Oud-Hoofd van het Gevangeniswezen in Ned.-Indië

In document *Vi iffe^ (pagina 35-47)

l u de zitting van de Tweede K a m e r der S t a t e n Generaal van 5 M a a r t j.1. is de P s y c h o p a t h e n - w e t zonder hoofdelijke s t e m m i n g aan-genomen. Verwacht m a g worden, dat dit wetsontwerp ook de E e r s t e K a m e r zonder hapering zal passeeren x) , zoodat, na de Koninklijke be-krachtiging, niets m e e r aan de invoering in den weg s t a a t .

Toch wordt gevreesd, d a t er nog heel w a t water door den Eijn zal stroomen alvorens, m e t toepassing van de nieuwe bepalingen, de eerste psychopaat t e r beschikking van de Eegeering zal worden ge-steld. H e t tijdstip, waarop de wet in werking zal treden, zal i m m e r s nader m o e t e n worden bepaald en afgaande op de uitlatingen van den Minister van J u s t i t i e , die ondanks de in de Tweede K a m e r v a n ver-schillende zijden op h e m uitgeoefenden aandrang om eenige toezeg-ging te doen, geen enkele belofte deed, ligt de uitvoering nog in een verwijderd verschiet. Minister H e e m s k e r k loopt niet erg w a r m voor deze zaak, doch dit daargelaten, de voornaamste belemmering voor een spoedige inwerkingtreding is zeker wel : h e t kostenvraagstuk : H o e zuinig de zaak ook wordt opgezet, hoe voorzichtig en bedacht-z a a m het nieuwe i n s t i t u u t der verminderd toerekenbare psychopathen ook zal worden ingevoerd, toch zal de nieuwe toestand, welke door de P s y c h o p a t h e n - w e t wordt geschapen, h e t tegendeel van bezuiniging te zien geven.

W a a r i n b e s t a a t dan wel de verandering, welke door de psycho-pathen-wet in den bestaanden toestand zal worden g e b r a c h t ? Zooals bekend m a g worden verondersteld, k e n n e n wij t h a n s in ons straf-recht alleen de geestelijk geheel normale personen en de volslagen krankzinnigen. Al wat daar tusschen ligt, de breede schaar van

zwak-•) Op 27 Mei j.1. heeft ook de Eerste Kamer het wetsontwerp zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

604

/.innigen in allerlei schakeering, die m e t den strafrechter in aanraking komen, m o e t e n in een van deze beide rubrieken worden geperst.

E e e d s 20 jaar geleden werd algemeen gevoeld, dat ons strafstelsel op dit p u n t een leemte vertoonde, welke slechts door een stel van nieuwe speciale regelen kon worden aangevuld. N a a r m a t e de Psy-chiatrie, de leer der zielsziekten, vorderingen m a a k t e en m e e r gezag kreeg, werd allerwege het besef levendig, dat niet langer op den be-s t a a n d e n voet kon worden voortgegaan. Sprekende gevallen van per-sonen, die zonder bepaald krankzinnig te zijn, lijdende waren aan ge-brekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis der geestvermogens en dientengevolge niet volkomen toerekenbaar waren, hebben zich in den loop der jaren voorgedaan en zijn algemeen bekend geworden.

Zij vormden even zoovele aanklachten tegen ons strafstelsel.

D e rechter k w a m door onze achterlijke wetgeving vaak voor moeilijke beslissingen te s t a a n en moest zich m a a r zien t e redden. P l a a t -sing in een krankzinnigengesticht geeft voor deze psychopathen geen uitkomst, daar zij vrij spoedig als genezen worden ontslagen. D e beschikbare strafmiddelen deugen voor hen al evenmin, niet alleen zijn die middelen ondoelmatig, doch ook volkomen ontoereikend.

Ondoelmatig omdat een psychopaat een geheel andere behandeling noodig heeft, dan h e m in een gewone gevangenis kan worden gegeven en ontoereikend, o m d a t hij na de verstrijking van de opgelegde straf in vrijheid moet worden gesteld on weer op de maatschappij m o e t worden losgelaten, niettegenstaande m e n de zekerheid heeft, dat zijn geestesgesteldheid van dien aard is, dat hij spoedig opnieuw tot mis-drijf zal vervallen.

De geschiedenis van het wets-ontwerp, tot aanvulling en wijziging der bepalingen betreffende h e t strafrecht en strafrechtspleging t e n aanzien van personen bij wie tijdens h e t begaan v a n het feit ge-brekkige ontwikkeling of ziekelijke storing der geestvermogens be-stond, kortweg , , P s y c h o p a t h e n - w e t " genoemd, van het tijdstip dat in 1902 en 1903 twee Staats-commissies h a a r aandacht aan het onderwerp begon te wijden tot het, begin M a a r t v a n dit jaar, rijp voor openbare behandeling bij de Tweede K a m e r aan de orde k w a m , levert een duidelijke demonstratie van den tragen gang van onze wet-gevende machine. Drie Ministers van J u s t i t i e hebben er aan gewerkt en h e t wetsontwerp n a a r h u n n e inzichten gevormd en vervormd.

H e t zou te ver voeren hier den oorspronkelijken opzet van Minister Regout, de omwerking van het ontwerp door Minister Ort en de gedeeltelijke terugkeer t o t het eerste plan door Minister H e e m s k e r k , aan eene bespreking te onderwerpen.

Met de voorbereiding tot de openbare beraadslaging van de psycho-pathen-ontwerpen werd in 1911 een commissie belast, welke in J u n i 1923 m e t haar arbeid gereed k w a m en in een verslag het m e t de

Regeering gepleegd schriftelijk overleg s a m e n v a t t e . Wie van de ge-schiedenis der totstandkoming van de psychopathen-wet een studie wil m a k e n , m a g n i e t verzuimen van dit verslag van de Commissie van Voorbereiding kennis te n e m e n . Aan duidelijke wenken v a n de zijde der rechterlijke m a c h t , dat het getreuzel m e t h e t in behande-ling n e m e n van de psychopathen-wet ergernis wekte, heeft het de laatste jaren niet ontbroken. D e rechters werden niet alleen ongedul-dig, doch zelfs baloorig. Zoo ging de r e c h t b a n k t e Almelo in 1920 zelfs zoo ver, dat zij de Begeering openlijk in s t a a t van beschuldiging-stelde. Bedoelde r e c h t b a n k h a d een dienstbode te berechten, die zich eenige m a l e n aan een strafbaar feit had schuldig gemaakt en die toen terecht stond wegens een vrij simpel feit: oplichting tot een be-drag van f 2 5 . — . D e rechtbank veroorloofde zich t e n aanzien van de aan de beklaagde op t e leggen straf te overwegen:

„ d a t de eenig juiste maatregel, die t e n aanzien van beklaagde be-hoorde toegepast t e worden, zou zijn, dat zij ter beschikking van de Begeering werd gesteld, opdat in h a a r doelmatige verpleging zoude worden voorzien ;

„ d a t echter de B e c h t b a n k t e n gevolge van een zeer t e betreuren en te laken verzuim van den wetgever die maatregel niet kan toe-passen ;

„ d a t de B e c h t b a n k van oordeel is, dat beklaagde, die op h a a r jeugdigen leeftijd reeds vele misdrijven achter den rug heeft en als maatschappelijk zeer gevaarlijk beschouwd moet worden, niet in de vrije maatschappij behoort terug t e keeren, zoolang zij zoo gevaar-lijk is :

„ d a t echter de B e c h t b a n k geen straf k a n opleggen of maatregel toepassen, die dit v e r z e k e r t ;

„ d a t de B e c h t b a n k derhalve, ofschoon zij beklaagde verminderd toerekeningsvatbaar acht en m e e n t , dat zij niet in een gevangenis thuis behoort, van oordeel is, dat h a a r in het belang der m a a t s c h a p -pelijke veiligheid het m a x i m u m gevangenisstraf m o e t worden op-gelegd, daarbij den wetgever, die nog steeds in gebreke blijft te zorgen voor een doelmatig strafrechterlijke behandeling v a n psychopathen, verantwoordelijk stellende voor h e t leed, dat deze beklaagde daar-door zal worden a a n g e d a a n . "

I n de Tweede K a m e r is dit vonnis op 4 M a a r t j . 1 . ter sprake ge-bracht en volledigheidshalve tevens medegedeeld, d a t h e t Gerechtshof te A r n h e m in hooger beroep recht doende, het vonnis van de Becht-bank ten aanzien van de strafmaat heeft vernietigd en zich op een andere, m e e r behoorlijke manier uit de moeilijkheid heeft weten te redden. H e t Hof heetft de beklaagde voorwaardelijk veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en als voorwaarde gesteld, dat zij gedurende twee jaren zou worden verpleegd in een, in het arrest m e t n a m e ge-noemde, inrichting.

606

Waarborg dat de gestelde voorwaarde zou worden vervuld bestond intusschen niet. H e t Hof kon geen enkele maatregel n e m e n ter ver-zekering, dat inderdaad de veroordeelde zich gedurende twee jaar in de door d a t rechtscollege genoemde inrichting zou l a t e n verplegen.

De groote verdienste van de psychopathen-wet is n u , dat zij hierin afdoende verbetering zal brengen. H e t eigenlijke kenmerk van de nieuwe wet is, dat m e t h a a r de „ t o e r e k e n b a r e " psychopaath zijn intrede in h e t Nederlandsen strafrecht zal hebben gedaan. De „on-t o e r e k e n b a r e " p s y c h o p a a „on-t h was er reeds, w a n „on-t ook een krankzin-nige is een psychopaath. Dit is wel niet geheel in overeenstemming m e t de bij psychiaters m e e s t gangbare opvatting van het woord

„ p s y c h o p a a t h " , doch Minister E e g o u t , van wien het oorspronkelijk ontwerp psychopathen-wet afkomstig is, verstond in algemeenen zin onder psychopathen : alle abnormalen van geest, dus de krankzinni-gen inbegrepen. Ter onderscheiding zou dan de eikrankzinni-genlijke groep waar het om gaat, de „ g r e n s g e v a l l e n " , „ v e r m i n d e r d t o e r e k e n b a r e n " of

„geestelijk m i n d e r w a a r d i g e n " „psychopa/then-in-engeren-zin" ge-noemd k u n n e n worden.

Indien i e m a n d zonder m e e r als „ p s y c h o p a a t h " wordt aangeduid, dan wordt in den regel bedoeld en aangenomen, dat hij tot deze laatste groep behoort. Vermelding verdient intusschen, dat in het als psychopathen-wet aangekondigd wetsontwerp, h e t woord psychopaath geen enkele m a a l wordt gebruikt. Ter vermijding van m i s v e r s t a n d heeft m e n h e t blijkbaar veiliger gevonden dusdanig persoon aan te duiden door een omschrijving.

Zoo valt de „ o n t o e r e k e n b a r e " psychopaath onder de omschrijving van het eerste lid van artikel 37 van het Wetboek v a n Strafrecht, luidende :

„ N i e t strafbaar is hij die een feit begaat, dat h e m wegens de ge-b r e k k i g e ontwikkeling of ziekelijke storing zijner geestvermogens

„ n i e t k a n worden t o e g e r e k e n d " , terwijl t h a n s ook de „ t o e r e k e n b a r e "

psychopaath een plaats in de strafwet krijgt en wel door de invoeging van het nieuwe artikel 37a, w a a r v a n de aanhef l u i d t : „Bij

strafrech-„terlijke vervolging van. een persoon bij wien tijdes het begaan van

„ h e t feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing zijner geest-v e r m o g e n s bestond, zonder dat artikel 37, eerste lid, wordt toege-p a s t k a n de rechter: enz.

De rechter krijgt verder door deze wetsaanvulling de beschikking over een ruimere keuze van straf middelen, zoodat m e e r dan tot nog toe h e t geval was, bij het opleggen van de straf m e t de persoonlijk-heid van den dader rekening k a n worden gehouden. W e l wordt vast-gehouden aan het beginsel, dat de dader, ook al is hij wegens ge-brekkige ontwikkeling of ziekelijke storing zijner geestvermogens niet ten volle toerekenbaar, moet worden gestraft, doch daarnaast worden

middelen gegeven om zoowel den niet-toerekeningsvatbaren, als den toerekeningsvatbaren psychopaath in h e t belang der openbare orde, dus v a n de veiligheid, te k u n n e n plaatsen in een inrichting, asyl, eventueel gezin, ook voor längeren tijd, ja zelfs zoo noodig voor h e t geheele verder leven. Die middelen worden gegeven als er een mis-drijf is of een zeer beperkte categorie van overtredingen.

H e t beginsel, d a t in elk geval straf m o e t worden opgelegd, ook al is de dader niet t e n volle toerekenbaar, heeft zijn voor- en zijn tegen-standers. D e laatstbedoelden achten het een groot bezwaar, dat in vele gevallen straf zal moeten worden opgelegd aan delinquenten voor wie dwangverpleging als h e t ware is aangewezen en op wie h e t ondergaan v a n straf niet d a n ongunstigen invloed k a n hebben.

Bij de behandeling v a n de psychopathen-wet in de Tweede K a m e r is over deze aan den rechter op t e leggen verplichting, om den ver-minderd toerekenbare, ook al k a n h e m zijn daad slechts in geringe m a t e worden toegerekend, toch t e straffen, heel w a t t e doen geweest.

De leer d a t waar „ s c h u l d " , hoe gering ook, aanwezig is onverbidde-lijk ,,straf" moet volgen, heeft h e t pleit gewonnen. B e n amende-m e n t , d a t de strekking had den rechter de keuze te laten oamende-m bij h e t toepassen v a n een „ m a a t r e g e l " al of niet „ s t r a f " op t e leggen, is bij s t e m m i n g v a n zuiver „ r e c h t s " tegen „ l i n k s " verworpen. H e t had een beter lot verdiend.

Aan den oorspronkelijken opzet v a n Minister Begout, die voorstan-der was van de cumulatie „ s t r a f " en „ m a a t r e g e l " is vastgehouden, wat wel te verwachten was. H e t hierover in de Tweede K a m e r ge-voerde debat, waarbij over de moderne strafrechttheorie h a r d e n o t e n zijn gekraakt, was ongetwijfeld zeer belangwekkend. H e t gegeven bestek laat echter niet toe hierop verder in t e gaan.

Bij de behandeling v a n de psychopathen-wet in de Tweede K a m e r is ook nog een ander p u n t t e r sprake gekomen, d a t voor een goed begrip der nieuwe bepalingen hier niet onvermeld m a g blijven en wel het verplichtend stellen v a n psychiatrisch onderzoek voor alle per-sonen, die m e t den strafrechter in aanraking k o m e n en tamelijk ern-stige feiten hebben gepleegd. H e t wetsontwerp gaat zoover niet ; een psychiatrisch onderzoek zal in den regel alleen d a n gehouden worden indien vermoed wordt, dat m e n m e t een niet geheel normaal per-soon t e doen heeft. B e s t a a t een zoodanig vermoeden niet, dan blijft een deskundig onderzoek n a a r de geestvermogens v a n beklaagde achterwege.

