N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937

456  Download (0)

Hele tekst

(1)

mm

(2)

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • i ^ H H H M H H M H B I V ' '

BIBLIOTHEEK KITLV

0154 3709

(3)
(4)
(5)

I N D I S C H V E R S L A G 1 9 3 8

I. T E K S T V A N HET V E R S L A G VAN BESTUUR EN STAAT VAN

N E D E R L A N D S C H - I N D I Ë OVER HET JAAR 1937

GEDRUKT TER ALGEMEENE L A N D S D R U K K E R I J _ 1938/1939 — 'S-GRAVENHAGE

(6)
(7)

HOOFDSTUK I

DE STAATKUNDIGE TOESTAND

A . B E T R E K K I N G E N MET HET B U I T E N L A N D

1. Nederlandsch-Indië en de Volkenbond

a. Organisatie van do Statengemeenschap. M e t betrekking tot het rapport van de bijzondere commissie voor de wapenfabricage en den wapenhandel (zie Verslag 1936, blz. 3) adviseerde de Indische Begeering tot aanvaarding van het z.g. minimalistische stelsel, krachtens hetwelk slechts de openbare cijfers zouden worden gepubliceerd en de controle niet ter plaatse zou geschieden, doch t e Genève aan de h a n d van d a t cijfermateriaal. B e n zelfde s t a n d p u n t n a m de Indische Begeering in t e n aanzien van oen in h e t begin van 1937 van Zweedsche zijde ondernomen initiatief om te komen t o t de inwerkingstelling bij verdrag, tusschen een beperkt aantal S t a t e n , van een internationaal stelsel van publiciteit van de uitgaven voor de nationale verdediging, en van de reglementeering' en publiciteit van den handel in en de fabricage van wapenen.

I n verband m e t den van verschillende — o.a. Nederlandsche — zijden geopperden twijfel _ aan de doelmatigheid van een zoodanige regeling', zag de Zweedsche Begeering van verdere behandeling van h a a r desbetreffend voorstel af en stelde zij voor de gedachtenwisseling tusschen de Oslo-Staten t e beperken tot de politieke zijde van h e t ontwapeningsvraagstuk teneinde te geraken tot een gemeenschappelijk s t a n d p u n t inzake de onderhavige materie.

Naar aanleiding voorts van h e t ter Volkenbondsvergadering van 193G dooi- de F r a n s c h c delegatie ondernomen initiatief op ontwapeningsgebied besloot h e t B u r e a u der Ontwapeningsconferentie op 31 Mei 1937 aan de aan die conferentie deelnemende of deelgenomen hebbende S t a t e n te vragen, of zij bereid waren een systeem van publiciteit van defensie-uitgaven en van controle daarop t e aanvaarden op den voet van d e in 1933 en 1935 door h e t Technisch Comité van de budgétaire commissie der Ontwapeningsconferentie gedane voorstellen.

Hoewel de Indische Begeering de ideëele strekking van de voorgestelde m a a t - regelen waardeerde, a c h t t e Zij h e t desbetreffend ontwerp-verdrag niet aanvaard- baar op grond van de bezwaren welke ook tegen h e t oorspronkelijk ontwerp waren geopperd (zie Verslag 1935, blz. 3 ) , terwijl ook een zoover doorgevoerde publiciteit, als in h e t ontwerp voorzien, n i e t in h e t belang werd geacht van de Indische defensie. I n H a a r antwoord aan het Volkenbondssecretariaat verklaarde de Nederlandsche Begeering Zich in beginsel bereid een systeem van publiciteit op de basis van het ontwerp-verdrag t e aanvaarden, mits de zeer gedetailleerde voorzieningen zouden worden vereenvoudigd, terwijl Zij H a a r instemming voorts afhankelijk stelde van de voorwaarde, d a t een voldoende aantal S t a t e n — en in het bijzonder de vooraanstaande militaire en maritieme mogendheden — h e t publiciteitsstelsel zouden aanvaarden.

I n I . S. 1937 n°. 391 werd aanteekening gehouden van h e t K. B . bepalende de bekendmaking van het verdrag van 12 April 1930 nopens zekere vragen betreffende wetsconflicten inzake nationaliteit en van de protocollen van gelijken d a t u m onderscheidenlijk betreffende een geval van staatloosheid en de militaire verplichtingen in bepaalde gevallen van dubbele nationaliteit. De m e t deze regelingen verband houdende w e t t e n t o t wijziging van de wet op het Neder- landerschap en h e t ingezetenschap en van de wet op het Nederlandsch onder- d a a n s c h a p van niet-Nederlanders (zie Verslag 1936, blz. 3) werden afgekondigd in I . S. 1937 nos. 388 en 389. Zij t r a d e n in werking m e t ingang van 1 J u l i 1937, h e t tijdstip, waarop ook bovengenoemd verdrag en de protocollen voor Neder- landsch-Indië in werking t r a d e n ( I . S. 1937 n°. 392).

De tijdens de van 1 t o t 16 November 1937 te Genève gehouden Internationale Conferentie nopens de bestrijding van het terrorisme (zie Verslag 1935, blz. 3) gesloten verdragen, onderscheidenlijk ter voorkoming en bestrijding van terrorisme en t o t instelling van een internationaal strafgerechtshof, werden door den Nederlandschen gedelegeerde, prof. mr. J . A. van H a m e l , voor h e t geheele

(8)

4 DE STAATKUNDIGE TOESTAND

Koninkrijk onderteek end. Aangezien de deelnemende S t a t e n de volledige vrijheid behouden om de door hen vastgestelde praktijk voor de uitlevering wegens politieke delicten te h a n d h a v e n en de verdragen ook overigens geen bepalingen inhouden, welke zich tegen toepassel ijkverklaring voor Nederlandsch-lndië verzetten, zijn de verdragen ook voor genoemd gebiedsdeel aanvaardbaar.

Na de oprichting bij verdrag van 12 J u l i 1927 van de Internationale Unie tot hulpverleening bij r a m p e n , werd bij de overweging van de toetreding van Nederland t o t dit verdrag ook de eventueele deelneming van Nederlandsch-lndië in beschouwing genomen. De Indische Eegeering n a m destijds tegenover deel- neming een afwijzend s t a n d p u n t in, in liet bijzonder aangezien de kans op waarlijk belangrijke hulp door de Unie in geval van r a m p e n daar te lande althans voorloopig uitgesloten scheen, terwijl m e t de mogelijkheid rekening moest worden gehouden, dat zij ook op de Indische schatkist dikwerf een beroep zou m o e t e n doen. I n verband m e t het groote aantal S t a t e n , dat in den loop der jaren t o t deelneming had besloten en het daardoor toegenomen belang van de Unie, werd in 1937 de toetreding van Nederland opnieuw in overweging genomen. Ook n u werd de deelneming van Nederlandsch-lndië door de Eegeering overzee ontraden, aangezien de in geval van r a m p e n te verschaffen bijdragen niet uit de b e s t a a n d e bronnen zouden k u n n e n worden geput en derhalve voor rekening van den L a n d e zouden moeten komen, hetgeen vooralsnog niet verantwoord voorkwam.

b. Economische en financieele aangelegenheden. Overwegende dat het oogenblik gekomen was. waarop h e t nuttig kon zijn het vraagstuk van de gelijke toegankelijkheid, in handelsopzicht, tot zekere grondstoffen te bespreken en te onderzoeken, had de Volkenbondsvergadering van 1936 een resolutie aangenomen, houdende uitnoodiging aan den Volkenbondsraad daartoe een commissie m t e stellen, welke in passende verhouding zou bestaan uit leden van het Economisch Comité en van het Financieel Comité van den Volkenbond, alsmede uit andere bevoegde personen. D e Raad gaf aan deze uitnoodiging gevolg in zijn vergadering- van 26' J a n u a r i 1937 en wees als bevoegden persoon o.a. aan prof. J . van Gelderen, hoofd van de toenmalige Afdeeling D (Crisiszaken) van h e t Commis- sariaat voor Indische Zaken bij h e t D e p a r t e m e n t van Koloniën. N a a r aanleiding van haar beide eerste bijeenkomsten diende de commissie een tweetal voorloopige rapporten in, waarin richtlijnen werden gegeven voor h e t verdere onderzoek.

Hierbij werd er vanuit gegaan, dat niet zou worden getreden in een discussie over een mogelijke verdeeling van grondgebieden, waarin zich zekere grond- stoffen bevinden. Aangezien het eindrapport der commissie zou worden ingediend kort vóór den aanvang van de jaarlijksche Volkenbondsvergadering en tijdens die vergadering zou worden besproken, zoodat geen gelegenheid zou bestaan voor nader overleg tusschen de Nederlandsche en de Indische Eegeering, werd laatstgenoemde Eegeering uitgenoodigd Zich bij voorbaat u i t t e spreken nopens de algemeene richtlijnen, waarmede de Nederlandsche delegatie t e Genève bij de besprekingen van h e t grondstoffen vraagstuk rekening zou moeten houden.

Als zoodanig beval de Indische Eegeering aan een verklaring van het algemeen Eegeeringsbeleid m e t betrekking t o t de opendeurpolitiek, welke principieel steeds was gehandhaafd. Daarbij zou er voorts van zijn uit te gaan, dat de grondstoffen, welke Indië voortbrengt, ter beschikking van een ieder staan, dat buitenlandsch kapitaal en buitenlanders binnen de door de wet aangegeven grenzen vrijelijk aan de productie van grondstoffen k u n n e n deelnemen, dat voor zoover de productie van grondstoffen daar te lande wordt beperkt, dit geschiedt ter voor- koming van een overproductie, welke overbodig of schadelijk zou zijn, en dat de beperkingen, welke aan handel, industrie en verkeer in Indië zijn opgelegd, niet de strekking hebben h e t aanbod van grondstoffen op de wereldmarkt te verminderen, waar bevordering van den export een der hoofdbeginselen van het Eegeeringsbeleid is.

I n zijn rede in de tweede commissie der Volkenbondsvergadering van 1937 herinnerde de Nederlandsche afgevaardigde, het lid van de E e r s t e K a m e r der Staten-Generaal Mr. W . M. van L a n s c h o t er aan, d a t Nederland in zijn over-

(9)

zeesche gebieden een zeer liberale politiek voert en dat buitenlandsch kapitaal intensief deelneemt aan de ontwikkeling van de rijkdommen van Nederlandsch- Indië, d a t discriminatoire uitvoerrechten niet worden geheven en dat de bestaande rechten een zuiver fiscaal karakter hebben. De heer Van L a n s c h o t wees er voorts op, d a t uiteraard een abnormale toevloed van arbeidskrachten en kapitaal uit een bepaald land een bedreiging kan vormen voor de inheemsche bevolking en het natuurlijk evenwicht m e t de andere vreemde belangen kan verstoren. De afgevaardigde verklaarde voorts, dat Nederland zich geheel kan vereenigen m e t de door de grondstoffen-commissie aanbevolen maatregelen voor een bevredigende werking van de productie-restrictie-regelingeii, welke in het algemeen de instemming dier commissie h a d d e n ; een vertegenwoordiging van de consumenten in de lichamen, welke de naleving der getroffen regelingen moeten verzekeren, scheen ook den heer Van L a n s c h o t buitengewoon nuttig.

W a a r de verkrijging en betaling van grondstoffen de meest ingewikkelde en moeilijke zijde van het vraagstuk vormen, nauw verband houdend m e t de vermindering van de belemmeringen, welke aan het handels- en betalingsverkeer in den weg worden gelegd, vestigde genoemde gedelegeerde er de aandacht op, dat Nederland steeds gestreden heeft voor herstel van liberaler economische voorwaarden.

De Volkenbondsvergadering keurde, op voorstel van hare tweede Commissie, de conclusies van de grondstoffen-commissie in h e t algemeen goed en droeg de betrokken technische Volkenbondsorganen op voort te gaan m e t de bestudeering van de wijze waarop aan die conclusies gevolg zou k u n n e n worden gegeven.

I n Mei 1937 k w a m te Londen bijeen een internationale suikerconferentie (zie voor verdere bijzonderheden § A, 2d van d i t hoofdstuk).

Tegen aanvaarding voor Nederlandsch-Indië van het als uitvloeisel van de Economische en Monetaire Conferentie van 1933 samengesteld ontwerp-verdrag ter bevordering van de handelspropaganda (douane-regiem van handelsreclame) (vgl. Verslag 1934, blz. 3) werd geen bezwaar gemaakt, behoudens t e n aanzien van den in art. 7, lid 3 van dat ontwerp aan handelsreizigers, die niet h u n fiscaal domicilie hebben in het land h u n n e r werkzaamheid, toegekenden ruimen b elastingvrij dom.

Aan h e t verzoek om, naar het land van oorsprong verdeelde gegevens t e verstrekken t e n behoeve van de door den Volkenbond te verzorgen statistische uitgave nopens den internationalen handel van een aantal grondstoffen en voedingsmiddelen, kon de Indische Eegeering slechts t e n deele voldoen.

Vooreerst was liet niet mogelijk voor alle aangegeven goederen de gevraagde invoercijfers t e verstrekken, o m d a t een aantal daarvan niet afzonderlijk doch onder verzamelposten in de invoerstatistiek wordt gerangschikt. I n de tweede plaats was verdeeling van de gegevens naar h e t land van oorsprong niet mogelijk, o m d a t in de Nederlandsch-Indische statistiek niet h e t land van oorsprong, doch het land uit welles handelsvoorraad de goederen afkomstig zijn, als land van herkomst wordt aangemerkt. Tenslotte kon de verdeeling n a a r de landen van herkomst niet zoover worden doorgevoerd als werd verzocht, aangezien enkele

— m e t n a m e Europeesche en Zuid-Amerikaansche — landen in de Indische statistiek onder verzamel hoofden zijn gerubriceerd.

D e Indische Eegeering had geen bezwaar tegen aanvaarding van liet dooi- de Chileensche Eegeering bij den Volkenbond ingediend ontwerp-verdrag betreffende een nieuwen algemeenen kalender, volgens welke h e t jaar zou worden verdeeld in gelijke kwartalen van 3 m a a n d e n , 13 weken, 91 dagen, terwijl aan het eind van het jaar een extra dag zou worden ingevoegd en zoo noodig een schrikkeldag in h e t midden van h e t jaar. Deze kalender zou voordeel k u n n e n opleveren bij statistieke vergelijkingen, al zou dit voordeel in Indië minder op den voorgrond treden in verband m e t de talrijke van jaar t o t jaar van d a t a wisselende M o h a m m e d a a n s c h e en Chineesche feestdagen. Gezien de weinig bemoedigende uitslag van liet gehouden onderzoek — de Nederlandsche Eegeering o.m. had ernstige bezwaren — besloot de Volkenbondsraad h e t vraagstuk van de kalenderhervorming van zijn agenda af t e voeren (zie Verslag 1932, blz. 6 ) .

(10)

6 DE STAATKUNDIGE TOESTAND

Gevolggeveiid aan een uitnoodiging van de Volkenbondsvergadering van 1936, ontwierp h e t Belastingcomité van den Bond een algemeen verdrag nopens h e t tegengaan van de ontduiking der belastingen op de opbrengst van roerend kapitaal, door middel van gedeeltelijke opheffing van h e t bankgeheim. Terzake gaf de I n d i s c h e liegeering als H a a r oordeel t e kennen, dat aan de toetreding t o t zoodanig verdrag harerzijds geen werkelijke behoefte bestond en dat gevoegelijk de verdere ontwikkeling in E u r o p a kon worden afgewacht.

e. Bestrijding van het misbruik van opium en andere verdoovende middelen.

De op 27 November 1931 te Bangkok gesloten overeenkomst nopens het gebruik van bereid opium trad op 22 April 1937 in werking, 90 dagen n a d a t , m e t de bekrachtiging door J a p a n , alle deelnemende landen h a a r h a d d e n geratificeerd.

D e overeenkomst werd opgenomen in I . S. 1937 n°. 183; de Indische wetgeving- was d a a r m e d e reeds eerder voorzoover noodig in overeenstemming gebracht

(zie Verslag 1933, blz. 4 ) .

Op uitnoodiging van de Raadgevende Opiumcominissic van den Volkenbond n a m I r . W . J . B u r c k , Directeur van. de Opiumfabriek t e Batavia, zitting in de Commissie van deskundigen ter uitwerking van een eenvoudige m e t h o d e voor de analyse van djitjing, wolk onderzoek een uitvloeisel was van de Xde aan- beveling van de slotacte der Conferentie van Bangkok betreffende h e t gebruik van bereid opium (zie Verslag 1934, blz. 4 ) .

Aan de door de Raadgevende Opium-Commissie in haar 21ste zitting (1936) opgestelde regels, welke, door de Eegeeringen als leidraad zouden k u n n e n worden gebruikt bij de vaststelling van voorschriften ter verzekering van een doeltreffend toezicht op apotheken, wordt in Nederlandsch-Indië grootendeels voldaan. De wijze waarop de onderwerpelijke aangelegenheid daar t e lande is geregeld is in de praktijk voldoende doeltreffend gebleken.

d. Gezondheidszorg. D e Conferentie ter bevordering van de landelijke hygiëne in b e t Verre Oosten (zie Verslag 1936, blz. 4) werd 3 Augustus 1937 t e Bandoeng geopend. Door den Volkenbondsraad was voor h e t voorzitterschap aangezocht Dr. J . Offringa, Hoofd van den Dienst der Volksgezondheid in Nederlandsch-Indië, die deze uitnoodiging aanvaardde. Ter conferentie waren vertegenwoordigd B u r m a , Britsch Noord-Borneo, Ceylon, China, de Ficlji- eilanden en Onderhoorigheden, H o n g Kong, Britsch-Indië, Indo-China, J a p a n , Malakka, Nederlandsch-Indië, d e Philippijnen en Siam.

De agenda b e v a t t e een vijftal hoofdpunten : 1. de medische en hygiënische diensten; 2. de landelijke „ r e c o n s t r u c t i e " en de medewerking van de bevolking;

3. de assaineering; 4. de voeding en 5. de maatregelen tegen bepaalde ziekten in landelijke streken, elk p u n t verdeeld in een aantal onderdeelen.

De conferentie beëindigde h a a r w e r k z a a m h e d e n op 13 Augustus m e t de aanneming van een algemeen rapport 1) , houdende een overzicht van de werk- zaamheden en een aantal aanbevelingen.

H e t rapport der conferentie werd behandeld tijdens de Volkenbondsvergade- ring van 1937, welke, n a d a t o.a. de Nederlandsche gedelegeerde in de 2de commissie de volle medewerking van de Nederlandsche Regeering had toegezegd voor h e t gevolg geven aan d e aanbevelingen van de conferentie, den Volkenbondsraad verzocht h e t rapport toe t e zenden aan alle betrokken Begee- ringen, onder uitnoodiging de daarin v e r v a t t e aanbevelingen in toepassing te brengen, alsmede de bevoegde Volkenbondsorganen op te dragen de technische werkzaamheden t e verrichten, welke de conferentie aan den B o n d h a d toevertrouwd.

Aan dit verzoek voldeed de B a a d in zijn vergadering van 5 October 1937.

D e jaarlijksche zitting van den „Advisory Council" van het Epidemiologisch B u r e a u van den Volkenbond t e Singapore werd in 1937 te Bandoeng gehouden tijdens bovenvermelde conferentie. D e lieer W . F . Theunissen, onderhoofd van den dienst der volksgezondheid t e Batavia, vertegenwoordigde de Nederlandsch- Indische Begeering.

!) Volkenbondsstuk A 19. 1987. I I I .

(11)

Aan den door liet B u r e a u in 1937 georganiseerden vierden internationalen malaria-cursus werd deelgenomen door den Gouvernementsarts Dr. J . H . Maasland. E v e n a l s vorige jaren volgde op h e t theoretische te Singapore gehouden gedeelte een practischo cursus. E e n groep deelnemers bezocht daartoe J a v a ; Dr. Maasland werd ingedeeld in een groep, welke veldwerk verrichtte in d e Maleische S t a t e n .

o. Bestrijding van den handel in vrouwen en kinderen. V a n 2 tot 13 Februari 1937 werd t e Bandoeng onder auspiciën van den Volkenbond gehouden een conferentie van centrale autoriteiten van de Oostersche landen, belast m e t de bestrijding van den handel in vrouwen en kinderen (zie Verslag 1936, blz. 4 ) . Vertegenwoordigd waren China, Frankrijk, Groot-Britannië

(Straits S e t t l e m e n t s en H o n g K o n g ) , B r i t s c h - l n d i ë , J a p a n , Nederland, Portugal (Portugeesch Indië en Macao)" en Siam. Do Vereenigde S t a t e n van Amerika zonden een waarnemer. Voorts n a m aan de conferentie deel een groot aantal vertegenwoordigers van internationale en nationale organisaties, welke zich m e t de bestrijding van den vrouwenhandel bezig houden. De Nederlandsche delegatie bestond uit jhr. A. ï . B a u d , Secretaris van h e t G o u v e r n e m e n t van Nederlandsch- Indië, eerste afgevaardigde, mr. J . A. J . Meyer, I n s p e c t e u r van h e t Tucht-, Opvoedings-, Beclasseerings- en Armwezen in Nederlandsch-Indië en mr. H . Groeneveldt, fd. I n s p e c t e u r bij den I m m i g r a t i e d i e n s t in Nederlandsch-Indië.

Als secretaris der delegatie trad op dr. E . O. baron van Boetzelaer, adjunct- referendaris ter Algemeene Secretarie, terwijl aan de delegatie nog drie deskun- digen werden toegevoegd. Als Nederlandseh-Indische organisaties waren t o t deelneming uitgenoodigd de Vereeniging ,,Ati Soetji", h e t Indo-Europeesch- Verbond Vrouwen-Organisatie en de Perkoempoelan P e m b a s m i a n Perdagangan Perempoean dan Anak-Anak. De eerste afgevaardigde van Nederland werd dooi- de conferentie t o t voorzitter verkozen.

D e agenda der conferentie b e v a t t e de volgende p u n t e n : 1. n a u w e r e samen- werking en ruimere uitwisseling van inlichtingen tusschen de politie en andere autoriteiten in de verschillende landen, die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van den handel in vrouwen en kinderen; 2. migratie, voorzoover betreft de bescherming van i m m i g r a n t e n tegen den handel in vrouwen en kinderen; 3. mogelijkheid van een bordeelverbod; 4. nauwere samenwerking tusschen de politie en andere autoriteiten en de particuliere organisaties;

5. mogelijkheid van h e t tewerkstellen van een grooter aantal vrouwen bij de organen verantwoordelijk voor h e t welzijn van vrouwen en kinderen; en 6. het vraagstuk van de vrouwelijke vluchtelingen van Eussische afkomst in het Verre Oosten, die in gevaar verkeeren of verkeerd hebben slachtoffer t e worden van den vrouwenhandel.

H e t op de slotzitting der conferentie aangenomen R a p p o r t1) bevat een aantal resoluties, welke strekken ter verwezenlijking van de in de agenda opgenomen doelstellingen. Ten aanzien van h e t eerste agenda-punt verdient afzonderlijke vermelding de resolutie, waarbij werd aanbevolen in h e t Verre Oosten een Centraal I n t e r n a t i o n a a l Informatiebureau van d e n Volkenbond in het leven t e roepen, d a t t o t taak zou hebben registratie en distributie van berichten over gevallen van vrouwenhandel en tevens h e t bevorderen van de samenwerking' tusschen de aangesloten landen, op d e wijze, welke deze landen wenschelijk zullen achten. Als plaats van vestiging van h e t B u r e a u werd gedacht aan Shanghai, H o n g Kong of Singapore.

D e Indische Begeering kon Zich m e t de aanbevelingen van de conferentie geheel vereenigen; voorzoover daarbij binnenslands dan wel in samenwerking m e t de bevoegde autoriteiten in de omliggende landen voorzieningen werden aanbevolen, waren deze in Nederlandsch-Indië vrijwel op alle p u n t e n in den loop der jaren reeds getroffen.

Van de resultaten der conferentie werd achtereenvolgens door de Raad- gevende Commissie v a n den Volkenbond voor Sociale Zaken, door Volkenbonds- raad en -vergadering m e t waardeering kennisgenomen. L a a t s t g e n o e m d orgaan

!) Volkenbondsstuk C. 228. M. 164. 1937 IV.

(12)

DB STAATKUNDIGE TOESTAND

besloot de oprichting van liet B u r e a u in het Verre Oosten nader door een deskundige te doen onderzoeken in samenwerking m e t d e betrokken Regeeringen.

Tengevolge van de inmiddels in h e t Verre Oosten plaats gevonden hebbende gebeurtenissen besloot de Volkenbondsraad in zijn J a n u a r i - z i t t m g van 1938 de voorbereidende maatregelen voorloopig uit te stellen.

f Gevangeniswezen. Ten behoeve van het door de „Commission Inter- nationale Pénale et P é n i t e n t i a i r e " op verzoek van de Volkenbonds vergadering van 1936 ingesteld onderzoek naar het aantal gevangenen boven den leeftijd van 18 jaren in de verschillende landen diende de Indische Regeering gegevens in voorzoover do wijze van registratie van de gevangenen d i t mogelijk m a a k t e . g. Intellectueele samenwerking. H e t verdrag van 23 September 1936 nopens hot gebruik van den radio-omroep in het belang van den vrede werd aanvankelijk slechts voor het Rijk in E u r o p a onderteekeiid. Aangezien na overleg m e t de Indische Regeering bleek, dat het ook daar te lande aanvaardbaar was.

voorzag het wetsontwerp t o t goedkeuring van dat verdrag ook m de toepasselnk- verklaring daarvan op Nederlandsch-Indië. B e Volksraad adviseerde m zun tweede gewone zitting van het zittingsjaar 1937/1938 t o t vaststelling van dit

itsontwerp (onderwerp 111).

we

h. Slavernij. Naar aanleiding van de resolutie van den Volkenbondsraad van 25 Mei 1937, waarbij, ingevolge h e t l'apport van de 4de zitting van de Commissie van deskundigen inzake slavernij, o.m. wederom werd aangedrongen op h e t verstrekken van gegevens o m t r e n t de nakoming van de bepalingen van het slavernij verdrag van 1926, verwees de Indische Regeering naar H a a r antwoord op een in 1936 ontvangen gelijkluidend verzoek (zie Verslag 1 9 3 / , blz. 4 ) .

i Arbeidsorganisatie. I n verband m e t de bekrachtiging van h e t verdrag van 1934 betreffende gedeeltelijke herziening van h e t verdrag van 1919 inzake den arbeid van vrouwen gedurende den n a c h t (zie Verslag 1937, blz o) zegde de Nederlandsche Regeering laatstgenoemd verdrag op. H i e r v a n werd aanteekenmg gehouden in I . S. 1937 n°. 489.

I n I . S. 1937 n°. 219 werd aanteekening gehouden van h e t Tv. 13. bepalende de bekendmaking van het door de 19de I n t e r n a t i o n a l e Arbeidsconferentie (1935) aangenomen verdrag betreffende den arbeid van vrouwen bij ondergrondsene werken in alle soorten van mijnen. Tegen toepassing van dit verdrag m Neder- landsch-Indië bestond geen enkel bezwaar, aangezien vrouwenarbeid m onder- orondsche mijnen reeds verboden is ingevolge art. 171 van h e t mnnpolitie- reglement ( I . S. 1930 n». 341).

Overleg m e t de Indische Regeering nopens het door de 20ste Internationale Arbeidsconferentie (1936) aangenomen verdrag, betreffende de regeling van zekere bijzondere stelsels van werving van arbeiders wees uit, dat dit verdrag, zij h e t m e t enkele voorbehouden, kon worden aanvaard voor de werving van arbeiders op J a v a en Madoera t e n behoeve van elders gelegen ondernemingen.

Werving op J a v a en Madoera t e n behoeve van aldaar gelegen ondernemingen k o m t vrijwel niet voor; op de incidenteele gevallen van werving is voldoende toezicht mogelijk, zoodat voor misbruiken n i e t behoeft te worden gevreesd en voor een regeling als in h e t verdrag' bedoeld m e t voldoende aanleiding bestond.

Werving in de Buitengewesten t e n behoeve van ondernemingen m die gewesten vindt slechts in zeer beperkte m a t e p l a a t s ; van geregelde werving kan m e t worden gesproken. Aangezien h e t onmogelijk zou zijn m dat uitgestrekte gebied m<=t zijn talrijke eilanden op die incidenteele werving daadwerkelijk toezicht t e doen uitoefenen door de Arbeidsinspectie, zou voor die werving genoegen zijn t e n e m e n m e t incidenteel toezicht van de b e s t u u r s a m b t e n a r e n ter plaatse. Met betrekkin^ t o t de toepassing van h e t verdrag op de werving op Java^ en Madoera voor elders gelegen ondernemingen dienden voorbehouden te worden g e m a a k t t e n aanzien van : 1°. de beperking van de vrijstelling van de verdragsverplich- tingen nopens de werving in h e t klein (o.a. van bedienden) tot vereemgmgen

(13)

9 en personen, die daarvan niet h u n beroep maken, aangezien behoorlijk toezicht op de werving niet mogelijk zou zijn; 2°. de verplichting d a t de werkgever- werver een waarborg moet stellen voor de uitbetaling van h e t loon, aangezien zoodanige wervers reeds een — aan voorwaarden gebonden — vergunning van den Directeur van j u s t i t i e behoeven, en 3°. den eisch dat de geldigheidsduur van een wervingsvergunning beperkt m o e t zijn tot een bepaald tijdvak van niet langer dan een jaar, aangezien de Indische wetgeving reeds verlangt d a t de erkenning van een werforganisatie of de wervingsvergunning tusschentijds opzegbaar is. Voor liet overige was de Indische wetgeving m e t de verdrags- bepalingen in overeenstemming, dan wel bestond er geen bezwaar de wetgeving d a a r m e d e in overeenstemming te brengen.

Ten behoeve van de in April 1937 te Washington gehouden driedeelige technische conferentie voor het.onderzoek van alle zijden van de textielindustrie, welke direct of indirect een invloed t o t verbetering van de sociale toestanden in die industrie k u n n e n uitoefenen, diende de Indische Regeering gegevens in nopens de daar te lande gevestigde textielindustrieën, de daarvoor geldende arbeidsvoorwaarden, enz.

De agenda van de in 1937 gehouden 23sta Internationale Arbeidsconferentie bevatte geen onderwerpen van rechtstreeksch belang voor Nederlandsch-Indië.

Volstaan kan worden m e t melding te m a k e n van een door die conferentie aangenomen resolutie waarin de R a a d van Beheer wordt uitgenoodigd het Internationaal Arbeidsbureau te belasten om, in samenwerking m e t de commissie van deskundigen terzake van den I n k m d s c h e n a r b e i d1) , die vraagstukken te onderzoeken, welke geschikt schijnen het onderwerp eener internationale regeling t e vormen, en in h e t bijzonder de vraagstukken h e t loon betreffende, de vraag- stukken van de behuizing, van de levensmiddelenverstrekking en de bescherming- van de gezondheid der arbeiders, teneinde die vraagstukken op de agenda van een volgende zitting der conferentie te p l a a t s e n ; alsmede v a n de resolutie waarin m e t genoegen geconstateerd werd, dat de R a a d van B e h e e r de in 1936 aangenomen resolutie betreffende h e t onderzoek naar de wenschelijkheid om een driedeelige consultatieve conferentie voor de Aziatische landen bijeen te roepen en een commissie voor die landen in te stellen, had onderzocht en maatregelen overwoog om d a a r a a n gevolg te geven. Tot het houden van een zoodanige Conferentie wordt door de Indische Regeering geen bijzondere urgentie of behoefte gevoeld.

Gedurende zijn reis door het Verre Oosten bezocht de heer Harold B . Butler, Directeur van ' het Internationaal Arbeidsbureau, van 22 November tot 4 December Nederlandsch-Indië. In zijn over deze reis uitgebracht verslag- m a a k t e de heer B u t l e r gewag van de gunstige indrukken, welke hij tijdens dit bezoek had gekregen.

2. Economische en verkeersbetrekkingen

a. Handelspolitiek. De buitenlandsche handel van Nederlandsch-Indië werd gunstig beïnvloed door de voortgaande stijging van de conjunctuur gedurende de eerste acht m a a n d e n van 1937; aan het einde van het jaar trad wederom een daling in. De handelspolitiek vertoonde hetzelfde beeld als in de voorafgegane jaren. Voor een overzicht van de in 1937 geldende bepalingen nopens den invoer van verschillende goederen wordt verwezen n a a r "hoofdstuk I I I .

b. Internationaal betalingsverkeer. I n I. S. 1937 n°. 441 werd afgekondigd het K. B . 22 Mei 1937 n°. 58 houdende wijziging o.a. van liet „ B e s l u i t Internatio- naal Betalingsverkeer Nederlandsch-Indië 1934" ( I . S. 1934 n°. 634). Gewijzigd werd de omschrijving van de handelingen strafbaar gesteld bij art. 26, overeen- komstig een desbetreffende wijziging in de voor Nederland geldende regeling, terwijl ook op enkele andere punten de Indische regeling meer in overeen- s t e m m i n g werd gebracht m e t de Nederlandsche.

J) In deze commissie heeft o.a. zitting prof. mr. J. J. Sohrieke.

(14)

to

DE STAATKUNDIGE TOESTAND

Y a n de K. B . e n houdende bekendmaking van de doof Nederland op 28 Augustus 1936 te Boekarest m e t Boemenië, op 23 December 1936 te 's-Gravenhage m e t Deutschland, op 1 J a n u a r i 1937 te B o m e m e t Italië en op 27 Februari 1937 t e Ankara m e t Turkije getroffen regelingen betreffende het betalingsverkeer werd aanteekening gehouden in I . S. 1937 nos. 645, 480, 418 en 586. De op 3 en 5 Februari 1937 bij notawisseling t e Buenos Aires tusschen Nederland en Argentinië gesloten overeenkomst betreffende de betaling tegen officieelen koers van de dividenden en coupons van zich in Nederlandsen bezit bevindende aandeelen in en obligatiën van niet-Nederlandsche ondernemingen in Argentinië, werd opgenomen in I. S. 1937 n°. 516.

c. Handelsbetrekkingen. Voortzetting van. h e t overleg tusschen den Direc- teur van Economische Zaken, Mr. G. H . C. H a r t , en den Consul-Generaal van J a p a n te Batavia, den heer Y. Ishizawa (zie Verslag 1937, blz. 6) leidde op 9 April. 1937 t o t overeenstemming over eenige algemeen geformuleerde richt- lijnen voor een wederzijdsche billijke behandeling van den J a p a n s c h e n import in Nederlandsch-Indië eenerzijds en d e n Indischen uitvoer n a a r J a p a n anderzijds.

K r a c h t e n s de „ H a r t — I s h i z a w a " - o v e r e e n k o m s t zouden in J a p a n nadere besprekingen worden gevoerd m e t betrekking tot de toetreding van in J a p a n gevestigde Nederlandsche exporteurs t o t de J a p a n s c h e export-organisaties. I n verband hiermede en tevens teneinde besprekingen t e voeren nopens de ontwik- keling van het handelsverkeer tusschen Nederlandsch-Indië en J a p a n in het algemeen, begaf m r . J . E . van Hoogstraten, hoofd van h e t Kantoor voor den H a n d e l van h e t D e p a r t e m e n t van Economische Zaken, zich in Mei 1937 in opdracht van d e Begeering n a a r J a p a n , vergezeld van dr. E . O. baron van Boetzelaer, adjunct-referendaris ter Algemeene Secretarie, terwijl dr. W . A. F .

Stokhuyzen, voorzitter van de Nederlandscb-Indische Vereeniging van Impor- teurs-Groothandelaren te Batavia, zich in J a p a n beschikbaar hield voor het verstrekken, van voorlichting zoomede bemiddeling t e n aanzien van de betrokken Nederlandsche importeurs. De onderhandelingen nopens de toetreding t o t de J a p a n s c h e export-organisaties leidden niet aanstonds t o t overeenstemming eu werden daarom te B a t a v i a voortgezet, waar in December 1937 een ook op dit stuk bevredigende regeling t o t stand k w a m t u s s c h e n den Directeur van Econo- mische Zaken, d e n heer H . J . van Mook, en den wd. Consul-Generaal van J a p a n , den heer T. Kotani. Over het verdere verloop van h e t handelsverkeer m e t J a p a n , d a t achteraf toch m i n d e r bevredigend is gebleken, zal in h e t Verslag over 1938 nader worden bericht.

Ter vervanging van de op 30 J u n i 1937 afloopende overeenkomst van 6 J u n i 1934, t o t regeling van h e t goederenverkeer tusschen Nederlandsch-Indië en Duitschland ( I . S. 1937 n°. 17), werd op eerstgenoemden d a t u m te Berlijn een nieuw verdrag gesloten, d a t m e t ingang van 1 J u l i d.o.v. voorloopig werd toegepast (zie I. S. 1938 n°. 270). D e Volksraad adviseerde op 8 September 1937 t o t vaststelling van h e t ontwerp van wet tot goedkeuring van dit verdrag (zitting 1937/1938, Onderwerp 6 6 ) .

Te Parijs vond 6 April 1937 oen briefwisseling plaats ter regeling van de handelsbetrekkingen tusschen. Nederlandsch-Indië eenerzijds en Frankrijk en Indo-China anderzijds gedurende de periode 1 April 1937 t o t 31 M a a r t 1938. I n verband m e t h e t op 28 Mei 1935 te Parijs t u s s c h e n Nederland en Frankrijk gesloten verdrag van handel en scheepvaart werden ook in Nederlandsch-Indië maatregelen getroffen t o t bescherming van den n a a m „ B o q u e f o r t " ( I . S. 1937 nos. 335 en 684), als uitvoering van de verpakkingsordonnantie.

De handelsbetrekkingen van Nederlandsch-Indië m e t Zwitserland eu Polen werden geregeld bij notawisseling t e 's-Gravenhage onderscheidenlijk op 18 M a a r t en 15 en 16 November 1937.

I n I . S. 1937 n°. 177 werden opgenomen de op 30 December 1936 t e 's-Gravenhage gewisselde n o t a ' s houdende een voorloopige regeling van de handelsbetrekkingen t u s s c h e n Nederland en Chili en in I . S. 1937 n°. 644 de op 5 Mei 1937 te Santiago de Chile gewisselde n o t a ' s t o t nadere regeling dier betrekkingen. D e n o t a ' s op 15 M a a r t 1937 t e Bio de Janeiro uitgewisseld t o t

(15)

voorloopige regeling van de handelsbetrekkingen tusschen Nederland en Brazilië werden opgenomen in I . S. 1937 n°. 515. Voorts kreeg de Indische Eegeering mededeeling van de door Nederland getroffen regelingen der handelsbetrekkingen m e t Turkije (19 M a a r t 1937 te A n k a r a ) , Hongarije (30 October 1937 te B o e d a p e s t ) , L i t a u e n (16 en 22 November 1937 t e K a u n a s , t o t aanvulling' van de regeling van 1 Mei 1936) en Zuidslavië (verlenging van de regeling van 25 September 1936).

De Volksraad adviseerde 19 Februari 1938 t o t vaststelling van h e t ontwerp van wet t o t goedkeuring van h e t op 27 Mei 1937 t e Quito tusschen Nederland en E c u a d o r gesloten verdrag van handel en scheepvaart (zittingjaar 1937—1938, onderwerp 108), welk verdrag van 15 J u n i 1937 af voorloopig is toegepast.

H e t op 20 December 1935 t e t Washington, D.O., tusschen h e t Koninkrijk der Nederlanden en de Vercenigde S t a t e n van Amerika gesloten handelsverdrag (N. S. 1937 n». 18) is opgenomen in I . S. 1937 n°. 329.

d. Internationale regelingen op het gebied van land- en mijnbouw. Na afloop van de in 1931 voor 5 jaren gesloten, doch niet verlengde „ C h a d b o u r n e " - overeenkomst tusschen de suikerindustrieën van verschillende landen, werden de pogingen om te geraken t o t een internationale regeling van de productie van suiker voortgezet. Onder auspiciën van den Volkenbond werd op 5 en 6 Mei 1937 t e Londen een internationale suikerconferentie gehouden. Op een enkele uitzondering na waren de Ilegeeringen der voornaamste suiker produceerende landen vertegenwoordigd, ook de Neder! andsche.

De op 6 Mei 1937 gesloten overeenkomst betreffende de regeling van de productie en den verkoop van suiker waarborgde de belangen van het Koninkrijk op bevredigende wijze; zij werd door de onderteekenende landen toegepast van 1 S e p t e m b e r 1937 af. De Volksraad adviseerde in zijn eerste gewone zitting- van h e t zittingsjaar 1937/1938 t o t vaststelling van h e t ontwerp van wet tot goedkeuring van bedoelde overeenkomst (zitting 1936/1937, onderwerp 179, j°. 1937/1938, onderwerp 8 ) .

Op 5 Februari 1937 werd t e L o n d e n een protocol onderteekend tot nadere wijziging van de internationale overeenkomst t o t beperking van de productie en van den uitvoer van rubber (T. S. 1937 n°. 432). De bij deze wijziging aan Nederlandsch-Indië toegekende verhooging van h e t basis-quotum k w a m geheel t e n goede aan liet hevolkingsquotum.

Voor h e t overige wordt m e t betrekking tot de toepassing en uitvoering van de restricties voor suiker, thee, rubber en tin verwezen naar hoofdstuk I I I , sub B (Crisismaatregelen in h e t belang van den landbouw) en sub G ( t i n s i t u a t i e ) .

e. Handelsvoorlichting en -propaganda in het buitenland. De onder leiding- van den Minister van Staat, jhr. m r . dr, H . A. van Karneboek uitgezonden Nederlandsche Handelsmissie n a a r Zuid-Amerika, waarvan ook de ondergetee- kende, destijds voorzitter van den Ondernemersraad voor Nederlandsch-Indië, deel u i t m a a k t e , bezocht in 1937 verschillende landen van d i t werelddeel, waarbij ook de mogelijkheden voor den handel m e t Nederlandsch-Indië werden onderzocht.

De heer F . H e e k m a n werd in September 1937 wederom ter beschikking gesteld van H r . M s . G e z a n t t e Pretoria om op te treden als handelscommissaris voor Nederlandsch-Indië m e t standplaats D u r b a n . H e t door dezen functionnaris t e bewerken gebied omvat behalve de Unie van Zuid-Afrika, Madagascar, Portugeesch Oost-Afrika-, Kenya, Uganda, Tanganyika en Nyasa, benevens voorzoover noodig Noord- en Zuid-Bhodesië en h e t d a a r a a n grenzende gedeelte van d e n Belgischen Congo.

Voorts werden in 1937 twee handelswaarnemers uitgezonden : de heer J . van H o l s t Pellekaan werd ter beschikking gesteld van den Consul-Generaal te Sydney en de heer E . C. Z i m m e r m a n van den Consul-Generaal t e New-York, teneinde werkzaam t e zijn in hot belang van het handelsverkeer van Nederlandsch-Indië onderscheidenlijk m e t Australië en de Vereenigde S t a t e n van Amerika.

Op de terugreis naar Nederlandsch-Indië, na deelneming aan d e Londensche Suikerconferentie, bezocht de heer G. J . Schimmel, hoofdambtenaar bij h e t D e p a r t e m e n t van Economische Zaken t e B a t a v i a , E g y p t e en Palestina voor

(16)

11 12 DE STAATKUNDIGE TOESTAND

een onderzoek naar de wenschelijkheid van liet bevorderen van de handels- betrekkingen van Nederlandsch-Indië m e t deze gebieden.

De Indische Begeering n a m deel aan de van 15 M a a r t tot 31 Mei lMi te Nagoya ( J a p a n ) gehouden Pan-Pacific-Peace-Exhibition. Voor deelneming werd van Begeeringswege beschikbaar gesteld een bedrag van f 50 000, terwijl van particuliere zijde f 23 000 werd bijeengebracht. Bij de samenstelling van de Indische inzending, welke in een eigen paviljoen werd ondergebracht, werd ervan uitgegaan, dat h e t accent niet voornamelijk zou m o e t e n liggen op Neder- landsch-Indië als exportland, doch d a t een zeer ruime plaats zou worden ingeruimd aan een overzicht van hetgeen door de Indische Begeermg en H a r e organen op hygiënisch, sanitair, cultureel en verkeersgebied is verricht.

I n vorige 'jaren werd van Begeeringswege deelgenomen aan de j a a r m a r k t e n in H a n o i , teneinde de Indische handelshuizen op te wekken zelve op deze wijze in Indo-China meer bekendheid te geven aan Hare producten en handelsartikelen.

Sedert 1936 heeft de Indische Begeering evenwel gemeend van verdere deel- neming t e moeten afzien en deze verder te k u n n e n overlaten aan het particulier initiatief. Om deze reden werd ten aanzien van de m 1936 t e H a n o i en te P h n o m - P e n h en in 1937 t e H a i p h o n g gehouden j a a r m a r k t e n volstaan m e t het o-even van de noodige bekendheid aan deze j a a r m a r k t e n bn d e instellingen en particulieren, die bij den handel m e t Indo-China belang hebben

Als onderdeel van de inzendingen van het Bijk in E u r o p a heeft Nederlandscli- Indië in 1937 deelgenomen aan de voor j aarsbeur s t e Leipzig, de jaarbeurs te Brussel en de Ideal H o m e Exhibition te L o n d e n .

f Landbouw, veeteelt en visscherij. Op de begrooting van 1938 van h e t Internationaal L a n d b o u w i n s t i t u u t te Bome werd o.a. een bedrag van 100 000 lire uitgetrokken voor uitbreiding van de sectie voor tropischen en sub-tropisoheii landbouw. Als deskundige om van advies te dienen betreffende de vraagstukken, welke in deze sectie aan de orde dienen te worden gesteld, werd o.a. prot. dr.

V. J . Koningsberger uitgeuoodigd.^ . . 1 0 Q_

De vertegenwoordiging van ]Nederlandsch-Indië op h e t m J u n i IJài te Scheveningen gehouden X V I I I d e Internationaal Landbouvvcongres werd opge- dragen aan den heer B . H . Paerels, oud-hoofd van de Afdeelmg Landbouw en Visscherij van het D e p a r t e m e n t van Economische Zaken te B a t a v i a .

Met de Begeering der Straits S e t t l e m e n t s werd overleg gepleegd over een door die Begeering voorgenomen wijziging van de daar te lande geldende bepalingen inzake den invoer uit Nederlandsch-Indië van voor mond- en klauwzeer vatbare veesoorten. De tegen die wijziging m Nederlandsch-lndie o-eopperde bezwaren werden t e Singapore mondeling toegelicht door h e t hoofd van den Burgerlijken Veeartsenijkundigen Dienst, dr. 0 . K u n s t , die ook overigens t e genoemder stede, t e K u a l a L u m p u r en te P e n a n g besprekingen voerde m het belang van den Nederlandsch-Indischen vee-export.

Ten laste van de Nederlandsche bijdrage voor welvaartszorg werden een honderdtal E t a w a h - b o k k e n en -geiten aangekocht, bestemd voor uitgifte aan de bevolking' in Nederlandsch-Indië. I n verband m e t dezen aankoop begaven twee Gouvernements veeartsen zich in opdracht der Begeering' naar Britsch-Indie.

Bij Ord. in I. S. 1937 n°. 570, j°. 571 werden eemge wijzigingen aangebracht in de kustvisscherij-ordonnantie, teneinde de naleving van de voor- schriften dezer regeling in meerdere m a t e te verzekeren. Aan de handhaving van deze ordonnantie zal nauwkeurig de h a n d worden gehouden.

g. Dubbele belasting. Op grond van de Ord. ter vermijding van dubbele belasting ( I . S. 1934 n°. 291) werd Hongarije aangewezen als Staat, welke geacht kan worden te voldoen aan h e t bepaalde in het eerste lid van art, b dier ordonnantie (zie I . S. 1937 n°. 2 8 ) .

h, Scheepvaart. De Indische Begeering verklaarde geen bezwaar te hebben tegen een op verzoek van de Begeering van Australië door de B n t s c h e Begeering voorgestelde aanvulling van bijlage I I , 6 sub a (grenzen der vaargebiedeii en periodieke seizoen-vaargebieden) van h e t Verdrag van 5 Juli 1930 betreffende 'e

:e

(17)

de uitwatcring van schepen ( I . 8. 1933 n°. 198). Voorts werd instemming betuigd m e t de verklaring van de Begeering van de Straits S e t t l e m e n t s , dat de vaarwegen tussehen de havens van Nederlanclsch-Indië en de Straits S e t t l e m e n t s zoodanig zijn beschut en de omstandigheden, waaronder reizen tussehen die havens plaats hebben, van dien aard zijn, dat liet onredelijk en niet wel uitvoerbaar zou zijn de bepalingen van genoemd verdrag ten volle op schepen, voor die reizen gebezigd, toe te passen. I n verband daarmede verklaarde de Indische Eegeering de certificaten van uitwatering, verleend op basis van de Straits S e t t l e m e n t s Freeboard E u l e s te zullen erkennen.

De Indische Eegeering werd geraadpleegd over h e t voorstel van de Britsche Begeering nopens de inwerkingtreding van de gewijzigde aanvaringsbepalingen, opgenomen in bijlage 2 van het op 31 Mei 1929 gesloten verdrag' voor de beveiliging van menschenlevens op zee ( I . S. 1935 n°. 317).

De Koninklijke P a k e t v a a r t - Maatschappij trok de Saigon—Java—Noumea-lijn door t o t Nieuw-Zeeland, waardoor een rechtstreeksche verbinding tussehen Neder- landsch-Indië en dit Britsche Dominion tot stand k w a m .

Bij Ord. in I . S. 1937 n°. 530, j°. n°. 562 werden de voorschriften betreffende h e t in dienst n e m e n van I n l a n d s c h e schepelingen aan boord van vreemde schepen m e t b e s t e m m i n g n a a r h e t buitenland, gewijzigd m e t betrekking t o t den terugkeer van die schepelingen en h e t stellen van borgtocht ter verzekering daarvan.

i. Luchtvaart. De Indische Eegeering' gaf te kennen in beginsel geen bezwaar te hebben tegen aanvaarding voor H a a r gebied van verdragen betreffende hulp en' redding en aanvaring van vliegtuigen, overeenkomstig de door het Comité International Technique d ' E x p e r t s Juridiques Aériens ( C . I . T . E . J . A . ) opgestelde ontwerpen.

M e t betrekking t o t de uitbreiding van de luclitverbindingen m e t h e t buiten- land wordt verwezen naar hoofdstuk I I I , afdeeling K van dit Verslag (Burgerlijk luchtverkeer).

Op uitnoodiging van de betrokken autoriteiten in de Straits S e t t l e m e n t s woonde een Nederlandsch escadrille de opening van h e t burgerlijk vliegveld te Singapore bij.

j . Radioverheer. Op de van 21 Mei t o t S J u n i 1937 te Boekarest gehouden vierde bijeenkomst van h e t Comité Consultatif International des radio-communi- cations ( C . C . I . E . ) was Nederlandsch-Indië vertegenwoordigd door ir. G. Schotel, ingenieur bij het Technisch B u r e a u van het D e p a r t e m e n t van Koloniën, en ir. H . van der Veen, ingenieur bij den Post-, Telegraaf- en Telefoondienst van Nederl andsch-Indië.

3. Juridische betrekkingen

a. Duikbootregelen. I n I. S. 1937 n°. 671 werd aanteekening gehouden van h e t K. B . bepalende de bekendmaking van de toetreding voor Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao tot de in h e t proces-verbaal van Londen van 6 November 1936 vervatte regelen betreffende het optreden van onderzeebooten ten aanzien van koopvaardijschepen.

b. Rechtsvordering. De ministerieele beschikking houdende aanwijzing van de Consuls-Generaal te Londen, Sydney en Singapore als de bevoegde consulaire ambtenaren ingevolge art. 1, sub !) van h e t K. B . in I . S. 1935 n°. 94, door wier t u s s c h e n k o m s t aanvragen om mededeeling van gerechtelijke stukken en rogatoire commissies, afkomstig van een tot de Nederlandsch-Indische rechterlijke m a c h t behoorende autoriteit, moeten worden ingediend, werd opgenomen in I. S. 1937 n°. 45.

c. Uitlevering. I n 1937 werden door de Eegeering van Nederlandsch-Indië geen personen uitgeleverd. Aan de autoriteiten in de Straits S e t t l e m e n t s werd de uitlevering verzocht van drie Inlanders en een Chinees; de Chinees werd

(18)

14 DE STAATKUNDIGE TOESTAND

uitgeleverd, van de andere personen, wier uitlevering was gevraagd, bleek er één onvindbaar, terwijl d e aanvragen betreffende de beide andere m 193/ niet konden worden afgehandeld. Voorts werd door genoemde autoriteiten m d a t i aar een I n l a n d e r uitgeleverd op grond van een in 1936 ingediend verzoek, terwijl op een andere aanvraag van 1936 in 1937 afwijzend werd beschikt, aangezien in liet bevelschrift t o t voorloopige aanhouding moord t e n laste was gelegd terwiil de uitlevering was verzocht wegens veroordeeling terzake van diefstal Aan de autoriteiten t e H o n g Kong werd de uitlevering verzocht van een Chinees en aan die van Nieuw-Caledonië van drie J a p a n n e r s ; aan al deze verzoeken werd in 1937 voldaan.

d Toelating en uitzetting. H e t aantal in 1937, onverminderd de overigens voor de toelating gestelde eischen. toe t e laten vreemdelingen werd bepaald op 12 000 ( I . S. 1937 n°. 2 9 ) . _

H e t aantal personen, d a t in 1937 m Nederlandsch-lndie werd toegelaten.

bedroeg 19 282, van wie 3942 Nederlanders. Van de overigen bedroegen de aantallen, gegroepeerd volgens landaarden, genoemd in de betrokken immigratie- regeling ( I S 1937 n°. 29) : I n h e e m s c h e bewoners van Acnter-lndie ó;

I n h e e m s c h e bewoners van Arabië, Palestina, Transjordanië, Syrië en Irak 4 3 1 ; Britsch-Indiërs Ceyloneezen en B u r m a n e n 608; Chmeezen 13 333; J a p a n n e r s

en I n h e e m s c h e bewoners der J a p a n s c h e mandaatgebieden 396; I n h e e m s c h e bewoners van Malakka, B r i t s c h Noord-Borneo, Broenei, Serawak, P o r t u g i e s e n Timor en de P h i l i p p i n e n 16; overige I n h e e m s c h e bewoners van Azië 3 ;

B e r o e p e n

Accountant . . . Administrateur . Adviseur . . . . Agent

Apotheker . . . Artist

A s s i s t e n t . . . . B a r - d a m e . . . . Bedrijfsleider . . Beheerder . . . Boekhouder . . . Boormeester . . Brouwer . . . . Chef

Chemiker. . . . Coiffeur . . . . Controleur . . . Correspondent . . Coupeur . . . . Deskundigen . . Employé . . . . Employé (bank-) . Employé (cultuur-) Employé (handels-)

S p.

IS 1

2 10

ö

bo

'S m m 13

13 2

(19)

BETREKKINGEN MET HET BUITENLAND

(14 Nederlanders, 1 ander vond plaats in 19 gevallen Australiërs, Nieuw-Zeelanders en I n h e e m s c h e bewoners der Australische m a n d a a t - gebieden 5; Noord-Amerikanen 104; overige Britsehe onderdanen 123; Duitschcrs, Oostenrijkers, Denen, Noren, Zweden en Zwitsers 250; F r a n s c h e n , Italianen, Belgen, Spanjaarden, H o n g a r e n en Portugeezen 3 8 ; overige bewoners van E u r o p a 29.

De toelating werd geweigerd aan 21 personen E u r o p e a a n en 6 Chineezen).

I n t r e k k i n g van d e toelatingskaart en uitzetting

(in 18 gevallen ingevolge veroordeeling wegens een misdrijf, in 1 geval wegens gevaar voor de openbare r u s t en o r d e ) , allen betreffende Chineezen.

Aan 8 niet in Nederlandsch-Indië geboren personen ( 1 Nederlander, 1 J a p a n n e r en 6 Chineezen) werd krachtens art. 35 der Indische Staatsregeling h e t verblijf in Nederlandsch-Indië ontzegd.

Onder vigueur van de Crisisregeling vreemdelingenarbeid (vgl. Indisch Verslag 1937, blz. 9—10) werden in 1937 arbeidsvergunningen verleend voor C31 personen, verdeeld over de volgende nationaliteiten: J a p a n n e r s 191, Duitschers 112, Amerikanen 89, B r i t t e n 76, H o n g a r e n 36, Zwitsers 19, Australiërs 16, Oostenrijkers 14, Tsjechen 10, E r a n s c h e n 10, I t a l i a n e n 9, Philippino's 9, Polen 6, Bussen 5, L e t t e n 4, D e n e n 4, Belgen 3, Canadeezen 3, Zweden 3, Armenianen 2, Finnen 2, Britsch-Indiërs 1, Joegoslaven 1, Spanjaar- den 1, Apatriden 5.

D e verdeeling der verleende vergunningen over de beroepen en de betreffende nationaliteiten is weergegeven in do volgende tabel :

s

N CD CD

03

a O

1 ö

CD

H

CD

1

1

FH CD O W

'B

n

i i i 6

1 1 7 8 1 1 1

1

6

6

CD ö C

i n .0 CD o m a

PH C CO

S c o W

33 a

CD

c i

Is

5 1

1

1

en

FH CD

0 c

cS o.

C8 1-J

3 1

7 4 4 28 8 10 1 5

25 3 1 7

c8

CO o 60

CD o

1-5

u

CD ' O

H cis

CD

2

<5

A i

O O

4 w 'o a

'P. .&

PM

2 3

3 a

CD

"o

PH

2

1

1

Ö CD CO VI 3 PH

1

4 C

CO

cS

'H

ö

o 'c?

1

1

3

1

1 a -a CD CD

2

CD

a;

N

3

1 1

1

"3

ctf

•4-*

O

H 21

3 2 2 1 94 13 1 5 8 42 33 1 15 2 2 2 6 1 7 38 4 8 18

(20)

16 DE STAATKUNDIGE TOESTAND

B e r o e p e n

3

<

C

CS

<3 <

m

^ (H

P

<^

g bc o

m

c

*£j

M Employé (toko-)

Expert (diepdruk)

Expert (Duitsche Fordauto's) Expert (fototechnisch)

Expert (op het gebied van oud ijzer) Expert (op het gebied van thee) Expert (cacao-verbouw)

Expert (ruwe aardolie) Expert (ertsen)

Geodeet tevens deskundige op het gebied van luchtfotografie Idem asfalteeren

Geoloog Geophysicus Gezelschapsdame

Gouvernante (kinderjuffrouw) Dame voor de huishouding

Hoofd, export, afd. textiel, technische dienst, verkoop-afdee- ling, enz

Hydrograaf Ingenieur

Idem (Electrotechnisch) Idem (Werktuigkundig) Idem (Mijnbouwkundig) Instructeur voor pedicure

•Jockey Kapper Kassier Kleermaker Kok Koopman

Koperdiepdrukker Landbouwer Landbouwkundige Landmeter

Leeraar/leerares (Engelsche taal, golf, viool, landbouw, radio- techniek)

Leger des Heils-officieren Letterzetter

Machinist Magazijnmeester Manager Modiste Monteur Mijnexpert

Mijnwerkers, meters

1 8 21

1 ! —

(21)

BETREKKINGEN MET ITET BUITENBAND

17

Canadeezen /1 Denen

1

1

1

CD

o w 'S Q

1 2 1

3 1 1 1 1 1

1 1 1

1 1 1 1 6

d

CD

S

1

CD O co c3

1

4 d

CD ;-<

cS bc C o

B

CD C ta IS

CQ CD

fl Ö 03 ft

<S

CO

xa

c S

o CO

M>

CD O

CO CD ' C

a

o 3 CD

1-3

1

CO CD

M

8

CD CO O

O

1

"o 'S g .S' E

ci co o PH

1

w w

c 'O CD t~t CS

.*

'c"

&

GQ

a ,a CD o CD

'3?

d '

CD ' O

CD

1

CD

S ]

1

2

1

1

3 1

'a a -^>

H o

26 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 IL 21 1 5 4 6 1 5 3 3 9 1 5 2 1 1 2 1 1 1 3 1 7 3 1 2 o 8 1 13 1 2

(22)

18 DE STAATKUNDIGE TOESTAND

B e r o e p e n

a CD Ö M ce

<

a

H

<D T3 ce

<J ft

ce

Onderwijzer(es) (fröbel, huishoudwerk, muziek, enz.) . . . . Opzichter

Planter Ploegbaas Prediker

Procuratiehouder Keclamespecialist Scheepsbouwer Schrijver (klerk) Secretaris (Directie) Seismoloog

Specialist in diesel-motoren, cementen, diamantboringen, kousen en benzine-motoren

Superintendent Tandheelkundige

Technicus (auto, electro, koopman, bouw, textiel, employé, mécanicien, adviseur)

Tokobediende Tolk

Technoloog

Verkooper (producten, technisch, reiziger) Verpleegster

Vertegenwoordiger Visscher

Werkman Werktuigkundige Wever

Zeepzieder Zendeling-leeraar

Zuster (Klooster, Missie) Zonder beroep

Totaal 39

"03 co

pq

16 Afgewezen werden in 1937 aangevraagde vergunningen voor 51 J a p a n n e r s , 6 Duitschers, 3 B r i t t e n , 2 Hongaren, 1 Apatride, 1 R o e m e e n en 1 Tsjech.

I n hooger beroep werden door den Gouverneur-Generaal nog toegestaan 11 vergunningen (voor 11 p e r s o n e n ) .

e. Toezicht op verblijf en reizen, Bij Ord. in I . S. 1937 n°. 199 werd do mogelijkheid geopend om, waar en voor zooveel zulks ter bescherming van de uitwendige veiligheid van Nederlandseh-Indië noodig is, in dringende omstan- digheden een bijzonder toezicht van Overheidswege t e doen houden op h e t verblijf en h e t reizen van daar te lande aanwezige personen.

5. Overige aangelegenheden

a. Vreemdelingenbezoek aan Nedeiiandsch-Indië. H a r e Majesteit P h r a Nang S u v a t a n a , weduwe van wijlen Koning Hama VI van Siam, bezocht,

-.0)

ö

m

(23)

BETREKKINGEN MET HET BUITENLAND

Canadeezen f|

1

3

< D

ft CD

4

co CD

Ü W - u

o

8

1

1

G

6 7 3

1 1 9 2

112 a g

2 a

CD

O CO

H ce

1

10

jp C

S o

W

1

36 c

CD

CS

"a

9

co

S

p . CS 1 - 3

1

1 1

4

191

CO

!CD

'P

_ C 3 CO

o bc

CD o H a

1

1

CD S-H CD

d ce -i-a CD

4

ÇO CD

S

CD

m o O

1 1 1

14

co

" o p;

' p

.S' 2

P H

1

9

<x>

o P H

1

6

CD CC CO

5 d

CD

'O

J-l cS

'c

cS P H CO

1 a

,d CD

o

C D

'o?

1

10 a

CD

• a CD

N

3 u

CD CO -t-3

'is

1

3

19 's

cS O E H

11 1 6 1 1 4 1 1 1 5 1 B 3 2 16 7 1 2 16 8 18 2 1 2 1 1 16 2 1 631 vergezeld van H a a r dochter H . K . H . Prinses B e j r a t a n a en Z . H . P r i n s D h a n i , Indië in April en Z . K . H . P r i n s Naris van Siam m a a k t e daar t e lande m J u n i een reis.

Onder de overige bezoeken door vreemdelingen van aanzien in h e t jaar 1937 aan Nederlandsch-Indië gebracht, moge worden genoemd d a t v a n den heer Kazue Kuwajima, benoemd gezant van J a p a n t e 's-Gravenhage, die in M a a r t een oriënteeringsreis v a n ongeveer twee weken in Indië m a a k t e .

D e Maharadjah van Travancore bezocht, vergezeld van eenige gezinsleden en gevolg, Indië in Mei. I n J u n i vertoefden daar t e lande Sir Wilfred Jackson, benoemd Gouverneur van Britsen Guyana en L a d y Jackson, alsmede Lord Huntingfield, Gouverneur van Victoria. L a d y Galway, echtgenoote van den Gouverneur-Generaal van Nieuw-Zeeland, b r a c h t op doorreis n a a r hare woon- plaats eenigen tijd in Indië door.

(24)

2 0 DB STAATKUNDIGE TOESTAND

De benoemde Gouverneur van Portugeesch Timor, Majoor Alvaro Neves da Fontoura, verbleef van 26 Augustus t o t 2 September 1937 op doorreis op J a v a . Sir H u g h e K n a t c h b u l l — H u g e s s e n , Ambassadeur van h e t Britsche Eijk in China, bracht in October, vergezeld van zijn echtgenoote en twee dochters, een bezoek aan Nederlandsch-Indië, en in December D r . H a n s L u t h e r , gewezen Ambassadeur van Duitschland te Washington, gewezen llijkskanselier en gewezen President van de Eeichsbank.

Onder de personen die voor studiedoeleinden Indië bezochten, k u n n e n worden g e n o e m d : d e heer P . Kodanda Rao, lid van „ T h e Servants of India S o c i e t y " , die zich speciaal van de levensomstandigheden van de Britsch-Indiërs op de hoogte wenschte t e stellen; de heeren H . G. H a r r i s , Senior W a r d e n of Mines en Major E . S. Willbourne, Director of Geological Survey, beiden van de Gefedereerde Maleische S t a t e n , ter bestudeering van h e t mijnwezen; de heer E . E . P a r r y , hoofdinspecteur van h e t onderwijs in Uganda, ter bestudeering van h e t onderwijs aan i n h e e m s c h e n ; en de lieer Van den Abeele, Directeur- Generaal van de Afdeeling Landbouw van het Ministerie van Koloniën te Brussel, die zich van hetgeen in Nederlandsch-Indië op landbouwkundig gebied is verricht op de hoogte k w a m stellen.

b. Conflict tusscheti Japan en China. I n verband m e t den dreigenden toestand te Shanghai werd de torpedobootjager Van Galen op 15 Augustus 1937 derwaarts gezonden om de veiligheid en de belangen der Nederlandsche onder- danen t e behartigen en de leiding t e n e m e n bij een eventueele evacuatie uit Shanghai. D e oorlogsbodem verbleef van 23 Augustus t o t 17 November daar t e plaatse. Bij de evacuatie van Nederlandsche onderdanen werd groote medewerking ondervonden van de zijde van de Java—China—Japan-lijn en van de Koninklijke P a k e t v a a r t Maatschappij. Op 1 December keerde de Van Galen te Soerabaja terug.

c. Burgeroorlog in Spanje. D e verschillende door de Nederlandsche Begee- ring getroffen maatregelen, verband houdende m e t de naleving van de overeen- komst van non-interventie t e n aanzien van Spanje, werden voor zoover noodig ook in "Nederlandsch-Indië uitgevoerd (zie I. S. 1937 nos. 182, 200, 277, 326 en 442 en J . C. van 22 April, 7 en 25 Mei, 16 J u l i en 29 Oct. 1937 nos. 31a, 36, 4 1 , 56 en 8 6 ) .

D e n Indischen a m b t e n a r e n belast m e t h e t afgeven of verlengen van Neder- landsche paspoorten werd opgedragen m e t ingang van 5 Mei 1937 alle nieuwe en te verlengen paspoorten te voorzien van een aanteekening, d a t zij niet geldig zijn voor Spanje, dan wel van een speciale aanteekening, waaruit de geldigheid voor Spanje blijkt.

d. Grenskwesties. D e tusschen den Neder!andschen Gezant t e Londen en den Hoogen Commissaris van het Gemeenebest van Australië aldaar gewisselde n o t a ' s van 14 September 1936, m e t bijlagen, houdende een overeenkomst betreffende de grens tusschen Nederlandsch Nieuw-Guinea en h e t gebied van Nieuw-Guinea, dat onder m a n d a a t bestuurd wordt door de Eegeering van Zijne Britsche Majesteit in h e t Gemeenebest van Australië ( N . S. 1937 n°. 30) zijn in Nederlandsch-Indië bekend g e m a a k t door plaatsing in I . S. 1937 n°. 569.

U i t h e t grensgebied op Timor werden sporadisch veediefstallen gemeld. I n Augustus en September 1937 n a m echter h e t aantal sandelhout-diefstallen zeer toe, doordat in het Portugeesch gebied de verkoop van sandelhout was vrijgegeven. Door krachtig ingrijpen v a n B e s t u u r en Politie werd aan dit euvel een einde gemaakt, waarbij van Portugeesche zijde veel medewerking werd ondervonden. D e dieven behoorden meerendeels t o t de Nederlandsche onderdanen.

e. Bezoek aan Serawak. Op uitnoodiging van den E a j a h van Serawak woonde de E e s i d e n t der Westerafdeeling van Borneo, vergezeld van twee b e s t u u r s a m b t e n a r e n , de op 29 April 1937 te Kuching gehouden 25ste vergadering van de „Council N e g r i " bij.

f. Vreemde oorlogsschepen. H e t K. B . 1 M a a r t 1937 n°. 51 (N. S. n°. 944), houdende vaststelling van nieuwe regelen t e n aanzien van de toelating van

(25)

BETREKKINGEN MET HET BUITENLAND

oorlogsschepen van vreemde mogendheden m e t de in rust aan boord zich bevindende luchtvaartuigen binnen h e t rechtsgebied van Nederlandsch-Indië, S u r i n a m e en Curaçao, werd afgekondigd in I. S. 1937 n°. 188 (vgl. nos. 189, 534 en 535).

g. Bedevaart. H e t aantal Mekkagangers uit Nederlandsch-Indië bedroeg- in het seizoen 1936—1937 5403.

De na de groote inzinking in 1931—1932 ingezette stijging in de deelneming aan de bedevaart werd hiermede voortgezet, en wel — in vergelijking m e t het seizoen 1935—1936 — m e t + 34 % . Voor de Buitengewesten was dit jaar de stijging grooter dan voor J a v a en Madoera.

D e w e r k z a a m h e d e n van den bij h e t quarantaine-station op h e t eiland K a m a r a n in de Eoode Zee gestationneerden Nederlandsch-Indischen arts werden voortgezet.

h. Wetenschap en kunst. De op 20 en 25 Mei 1937 t e 's-Gravenhage gewisselde n o t a ' s , m e t bijlage, houdende een overeenkomst betreffende de ontwikkeling en versterking van de intellectueele en artistieke betrekkingen tusschen Nederland en Tsjechoslowakije werden opgenomen in I. S. 1937 n°. 542.

Naar aanleiding van een verzoek van de Australische Eegeering om t e mogen beschikken over de diensten van dr. Ch. E . Stehn, leider van h e t vulkanologisch onderzoek van den Dienst van den Mijnbouw in Nederlandsch-Indië, om een onderzoek in t e stellen naar en t e rapporteeren over de vulkanologische gevaren en de gevaren voor aardbevingen van h e t gebied bij E a b a u l , in het bijzonder m e t h e t oog op h a n d h a v i n g van die plaats als hoofdstad van h e t mandaatgebied Nieuw-Guinea, werd die vulkanoloog voor den tijd van drie m a a n d e n ter beschikking gesteld van h e t Australisch Gouvernement. Op verzoek van dat G o u v e r n e m e n t b r a c h t dr. S t e h n ook een rapport u i t betreffende de inrichting van een vulkanologischen waarnemingsdienst t e E a b a u l .

Door h e t „ F o r s c h u n g s i n s t i t u t für Kulturmorphologie" t e Frankfort aan den Main werd een wetenschappelijke expeditie uitgezonden n a a r h e t oostelijk deel van Nederlandsch-Indië. D e „ N a t i o n a l Geografical Society" en h e t ,,Smithsonion I n s t i t u t i o n " t e W a s h i n g t o n r u s t t e n een expeditie uit om verschillende exemplaren van de Indische fauna m a c h t i g t e worden.

Afbeelding

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :