TIJDSCHRIFT- EN DAGBLADARTIKELEN

In document *Vi iffe^ (pagina 165-184)

DEN HAAG, 15 Juli 1925.

I N H O U D

Zwevend nationalisme. — De openingsrede van den Gouverneur-Generaal voor de Volksraadszitting. — De particuliere landerijen. — In de Panglongs.

— Indische tentoonstelling voor Utrechtsche schoolkinderen. — Duitsche belangstelling voor Sumatra. — De toekomst van het luchtverkeer met N.-I.

— Indisch lyceum. — Het animisme en de kunst. — De Nederlandsche Handel-Maatschappij in 1924.

Zwevend nationalisme. E e n stuk, w a a r a a n het Bat. Nwbl. van 22 Mei de plaats van het hoofdartikel inruimt, geeft bespiegelingen over: Welke waarde heeft het nationalisme, zooals h e t zich heden ten dage als tegenstander van onze heerschappij a a n d i e n t ?

Na uiteen te hebben gezet, dat er geen belangen-tegenstelling be-s t a a t tube-sbe-schen de breede lagen van het volk van I n d i ë , i n welk deel onzer koloniën ook, en onze heerschappij, zegt de Sehr, „ d u s kan er ook geen oorzaak b e s t a a n voor een nationalistische strooming onder de bevolking. Deze is zich zeer wel bewust, dat het veiliger is onder de hoede van Nederland dan onder die van eigen vorsten.

E r is evenwel iets anders en nog wel iets, dat berust op n a t u u r -lijke uiting. H e t volk is verplicht geworden tot moderner begrippen op het gebied van h o r m a t en adat en dergelijke verandering is niet door dwang tot stand te b r e n g e n ; die m o e t door evolutie o n t s t a a n . H e t k a n niet m e e g a a n m e t de beweging voor meerdere vrijheid van h e t woord en h e t verstaat het optreden der Westersche bestuurders verkeerd. H e t ziet in overleg zwakheid en in erkenning van persoon-lijke waarde m a c h t s v e r m i n d e r i n g . D a a r o m hecht h e t nog aan oude instellingen, d a a r o m begroet h e t een s u l t a n als v o r s t ; het wenscht, het verlangt n a a r aanbidding van hooger gestelde m a c h t e n en d a t m een zichtbaren vorm. D a t de Eegeering de sultans vrijheid schenkt, a a n v a a r d t h e t niet als bewijs van liberale opvatting, doch als uit-drukking van invloedsvermindering.

De correctie daarvan k a n alleen op den langen d u u r plaats vinden.

Zoo onze Eegeering p a r a a t blijft, zal h e t volk inzien, dat het ver-keerd heeft geoordeeld en al moge het motief in volle waarde niet doordringen tot de hersens, weten en erkennen zal het t e n lange leste, dat wat voor zwakheid werd aangezien, gunst was.

734

M a a r m e t nationalisme heeft dit niets u i t s t a a n , w a n t in den vorst is n i m m e r de verpersoonlijking van het nationaal gevoel gezien, daar-voor stond hij te ver van het volk verwijderd, als ware hij een godde-lijk wezen en geen m e n s c h .

H e t beste valt zulks waar te n e m e n bij de volksgroepen na de V a n Heutsz-periode aan ons gezag onderworpen; n i e m a n d dan zij die baat vonden bij het machtsmisbruik der vorsten, verlangt terug n a a r herstel der inheemsche monarchieën. W a a r het volk m e t hulp van godsdienst-tegenstellingen niet wordt opgezweept, daar b e s t a a t geen zweem van nationalistisch verlangen.

De nationalistische bewegingen en beweginkjes gaan dan ook absoluut buiten de groote m a s s a om.

H e t z.g. nationalisme van verschillende vereenigingen is het stre-ven van een groep van personen, die, dank zij de vrijzinnige denk-beelden en opvattingen van het N . I . Gouvernement, in s t a a t gesteld werden zich boven de groote massa te ontwikkelen en uitsluitend daaraan te danken hebben, wat zij geworden zijn en die n u in kort-zichtigheid m e e n e n ook tevens diens t a a k te k u n n e n overnemen.

D a t nationalisme heeft zich nog slechts door woorden en phrasen doen k e n n e n ; tot daden is het nog niet gekomen: de opvoeding van het volk blijft overgelaten aan de N . - I . regeering; wat deze niet° doet of m e t doen kan, blijft ongedaan. Men zoekt onder hen vergeefs een algemeen erkend leider, begiftigd m e t schitterende gaven " v a n geest, toekomst en eer opofferende om zich in dienst van het volk te stellen.