H o e k a n de rechter echter weten of de m a n die voor h e m s t a a t normaal v a n geest i s ? W a a r o p grondt hij de overtuiging, d a t bij den beklaagde tijdens h e t begaan v a n h e t feit geen gebrekkige ontwikke-ling of ziekelijke storing der geestvermogens b e s t o n d ? M e n achtte de vrees niet denkbeeldig, dat een beklaagde als volkomen normaal

608

persoon zou worden berecht, bij wie tijdens het begaan van h e t feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing der geestvermogens be-stond. O m die ongerustheid weg te n e m e n was v a n sociaal democra-tische zijde een a m e n d e m e n t ingediend, d a t de strekking h a d om in gevallen, d a t gevangenisstraf van 6 m a a n d e n of langer werd opge-legd het h o u d e n v a n psychiatrisch onderzoek van den beklaagde ver-plichtend te stellen. Op verschillende gronden heeft dit a m e n d e m e n t krachtige bestrijding gevonden en m e t overgroote meerderheid van s t e m m e n is het t e n slotte verworpen. H e t ging de m e e s t e leden t e ver.

Bij de bestrijding van 'dit a m e n d e m e n t werd door een der leden ook gewezen op het voorgestelde nieuwe artikel 226a v a n het Wetboek van Strafvordering, dat de gelegenheid opent om, zoo de rechtbank zulks niet reeds ambtshalve of op voordracht van den rechter-com-missaris of op vordering v a n den Officier van J u s t i t i e m o c h t hebben gedaan, op verzoek v a n den verdachte of beklaagde, van zijn raads-m a n , van zijne echtgenoote, van een zijner ouders, van zijn voogd, van zijn curator of van een zijner bloed- of aanverwanten tot den derden graad ingesloten, bij beslissing te doen verklaren, d a t waar vermoeden bestaat, dat tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing der geestvermogens bestond, de ver-dachte of beklaagde niet in s t a a t is zijne belangen behoorlijk t e be-hartigen. Hierin werd voldoende waarborg aanwezig geacht tegen het gevaar, d a t een delinquent als n o r m a a l persoon zou worden be-recht, niettegenstaande hij tot de psychopathen moest worden gerekend.

Hoewel de goede bedoeling van het a m e n d e m e n t , tot zelfs bij den Minister van J u s t i t i e , erkenning vond, werd h e t toch onaannemelijk verklaard en stond de voorsteller in zijne verdediging geheel alleen.

Al eerder, bij de algemeene. beschouwingen over h e t wetsontwerp, was het door verschillende leden onomwonden gezegd, dat een t e groote invloed van den psychiater in de rechtspraak niet in de h a n d m o c h t worden gewerkt. T h a n s werd het nog eens herhaald en door een lid zelfs uitdrukkelijk verklaard, dat n a a r zijn meening h e t eenige resultaat v a n de aanneming v a n h e t a m e n d e m e n t zou zijn, dat- de psychiaters veel geld zouden verdienen t e n koste van 's Eijks schat-kist. H e t klinkt niet bijster vriendelijk. Toch is de uitlating verklaar-baar, er zijn zelfs s y m p t o m e n die de vreefi rechtvaardigen, dat de psychiater in zijn ijver wel eens op den stoel van den rechter zou willen gaan zitten.

Heeft niet een bekend psychiater, in een onlangs verschenen brochure 3) toegegeven, dat h e t begrip Psychopathie bij h e t publiek

*) Dr. F. S. van Bouwdijk Bastiaanse: Psj'chopathen en het ontwerp Psychopathen-Wet.

een zekere beruehtheid heeft gekregen, o m d a t m e n soms, al dan niet t e n onrechte, m e e n t dat de psychiater iemand, dien h e t publiek als misdadiger zonder m e e r beschouwt, onder den dekmantel der psycho-pathie aan de straf t r a c h t te onttrekken.

H e t is n u eenmaal niet mogelijk, doch ongetwijfeld zou het heel wat waard zijn indien het onmiddellijk en voor iedereen duidelijk was of een verdachte al dan niet tot de psychopathen behoort. Veel onzekers en menig onjuist oordeel zou hierdoor worden voorkomen.

Welke houding zal bijvoorbeeld een r a a d s m a n , bij de behandeling van de zaak van een verdachte moeten a a n n e m e n , indien zijn cliënt h e m toevertrouwd, dat hij liefst een paar jaar rustig in een asyl zou worden behandeld en daarom graag zou zien, d a t hij als psychopaath zou worden b e r e c h t ? E n hoe, indien andermaal een cliënt, dienzelf-den r a a d s m a n bezweert er toch voor te willen zorgen, dat hij als geheel normaal persoon zal worden beschouwd? Liever straf onder-gaan en als boef bekend staan, dan als gek of niet geheel toereken-baar te worden gebrandmerkt.

H e t was tijdens h e t debat, dat volgde op een bespreking van de psychopathen-wet in de bijeenkomst v a n h e t Psychiatrisch-Juridisch Gezelschap te A m s t e r d a m op 4 April j . L , d a t een advocaat deze moeilijkheid, waarvoor hij vreesde mettertijd t e zullen komen staan, n a a r voren bracht. Hij zou gaarne van de aanwezige psychiaters ver-n e m e ver-n of zij h e m eever-n staver-ndaard-type vaver-n eever-n psychopaath kover-ndever-n geven, opdat hij hiermede bij voorkomende gelegenheid zijn voordeel zou k u n n e n doen.

Natuurlijk kreeg hij geen antwoord op zijn vraag, doch wel een zachte berisping van den leider der vergadering, die h e m te v e r s t a a n gaf dat hij min of m e e r buiten de orde was. I n t u s s c h e n was door de gestelde vraag de indruk gevestigd, dat h e t in de praktijk heel goed mogelijk zal zijn in bepaalde gevallen een psychopaath als normaal persoon te doen berechten en andermaal een normaal persoon voor psychopaath te doen doorgaan.

W o r d t niet verondersteld, d a t als een psychiater m a a r ijverig speurt e.a lang genoeg zoekt, hij t e n leste wel iets vindt in het leven v a n een verdachte of beklaagde waaruit blijkt, d a t niet altijd de regelmatige lijn is gevolgd. Afwijking van de regelmatige lijn wijst op een moreel defect en iemand m e t een moreel defect moet i m m e r s als psychopaath worden beschouwd ! Wie eenmaal in de h a n d e n van een psychiater valt, zoo denkt de leek, loopt groote kans tot psychopaath te worden verklaard.

H e t is natuurlijk een dwaling, de geheele redeneering r a a k t k a n t noch wal, doch leveren .de psychiaters zelve niet de stof voor derge-lijke onjuiste opvattingen? K o m t niet D r . van Bouwdijk B a s t i a a n s e , in zijn zooeven reeds genoemde brochure, in het geweer, tegen de

610

n a a r zyne meening onjuiste redactie van h e t wetsontwerp, welke de kans openlaat, dat een rechtbank i e m a n d voor jaren lang als psvcho-p a a t h onschadelijk m a a k t , bij wien wel is waar tijdens h e t begaan van het feit waarvoor hij terecht staat, gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing der geestvermogens bestond, doch het door h e m gepleegde feit m e t die geestesstoornis niet in het m i n s t e verband s t a a t ? Deze psychiater vreest, dat in tijden van troebelen de ver-leiding voor den rechter groot zal zijn om lastige elementen, n a het plegen van een betrekkelijk klein misdrijf, voor vele jaren i n . een asyl te doen opbergen. Hij geeft niet onduidelijk te kennen, dat het weinig moeite zal kosten om een lastig element, die m e t den straf-rechter in aanraking k o m t , als psychopaath t e doen berechten.

D i t sluit trouwens geheel aan bij zijne verklaring, dat zoowel onder de misdadigers, als onder de niet-misdadigers het aantal psycho-p a t h e n zeer groot is. P s y c h o psycho-p a t h e n zijn overal t e vinden, zij die meenen m o c h t e n dat alleen lieden, die tot den zelfkant der samen-leving behooren, er toe gerekend k u n n e n worden vergissen zich deer-lijk. D r . van Bouwdijk Bastiaan.se verklaart althans op blz. 13 van zijn brochure:

„Bovendien wanneer iedereen eens eerlijk zoude opbiechten, dan

„ z o u m e n verbaasd zijn over de ziekelijke storingen der

geestver-„ m o g e n s als dwangvoorstellingen, angsttoestanden e.d., die ook bij

„uitgelezen persoonlijkheden zelfs bij de leden der Begeering, van

„ d e S t a t e n Generaal en van de rechterlijke m a c h t b e s t a a n . "

De eene psychiater overtreft den ander in stoutheid van bewering.

Zoo is de ervaring van D r . van Bouwdijk B a s t i a a n s e , dat onder de misdadigers een zeer groot aantal psychopathen zijn, alweer achter-haald door een nog verder gaande uitspraak van een niet minder ge-zaghebbend psychiater Dr. Overbeek te A m s t e r d a m , die in de bij-eenkomst van 4 April j . 1 . van h e t al eerder genoemde Psychiatrisch-Juridisch Gezelschap, als zijn overtuiging te kennen gaf, dat alle mis-dadigers psychopathen zijn.

Of deze opvatting, welke t h a n s nog geheel op zich zelf staat, ooit algemeen zal worden en er eenmaal een tijd zal komen, d a t alle mis-dadigers als psychopathen zullen worden beschouwd en als zoodanig ook zullen worden berecht, wie zal h e t zeggen? Voorloopig bestaat daarop niet veel kans ; zoo lang den rechter in deze het laatste woord wordt gelaten, kan m e n veilig a a n n e m e n , dat de psychopathen-wet niet anders dan m e t de uiterste behoedzaamheid zal worden toege-past. H e t zal er vermoedelijk meegaan, als m e t de invoering van de voorwaardelijke veroordeeling, nu ongeveer 10 jaar geleden. Aan-vankelijk stond de rechterlijke m a c h t w a t onwennig tegenover dit nieuwe i n s t i t u u t en eerst geleidelijk steeg h e t aantal gevallen, waarin tot voorwaardelijke veroordeeling werd overgegaan. Van een veelvul-dige toepassing kan ook t h a n s nog niet worden gesproken.

•Hoe het ook zij, vast s t a a t in elk geval, dat de toepassing van de Psychopathen-wet, hoe b e d a c h t z a a m die ook moge geschieden, geld

Z al kosten. D a a r is geen ontkomen aan. D e rechter kan, m e t

toepas-*l ng van h e t nieuwe artikel 37b van het Wetboek van Strafrecht, den aanvankelijken termijn van twee jaren, voor de ter beschikking-van de Regeering gestelde psychopathen, telkens hetzij voor één, oetzij voor twee jaar verlengen. H e t is niet vooruit te zeggen hoe

a ng die dwangverpleging wel zal d u r e n ; h e t aantal menschen, dat

°P kosten van het L a n d gevoed, gekleed en gehuisvest zal moeten

worden, zal hierdoor gestadig t o e n e m e n .

Waar voorts de gewone gevangenissen voor de opneming' v a n Psychopathen niet mogen dienen, zullen andere gestichten daarvoor

«toeten worden aangewezen. Om te beginnen zal minstens één

Eijks-u sy l moeten worden gebouwd. Ook zullen er afzonderlijke

observatie-lr>richtingen moeten komen, terwijl voor de kwaadwillige psycho-Pathen weer een ander soort inrichting noodig zal zijn, dan voor de

observatie-lr>richtingen moeten komen, terwijl voor de kwaadwillige psycho-Pathen weer een ander soort inrichting noodig zal zijn, dan voor de

In document *Vi iffe^ (pagina 35-47)