Handboek Wkpb-beheer

Hele tekst

(1)

Dit Handboek is op 31 maart 2021 op zeven punten herzien en is als versie 2.0 gepubliceerd. Het vervangt hiermee de derde versie (1.2) van 15 oktober 2020.

HANDBOEK

• Bijna alle verwijzingen naar de gemeentelijke transitie die in 2020 heeft plaatsgevonden, zijn verwijderd.

• In paragraaf 4.6.5 worden enkele voorbeelden genoemd van besluiten die niet Wkpb-relevant zijn en derhalve ook niet ingeschreven mogen worden in de openbare registers.

• In paragraaf 5.4.2 is opgenomen dat handmatig ingetekende geometrie alleen als werkingsgebied mag worden gekozen als een kaartje deel uitmaakt van het besluit.

• In paragraaf 5.11.5 wordt gemeenten erop geattendeerd dat zij bij inschrijving van een besluit krachtens de Wet bodembescherming altijd de grondslagcode WBI dienen te gebruiken.

• In paragraaf 6.1 is de tekst over eHerkenning aangepast aan de nieuwste ontwikkelingen.

• In paragraaf 7.2 is de opsomming van (beschikbare) PDOK-webservices verbeterd en aangevuld: beperkingeninformatie wordt via WMS, WFS en Atomfeed ontsloten.

• Er zijn diverse tekstuele correcties doorgevoerd.

--- Dit Handboek met bijbehorende bijlagen is op 15 oktober 2020 op zeven punten herzien en is als versie 1.2 gepubliceerd. Het vervangt hiermee de tweede versie (1.1) van 30 juli 2020.

HANDBOEK

• Verwijzing op pagina 34 naar de paragrafen 3.2 en 3.3 is onjuist, dit had 4.2 en 4.3 moeten zijn

• In paragraaf 5.6.1 is ook het appartementsrecht dat door ondersplitsing is ontstaan expliciet als valide object voor een werkingsgebied opgenomen.

• In dezelfde paragraaf is vermeld dat de afnemer in een eigendomsbericht via Kadaster Online met de aantekening ‘in onderzoek’ in kennis wordt gesteld van een of meerdere niet-valide objecten in het werkingsgebied van de beperking.

• Het zogeheten vier-ogenprincipe wordt voorlopig niet met het beheerportaal BRK-PB ondersteumd, waardoor de opvoerder geen toegang heeft tot het portaal. Dit heeft vooral consequenties voor paragaaf 6.2, maar ook op andere plaatsen zijn kleine wijzigingen doorgevoerd.

• In paragraaf 9.3 zijn enkele gebruikerswensen opgenomen, die als gevolg van een herprioritering dit jaar niet meer ontwikkeld gaan worden.

• Er zijn enkele kleine tekstuele correcties doorgevoerd.

BIJLAGE 1

• Voor beperkingen in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten (zowel besluit als voostel aanwijzing gronden) is ten onrechte Geometrie niet vermeld als mogelijk werkingsgebied.

---

Dit Handboek met bijbehorende bijlagen is op 30 juli 2020 op vier punten herzien en is als versie 1.1 gepubliceerd. Het vervangt hiermee de eerste versie (1.o) van 2 juli 2020.

HANDBOEK

• Op pagina 19 wordt in het kader uitgelegd dat de anonimiseringsregels niet gelden voor beslissingen in administratief beroep en rechterlijke uitspraken die door het bestuursorgaan ter inschrijving aan het Kadaster moeten worden aangeboden. Deze uitleg is correct, maar per abuis werd op pagina 20 tóch gemeld dat beslissingen in administratief beroep en rechterlijke uitspraken door de anonimiseringszeef moeten worden gehaald. Dit is nu gecorrigeerd.

• Op pagina 66 is nu aangegeven dat de VNG de beheerapplicatie BRK-PB als standaardvoorziening voor gemeenten beschouwt.

• Met de publicatie van bijlage 4 (Handreiking gemeentelijke machtiging Wkpb) zijn enkele verwijzingen tekstueel aangepast. Omdat voor het uitvoeren van Wkpb-gerelateerde taken met een machtiging in plaats van mandatering kan worden volstaan is op diverse plaatsen in de tekst en met name in paragraaf 8.3.1 het begrip ‘mandateren’ vervangen door of aangevuld met het begrip ‘machtigen’.

BIJLAGE 4

• De Handreiking gemeentelijke machtiging Wkpb is als bijlage aan het Handboek toegevoegd. De Handreiking bevat

(2)

Handboek

Wkpb-beheer

(3)

Handboek Wkpb-beheer, versie 2.0

© Kadaster / VNG, 31 maart 2021

Auteurs: Ronald Bokhove en Marco Scheffers

Met bijdragen van: Elizabeth Christians, Lida Francken, Arjan Honkoop, Marjolein Kavelaars, Mart Klein, Patrick Koek, Hans Kwast, Jan-Bart Laan, Ad van der Meer, Priya Ramkhelawan, Ruben Roes, Marion Sibeijn, Theo Splithof, Anne Verhage, Tamara Vos en Annie Weijts

(4)

Inhoudsopgave

1 De Wkpb in een notendop ... 5

2 Inleiding en achtergrond ... 7

2.1 Leeswijzer ... 7

2.1.1 Lijst van gebruikte afkortingen ... 7

2.2 Achtergrond ... 8

2.3 Het belang van informatie in onze samenleving en het doel van de Wkpb... 9

2.4 Een beknopte geschiedenis van de Wkpb ... 10

3 Wet- en regelgeving... 12

3.1 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken ... 12

3.2 Kadasterwet ... 13

3.3 Wijzigingswet Wkpb ... 13

3.4 Aanwijzingsbesluit Wkpb ... 13

3.5 Regeling Wkpb ... 13

3.6 Memorie en nota van toelichting ... 14

3.7 Lokale regelgeving ... 14

4 Het beperkingenregister ... 15

4.1 Grondslag ... 15

4.2 Eisen aan brondocumenten ... 15

4.2.1 Anonimiseren ... 16

4.2.2 Suggesties voor het opstellen van brondocumenten ... 18

4.3 Technische inschrijvingsvereisten ... 20

4.4 Leesbaarheid / doorzoekbaarheid... 21

4.5 Handtekeningen in brondocumenten ... 21

4.6 Type besluiten ... 22

4.6.1 Het oorspronkelijke besluit ... 22

4.6.2 Het wijzigingsbesluit ... 23

4.6.3 Het beëindigingsbesluit en de vervallenverklaring ... 23

4.6.4 Het intrekkingsbesluit ... 24

4.6.5 Besluiten die niet relevant zijn voor de Wkpb ... 24

4.7 Bewaartermijnen ... 24

4.7.1 Vakafdeling ... 25

4.7.2 Openbare registers ... 25

4.7.3 Vervallen gemeentelijke besluiten ... 25

4.8 Data in brondocumenten ... 25

4.9 Relatie tussen beperking, werkingsgebied en objecten ... 26

4.9.1 Eén beperking heeft meerdere objecten als werkingsgebied ... 26

4.9.2 Eén beperking bevat meerdere brondocumenten ... 27

4.9.3 Eén brondocument bevat meerdere beperkingen ... 27

5 Processen: aanlevering, registratie en beheer ... 28

5.1 Inleiding: de levenscyclus van een beperking ... 28

5.2 Datumaanduidingen ... 30

5.3 Besluitvorming en bekendmaking ... 32

5.4 Het werkingsgebied ... 34

5.4.1 Wat is een werkingsgebied? ... 34

5.4.2 Het bepalen van een werkingsgebied ... 35

5.4.3 Gevolgen keuze werkingsgebied bij het raadplegen ... 37

5.5 Besmetting ...39

5.6 Aanlevering en inschrijving ...39

(5)

5.6.1 Gebruik van de vrije velden ‘Kenmerk’ en ‘Aantekening’ ... 40

5.6.2 Het inschrijvingsproces ... 41

5.6.3 Aanleveren geometrie ... 42

5.7 Onderhoud beperking ... 43

5.7.1 Actualiseren werkingsgebied ... 44

5.8 Beëindiging van een ingeschreven beperking ... 48

5.9 Rol van het Kadaster en de bewaarder ... 49

5.9.1 Rol van de bewaarder ... 49

5.9.2 Toezichthoudende functie ... 49

5.9.3 Registrerende functie ... 50

5.10 Bestuurlijke herindelingen ... 50

5.11 Enkele specifieke besluiten nader belicht ... 50

5.11.1 Huisvestingswet 2014 ... 51

5.11.2 Gemeentewet ... 51

5.11.3 Opiumwet ... 52

5.11.4 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) ... 52

5.11.5 Wet bodembescherming ... 53

6 Beheerportaal BRK-PB ... 55

6.1 Toegang beheerportaal ... 55

6.2 Rollen: opvoerder en registrator ... 57

6.3 Handleiding BRK-PB beheeromgeving ... 61

6.4 Raadplegen geregistreerde beperkingen in het beheerportaal ... 61

7 Ontsluiting en gebruik ... 63

7.1 Inleiding ...63

7.2 Informatieproducten ...63

7.2.1 BRK Levering ... 64

7.2.2 Machine-to-machinekoppelingen ... 64

7.2.3 Haal Centraal ... 65

7.3 De effecten van het beheer op informatieproducten ... 65

7.4 Inrichting interne informatievoorziening ... 66

7.5 Kadaster-loket is Wkpb-loket ... 66

8 Inrichting van de organisatie ... 68

8.1 Overzicht belangrijkste wijzigingen ... 69

8.2 Van Wkpb-beheerapplicatie naar het beheerportaal BRK-PB ... 70

8.2.1 Samen Organiseren en Common Ground... 70

8.3 Uitvoering wettelijke taak ... 71

8.3.1 Machtiging ... 71

8.3.2 Lokale regelgeving ... 71

8.3.3 Kwaliteitszorg ... 72

8.4 Financiën ... 73

8.4.1 Beheerkosten ... 73

8.4.2 Besparingen ... 74

8.5 De relatie met de Omgevingswet ... 74

9 Landelijk beheer Wkpb en ontwikkelingen ... 76

9.1 Diensten Niveau Overeenkomst ... 76

9.2 Governance BRK-PB ... 76

9.3 Doorontwikkeling beheeromgeving BRK-PB ... 76

10 Bronnenlijst en achtergrondinformatie ... 78

11 Bijlagen ... 79

12 Veelgestelde vragen ... 80

(6)

1 De Wkpb in een notendop

Kenbaarheid

Publiekrechtelijke beperkingen zijn overheidsbesluiten die de handelingsvrijheid van een eigenaar van een onroerende zaak beperken. De eigenaar moet iets doen, of juist iets nalaten, en dat beperkt de vrije uitoefening van zijn eigendomsrecht. Bovendien zal zo’n beperking bij verkoop van het onroerend goed waarschijnlijk van invloed zijn op de (ver)koopprijs. Voor eigenaren en toekomstige eigenaren is het dus van groot belang dat eventuele publiekrechtelijke beperkingen op onroerende zaken kenbaar zijn.

Bestuursorganen

Publiekrechtelijke beperkingen kunnen alleen worden opgelegd door bestuursorganen van gemeenten, provincies, waterschappen en het rijk. Voorwaarde is dat een bestuursorgaan die opleggingsbevoegdheid heeft krachtens een wettelijk voorschrift (in dit handboek aangeduid als de vakwet). Twee voorbeelden van vakwetten zijn de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Woningwet.

Vakwetten

In de meeste vakwetten wordt het aan het bestuursorgaan overgelaten om het besluit te publiceren. Dat maakt het moeilijk om een overzicht van publiekrechtelijke beperkingen te krijgen. Daarom is in 2007 de Wkpb ingevoerd. De Wkpb is dus geen wet die het opleggen van publiekrechtelijke beperkingen mogelijk maakt, maar een wet die een centrale registratie van gegevens van publiekrechtelijke beperkingen regelt opdat die voor eenieder kenbaar zijn. In het kader van de Wkpb zijn 17 vakwetten relevant. Deze staan in het Aanwijzingsbesluit Wkpb vermeld.

Openbare registers en BRK

Sinds de herziening van de Wkpb in 2020 vindt de centrale registratie volledig bij het Kadaster plaats. Alle bestuursorganen leveren de in de Wkpb aangewezen beperkingenbesluiten aan het Kadaster; dit wordt het inschrijven van een stuk genoemd.

Hierbij is het nodig om enkele begrippen goed te onderscheiden. De kern van ‘het kadaster’ bevat twee componenten. De eerste is een register (de openbare registers, OR). Dit is de verzameling van documenten die ter inschrijving worden aangeboden. Die worden opgeborgen op volgorde van binnenkomst, ongeacht de herkomst en het oogmerk. Om documenten te kunnen

terugvinden, is er een tweede component, een registratie (de Basisregistratie Kadaster, BRK).

Deze database bevat gegevens uit elk ingeschreven document (zoals inschrijver, type document, kadastrale aanduiding, datum inschrijving, rechthebbenden), zodat daar op kan worden

geselecteerd. Een bestuursorgaan levert bij een in te schrijven document de benodigde gegevens (de zogeheten essentialia) waarmee het Kadaster de BRK bijwerkt. Vervolgens worden in de BRK alle relaties gelegd met andere relevante gegevens van het object, waardoor de BRK het

samenhangende beeld van de rechtstoestand van een onroerende zaak kan uitleveren. Kortom:

wie heeft welk recht op welke zaak (perceel) verkregen bij welk stuk en met (eventueel) welke beperkingen.

(7)

BRK-PB

Door de vernieuwde Wkpb komt er bij het Kadaster een registratie bij. De OR blijft het register voor de ingeschreven besluiten van publiekrechtelijke beperkingen. Maar omdat de essentialia daarvan anders zijn dan die van privaatrechtelijke overdrachtsakten, is er een aparte registratie gebouwd, en wel de BRK-PB (PB=publiekrechtelijke beperking). Die ontsluit alléén de

documenten in de OR die publiekrechtelijke beperkingen betreffen.

Invoerapplicatie en beheerscherm

Omdat het inschrijven van publiekrechtelijke beperkingen anders is dan bij de privaatrechtelijke onroerende-zaaktransacties, is er een aparte invoerapplicatie voor ontwikkeld die via een browser werkt. Deze applicatie voorziet er in dat een bestuursorgaan de benodigde gegevens en het brondocument in één keer kan aanleveren. Controle van gegevens vindt tijdens het invoerproces plaats; wanneer dat is afgerond en er geen fouten meer zijn, dan wordt de beperking direct in de OR en de BRK-PB ingeschreven. Het Kadaster voert geen nacontrole uit op de ingeschreven beperkingen.

Een bestuursorgaan kan binnen de applicatie een beheerscherm oproepen waarin alle beperkingen van dat orgaan staan vermeld. Het is ook mogelijk om de achterliggende brondocumenten weer op te halen. Daarmee beschikt het bestuursorgaan over een complete registratie van al zijn publiekrechtelijke beperkingen.

Bestuursorgaan, registrator, vakafdeling

Het bestuursorgaan is de formele besluitnemer, maar de feitelijke werkzaamheden zullen door ambtenaren worden uitgevoerd. Voor de Wkpb zijn twee rollen te onderscheiden: die van

opvoerder en van registrator, die de inschrijving bij het Kadaster verzorgt. Het is aan de bronhouder of deze rollen worden gescheiden in de organisatie of dat deze in een en dezelfde persoon

verenigd zijn. Het scheiden van rollen kan binnen de registratie-afdeling plaatsvinden, maar de vakafdeling kan ook een rol toebedeeld krijgen. En hoewel dit niet vaak zal voorkomen kan zelfs de registrator-rol bij de vakafdeling(en) worden ondergebracht.

Mijn Kadaster, eHerkenning

De internetapplicatie is alleen toegankelijk voor bestuursorganen en daar moeten zij expliciet toegang voor krijgen. De BRK-PB applicatie is een van de diensten die onder Mijn Kadaster worden aangeboden, en het is dan ook zaak dat een bestuursorgaan dat publiekrechtelijke beperkingen wil gaan inschrijven, een abonnement op Mijn Kadaster heeft afgesloten. Mijn Kadaster is op zijn beurt alleen te benaderen via een extra beveiligingslaag, te weten eHerkenning.

Werkingsgebied

Elke publiekrechtelijke beperking moet duidelijk aangeven op welk object of gebied zij betrekking heeft. Hiervoor zijn in beginsel vier mogelijkheden: een kadastraal object, een object uit de BAG, een object uit de BGT en een handmatig ingetekende (‘vrije’) contour. Het is afhankelijk van de achterliggende vakwet welke mogelijkheden er bij een bepaald type beperkingenbesluit zijn toegelaten. In de Uitvoeringsregeling Wkpb is een tabel opgenomen waarin de mogelijke werkingsgebieden per beperkingenbesluit zijn gespecificeerd.

(8)

2 Inleiding en achtergrond

2.1 Leeswijzer

Dit Handboek Wkpb-beheer is geschreven om bronhouders als gemeenten, provincies,

waterschappen en rijksdiensten te helpen bij de uitvoering van de gewijzigde Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen onroerende zaken (Wkpb) die sinds 1 april 2020 van kracht is. De nadruk in dit Handboek ligt op het beheer van beperkingen na de zogeheten transitie. Het transitiemoment en de transitiemethode verschilt per bronhouder, gemeenten zijn in 2000 overgegaan van de Landelijke Voorziening Wkpb naar de BRK-PB en beperkingen van de overige bronhouders worden in 2021 overgezet van de BRK naar de BRK-PB. Vanaf dit moment is de wijze van inschrijving en beheer voor alle bronhouders identiek en is het zogeheten duale stelsel ten einde.

In dit Handboek wordt de kern van de Wkpb (hoofdstuk 1) en de achtergrond (hoofdstuk 2) gevolgd door uitleg over de wet- en regelgeving (hoofdstuk 3) en het register met

brondocumenten (hoofdstuk 4). Het registreren, beheren en ontsluiten van beperkingen komt in de hoofdstukken 5, 6 en 7 aan de orde. Hoofdstuk 8 geeft een inkijk in de bronhoudersorganisatie, terwijl in hoofdstuk 9 het landelijk beheer van de Wkpb en te verwachten ontwikkelingen worden geschetst. Achtergrondinformatie is in hoofdstuk 10 ondergebracht, terwijl hoofdstuk 11 de bijlagen bevat waarnaar in eerdere hoofdstukken wordt verwezen.

Let op: Het kan zijn dat de inhoud van dit document een situatie beschrijft die nog niet van toepassing is, zoals bijvoorbeeld bepaalde functionaliteit in de beheeromgeving die in de loop van 2021 wordt opgeleverd. Een actueel overzicht van de gerealiseerde en nog te realiseren

functionaliteit vindt u op de documentatiepagina van het Kadaster. Waar nodig zal dit Handboek van tijd tot tijd worden herzien en worden nieuwe versies via de gebruikelijke

communicatiekanalen onder de aandacht gebracht.

2.1.1 Lijst van gebruikte afkortingen

API Application Programming Interface

AVG Algemene verordening gegevensbescherming BAG Basisregistratie Adressen en Gebouwen BGT Basisregistratie Grootschalige Topografie BRK Basisregistratie Kadaster

BRK-PB Het deel Publiekrechtelijke Beperkingen binnen de BRK BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties DIV Documentaire Informatievoorziening

DMS Document Management System DSO Digitaal Stelsel Omgevingswet GMA GIS Maatwerk en Advies

GML Geographical Mark-up Language

ICT Informatie- en communicatietechnologie ID Identificatienummer van een object IV Informatievoorziening

(9)

KIK Ketenintegratie Inschrijving Kadaster KOL Kadaster Online

LV Landelijke Voorziening

OR Openbare registers van het Kadaster PDOK Publieke Dienstverlening op de Kaart STOP Standaard Officiële Publicaties

TPOD Toepassingsprofiel Omgevingsdocumenten VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wbb Wet bodembescherming

Wkpb Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken Wvg Wet voorkeursrecht gemeenten

2.2 Achtergrond

Het Handboek Wkpb-beheer dat thans voor u ligt beschrijft de organisatorische inrichting van het beheer van de Wkpb en de processen die hieraan ten grondslag liggen als gevolg van de

wetswijziging van 1 april 2020 (Beter Kenbaar). Dit document geeft een beschrijving van de mogelijke beheersituatie en is daarmee voor alle bestuursorganen relevant. Veel bronhouders zullen over de inrichting van het beheer al hebben nagedacht tijdens de transitievoorbereidingen, maar het is ook denkbaar dat dit Handboek vele jaren na de wetswijziging nog een goed inzicht geeft in de wijze waarop het beheer kan worden ingericht, als opfrisser, bij organisatorische veranderingen of bij personele wijzigingen.

Nieuwe wettelijke kaders, nieuwe beheervoorzieningen en het inschrijven van beperkingen en brondocumenten bij het Kadaster vragen om inrichtingskeuzes. U wilt de vakafdelingen wellicht meer betrekken bij beheeractiviteiten, dus een veranderende werkwijze moet besproken en vastgelegd worden. Misschien is de wetswijziging aanleiding om een samenwerking met andere gemeenten of samenwerkingsverbanden aan te gaan of te herzien. De mandaat- of

machtigingsregeling moet misschien worden aangepast. En was het anonimiseren van brondocumenten in de transitieperiode nog gericht op besluiten die soms lang geleden zijn genomen, bij nieuwe besluiten kan direct al rekening worden gehouden met het afschermen van persoonsgegevens. In de beheersituatie krijgen bronhouders anders dan bij de transitie ook te maken met het wijzigen, herroepen of beëindigen van besluiten, al of niet na beslissingen in administratief beroep of als gevolg van gerechtelijke uitspraken. Het beheerportaal BRK-PB is als collectieve voorziening de meest tastbare uiting van de nieuwe Wkpb en de werking van de applicatie komt dan ook aan de orde. Maar er zijn meer producten en diensten die voor

bestuursorganen en voor derden beschikbaar zijn. In dit stappenplan worden informatieproducten als eigendomsinformatie, eigenaarsbericht, PDOK of een API voor brondocumenten behandeld en leest u hoe en waar deze gebruikt worden of ingezet zouden kunnen worden.

Opgelegde beperkingen dienen tijdig te worden geregistreerd. In dit Handboek wordt uitgelegd wat met tijdig wordt bedoeld en wat bronhouders kunnen doen om de termijnen te halen.

Sommige besluiten die in de BRK-PB zijn geregistreerd, kunnen vanaf 2022 in het kader van de Omgevingswet worden overgeheveld naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Wat dat betekent voor bestaande documenten en voor de wijze van registeren wordt uit de doeken gedaan, voor zover hierover al besluitvorming heeft plaatsgehad. Aan het einde van dit Handboek wordt opgesomd welke functionaliteiten in het nieuwe beheerportaal BRK-PB nog niet konden worden

(10)

gerealiseerd, maar die in toekomstige uitleveringen mogelijk alsnog worden aangeboden. Tot slot wordt ingegaan op de governance van de Wkpb en de BRK-PB en de wijze waarop bronhouders invloed hebben en houden op toekomstige ontwikkelingen.

Het Handboek dat nu voor u ligt is in pdf uitgebracht. We willen dit document regelmatig aanpassen aan de actualiteit en daarbij wellicht overstappen op een andere verschijningsvorm.

Het wordt na afloop van het project ‘Beter Kenbaar’ dan ook in beheer genomen door het beheerteam van het Kadaster. Vragen of opmerkingen over dit document kunt u kwijt via kadasterwkpb@kadaster.nl.

2.3 Het belang van informatie in onze samenleving en het doel van de Wkpb

In toenemende mate wordt onze samenleving een digitale informatiesamenleving. We nemen steeds meer beslissingen op basis van informatie en processen worden meer en meer

geautomatiseerd. Informatie is vitaal, informatie is macht. Omdat wij in een democratische rechtsorde leven is het daarom van belang dat overheid en burger over een gelijke

informatiepositie beschikken. Dit dient de rechtszekerheid van burgers. Niet alleen de openheid maar ook de kwaliteit van de informatie speelt hierin een belangrijke rol. De Wkpb is een

rechtsinstrument dat bedoeld is om de rechtszekerheid van burgers te vergroten door overheden te verplichten informatie goed bij te houden en te delen.

De rechten en afspraken over wat op dit eigendom van toepassing is leggen we vast in een notariële akte en deze wordt aan de openbare registers van het Kadaster ter inschrijving

aangeboden. Zo wordt bijvoorbeeld een akte van levering van de eigendom van een onroerende zaak aangeboden en ingeschreven in de openbare registers en administratief vastgelegd in de Basisregistratie Kadaster (BRK). Deze rechten en afspraken worden beheerst door

privaatrechtelijke regelgeving, ze spelen zich af in het privaatrechtelijke domein. De rechten hebben zakelijke werking. Dat wil zeggen, ze blijven op de onroerende zaak rusten ook als deze aan een ander geleverd wordt.

De overheid heeft ook de mogelijkheid om via wetgeving te bepalen welke publiekrechtelijke beperkingen er ten aanzien van onroerende zaken gelden. Dit is het publiekrechtelijke domein. De publiekrechtelijke beperkingen blijven, net als bij zakelijke rechten, op de onroerende zaak rusten, ook als de eigendom aan een ander geleverd wordt. In het Burgerlijk Wetboek rust op verkoper een mededelingsplicht zodat ook de koper kennis kan nemen van informatie over beperkingen op de onroerende zaak, die hij anders niet zou kennen. De verkoper is verplicht mededeling te doen aan de koper van alle specifieke privaatrechtelijke en publiekrechtelijke beperkingen die op de onroerende zaak rusten. De Hoge Raad is in 2015 ingegaan op het verschil in informatiepositie tussen verkoper en koper. De Hoge Raad heeft hierbij afgebakend wanneer iets als een

publiekrechtelijke beperking in de zin van het Burgerlijk Wetboek is te beschouwen, waarvan de verkoper verplicht is mededeling te doen.

Beter Kenbaar realiseert een meer gelijkwaardige informatiepositie tussen verkoper en koper, zonder dat koper afhankelijk is van de mededelingen van verkoper. Maar het helpt ook de

verkoper om invulling te geven aan zijn mededelingsplicht, want deze is zich niet altijd bewust van welke beperkingen van belang zijn voor een vastgoedtransactie (denk bijvoorbeeld aan een aanwijzing op grond van de Huisvestingsverordening). Het vergroot kortom de rechtszekerheid van partijen in het vastgoedverkeer.

(11)

2.4 Een beknopte geschiedenis van de Wkpb

Om te voorkomen dat burgers (meestal via een notaris of makelaar) een zoektocht moeten ondernemen langs verschillende overheden om alle informatie over publiekrechtelijke beperkingen boven water te krijgen is in 2007 de Wkpb ingevoerd. Tot dan toe was er geen wettelijke verplichting om informatie over beperkingen gestructureerd bij te houden en in samenhang te ontsluiten. Weliswaar gold ook vóór de inwerkingtreding van de Wkpb voor enkele beperkende besluiten een inschrijvingsplicht in de openbare registers van het Kadaster, maar pas met de komst van de Wkpb werden beperkingen ‘breed’ ontsloten.

Aanvankelijk zouden er circa 60 verschillende beperkingen onder de paraplu van de Wkpb gaan vallen, te realiseren in twee tranches. In de eerste tranche, ingevoerd in 2007 zijn circa 20 beperkingen opgenomen. De volgende tweede tranche (waarin onder andere

bestemmingsplannen zouden worden opgenomen) is nooit gerealiseerd. Nu weten we dat de tweede tranche grotendeels in de Omgevingswet terecht zal komen. Door invoering van de Wkpb in 2007 werden gemeenten verplicht om besluiten die voortvloeiden uit een wettelijke

vastgestelde lijst van beperkingenbesluiten (opgenomen in het Aanwijzingsbesluit) bij te houden in een gemeentelijk register (met brondocumenten) en een registratie (met administratieve gegevens). Gemeenten leverden een uittreksel van de registratie aan de LV Wkpb via

geprotocolleerd berichtenverkeer. Andere overheden werden gehouden aan de registratie van de brondocumenten bij het Kadaster. Hiermee ontstond het zogeheten duale stelsel.

Figuur 1: Het duale stelsel tussen 2007 en 2020. Gemeenten leggen hun publiekrechtelijke beperkingen vast in de LV Wkpb, andere bronhouders in de BRK. Bij het opvragen van een kadastraal product in Kadaster Online worden beide bronnen geraadpleegd.

Bij uitvoering van de Wkpb kwamen er echter al snel tekortkomingen aan het licht waar zowel beheerders als de afnemers hinder van ondervonden. In 2012 leidde dit tot een evaluatie van de wet. In plaats van een aanpassing van de wetgeving is destijds besloten de aanbevelingen uit deze evaluatie mee te nemen in de toen in ontwikkeling zijnde Omgevingswet. Deze liet echter langer op zich wachten dan voorzien. Vanwege de noodzaak en behoefte om de problemen met de

KADASTER ONLINE

OPENBAAR REGISTER KADASTER REGISTRATIE LANDELIJKE VOORZIENING WKPB

WKPB-TEAM

GEMEENTEN

RIJK – PROVINCIES - WATERSCHAPPEN

(12)

uitvoering aan te pakken is met betrokken partijen1 afgesproken alsnog een wijziging van de wetgeving voor te bereiden.

De volgende tekortkomingen konden hiermee worden ondervangen:

• Het duale stelsel leidde tot twee productielijnen met ieder hun eigen beheerprocessen (met bijbehorende dubbele kosten).

• Gemeentelijke brondocumenten waren alleen in te zien of op te vragen bij de gemeentelijke loketten, terwijl de brondocumenten van de andere bestuursorganen bij het Kadaster opvraagbaar waren. Afnemers ervoeren dit als omslachtig.

• Gemeenten moesten voor de Wkpb een lokale kopie van de BRK bijhouden om de relatie tussen de beperking en het werkingsgebied (BRK) te beheren. De LV Wkpb bevatte weer een kopie van de gemeentelijke BRK. De synchronisatie tussen BRK, LV Wkpb en lokale applicatie bleek foutgevoelig. Dit gold in dezelfde mate voor de bijhouding van de relatie tussen het perceel en de beperking.

Andere gevolgen:

• Het gebruik van alleen kadastrale objecten (percelen en appartementsrechten), zoals onder de oude wetgeving verplicht was, leidde in sommige gevallen tot een onjuist werkingsgebied van de beperking. Als bijvoorbeeld een pand tot gemeentelijk monument is verklaard terwijl dat op een veel groter perceel ligt dan wordt daarmee onnodig veel ruimte belast. De komst van andere basisregistraties en een breder ingevoerd gebruik van geometrie biedt meer

mogelijkheden om het werkingsgebied nauwkeuriger af te bakenen, daarmee de rechtszekerheid dienende. Bijkomend voordeel van een breder palet aan type werkingsgebieden is dat men daarmee beter aansluit op de Omgevingswet.

Om voor deze problemen een oplossing te vinden is in 2018 door het Kadaster een Definitiestudie uitgevoerd. Hierop heeft de VNG in een uitvoeringstoets de gevolgen voor gemeenten

onderzocht. In hoofdstuk 10 wordt naar beide documenten verwezen. Na een positief oordeel heeft een stuurgroep bestaande uit de betrokken partijen in juni 2018 besloten het project Beter Kenbaar te starten en is het ministerie van BZK het traject gestart om de wetswijziging te realiseren. Op 1 april 2020 is de gewijzigde wet van kracht geworden.

1 het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), het Kadaster, gemeenten (VNG) en het notariaat (KNB)

(13)

Kadasterregeling

Wijzigingswet Wkpb

3 Wet- en regelgeving

Als we spreken over de Wkpb, dan bedoelen we vaak het geheel van wetten en regelingen die de overheid heeft vastgesteld om de publiekrechtelijke beperkingen vast te leggen en te ontsluiten.

Een verwijzing naar wetten, regelingen en besluiten is in hoofdstuk 10 te vinden. Onderstaande figuur maakt duidelijk hoe de verschillende onderdelen van de Wkpb zich tot elkaar verhouden:

Figuur 2: Wet- en regelgeving rondom de Wkpb in onderling verband.

3.1 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken

De oorspronkelijke wet Wkpb van 17 juni 2004 is per 1 april 2020 ingrijpend gewijzigd. De Wkpb is een zogeheten raamwet, algemene uitgangspunten zijn in de wet vastgelegd en voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar regelingen en besluiten. Voor deze (gebruikelijke) constructie is gekozen om de regelgeving waar nodig snel aan te kunnen passen aan gewijzigde

omstandigheden. Met een wetswijziging is al gauw een jaar gemoeid, terwijl aanpassing van regelingen en besluiten op ministerieel niveau kan plaatsvinden. In 2020 is de ‘governance’ van de Wkpb verder belegd, waardoor zowel bronhouders, afnemers als het Kadaster een stem hebben in toekomstige aanpassingen in wet- en regelgeving.

Kadasterwet

Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende

zaken

Bijlage: aangewezen categorieën van beperkingen-besluiten

Aanwijzingsbesluit Wkpb

Bijlagen:

I Toegelaten objecttypen II Werkingsgebieden per soort

besluit Regeling Wkpb (uitvoeringsregeling)

(14)

3.2 Kadasterwet

De oorspronkelijke Kadasterwet van 3 mei 1989 is per 1 april 2020 gewijzigd, onder andere op het punt van de authenticatie. Daarmee is het mogelijk gemaakt om brondocumenten ter inschrijving in de openbare registers aan te bieden volgens een op de Wkpb afgestemde procedure. Het idee hierachter is dat een inhoudelijke controle door het Kadaster voor deze documenten niet nodig is, omdat de in te schrijven documenten formele besluiten van bestuursorganen betreffen.

3.3 Wijzigingswet Wkpb

De wijzigingswet Wkpb van 5 februari 2020 regelde dat gemeentelijke bronhouders tussen 1 april en 31 december 2020 hun transitie moesten uitvoeren. Als een gemeente de transitie had voltooid, viel zij onder de werking van de vernieuwde Wkpb. Op de website van het Kadaster is bijgehouden welke gemeenten op welk moment hun transitie hebben voltooid. Dit was relevant voor afnemers, onder meer bij het opvragen van brondocumenten. De wet ziet verder op de wijziging van de Wkpb waarmee ook niet-gemeentelijke bronhouders volgens de ‘nieuwe’ systematiek hun beperkingen aanleveren en beheren. De wijzigingswet regelt voorts enkele aanpassingen in de Kadasterwet.

3.4 Aanwijzingsbesluit Wkpb

Besluit van 19 maart 2007, laatstelijk gewijzigd op 1 januari 2017 dat regelt op welke besluiten de wet Wkpb van toepassing is. Het besluit regelt tevens dat van aanwijzing geen sprake is bij een gedoogplicht voor de duur van minder dan zes maanden.

Bijlage bij het Aanwijzingsbesluit

De bijlage bevat een specificatie van aangewezen categorieën van beperkingenbesluiten die in de Wkpb moeten worden geregistreerd. Dit betreft zowel actuele als inmiddels vervallen

wetsbepalingen. Voor deze laatsten geldt dat ze niet meer kunnen worden opgelegd, maar dat eerder op grond van de vervallen wetsbepaling opgelegde beperkingen nog wel hun werking behouden.

3.5 Regeling Wkpb

De ministeriële regeling Wkpb (ook wel Uitvoeringsregeling Wkpb genoemd, gedateerd 16 maart 2020) is een nadere uitwerking van de wet Wkpb en de Kadasterwet en is sinds 1 april 2020 van kracht. In de regeling is opgenomen wat onder een brondocument dient te worden verstaan, uit welke registraties werkingsgebieden gekozen kunnen worden, op welke wijze handmatig

ingetekende geometrie (ook wel ‘vrije contour’ of ‘contour’ genoemd) moet worden aangeboden, welke essentialia bij inschrijving van een beperking dienen te worden geregistreerd en welke mogelijkheden een bronhouder heeft als een gekozen werkingsgebied niet langer actueel is.

(15)

Bijlagen bij de Uitvoeringsregeling Wkpb

Bij de Uitvoeringsregeling Wkpb zijn twee bijlagen opgenomen:

I: Toegelaten objecttypen: een opsomming van objecttypen uit de BAG, de BGT en de BRK die als werkingsgebied gekozen kunnen worden

II: Werkingsgebied per soort besluit: een opsomming van toegestane werkingsgebieden per grondslag, gerelateerd aan wet of wetsartikel

3.6 Memorie en nota van toelichting

Elke wet is voorzien van een zogeheten memorie van toelichting en elk Besluit en elke Regeling van een nota van toelichting, waarin na een algemene inleiding de inhoud artikelsgewijs worden toegelicht. Ook worden soms voorbeelden gegeven die bronhouders en andere geïnteresseerden beter in staat stellen om de bedoelingen van de wetgever te doorgronden. De memorie van toelichting is ook een afwegingskader, waaruit blijkt welke keuzes zijn gemaakt en op welke manier alternatieven zijn gewogen. De Memorie en de nota van toelichting geven kortom in goed toegankelijke niet-juridische taal een inkijk in de totstandkoming en betekenis van de wet- en regelgeving.

3.7 Lokale regelgeving

De wetgever laat de overheid op veel gebieden ruimte voor lokaal beleid. Indien dit in

beleidsregels wordt vastgelegd spreken we ook wel van een verordening. In de vakwetten die aan de Wkpb ten grondslag liggen is een dergelijke verordening soms opgenomen als mogelijke grondslag. Zo kunnen gemeenten en provincies nadere regels stellen op grond waarvan een onroerende zaak als monument kan worden aangewezen. Er zijn ook bestuursorganen die een dergelijke verordening niet hebben vastgesteld. Dit kan er toe leiden dat in het ene bestuurlijke gebied een bouwwerk wél en in een ander gebied een vergelijkbaar bouwwerk niet als monument wordt aangewezen. Bedenk hierbij dat de Wkpb slechts inschrijft wat met de vakwetten wordt geregeld.

Een aantal gemeenten heeft de Wkpb ondergebracht in een verordening die de

gegevenshuishouding rondom basisinformatie regelt. Het is wenselijk om deze verordening te toetsen aan de wetswijzigingen van 2020. Dat geldt ook voor de mandatering/machtiging waarmee bestuursorganen taken rondom de Wkpb in de organisatie onderbrengen. Meer informatie hierover is te vinden in hoofdstuk 8.

(16)

4 Het beperkingenregister

De Wkpb kan worden beschouwd als een ‘parapluwet’, een wet die besluiten die voortkomen uit een limitatief aantal andere wetten kenbaar maakt. In het Aanwijzingsbesluit Wkpb (zie hoofdstuk 10 voor een verwijzing) staat welke wetten en welke wetsartikelen onder de werkingssfeer van de Wkpb vallen. Met de wetswijziging van de Wkpb is het Aanwijzingsbesluit niet aangepast. Dit houdt dus in dat bij de transitie van de LV Wkpb naar de BRK-PB (gemeenten) en van de BRK maar de BRK-PB (overige bronhouders) alle vigerende beperkingen werden meegenomen en dat geen nieuwe beperkingen – afkomstig uit andere wetten – behoefden te worden geregistreerd. Het Aanwijzingsbesluit van 2017 geldt dus onverkort voor alle bestaande beperkingen. De relatie tussen de Wkpb en de vakwetten uit het Aanwijzingsbesluit is ook terug te vinden in de grondslagcode, de twee- of drieletterige aanduiding die verwijst naar de wet of het wetsartikel waar het besluit op gestoeld is. In de registratie en in de informatieproducten is de code of de naam van de bijbehorende wet terug te vinden.

4.1 Grondslag

De tweeletterige beperkingencodes die ingevolge de oude wet zowel in de LV Wkpb als in de BRK werden gebruikt, zijn na de wetswijziging vervangen door een drieletterige code waarmee de grondslag in alle gevallen tot op wetsartikelniveau kan worden gespecificeerd. Voor bestaande beperkingen blijft de tweeletterige code bestaan indien de gemeentelijke beperking via de transitiesheet is overgeheveld van de LV Wkpb naar de BRK-PB en voor de niet-gemeentelijke bronhouder die met bestaande beperkingen overgaat van de BRK naar de BRK-PB. Gemeentelijke bronhouders die bij de transitie gebruik hebben gemaakt van het beheerportaal BRK-PB werden wel direct met de nieuwe codering geconfronteerd. Alle bestaande beperkingen worden dan immers ‘nog een keer’ opgevoerd volgens de conventies van de BRK-PB. Hoewel de nieuwe codes geen formele status hebben (ze worden niet vermeld in enig wet of regeling) en ook de grondslag wordt uitgeschreven in het beheerportaal, zullen ze naar verwachting snel bekendheid krijgen onder de beheerders bij het inschrijven van en zoeken naar al ingeschreven beperkingen.

Zie voor een relatietabel tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ met bijbehorende wetten en coderingen bijlage 1 bij dit Handboek. In deze tabel wordt met de kolom ‘Oude code LV’ duidelijk gemaakt welke beperkingen door gemeentelijke bronhouders kunnen worden ingeschreven en met de kolom

‘Oude code BRK’ welke door niet-gemeentelijke bronhouders. De aanduiding ‘Transitie aanbieder’

geeft aan dat tot de bronhouder die de transitie heeft uitgevoerd tot deze datum de oude code diende te gebruiken (in LV of BRK) en hierna de nieuwe (in BRK-PB).

4.2 Eisen aan brondocumenten

De technische en inhoudelijke eisen die in de beheerfase aan brondocumenten worden gesteld zijn niet anders dan die in de gemeentelijke transitiefase. Ook in de beheerfase speelt dus de vraag wat (en wat niet) er onder een brondocument moet worden verstaan. Er is ook een verschil, bij brondocumenten uit het verleden moeten we het doen met de documenten die we hebben, maar bij besluiten die nog genomen moeten worden kunnen we kritischer zijn ten aanzien van de inhoud en waar nodig en gewenst de inhoud afstemmen op de hedendaagse eisen. Een brondocument moet in de eerste plaats duidelijkheid geven over de opgelegde beperking, voor

(17)

welk tijdvak de beperking geldt en wat de eventuele voorwaarden voor het opheffen van de beperking zijn. Het brondocument biedt ook rechtszekerheid: de beperking kan er als het ware mee worden afgedwongen. Om deze zekerheid te borgen heeft de wetgever bepaald dat het brondocument door een ieder ingezien moet kunnen worden.

De Europese privacyverordening AVG staat echter het openbaren van gegevens die naar

natuurlijke personen te herleiden zijn in de weg, tenzij openbaring rechtstreeks voortvloeit uit de achterliggende wetgeving (Wkpb, Kadasterwet of vakwetten). Daarnaast kunnen ook intellectueel eigendom van gegevens (bijvoorbeeld bouwtekeningen), copyrights (bijvoorbeeld fotomateriaal), het tegengaan van criminaliteit (bijvoorbeeld interieurbeschrijvingen van woningen) of het voorkomen van identiteitsfraude (met handtekeningen) redenen zijn om het besluit niet in zijn volle omvang te openbaren. De Wkpb-wetgeving maakt onderscheid tussen de registratie (met essentialia die in de BRK-PB worden opgenomen) en het document dat hieraan ten grondslag ligt (en in de openbare registers wordt ingeschreven). Krachtens artikel 3 van de Wkpb mag alleen een beperkingenbesluit, een beslissing in administratief beroep of een rechterlijke uitspraak ter inschrijving worden aangeboden. Het is dus niet toegestaan om een tweede geanonimiseerd document met uitsluitend essentialia als brondocument aan te bieden. De bronhouder geeft bij een inschrijving een zogeheten essentialia- en equivalentieverklaring (hierna: equivalentie- verklaring) af waarmee hij aangeeft dat de inhoud van de registratie is ontleend aan het brondocument en dat het ingeschreven stuk hiervan een afschrift is. Deze verklaring wordt geautomatiseerd aangemaakt na elke inschrijving en is als onderdeel van het brondocument zichtbaar voor afnemers.

4.2.1 Anonimiseren

In brondocumenten treffen we subjectgebonden gegevens aan: de naam van de eigenaar, de klacht van de buren, de visie van de ambtenaar of de handtekening van de bestuurder om maar eens wat te noemen. Deze vallen onder de werkingssfeer van de AVG, voor zover openbaring van

persoonsgegevens niet nadrukkelijk is opgenomen in andere wet- en regelgeving.

Brondocumenten worden ingevolge de gewijzigde wet Wkpb opgenomen in de openbare registers

Brondocument is brondocument

Nu brondocumenten geanonimiseerd moeten worden voor opname in de openbare registers, komt nogal eens de vraag op of een geanonimiseerde ‘samenvatting’ van het beperkende besluit niet voldoende zou zijn.

Het antwoord daarop is ‘nee’. Het brondocument geeft elke belanghebbende inzicht in de achtergrond van het beperkende besluit – met alle noodzakelijke details, en dat kan niet afgedaan worden met een

(subjectieve) samenvatting. Bovendien moet bedacht worden dat de BRK-PB feitelijk die samenvatting is, de essentialia zijn hierin immers opgenomen en via diverse informatieproducten van het Kadaster direct raadpleegbaar. Daarom moet het beperkende besluit altijd als startpunt dienen voor het anonimiseren. Het in de openbare registers onder te brengen document hoeft echter niet een letterlijke kopie te zijn van het eigenlijke besluit. Als met een tekstverwerker bij de opbouw van het document twee versies vervaardigd worden, één geanonimiseerde en één niet-geanonimiseerde dan is dat prima. Met een sjabloon kan dit desgewenst afgedwongen worden. Zorg er dan wel voor dat de geanonimiseerde versie identiek is aan het origineel, persoonsgegevens uitgezonderd. De geanonimiseerde versie behoeft dan ook niet ondertekend te worden, want in het kader van identiteitsfraude zou het onleesbaar maken van de handtekening een van de eerste acties zijn en wat er niet is, behoeft niet te worden weggehaald. Wat zonder meer gescheiden kan worden van het eigenlijke besluit is de oplegbrief (kennisgeving), gericht aan een belanghebbende als een eigenaar.

(18)

(OR) bij het Kadaster, waarmee er geen noodzaak is om als bronhouder een eigen register te voeren. De Kadasterwet schrijft voor dat documenten die in de openbare registers zijn opgenomen, voor iedereen raadpleegbaar zijn. Omdat deze documenten zonder menselijke tussenkomst op digitale wijze aan aanvragers worden verstrekt, is het van belang om

persoonsgegevens vóór opname van het document in de OR te anonimiseren. Dit houdt in dat elk brondocument op de aanwezigheid van persoonsgegevens moet worden beoordeeld. De vraag is dan om welke persoonsgegevens het hier gaat en op welke wijze deze uit het brondocument dienen te worden verwijderd.

Wat is een persoonsgegeven?

In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is aangegeven dat met

persoonsgegevens alle informatie wordt bedoeld over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon, over alle informatie dus die herleidbaar is tot een natuurlijke persoon. Het gaat er om of de identiteit van een natuurlijke persoon redelijkerwijs, zonder onevenredige inspanning, kan worden vastgesteld. Een persoonsgegeven mag alleen worden verwerkt (en dus ook geopenbaard) als sprake is van een welbepaald en uitdrukkelijk omschreven doel (artikel 5 van de AVG).

Welke persoonsgegevens dienen te worden afgeschermd?

Als persoonsgegevens worden die zaken beschouwd die tot individuele personen herleidbaar zijn.

Daaronder vallen niet alleen namen, maar ook identificerende zaken als geboortedata, telefoonnummers, burgerservicenummers, rekeningnummers etc. Alleen enkele

persoonsgegevens (voornamen, voorletters, achternaam) van bestuurders vallen niet onder deze regel. Bestuurders vervullen een publieke functie in het openbaar bestuur en kunnen op grond daarvan in mindere mate een beroep doen op bescherming van persoonsgegevens. Dat geldt de facto ook voor gemandateerde/gemachtigde ambtenaren.

Onder naar een natuurlijk persoon herleidbaar gegeven vallen:

• voorna(a)m(en), voorletter(s) en achterna(a)m(en);

• identificatienummer(s) als BSN;

• geslachtsaanduiding en huwelijkse staat;

• geboortedatum en geboorteplaats;

• woonadres en contactadres;

• vast of mobiel telefoonnummer;

• persoonlijk mailadres;

• functiebenamingen;

• gedrag of zienswijze voor zover dit objectief naar een natuurlijke persoon te herleiden is.

Van voorgaand uitgangspunt zijn de volgende gegevens uitgezonderd:

• voorna(a)m(en), voorletter(s), achterna(a)m(en) of functienaam van bevoegde functionarissen of gemandateerde/gemachtigde ambtenaren (dit laatste blijkend uit het openbare mandaat- of machtigingsregister);

• gegevens van organisaties of personen die geen relatie hebben met de opgelegde beperking, maar die zijn opgenomen om de beperking nader te onderbouwen (bijvoorbeeld de naam van een beroemd architect op grond waarvan een pand als gemeentelijk monument is

aangewezen).

(19)

Voor het weghalen van een handtekening kan geen beroep worden gedaan op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Vanwege een hoog risico op identiteitsfraude is het echter gewenst om bij een natte handtekening2 deze met (gedeeltelijk) afdekken ‘onbruikbaar’ te maken.

Het gedeeltelijk afdekken is soms noodzakelijk omdat de handtekening door de (getypte) tekst heen kan lopen. Een droge handtekening (getypt) is geen bezwaar, mits deze afkomstig is van een bevoegd functionaris of een gemandateerde/gemachtigde ambtenaar. Voor deze ambtenaar geldt dan weer dat deze wordt vermeld in het openbare mandaat/machtigingsregister. Wij adviseren om de ‘ongewenste’ persoonsgegevens weg te halen en niet te vervangen door rolnamen of pseudo-aanduidingen. Dit komt deels voort uit praktische overwegingen (snelheid, kosten), en deels doordat beperkende besluiten soms lang geleden genomen zijn, waardoor de rol van genoemde personen niet altijd duidelijk is (bijvoorbeeld de rol van de aangeschreven persoon). Bij nieuw te nemen besluiten vallen dergelijke aanduidingen wel te overwegen om de leesbaarheid van het brondocument te vergroten. Om vanuit een applicatie een karakter af te dekken (eventueel via zoeken en vervangen) kan de alt-code 219 worden gebruikt: █ .

4.2.2 Suggesties voor het opstellen van brondocumenten

Anders dan besluiten ‘van de oude stempel’ (van voor de AVG of de Wet bescherming persoonsgegevens) doet zich de mogelijkheid voor nieuwe besluiten op te stellen rekening houdend met de huidige wet- en regelgeving en de eisen met betrekking tot digitale

toegankelijkheid. Het zou natuurlijk mooi zijn om een model of sjabloon op te leveren waarin al deze aspecten aan de orde komen, maar de Wkpb heeft met veel uiteenlopende vakwetten en verschillende vertalingen daarvan binnen organisaties van doen, waardoor het gebruik van één modeldocument voor alle beperkingenbesluit niet realistisch is. Wel zijn enkele suggesties te geven:

• Het werkingsgebied wordt in oudere brondocumenten niet altijd eenduidig vastgelegd.

Aanduidingen als ‘de monumentale boerderij aan Kerkweg 8’ zullen de toets der eenduidigheid nog wel kunnen doorstaan, anders wordt het al met ‘de oude stenen

schoorsteen in de Belterpolder’ als hier meerdere exemplaren staan. Een kaartje in het besluit of als bijlage bij het besluit is noodzakelijk wanneer handmatig ingetekende geometrie als werkingsgebied wordt gekozen. Beter is het om voor nieuwe beperkingen (ook) gebruik te maken van identificatienummers bij gebruik van objecten uit de BRK, de BAG of de BGT, deze zijn immers landelijk en langjarig beschikbaar en geven het werkingsgebied met de grootst

2 Met een ‘natte handtekening’ bedoelen we een handtekening die met pen op het originele besluit is geplaatst.

Rechterlijke uitspraak: de uitzondering

Bij een rechterlijke uitspraak die het beperkende besluit nietig verklaart of voor een deel herroept dient de uitspraak door het bestuursorgaan als brondocument ter inschrijving te worden aangeboden. Omdat het bestuursorgaan als doorgeefluik fungeert (het heeft zelf immers geen invloed op de inhoud van het document), geldt hier een uitzondering op de anonimiseringsregels en dient het document onbewerkt te worden doorgeleid naar de openbare registers. Als het gemeentelijke besluit als bijlage is bijgevoegd, behoeft dit niet nog eens deel uit te maken van het in te schrijven brondocument. Het is immers al in de openbare registers opgenomen en door het niet opnieuw aan te bieden voorkom je dat persoonsgegevens in het oorspronkelijke besluit alsnog worden geopenbaard. Ook indien een beslissing in administratief beroep gevolgen heeft voor een ingeschreven beperking behoeft het brondocument dat bij deze beslissing hoort niet geanonimiseerd te worden. Kortom: een bronhouder anonimiseert alleen zijn eigen document en niet dat van derden.

(20)

mogelijke nauwkeurigheid aan. Bedenk dat het werkingsgebied eenduidig aan het

brondocument ontleend dient te worden. Bij mogelijke interpretatieverschillen is dat niet het geval en is de beperking feitelijk niet te handhaven. Het later alsnog toevoegen van

verduidelijkingen of verbeteringen kan de leesbaarheid weliswaar bevorderen, maar heeft geen rechtsgevolg. Een bronhouder kan zich er bij een juridisch geschil niet op beroepen, ook niet als het brondocument is ingeschreven in de openbare registers. Bij een juridisch geschil loopt de bronhouder in dat geval dus evengoed het risico het onderspit te delven. Het doorhalen of muteren van tekstpassages of aanduidingen in besluiten is dus geen goed idee.

• In de praktijk zien we nogal eens dat een besluit vermengd wordt met de kennisgeving. Het besluit is dan gepersonaliseerd en aan een belanghebbende (bijvoorbeeld een bewoner of een eigenaar) gericht. Een eerste stap om te voldoen aan de AVG is om de kennisgeving separaat van het eigenlijk besluit op te stellen. Het besluit kan dan als bijlage bij de kennisgeving worden meegestuurd, terwijl het de bronhouder vrijstaat het besluit breder te verspreiden.

Alleen het daadwerkelijke besluit is in dat geval inschrijvingsplichtig in het kader van de Wkpb.

• Het streven moet zijn om zo min mogelijk persoonsgegevens in het beperkende besluit op te nemen (het is immers objectgericht), maar helemaal zonder gaat het vaak niet. De

leesbaarheid voor de direct betrokkenen mag immers niet lijden onder de regels die de AVG aan brondocumenten stelt. Bij het verwoorden van zienswijzen die zijn ingebracht, vertoond gedrag of het uitvoeren of nalaten van maatregelen is niet altijd te verhullen wie de persoon in kwestie is en is het ‘weglakken’ van gevoelige gegevens soms onvermijdelijk. Een

standaardindeling bij het maken van besluiten kan helpen bij het gemakkelijk verwijderen van gevoelige informatie. Alle persoonsgegevens worden bijvoorbeeld in de derde alinea op de eerste pagina en in de eerste alinea op de derde pagina vermeld. Ook het opnemen van vervangende termen als betrokkene, eigenaar, bewoner kan het anonimiseren gemakkelijker maken zonder dat dit al te veel afbreuk doet aan de leesbaarheid van de tekst bij degene die het originele besluit onder ogen krijgt. Het is goed als de opsteller van een beperkend besluit zich realiseert dat het brondocument opgenomen dient te worden in de openbare registers van het Kadaster. Het weghalen of niet opnemen van gegevens in brondocumenten die herleidbaar zijn naar natuurlijke personen is de verantwoordelijkheid van de bronhouder. Het Kadaster is lijdend en toetst bij inschrijving alleen op de technische inschrijvingsvereisten.

• Het anonimiseren van brondocumenten heeft betrekking op álle stukken die ter inschrijving worden aangeboden aan de openbare registers, met uitzondering van beslissingen in administratief beroep en rechterlijke uitspraken (zie ook het kader op pagina 19). Dit betreft dus niet alleen de oorspronkelijke beperkingenbesluiten, maar ook wijzigingsbesluiten, beëindigingsbesluiten (of vervallenverklaringen) en intrekkingsbesluiten. Een beëindigings- of intrekkingsbesluit (of vervallenverklaring) leidt er weliswaar toe dat de betreffende beperking direct of in de nabije toekomst niet meer via de informatieproducten van het Kadaster wordt aangeboden, maar via kadastrale recherche (een op verzoek uit te voeren onderzoek door het Kadaster) kan ook een dergelijk document te allen tijde worden opgevraagd.

• Vóór de wetswijziging van 2o20 was elke gemeente houder van zijn eigen Wkpb-register. Bij een vraag om inzage in een brondocument gaf dit de mogelijkheid om het besluit te

anonimiseren voordat de belanghebbende dit onder ogen kreeg. Na de wetswijziging zijn alle documenten ondergebracht in de openbare registers van het Kadaster en kunnen deze op elk moment worden geraadpleegd. Het inzagerecht bij gemeenten is vervallen met de

wetswijziging. Gemeenten kunnen net als andere bronhouders bij een inzagebehoefte dus naar het Kadaster verwijzen. Niettemin kan een bronhouder besluiten om zijn eigen

brondocumenten ook rechtstreeks aan belanghebbenden ter inzage te geven. Het zal duidelijk zijn dat ook deze documenten op dezelfde wijze geanonimiseerd dienen te worden, zodat er

(21)

feitelijk geen verschillen zijn met de documenten die in de openbare registers zijn opgenomen.

• Er zijn enkele vakwetten die voorschrijven dat in het beperkende besluit expliciet moet

worden aangegeven dat het besluit ook geldt voor eventuele rechtsopvolgers. Het betreft hier het bestuursdwangsbesluit of het dwangsombesluit gericht op naleving van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo), alsmede het bestuursdwangbesluit of het dwangsombesluit gericht op naleving van de Woningwet. In andere wetten wordt geen vergelijkbare

verplichting vermeld, maar aangezien publiekrechtelijke beperkingen worden gevestigd op objecten en niet op de personen die er eigenaar van zijn, geldt het besluit evengoed voor rechtsopvolgers. Het kan ook in die gevallen verstandig zijn om in het besluit aan te geven dat de beperking overgaat op rechtsopvolgers. De volgende zinsnede kan in dat geval toegevoegd worden:

Besluit geldt ook voor uw rechtsopvolgers

Hierbij laten wij u weten dat dit besluit ook geldt voor uw eventuele rechtsopvolgers en verdere rechtsopvolgers. Hieraan kan nog een nadere verwijzing worden toegevoegd, zoals in de vermelde twee vakwetten ‘volgens artikel 5:18 van de Wet algemene bepalingen

omgevingsrecht’ of een uitwerking zoals het innen van een dwangsom.

4.3 Technische inschrijvingsvereisten

Behalve inhoudelijke eisen worden er ook technische inschrijvingsvereisten gesteld aan de brondocumenten. Wordt bij de aanlevering niet aan de technische inschrijvingsvereisten voldaan, dan wordt een inschrijving geweigerd. Dit geldt ook voor brondocumenten die gebruikt worden om een bestaande beperking te muteren, te beëindigen of te herroepen. Wat zijn die technische inschrijvingsvereisten?

• bestand van het type pdf (soort en versie doen niet ter zake);

• bestand is niet beveiligd met een wachtwoord;

• bestandsnaam: maximumaantal karakters van 80;

• maximaal aantal van 24 embedded fonts/embedded types;

• niet corrupt 3 ;

• maximale omvang 100 Mb 4;

• geen digitale (door een derde partij gecertificeerde) ondertekening 5;

• tags6 zijn toegestaan.

3 Het bestand moet technisch leesbaar en bewerkbaar zijn.

4 De 100 Mb is inclusief de door het Kadaster bij inschrijving gegenereerde equivalentieverklaring en bewaardersrelaas, voor de bronhouder blijft bij aanlevering dan nog minimaal 99 Mb over.

5 Digitaal ondertekende documenten zijn niet toegestaan in de openbare registers vanwege het risico dat deze op enig moment niet meer raadpleegbaar zijn. Zie ook paragraaf 4.5.

6 Pdf-bestanden met tags bevatten metagegevens waarmee de documentstructuur en de volgorde van de verschillende documentelementen (zoals afbeeldingen, tekstblokken, kolommen en titels) worden beschreven. Hierdoor kunt u gemakkelijker tekst of afbeeldingen uit pdf-bestanden extraheren en in schermlezers de inhoud van het bestand in de juiste volgorde presenteren.

(22)

4.4 Leesbaarheid / doorzoekbaarheid

Het brondocument in de openbare registers kan op elk moment van de dag door elke belangstellende worden geraadpleegd, zonder dat de bronhouder hier weet van heeft of de raadpleger hierbij behulpzaam kan zijn. Het is dan ook in het belang van de bronhouder dat het document goed leesbaar is, zodat de raadpleger de voor hem relevante informatie er snel uit kan halen en het Kadaster of de bronhouder niet onnodig ‘lastig wordt gevallen’ met vragen. Voor de opbouw en leesbaarheid van pdf-documenten bestaan richtlijnen en standaarden die voor alle overheidscommunicatie geldt. Voor een goede toegankelijkheid van de brondocumenten wordt verwezen naar de ‘Checklist toegankelijke PDF documenten’ van de Stichting Accessibility (zie https://www.accessibility.nl/kennisbank/artikelen/toegankelijke-pdf-documenten) of naar https://www.digitoegankelijk.nl/uitleg-van-eisen/pdf-documenten van Logius.

4.5 Handtekeningen in brondocumenten

Brondocumenten die in de 0penbare registers worden ondergebracht zijn per definitie digitale documenten, ze dienen immers in pdf-vorm te worden aangeleverd. Er zullen bronhouders zijn die het papieren, van een ‘natte handtekening’ voorziene besluit inscannen. Vanwege het risico op identiteitsfraude wordt aangeraden deze handtekening onbruikbaar te maken (af te dekken) vóór inschrijving. Een brondocument kan ook geheel digitaal worden vervaardigd, inclusief de

handtekening. In de kopie-versie die ter inschrijving wordt aangeboden aan de openbare registers kan de handtekening dan eenvoudigweg worden weggelaten. In toenemende mate worden brondocumenten voorzien van bar- of QR-codes waardoor deze bij de bronhouders gemakkelijk kunnen worden opgenomen of ingezien in een DMS- of zaaksysteem. Hoewel dergelijke coderingen in de openbare registers geen betekenis hebben, worden ze gewoon geaccepteerd.

De derde variant is die van de digitale gecertificeerde ondertekening (er wordt dan een extra softwarecomponent toegevoegd aan de pdf). Een derde partij staat dan garant voor de authenticiteit van het document dat na ondertekening niet meer aangepast kan worden. De openbare registers kunnen dergelijke documenten niet opnemen omdat

• de equivalentieverklaring en het bewaardersrelaas7 bij inschrijving niet meer toegevoegd kunnen worden aan het document;

• het certificaat op enig moment ingetrokken kan worden met als risico dat het brondocument niet meer leesbaar is; documenten in de openbare registers moeten echter eeuwigdurend bewaard worden en dus toegankelijk blijven.

In de beheerfase ligt het dus voor de hand om bij het aanmaken van het beperkende besluit een versie mét en zonder handtekening te maken. De vakafdeling of de registrator dient er wel voor te zorgen dat deze versies volkomen identiek zijn. In de versie zonder handtekening kunnen dan ook de persoonsgegevens afgeschermd worden, zodat het document opgenomen kan worden in de openbare registers.

7 Het bewaardersrelaas is een verklaring waarmee de bewaarder van het Kadaster aangeeft dat het aangeboden brondocument is ingeschreven in de openbare registers. Het relaas wordt bij inschrijving toegevoegd aan het brondocument en is zichtbaar voor afnemers.

(23)

4.6 Type besluiten

Bedacht moet worden dat alleen besluiten en andere brondocumenten waar rechtsgevolgen aan verbonden zijn, voor de Wkpb relevant zijn. Met rechtsgevolg bedoelen we dat er juridische consequenties voortvloeien uit het nemen, wijzigen, beëindigen of herroepen van een besluit. Een stuk grond dient bijvoorbeeld eerst gesaneerd te worden voordat het weer betreden mag worden, een bouwwerk dient weer in de oorspronkelijke staat te worden teruggebracht na een niet- gelegitimeerde verbouwing of een woning mag enige tijd niet betreden worden nadat hier handel in harddrugs is vastgesteld. De regel is dat alleen definitieve besluiten moeten worden

ingeschreven. Alleen bij de Wvg en de Erfgoedwet kunnen er (ook) voorlopige dan wel

ontwerpbesluiten worden ingeschreven, maar die zijn dan ook expliciet in het Aanwijzingsbesluit genoemd. Het opnemen van een ‘Ontwerpbeschikking’ in de BRK-PB is dus uitsluitend van toepassing op deze twee concrete gevallen, in andere situaties mag een bronhouder geen

ontwerpbesluit inschrijven. Dat zou namelijk een beperking kenbaar maken die er juridisch niet is, en daar is de BRK-PB niet voor bedoeld. Onder het beperkende besluit vallen oorspronkelijke besluiten, wijzigingsbesluiten, beëindigingsbesluiten en intrekkingsbesluiten. Al deze besluiten worden door of namens de bronhouder genomen. Maar ook beslissingen in administratief beroep en rechterlijke uitspraken kunnen een wijzigen, beëindigen of herroepen van een besluit tot gevolg hebben.

4.6.1 Het oorspronkelijke besluit

De eerste stap in het opleggen van een beperking is altijd het nemen van een initieel of

oorspronkelijk besluit. Door of namens het bestuursorgaan is besloten om een publiekrechtelijke beperking op te leggen en dit besluit wordt vervolgens kenbaar gemaakt. De vakafdeling zal hiervoor een systematiek hebben ontwikkeld (aangetekende brief, huis-aan-huisblad, website).

Het is van groot belang dat alle essentialia in het besluit zijn opgenomen, anders kan inschrijving niet plaatsvinden en is de beperking feitelijk niet te handhaven. Die essentialia betreffen:

• de grondslag: de wet of het wetsartikel waar de beperking op gebaseerd is;

• het werkingsgebied: de locatie waarop de beperking betrekking heeft verbeeld door een beschrijving, een kaart of een opsomming van objecten. Als hierbij gebruik wordt gemaakt van objecten uit de BAG of uit de BGT, dan heeft vermelding van de identificatienummers in het brondocument de voorkeur. Natuurlijk kan het voor de leesbaarheid handig zijn om daarnaast een adres of een lokale aanduiding in het document op te nemen. Het werkingsgebied dient eenduiding te zijn en niet voor interpretatie vatbaar;

• een eventuele ingangsdatum van de beperking, voorzover deze afwijkt van de datum van de kenbaarheid;

• een eventuele beëindigingsdatum van de beperking.

Als een besluit (met eventuele bijlagen) niet compleet of eenduidig is, kan de Wkpb-registrator besluiten van inschrijving af te zien. De wettelijke inschrijvingstermijn van vier dagen na kenbaarheid komt dan al snel in het geding. Een reden te meer om goede afspraken te maken tussen registrator en vakafdelingen om dergelijke ongewenste situaties te voorkomen.

Het aan te leveren bestand dient van de extensie pdf te zijn. Het is aan de bronhouder welke naam hiervoor gekozen wordt. Bij inschrijving wordt het besluit onder een kadastereigen

identificatienummer opgenomen in de BRK-PB, terwijl het brondocument in de openbare registers wordt opgenomen met een registeridentificatie bestaande uit deel, nummer en reeks. Het door de

(24)

bronhouder aan het bestand gegeven naam is voor de Wkpb-registrator na inschrijving en voor afnemers dus niet terug te zien. Het is desgewenst aan de bronhouder om voor de vindbaarheid van het brondocument in het archief een relatie te leggen tussen de oorspronkelijke benaming van het besluit en het identificatienummer van het Kadaster. Hiervoor kan in de beheerapplicatie BRK- PB het facultatieve attribuut ‘Kenmerk’ (maximaal 80 karakters) worden gebruikt.

4.6.2 Het wijzigingsbesluit

Een wijzigingsbesluit is altijd terug te herleiden naar het oorspronkelijke besluit. Het kent vele denkbare varianten: het vergroten of verkleinen van het werkingsgebied, het wijzigen van voorwaarden waaronder de beperking kan worden opgeheven, het verlengen van een beperkingentermijn etc.

In alle gevallen betekent inschrijving dat een nieuw voorkomen ontstaat van een bestaande beperking. Om de relatie te leggen is in het wijzigingsbesluit een verwijzing naar het

oorspronkelijke besluit aan te raden. Het is daarom verstandig om het identificatienummer van de beperking bij het Kadaster in het wijzigingsbesluit op te nemen. Wordt dit nagelaten, dan is mogelijk door de registrator niet eenduidig na te gaan op welk besluit het wijzigingsbesluit betrekking heeft en loopt de vakafdeling het risico dat het wijzigingsbesluit als apart besluit in de BRK-PB wordt opgenomen. Het interfereert dan mogelijk met het oorspronkelijke besluit omdat grondslag, werking en rechtsgevolg (op onderdelen) overeenkomen. Ook is de vraag of alle essentialia dan wel voorhanden zijn. Een wijzigingsbesluit waarbij de gehele beperking wordt opgeheven is een beëindigingsbesluit. Een dergelijk besluit heeft een andere werking tot gevolg en wordt in de volgende paragraaf besproken.

4.6.3 Het beëindigingsbesluit en de vervallenverklaring

Een beëindigingsbesluit is een besluit waarmee een opgelegde publiekrechtelijke beperking in zijn geheel wordt beëindigd, bijvoorbeeld omdat aan de voorwaarden voor beëindiging zoals

opgenomen in het oorspronkelijke besluit is voldaan. Met het beëindigingsbesluit wordt een voorkomen aan de levenscyclus van de beperking toegevoegd. Consequentie hiervan is dat een afnemer via Kadaster Online de beperking niet meer terugvindt nadat inschrijving van het beëindigingsbesluit heeft plaatsgehad en de einddatum is aangebroken. In het beheerportaal BRK-PB kan de bronhouder het beëindigingsbesluit altijd terugvinden. Een beëindigingsbesluit kan een beslissing in administratief beroep of een rechterlijke uitspraak zijn, wanneer het

oorspronkelijke besluit nietig wordt verklaard. Indien dit met terugwerkende kracht gebeurt tot de

‘Datum in werking’, spreken we van een intrekkingsbesluit. In de volgende paragraaf wordt hier verder op ingegaan.

Een bijzonder vorm van een beëindigingsbesluit is de vervallenverklaring. Dit is een verklaring door of namens het bestuursorgaan waarmee een opgelegde publiekrechtelijke beperking wordt beëindigd in situaties dat de vakwet niet voorziet in een beëindigingsbesluit. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij het aanwijzen van een provinciaal monument op grond waarvan de opgelegde beperking als gemeentelijk monument eindigt. In de vervallenverklaring wordt dan aangegeven wat de reden is waarom de beperking niet langer van kracht is. Ook wordt de verklaring van een beëindigingsdatum voorzien. Ook kan een beperking vervallen als het bijbehorende

werkingsgebied is verdwenen, bijvoorbeeld een pand dat in vlammen is opgegaan op grond

(25)

waarvan een opgelegde beperking kan worden beëindigd. Er is geen vast format voor een vervallenverklaring; belangrijk is dat eenduidig wordt verwezen naar de beperking waarop de beëindiging betrekking heeft, dat kan door het identificatienummer van de beperking in de vervallenverklaring op te nemen. Een voorbeeld van een vervallenverklaring is als onderdeel van bijlage 4 bij dit Handboek opgenomen.

4.6.4 Het intrekkingsbesluit

Soms is het nodig om een beperking uit de registratie te verwijderen omdat deze ten onrechte is opgevoerd. Denk aan beperkingen die niet in het Aanwijzingsbesluit zijn opgenomen of die van onjuiste attribuutgegevens (bijvoorbeeld een verkeerde grondslag) zijn voorzien. Ook een onjuist brondocument dat per abuis is ingeschreven kan een aanleiding zijn om een beperking te

verwijderen. Tot slot kan het beperkende besluit van een bronhouder nietig zijn verklaard door een hoger bevoegd gezag – dit is uitsluitend mogelijk als de vakwet hierin voorziet – of door een rechterlijke uitspraak. Het verwijderen van dergelijke beperkingen wordt ‘herroepen’ genoemd.

Indien een bronhouder een beperking op deze manier beëindigt wordt de ‘Datum beëindiging’

gelijk gesteld aan ‘Datum in werking’. De doorlooptijd van de beperking wordt daarmee met terugwerkende kracht op nul dagen gezet. Een en ander laat onverlet dat de ten onrechte

geregistreerde beperking in een informatieproduct van het Kadaster terecht gekomen kan zijn. En hoewel deze beperking na herroepen alleen nog zichtbaar is voor de bronhouder in het

beheerportaal is het voor iedereen mogelijk om via kadastrale recherche te laten achterhalen in welk tijdvak deze beperking in de BRK-PB opgenomen is geweest en kennis te nemen van de inhoud.

4.6.5 Besluiten die niet relevant zijn voor de Wkpb

In de uitvoeringspraktijk ontstaat wel eens discussie of een genomen besluit wel of niet inschrijvingsplichtig is in de openbare registers. Besluiten die niet zijn vermeld in artikel 1, onderdeel b, van de wet en aangewezen krachtens artikel 2, lid 1 van de wet, worden niet ingeschreven. Voorbeelden van besluiten die niet worden ingeschreven zijn:

• een rechterlijke uitspraak op een verzoek om voorlopige voorziening waarbij een

beperkingenbesluit wordt geschorst, dat wil zeggen dat dit besluit tijdelijk niet geldt maar nog niet behoeft te worden ingetrokken in afwachting van de uitspraak van de rechter;

• een voornemen om een beperking op te leggen, tenzij dit voorbescherming van een monument betreft;

• een invorderingsbesluit waarmee de last onder dwangsom wordt geïnd: dit vloeit voort uit de oplegging last onder bestuursdwang en/of dwangsom;

• een beperkend besluit dat niet is opgenomen in het aanwijzingsbesluit Wkpb.

4.7 Bewaartermijnen

Met de overgang van de LV Wkpb naar de BRK-PB zijn gemeentelijke brondocumenten voor het eerst in de openbare registers ingeschreven. Zij vallen hiermee onder de Kadasterwet en het Kadaster is dan ook gehouden aan wettelijke regels rondom het bewaren van aangeboden documenten. Voor niet-gemeentelijke bronhouders waren de openbare registers ook voor de

Afbeelding

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :