Overheidszorg voor de delfstoffenwinning

In document N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937 (pagina 144-149)

i. Dienst der wildhoutbosschen op Java en Madoera

8. Overheidszorg voor de delfstoffenwinning

Wetgeving en mijnrechtelijke toestand. Bij G . B . 12 M a a r t 1937 n°. 24 ( I . S. n°. 157) is hot terrein van hot daarbij aangewezen n a t u u r m o n u m e n t

„Goenoeng A p i " (res. Molukken) om redenen van algemeen belang gesloten voor mijnbouwkundige opsporingen.

E v e n e e n s is bij G . B . 12 Mei 1937 n°. 32 ( I . S. n°. 330) een in de provincie Oost-Java gelegen terrein rondom de tunnelcapteering Bewoet in de desa Binangoen, w a a r u i t w a t e r wordt gewonnen voor do drinkwatervoorziening van do stadsgemeente Malang, om redenen van algemeen belang gesloten voor mijn-bouwkundige opsporingen.

Bij G . B . 4 J u n i 1937 n°. 34 ( I . S. n°. 369) is ingetrokken h e t G . B . 24 J u l i 1923 n°. 26, houdende aanwijzing van de n a t u u r m o n u m e n t e n „Oost-Noesa K a m b a n g a n " , , ,Noord-Noesa K a m b a n g a n I " en „Noord-Noesa K a m b a n g a n I I " , terwijl daarbij als zoodanig is aangewezen een terrein gelegen in de Zuidwesthoek van h e t eiland Noesa K a m b a n g a n (ros. Banjoemas) benevens de voor de Oostkust van d a t eiland gelegen rotseilanden Karang-Bolong en Widjajakoesoema. B e h a l v e h e t eiland Noesa K a m b a n g a n , hetwelk reeds bij G . B . 10 Aug. 1912 n°. 25 voor mijnbouwkundige opsporingen is gesloten, zijn ook de genoemde rotseilanden bij

l) Bij aankomst in liet buitenland uitgeloste hoeveelheid 24011 ton.

W I N N I N G VAN DELFSTOFFEN

a t u u r m o n u m e n t „ P o e l a u Ij an t a m gelegen, tot de gemeld G . B . 4 J u n i 1937 om redenen van algemeen belang gesloten voor mijn-bouwkundige opsporingen. , . .

Bij G . B . l ö J u n i 1937 n°. 32 is een terrein gelegen m de residentie Priangan gereserveerd voor mijnbouwkundige opsporingen en ontginningen van Gouver-nementswege, m e t betrekking t o t alle in h e t eerste lid onder b van artikel 1 der I n d i s c h e Mijnwet vermelde delfstoffen.

Bij G.B.' 2 J u l i 1937 n°. 2G is h e t terrein van h e t bij liet besluit van h e t Zelfbestuur van S a m b a s van 23 M a a r t 1936 aangewezen n a t u u r m o n u m e n t

„ L o P a t P o e n P i " (res. Westerafdeoling van Borneo) om redenen van algemeen belang gesloten voor mijnbouwkundige opsporingen.

Bij G . B . 30 J u l i 1937 n°. 21 ( I . S. n°. 474) is als nal D o e a " aangewezen h e t grootste der in de baai van B

Poelau Doea-groep behoorende eilanden. Dit eiland werd bij G. B . 14 Sept. l_91o n°. 34 om redenen van algemeen belang gesloten voor mijnbouwkundige opsporingen.

Bij G . B . 6 Sept. 1937 n°. 33 is h e t terrein van het daarbij aangewezen Openbaar M o n u m e n t , gelegen op het Diëng-plateau en bestaande u i t drie terreinen A, B en O (resn. Banjoemas en Kedoe) om redenen van algemeen belang gesloten voor mijnbouwkundige opsporingen.

Bij G . B . 25 Sept. 1937 n°. 9 ( I . S. n°. 544) is h e t terrein van h e t daarbij aangewezen „ W i l d r e s e r v a a t B a l o e r a n " (res. Besoeki) om redenen van algemeen belang gesloten voor mijnbouwkundige opsporingen.

Bij G . B . 25 Oct. 1937 n°. 12 ( I . S. n°. 579) is h e t terrein van h e t daarbij aangewezen n a t u u r m o n u m e n t „Goenoeng A b a n g " (res. Malang) om redenen van algemeen belang gesloten voor mijnbouwkundige opsporingen.

D e reserveering voor opsporingen en ontginningen v a n gouvernementswege m e t betrekking t o t tin en wolframium van een strook zeegebied, gelegen in de onderafdeeling Lingga der afdeeling Tandjoengpinang van de residentie Biouw en Onderhoorigheden is opgeheven ( I . S. 1937 n°. 365).

Ontginningen van Gouvernementswege. De eigen mijnbedrijven van liet G o u v e r n e m e n t o m v a t t e n twee kolenbedrijven (de Oembilin- on de Bookit Asem-mijnen) en een tinbedrijf (de B a n g k a - t i n w i n n i n g ) .

I n 1937 werden 5 aannemingscontracten ontbonden, namelijk 1 contract, ^ d a t was gesloten m e t de N. V. „Mijnbouw Maatschappij Soember Koentjoeng" en 4 contracten, welke waren gesloten m e t de N. V. J o d i u m o n d e r n e m m g „ W a t o e -d a k o n " voor -de winning van jo-dium en -do m e t jo-diumhou-den-d water onvermij-delijk medegewonnen aardolie en gassen, in 5 terreinen, gelegen in de residentie Soerabaja.

E i n d e 1937 waren 2 aannemingsovcreenkomsten van k r a c h t .

H e t aantal gemengde bedrijven bleef t w e e : de naamlooze vennootschap

„Gemeenschappelijke Mijnbouw Maatschappij B i l l i t o n " en d e naamlooze ven-nootschap „Nederlandscb-Indische Aardolie M a a t s c h a p p i j " .

Overeenkomsten op den voet van art. 5a der Indische Mijmoet. Gedurende 1937 werden 9 opsporingsovereenkomsten voor aardolie en a a n v e r w a n t e delf-stoffen gesloten, w a a r v a n 5 m e t de N. V. „Nederlandsche Koloniale P e t r o l e u m M a a t s c h a p p i j " (2 overeenkomsten voor terreinen, gelegen m de residentie P a l e m b a n g , genaamd „Moesi-blok" en „Oost-Ogan-blok", 1 overeenkomst voor een terrein, gelegen in de residentie Zuider- en Oosterafdeohng van Borneo, genaamd „ K a h a j a n - b l o k " en 2 overeenkomsten voor terreinen, gelegen m de residenties Bodjonegoro en J a p a r a - B e m b a n g , genaamd „Girik 1 en „ E o d a n 1 ) en 4 m e t de N . V. „ D e Bataaf sehe P e t r o l e u m M a a t s c h a p p i j " (2 overeenkomsten voor terreinen gelegen in de residentie P a l e m b a n g , genaamd „ K i k i m - b l o k " en

W e s t - O g a n - b l o k " , ° l overeenkomst voor een terrein, gelegen in h e t gouverne-m e n t Atjeh en Onderhoorigheden, genaagouverne-md „ A t j e h - c o gouverne-m p l e x " en 1 overeenkogouverne-mst voor een terrein, gelegen in de residentie J a p a r a B e m b a n g , genaamd „ P a t i -b l o k " ) . E i n d e 1937 waren 14 opsporingsovereenkomsten van kracht.

I n 1937 werden 2 opsporings- en ontginningsovereenkomsten gesloten, namelijk 1 overeenkomst m e t de N. V. Mijnbouw Maatschappij „Nederlandsen

Nieuw-142 BE ECONOMISCHE TOESTAND

G u i n e a " , voor d e opsporing en ontginning van alle in h é t l s t e lid, onder o, van art. 1 der Indische Mijnwet vermelde delfstoffen, voor 2 terreinen, gelegen op NieuwGuinea, en 1 overeenkomst m e t de N. V. J o d i u m o n d e r n e m i n g „ W a t o e -d a k o n " voor -de opsporing- en ontginning van jo-dium en -de verbin-dingen -daarvan, voor een terrein, gelegen in de residenties Soerabaja en Bodjonegoro en waarin tevens de terreinen der voormalige 4 aannemingscontracten m e t genoemde maatschappij zijn opgenomen.

I n d e n loop van 1937 werd 1 overeenkomst op den voet van art. 5a der Indische Mijnwet voor de opsporing en ontginning van aardolie en a a n v e r w a n t e delfstoffen, ontbonden, namelijk die welke gesloten was m e t de N. V. P e t r o l e u m Maatschappij „ S a d j i r a " , voor een terrein, gelegen in d e residentie B a t a v i a , genaamd „ S o e b a n g - c o m p l e x " .

E i n d e 1937 waren 34 opsporings- en ontginningsovereenkomsten van kracht.

Mijnconcessiën. Gedurende 1937 werden 5 mijnconcessiën van Gouverne-mentswege verleend, waarvan 1 voor de winning van fosfaten, welke t o t bemesting dienen en zwavel (de mijnconcessie „ K r o m o n g I I " in de residentie Cheribon), 1 voor de winning van tin en alle andere delfstoffen, vermeld in h e t l s t c lid, onder a, van art. 1 der Indische Mijnwet ( t e r vervanging v a n de door tijdsverloop vervallen mijnconcessie „ S i n g k e p " , in de residentie Eiouw en Onderhoorigheden), 2 voor de winning van tin en wolframium (de mijnconcessies

„ S i n g k e p Zeetinconcessie" ter vervanging' van de door tijdsverloop vervallen concessie van dien n a a m , en „ S i n g k e p Zeetinconcessie A " , in de residentie Eiouw en Onderhoorigheden) en 1 voor d e winning van guano (de mijnconcessie

„Guanowinning K a k a b i a " in h e t gouvernement Celebes en Onderhoorigheden).

Op verzoek werden de mijnconcessies „ T j i k a r a n g " en „ I r m a " ingetrokken.

Ook werd de mijnconcessie „ S i l o e n g k a n g " ingetrokken, n a d a t de concessionaresse van h a a r bij d e z e mijnconcessie verleende r e c h t e n was vervallen verklaard.

Vernieuwd zijn d e mijnconcessies „ S i n g k e p Zeetinconcessie" en „ S i n g k e p " , welke door tijdsverloop waren vervallen.

E i n d e 1937 waren 235 mijnconcessies van kracht, terwijl 33 aanvragen om mijnconcessies in behandeling waren.

Gedurende 1937 werden geen nieuwe door de Eegeering goed te keuren mijnconcessiën door I n l a n d s c h e Zelfbesturen verleend.

De intrekking van do mijnconcessies „ S i a k Pai I " en „ S i a k P a i I I " werd goedgekeurd, terwijl van de mijnconcessies „ P e n g a s i h I " , „ P e n g a s i h I I " ,

„ B a r o n g a n " en „ K a l i s e p a t " door de concessionaresse afstand is gedaan.

Twintig vergunningen tot h e t winnen van niet in de Indische Mijnwet genoemde delfstoffen werden gedurende 1937 verleend, w a a r v a n 2 door h e t College van Gedeputeerden van den Provincialen E a a d van W e s t - J a v a voor de winning van mergel, kalksteen, tufsteen, zand en klei; 2 door h e t College van Gedeputeerden v a n den Provincialen E a a d van Midden-Java ( 1 voor de winning van kalkgesteenten en 1 voor de winning van koolzuur) ; 1 door h e t College van Gedeputeerden van den Provincialen E a a d van Oost-Java voor de winning van verschillende kleisoorten (steenverweringsproducten aan de oppervlakte of door middel van open groeven) ; 1 door h e t Hoofd van plaatselijk B e s t u u r t e Sibolga voor de winning van kaoline; 5 door h e t Hoofd van plaatselijk B e s t u u r te P a l e m b a n g voor de winning van klei on 9 door d e n E e s i d e n t van Eiouw en Onderhoorigheden voor de winning van bauxiet.

I n den loop van 1937 werden 4 vergunningen ingetrokken.

E i n d e 1937 waren 163 vergunningen van kracht.

Mijninspectie. D e leiding van den Dienst der Mijninspectie b e r u s t t e gedurende 1937 bij h e t hoofd der afdeeling cijns en mijninspectie. H e t personeel der mijninspectie bestond bij d e n aanvang van h e t jaar uit 3 mijninspecteurs (ingenieurs) en 2 adjunct-mijninspecteurs, terwijl m e t h e t toezicht op de m a c h i n a l e hulpmiddelen der mijnwerken was belast de clectro-technisch ingenieur van d e afdeeling technisch-economische adviezen van den D i e n s t van d e n Mijnbouw. Medio April werd één der mijninspecteurs overgeplaatst n a a r de

W I N N I N G VAN DELFSTOFFEN

Bangka-tinwinning, terwijl medio J u n i een mijninspecteur m e t buitenlandsch verlof vertrok en werd vervangen door een nieuw aangeworven kracht.

Door d e inspecteurs en de adjunct-inspecteurs werden in 1937 37 inspecties gehouden v a n mijn- en opsporingswerken voor de winning en opsporing van erts en steenkolen en 88 inspecties van mijn- en opsporingswerken voor de winning en opsporing van aardolie. Twee d e r inspectiereizen werden t e v e n s b e n u t o m een z.g. „ a a n t o o n i n g " ( a r t . 13 der Indische Mijnwet) betreffende een aangevraagde mijnconcessie t e controleeren. T e n slotte werd door een der mijn-inspecteurs een reis g e m a a k t uitsluitend t e n behoeve van h e t onderzoek van een doodelijk ongeval d a t h a d plaats gehad op een mijnwerk voor de winning van erts.

Door den electro-technischen ingenieur, belast m e t h e t toezicht op do machinale hulpmiddelen, werden 6 inspecties gehouden van d e mechanische installaties van eenige mijnwerken.

Bij den kolenmijnbouw h a d d e n in 1937 8 en bij den ertsmijnbouw 19 doodelijkc ongevallen plaats, waarbij respectievelijk 8 en 22 personen binnen 24 u r e n n a h e t ongeval h e t leven lieten, tegen resp. 3 en 28 in 1936. Bij de aardohebedrijven h a d d e n 5 doodelijke mijnongevallen plaats, waarbij 7 slachtoffers binnen 24 uur n a h e t ongeval overleden, tegen 5 in het voorafgegane jaar. H e t aantal ongevallen, welke invaliditeit van längeren duur dan 3 weken veroorzaakte, bedroeg voor d e n kolenmijnbouw 32, voor d e n ertsmijnbouw 103 en voor de aardohebedrijven 42, tegen resp. 2 1 , 94 en 34 in 1936. H e t aantal door mijnongevallen doodelijk betroffen personen per 1000 ondergrondsche en bovengrondsche arbeiders bedroeg voor den kolen- en ertsmijnbouw respectievelijk 1,43 en 0,81, tegen 0,59 en 1,57 in 1936, terwijl de overeenkomstige cijfers voor de aardoliewinningen waren 0,61 en 0,57.

Geologische onderzoekingen, D e geologische kaarteering van W e s t - J a v a is in 1937 voortgezet t e n W e s t e n van h e t gepubliceerde blad 30 ( P o e r w a k a r t a ) en is t o t in B a n t a m gevorderd (bladen 24 Tjibaroesa, 18 Buitenzorg en 13 Bangkas-b i t o e n g ) . Hoewel in h e t algemeen de s t r u c t u r e n n i e t eenvoudig zijn, k u n n e n zij toch op verschillende plaatsen, vooral in B a n t a m , niet ongunstig geacht worden voor olie-accumulatie, zulks in tegenstelling m e t de reeds eerder gekaar-teerde terreinen tusschen P o e r w a k a r t a en Cheribon, waar d e s t r u c t u r e n veel gecompliceerder zijn. D e opname gaat t h a n s in zuidwestelijke richting voort om aansluiting t e verkrijgen m e t h e t reeds gepubliceerde blad 14 ( B a j a h ) en h e t vroeger gekaarteerde blad 10 (Malingping).

I n Midden-Java werd de o p n a m e bij S e m a r a n g in zuidelijke richting t o t Solo voortgezet (bladen 73 Semarang, 74 Ambarawa en 80 Salatiga). Ofschoon olie-indicaties aanwezig zijn, werden de s t r u c t u r e n over h e t algemeen m e t gunstig bevonden voor olie-accumulatie, m e t uitzondering van h e t noordwestelijk deel van h e t gekaarteerde gebied. N a a r aanleiding van door D r . G. H . B . von Koeningswald gedane belangrijke vondsten van een Pithecanthropus-schedel en -onderkaak bij Sangiran (Soerakarta) werd dit gebied voor de ouderdomsbepalmg van deze vondsten in detail gekaarteerd (blad 87, S o e r a k a r t a ) .

I n Oost-Java werd eenig terreinwerk verricht ter afwerking der bladen 109 ( L a m o n g a n ) , 115 (Soerabaja) en 116 (Sidoärdjo). M e t blad 110 (Modjokerto) k w a m e n deze voor den druk gereed. Mede t e n behoeve van landbouwbelangen werden incidenteele geologische opnamen verricht in de residenties Malang en Besoeki. D e r e s u l t a t e n van eerstgenoemd onderzoek werden gepubliceerd in ,,De Ingenieur in N e d e r l a n d s c h - I n d i ë " van September 1937.^

V a n de geologische bladen van J a v a verscheen blad 66 ( K a r a n g k o b a r ) . Beo-onnen werd m e t een vooral op h e t voorkomen van ertsgangen (edelmetaal, koper ° e n z . ) gerichte geologische o p n a m e v a n Zuid-Java. Yoorloopig werd h e t zuidelijk gedeelte van d e residentie Madioen opgenomen, waar geen vondsten van beteekenis werden gedaan.

D e exploratie n a a r mangaanertsafzettingen werd voortgezet in h e t West-Progo-en Minoreh-gebergte (Jogjakarta West-Progo-en K e d o e ) .

144 DE ECONOMISCHE TOESTAND

D e l a a t s t e 3 bladen, v a n de sinds 1933 gestaakte geologische kaarteering van S u m a t r a , 7 ( B i n t o e h a n ) , 9 (Gedongratoe) en. 16 ( L a h a t ) zijn gepubliceerd.

H e t in h e t Verslag over 1935 genoemde eindverslag over West-Borneo k w a m gereed en wordt voor den druk gereed gemaakt. Aangevangen werd m e t de samenstelling v a n een verslag betreffende h e t overig deel van de Wosterafdeeling van Borneo, voornamelijk gebaseerd op de gegevens van wijlen Ir. Krol. H e t eindverslag over Oost-Borneo k w a m gedeeltelijk gereed.

Geologisch-technisclic onderzoekingen. Adviezen werden uitgebracht over 11 reservoirdammen, 10 stedelijke waterleidingen en 4 watervoorzieningen van ondernemingen, terwijl een. groot aantal adviezen betrekking had op de mogelijk-heid v a n uitvoering van artesische boringen. D e tunuclcapteering t e n behoeve van de watervoorziening van Eanoejoso k w a m gereed, die t e n behoeve van de gemeente Cheribon naderde h a a r voltooiing.

Voorts werden adviezen verstrekt over den fundeeringsbodem van 3 S.S.-bruggen, over 1 weg, 3 irrigatieleidingon, 1 waterkrachtwerk, 3 bouwterreinen, 2 aardschuivingen in wegen en 1 in de S.S.-baan, verder inzake 1 k a m p o n g en 1 radiostation, en t e n slotte over oen groot aantal landingsterreinen.

Op industrieel gebied werden onderzoekingen uitgevoerd over infusoriën-aarde on over voor bouwmaterialen b e s t e m d e gesteenten.

Grondpeihuezen. Gedurende 1937 waren bij h e t Grondpeilwezen zeven boor-installaties in bedrijf, waarvan één op kosten van h e t Wclvaartsfonds. Op 12 plaatsen, verspreid over West-, Midden- en Oost-Java, werd n a a r artesisch water geboord, terwijl zeven artesische p u t t e n volledig' konden worden afgewerkt.

Voorts werden adviezen uitgebracht m e t betrekking t o t de installatie van enkele watervoorzieningen, welke gebaseerd zijn op reeds b e s t a a n d e artesische p u t t e n .

Palaeontologisch laboratorium. Op h e t gebied van. do foraminiferen werden de miogypsinen van blad 9 (Gedongratoe) in Zuid-Sumatra herzien en werd een eoceene Spiroclypeus uit Koetai bewerkt. D e r e s u l t a t e n werden gepubliceerd in

„ D e Ingenieur in N e d e r l a n d s c h - I n d i ë " . H o t z.g. Ambaloet-profiel in Koetai werd op foraminiferen onderzocht.

Aanvullende onderzoekingen werden begonnen m e t betrekking t o t d e mollusken-fauna van h e t Mioceen in P a l e m b a n g . Voortgegaan word m e t de bewerking van de mollusken uit h e t Phocéen van Z u i d - B a n t a m (blad 10 Malingping en blad 14 B a j a h ) . D e studie der gastropoden u i t dezen streek werd beëindigd. De resul-t a resul-t e n worden gepubliceerd in ,,De Ingenieur in N e d e r l a n d s c h - I n d i ë " . Voorresul-ts werden verscheidene kleine f a u n a ' s uit J a v a en Zuid-Celebes onderzocht.

D e beschrijving der vertebraten van de midden-pliocene Tjidjolang-fauna werd voortgezet. Begonnen is mot de bestudeering van de door Dr. G. H . B . von Koeningswald gevonden nieuwe P i t h e c a n t h r o p u s - r e s t e n ; een eerste mededeeling daarover werd in de „ P r o c . Kon. Akademie van W e t e n s c h a p p e n " t e A m s t e r d a m gepubliceerd.

Laboratorium voor delfsloffenonderzoek. I n h e t afgeloopen jaar bepaalden zich d e werkzaamheden hoofdzakelijk t o t h e t analytisch onderzoek van monsters.

Onderzocht werden 2767 monsters, waarvan 161 t e n behoeve van de steenkolen-brikettenfabricage, 23 van delfstoffen voor industrieele doeleinden, 2246 van edel-metaalonderzoekingen, 73 van verschillende ertsen, 10 grondmonsters, 167 water-monsters on 87 water-monsters van gesteenten en t e n behoeve van wetenschappelijk onderzoek.

Publicaties. Verschenen zijn : Jaarboek van het Mijnwezen 1934—1935, Algemeen gedeelte; Geologische kaart van Java 1 : 100.000, B l a d 66 (Karang-kobar) ; Geologische kaart van Sumatra 1 : 200.000, bladen 7 ( B i n t o e h a n ) , 9 (Gedongratoe) en 16 ( L a h a t ) ; Bulletin of the Netherlands Indies Volcanolo-gical Survey, Nrs 76—80.

N I J V E R H E I D

H. NIJVERHEID

In document N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937 (pagina 144-149)