Algemeen overzicht

In document N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937 (pagina 33-38)

Bij h e t opstellen v a n de ramingen voor de begrooting van 1937 kon uiteraard nog geen rekening worden gehouden m e t h e t loslaten van den gouden s t a n d a a r d op 26 September 1936, hetwelk, zooals u i t de volgende cijfers is af t e lezen, van grooten invloed is geweest op de uitkomsten van h e t dienstjaar 1937. M e t inbegrip v a n de in den loop v a n de jaren 1936 en 1937 aangenomen aanvullende begrootingen, beliepen de eindcijfers der ramingen voor h e t begrootingsjaar 1937:

zuivere gewone L a n d s m i d d e l e n f 268,8 miliioen, zuivere gewone Lanclsuitgaven f 335,7 miliioen, saldo tekort f 66,9 miliioen'. Voor d e n buitengewonen dienst resulteerde de raming in een tekort van f 35,2 miliioen, zoodat op den geheelen dienst een tekort van f 102,1 miliioen werd verwacht. Grootendeels tengevolge van de hoogerbedoelde monetaire maatregelen en de ongeveer terzelfder tijd inzettende gunstige wending in h e t economisch leven, vertoonden d e uitkomsten een belangrijk gunstiger beeld, zooals h e t volgend overzicht aantoont.

( I n duizendtallen guldens)

Gewone dienst:

Ontvangsten Uitgaven

Voordeelig saldo . . .

Buitengewone dienst :

Nadeelig saldo. . . .

Geheele dienst:

Ontvangsten

Voordeelig saldo . . .

Uitkomst

517 201 490 479 26 722

54 518 76 451 21933

571 719 566 930 4 789

Raming

417 459 484 383

— 66 924

30 543 65 737 35 194

448 002 550 120

—102 118

De uitkomst is gunstiger

99 742

93 646

23 975

13 261

123 717

106 907

ongunsti-ger

6 096

10 714

16 810

Bij splitsing van u i t k o m s t e n en ramingen volgens d e gebruikelijke hoofd-groepen en saldeering van tegenover elkaar te stellen inkomsten en uitgaven, verkrijgt m e n de volgende cijfers.

30 DB FINANCIEELE TOESTAND

( I n duizendtallen guldens)

Belastingen

Saldi Landsbedrijven in zoo-ver de Indische Bedrijvenwet daarop niet van toepassing is verklaard

Saldi uitkeeringen van (aan) de Landsbedrijven in den zin der Indische Bedrijvenwet t e n bedrage van het credit-(debet-) saldo van het bedrijf Verschillende middelen . . . Totaal gewone o n t v a n g s t e n . . Zuivere gewone L a n d s u i t g a v e n Voordeelig saldo gewone dienst Nadeelig saldo buitengewone

Voordeelig saldo geheele dienst

U i t dit overzicht blijkt, d a t de zuivere opbrengst der gewone Landsmiddelen in 1937 + f 305 millioen heeft bedragen, d. i. f 96,5 millioen m é é r d a n geraamd.

Daartegenover leverden de zuivere gewone Landsuitgaven een tegenvaller op van f 2,9 millioen, zoodat t e n opzichte van de r a m i n g de gewone dienst een gunstig verschil van f 93,6 millioen vertoont, d a a r m e d e een overschot op den gewonen dienst bereikend van f 26,7 millioen.

H e t saldo van den buitengewonen dienst leverde t e n opzichte van de raming een gunstig verschil op van f 13,3 millioen, terwijl de u i t k o m s t e n voor dien dienst een tekort aanwezen van f 21,9 millioen. D e geheele dienst vertoont t e n opzichte van de r a m i n g een gunstig verschil van f 106,9 millioen, zoodat de uitkomsten een overschot aanwijzen van f 4,8 millioen.

Bij beschouwing van de uitkomst-cijfers van d e n buitengewonen ( e n den geheelen) dienst m o e t er m e d e rekening worden gehouden, d a t deze cijfers t o t een bedrag van f 2,4 millioen in ongunstigen zin zijn beïnvloed door uitgaven t e n laste van de bijdrage van f 25 millioen van Nederland voor welvaartszorg, waarvan t e zijner tijd terugbetaling door Nederland zal plaats hebben.

Verder zijn t e n laste van dezen dienst kapitaalsuitgaven gedaan voor de Z e e m a c h t t o t een bedrag van f 7,5 millioen, welke eveneens m e t d e Eijks-begrooting worden verrekend.

H e t verloop van de opbrengst der L a n d s m i d d e l e n in de laatste jaren blijkt uit h e t volgend overzicht, waarin de cijfers voor d e jaren 1932 t / m 1937 n a a s t elkander zijn gesteld.

(Ontvangsten in millioenen guldens)

Belastingen

Deze cijfers zijn echter niet rechtstreeks vergelijkbaar, t e n eerste o m d a t als gevolg van de geleidelijke toepassing van de Indische Bedrijvenwet, gerekend van h e t jaar 1930, d e uitgaven voor r e n t e en aflossing' van leeningsschulden, voor pensioenen en voor overtochts-, reis- en verblijfkosten gedeeltelijk recht-streeks t e n laste v a n de Landsbedrijven worden gebracht en voorts o m d a t in de cijfers over d e jaren 1934 t / m 1936 begrepen zijn do extra-baten uit h e t bijzonder uitvoerrecht op bevolkingsrubber (resp. f 11,5, f 2 4 , 1 en f 46,8 millioen J) , d a t n i e t als een fiscale maatregel kan worden aangemerkt, doch uitsluitend diende ter verzekering van de rubber-restrictie.

Na h e t aanbrengen van de voor h e t verkrijgen van vergelijkbare cijfers noodige redressen, wordt h e t vorenstaand overzicht als volgt :

( I n millioenen guldens)

Belastingen

Landsbedrijven . . . . Verschillende middelen .

Totaal . . . 1932 228,2

54,7 17,4 300,3

1933

207,8 65,7 17,2 290,7

1934

210,2 66,3 18,3 294,8

1935 204,7

67,1 18,7 290,5

1936

214,6 68,4 25,0 308,0

1937 284,8

87,5 30,0 402,3 Uit de eerder gegeven opstelling blijkt, d a t d e zuivere gewone uitgaven in 1937 f 3 3 8 , 6 millioen hebben beloopen. E l i m i n e e r t m e n ook hier de factoren, welke e e n ' j u i s t e vergelijking der cijfers verstoren (de rubber-uitgaven en de reeds gereleveerde overbrenging van uitgaven n a a r de Landsbedrijven, waarop de Indische Bedrijvenwet is toegepast) dan blijkt, d a t de zuivere gewone uitgaven sedert 1932 zijn teruggebracht van f 448,2 millioen t o t f 366,9 millioen, dus m e t + f 81,3 millioen.

Hieronder volgt een overzicht van de vergelijkbare totaal-cijfers voor den gewonen dienst.

( I n millioenen guldens)

Gewone o n t v a n g s t e n . . Zuivere gewone uitgaven Tekort gewone d i e n s t . . Overschot gewone dienst

1932

300,3 448,2 147,9

1933

290,7 400,8 110,1

1934 294,8 367,3 72,5

1935

290,5 318,3 27,8

1936 308,0 321,1 13,1

1937 402,3 366,9

35,4 D e cijfers voor den buitengewonen dienst 1937 vortoonen t e n opzichte van de r a m i n g een gunstig verschil v a n f 13,3 millioen (geraamd tekort f 35,2 millioen, werkelijk tekort f 21,9 millioen.). D i t verschil is in hoofdzaak t o e t e schrijven aan uitkeeringen van Landsbedrijven in den zin der Indische Bedrijvenwet wegens tegoedschrijving aan winstreserves en voorraadmutaties. Aan zuivere kapitaals-uitgaven werd f 6,4 millioen besteed bij een r a m i n g van f 11,7 millioen.

Voor gedetailleerde gegevens betreffende de uitkomsten 1937 wordt verwezen n a a r den herdruk van de financieele nota betreffende d e begrooting 1939.

H e t slot van rekening van uitgaven en ontvangsten van Nederlandsch-Indië over h e t dienstjaar 1933 is vastgesteld bij h e t bij de wet van 3 Deo. 1937 (N. S. n°. 3950', I . S. 1938 n°. 35) goedgekeurd G . B . 16 M a a r t 1937 n°. 21 ( I . S. 1938 n°. 3 6 ) .

J) In 1936 bedroeg de opbrengst van het bijzonder uitvoerrecht f 49,4 millioen-, waar-van echter f 2,6 millioen is tegoedgeschreven aan de algemeene middelen.

3 2 DE FINANCIEELE TOESTAND 2. 's Lands vermogenstoestand. Leeningen

D e totale schuld van Nederlandsch-Indië bedroeg (in millioenen guldens) :

Vlottende schuld

Totale schuld . . . .

Einde 1936 f 82,3

1 342,5 f 1424,8

Einde 1937 f • 34,2 i)

1 324,1 f 1358,3 uit welke cijfers blijkt, d a t de schuldpositie van het L a n d over 1937 m e t f 66,5 millioen is verbeterd.

Hierop zijn van gunstigen invloed g e w e e s t : de aflossingen op de vaste schuld (f 18,4 millioen), de door Nederland overgenomen t e e k e n m u n t (f 0,9 millioen), do aan De J a v a s c h e B a n k afgedragen t e e k e n m u n t (f 10,1 millioen), liet surplus van d e kasontvangsten uit de kohierbelastingen boven de zuivere opbrengst daarvan ( f 6 , 5 millioen), zoomede h e t begrootingsoverscliot ad f 4 , 8 millioen vermeerderd m e t h e t verschil t u s s c h e n de in het rubberfonds en t e n behoeve van maatregelen t o t steun in bevolkingsrubberproduceerende streken gestorte bedragen t e n beloope van f 18,9 millioen en de daartegenoverstaande ontvangsten tot een totaal bedrag van f 0,6 millioen, t e z a m e n f 23,1 millioen, t o t een totaal-bedrag v a n f 59 millioen.

Als ongunstige factor stond daartegenover de van D e J a v a s c h e B a n k over-genomen t e e k e n m u n t t e n bedrage van f 0,1 millioen en de van Nederland terug-genomen nieuwe t e e k e n m u n t t o t een nominaal bedrag van f 5 millioen, in totaal derhalve f 5,1 millioen, zoodat theoretisch d e kaspositie v a n h e t L a n d m e t f 59 millioen — f 5,1 millioen = f 53,9 millioen zou m o e t e n zijn verbeterd, terwijl deze verbetering in werkelijkheid f 66,5 millioen bedraagt. H e t verschil van f 12,6 millioen vindt in hoofdzaak zijn verklaring in de boekingen van allerlei ontvangsten t e n bate van en betalingen t e n laste van de begrooting nà December van h e t betrokken jaar.

A. Vlottende schidd. D e bestanddeelen van de vlottende schuld op einde 1937 zijn, in vergelijking m e t die op einde van h e t vorig jaar, hieronder gespecificeerd :

Rekening bij de Javasche Bank C Gelden bij de P o s t s p a a r b a n k D

Schatkistpapier D Belegging overtollige kasmiddelen der Zelfbesturen . D

Totaal vlottende schuld in Indie D Rekening van het Land bij 's Rijks s c h a t k i s t . . D

Onbelegde gelden Indisch Muntfonds D

P o s t r e k e n i n g C Totaal vlottende schuld in Nederland . . D

Totaal-generaal vlottende schuld . . . . D

Einde 1936

82 340

Einde 1937

— 1962 599 8 750

660 8 047 72 982 1514

— 203 74 293

8 096 38 14 500 730 23 364 10 575 607

— 343 10 839 34 203 ]) Ten einde vergelijkbare cijfers te verkrijgen, is de invloed op de totale schuldpositie van den verkoop van het per einde 1937 nog niet geplaatste gedeelte der ,3 % Nederlandsch-ludische leening 1937 A in dit cijfer verwerkt.

De -vlottende schuld in Indië n a m in 1937 derhalve too m e t f 15 317 000, in hoofdzaak als gevolg van den achteruitgang van h e t saldo van h e t L a n d bij De J a v a s c h e B a n k m e t f 10 058 000 en van de vermeerdering van h e t in Indië uitgegeven schatkistpapier m e t f 5 750 000. I n Nederland n a m zij af m e t f 63,4 millioen, in hoofdzaak door de vermindering van de schuld bij 's Eijks schatkist m e t f 62,4 millioen. D i t gunstig verloop van d e vlottende schuld in Nederland kon worden bereikt door h e t voordeelig verschil van de ontvangsten en uitgaven in Indië t e b e s t e m m e n voor regelmatige remises n a a r Nederland, t o t een totaal-bedrag v a n f 162 millioen.

D e voorziening in de behoeften aan kasmiddelen voor de financiering van den I n d i s c h e n dienst in Nederland heeft in 1937 plaats gevonden door gebruik t e m a k e n van h e t crediet bij 's Eijks schatkist, d a t voor 1937 bij de w e t van 28 Dec. 1936 ( N . S. 1936 n». 914,' I . S. 1937 n°. 86) werd vastgesteld op t e n hoogste f 135 millioen.

De hoogste d e b e t - s t a n d bij 's Eijks schatkist beliep op 9 J a n u a r i 1937 f 75,5 millioen en de laagste op 25 S e p t e m b e r van d a t jaar f 4,5 millioen.

D e over de schuld aan 's Eijks schatkist verschuldigde r e n t e bedroeg in 1937 3,047 % , tegen 3,476 % in 1936.

De voorwaarden, waaronder t o t financiering van genoemde schuld Neder-landsen schatkistpapier werd geplaatst, waren in 1937 belangrijk gunstiger dan in 1936, zooals k a n blijken u i t h e t volgend, overzicht:

3 m a a n d s p r o m e s s e n 4 m a a n d s p r o m e s s e n 6 m a a n d s p r o m e s s e n

Laagste rente-percentage

7:

100

100 4

Hoogste rente-percentage

B/ l 6 34/.

100

Gemiddeld rentepercentage in

1937 0,187

24/ /100

0,395

1936

113/B

l7/s B . Vaste schuld. Deze schuld vertegenwoordigde voor elk der leeningen de volgende b e d r a g e n :

4£0/„ 1930 4l0/„ 1931 4 "/„ 1933 4 % 1934 (Conv.)

31%, 1935 3 % 1937 A .

Totaal . . . .

Bij den aanvang van 1937 f 18 862 500

65 620 000 87 500 000 89 249 550 111222 200 299 425 000 474 600 000 146 775 000

49 250 000

f 1342 504 250

Op het eind van 1937 f 17 844 066

85 816 875 109 860 900

48 470 000 150 000 000 912 050 000 i) f 1324 081841 i) Aan aflossingen werd besteed f 18 697 409, aan r e n t e f 52 058 502.

') Zie noot op hl'/., üü.

34 DB FINANCIEELE TOESTAND

I n 1937 werden twee nieuwe leeningen uitgegeven : op 25 J a n u a r i de 3 % Nederlandsen-Indische Conversieleening 1937, groot nominaal f 150 000 000, strekkende t o t conversie van de 4 | % Nederlandsch-Indisclie leeningen 1930 en 1931, tegen een uitgiftekoers van 96f %, en m e t een looptijd van t e n hoogste 30 jaren, en op 17 September d. a. v. de 3 % Nederlandsch-Indisclie leening 1937 A, groot nominaal f 912 050 000, ter conversie van de 4 % Indisclie Conversieleeningen 1934 en 1934 A, zoomede van de 4 % Nederlandsch-Indisclie leening 1934 (3de uitgifte), tegen denzelfden koers en een looptijd van t e n hoogste 37 jaren.

Ook d e z e leeningen zijn t e n aanzien van r e n t e en aflossing weer volledig door h e t Moederland gegarandeerd en zijn vrij van couponbelasting.

Eerstgenoemde leening is uitgegeven krachtens d e Nederlandsch-Indisclie Gonversieleeningwet 1934 (N. S. 1934 n°. 425, I . S. 1934 n°. 467), de tweede leening krachtens de Nederlandsch-Indisclie Gonversieleeningwet 1937 (N. S.

1937 n°. 904, I . S. 1937 n°. 332). L a a t s t g e n o e m d e wet m a c h t i g t den Minister van Koloniën om, ter vermindering van de uitgaven wegens de Indische Schuld, t e allen tijde Schuldbewijzen t e n laste van Nederlandsch-Indië t e gelde te maken m e t een lageren rentevoet dan de m e t de opbrengst dier Schuldbewijzen af te lossen schuld.

In document N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937 (pagina 33-38)