KOLONIALE LITERATUUR

In document *Vi iffe^ (pagina 184-200)

N a t i o n a l e o n t w a p e n i n g i n s t r i j d m e t n a t i o n a a l b e l a n g e n i n t e r n a t i o n a l e n p l i c h t , door A. J. Maas. Aanvulling.

Comité tot waarschuwing tegen eenzijdige ontwapening.

Algemeen Secretariaat, Wassenaarsche Weg 13.

's-Gravenhage, 14 Juli 1925.

Aan

de Bedactie van ,,De Indische Guls"

Mijne H e e r e n ,

Naar aanleiding van de bespreking der brochure-Maas in De Ind.

Gids van J u l i 1925, voor de toezending waarvan ik U beleefd dank zeg, n e e m ik de vrijheid U erop te wijzen, dat de uitgave dier brochure niet alléén door ons Comité is geschied, doch door het Comité, dat voor in de brochure s t a a t vermeld. Met h e t opnemen eener rectifi-catie in U w tijdschrift zult gij den secretaris van laatstgenoemd Comité, den heer F . J . W . Drion, en mij zeer verplichten.

U bij voorbaat mijn beleefden dank betuigend, teeken ik inmiddels Hoogachtend,

(get.) E E I N G A A E D . Algemeen Secretaris.

H e t J a a r v e r s l a g v a n d e n N e d . - I n d i s c h e n T o p o g r a f i s c h e n D i e n s t o v e r 192 4.

Met zeer veel genoegen wordt bovengenoemd verslag hier ter plaatse aangekondigd, niet het minst o m d a t verschillende reeds jaren lang in dit tijdschrift wenschelijk geoordeelde maatregelen tot een begin van uitvoering beginnen te geraken. W e noemen slechts de gesloten formatie voor de officieren, het instellen van topografische kringen m e t vaste standplaatsen, het uitvoeren van nauwkeurigheids-waterpassingen en het wakker schudden van de P e r m a n e n t e Com-missie voor de centralisatie van opnemings- en

kaarteeringswerk-zaamheden. H e t gezond verstand en de noodzakelijkheid hebben het ten slotte moeten winnen van lijdelijk verzet en gekrenkte ijdelheid.

H e t s t e m t ook tot verheugenis, dat door nieuwe verhoudingen binnen niet al te langen tijd het topografisch moment weer in eere zal worden hersteld, dat aan h e t samenstellen van topografische detailbladen door onbevoegde topometers een einde is g e m a a k t en voorts de proef m e t de individueele uitmeting is gestaakt. Met de conclusie, dat het resultaat der proef t h a n s een alleszins voldoend inzicht geeft, hoe het registratievraagstuk eventueel zal zijn op t e lossen en tevens ge-legenheid biedt om vast te stellen hoe — zonder verder te gaan dan de beschikbare middelen veroorloven — op den duur een afdoende verzekering van het Inlandsch grondbezit in de daarvoor geëigende gebiedsdeelen mogelijk zal zijn, kunnen we het echter niet eens zijn.

H e t inzetten der proef en de polemiek, die daarvan het gevolg was, hebben o.i. doen leeren, hoe de zaak niet aangepakt moet worden om een millioenenverspilling te voorkomen en de Inlandsche bevolking te behoeden voor rechtsonzekerheid. Goed en d u u r z a a m of niet, hiermede gaf een volkomen deskundige, ni. de ingenieur verificateur van het kadaster I. Boer H z . in De Indische Loods van 27 M a a r t — 2 April j . 1 . het in te n e m e n s t a n d p u n t kort, duidelijk, beslist en volledig aan.

De aanvulling m e t jonge officieren bleef zorgelijk ; h e t is t e be-treuren, dat bijna 15 jaren moesten verloopen eer de wensch uit den boezem van het korps om zonder dat zulks den L a n d e meer zou kosten, ja integendeel, de positie der officieren te verzekeren, werd omgezet in een daad. De groote zorgeloosheid van vroeger en het hardnekkig, ja haast moedwillig ontkennen van een noodtoestand, plaatsen t h a n s de leiding voor groote moeielijkheden en het vroeger negeeren van idealistische factoren is oorzaak, d a t de aanvulling t h a n s een geldkwestie w o r d t . Zij die onophoudelijk waarschuwden voor de dingen, die onvermijdelijk moesten komen en van h u n goed inzicht de dupe werden, k u n n e n zich t h a n s troosten m e t de voldoening, d a t zij gelijk hadden.

Door de triangulatiebrigade werden driehoeksmetingen verricht in Djambi en op Selébès, benevens astronomische plaatsbepalingen in Siak, Indragiri en Z.O. Bornéo in welwillende samenwerking m e t de Bosscha-sterrenwacht te L e m b a n g . Voorts werden t o t aanvulling van het driehoeksnet detailtriangulaties uitgevoerd door de opnemings-en herziopnemings-eningsbrigades in de Préanger, B a t a v i a , Jokja, Z . W . Selébès en ter S u m a t r a ' s W e s t k u s t . Hoofd- en detailwaterpassingen h a d d e n plaats in de Minahassa en in Zuid-Selébès. Ben hoofdwaterpassing voor J a v a werd in studie en voorbereiding genomen. D e onderhanden topografische arbeid op S u m a t r a (Bengkoeloe, P a l e m b a n g , Kerintji, S u m a t r a ' s Oostkust en A t j è h ) , op Selébès en in de Molukken (Ambon

48

754

en H a l m a h e r a ) , in Z.O. Borneo en op de kleine Soenda.-eilanden (Bali, L o m b o k en Soembawa) werd geregeld voortgezet, c.q. m e t gebruikmaking van de uitkomsten der landrente- en agrarische metingen. Gedurende 1924 werden van die gebieden totaal in k a a r t gebracht 21444 K . M .2 (vluchtige opnemingen inbegrepen). De topo-grafische herziening van J a v a werd vervolgd; op de schalen 1 : 25000 en 1 : 50000 werd de arbeid van topometers medegerekend, 12238 K . M .2 opgeleverd.

H e t verslag van de verrichtingen van de aan het hoofdkantoor ver-bonden afdeelingen doet groote bedrijvigheid zien. Aan het hoofdkan-toor is tegenwoordig een centraal kanhoofdkan-toor voor schrijfbehoeften ver-bonden, bruto winst r u i m 12 %.

H e t hoofdstuk „Bijdragen van gemengden a a r d " opent m e t een artikel van den oud-kolonel H . D . H . Bosboom, eertijds chef van den Topografischen Dienst (1894—1897), over de verdiensten van den t h a n s 85-jarigen luitenant-generaal F . de B a s voor den Topogra-fischen Dienst in Nederlandsch-Indië. N a hetgeen nog niet lang ge-leden werd opgemerkt in dit tijdschrift ( J u n i - n u m m e r 1923, bladz.

506), doet h e t zeer weldadig aan, om t e lezen, „ d a t het zeker past, aan den luitenant-generaal De B a s , die nog steeds, zij het dan in anderen werkkring, zich m e t wetenschappelijke studiën bezig houdt, opnieuw, en n u ter plaatse, w a a r zulks veler (zouden we niet zeggen:

aller v. E . ) waardeering moet vinden, een woord van herinnering en erkentelijkheid te w i j d e n . " De generaal De B a s m a a k t e zich o.a.

verdienstelijk door zijn studie over de Eesidentiekaarten van J a v a (nog steeds een kostbare bron) en niet m i n d e r door het voorkomen van de in 1882 in een onberaden bezuinigingswoede genomen m a a t -regelen, om af te zien van de reeds voorgenomen en reeds voor-bereide triangulatie van S u m a t r a .

De heeren E . C. Gaade, F , H a g e n , K. Gsöllpointner en L . H . C. H o r s t i n g geven langere of kortere geïllustreerde mede-deelingen over vulkanen in de verschillende deelen van den Archipel, H . O. M. B e n s e m a n n en A. Tissot van P a t o t hebben het over grotten.

J . Th. H o r s t i n k publiceert enkele aanteekeningen o m t r e n t agra-rische toestanden op Lombok, J . H . W . K r a m e r vertelt het een en a n d e r over de Minangkabausche adat en Minangkabausche hoofden.

D r . S. van Valkenburg beschrijft het district Djampang-Koelon. Hij m a a k t daarbij o.m. gebruik van de in h e t jongste A p r i l n u m m e r van dit tijdschrift besproken „ U i t k o m s t e n van de Mijnbouwkundig-geologische onderzoekingen in de D j a m p a n g s " . Verder worden o.m.

de Europeesche en Inlandsche cultures behandeld; die zullen zich m e e r en m e e r ontwikkelen, waardoor ook de besproken landstreek weldra zal ophouden een vergeten uithoekje van J a v a t e zijn. De Gentenghaven, die tot stand k w a m dank zij het streven van de

Société Franco-Néerlandaise en het daaruit voortvloeiend rapport van den ingenieur Baggelaar, zal ongetwijfeld daartoe bijdragen.

I n een tweede bijdrage heeft D r . v. V. het over de bergstorting, die op den 16en J u n i 1924 p l a a t s had in een zijdal van de Tjilaki t e n zuiden van de hoogvlakte van Pengalengan, waarbij de kampoeng Tjigombong geheel verdween en ongeveer 150 personen het leven lieten. Sehr, gaat de oorzaken na en k o m t t o t de conclusie, dat m e n hier te doen heeft m e t een aardstrooming ( M u r g a n g ) , gevolgd door afknapping en afglijding van de bovenlaag, een verschijnsel, dat volgens den geomorfologischen deskundige weinig voorkomt.

De heer A. Gertis geeft in zijn sympathiek artikel „ E n k e l e aan-teekeningen o m t r e n t Noesa P e n i d e " een vrijwel afgeronde be-schrijving van het t e n zuiden van Bali gelegen dorre eiland, tevens verbanningsoord. Vooral hetgeen Sehr, mededeelt over de zoo moei-zame watervoorziening is interessant.

Ir. J . H . G. Schepers, de bekwame geodeet, behandelt de m a a t -regelen, die genomen zullen moeten worden in verband m e t h e t invoeren van een algemeenen bladwijzer voor Nederlandsch-Indië.

De bezwaren, welke vroeger eventueel hebben bestaan tegen een algemeenen bladwijzer m e t één nulmeridiaan voor den geheelen ar-chipel, zijn, n u het mogelijk is m e t weinig moeite nauwkeurige lengteverschillen t e bepalen m e t behulp van draadlooze tijdseinen, grootendeels vervallen.

H e t slotartikel, getiteld „Economische bedrijfsleiding" en bewerkt n a a r de geschriften van autoriteiten op dat gebied, bijv. de hoog-leeraren Veraart en Bordewijk, bevat vele goede wenken. H e t draagt echter geen specifiek topografisch of geografisch karakter en kan dienen voor elk bedrijf.

De vele kaarten en reproducties van foto's en schetsen, die het ver-slag sieren, mogen gezien worden, de typografische uitvoering is goed verzorgd. Zoowel de topografen in h e t terrein als de technici ver-bonden aan de Topografische Inrichting leggen eer in m e t h u n arbeid.

D e K i n a c u 11 u u r, door Dr. A.

Groothoff. Haarlem, H. D. Tjeenk Willink & Zoon. Prijs /2.25, geb. ƒ:;.—

Derde druk.

W e r d in de Maart-aflevering een leerzaam geschrift over de koffie-cultuur aangekondigd, t h a n s vestigen we m e t genoegen de aandacht op het handboekje over de kinacultuur, behoorende tot de serie

„Koloniale landbouw onder redactie van D r . J . Dekker. D e schrijver is oud Adjunct-Directeur der Gouvernements Kina-onderneming in Nederlandsch-Indië, dus nourri dans Ie serail.

756

„ S i n e china ejusque praeparatis chemicus nee nollem, nee possem esse m e d i c u s " : zonder kina en zijn chemische preparaten zou ik medicus willen, noch medicus k u n n e n zijn. Deze woorden van den Oostenrijksche geleerde D r . Pleischl zijn voldoende om hare groote beteekenis als geneesmiddel aan te duiden; de beteekenis van kina als cultuur- en handelsproduct blijkt genoegzaam uit het feit, dat Nederlandsch-Indië tegenwoordig ruim negen millioen kilo-g r a m m e n kinabast produceert, die alle te A m s t e r d a m of J a v a ver-kocht worden.

Onder kina wordt verstaan de gedroogde stam-, tak- en wortelbast van boomen behoorende tot het geslacht Cinchona. Tot n u toe heeft m e n niet m e t zekerheid k u n n e n vaststellen aan wien de eer toekomt, het eerst op de geneeskrachtige eigenschappen van de kina a t t e n t ge-m a a k t te hebben. I n Nederland ge-m e t zijn uitgebreide koloniën, waai-de bevolking dikwijls door malaria-epiwaai-demieën geplaagd wordt, was m e n in het begin der 19e eeuw begonnen eenige aandacht te schenken aan het invoeren van kina. H a s s k a r l bracht de eerste levende kina-planten over van Amerika n a a r Azië, verder zijn n a m e n cis die van J u n g h u h n , van Gorkom, de Vrij, Moens, E o m u n d e en van L e e r s u m verbonden aan de kina-cultuur.

Dr. Groothoff beschrijft den kinaboom en de basten, heeft het over de keuze der gronden en het kweeken van het p l a a t m a t e r i a a l , de ziekte en plagen, de fabrikage enz., om tenslotte h e t een en ander te vertellen over kina en kinine als geneesmiddel, de handel in kina en kinine en de productie en het verbruik. De goed geschreven tekst en de vele illustraties m a k e n het boekje tot een handig geschrift, waar-door ook de niet v a k m a n zich op de hoogte k a n stellen van de be-teekenis van een belangrijk landbouwproduct van Nederlandsch-Indië en de wijze, waarop dit gewonnen wordt.

v. E .

I n d i s c h e s p o o r w e g p o l i t i e k . Deel VIII, tekst met bijlagen, door S.

A. Eeitsma. Prijs te zamen ƒ 12.—

De schrijver van dit goed gedocumenteerde werk legt den aan-kondiger de moeielijke taak op om in enkele regelen een r e s u m é te geven van een omvangrijke arbeid, een arbeid zoo omvangrijk, d a t we ons moeten bepalen tot de hoofdpunten, die behandeld zijn.

Achtereenvolgens wordt aandacht gevraagd voor de spoor en t r a m -lijnen om Djokja, de stadstram-lijnen te Batavia, de lijn Bandjar—

Parigi—Tjidjoelang, de ijzeren wegen op de Bandoengsche hoog-vlakte, de plannen voor een stadsnet te B a n d o e n g en de verbetering der spoorwegtoestanden aldaar, terwijl ten slotte de reeds in deel I

besproken lijn langs J a v a ' s Noordkust nogmaals wordt behandeld.

I n de bijlagen zijn verschillende missives, k a m e r s t u k k e n , concessie-voorwaarden opgenomen, zoodat de geschiedenis van elke lijn af-zonderlijk gemakkelijk en volledig is na te gaan. Door bovendien ook een inhoudsopgave t e geven van de deelen I t / m V I I en de daarbij behoorende bijlagen, wordt de oriënteering zeer gemakkelijk gemaakt.

Bij deel V I I I behooren vier kaarten terwijl ook de portretten zijn opgenomen van voormannen op spoorweggebied of van autoriteiten, die op den aanleg van spoorwegen invloed hadden.

D e lezing van het hier aangekondigde werk zal doen zien, dat de oudere geschiedenis m e e r gedocumenteerd is behandeld dan de nieuwere. Bij de bewerking der onderdeelen is er echter n a a r gestreefd om op te n e m e n wat publiek eigendom is geworden en om door verwijzing n a a r de gevoerde onderhandelingen, een naslaan van details door de komende spoorwegmannen mogelijk te m a k e n .

v. E.

O o s t k u s t v a n S u m a t r a I n s t i -t u u -t . K r o n i e k 19 24, samenges-teld door M. J. Lusink, archivaris van het O. K. v. S I. Druk H. Uden Masman, Den Haag.

H e t portret van wijlen Maarnoen al Basjid P e r k a s a Alam Sjah, Sultan van Deli versiert deze uitgave.

H e t voorbericht van den samensteller heeft een slotzin, die ethiek en cultuurpolitiek treffend weet te p a r e n : „ m o g e de bloei der cul-tures ook bijdragen tot meerdere ontwikkeling van de Delische be-volking voorzoover zij daaraan behoefte heeft en dit h a a r geluk k a n v e r h o o g e n . "

De kroniek bevat uit den aard der zaak veel oud nieuws, ook geeft zij vele mededeelingen, wier beteekenis n i e t verder reikt dan h e t plaatselijk belang, h e t hier volgende wil een sprokkeling zijn van ge-deelten die bijzondere aandacht verdienen.

W a t de z.g. Vreemde Oosterlingen betreft, is h u n hoofd, Moha-med Ah, in M a a r t ontslagen moeten worden, en waar over de ver-tegenwoordiging der verschillende klassen van Oosterlingen steeds zooveel te doen is geweest, heeft m e n die gelegenheid aangegrepen om in de plaats van genoemd hoofd t w e e andere voor te stellen, waar-door niet aller belangen in één h a n d vereenigd zouden zijn. Mitsdien werd voorgesteld de benoeming van eeln L u i t e n a n t der Klingaleezen en Chetties en een L u i t e n a n t der Bengaleezen en B o m b a y e r s , waarop tot de eerste functie benoemd werd Gulan M a h a m a d J a p i Sahib Bin B a h a d u r en tot de laatste Banjitsingh.

758

De bemoeiingen van den G e m e e n t e r a a d van Medan getuigden over liet algemeen v a n een groote belangstelling van de leden in de ge-meentezaken en h u n activiteit zou m e e r tot stand hebben gebracht indien de toestand der geldmiddelen, die niet bepaald gunstig was t e n o e m e n , zulks zou hebben veroorloofd.

E n k e l e op zich zelf onbeduidende zaken, die in den B a a d ter sprake k w a m e n , werden van belang doordat zij betrekking h a d d e n op -principieele vraagstukken in verband m e t de decentralisatie. Zoo b.v. de onverkwikkelijke schermutseling tuschen den B u r g e m e e s t e r en het Hoofd van Plaatselijk B e s t u u r ter zake van h e t voor h e t ver-keer afsluiten van een openbaren weg op last v a n laatstgenoemden a m b t e n a a r , waartegen de burgemeester zich verzette, en waarbij op-nieuw h e t licht werd geworpen op de onhoudbaarheid van den eigen-aardigen toestand, dat een burgemeester over de politie in zijn res-sort niets heeft t e bevelen.

I n 1919 werden door de G e m e e n t e in het Polonia-kwartier gronden afgestaan voor beplanting m e t niet-overjarige gewassen ter bestrijding van den voedselnood, w a a r v a n een druk gebruik werd gemaakt.

Begin 1924 zijn al deze , J a d a n g s " ontruimd m o e t e n worden, het-geen bij de opgezetenen, hoewel dezen het-geenerlei p e r m a n e n t recht h a d d e n verkregen, nogal kwaad bloed zette en tot protesten en mani-festaties aanleiding gaf. Daarop had een nieuwe indeeling plaats in 200 perceelen van yi, H . A . , waarvoor de gebruikers 50 cts. per m a a n d p e r ' p e r c e e l betalen, gevolgd door een hernieuwde toewijzing.

Over de zaak van groot belang voor N . - L , de bestuurshervorming, welke beoogt een meer practischen gang van zaken te scheppen door een gewijzigde indeeling der bestuursgebieden en instelling van auto-n o m e bestuurslichameauto-n, is voor S u m a t r a ' s Oostkust auto-niets vaauto-n dade-lijke practische beteekenis bij te brengen.

W a a r een invoering der hervorming op J a v a blijkbaar reeds zoo-veel moeilijkheden doet verwachten, dat daar allereerst de proef ge-n o m e ge-n wordt m e t eege-n gedeelte vage-n dat eilage-nd, ge-n.1. W e s t - J a v a , zal een reorganisatie op S u m a t r a wel niet zoo spoedig voor de deur s t a a n en zou m e n volgens de berichten daar ook willen beginnen m e t een G o u v e r n e m e n t Zuid-Sumatra,' zoodat de Oostkust voorloopig niet aan de beurt k o m t . Dit zou ook strooken m e t een mededeeling van Dr. Buff art in den C u l t u u r r a a d , dat hij op J a v a vernomen had, d a t de Kegeering er niet aan dacht, den C u l t u u r r a a d op t e heffen.

Voorloopig zal dus nog alles bij het oude blijven.

D e Gewapende Politie, die reeds eenige jaren m e t succes werk-zaam was in het belang van orde en veiligheid op de ondernemingen, zou m e t ingang van 1 J u l i 1925 vervangen worden door de z.g. Veld-politie, zooals die op J a v a reeds een viertal jaren bestaat.

H o e de samensteller d e n k t over de poenale sanctie, legt hij bloot in deze woorden:

Zooals te verwachten was, is het vraagstuk der poenale sanctie — voor weldenkende practici geen vraagstuk, doch voor buitenstaande ethici een gaarne bereden stokpaardje in het circus der parlementaire discussies — in 1924 weer eens op den voorgrond gebracht en in de zittingen der Tweede K a m e r van 11 J u n i e.v. besproken, enz.

Aanslagen op Assistenten. Hieronder volgen enkele cijfers:

1913 41 aanslagen, inclusief 1 moord.

1919 13 , , 2 moorden.

1922 26 ,, ,, 1 moord.

1923 31 ,, ,, 2 moorden.

1924 19 ,, ,, 1 moord.

Hieruit blijkt, dat de aanslagen in h e t jaar 1924 weliswaar veel m i n d e r waren dan in de beide voorafgaande jaren, m a a r toch nog hoog genoeg.

W a a r het vaak moeilijk valt de diepere oorzaak (niet de directe aan-leiding) , die tot een aanslag leidt, op te sporen, zal het ondoenlijk zijn, daartegen maatregelen t e n e m e n , doch wel wordt aangenomen, dat een rechtvaardige behandeling van den koelie en een n a l a t e n door den assistent van het uitdeelen van klappen een gunstigen invloed heeft.

Immigratie. Groote o n t s t e m m i n g is verwekt geworden door de op bevel van hooger h a n d verscherpte toepassing der bestaande immi-gratievoorschriften, welke een toelatingskaart vereischen voor eiken i m m i g r a n t van f 50, welk bedrag m e t 1 J u l i tot f 100 werd verhoogd.

H e t gevolg is dan ook niet uitgebleven en honderden (sommige berichten spreken van „ d u i z e n d e n " ) werden uitgezet, daar zij het groote bedrag niet konden betalen. W a a r de vooruitgang van het ge-west een vlotte immigratie (b.v. uit China) noodig m a a k t , is het be-vreemdend, dat deze door bovenbedoelde bezwarende heffing wordt tegengewerkt. E e n mildere toepassing of wijziging der toelatings-bepalingen lijkt dan ook alleszins gewenscht.

Onderstaand staatje geeft een overzicht van het aantal contractan-ten, werkzaam ter Oostkust:

E i n d e 1922. E i n d e 1923. E i n d e 1924.

Chineezen ± 27.000 29.000 28.000 J a v a n e n 151.000 143.000 145.000 Diversen 2.000 2.000 2.00O

A

± 180.000 174.000 175.000 Cultures. H e t jaar 1924 is voor de cultures zonder uitzondering zeer gunstig geweest als gevolg van de m e t goed gevolg doorgezette bezuiniging en de goede prijzen, voor de producten behaald, een actieve en een passieve oorzaak derhalve, die tot h a a r bloei hebben bijgedragen. Die bezuinigingen hebben weliswaar minder geld onder de

760

bevolking gebracht en daardoor den handel afbreuk gedaan, doch daar s t a a t tegenover, dat de m e e r economische werkwijzen op de nemingen respectief de lagere kostprijzen der producten den onder-nemingsgeest hebben wakker gehouden, waaraan dan ook wel voor een goed deel de opening van nieuwe plantages zal zijn te danken. E n evenzoo zullen de hoogere voor de producten behaalde prijzen daartoe hebben medegewerkt, zoodat de bloei der cultures — zij het voor een deel — aan het geheele gewest t e n goede is gekomen.

De t h a n s uitvoerbaar gebleken bezuinigingen wijzen er op, hoe weinig economisch in vorige jaren gewerkt is geworden, een verschijn-sel, dat zich echter over de geheele wereld in vele takken van bedrijf en vooral ook in het beheer van rijks- en gemeente-financiën heeft voorgedaan tot schade van de gemeenschap, die n u nog onder zware lasten gebukt gaat.

Intusschen is bedoelde verbetering reeds van gunstigen invloed ge-weest op den wereldhandel en het wereldverkeer m e t als gevolg een grootere vraag n a a r onze koloniale producten, die tot zeer winstge-vende cijfers gerealiseerd kon worden.

Opmerking verdient, hoe zich in de laatste jaren de afzetgebieden van verschillende producten hebben gewijzigd, hetgeen zijn oorzaak vindt in de oorlogsjaren, toen wegens de verkeersbelemmeringen men gedwongen was, nieuwe verbindingswegen en andere débouchés te zoeken. Vooral speelt hierbij Amerika een groote rol, dat belangrijke hoeveelheden rubber, die vroeger te L o n d e n en Amsterdam, werden gekocht, tot zich trok, waarbij het voor de Nederlandsche cultuur-maatschappijen ten tijde van den angst voor het deprecieeren van den gulden zeer welkom was, een dollarcredit t e New-York aan te kwee-ken. M a a r ook na het herstel van het internationaal verkeer bleef Amerika een groot afnemer van onze producten en zijn invoer bleef toenemen.

Ook Aiistralië is van belang geworden voor den afzet v a n onze pro-ducten, al beantwoordt de uitvoer nog niet geheel aan de verwach-tingen, althans voor zoover de uitvoercijfers der douane aanwijzen:

hierbij is toch in aanmerking t e n e m e n , dat volgens de statistieken een groote uitvoer van producten plaats vindt naar Singapore, zonder dat m e n weet of daarvan niet een deel n a a r Australië gaat.

H e t is voor de planters toe te juichen, dat dezen door uitbreiding van h u n afzetgebied hoogere prijzen k u n n e n bedingen dan bij een ter m a r k t brengen in Nederland, doch voor den handel in en het verkeer m e t het Moederland is het een groot nadeel, doch de handel laat zich n u eenmaal niet dwingen (tenzij door kunstmiddelen, die echter niet zijn aan te bevelen) en de bloei der cultures k o m t ten slotte indirect toch ook aan het Moederland t e n goede.

W a t de cultures betreft meenen wij hier m e t deze algemeene

op-merkingen te k u n n e n volstaan, al geeft de kroniek interessante cijfers over elk der cultures afzonderlijk (krijgt in deze het Deli-proefstation wel de eere, die het v e r d i e n t ? ) . Voor de palmolie m a k e n wij even een uitzondering, in verband m e t hetgeen t e n aanzien daarvan voor-k o m t in de vorige aflevering van D. I. G., blz. 668. De voor-kronievoor-k zet haar verslag d a a r o m t r e n t m e t deze zinsnede in:

De cultuur van den oliepalm (elaeis guineënsis) n e e m t ter Oost-k u s t gestadig in beteeOost-kenis toe en h e t is te verwachten, dat in de toekomst het Indische product de olieindustrie in het land van

De cultuur van den oliepalm (elaeis guineënsis) n e e m t ter Oost-k u s t gestadig in beteeOost-kenis toe en h e t is te verwachten, dat in de toekomst het Indische product de olieindustrie in het land van

In document *Vi iffe^ (pagina 184-200)