Consumtieregt op den tabak

In document BIBLIOTHEEK KTLV (pagina 165-171)

43,473: 53 1,356: 46 30,588:119 86,483:112 76,218: 38

Transporteren i 7,652,337: 42

Per transport f 7,652,837; 42 5 per cent additionele regten . . . 374,067: 69 Interest op verleende credieten . . . 9,517: 49

Totaal . . . f 8,035,922: 40 Onder de inkomende en additionele regten is begrepen eene som van

f 739,487:20 op ingevoerde gambier.

Onder de uitgaande en additionele regten is begrepen eene som van f 1,593,510:79^ fictive regten op de uitgevoerde gouvernements-producten.

Van de bovenstaande perceptie, ad f8,035,922 : 4 0 , is wegens gewone terugbetaling gerestitueerd. . . . f 57,146: 101

de fictive regten op uitgevoerde,

gouvernements-producten hierboven vermeld 1,593,510 : 79 i

1,650,657: 60i

Alzoo bij 's lands kas werkelijk ontvangen f 6,355,264: 99è

§ 3. Staat van de Nederlandsch-Indische scheepvaart.

Bij het vorig Verslag is overgelegd eene volledige lijst van de in 1853 in Nederlandsch Indie te huis behoorende schepen en vaartuigen. Daar de veranderingen in een enkel jaar niet belangrijk genoeg zijn om eene herhaling van eene zoodanige opgave voor het jaar 1854 noodig te maken, worden, met verwijzing overigens naar die lijst, hieronder de volgende opgaven omtrent dit j a a r medegedeeld.

Het aantal schepen en vaartuigen bedroeg omstreeks het eind van het j a a r : 296, e n d e gezamenlijke grootte, ongerekend ééne bark en ééne schoener, waarvan de grootte niet is vermeld, 25,4411/2 last, te weten :

7 stoomschepen groot l,22H/2 last

20 schepen „ 4,0251/4 >,

119 barken „ 14,84U/2 »

24 brikken „ l,4361/2 »

. 90 schoeners ,, 3,225l/4 »

8 kotters ,, 1261/2 »

28 wankangs , toop's en andere vaartuigen. » 565 „

Te zamen als boven 296 schepen, waarvan 294 groot . . . 25,441l/2 last.

Van die schepen behoorden er te huis op J a v a en Madura 170, groot 17,619 last, en op de buitenbezittingen 126 schepen, groot 78221/2 last. Voor elke handelsplaats of gewest in het bijzonder was het aantal als volgt:

Batavia . . . Cheribon . . Pekalongan.

Sam arang . Djawana .

. 28 schepen, groot 4,789l/2 last . 1 » » 1311/2 » . 7 » » 792 » . 15 » » l,616l/2 » . 9 » « 295 »

Transporteren 60 schepen, groot 7,624V2 last.

( 161 ) Per transport 60 schepen, groot Rembang . . • . 1 5

Soerabaija . . . . 42 Madura en Soemanap 12 P a s o e r o e a n . . . . 6 Probolinggo . . . 1 Banjoewangi . . . 4 Sumatra's Westkust. 17 Benkoelen . . . . 3

T e zamen als boven 296 scbepen, groot 25,441V2 last en 2 onbekend.

Naar de eigenaren waren de schepen verdeeld'als volgt: aan Europeanen of daarmede gelijkgestelden behoorden 58 schepen, groot 50281/2 last, aan Chinezen 89 schepen, groot 59103/4 last, en aan Arabieren en inlanders 149 schepen, groot 41,502l/4 last. (*)

Gedurende het jaar 1854 werden afgegeven 28 eerste zeebrieven, waarvan 14 voor in den vreemde gebouwde schepen. Tot welken landaard de eigenaren dezer 28 schepen behoorden, is niet vermeld gevonden.

§ 4. Scheepsbouw.

Het aantal schecpstimmerwerven, in het vorig Verslag vermeld, onderging geene verandering.

De werf van de iirma H. Browne en Cie, te Dassoon (Rembang), waar, blijkens het boven medegedeelde (hoofdstuk E , I I , § 4, b en e, en dit hoofdstuk I V , § 2) een klein stoom vaartuig voor de gemeenschap tusschen de stad en de .reede van Batavia, en eene sleepboot voor Borneo was gebouwd, en in aanbouw was het drijvend droogdok voor Onrust,

(*) Daar deze berekening gegrond is op de namen der eigenaren, zoo als die voorkomen op de lijst, te vinden in het jaarboekje, getiteld: Almanak en Naamregister voor Nederiandsch Iniiie voor bet jaar 1855 (welke bij het eind van 1854 te r Lands-drukkerij te Batavia is uitgegeven) , was de onderscheiding tusschen Arabieren en inlanders niet altijd doenlijk ; deze laatsten zijn hierbij echter in geringen getale.

4 1

leverde in den loop van liet jaar voor het Gouvernement buitendien af: acht kruisbooten, twee sloepen, twee laadbooten en twee loodsbooten. E r waren daar bij afwisseling, van 200 tot 400 timmerlieden werkzaam.

Te Grissee zijn in 1854 gebouwd zes kleine, op inland3che wijze getuigde vaartuigen, en e'e'n ra-vaartuig, groot 68 last, en er waren nog twee groote ra-vaartuigen in aanbouw.

Voorts werden aldaar gekield tien schepen en barken en acht brikken en schoeners.

Men hoopte dat de kwijnende staat, waarin de scheepsbouw overigens, zoo als vroeger gezegd is, voortdurend verkeerde, eenigermate verbeteren zou, wanneer de reeds geslotene en nog voorgenomene contracten voor den aankap van hout (zie boven onder » Boschwezen") de gelegenheid zouden verschaffen om beter in de behoefte aan scheepstimmerhout te voorzien.

Bij een besluit van 16 April van dit jaar [Staatsblad n°. 26) werd in eene bestaande leemte voorzien, door ook voor diegouvernements-houtwerken, welke voor den scheeps-bouw benoodigd zijn, een in Nederlandsche maat berekend tarief vast te stellen, even als zulke tariven reeds voor andere houtwerken waren opgenomen in het Staatsblad van 1843, n°. 16.

§ 5. Binnenlandsche handel.

Bij gemis van eenen maatstaf zoo als de tafels van in- en uitvoer dien voor den bui-tenlandschen handel verschaffen, of van andere opgaven, welke dien eenigermate zouden kun-nen vervangen, is het niet doenlijk de binkun-nenlandsche handelsbeweging met eenige naauwkeu-righeidna te gaan. De ontvangene berigten zijn, bijnazonder uitzondering, gunstig, maar leveren na de mededeelingen welke omtrent den binnenlandschen handel in het algemeen in het Verslag van 1853, en omtrent dien van Java in het bijzonder ook in het Verslag van 1852 zijn gegeven, weinig meldingwaardigs op. De heilzame invloed van de afschaf-fing der belasting- op de bazaars en warongs in de meeste residentien van Java (zie de Verslagen over 1851 en 1853 onder » Bronnen van inkomsten") was , volgens opgave der hoofden van gewestelijk bestuur, ook in 1854 bij voortduring zigtbaar in de vermeerdering van het aantal verkoopplaatsen en van het vertier op de reeds bestaande.

In de residentie Batavia, waar de bovengenoemde belasting overigens nog in wezen i s , werd de oprigting eener bazaar te ï j i k a r a n g , op het landgoed Pondok-Gedé, slechts toegestaan op voorwaarde, dat daar geene heffingen, hoe ook genaamd, van geld, goed of arbeid -mogen plaats hebben, en dat geene opium- of dobbelkitten zullen gedoogd worden.

I n de afdeeling Krawang bleef de handel, niettegenstaande de afschaffing der belasting (Staatsblad 1853, n°. 44), van weinig beteekenïs. Blijkens het vorig Verslag is het te koop brengen van goederen op de vastgestelde marktdagen daar minder gebruikelijk.

Evenwel werd aan de eigenaren der landen Tjiassem en Pamanoekan, blijkens het Staats-blad van 1854, n°. 6 3 , in dit jaar vergunning verleend tot oprigting van vijf nieuwe bazaars, onder bepaling, dat die, even als drie reeds op die landen gevestigde, zullen zijn bazaars van het Gouvernement.

Van de residentie Samarang wordt nog berigt, dat de kleinhandel, welke vroeger alleen door de pachters en hunne afhangelingen gedreven werd, thans bijna geheel in handen der inlandsche bevolking is.

Van Djokjokarta wordt, als bewijs van den toenemenden bloei van den handel, aan-gehaald, dat het getal marktplaatsen in 1854 met zes werd vermeerderd, en dat het getal warono-s (in 1853 op 442 opgegeven) bij het eind van het jaar 608 bedroeg, met een zeer levendigen omzet van goederen.

In Palembang had in dit j a a r op het binnenlandsch vertier een grooten invloed uitge-oefend de openstelling van den handel langs de rivier Batang-Lekoh : alleen van de hoofd-plaats waren 212 praauwen (tegen 10 of 12 in andere jaren) vertrokken, met zout, lijn-waden, ijzerwerk, rijst en geld beladen, en voornamelijk met benzoin teruggekeerd.

In Menado werd, blijkens het aangeteekende onder n Bronnen van inkomsten" krach-tens een besluit van 7 October 1854, ingaande met het pachtjaar 1855, de bazaargeregtigheid voor miloe (maïs) afgeschaft, even als reeds vroeger voor rijst en padi was geschied.

Van Banda wordt gezegd, dat de openstelling der haven nog geen invloed op den handel had uitgeoefend.

De Minister van Kolonien , P . M U E R .

INHOUD.

8

9 A. Grondgebied . . . : Biz. 1

§ 1. Bestanddeelen

§ 2. Oppervlakte (opnemingen en kaarten) • »

2

B. Bevolking "

3

§ 1. Sterkte der bevolking *

§ 2. Acten van verblijf C. Opperbeheer

§ 1. Gouverneur-Generaal

§ 2. Eaad van Nederlandsen Indie • • • • • 9

§ 3. Algemeene secretarie •

D. Gewestelijk algemeen beheer 9

E. Militair beheer • "

1 2

I. Landmagt '

1 2

§ 1. Kommandement » 12

§ 2. Algemeen beheer en bijzonderheden omtrent de onderscheidene

takken van militaire dienst » *

2

a. Generale staf. "

1 2

b. Genie en sapeurs • ' l

2

c. Administratie "

1 2

d. Geneeskundige dienst " "

e. Infanterie • "

1 6

f. Artillerie : "

1 6

g. Cavalerie " *"

h. Bijzonderheden van verschillenden aard " 16

§ 3. Gewestelijk militair beheer " 18

§ 4. Zamenstelling en voltallig-houding van het leger . . . » 18

§ 5. Inrigtingen tot het leger betrekkelijk »

i 8

§ 6. Toestand en verrigtingen van het leger in het algemeen. . . » 21

§ 7. Gewapende corpsen, niet regtstreeks tot het leger behoorende.

I I . Zeemagt ,

§ 1. Kommandement

§ 2. Het Nederlandsch eskader.

§ 3. Gouvernements-schoeners en kruisbooten

§ 4. Inrigtingen tot de zeemagt betrekkelijk

a. Commissie tot verbetering der Indische zeekaarten ; ver-rigtingen van de geographische ingenieurs

b. Haven- en equipage-departementen, werven en pakhuizen.

c. Maritiem-etablissement op Onrust d. Maritiem-etablissement te Soerabaija

e. Fabriek voor de marine, het stoom wezen en de nijver-heid (zie » Nijvernijver-heid").

§ 5. Verrigtingen der zeemagt

Algemeen berigt omtrent de zeeroovers in 1854. . . .

I I I . Verdediging , F . Regtswezen en politie

I . Bestanddeelen der wetgeving

§ 1. In het algemeen

§ 2. Burgerlijk- en handelsregt

§ 3 . Strafregt

§ 4. Begtsvordering en regterlijke magt

§ 5. Militair regtswezen •

§ 6. Toestand der regtsbedeeling I I . Politie

§ 1. Begt van verblijf.

§ 2. Gebruik van de drukpers •

§ 3. Beschadiging van 's lands werken

§ 4. Invoer van buskruid en vuurwapenen

§ 5. Zeeroof (zie » Zeemagt").

§ 6. Uitroeijing van schadelijk gedierte

§ 7. Verbod tegen het gebruik van lood bij bereiding van suiker.

§ 8. Plaatselijke verordeningen van politie

H L Magt van den Gouverneur-Generaal in zake van justitie en politie.

I V . Eenige onderwerpen met het regtswezen in verband

§ 1. Translateurs

§ 2. Taxateurs

§ 3. Wees- en boedelkamers

§ 4. Gevangenissen en gevangenen

lz.

I l l I N II O U D

Blz. 43 G. Eeredienst

. . . » 43 I. Christelijke

» 43 a. In het algemeen

» 43 b. Protestantsche

. . » 45 c. Koomsch-katholijke

. . . . » 4 5 II. Mohammedaansche

» 46 H. Instellingen van liefdadigheid

.

3

. . . . . 50

I. Burgerlijke en geneeskundige dienst

- • » 50

§ 1. Overzïgt der behandelden

3 A . . . » 5 3

§ 2. Bijzonderheden van gemengden aard

» 5 5

§ 3. Vaccine

t » 55 J. Onderwijs

55

In document BIBLIOTHEEK KTLV (pagina 165-171)