MAANDELIJKSCHE REVUE VAN BROCHURES EN VAN TIJDSCHRIFT- EN DAGBLADARTIKELEN

In document *Vi iffe^ (pagina 62-116)

DEN HAAG, 15 Juni 1925.

I N H O U D .

De beteekenis van de verplaatsing van den hoofdbestuurszetel van Boedi-Oetomo. — Het nieuwe aspect der volksbeweging. — Het middelpunt van de Pasoendan. — Nederlandsche en Indische leeningen. — Volkshuisvesting in ,Deli. — Filmverderf en Fiscale paedagogie. — De actie tegen de Javaansche fllmvereeniging. — Indisch Bronbeek te Bandoeng. —Ken Lyceum te Batavia?

— Toeristen en Indië. — De Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij' ijj 1924. _ Nederlandsch-Indisch Vakverbond.

De beteekenis van de verplaatsing van den hoofdbestuurszetel van Boedi-Oetomo. N a van de medio-April gehouden jaarvergadering v a n Boedi-Oetomo verslagen gegeven te hebben, wijdde De Loc. van 18 April aan het Solosche congres nog een beschouwing. D e aanhef daarvan luidde:

„ H e t geloof in de toekomst der Inländische beweging, hetwelk in-houdt het geloof in de mogelijkheid om een belangrijk deel van het Inlandsche volk op te wekken tot actieve belangstelling voor de vraagstukken, van welke oplossing de ontwikkeling van de Indische samenleving afhangt, is in de laatste jaren op menige zware proef gesteld.

V a n een groeiende belangstelling aan Inlandsche zijde voor de kwesties, welke over de naaste toekomst beslissen, is geen sprake.

W e l van het tegendeel.

Verschilende groepen uit de Inlandsche samenleving, welke eer-tijds een groote belangstelling aan den dag legden voor allerlei aan-gelegenheden h e t landsbelang' betreffend, trokken zich m e e r en meer terug tot dadenloosheid en een periode van politieke rust trad in, welke zich k e n m e r k t e door den schijndood van zoogoed als iedere Inlandsche politieke vereeniging. D a a r n a ving de S.E.-tijd aan. Groote m a s s a ' s „ b e d r o n k e n " zich op vele vergaderingen aan geestdriftige redevoeringen, welke i n overvloedige hoeveelheden werden toege-diend. Tot een actieve belangstelling bracht het echter ook hier alleen een heel kleine groep. De rest was passief, onderging de speeches, zonder er verder noemenswaard op t e r e a g e e r e n " .

Na de oorzaken, die tot dit negatief resultaat geleid hebben, aan-gegeven te heben, k w a m De Loc. op de jaarvergadering zelf.

, , H e t n u afgetreden hoofdbestuur was min of meer moedeloos op het r e s u l t a a t van 8 jaren politieke actie: bijna niets was bereikt. D e vereeniging wordt voor revolutionnair aangezien. W a t k u n n e n we doen? D e politiek actie op het tweede, plan brengen en ons meer gaan concentreeren op cultureele ontwikkeling, adviseert h e t H . B . D a t advies bevredigt eigenlijk niemand. Verschillende afdeelingen droegen hare afgevaardigden op tegen het H . B . - v o o r s t e l in te gaan en op versterking der politieke actie aan te d r i n g e n " .

E e n nieuw H . B . kreeg bij zijn geboorte de cultuur-motie mede.

„ D e z e is echter zoo gesteld, dat m e n er vrijwel mee doen kan wat m e n wil. De personen van het nieuwe bestuur zijn er intusschen borg voor, dat zij niet zal worden opgevat als een aanwijzing om de politieke actie op den achtergrond t e dringen.

