan

en Temoelawak, welke geheel van steen opgetrokken en goed gebouwd zijn.

Kediri. Sedert de groote b r u g V e r deKediri-rivier, ter hoofdplaats, in 1848 gedeelte-lijk door zwaren stroom vernield werd, is daar eene noodbrug gelegd, welker onderhoud voor de bevolking bezwarend en voor het Gouvernement kostbaar was. Daarom werd thans bepaald dat in 1855 en volgende jaren over die rivier eene nieuwe steenen boog-brug zal worden gebouwd, waarvan de kosten aan geld, houtwerken en materialen ge-raamd zijn op f 128,891.

S U M A T R A ' S W E S T K U S T .

Behalve de veelvuldige wegen die alleen voor voetgangers of' ruiters geschikt zijn, zijn in dit gouvernement zeven hoofdwegen, die het binnenland met het strand in verbinding brengen en voor het vervoer met karren ingerigt zijn, als :

van Ankola naar Sibogha;

» Handeling » N a t a l ;

„ Kau » Ajerbangies;

» Manindjoe v Tikoe;

» Padang Pandjang » Padang;

» Padang » Poeloet Poeloet;

» Poeloet Poeloet »% Painan.

Volgens het verslag van den gouverneur zijn deze wegen goed aangelegd, worden zij met zorg onderhouden en voldoen zij rijkelijk aan de behoefte.

Padangsche bovenlanden. Gedurende 1854 heeft tot twee keeren toe belangrijke schade in de kloof Batang Singgalang, het voorname verbindingsmiddel der Padangsche bovenlanden met de benedenlanden, plaats gehad; een paar bruggen waren weggeslagen en op ver-schillende plaatsen hadden zich zware instortingen voorgedaan. In weerwil van die

25

omstandigheden is de gemeenschap niet gestremd geweest, daar al dadelijk het noodige is gedaan tot opruiming en herstelling. De onderlinge gemeenschap der kampongs en van de kampongs met de groote wegen heeft almede voortgang gemaakt en aan de ontwikkeling van den handel zeer ten dienste gestaan. E r was een aanvang gemaakt met het verleggen van den weg van Bondjol naar Loeboe Sikaping ; het aanhoudend op-en afklimmop-en maakte dat de oude w e g , loopop-ende over K o t t a - ï e n g a h , vooral in dop-en regentijd moeijelijk te begaan was. De nieuwe weg, die eerlang geheel voltooid zou zijn en door de vallei van Batang Si Lasana loopt, is ruim een paal korter dan 4 e oude; er wordt daar geene noemenswaardige aanhoogte en geene enkele steile plaats aangetroffen , en er is een geschikte plaats gevonden tot overvaart der rivier Alahan Pandjang, welke zelfs bij hoog water of banjers zonder eenig gevaar is te gebruiken.

Tapanoli. I n deze residentie hadden hevige regens belangrijke schade te weeg gebragt.

De weg van Handeling naar Natal wordt sedert September 1854 onderhouden door vast-bezoldigde koelies. De langs dien weg wonende bevolking was daartoe niet talrijk ge-noeg en had te -weinig middelen van bestaan om veel tijd aan dien arbeid te besteden, waardoor dit onderhoud een bezwaar w a s , dat haar andere oorden deed opzoeken. De gevestigde bevolking leent thans nu en dan alleen de hand aan den arbeid, wanneer on-verhocdsche rampen plaats hebben of niet te voorziene instortingen met eenigen spoed en met

krachtsinspanning moeten worden weggeruimd. Deze weg wordt langzamerhand begrind.

De weg van Padang-Sidempoeang naar Loemoet is in het midden van 1854 door de ge-zamenlijke bevolking van die districten weder voor de transporten per as bruikbaar gemaakt;

doch de ongunstige weersgesteldheid gaf later aanleiding tot nieuwe schade, die bij het eind van het jaar nog niet geheel hersteld was. Door het verleggen van een eind wegs van omstreeks 7 palen, van Si-Aboe en Mandeling naar de grens van Ankola in de vlakte, welk werk zonder belangrijke inspanning door de bevolking is kunnen worden verligt, is het moeijelijkste gedeelte van den grootcn weg vervallen.

PALEMBANG.

Op de hoofdplaats zijn de wegen en bruggen in goeden staat. Het moerassig terrein maakt het onderhoud dikwijls moeijelijk. Behalve dit onderhoud is men voortgegaan het aantal kampongswegen te vermeerderen, ten einde langzamerhand overal toegang te hebben.

Vroeger waren die kampongswegen meestal van bamboe zamengesteld ; nu worden zij alom door aarden wegen of dijkjes van 6 Rhijnlandsche voeten breedte vervangen. Deze wegen, waarvan alleen de eerste aanleg moeijelijk i s , zijn duurzamer en kosten minder aan onder-houd. De bamboezen wegen ontsierden de plaats, gaven aanleiding tot ongelukken en stonden de werking eener goede politie in den weg. Gedurende 1854 zijn 22 dergelijke nieuwe wegen gemaakt. Bovendien heeft thans elke kampong eene behoorlijke aanlegplaats langs de rivier gekregen. In de binnenlanden zijn in dit jaar geene nieuwe wegen gemaakt,

Vroeger waren die kampongswegen meestal van bamboe zamengesteld ; nu worden zij alom door aarden wegen of dijkjes van 6 Rhijnlandsche voeten breedte vervangen. Deze wegen, waarvan alleen de eerste aanleg moeijelijk i s , zijn duurzamer en kosten minder aan onder-houd. De bamboezen wegen ontsierden de plaats, gaven aanleiding tot ongelukken en stonden de werking eener goede politie in den weg. Gedurende 1854 zijn 22 dergelijke nieuwe wegen gemaakt. Bovendien heeft thans elke kampong eene behoorlijke aanlegplaats langs de rivier gekregen. In de binnenlanden zijn in dit jaar geene nieuwe wegen gemaakt,

In document BIBLIOTHEEK KTLV (pagina 98-113)