MARIA ONBEVLEKT ONTVANGEN 8 DECEMBER

Hele tekst

(1)

MARIA ONBEVLEKT ONTVANGEN

8 DECEMBER

(2)

MARIA ONBEVLEKT ONTVANGEN

8 DECEMBER

1.

INTROITUS

Gaudens gaudébo in Dómi- no, et exsultábit ánima mea in Deo meo : quia índuit me vestiméntis salútis : et indu- ménto iustítiæ circúmdedit me, quasi sponsam ornátam monílibus suis. Exaltábo te, Dómine, quóniam suscepísti me : nec delectásti inimícos meos super me. Glória Patri, et Fílio, et Spirítui Sancto.

Sicut erat in princípio, et nunc, et semper, et in sǽcula sæculórum. Amen.

1.

INTROITUS

Juichen en jubelen zal ik in de Heer, en mijn ziel zal zich verheugen in God; want Hij heeft mij gehuld in het kleed van mijn heil, mij de mantel der gerechtigheid omgesla- gen, zoals een bruid zich tooit met haar luister. Ik wil U prij- zen, Heer, want Gij trok mij omhoog, opdat mijn vijanden niet over mij juichen. Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen, Amen.

(3)
(4)
(5)

2.

COLLECTA

Deus, qui per immaculátam Vírginis Conceptiónem dig- num Fílio tuo habitáculum præparásti : quǽsumus ; ut, qui ex morte eiúsdem Filii tui prævísa eam ab omni labe præservásti, nos quoque mundos eius intercessióne ad te perveníre concédas. Per eu- ndem Dominum nostrum Ie- sum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia sæcula sæculo- rum. Amen.

Excita, Dómine, corda nostra ad præparándas Unigéniti tui vias : ut, per eius advéntum, purificátis tibi méntibus ser- víre mereámur : Qui tecumvi- vit et regnat, in Unitate Spi- ritus Sancti Deus, per omnia sæcula sæculorum. Amen.

EPISTEL

Dóminus possedit me in iní- tio viárum suárum, ántequam quidquam fáceret a princípio.

Ab ætérno ordináta sum, et

2.

COLLECTA

God, die door de onbevlekte ontvangenis van de heilige maagd een waardige woon- plaats voor uw Zoon hebt bereid, wij bidden U, die om de vooruitgeziene dood van uw Zoon haar voor alle smet bewaard hebt, ons te verlenen dat ook wij door haar voor- spraak zuiver tot U mogen komen. Door dezelfde Jezus Christus uw Zoon, onze Heer, die met u leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen, Amen.

Wek onze harten op, Heer, om voor uw eniggeboren Zoon de wegen te bereiden, opdat wij door zijn komst U met gezuiverde harten mogen dienen. Hij die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Jahwe schiep mij aan het be- gin van zijn wegen, nog voor zijn werken, van oudsher. Van eeuwigheid ben ik gevormd,

(6)

ex antíquis, ántequam terra fíeret. Nondum erant abýssi, et ego iam concépta eram : necdum fontes aquárum erúperant : necdum montes gravi mole constíterant : ante colles ego parturiébar : adhuc terram non fécerat et flúmi- na et cárdines orbis terræ.

Quando præparábat cælos, áderam : quando certa lege et gyro vallábat abýssos : quan- do .thera firmábat sursum et librábat fontes aquárum : quando circúmdabat mari términum suum et legem ponébat aquis, ne transírent fines suos : quando appendé- bat fundaménta terræ. Cum eo eram cuncta compónens : et delectábar per síngulos dies, ludens coram eo omni témpore : ludens in orbe terrárum : et delíciæ meæ esse cum filiis hóminum.

Nunc ergo, filii, audíte me : Beáti, qui custódiunt vias meas. Audíte disciplínam, et estóte sapiéntes, et nolíte abiícere eam. Beátus homo, qui audit me et qui vígilat ad

vanaf het begin, voordat de aarde ontstond. Toen er nog geen oceaan was, was ik al ontvangen, toen er nog geen bronnen waren, rijk aan wa- ter. Voordat de bergen wa- ren neergezet, eerder dan de heuvelen was ik ontvangen.

Hij had de aarde nog niet ge- maakt en de velden, zelfs niet de elementen van de wereld.

Toen Hij de hemel op zijn plaats zette, was ik erbij, toen Hij over de oceaan een boog trok, toen Hij daarboven het machtige wolkengewelf zette, toen Hij de geweldige bron- nen van de oceaan maakte, toen Hij de zee haar grens gaf, zodat het water zijn gebod niet overtrad, toen Hij de grondvesten der aarde bouw- de. Ik was bij Hem als uit- voerster, ik was zijn vreugde, dag in dag uit mij verheugend voor zijn aanschijn, altijd door, mij verheugend over zijn aardrijk en mijn vreugde vindend bij de mensen. Wel- nu, zonen, luistert naar mij:

gelukkig degenen die zich aan

(7)

fores meas cotídie, et obsérvat ad postes óstii mei. Qui me invénerit, invéniet vitam et háuriet salútem a Dómino.

Deo gratias!

mijn wegen houden! Luistert naar mijn onderricht, zodat gij wijs wordt, en onttrekt u er niet aan. Gelukkig de man die naar mij luistert, die waakt bij mijn poorten, dag in dag uit, die blijft wachten bij mijn deur- posten. 35Want wie mij vindt, die vindt het leven en verwerft de gunst van Jahwe. Wij danken God!

3.

GRADUALE

Benedícta es tu. Virgo María, a Dómino, Deo excélso, præ ómnibus muliéribus super terram. Tu glória Ierúsalem, tu lætítia Israël, tu honorifi- céntia pópuli nostri.

ALLELUIA

Allelúja, allelúja, Tota pul- chra es, María : et mácula ori- ginális non est in te. Allelúja.

EVANGELIE

In illo témpore : Missus est Angelus Gábriël a Deo in civitátem Galilǽæ, cui no- men Názareth, ad Vírginem desponsátam viro, cui nomen erat Ioseph, de domo David, et nomen Vírginis María. Et ingréssus Angelus ad eam, dixit : Ave, grátia plena ;

3.

GRADUALE

Gezegend zijt gij, maagd Ma- ria door de allerhoogste Heer en God, boven alle vrouwen op aarde. Gij zijt de roem van Jeruzalem, de vreugde van Israël, de trots van ons volk.

ALLELUIA

Alleluia: Alles is schoon aan u, Maria, en de erfsmet kleeft u niet aan. Alleluia.

In de zesde maand werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, 27tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria.

28Hij trad bij haar binnen en sprak: ‘Verheug u, Begenadig-

(8)

Dóminus tecum : benedícta tu in muliéribus. Laus Tibi, Christe!

de, de Heer is met u!’ Gij zijt de gezegende onder de vrou- wen! Lof zij U, Christus!

(9)
(10)

4.

OFFERTORIUM

Ave, María, grátia plena ; Dó- minus tecum : benedícta tu in muliéribus, Allelúia.

5.

SECRETA

Salutárem hóstiam, quam in sollemnitáte immaculátæ Conceptiónis beátæ Vír- ginis Maríæ tibi, Dómine, offérimus, súscipe et præsta

4.

OFFERTORIUM

Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.

5.

SECRETA

Heer, aanvaard het heil- brengende Offer dat wij U opdragen op het feest van de onbevlekte ontvangenis van de heilige maagd Maria, en

(11)

: ut, sicut illam tua grátia præveniénte ab omni labe im- múnem profitémur ; ita eius intercessióne a culpis ómni- bus liberémur.

Hæc sacra nos, Dómine, po- ténti virtúte mundátos ad suum fáciant purióres veníre princípium. Per Dóminum nostrum Iesum Christum Filium tuum, qui Tecum vivit et regnat, in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia sæcu- la sæculorum. Amen.

Placáre, quǽsumus, Dómine, humilitátis nostræ précibus et hóstiis : et, ubi nulla sup- pétunt suffrágia meritórum, tuis nobis succúrre præsídiis.

Per Dóminum nostrum Ie- sum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia sæcula sæculo- rum. Amen.

6.

PREFATIO

Per ómnia sǽcula sæculó- rum. Amen.

geef dat, net zoals wij belijden dat zij door uw voorkomen- de genade van alle smet is vrijgebleven, wij zo ook door haar voorspraak van al onze schulden mogen worden be- vrijd. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de Eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Wij bidden U, Heer: laat U verzoenen door onze nede- rige gebeden en offergaven, en daar wij geen verdiensten hebben om ons aan te beve- len, sta Gij zelf ons dan bij met uw hulp. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de Eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

6.

PREFATIO

Door alle eeuwen der eeu- wen, Amen.

(12)

Dóminus vobíscum.

Et cum spíritu tuo.

Sursum corda.

Habémus ad Dóminum.

Grátias agámus Dómino, Deo nostro.

Dignum et justum est.

Vere dignum et iustum est, æquum et salutáre,

nos tibi semper et ubíque grátias ágere: Dómine, sanc- te Pater, omnípotens ætérne Deus: Et te in conceptione immaculatabeátæ Maríæ semper Vírginis

collaudáre, benedícere et prædicáre. Quæ et Unigéni- tum tuum Sancti Spíritus obumbratióne concépit:

et, virginitátis glória per- manénte, lumen ætérnum mundo effúdit, Iesum Chris- tum, Dóminum nostrum.

Per quem maiestátem tuam laudant Angeli, adórant Do- minatiónes, tremunt Potestá- tes. Cæli cælorúmque Virtú- tes ac beáta Séraphim

De Heer zij met U.

En met uw geest.

Verhef uw hart.

Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Brengen wij dank aan de Heer onze God.

Hij is onze dankbaarheid waardig.

Heilige Vader, machtige, eeuwige God: om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij U danken altijd en overal. En nu vandaag verheerlijken wij U om de onbevlekte ontvangenis van de heilige Maria altijd maagd.

Zij, die, overschaduwd door de Heilige Geest, uw Woord ontvangen heeft en in haar schoot gedragen; zij heeft de luister van haar maagdelijk- heid bewaard, het levenslicht heeft zij geschonken aan Hem die wordt genoemd ‘het Licht der wereld,’ Jezus Christus onze Heer. Door wie de en- gelen, machten en krachten eenstemmig van U spreken,

(13)

sócia exsultatióne concéle- brant. Cum quibus et nostras voces ut admítti iúbeas, de- precámur, súpplici confessió- ne dicentes.

huiverend U aanbidden, Ko- ning in majesteit. Laat nu ook onze stemmen meeklinken in dit koor, wij smeken U - en dat ook onze hulde wordt gehoord als voor uw troon dit lied wordt aangeheven:

(14)

7.

COMMUNIO

Gloriósa dicta sunt de te, María : quia fecit tibi magna qui potens est.

8.

POSTCOMMUNIO Sacraménta quæ súmpsimus, Dómine, Deus noster : illíus in nobis culpæ vúlnera répa- rent ; a qua immaculátam beátæ Maríæ Conceptiónem singuláriter præservásti. Per Dóminum nostrum Iesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat, per

7.

COMMUNIO

Heerlijk heeft men over u gesproken, Maria, want de Machtige heeft aan u grote dingen gedaan.

8.

POSTCOMMUNIO Moge het Heilig Sacrament dat wij genuttigd hebben, Heer onze God, in ons de wond genezen van die schuld waarvoor Gij de onbevlekte ontvangenis van de heilige Maria door een bijzonder voorrecht hebt bewaard.

Door Jezus Christus, uw

(15)

omnia sæcula sæculorum, Amen.

Suscipiámus, Dómine, mise- ricórdiam tuam in médio templi tui: ut reparatiónis nostræ ventúra sollémnia cóngruis honóribus

præcedámus. Per Dóminum nostrum Iesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat, per omnia sæcula sæculorum, Amen.

Zoon en onze Heer, die met U leeft en heerst, in de Een- heid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer, laat ons uw barmhar- tigheid ondervinden mid- denin uw tempel, zodat wij ons waardig op het komen- de feest van onze Verlosser zullen voorbereiden. Door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer, die met U leeft en heerst, in de Eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

(16)

Verheven moeder van de Verlosser, die altijd zijt de open deur des hemels en de ster der zee, kom het volk te hulp dat valt en poogt op te staan. Gij die tot verwondering van de natuur uw heilige Schepper hebt gebaard en maagd zijt gebleven; gij die door Gabriël zijt begroet, ontferm u over ons, zondaars.

Refrein: Dauwt, hemelen, van boven, gij, wolken, beregene de rechtvaardige.

(17)

Wees niet langer vertoornd, o Heer, denk niet langer aan onze zonden. Zie, de heilige stad is tot woestijn geworden, Sion is tot woestijn geworden. Jerusalem is verdord, het huis van Uw heili- ging en Uw heerlijkheid, waar onze vaderen U geprezen hebben.

(18)

We hebben gezondigd en zijn onrein geworden en zijn ter aarde gevallen als een blad, en onze zonden hebben ons als de wind weggeblazen. U hebt Uw aangezicht verborgen voor ons en ons verpletterd door de zwaarte van onze schuld.

(19)

Aanschouw, Heer, de droefheid van Uw volk, en zend ons dege- ne, die U zenden wil. Zend het Lam, de heerser van de Aarde, van de rotsen der woestijn tot de berg van de dochter van Sion, opdat hij het juk van onze knechting wegneemt.

Ge zult getroost worden, getroost worden, Mijn volk!

Spoedig zal uw heil komen.Waarom verliest u zich in verdriet, terwijl dit juist uw smart verdiept heeft? Vrees niet, Ik zal u redden.Want ik ben de Heer, uw God, de Heilige van Israël, uw Verlosser.

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :