Herkomst en bestemming van den Nederlandsch-Indischen in- en uitvoer gedurende 1937

In document N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937 (pagina 168-200)

i. Dienst der wildhoutbosschen op Java en Madoera

H. NIJVERHEID 1. Algemeen overzicht

2. Herkomst en bestemming van den Nederlandsch-Indischen in- en uitvoer gedurende 1937

D e geographische verdeeling van den buitenlandschen handel van Neder-landsch-Indië onderging in 1937 eenige belangrijke wijzigingen. Allereerst wat den invoer aangaat. E e e d s bij een oppervlakkige vergelijking v a n de onderstaande cijfers over de laatste jaren, gegroepeerd n a a r de werelddeelen, t r e e d t duidelijk n a a r voren hoe h e t aandeel van E u r o p a en Amerika in den Nederlandsch-I n d i s c h e n invoer, d a t na een periode van nagenoeg onafgebroken daling voor h e t eerst in 1936 weder t o e n a m , in 1937 andermaal belangrijk vooruitging, d a a r e n t e g e n h e t percentage van do Aziatische landen in ongeveer dezelfde verhouding terugliep.

HANDEL

Invoer van Nederlandsch-Indië, gespecificeerd naar herkomst

Afrika voorsprong op Azië vergrootten. H e t percentage v a n Azië, welk werelddeel reeds in 1936 de eerste plaats aan E u r o p a en Amerika h a d m o e t e n afstaan, daalde m 1937, niettegenstaande de toeneming van den invoer m e t f 68 milhoen, van 46,5 % t o t 40,6 % . . ,

G a a t m e n , aan de h a n d v a n de verdeoling volgens de m de statistiek onder-scheiden groepen van goederen, na, welke artikelen in hoofdzaak t o t deze ontwik-keling hebben bijgedragen, dan blijkt, d a t bet accres van E u r o p a en Amerika in 19&36 vooral t e d a n k e n is geweest aan do toegenomen leveringen u i t E u r o p a van garens en manufacturen, alsmede chemische voortbrengselen en meststoffen, dus juist die groepen, welke b e t leeuwendeel der artikelen o m v a t t e n , welke m een voor E u r o p a en de Vereenigdc S t a t e n van Amerika, en m e t n a m e voor Nederland, gunstig geregelde landencontingenteering zijn betrokken. Ook in 1937 deelden die groepen in don vooruitgang, doch h u n aandeel werd, zooals bijgaand staatje aantoont, overtroffen door d a t van do m e t a l e n (voornamelijk ijzer-producten) en machines en werktuigen, welke Nederlandsch-Indië, d a n k zij de economische opleving, weder in s t a a t was in grootere hoeveelheden aan te schaffen.

Invoer van enkele groepen van artikelen (in milhoonen guldens)

Garens en m a n u f a c t u r e n , D a t Azië van de gunstige m a r k t voor laatstgenoemde mdustrie-producten m veel mindere m a t e heeft geprofiteerd, ligt voor de h a n d . H e t is op_ dit gebied, on in h e t bijzonder w a t d e m e e r gecompliceerde machines en installaties aangaat, nog altijd verre achter bij d e westersche landen. H e t percentage, d a t van deze artikelen gedurende 1937 u i t dit werelddeel werd ingevoerd, daalde^ dan ook, niettegenstaande een vermeerdering van d e n import m e t f 9,5 millioen t o t f 20.9°milliocn o.a. van enkele gedeeltelijk bewerkte ijzerproducten, eenvoudige weeitoestellen en rubbercups —, van 20,4 % t o t 17,3 %.

166 DE ECONOMISCHE TOESTAND

D e relatieve vermindering van den invoer in 1937 is echter in hoofdzaak veroorzaakt door de procentueele daling van den i m p o r t van textielen. E e e d s in 1936 was de invoer van garens en m a n u f a c t u r e n als gevolg van de getroffen contingenteeringsmaatregelen zoowel absoluut als relatief lager dan h e t jaar tevoren, waardoor, m e d e o m d a t de rijstinvoer dank zij goede rijstoogsten m e t f 5,6 millioen kon worden teruggebracht, ook de totale invoer uit Azië terugliep

(zie de volgende cijfers).

Invoer v a n garens en m a n u f a c t u r e n

Garens

Touw- en touwwerk, kleederen en modewaren

I n 1937 was, bij de zoo sterk gestegen vraag, uiteraard geen sprake van een absolute daling. Integendeel, d e textiel-import steeg m e t n i e t minder dan f 39 millioen of 57,4 % van de f 68 millioen w a a r m e d e de leveringen u i t dit werelddeel t o e n a m e n . N a a r verhouding n a m de invoer v a n garens en manufac-t u r e n uimanufac-t E u r o p a echmanufac-ter nog meer manufac-toe, zoodamanufac-t manufac-tenslomanufac-tmanufac-te h e manufac-t percenmanufac-tage van Azië van 70,4 % k w a m op 62,7 % .

M e t betrekking t o t de b e s t e m m i n g van den export zijn de u i t k o m s t e n van de handelsstatistiek n i e t zonder meer bruikbaar, o m d a t een belangrijk deel van den onder Azië gegroepeerden uitvoer n a a r Singapore en P e n a n g in werkelijkheid verscheept wordt n a a r andere werelddeelen. H o e groot d a t deel precies is, is niet n a t e gaan, doch wel kan voor enkele belangrijke uitvoerproducten min of m e e r globaal de uiteindelijke b e s t e m m i n g worden vastgesteld. U i t de statistiek van Britsch-Malakka valt namelijk af t e leiden, d a t de langs die havens uitgevoerde Nederlandsch-Indische rubber voor + 90 % n a a r E u r o p a en Amerika en voor 5% n a a r A z i ë1) , d e Nederlandsch-Indische c o p r a2) , a l t h a n s in de l a a t s t e jaren, vrijwel geheel n a a r E u r o p a wordt geëxporteerd. Verder blijkt uit deze statistiek 3) en uit die van de afnemers van de Indische aardolie in Azië

1) Blijkens de statistiek van Britsch-Malakka wordt + 90 % van de van daar uit-gevoerde rubber n a a r E u r o p a en Amerika en + 10 % n a a r de werelddeelen geëxporteerd.

Aangezien de invoer van Nederlandsch-Indische rubber in J a p a n en Australië, volgens de invoerstatistieken van die landen, tamelijk wel overeenstemt m e t den door de Nederlandsch-Indische statistiek geregistreerden export n a a r deze bestemmingen, is aangenomen, d a t 5 % van den Nederlandsch-Indischen uitvoer van rubber n a a r Britsch-Malakka daadwerke-lijk in Azië wordt verbruikt.

2) Hierbij is aangenomen, dat de uit Britsch-Malakka in I n d i ë ingevoerde klapperolie bereid is uit aldaar geproduceerde klappers.

3) Volgens de statistiek van Britsch-Malakka worden aardolieproducten ingevoerd uit Britsch-Borneo en Ned.-Indië. De uitvoer vindt plaats naar verschillende landen, waar-onder ook Ned.-Indië. Ter bepaling van h e t verbruik van Britsch-Malakka is a a n g e n o m e n : 1°. d a t de uit Britsch-Malakka n a a r Ned.-Indië geëxporteerde aardolieproducten aldaar zijn ingevoerd uit Borneo; 2°. dat h e t resteerend deel van den import uit Britsch-Borneo bestemd is voor consumptie op Britsch-Malakka en niet wordt uitgevoerd. Opge-m e r k t zij, d a t de als bunkerolie geëxporteerde aardolie niet wordt opgenoOpge-men in de statistiek van Britsch-Malakka en dus buiten beschouwing is gebleven.

HANDEL

en Australië, d a t in 1935 on 1936 n a a r schatting 44 % van do Nederlandsch-Indisclie aardolieproducten n a a r landen in Azië word afgezet en 26 % naar Australië en Nieuw-Zeeland. _ ,

H o u d t m e n rekening m e t deze correctie, waardoor een juister doch vanzelf-sprekend geenszins volkomen exact overzicht wordt verkregen, d a n blijkt, d a t de export n a a r E u r o p a en Amerika eenerzijds en naar Azië anderzijds zich m de l a a t s t e drie jaren parallel aan dien van den invoer heeft ontwikkeld. De toenemende i m p o r t u i t liet W e s t e n ging gepaard m e t een verhoogden afzet, terwijl m e t den invoer ook de uitvoer van Azië terugliep.

Uitvoer n a a r E u r o p a , Amerika en Azië (verbeterde cijfers)

1935 1936

In millioenen g]

287,5 378,8 120,3 133,0

In °/„ van de totale uitvc 61,1 64,3 25,6 22,6

1937

d

667,5 187,9 erwaarde

68,2 19,0

Vergelijkt m e n den uitvoer, verdeeld naar de groepen van producten, dan treft aanstonds de overwegende beteekenis van de rubber m den export n a a r E u r o p a en Amerika. V a n h e t totaal accres t e n bedrage van f 2 8 8 , 7 millioen k o m t niet minder d a n f 172 millioen op rekening van d i t product. Voor Amerika alleen is zij zelfs nog grooter. D e toeneming van den rechtstreekschen export, dus zonder den uitvoer over Singapore en Europeesche havens, w a a r o m t r e n t geen recente gegevens t e n dienste s t a a n — bedroeg namelijk f 61,6 millioen op een totale vermeerdering van d e n directen uitvoer m e t f 78,2 millioen.

Voor h e t overige m o e t de stijging voornamelijk worden toegeschreven aan den hoogeren uitvoer van c e m e n t , ertsen en minerale grondstoffen, waaronder in de eerste plaats tin en tinerts, welke m e t f 40,5 millioen steeg t o t f m,Z millioen en voorts van die van oliehoudende v r u c h t e n en zaden en plantaardige oliën en vetten, welke m e t f 34,8 millioen t o e n a m t o t f 100,4 millioen.

I n de stijging van den export naar Azië droegen in 1937 de aardolieproducten m e t n a a r schatting f 2 7 millioen bij, terwijl de overblijvende f 2 8 millioen een gevolg is van d e n grooteren uitvoer van rubber, suiker en enkele andere landbouwproducten. . ,

Onder de geschetste omstandigheden m a g m e n verwachten, dat ook tiet aandeel van E u r o p a , Amerika en Azië in h e t export-excedent m o t ongewijzigd is gebleven Voorop zij gesteld, d a t de gegevens betreffende h e t uitvoeroverschot, doordat de werkelijke h e r k o m s t en b e s t e m m i n g v a n d e n m- en uitvoer via Britsch-Malakka onvoldoende bekend is, slechts een tendenz aanduiden en geen.

aanspraak m a k e n op m a t h e m a t i s c h e nauwkeurigheid. Voor w a t den invoer uit Britsch-Malakka aangaat, kan hierbij nog worden opgemerkt, d a t de artikelen, welke daarin de voornaamste plaats innemen, zooals rijst, gezouten en gedroogde visch sardines, v e r d u u r z a a m d e groenten en aardolieproducten, geheel of voor verreweg h e t grootste deel uit Aziatische landen afkomstig zijn. E v e n a l s bij den (verbeterden) uitvoer gaat h e t dus om de minder belangrijke posten, welke evenwel t e z a m e n nog een vrij aanzienlijk bedrag k u n n e n vertegenwoordigen.

168 DE ECONOMISCHE TOESTAND

Aandeel van E u r o p a , Amerika en Azië in liet u itvoero verschot (verbeterde cijfers)

Europa en Amerika Azië

Europa en Amerika Azië

In millioenen gld

+ 168,1 + 239,9 | + 393,9

20,4 2,0 11,1

In °/0 van het totale uitvoersaldo _|_ 8 4i 9 I _}_ 77,3 + 79,0

— 10,3 + 0,7 — 2,2

U i t de boven weergegeven cijfers valt af t e leiden, d a t de bijdrage van E u r o p a en Amerika in h e t uitvoersaldo in 1937 is gestegen en dat de handel m e t Azië een, zij h e t gering, invoersaldo heeft opgeleverd. W a r e n dus in 1936 de verschuivingen in de h e r k o m s t van d e n invoer relatief van m e e r beteekenis, in 1937 overwogen do veranderingen, welke t e n aanzien van de bestemmingen optraden. Dit l a a t zich begrijpen, wanneer m e n bedenkt, d a t nog afgezien van eventueel ongelijke prijsstijgingen als gevolg' van de devaluatie, de prijzen van de uitvoerartikelen tijdens de hausse-periode in 1937 veel sterker zijn gestegen dan die der invoerartikelen, zoodat de uitvoerwaarde zelfs bij een gelijk gebleven u i t v o e r k w a n t u m naar verhouding m e e r zou zijn toegenomen.

S a m e n v a t t e n d e kan worden gezegd, d a t de oriëntatie van Nederlandsch-I n d i ë ' s buitenlandschcn handel op h e t W e s t e n in 1937 verder voortschreed. Nederlandsch-I n tegenstelling m e t eenige jaren geleden, draagt deze ontwikkeling echter niet langer een eenzijdig karakter. Ook d e invoer uit die landen is aanzienlijk toegenomen en voor bepaalde groepen v a n artikelen binnen zekere grenzen zelfs veilig gesteld door v a n Overheidswege getroffen maatregelen. De beteekenis van deze voorzieningen t r e e d t in 1937 echter minder scherp n a a r voren, o m d a t de import van andere artikelen en speciaal van kapitaalsgoederen eveneens belangrijk vooruitging. D a t niettemin h e t uitvoeroverschot zooveel hooger was dan in 1936, vindt zijn verklaring in do bijzonder hooge exportwaarde, r e s u l t a n t e van de zeer gunstige prijs-ontwikkcling onzer agrarische exportproducten en de aanzienlijke stijging van h e t uitvoerkwantum.

3. Groothandel

A. Uitvoer. D e Neder! audsch-Indischc uitvoer is in 1937 zoowel naar waarde als n a a r omvang sterk toegenomen, namelijk van f 595 millioen t o t f 988,7 millioen en van 9 798 100 t o n t o t 11 397 500 ton. Deze stijging n a a r gewicht k a n voor t a l van producten worden geconstateerd, doch was h e t grootst voor aardolieproducten, fabriekssuiker, Hevea-rubber en t a p i o c a ' s . E e n m i n of meer belangrijke daling vertoonde o.a. de uitvoer van peper, thee, kinabast en copra. Hiervan vallen t h e e en kina onder een restrictie-regeling; de daling van den copra-uitvoer werd meer d a n gecompenseerd door liet stijgen van den uitvoer van klapperolie.

D e belangrijke stijging van de prijzen op de wereldmarkt, do invloed van de depreciatie van h e t Nederlandsch-Indisch ruilmiddel en h e t grooter export-q u a n t u m h a d d e n t e n gevolge, dat de waarde van den uitvoer, zooals reeds opgemerkt, belangrijk grooter was d a n in 1936. D e volgende index-cijfers geven een beeld van de prijsontwikkeling van een twaalftal exportproducten, vergeleken m e t die der voorafgegane vier jaren.

Indexcijfers van groothandel prijzen van 12 exportproducten (1929 = 100) daarna een belangrijke algemeene prijsdaling inzette, was h e t gemiddelde voor-liet geheele jaar (55) toch veel gunstiger dan in 1936 ( 4 1 ) . Beziet m e n in den volgenden s t a a t h e t prijsverloop van elk der 12 uitvoerartikelen, dan blijkt vrijwel eïk p r o d u c t in den aanvang van 1937 de hoogste prijzen t e hebben bereikt, terwijl de gemiddelde prijs aan h e t einde van het jaar vrijwel steeds lager lag dan aan h e t begin.

Groothandelprijzen (in guldens) van exportproducten

Juli . . . •

170 DB ECONOMISCHE TOESTAND Vooral de uitvoerwaarde van Hevea-rubber is sterk toegenomen en wel m e t f 180,2 millioen (incl. r e c h t e n ) , hetgeen bijna de helft is van h e t totaal aeeres.

Ook d e w a a r d e der geëxporteerde aardolie was f 68,6 millioen grooter dan in 1936 (f 165,2 millioen).

1) In 1936 inclusief f 0,01 uitvoerrecht.

2) In 1937 inclusief f 0,01i uitvoerrecht.

HANDEL

D e uitvoerwaarde van tin en tinerts steeg m e t f 37,4 millioen t o t f 83,5 millioen, bij een vrijwel gelijk e x p o r t - q u a n t u m . De uitvoer van oliën en oliezaden h a d een waarde, welke f 33,6 millioen grooter was (waarvan f 21 millioen op rekening van copra) d a n in 1936; de waarde v a n d e n uitvoer van fabnekssuiker steeg m e t f 16,2 millioen t o t bijna f 50 millioen en die van koffie m e t f 10,2 millioen t o t f 26 millioen.

H e t grootste deel van den vooruitgang m hoeveelheid en waarde v a n den export k o m t op rekening van de Buitengewesten. D e stijging n a a r d e waarde beliep voor J a v a en Madoera f 100,7 millioen, terwijl die voor de Buitengewesten f 293 millioen bedroeg. H e t verschil tusschen beide gebiedsdeelen wordt voor-namelijk verklaard door de grootere waarde der u i t d e Buitengewesten geëxpor-t e e r d e aardolie en d a a r n a a s geëxpor-t door de sgeëxpor-tijging van de uigeëxpor-tvoerwaarde van rubber, waarin door d e B u i t e n g e w e s t e n m e t f 148,1 wordt gedeeld, tegen J a v a m e t f 32,4 millioen.

Uitvoer in 1936 door particulieren en h e t G o u v e r n e m e n t (exclusief goud en zilver, bootpakketten, passagiersgoederen en voor scheepsgebruik)

Benaming der groepen

1. Dierlijke voortbrengselen en fabrikaten daarvan

2. Caoutchouc en getahpertja 3. Drogerijen en specerijen 4. Koffie, v. a. s

5. Olie- en vethoudende vruchten en zaden en plantaardige oliën en vetten . . . 6. Suiker, v. a. s. (incl. residu en molascuit) 7. Tabak, v. a. s

8. Tapioca-producten 9. Thee

10. Vezels

11. Overige plantaardige voortbrengselen. . 12. Aardoliën, aardolieproducten, minerale

brandstoffen, n. a. g

13. Cement, ertsen, onedele metalen, tras, zwavel en mineralen, n. a. g

14. Goederen van verschillenden aard . . . 15. Buitenlandsche voortbrengselen . . . .

Totalen

Uitvoerrecht op rubber Uitvoerrecht op andore goederen

J a v a en Madoera zilver, bootpakketten, passagiersgoederen en voor scheepsgebruik)

Benaming der groepen

1. Dierlijke voortbrengselen en fabrikaten daarvan

2. Caoutchouc en getahpertja 3. Drogerijen en specerijen 4. Koffie, v. a. s

172 DE ECONOMISCHE TOESTAND

Benaming der groepen

5. Olie- en vethoudende vruchten en zaden en plantaardige oliën en vetten . . . .

8. Tapioca-prod neten

11. Overige plantaardige voortbrengselen. . 12. Aardoliën, aardolieproducten, minerale 13. Cement, ertsen, onedele metalen, tras,

zwavel en mineralen, n. a. g

14. Goederen van verschillenden aard . . . 15. Buitenlandsche voortbrengselen . . . .

Uitvoerrecht op andere goederen

Java en Madoera

Rubber. De zoor vaste stemming, welke sedert h e t begin van liet laatste kwartaal 1936 op de r u b b e r m a r k t heerschte, bleef ook in de eerste drie m a a n d e n van 1937 gehandhaafd. De Londenscho noteeringen bleven gedurende J a n u a r i en Februari schommelen om h e t in December 1936 bereikte peil van 10J d per lb, om d a a r n a in d e n loop van M a a r t snel t e stijgen t o t 13J d per lb (49g cent per h k g t e B a t a v i a ) op 31 M a a r t .

D e oorzaak van deze scherpe prijsstijging was gelegen in de in h e t eerste kwartaal nog heerschende scbaarschte aan ready-rubber. Weliswaar verlaagde hot I n t e r n a t i o n a l E u b b o r Begulation Committee liet restrictie-percentage belangrijk — h e t bedroeg in de vier kwartalen van 1937 25, 20, 10 en 10 —, doch er verliep uiteraard eenige tijd alvorens deze achtereenvolgende verruimingen, van de productie-mogelijkheid in de exporten t o t uiting k w a m e n .

Toon evenwel in h e t begin v a n April de algomeene conjunctuur na een periode van scherpe stijging oen weifelende tendenz begon t e vertoonen en bovendien liet gevaar van rubberschaarschte m i n d e r dreigend werd tengevolge van de sterke stijging van de Nedorlandsch-Indische exporten van bevolkingsrubber, k w a m een kentering in de r u b b e r m a r k t . E e n prijsdaling z e t t e in, eerst langzaam, toen sneller n a a r m a t e de gevolgen van de hierboven vermelde restrictie-politiek zich meer d e d e n gevoelen. I n do tweede helft van h e t jaar bleek, d a t de productie-landen n i e t alleen in s t a a t waren liet q u o t u m v a n 90 % t e n volle voort t e brengen ( w a a r o m t r e n t aanvankelijk twijfel b a d b e s t a a n ) , doch bovendien nog den in h e t eerste halfjaar o n t s t a n e n achterstand in do exporten konden inloopen.

I n de laatste maanden, van 1937 werd h e t aanbod dientengevolge zeer ruim, terwijl anderzijds h e t verbruik, in h e t bijzonder d a t in de Vereenigdc S t a t e n van Amerika, sterk door de in d e n h e r i s t plaatsvindende algemeene conjunctuur-daling werd beïnvloed. Deze verslechtering van de statistische positie bleef uiteraard n i e t zonder gevolgen voor h e t prijsverloop : de Londenscho noteeringen liepen snel t e r u g t o t 9 d medio J u l i , bleven vervolgens t o t eind S e p t e m b e r om dit p u n t schommelen, waarna een nieuwe reactie de prijzen verder terugbracht t o t een niveau v a n 7 d (24 à 25 cent per h k g t e B a t a v i a ) , waarop h e t jaar sloot.

Hoewel h e t wereldverbruik zich reeds sedert medio 1937 ongunstig begon te ontwikkelen, is h e t over 1937 — dank zij de groote absorptie in het eerste halfjaar — hooger geweest d a n in cenig voorafgegaan jaar, namelijk 1082 000 ton, tegen 1 037 000 ton in 1936 en 934 000 ton in 1935. D e uitvoeren waren echter

HANDEL

nog grooter (1 134 000 ton, tegen 856 000 ton in 1936 en 873 000 ton m 1935).

H e t door h e t I n t e r n a t i o n a l ß u b b e r Regulation C o m m i t t e e berekende voorraad-cijfer bedroeg op h e t einde van het jaar 519 400 ton, tegen 458 000 ton einde 1936 en 640 000 ton einde 1935.

De rubberuitvoeren u i t Nederlandscti-Indië beliepen in 1937 438 577 metrieke tonnen (230 026 t o n ondernemingsrubber en 208 551 ton bevolkingsrubber). In 1936 bedroegen deze hoeveelheden 314 598, 163 200 en 151 398 ton.

H e t voornaamste land van b e s t e m m i n g is de Vereenigde S t a t e n (163 667 ton in 1937). I n de tweede plaats komen Singapore en P e n a n g ( t e z a m e n 140 401 ton in 1937). De verschepingen naar deze havens n e m e n de l a a t s t e jaren relatief af, hetgeen s a m e n h a n g t m e t de opkomst van do binnenlandsche bereiding van bevolkingssheets in Nederlandsch-Indië, welk product gedeeltelijk rechtstreeks naar de verbruikslanden wordt verstuurd.

Suiker. D e m a r k t is voor de Java-suiker-industrie in 1937 veel gunstiger geweest d a n in oen reeks van voorafgegane jaren. D a n k zij de aanpassing van h e t productie-apparaat aan de gewijzigde afzetmogelijkheden en m e d e als gevolg van den veel verbeterden toestand op de wereldsuikermarkt zijn de fmancieelo r e s u l t a t e n vooruitgegaan. Deze zijn niettemin ongunstig beïnvloed door den teruggang dor conjunctuur in de tweede helft van 1937 en vooral ook door h e t Ohineesch-Japansch conflict, d a t h e t verlies van h e t grootste deel der Oost-Aziatische m a r k t t e n gevolge h a d . D a t de toestand door deze ongunstige factoren niet nog slechter was", is voor een deel. t e d a n k e n aan de totstandkoming van de Londensche Suiker Conventie in Mei 1937, welke een stabiliseerenden invloed op de s u i k e r m a r k t h a d .

D e noteering op de Londensche t e r m i j n m a r k t voor suiker geeft een goed beeld van d e n t o e s t a n d . Van een m i n i m u m van 4 / 2 | sh per cwt in h e t najaar-van 1936 herstelde de prijs zich t o t oen hoogte najaar-van 6/9 sh in M a a r t 1937.

Tijdens de onderhandelingen t e L o n d e n weifelde de prijs; toen de Conventie haar beslag had, trad een herstel in. en t o t in J u l i k w a m e n nog noteeringen van 6 / 8 sh voor. I n Augustus en S e p t e m b e r fluctueerden de prijzen o.a. tengevolge van de onrust in Oost-Azië sterk; daarna t r a d een uiterst lustelooze stemming-in en de prijstendenz was beslist dalend. D e Nederlandsch-Indische Vereenigstemming-ing voor den afzet van suiker ( N . I . V . A . S . ) baseerde zich bij h a a r prijszetting in h e t algemeen op de m a r k t te L o n d e n . Voor H o n g Kong werd eind 1936 voor S . H . S . nog f 5 per quintaal gevraagd; na verschillende verhoogingen in April, Mei en J u n i werd 21 Juni. do maximum-noteering van f 7,70 voor deze b e s t e m m i n g bereikt. Voor de W e s t k u s t van Britsch-Indië kon de prijs van f 4,62?, t o t f 7 worden verhoogd; voor b e s t e m m i n g e n t e n W e s t e n van Suez steeg d o ' p r i j s van f 3 , 2 5 t o t f 4 , 6 0 . L a t e r in het jaar waren deze limites niet m e e r effectief, daar tengevolge van de minder gunstige situatie op de wereldmarkt de tweede h a n d tot f 2 beneden deze officieele limites aanbood.

Vergeleken m e t 1936 zijn zoowei de exporten als de locale consumptie toegenomen. De voorraadpositie der Java-suiker is daardoor, ondanks een suiker-productie welke m e e r dan tweemaal zoo groot was als die van 1936 (resp.

1 4 1 4 500 ton en 638 000 t o n ) , verder verbeterd. P e r 1 J a n u a r i 1937 kon de voorraad op 610 000 ton worden gesteld; einde van het jaar was deze t o t 562 000 t o n verminderd. D e exporten bedroegen 1 1 2 8 880 ton, hetgeen, vergeleken m e t 1936 (880 000 t o n ) , een gunstig r e s u l t a a t k a n worden genoemd. E e n overzicht van den uitvoer naar de voornaamste bestemmingen, vergeleken m e t 1936, moge volgen.

Java-suiker-export in 1936 en 1937 (in metrieke t o n n e n )

Bewesten Suez Britsch-Indië.

1937 396 951

29 796

1936 68 685 42 952

174 DE ECONOMISCHE TOESTAND

. . .

taal . . . .

1937

68 997 247 711 44 900 128 123 27 618 94 739 61302 28 743 1 128 880

1936

64117 273 418 40 517 184 770 29 279 91389 50 719 34 670 880 516 Ceylon

Japansche b e s t e m m i n g e n China

HongKong Siam

Singapore/Penang . . . Nieuw-Zeeland . . . . Elders

I n de eerste plaats valt op de groote stijging van den export n a a r de landen bewesten Suez, welke bijna één derde gedeelte van h e t totaal u i t m a a k t ( m 1936 was d i t slechts 7 % ) . Dit was o.a. een gevolg van h e t Chineesch-Japansch conflict; toen de verkoop n a a r de Oostelijke afzetgebieden stagneerde, oriën-teerde de h a n d e l zich noodgedwongen op h e t W e s t e n . Ook k o m t in deze stijging t o t uiting d a t Nederland meer Java-suiker afnam, hetgeen mogelijk is gemaakt, doordat op de Eijksbegrooting 1937 een post van ± f 800 000 voor dit doel werd uitgetrokken.

D e export n a a r h e t Verre Oosten ontwikkelde zich in h e t eerste deel van 1937 gunstig, doch tengevolge van den oorlogstoestand is hierin een sterke verandering t e n ongunste gekomen; in d e vermelde exportcijfers k o m t d i t slechts zeer t e n deele t o t uiting, o m d a t deze grootendeels betrekking hebben op verkoopen, welke reeds vóór h e t uitbreken der vijandelijkheden waren t o t stand gekomen. D e zeer geringe verkoopen in de l a a t s t e m a a n d e n van h e t jaar wettigen dan ook geen optimisme.

D e export n a a r B r i t s c h - I n d i ë , welk land t h a n s practisch selfsupporting t e n aanzien van suiker is, bedroeg nog geen 30 000 ton, tegen bijna 43 000 t o n in 1936.

I n de overige b e s t e m m i n g e n k w a m weinig verandering, behalve w a t betreft Nieuw-Zeeland, d a t bijna 10 000 t o n m e e r afnam.

D e binnenlandsche afzet heeft zich, dank zij gunstiger economische omstan-digheden, bevredigend ontwikkeld en n a m toe van 289 700 t o n in 1936 t o t 329 579 t o n in 1937, hetgeen een afzet in 1937 van bijna 27 500 t o n per m a a n d beteekent. H e t invoerverbod van suiker werd ook in 1937 gehandhaafd.

D e technische positie van d e Java-suiker is in 1937 verder verbeterd door de t o t s t a n d k o m i n g van de Londensche Suikerconventie, welke 1 September 1937 in werking t r a d en waarbij J a v a een export-quotum van 1 050 000 t o n verwierf.

Hierdoor b e s t a a t de mogelijkheid h e t aanbod op georganiseerde wijze aan de vraag aan t e passen, zoodat een rustige verdere ontwikkeling k a n worden verwacht.

Thee. D e theeprijzen hebben in 1937 aan den teruggang v a n d e conjunctuur goed weerstand geboden ondanks h e t feit, dat in Mei een tusschentijdsche verlaging van h e t internationale restrictie-percentage voor 1937/1938 van 17J t o t 12-| plaats vond en eind November werd bekend gesteld, d a t voor 1938/1939 h e t percentage t o t 7 | % werd teruggebracht.

H e t Londensch veilingsgemiddelde steeg van 13 d per lb begin 1937 t o t 16J d medio Mei, daalde vervolgens t o t 141 d begin J u n i , gevolgd door een herstel t o t ruim 1 6 | d in September. H e t einde van h e t jaar gaf een gemiddelde noteering t e zien van 14 d. H e t gemiddeld prijspeil van 1937 ligt 15 à 16 % boven d a t van 1936.

HANDEL

D e werelduitvoer bedroeg in 1937 886 millioen lbs (844 millioen in 1936 en 841 millioen in 1935). H e t wereldverbruik beliep 889 millioen lbs, tegen 858 en 873 in respectievelijk 1936 en 1935.

D e uitvoer u i t Nederlandsch-Indië, welke tot 1933 een snelle expansie h a d laten zien, is als gevolg van de restrictie teruggevallen t o t 53 150 850 kg onder-n e m i onder-n g s t h e e eonder-n 11 811 300 kg opkoopthee gedureonder-nde h e t liceonder-ntiejaar 1 April 1937—gl M a a r t 1938 ( I . S. 1937 n°. 102). H e t beeld van de b e s t e m m i n g e n van dezen uitvoer heeft de laatste jaren een opmerkelijke verandering ondergaan.

Vroeger ging + 70 % van d e n thee-export n a a r de centrale m a r k t e n L o n d e n en A m s t e r d a m ; een belangrijk gedeelte daarvan werd via deze centra over de verbruikslanden gedistribueerd. I n de afgeloopen jaren zijn d e verschepingen n a a r L o n d e n sterk teruggeloopen, terwijl de export n a a r Nederland, welke t o t 1934 nog vrij goed op peil was gebleven, sindsdien eveneens op lager niveau is gekomen. N a a r Groot-Britannië en Nederland ging in 1937 nog slechts 37 % van d e n t o t a l e n uitvoer.

Daartegenover v a l t een groote toeneming t e constateeren in d e rechtstreeksche verschepingen n a a r verschillende verbruikslanden, m e t n a m e naar de Vereenigde S t a t e n van Amerika, Zuid-Amerika, E g y p t e , Zuid-Afrika en Zuid-West-Azië.

Thee-uitvoer (in t o n n e n van 1000 kg)

Landen van b e s t e m m i n g

Vereenigde Staten van Amerika

Zuid-Afrika

Zuid-West-Azië (inch Britsch-Indiö) Overige landen

1933

24 054 17 694 6 350 634 2 547 835 3 337 16 423 71874

1934

18 062 15 563 5 497 1 082 3 642 1 162 1 9 0 3 17 327 64 238

1935

16 562 14 676 7 028 1879 4 352 1322 2 080 17 741 65 640

1936

14 533 13 875 8 363 2 606 5 508 1379 4 454 18 860 69 578

1937

10 965 13 941 7 875 2 638 5 638 1 799 3 781 20 079 66 716

Koffie. D e uitvoer van koffie is, vergeleken m e t 1936, eenigszins toegenomen en bedroeg 98 849 t o n (in 1936 95 197 t o n ) . D e waarde van den koffie-export is relatief sterker gestegen (van f 15 844 000 tot r u i m f 26 000 000). Volgens de uitvoerstatistiek werd h e t grootste deel van den export n a a r Nederland verscheept, namelijk 19 580 t o n (in 1936 19 620 ton) ; een deel hiervan is voor herexport bestemd. D a a r n a volgden d e Vereenigde S t a t e n van Amerika, hoewel deze belangrijk m i n d e r kochten d a n in 1936 (16 079 ton, tegen 20 115 t o n in 1936).

D e uitvoer n a a r Frankrijk n e e m t de l a a t s t e jaren voortdurend af. Hierop is vooral van invloed de preferentie, welke aan koffie van Fransch-kolonialen oorsprong-wordt verleend. D e uitvoer liep terug van 18 315 ton in 1936 t o t 15 706 ton in 1937. D a a r e n t e g e n vertoont d e uitvoer n a a r D e n e m a r k e n de l a a t s t e jaren een regelmatige stijging, hetgeen o.m. in verband s t a a t m e t de deviezenregeling,

D e uitvoer n a a r Frankrijk n e e m t de l a a t s t e jaren voortdurend af. Hierop is vooral van invloed de preferentie, welke aan koffie van Fransch-kolonialen oorsprong-wordt verleend. D e uitvoer liep terug van 18 315 ton in 1936 t o t 15 706 ton in 1937. D a a r e n t e g e n vertoont d e uitvoer n a a r D e n e m a r k e n de l a a t s t e jaren een regelmatige stijging, hetgeen o.m. in verband s t a a t m e t de deviezenregeling,

In document N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937 (pagina 168-200)