W a n n e e r h e t huidige hoofdbestuur uit de discussies op het Solo-sche congres geleerd heeft, dat de cultureele opheffing, noodig voor de bereiking der nationale onafhankelijkheid, mede gediend wordt door actief deelnemen aan het politieke leven overal w a a r dit zich uit, dan zullen de Solosche discussies voor B.-O. een nuttige les in-houden, w a a r v a n niet alleen B . - O . , m a a r ook Indië zal profiteeren".

„ E e n ander belangrijk p u n t was dat betreffende h e t nationaal onderwijs. H i e r o m t r e n t is eetet prae-advies uitgebracht, dat op h e t (ongres werd toegelicht, becritiseerd en aangevuld.

Bij de discussie over dit onderwerp werd, evenals bij de bespre-kingen over cultuur en politiek, vooral de aandacht gevestigd op het verschil tusschen h e t Oosten en het W e s t e n . Op de talrijke p u n t e n van overeenkomst zouden wij hier even willen wijzen en wel eerstens op dit, d a t onderwijs, volksonderwijs in de allereerste plaats, middel is ter bereiking van een hooger welvaartspeil. D i t geldt voor h e t Oosten zoogoed als het voor h e t W e s t e n gegolden heeft. Men behoeft nog geen historisch-materialist te zijn om aan te n e m e n , dat tusschen welvaart, cultureele ontwikkeling en onafhankelijkheid een vrij n a u w verband bestaat. H e t afgetreden B . - O.-bestuur vergat dit o.i. wel eens wat heel veel bij zijn betoog, waarin de school vooral als in-s t r u m e n t voor de opvoeding tot onafhankelijkheid werd bein-schouwd.

De verschaffing der geestelijke middelen t o t hoogere welvaart zal zeker in onzen tijd niet op den achtergrond gedrongen mogen worden. Iedere tendenz in. die richting zal zich ongetwijfeld w r e k e n ; bij voorbaat i'eeds klonken er protesten tegen uit de vergadering.

Duidelijk is het ons ook niet, vervolgt De Loc, waar B . - O . ooit de fondsen m e e n t te k u n n e n vinden om h a a r B.-O.-scholen op te richten Eene actie tot uitbreiding v a n het aantal Inlandsche en H . I.-scholen, alsmede eventueel wijziging der leerplannen dier onderwijsinrich-tingen, had zeker op dit m o m e n t m e e r op den weg van B . - O . ge-legen dan h e t zich verliezen in beschouwingen over onderwijs in Verband m e t onafhankelijkheidsproblemen.

632

Belangrijker nog dan de motie over cultuur en politiek, was het besluit, waarbij de zetel van het hoofdbestuur wordt verplaatst van de Vorstenlanden n a a r S e m a r a n g .

B.-O. 's hoofdbestuur, dat n a a r algemeene opvatting niet onge-voelig was voor de invloeden v a n de Vorstenlandsche hoven uitgaande, onttrekt zich door de verplaatsing n a a r S e m a r a n g aan die invloeden.

Hierdoor k o m t de vereeniging als zoodanig in menig opzicht vrijer te s t a a n , vrijer tegenover het Indische gouvernement. Bovendien n e e m t zij daardoor een wapen uit h a n d e n van die partijen in de In-landsche samenleving, welke zich te voren reeds geheel hebben los-g e m a a k t van den invloed, welke v a n Jolos-gja en Solo nolos-g altijd uitlos-gaat.

D e gevolgen van deze overplaatsing zijn nog niet direct te over-zien. Voor de hand ligt evenwel, dat er de beteekenis aan moet worden toegekend van een poging om B.-O. te m a k e n t o t een ver-eeniging van Inlandsche intellectueelen, die zich niet langer gebonden achten aan de tradities, waarin zij, die B.-O. in een vroegere periode leidden, waren opgegroeid. D e tegenwoordige samenstelling van B.-O.

motiveert ongetwijfeld deze gewijzigde h o u d i n g . "

# *

*

Het nieuwe aspect der volksbeiveging. Over de beteekenis van de tegenstelling Djokja-Semarang in B . - O . , vindt m e n ook iets in het laatste gedeelte van de beschouwingen, die een particuliere corres-pondentie uit Semarang, in de N. R. Ct. van 13 Mei geeft over het nieuwe aspect der volksbeweging in Indië, en waarin, zooals uit 't onderstaande blijkt, de Sehr, ook andere vereenigingen opneemt.

D e Garebeg Poeasa, de dag van verzoening heeft ook in Inlandsche politieke kringen zijn invloed niet gemist. E r klonken s t e m m e n die om eenheid vroegen. Door de bladen ging het gerucht van een streven n a a r samenwerking om althans een eind te m a k e n aan den scherpen strijd tusschen Inlandsche groepen onderling. Zelfs k w a m e n in B a t a v i a en Jogja wel menschen bij elkaar om twee fel vijandige par-tijen tot vredelievendheid t e s t e m m e n en plannen ontstonden om op het a a n s t a a n d congres in J u l i de samenwerking van de Centrale Sare-k a t I s l a m en de SareSare-kat Bajat te doen bereiSare-ken.

Deze gedachte is niet vreemd m a a r de uitvoering zou het zijn.

Uit de oude Sarekat I s l a m , sociaal-godsdienstige vereeniging, ont-stonden P . K . I . en Sarekat Bajat geheel sociaal georiënteerd. W a t overbleef, de Centrale Sarekat I s l a m , in W e s t - J a v a door Hadji A.

Salim en in Oost-Java nog door Tjokroaminoto geleid, bewoog zich meer n a a r het godsdienstige. Die splitsing voltrok zich en terwijl de oude groep op het , , I s l a m " steeds meer den n a d r u k legde noemde de nieuwe zich „ M e r a h " . W a t wonder dat m e n als gezagsgevaarlijke

dood-verft een beweging die zich zelf zoo rood dood-verft? Fel en heftig is

immers de strijd geweest t u s s c h e n deze partijen, in woord en geschrift werden de bitterste verwijten geuit en terwijl hier de leiders com-munistische leuzen verkondigden, klonk ginds het Arabisch van den Koranzang.

H a r d e maatregelen zijn op de Sarekat Ea-jat toegepast en in West-J a v a zijn h a a r vergaderingen m e t geweld uiteengedreven, h a a r lei-ders in het gevang gezet en h a a r krantjes in beslag genomen. Heeft m e n deze beweging al niet onderdrukt, m e n heeft h a a r ondergedrukt, onder de oppervlakte, uit h e t oog der openbaarheid. Blijft al de ge-steldheid, waaruit de beweging voortkwam, bestaan, h a a r uitingen zijn toch in kracht en hevigheid verminderd en ook de volkstoeloop naar vergaderingen n a m af — belangstelling der menigte welke slechts door verblinden aan „veldwinnen van het c o m m u n i s m e " werd toegeschre-ven en die van den beginnen af te begrijpen was als blijk van de be-hoefte wezenlijke grieven luid en krachtig t e hooren uitspreken.

Nochtans is h e t begrijpelijk, dat de ervaring der laatste zes maan-den sommige leiders van de Sarekat E a j a t toegankelijk m a a k t voor den aandrang tot matiging jegens de Sarekat I s l a m .

Nog een andere oorzaak schijnt t o t een zekere verzachting van deze tegenstelling te leiden. H e t is de werkzaamheid van de zoogenaamde Sarekat Hedjo en daaraan verwante vereenigingen.

De Sarekat Hedjo is opgericht tijdens het politie-optreden in West-J a v a m e t dé bedoeling de overheid bij te s t a a n in h a a r bestrijding van de Sarekat E a j a t . Aan het b e s t u u r werden velerlei vriendendiensten bewezen i n den vorm van voorlichting en hulp bij vergaderingen. D a a r hàen van leiders noch oprichters dezer vereeniging iets weet, versche-nen in Inlandsche bladen van velerlei richting al spoedig berichten, die het o n t s t a a n er v a n rechtstreeks of zijdelings aan het I n l a n d s c h b e s t u u r toeschreven. D a t in bepaalde plaatsen in den Preanger de stichting wel zeer is aangemoedigd en den leden van de Sarekat Hedjo een vrijheid van optreden werd vergund, welke nan andere vereenigin-gen zorgvuldig werd onthouden, is wel zeker. De wijze waarop do lei-ders v a n de Sarekat Hedjo er naar streven, h u n n a m e n op den achter-grond te houden, doet aan de spontaniteit van deze beweging wel twijfelen.

I n elk geval bleek reeds, dat deze ietwat fascistische verschijning bij het volk m a a r flauwtjes in den smaak viel, en dat de Sarekat Hedjo op eigen kracht geen aanhang van belang verwerven kon. De haar verwante in M i d d e n - J a v a opgerichte Sarekat Soediro deed reeds een poging, om door een zeer verzachtend manifest de volksgunst te verzoenen.

Nu is het opmerkelijk hoe deze „ b e w e g i n g " , rechtstreeks tegen de Sarekat E a j a t gericht, niet alleen daar, m a a r juist ook in de kringen

634

der Sarekat I s l a m zoo hevige o n t s t e m m i n g wekte, terwijl m e n mede m Boedi Oetomo-kringen er vijandig tegenover staat. Men voelde ook in m e e r gematigde omgeving dit verschijnsel als een bedreiging en, zonder de Sarekat Kajat in bescherming te n e m e n , trok de Sare kat I s l a m driftig tegen de Sarekat Hedjo te velde.

D eZ e ontwikkeling kan wellicht leiden tot een toestand, waarin de werkelijke volkspartijen elkander minder fel bestrijden en meenings-verschü minder op innerlijke verdeeldheid gelijkt dan voorheen het geval was. Vooral in i n t e l l e c t u e l e n kring heeft m e n de diepe schei-dingen steeds meer betreurd. Tot een „herstelde eenheid in de volks-beweging , waarvan sommigen n u droomen, leidt dit alles echter stel-lig m e t , — en dat is ook evenmin mogelijk als gewenscht

Men moge al in de verschillende groepen,der volksbeweging een «*.

hjk-genchten stroom herkennen van streven n a a r lotsverbetering °en vermeerdering van rechten, m e n bevroede onder alles den gemeen-schappehjken grondslag van nationalisme, toch m a g m e n een vereeni-gmg van allen noch verwachten noch begeeren. Daartoe is de Inland-sehe maatschappij reeds lang te gedifferentieerd en h e t getuigt juist van de beteekems der volksbeweging, d a t m e n ook daarin deze diffe-r e n t i ë diffe-r i n g diffe-reeds tediffe-rugvindt. De vediffe-rdeeling in klassen en s t a n d e n doet zich ook m Indië gelden en de aard der eigen belangen vraagt ook in de volksbeweging uiting.

E e n voorbeeld daarvan biedt het p a s gehouden congres van Boedi ü e t o m o waar in strijd m e t veler verwachting een scherpe s t e m m i n g heerschte die n a a r non-coöperation neigde en geenszins bereid bleek m voorstellen tot retireeren te treden. Die vereeniging Boedi Oetomó blijft ondanks alles een typisch Vorstenlandsch-Javaansche groep geleid door min of meer hoog geplaatsten, en zij blijft daardoor van zuiver sociale kwesties vrijwel afgewend. E e n ander voorbeeld is het verschijnsel dat m e n elders, in streken van industrialiseering en in de steden t e Soerabaja en Semarang m e t n a m e , zich juist m e e r en mee*

m e t sociale vraagstukken gaat bezighouden en ö k o n o m i s c h e belan-gen ais de voornaamste ziet.

B e d e n k t m e n dan nog, dat ook in dit land gematigden en extre-misten wel i m m e r eigen groepen zullen vormen, dan verkrijgt m e n een natuurlijke en noodzakelijke verscheidenheid, vereenigbaar m e t een gezonde ontwikkeling evenzeer als m e t de beperking van de onder-linge g e d a c h t e w i s s e l i n g binnen de grenzen van het betamelijke

#

*

Het middelpunt van de Pasoendan. „ D e bewoners van één desa moeten zich gevoelen als kinderen van één gezin, die van één regent-schap als leden van één familie, die van de provincie W e s t - J a v a als

behoorende t o t één volksstam. De eerste afzonderlijke, door de Eegeering in te stellen provincie, de P a s o e n d a n , is niet een willekeurig van J a v a afgesneden deel; het o m v a t de geheele Soendaneesche be-volking. De opvoedende t a a k van het bestuur dezer provincie zal er op gericht dienen te zijn om alle verdeeldheid te verbannen en de verschillende deelen dier bevolking, verspreid van Serang tot Tjere-bon, gescheiden door plaatselijke belangen, tot één krachtig geheel samen te voegen, t o t één bloeiende gemeenschap op te voeren, tot één volk m e t een eigen karakter, m e t eigen idealen, zich ontwikkelend naar zijn eigen aard. Wij roepen U op om te strijden dien eerlijken, dien edelen strijd, gij allen die m e t ons van één s t a m zijt, gij allen die dezelfde taal spreekt, gij allen Soendaneezen. H e t Nederlandsche gezag wil ons hierbij s t e u n e n ; herhaaldelijk hebben de Hooge ver-tegenwoordigers van dat gezag verklaard dat het eenige beginsel, dat tot richtsnoer m a g dienen bij het bestuursbeleid in deze landen, is, dat Indië m o e t worden b e s t u u r d t e n bate van Indië. Die hulp aan-vaarden wij m e t dankbaarheid in ons h a r t . De vereeniging, de samen-voeging van de r u i m negen miljoen zielen tellende Soendaneesche bevolking in een autonoom gebiedsdeel wijst er op, dat ook de Neder-landsche Eegeering de zelfstandige ontwikkeling dier bevolking n a a r eigen aard, gedragen door de idealen, die in zijn eigen volkszangen en legenden voortleven, als een toekomstbeeld voor oogen stond. Om deze denkbeelden t e verwezenlijken wordt de Provincie W e s t - J a v a , door Minister de Graaf f vroeger als de Provincie P a s o e n d a n aange-duid, m e t h a a r eigen b e s t u u r en h a a r eigen Provincialen E a a d inge-steld. De n a a m Pasoendan geeft duidelijker dan die van W est-Java dat eigen karakter aan.

Bij het indienen van de Indische begrooting voor het jaar 1918 schreef de toenmalige Minister over den zetel van het provinciaal b e s t u u r : „Als plaats van vestiging is t h a n s aan Bandoeng de voor-keur gegeven boven W e l t e v r e d e n . " Deze uitspraak laat aan duide-lijkheid niets te wenschen over en wordt door t a l van a r g u m e n t e n gesteund. Zóó sprak de Eegeering zeven jaar geleden. E n n u ? I n het den 2den April van deze m a a n d aan den Volksraad aangeboden ontwerp-ordonnantie tot instelling der provincie W e s t - J a v a verklaart zij even pertinent (art. 2 ) : ,,De zetel van het bestuur der provincie W e s t - J a v a is B a t a v i a . " H o e is, in zulk een korten tijd, een zóó vol-slagen ommekeer van gedachten te verklaren? Zeker niet uit een ge-voel van welwillendheid van de Eegeering tegenover de te B a t a v i a gevestigde a m b t e n a r e n . Ook spreekt h e t vanzelf, dat t e B a t a v i a ge-vestigde instellingen en zaken, de keuze ven B a t a v i a m e t w a r m t e bepleiten, zooals ook die te B a n d o e n g m e t kracht voor h u n plaats opkomen. M a a r hier zullen bij een zaak van zoo groot belang voor het Soendaneesche volk en bij een beslissing o m t r e n t de plaats van

636

vestiging van den nieuwen bestuurszetel waarmede de toekomst van dat volk zoo n a u w s a m e n h a n g t , ongetwijfeld beweegredenen van hoo-ger orde in het spel zijn geweest. W a a r wij in hetgeen hier volgt de vóór- en nadeelen v a n beide plaatsen tegen elkander zullen wegen, zullen wij ons uitsluitend laten leiden door h e t boven alle plaatse-lijke belangen uitgaande belang van het Soendaneesche volk en ons vrij houden van allen stedelijken n a i j v e r . "

Aldus in brochure-vorm uitgegeven, in het Soendaneesch en in het H o l l a n d s c h gestelde, beschouwingen verspreid door de vereerd -gingen: Pasoendan, Oud Osvianen B o n d , P e r d a t a , Goena Perniagaan, H i m p o e n a n Soedara on Afd. P . G. H . B .

Bepleit wordt dan de gunstiger ligging van B a n d o e n g in het cen-t r u m der Soendalanden, gewezen op h e cen-t belang van Tjerebon, op de be teekenis der 1200 in de Preangerlanden gelegen landbouwonder-nemingen. B e s t r e d e n wordt de waarde van de inwerking van Batavia, op de organen van provinciaal bestuur, inwerking, welke voor de andere J a v a s c h e provinciën ook n i e t zal bestaan.

D e Sehr, der brochure zien bij hetgeen ten gunste van Batavia als provinciale bestuurszetel wordt aangevoerd, het belang van den B a t a v i a s c h e n handel op den voorgrond treden. Zij beschouwen dit als een nawerking van de opvattingen, die bij de Oost-Indische Compag-nie overheerschend waren. W a t er m e t de inlandsche bevolking beurde liet de O. I . C. onverschillig zoo er slechts winst werd ge-m a a k t , schrijven zij, oge-m den aldus h u n betoog te besluiten:

,,Als h e t Nederlandsche gezag in de plaats is getreden van deze machtige kooplieden-vereeniging beginnen zich langzamerhand andere beginselen van bestuursbeleid baan te breken. D a n breekt het nieuwe tijdperk aan, waarin Nederland het heil van Indië als hoogste belang erkent, het tijdperk, waarin Nederlander en Indiër de h a n d e n zullen inéénslaan om gezamenlijk den bloei van h e t Indische Volk te be-vorderen. Ons afwendend van het verleden en van de Oost-Indische Compagnie, wenden wij hoopvol het oog n a a r de toekomst. Men ver-telt, dat Daendels, die de doorgaande postverbinding van Soeraibaja tot B a t a v i a over land tot stand bracht, op een van zijn reizen door de P a s o e n d a n ergens zijn stok in den grond stak en den h e m verge-zellenden Begent den last gaf: „Zorg dat hier, als ik terug kom, een stad is g e b o u w d . " Die stad was Bandoeng. H a d niet op dat oogen-blik deze doortastende en verziende m a n een profetischen oogen-blik. zag hij niet dat hier, in het h a r t der Soendalanden, alle krachten moesten samenkomen en van hier uit wederom alle krachten moesten uitstra-len die h e t Soendaneesche volk t o t nieuw leven, tot grooter wel-vaart, tot hooger stoffelijken en geestelijken bloei zouden voeren? E n die stad is er gekomen, moest er komen, want Daendels sprak slechts uit wat reeds in den historischen ontwikkelingsgang dezer landen was

besloten. H i e r gevoelen wij ons één, of wij k o m e n v a n B a n t e n , van Tjerebon of uit de D j a m p a n g s , hier openbaart zich het Soendaneesche Volkskarakter in zijn zuiversten vorm, hier k o m e n de beste elemen-ten uit dat volk, zijn m e e s t ontwikkelde zonen samen, bevorderen zij studie en zuivering van h u n taal, dat voor elk volk zoo machtige bindmiddel, hier beoefenen zij h u n k u n s t en klinken weder de oude volkszangen, hier in Bandoeng, middelpunt v a n Soendaneesche cul-t u u r . E e n schoone, een van lichcul-t scul-tralende cul-toekomscul-t opencul-t zich voor ons geestesoog.

Om die te verwezenlijken is in de eerste p l a a t s noodig hartelijke samenwerking en vertrouiven. D a t vertrouwen kan niet van één k a n t komen. H e t doet ons leed te m o e t e n verklaren, dat uit de voor-stellen, die t h a n s den Volksraad zijn aangeboden, en uit de vérgaande beperking van de bevoegdheden der Provinciale e n B e g e n t -schapsraden zulk een oprecht vertrouwen van Begeeringszijde moeilijk valt af te leiden. D e Begeering kan van dat vertrouwen een ondubbel-zinnig blijk geven door alsnog te beslissen dat de zetel van Provin-ciaal B e s t u u r zal worden gevestigd te Bandoeng, de stad van de toekomst.""

* * *

Nederlandsche en Indische leeningen. Het vraagstuk der conversie.

De bewerker van de rubriek „ U i t geld- en zakenwereld", in de, Haagsche Post, artikelt, in h e t nr. van 30 Mei over dit onderwerp, op de volgende wijze:

„ H e t is nog slechts eenige jaren geleden dat openbare organen en particuliere ondernemingen slechts tegen drukkende voorwaarden nieuwe leeningen konden aangaan. Leeningen m e t een rentevoet van I» en zelfs 7 % vormden schering en inslag. D e Nederlandsche S t a a t bijv. in 1922 tweemaal een beroep op de geldmarkt doende, moest zich bij de uitgifte dier (6 % ) leening verbinden in de eerste 10 jaar niet tot aflossing daarvan over t e gaian. Bi 1923 werden drie verdere 6 % staatsleeningen gesloten, w a a r v a n de eerste niet voor 1 Febr.

1928, de tweede niet vóór 1 April 1928, de derde niet vóór 1 April 1929 vervroegd kan worden afgelost.

Ned.-Indië heeft jn de jaren 1919/23 niet m i n d e r dan acht verschil-lende leeningen gesloten (evenals Nederland t e n deele in het buiten-l a n d ) , waarvan twee à 5 | , vier à 6, één à 6J en één à 7 %. Tabuiten-l van gemeenten, waaronder ook de groote, de Nederlandsche spoorwegen en zeer vele ondernemingen konden eveneens slechts geld bekomen tegen leeningen m e t een rentevoet van 6, 6J en 7 %, particuliere ondernemingen soms zelfs tegen 8 % .

I n den loop van 1924 is er echter een kentering ingetreden, waartoe verschillende oorzaken het hare hebben bijgedragen. N u de

Neder-633

landsche S t a a t en Ned.-Indië h u n vlottende schuld bijna geheel in gevestigde dito h a d d e n omgezet, verdween de hieruit voortvloeiende druk, die gestadig boven de beleggingsmarkt was blijven hangen en keerde het vertrouwen bij de groote m a s s a terug. Dit werd n a t u u r -lijk bevorderd door het vooruitzicht op een sluitend budget hier en ginds binnen afzienbaren tijd. D a a r n a a s t gingen de besparingen voort,

landsche S t a a t en Ned.-Indië h u n vlottende schuld bijna geheel in gevestigde dito h a d d e n omgezet, verdween de hieruit voortvloeiende druk, die gestadig boven de beleggingsmarkt was blijven hangen en keerde het vertrouwen bij de groote m a s s a terug. Dit werd n a t u u r -lijk bevorderd door het vooruitzicht op een sluitend budget hier en ginds binnen afzienbaren tijd. D a a r n a a s t gingen de besparingen voort,

In document *Vi iffe^ (pagina 62-116)