Overheidszorg voor den landbouw

In document N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937 (pagina 95-110)

Groothandelsprijzen der voornaamste landbouwproducten v ,

3. Overheidszorg voor den landbouw

Zoowel op h e t gebied van de eigenlijke landbouwvoorlichting als op dat van bet verstrekken van adviezen in agrarische aangelegenheden aan het Binnen-landsch B e s t u u r en andere diensten breidden de werkzaamheden van den Land-bouwvoorlichtingsdienst zich verder uit. De zorg voor de landbouwvoorlichting op J a v a behoort t h a n s t o t de t a a k der provincies, terwijl h e t wetenschappelijk onderzoekingswerk, dat op de proefstations wordt verricht, L a n d s t a a k is gebleven.

De economische berichtgeving werd geregeld voortgezet, evenals de in overleg m e t h e t Algemeen Proefstation voor den L a n d b o u w genomen variëteiten-, k u n s t m e s t - , groenbemestings- en cultuurmethode-proeven, alsmede het propa-gieren van doelmatig gebleken verbeteringen.

M e t een enkel woord moge hier ter illustratie nader worden ingegaan op de verbeterde padi-cultuurmethode, welke steeds m e e r opgang m a a k t , t o t dusverre vooral in W e s t - J a v a en m e e r speciaal in Priangan. De m e t h o d e k o m t m h e t kort op het volgende neer. Op h e t b e m e s t e en goed bewerkte kweekbed wordt het zaad, liefst na vóórweeken, ijl uitgezaaid, waardoor m e n veel krachtiger plantjes krijgt d a n bij de gewone bevolkingsmethoden. Verder wordt op h e t plantveld ijler uitgeplant — zoo mogelijk m e t kluit — en in rijen, waardoor h e t gebruik van arbeid besparende wiedwerktuigen mogelijk wordt. Bij de gewijzigde cultuur-m e t h o d e dient ook b e t plantveld cultuur-m e t cultuur-m e e r zorg te worden bewerkt en bevloeid d a n vroeger. De gevolgen van deze maatregelen zijn, d a t per ha sawah slechts

± 10 à 30 % van de vroeger benoodigde hoeveelheid zaaizaad wordt gebruikt, terwijl verder d e plant- en wiedarbeid geringer is. H e t groote voordeel van de m e t h o d e b e s t a a t echter in de belangrijke productie-stijging, welke ermede kan worden verkregen; de meeropbrengst wordt in de practijk op ± 25 % geschat.

Voorts is de kwaliteit van de padi veelal beter, doordat d e korrels beter gevuld zijn. Op sommige plaatsen, waar de omstandigheden d e toepassing van alle onder-deelen van de m e t h o d e nog niet mogelijk m a k e n , wordt deze gedeeltelijk toegepast.

D e in 1937 uit d e 25 millioen-welvaartsbijdrage aangelegde zaadhoeven, b e s t e m d voor de levering van plantmateriaal aan de bevolking, konden in den

9 2 DE ECONOMISCHE TOESTAND

loop van d a t jaar in exploitatie worden genomen; op verschillende plaatsen was de verdere oprichting van dergelijke hoeven nog in voorbereiding.

D e Landbouwvoorlichtingsdienst h a d wederom veel bemoeienis m e t bevloeiings-aangelegenheden. Ten behoeve van den aanleg van eenige nieuwe werken, waar-onder de wadoeks Tjipanas in Indramajoe en D a r m a in Cheribon, de werken in de kolonisatie-gebieden in de L a m p o e n g s c h e Districten, P a l e m b a n g en Celebes, voorts eenige kleine, grootendeels u i t de fondsen van het bijzonder uitvoerrecht op bevolkingsrubber t e bekostigen werken in Atjeh, S u m a t r a ' s W e s t k u s t , P a l e m -b a n g en de Zuider- en Oosterafdecling van Borneo, werden land-bouwkundige adviezen samengesteld.

I n Bodjonegoro kon in verband m e t h e t gereedkomen van de Patjal-wadoek aan h e t gebruik van bevloeiingswater verdere uitbreiding worden gegeven. I)'' beschikking over een ruime hoeveelheid bevloeiingswater m a a k t e in een gedeelte van h e t Patjal-gebied een vervroeging van den padi-planttijd m e t één t o t twee m a a n d e n mogelijk, waardoor de padi-productie binnen die gedeelten belangrijk kon worden verhoogd. E r zal nog nader m o e t e n worden nagegaan, in welke m a t e aan deze sterke planttijdsvervrocging uitbreiding zal k u n n e n worden gegeven, zonder de watervoorziening van h e t geheele gebied in gevaar te brengen.

Aan de verbetering van de verdeeling van h e t irrigatiewater werd in ver-schillende streken wederom veel a a n d a c h t besteed. I n verver-schillende ressorten in de Buitengewcsten kon uitbreiding worden gegeven aan h e t stelsel van planttijdregelingen voor sawah-padi, een maatregel, welke m e d e van groote bcteekenis is voor de bestrijding van ziekten en plagen.

Naast de verbetering van de reeds bekende gewassen, werd in vele streken voortgegaan m e t propaganda voor hot invoeren van nieuwe gewassen, deels voor voedsel-, deels voor handelsdoeleinden. I n Atjeh bijv. had m e n succes m e t kedelee, katjang t a n a h en uien als tweede gewassen, in Manado m e t kedelee.

I n eenige streken van J a v a en h e t Oostelijk deel van den Archipel werd propaganda g e m a a k t voor een verbetering van do orfcultuur, welke n a a r uit onderzoekingen gebleken is, veelal een belangrijke bron van inkomsten vormt en een stevige grondslag voor de voedselvoorziening betcekent.

Mede in verband m e t de sedert de depreciatie van den gulden ingezette prijs-stijging van de landbouwexportproducten, vorderde de cultuur van handels-gewassen veel a a n d a c h t .

I n alle belangrijke rubbergebieden der Buitengewesten werd voortgegaan m e t de propaganda voor een betere bereiding vair de bevolkingsrubber, terwijl de Regeering, waar noodig, vergunningen voor verdere uitbreiding van de herberei-dingsindustrie verleende. E e n en ander resulteerde in een verdere stijging van den export van droge rubber. Die uitvoer n a m toe van 128 100 ton in 1936 t o t 182 000 t o n in 1937, hetgeen op den totalen uitvoer van bevolkingsrubber oen stijging beteekent van 85 % in 1936 t o t 8 7 | % in 1937.

Tot voor kort was de noodzaak t o t herbeplanting en uitbreiding van den bovolkingsrubberaanplant niet groot. I m m e r s door de sterke restrictie kon h e t toegestane q u o t u m zonder zwaren t a p en zonder veel moeite door de bevolking worden gehaald. I n h e t l a a t s t e halfjaar van 1937 werden echter door de sterke vermindering van h e t restrictie-percentage veel zwaardere eischen aan h e t productievermogen der aanplantingen gesteld en kon plaatselijk van een overtapt geraken van den a a n p l a n t worden gesproken, hetgeen h e t herbeplantingsvraagstuk weder op den voorgrond schoof.

Ter verhooging van d e n weerstand en de kwaliteit der bevolkingsrubber-aanplantingen werd besloten m e t behulp van de gelden uit h e t bijzonder uitvoer-recht op bevolkingsrubber in de voornaamste rubbergewesten over t e gaan t o t aanleg van 1 9 8 | ha rubberzaadtuinen, m e t welken aanleg in 1937 werd begonnen.

Bij de keuze van h e t t e bezigen entmateriaal werd behalve op de productiviteit vooral gelet op voor bevolkingsaanplantingen zoo van belang zijnde eigenschappen als krachtige b astvernieuwing en resistentie tegen ziekten en plagen. M e t zeker-heid kan worden verwacht d a t h e t zaad, hetwelk in de op deze wijze t o t stand gebrachte tuinen zal worden geoogst en aan de bevolking zal worden verstrekt, van veel betere hoedanigheid zal zijn dan het door h a a r voor den aanleg

barer tuinen gebezigde zaad. 33e verdeeling van de rubberzaadtuinen over de verschillende rubberstreken geschiedde naar evenredigheid m e t de gewestelijke basis-quota.

De bevolkingscultuur van Virginia-tabak, b e s t e m d voor de in Nederlandsch-Indië gevestigde sigarettenfabrieken van de British American Tobacco Company, breidde zich in Bodjonegoro verder u i t ; in 1937 werd 3500 ha m e t de nieuwe soort beplant. Voor een andere Nedeiiandsch-Indische sigarettenfabriek werd in die residentie 400 lia Virginia-tabak in den grond gebracht, terwijl + 200 ha

„ v r i j e " a a n p l a n t t o t s t a n d k w a m .

Do proeven van den Landbouwvoorlichtingsdienst m e t de teelt van Virginia-tabak in buiten h e t eigenlijk cultuurcentrum, gelegen streken van Bodjonegoro slaagden goed. Ook in sommige streken van Besoeki werden voorloopig gunstige r e s u l t a t e n m e t de cultuur van de nieuwe tabaksoort verkregen.

E r werden enkele monsters v a n op J a v a geteelde Virginia-tabak n a a r E u r o p a gezonden. Hoewel de kwaliteit van d a t product onderdeed voor die_ van de betere soorten origineele Virginia, a c h t t e m e n in E u r o p a de Java-Virginia toch een goed bruikbare grondstof voor goedkoopere sigaretten. D e prijzen, welke m e n ervoor wenschte te besteden, m a k e n de teelt voor vele streken aantrekkelijk.

V a n de zijde der opkoop-firma's b e s t a a t groote belangstelling voor de pogingen om de teelt van sigarettentabak op J a v a verder uit t e breiden. D a t de op J a v a geproduceerde Virginia-tabak geschikt was voor de in Nederlandsch-Tndië gefabriceerde sigaretten was reeds door de British American Tobacco Company bewezen; do exportmogelijkheid van die tabak opent echter belangrijke nieuwe perspectieven. Deze zijn daarom van zooveel beteekenis, wijl de afzet van d e gewone J a v a - t a b a k — welke in hoofdzaak t o t sigaren en pijptabak wordt verwerkt — de laatste jaren stijgende moeilijkbeden ondervond door de toenemende belemmeringen bij den export n a a r eenigo belangrijke consumptie-landen, vooral Duitschland. Voorts is het, m e t h e t oog op de overal ter wereld t e constateeren t o e n e m e n d e consumptie v a n sigaretten en h e t in vele landen achteruitgaand verbruik van sigaren en pijptabak, zeer gewenscht, om t e t r a c h t e n op J a v a sigaretten-tabak t e telen.

Bij de voortzetting van de proefnemingen m e t sigaretten-tabak zal, behalve aan de teelt van Virginia-tabak, ook a a n d a c h t worden besteed aan de gewone J a v a - t a b a k , waaruit voor sigaretten-tabak geschikte soorten zullen worden geselecteerd. D e per 1 J a n u a r i 1938 ingestelde Krosok-centrale, in welker b e s t u u r ambtelijke vertegenwoordigers en particuliere belanghebbenden zitting hebben, zal de bevordering van de teelt en d e n afzet van sigaretten-tabak als een dei-belangrijkste p u n t e n op h a a r werkprogramma plaatsen.

Ook bij de werkzaamheden van de Centrales voor cassave en aetherische oliën, alsmede die van h e t Koffiefonds, welke instellingen eveneens do verbetering van de cultuur en den afzet van h e t erbij betrokken product t o t doelstelling-hebben, zal de Landbouwvoorlichtingsdienst oen belangrijke t a a k hebben t e vervullen.

M e t h e t n e m e n van katoenproeven in daarvoor in aanmerking komende streken werd voortgegaan. Ziekten en plagen d e d e n wederom veel kwaad aan de proefaanplantingen. De oorspronkelijk veelbelovende Britsch-Indische varië-teiten bleken in verschillende proeven meer van ongunstige klimaats- en bodem-omstandigheden t e lijden t e hebben d a n de inheemsche.

D e in Indragiri aangelegde proefaanplanten van den Chineeschen houtolic-boom (Aleurites m o n t a n a ) slaagden voor een deel goed.

D e bestrijding van ziekten en plagen in landbouwgewassen geschiedde wederom in n a u w contact m e t h e t I n s t i t u u t voor P l a n t e n z i e k t e n .

D e pogingen, om de bevolking in toenemende m a t e een deel van h e t bestrijdingswerk zelf t e laten verrichten, h a d d e n in vele gevallen, vooral bij de bestrijding van de r a t t e n p l a a g bij padi, succes.

Om een indruk t e geven van d e n omvang en de beteekenis van de bestrijding van laatstgenoemde plaag, zij vermeld, d a t in W e s t - J a v a 128 900 ha west- en 90 700 ha oostmoesson-padi werden bewaakt, en bijna 70 millioen vergiftporties werden uitgelegd, terwijl de kosten slechts ruim f 32 000 bedroegen. Niet alleen

94 DE ECONOMISCHE TOESTAND

werd hierdoor het mislukte oppervlak sterk verkleind, doch ook werd in het belangrijke rijstgebied Krawang een oostmoesson-aanplant mogelijk. H e t beschik-bare bevloeiingswater liet daar ook vroeger wel een oostmoesson-aanplant toe, doch door r a t t e n v r a a t mislukte d a a r v a n steeds een groot deel. Nu m e n een effectieve rattenbestrijding heeft, is de animo voor oostmoesson-padi zeer toegenomen, en breidde h e t oppervlak zich uit van 1400 ha in 1934 tot bijna

18 000 ha in 1937.

De aardappelcultuur had op J a v a en S u m a t r a wederom zeer te lijden van de in 1936 in Nederlandsch-Indië voor het eerst opgetreden, door P h y t o p h t o r a infestans veroorzaakte aardappelziekte. I n samenwerking m e t het I n s t i t u u t voor Plantenziekten, werd h e t onderzoek naar resistente aardappel-variëteiten voort-gezet, terwijl het bespuiten van zieke aanplantingen m e t Bordeauxsche p a p werd gepropageerd. Door verstrekking van pootgoed kon de Landbouwvoorhchtings-dienst eenigszins tegemoet komen aan de zeer groote moeilijkheden, welke ten aanzien van de plantmateriaal-voorziening nog steeds bestaan.

Op B a n g k a en in de Westerafdeeling van Borneo werd wederom veel aandacht besteed aan de bestrijding van ziekten en plagen bij peper.

H e t aantal tani-kringen in h e t ressort Besoeki, waar d a n k zij hot groote aantal oud-leerlingen van landbouwcursussen de kringvorming h e t verst is gevorderd, breidde zich wederom sterk u i t ; einde 1937 bestonden d a a r 182 kringen, m e e s t m e t een eigen bewaarplaats (loemboengs) voor zaadpadi. I n Bodjonegoro steeg h e t aantal loemboengs een weinig. Hoewel in eenige desa's wegens oogst-mislukking geen padi werd ingeleverd, n a m elders in dit ressort de inbreng zoo sterk toe, d a t de totale hoeveelheid bijna verdubbelde. N a a s t de bewaring van zaad komen bij de kringen ook andere doelstellingen voor. Sommige kringen m a a k t e n , om verkeerde opkooppractijken tegen t e gaan, propaganda voor en verleenden bemiddeling bij den directen verkoop van padi van de leden aan de pellerijen; soms werden gezamenlijke tabakskweekbedden aangelegd, elders werd een begin g e m a a k t m e t den gezamenlijken tabaksverkoop, weer andere organi-seerden wedstrijden voor een b e t e r e t a b a k s c u l t u u r en betere krosok-bereiding.

H e t werk der kringen in Besoeki werd soms gesteund door particuliere spaar-en credietverespaar-enigingspaar-en. De koolverzspaar-endverespaar-eniging „ S i n a r T a n i " in Besoeki boekte goede resultaten, en kon een + 50 % hoogeren prijs aan haar leden uitbetalen, d a n door de plaatselijke opkoopers werd gegeven. Ook op eemge andere plaatsen werden dergelijke vereenigingen opgericht.

Onder auspiciën van de in J a n u a r i 1937 ingestelde Centrale Commissie voor Emigratie en Kolonisatie van I n h e e m s e h e n kon in de Buitengewesten de koloni-satie van J a v a n e n m e t behulp van gelden uit h e t bijzonder uitvoerrecht op bevolkingsrubber, h e t „Madoera-welvaartsfonds" en de Nederlandsche welvaarts-bijdrage van f 25 millioen belangrijk krachtiger worden aangevat. Aan de h a n d van de ervaringen in vroegeren tijd wordt sinds enkele jaren gewerkt volgens het door de Afdeeling Agrarische Inspectie en Kolonisatie van h e t D e p a r t e m e n t van Binnenlandsch B e s t u u r uitgewerkte systeem van kernvorming, waarbij van Overheidswege voor de inrichting van kernen wordt gezorgd in gebieden waar veel grond voor kolonisatie beschikbaar is, welke kernen dan later nieuwe kolonisten aantrekken en h e n een tijdlang in de gelegenheid stellen t o t h e t verrichten van arbeid voor de reeds gevestigde kolonisten. Doordat bij dit systeem de kosten per kolonist veel lager zijn dan vroeger, kon kolonisatie op grootere schaal t o t uitvoering worden gebracht.

I n verschillende ressorten waren de landbouwconsulenten in belangrijke m a t e en zeer n a u w betrokken bij de uitvoering van de aan deze geïntensiveerde kolonisatie verbonden landbouwkundige werkzaamheden.

I n P a l e m b a n g werd begonnen m e t den aanleg van twee nieuwe kolonisatie-kernen, Loeboek Linggau en Belitang (nabij M a r t a p o e r a ) , terwijl op Celebes een begin werd gemaakt m e t de vorming van eenige kernen in de vlakten van Bo°engi en van Mapili en op Moe-na (deze laatste voor Madoereezen). Verder werd een uitvoerig onderzoek ingesteld naar eventueel voor landbouwkolonisatie geschikte terreinen, waarbij d e Landbouwvoorlichtingsdienst medewerking ver-leende. D e voorbereiding van de kolonisatie-plannen voor 1938 eischte in

verschil-lende ressorten veel tijd. De plannen o m v a t t e n o.m. een proef, om J a v a a n s e h e kolonisten aan t e passen aan den landbouw in de rawa-gebieden van de Zuider-en Oosterafdeeling van Borneo. Bij slagZuider-en van de proef zal daar eZuider-en groot areaal voor kolonisatie beschikbaar komen. Verder werden in dat gewest voorbereidingen getroffen voor de vorming van een kolonisatie van Madoereezen bij Pengaron.

Ook bij spontane kolonisaties, zooals bijv. die van Sangireezen in Manado, verleende de Dienst advies en h u l p .

H e t aantal landbouwtijdschriften, d a t in de Buitengewesten werd uitgegeven, werd m e t één vermeerderd door de uitgifte van h e t l a n d b o u w b l a a d j e te P e m a t a n g -siantar (Oostkust van S u m a t r a ) ; d a t aantal b e d r a a g t hierdoor t h a n s zeven. Als bijlage van het t e P a d a n g uitgegeven landbouwblad bleef de wekelijksche prijs-berichtgeving verschijnen. Te P a d a n g en t e Manado werd wederom een. goed-koope almanak t a n i ' uitgegeven, m e t respectievelijk een oplage van 5000 en 6000 exemplaren, welke spoedig waren uitverkocht.

H e t landbouwonderwijs blijft zich in toenemende m a t e in de belangstelling verheugen.

Aan de Middelbare Landbouwschool t e Buitenzorg behaalden 17 en 4 leer-lingen, respectievelijk van de landbouwkundige en boschbouwkundige afdeeling, h e t einddiploma. Aan de Cultuurschool t e Malang, waar h e t systeem van dubbel-klassen door de samenvoeging m e t de Cultuurschool te Soekaboemi bleef gehandhaafd, behaalden 29 en 11 leerlingen respectievelijk h e t landbouwkundig en boschbouwkundige einddiploma, terwijl 7 leerlingen h e t einddiploma van de vierde of technische afdeeling verwierven.

H e t aantal landbouwbedrijfsschol en bleef op J a v a t o t 4 beperkt. Aan de eenige bedrijfsschool op S u m a t r a (te Sibarani in Tapanoeli) werd een filiaal t e Padang B l a n k a bij Padangsidimpoean toegevoegd, waar de leerlingen speciaal kennis en p r a k t i j k ' v a n overjarige gewassen kunnen opdoen.

H e t aantal 'desa-cursussen, bestemd voor oud-leerlingen van desa-scholen, die reeds praktisch in h e t landbouwbedrijf w e r k z a a m zijn, breidde zich in 1937 op J a v a wederom uit en bedroeg op het einde van d a t jaar 201 m e t + 3800 leerlingen. I n de Minahasa waren 26 mapaloes-cursussen m e t + 390 leerlingen werkzaam. I n de overige Buitengewesten ontwikkelden zich t o t nu toe geen locale cursussen; in Tapanoeli zal in 1938 voor het eerst een proef m e t dit soort landbouwonderwijs worden, genomen.

H e t aantal goeroe-cursussen, waarop aan onderwijzers van volks- of vervolg-scholen landbouwkundige kennis wordt bijgebracht, teneinde h e n voor t e bereiden op een mogelijke taak als leider van desa- of mapaloes-cursussen, vermeerderde in 1937 wederom. Op J a v a bedroeg h e t aantal goeroe-cursussen 12 m e t ± 310 leerlingen, in de Minahasa 2 m e t 43 leerlingen.

H e t opleidingsbedrijf voor I n l a n d s c h e landbouwonderwijzerfe te P a n t j a s a n leverde 16 gediplomeerden af, die allen geplaatst werden aan de 6de klassen m e t landbouwleerplan van vervolgscholen, t e n einde daar onderwijs in landbouw-kennis t e geven. I n die 6de klassen wordt geen landbouwvakonderwijs in engeren zin gegeven, doch de daarvoor in aanmerking komende algemeene leerstof wordt doordrenkt m e t begrippen, voorbeelden en gegevens u i t den landbouw der streek, waarin de betrokken school gelegen is. Op deze wijze wordt getracht de belang-stelling voor den landbouw bij de jeugd t e stimuleeren. Bij dit soort onderwijs n e m e n de schooltuinen, welke bij elke vervolgschool m e t een 6de klasse m e t landbouwleerplan zijn aangelegd, een voorname plaats in. E i n d e 1937 waren er 122 van dergelijke gouvernementsscholen, waarbij h e t aantal leerlingen in de 6de klasse m e t onderwijs in landbouwrichting gemiddeld 30 was. H e t aantal overeenkomstige bijzondere scholen bleef t o t 3 beperkt.

O m t r e n t de werkzaamheden op tuinbouwgebied zij het volgende medegedeeld.

I n 1937 werd een begin gemaakt m e t d e n aanleg van proef-erven voor een onderzoek n a a r de mogelijkheden ter verbetering van de erfcultuur. De opzet van die proef erven sluit geheel aan bij de beteekenis, welke d e erfcultuur in de betrokken streek heeft. Zoo werden in Pasarminggoe, het c e n t r u m van den vruchtenhandel in de ommelanden van Batavia, eenige proeferven m e t betrekking t o t de teelt van voor den handel, b e s t e m d e vruchten aangelegd, terwijl aan een

96 DE ECONOMISCHE TOESTAND

proeferf in h e t Notopoero-gebied ( M a d i o e n ) , waar de erfcultuur in hoofdzaak is gericht op d e plaatselijke voedselvoorziening, een bij laatstbedoelde b e s t e m m i n g aansluitende opzet werd gegeven.

I n verschillende streken werden weder proefaanplantj es van advocaat aan-gelegd, t e n einde de mogelijkheden van dezen, voor de volksvoeding waarde-vollen vruchtboom n a t e gaan. I n verband d a a r m e d e werd in den proeftuin Pasarminggoe een onderzoek ingesteld naar de bestuivingsvoorwaarden van advocaat.

D e worteluitgravingen van verschillende vruchtboomen werden voortgezet, zulks om een beter inzicht t e verkrijgen in de mogelijkheid van gecombineerde teelten en o m t r e n t de waarde van verschillende o n d e r s t a m m e n . Aanwijzingen werden verkregen, dat bepaalde o n d e r s t a m m e n veel dieper wortelen dan andere en daardoor voor beproeving in droge streken in aanmerking komen. H e t aantal verkochte oculaties, inclusief die van de provinciale tuinen, bedroeg in 1937 + 135 000. Hoewel door de geringere t o e n a m e van h e t aantal klein-landbouwers de verkoop aan deze groep niet meer sterk t o e n a m , werd dit weer goedgemaakt door een t o e n e m e n d aantal bestellingen van de zijde der I n l a n d s c h e bevolking.

D e proeven m e t h e t kleuren van sinaasappelen door middel van aethyleen en acethyleen werden voortgezet. I n W e s t - J a v a werd het kleuren m e t acethyleen in de practijk reeds op groote schaal toegepast.

D e bemoeienis m e t d e n handel in tuinb ou w-producten was in sterke m a t e ingesteld op de bevordering van de leverantie van kwaliteitsfruit aan do klasse, van m e e r welgestelde consumenten, teneinde daardoor een grooteren afzet van Indische v r u c h t e n aan deze bevolkingsgroep t e bereiken. I n Oost-Java werd in samenwerking m e t de mangga-lmndclaren aldaar een reeds eerder op kleine schaal aangezette reclame voor kwaiiteits-mangga's voortgezet en uitgebreid. D e resultaten van de proefzendingen van tuinbouw-producten naar H o n g Kong waren teleurstellend; h e t risico van bederf bleek t e groot t e zijn en d e prijzen waren t e laag. D e omstandigheden t e H o n g Kong waren u i t e r s t ongunstig voor h e t verkrijgen van betrouwbare gegevens o m t r e n t de afzetmogelijkheden van die producten.

H e t aantal door h e t Conserven-Laboratorium uitgebrachte adviezen n a m verder toe. E e n doelmatige werkwijze voor h e t winnen van sap en ananas-en andere vruchtananas-enwijnananas-en kon wordananas-en aangegevananas-en. Voorts werdananas-en proevananas-en genomen m e t h e t drogen van m a n g g a ' s en champignons, en m e t bereiding van vruchtensappen uit verschillende citrussoorten.

D a n k zij de halfjaarlijksche besprekingen van h e t Landbouwkundig' I n s t i t u u t m e t d e Landbouwvoorlichtingsdiensten betreffende de aan te z e t t e n veldproeven, konden deze onderzoekingen ook in 1937 in vruchtbare samenwerking worden voortgezet. Nog steeds bleef dit geregelde contact echter beperkt t o t J a v a en Madoera, terwijl de w e r k z a a m h e d e n t e n behoeve van de B u i t e n g e w e s t e n een ineidenteeler karakter bleven behouden. H e t aantal veldproeven kon eenigszins worden uitgebreid. H e t systematisch onderzoek n a a r d e mogelijkheid van katoen-cultuur op J a v a en Madoera leidde t o t belangrijke r e s u l t a t e n t e n aanzien van het variëteitenvraagstuk in de in aanmerking komende gebieden, welke resultaten in een tijdens de Indische landbouwweek t e Wageningen gehouden voordracht van d e n betrokken, m e t verlof zijnden, landbouwkundige werden vastgelegd.

H e t onderzoek n a a r de waarde van h e t op J a v a gewonnen aluminium-phosphaat ter vervanging van het geïmporteerde dubbelsuperphosphaat werd practisch afgesloten. I n verband m e t de uit de f 25 millioen-bijdrage door de Landbouw-voorlichtingsdiensten a a n te leggen zaadtuinen, t e n behoeve van de vermeer-dering van betere variëteiten van voedingsgewassen — in h e t bijzonder van rijst — werd door h e t Hoofd een studiereis van 3 weken n a a r Malakka onder-nomen, waar blijkens de literatuur de verspreiding van verbeterd zaaizaad de volle belangstelling van do Overheid heeft. Bij de rijstveredeling wordt een steeds grootere plaats ingenomen door de bastaard-selectie. Bij de kedelee werd speciale a a n d a c b t besteed aan het vinden van zeer vroegrijpe rassen. Voorbereidingen

werden getroffen voor het onderzoek naar tegen droogte-resistente voedsel- en handelsgewassen, speciaal t e n behoeve van den oostelijken Archipel, in verband w a a r m e d e u i t de moederlandsche bijdrage een selectionist kon worden aangesteld.

Door dezen werd tevens reeds een begin g e m a a k t m e t de selectie van de bevolkingstabak op J a v a , terwijl ook de katoenselectie op h e t p r o g r a m m a s t a a t . De proef- en selectietuin voor kapok bij P a t i kon m e t 18 ha worden vergroot, dank zij de financieele hulp van d e Kapok-centrale. H e t selectiewerk en h e t verdere onderzoek zullen zoodoende geen stagnatie behoeven t e ondervinden.

Ten behoeve van de uitbreiding van den kapok-aanplant, vooral in Midden- en Oost-Java, werd een groote hoeveelheid (275 kg) superieur zaad u i t genoemden t u i n geleverd. H e t is een verblijdend teeken, d a t bij deze uitbreiding van geselecteerd zaad gebruik werd gemaakt. I n samenwerking m e t de Commissie inzake de bevordering van de c u l t u u r van handelsgewassen werd h e t onderzoek van Derris, Aleurites, Bixa, Pelargonium, Amorphophallus en eenige andere gewassen voortgezet. Door deze Commissie werden op J a v a 8 t u i n e n en op S u m a t r a 1 tuin aangelegd, waarin zal worden onderzocht, welke nieuwe handels-gewassen onder de plaatselijk heerschende omstandigheden den indruk geven

Ten behoeve van de uitbreiding van den kapok-aanplant, vooral in Midden- en Oost-Java, werd een groote hoeveelheid (275 kg) superieur zaad u i t genoemden t u i n geleverd. H e t is een verblijdend teeken, d a t bij deze uitbreiding van geselecteerd zaad gebruik werd gemaakt. I n samenwerking m e t de Commissie inzake de bevordering van de c u l t u u r van handelsgewassen werd h e t onderzoek van Derris, Aleurites, Bixa, Pelargonium, Amorphophallus en eenige andere gewassen voortgezet. Door deze Commissie werden op J a v a 8 t u i n e n en op S u m a t r a 1 tuin aangelegd, waarin zal worden onderzocht, welke nieuwe handels-gewassen onder de plaatselijk heerschende omstandigheden den indruk geven

In document N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937 (pagina 95-110)