J a w e l , er is nog zooveel te verbeteren; er ontbreekt nog zoo'n boel aan den economischen toestand, die algemeene welstand zou k u n n e n zijn, m a a r niet als gevolg van de staatsinrichting, doch hoofdzakelijk als gevolg van den aard van het volk zelf. Die fouten wreken zich, doch zouden het in nog erger m a t e doen, zoo de teugels van het be-wind in h a n d e n k w a m e n van inlandsche leiders. E r worden belastin-gen geheven, m a a r in het algemeen belang en niet ter wille van per-sonen van bepaalde nationaliteit, evenmin als onderdanen van be-paalde nationaliteit er van zijn vrijgesteld.

H e t ware t e wenschen, d a t de heeren eens duidelijk in h e t licht stel-den, wat eigenlijk h e t doel van hun nationalisme is en welk belang h u n volk er bij heeft. Tenzij het sentiment alleen aan het woord is ; daartegen helpt geen betoog; dan passen alleen stilzwijgen en paraat-heid.

Heeft het partiëele nationalisme al weinig reden van bestaan, om-dat het geen steun vindt in de volksovertuiging, in nog meerdere m a t e geldt dit voor het z.g. Indonesische nationalisme.

Nationalisme onderstelt eenheid, waarmede volkeren-antagonisme volmaakt in strijd is en grooter antagonisme dan er heerscht t u s

-sehen de verschillende volksgroepen in ons koloniaal Rijk is moeilijk denkbaar. Dit is o n t s t a a n in ouderen tijd bij de belangen-tegenstel-ling tusschen die groepen; het is zoo natuurlijk als dat tusschen ver-schillende Europeesche volkeren. Alleen wanneer een volk gegroeid is uit een menging van andere volksgroepen als in Amerika h e t geval is, gaat die animositeit op den duur verloren.

De meeste volkerengroepen zijn als historische eenheden gegroeid, wier belangen m e t elkaar in botsing k w a m e n , welke hen vijandig tegenover elkander plaatste ; het pandelingschap en de slavernij zijn wrange vruchten van Indonesischen bodem ; als geen alles-overheer-schende m a c h t aanwezig is, zal zich de n a t u u r doen gelden en zullen beide vormen van onderdrukking hersteld worden.

D a a r ontbreken alle elementen voor nationale eenheid; er is noch eenheid van godsdienst, noch van afkomst, noch van geografischen a a r d ; er was steeds onderlinge strijd, overheersching en onderdruk-k i n g ; er was niets dat vereende, alleen w a t scheidde.

Geheel de z.g. nationalistische beweging is k u n s t m a t i g , zweeft in de lucht, berust noch op volksovertuiging, noch op eenheid van wil en doel en kan alleen t e n gevolge hebben, dat h e t weinigje, dat de Regeering in het belang van de economische verheffing van het volk tot stand kan brengen, vertraagd of benadeeld w o r d t . "

De Sehr, besluit m e t deze toespraak:

„ H e e r e n nationalisten, t r a c h t eerst m e t de goed willende Regee-ring uw volk economisch en lichamelijk sterker te m a k e n , en als ge het zoo ver gebracht hebt, dat ieder volk en iedere volksgroep in ons uitgestrekt Indisch Rijk op zich zelf k a n s t a a n , zal h e t tijd worden onder leiding van Nederland h e t in het volk wortelende nationaal streven in gezonde banen te l e i d e n . "

* * *

De openingsrede van den Gouverneur-Generaal voor de Volks-raadszitting. Wij knippen uit een tweetal bladen een p a a r zinsneden.

E e n particuliere correspondentie in de N . B. Ct. van 28 J u n i zette een beschouwing, welke besloot m e t een verzuchting over het onge-bruikt laten van de gunstige gelegenheid om een flink begin te m a k e n m e t verhoogde welvaartszorg, waarmede niet alleen de oeconomische-, m a a r ook de politieke toestand veel te verbeteren waren, aldus i n :

„ D e Indische begrooting voor 1926 brengt een zekerheid, die ont-stellend zou zijn, ware zij niet zoo verheugend, en die verheugen zou, indien zij vrijwilliger ware gebracht. Belangrijk en vol beteekenis, o m d a t zij de laatste is van h e t huidig bewind, l a a t deze begrooting slechts één indruk: hoe moeilijk zal het zijn, voldoende duidelijk t e m a k e n wat zij brengt — en wat zij niet brengt, terwijl het toch zoo bizonder noodig is, dat men ook in Nederland inzicht verkrijgt in den toestand.

736

Oefenen t h a n s t a l van dwingende suggesties h u n invloed, meeïien velen hier en ginds t e goeder trouw dat financieele o n m a c h t een steriel beheer zou wettigen, -— indien slechts deze begrooting ruime verspreiding verkreeg, zou m e n er uit leeren: de waarheid over I n d i ë . Zij bevat cijfers, die onthullingen zijn. Cijfers, w a a r v a n de mogelijke juistheid nog kort geleden m e t nadruk zou ontkend zijn door allen, die eenig optimistisch inzicht in de Indische financiën als lichtzinnig-heid veroordeelden en die elke vraag om welvaartszorg m e t een ver-m a n e n d e verwijzing n a a r een schijnbaar leege schatkist hebben be-antwoord. Twijfel aan die leegte was ontoelaatbaar. D i t ledig was de onaanvechtbare verdediging v a n alle onthouding — m e n had uit een volle schatkist niet zoo vele fondsen k u n n e n p u t t e n als uit een leege a r g u m e n t e n van verweer tegen elke critiek. De algemeene bezuini-ging, de sterke inkrimping van alle uitgaven, de verzwaring der be-lastingen, de ontstentenis van eiken nieuwen maatregel, het veto over elk nieuw plan — het werd alles verklaard uit den slechten toe-stand van 's lands financiën.

Ook n u nog zal n i e m a n d volhouden, dat het zuinigheidsbewind geen goede vruchten heeft gedragen of dat n a a r het herstel der financiën niet gestreefd moest worden. M a a r aan de groote verrassing dezer be-grooting doet dat niets af, — even scherp blijft het contrast tusschen de t h a n s geboden begrooting en de cijfers die er bij worden mee-gedeeld. D e cijfers namelijk die leeren, dat wij ten onrechte allen in de meening leefden, dat de vorige jaren verliezen en zelfs zware te-korten h a d d e n opgeleverd. W a n t t h a n s geven de eigen cijfers der regeering de waarheid: die jaren gaven géén tekorten — zij gaven voordeelige sloten !

Op den gewonen dienst dier jaren overtroffen de middelen de uit-gaven en m e n hield geld over: in 1922 f 1.623.205; in 1923 f 2.474.122; en in 1924, het vorig jaar, bedroeg het voordeelig slot niet minder dan 88.019.187 g u l d e n ! Met acht en tachtig millioen gulden hebben de inkomsten de uitgaven overtroffen. Meer dan hon-derd millioen gulden overtrof de u i t k o m s t de r a m i n g in een jaar, dat als een jaar van tekorten i m m e r is aangeduid. D a t is h e t antwoord, door de regeering zelf gegeven, aan degenen die i m m e r h u n ,,onmoge-lijk!" lieten hooren als voor eenigerlei m a a t r e g e l geld werd gevraagd.

E n h e t is niet onbegrijpelijk, dat de „ N o t a betreffende den toestand van 's lands financiën", w a a r a a n deze cijfers ontleend zijn, er weinig c o m m e n t a a r bij geeft. H e t is evenzeer te begrijpen, d a t de landvoogd in zijn getemperd-blijmoedige openingsrede voor den Volksraad m e t geen woord van dit cijfer heeft gerept. W o r d t i m m e r s op deze cijfers de n a d r u k gelegd, dan zullen daaruit velerlei conclusies worden ge-trokken.

N u mag tegen één bepaalde soort conclusies hier gewaarschuwd

worden. Men zou t e ver k u n n e n gaan en aanvoeren, dat deze uit-k o m s t e n de bezuinigingspolitieuit-k niet wettigen. Ten onrechte — w a n t de bezuiniging is in vele opzichten n u t t i g en onvermijdelijk geweest.

Critiek werd slechts uitgeoefend op de wijze, waarop die geschiedde en waarop volksbelangen werden geschaad. E n d a a r o m is het toch t e betreuren dat de Indische regeering, geleid door begrijpelijke vrees voor verkeerde conclusies, geschroomd heeft zelf de aandacht te ves-tigen op cijfers — welke i m m e r s ook juiste conclusies wetves-tigen. T h a n s is in wijden kring de indruk gewekt, als wilde m e n deze gunstige uit-k o m s t e n verbergen, als wilde m e n deze bedragen ergens voor sparen

— voor vlootuitbreiding, volgens sommigen, voor belastingverlaging der vennootschappen, volgens anderen. Ook die veronderstellingen waren vermeden, indien de regeering ten aanzien van onverbergbare cijfers zelf vrijwillig klaarheid had gebracht. D i t verzuim werpt op de nieuwe begrooting de donkere schaduw der verheimelijking."

De Loc. van 22 Mei schreef :

„ W i j d t de regeering' a a n d a c h t aan de materieele ontwikkeling, zij spreekt zich andermaal aanmoedigend t e n opzichte van de politieke ontwikkeling uit. D e paragraaf over de Inlandsche beweging brengt weliswaar niet anders dan het overbekende a d a g i u m : gezonde poli-tieke stroomingen zijn aan de regeering sympathiek, m a a r onder-mijning van het gezag zal m e t de strengste middelen worden gekeerd

— m a a r ze bewijst tevens dat de regeering het verstandige stand-p u n t , door h a a r ingenomen, niet heeft verlaten. Wilde stand-perscamstand-pa- perscampa-gnes, in de laatste m a a n d e n gevoerd om de regeering te prikkelen t o t aankondiging van nieuwe verscherpte maatregelen, hebben te B u i t e n -zorg geenerlei uitwerking gehad. De regeering ziet blijkbaar door eigen oogen en weet dat zij m e t de bestaande w e t t e n en middelen h e t gezag volkomen h a n d h a v e n kan. H e t compliment aan b e s t u u r en politie voor h u n optreden houdt tevens een herhaling in van den wensch dat voorgebrachte klachten ernstig worden onderzocht. Op dezelfde wijze gaat het woord van voldoening over het feit dat hiel-en daar de bevolking zich teghiel-en communistische leiders keert ver-gezeld van de waarschuwing dat elk exces, van welke zijde ook, zoo-veel mogelijk m o e t worden voorkomen en t e g e n g e g a a n . "

# *

*

De particuliere landerijen. Over wantoestanden en de wegneming daarvan door terugbrenging v a n de particuliere landerijen tot s t a a t s -domein, schreef De Loc. van 19 Mei, h e t volgende:

„ E e n korte spanne tijds was pas verstreken n a het Tangerangsche treurspel, toen berichten over ernstige m i s s t a n d e n in dezelfde streek verschenen ook in die bladen, welke eerlang zelfs de zinspeling op

738

oorzakelijk verband tusschen dergelijke gebeurtenissen en de gesteld-heid der bevolking h a d d e n afgewezen. Sinsdien zijn meerdere klachten openbaar gemaakt en al zullen sommigen voor de algemeene erken-ning van politieke en crimineele verschijnselen als gevolg ook van economische oorzaken nog wel eenigen tijd behoeven — dat in de streek der particuliere landerijen m i s s t a n d e n aanwijsbaar zijn, kan niet meer worden ontkend.

E e n korte s a m e n v a t t i n g van de bekend geworden feiten volge.

Door een redacteur van het Alg. Ind. Dagblad werd gepubliceerd hoe een aantal landheeren bij het wegen van de h u n verschuldigde rijst valsche weegschalen gebruiken, waardoor h u n vijfde deel van den oogst nog m e t een onrechtmatig deel vermeerderd wordt. Hetzelfde blad meldde hoe landheeren de veldproducten h u n n e r opgezetenen koopen tegen lagen prijs en hen beletten ter pasar te gaan voor betere prijzen door den weg daarheen t e doen vernielen.

Van andere zijde werden deze twee ernstige beschuldigingen ver-meerderd m e t die van mishandeling — een zaak welke juist t h a n s snel de aandacht trekt, nu tegelijk in W e s t - J a v a en in Midden-Java gevallen van mishandeling' bij politie-verhooren justitieel behandeld worden.

W e d e r o m van andere zijde wordt ons gemeld, hoe een groot land-heer beschuldigd is van zedenmisdrijven jegens m e e r dan vijftig minderjarige meisjes, woonachtig op zijn grond. Tevens zijn klachten ingediend tegen een landheer, die het bezitsrecht over stukken land verkreeg en daarvan een notarieele acte toonde, terwijl gebleken is dat de betrokken bezitters bij het samenstellen daarvan door den sindsdien overleden notaris niet aanwezig waren en zij vrijwel geen vergoeding hebben ontvangen.

Dit is de sobere samenvatting van een reeks m i s s t a n d e n , waar-over uitvoerige gegevens ter beschikking s t a a n . N a a r de laatstge-noemde werd door den regent van B a t a v i a een onderzoek ingesteld, n a d a t een vorig was mislukt. E l k ingrijpen van het b e s t u u r stuit op de moeilijkheid van tegenwerking ter plaatse — zoo ver reikt de m a c h t van den landheer, dat getuigen zelden durven spreken.

Zij een onderzoek naar recente misbruiken gewenscht — de alge-meene toestand op vele particuliere landerijen is sinds lang bekend.

D e landheer heeft den grond, de huizen, de wateren en de wegen. De h e m verschuldigde tjoeké bedraagt twintig procent van den oogst en de opgezetenen moeten bovendien rjog 52 dagen voor h e m werken.

Zij betalen daarenboven nog andere belastingen en leven in een s t a a t van volkomen afhankelijkheid. De landheer heeft het recht politie en hoofden aan te stellen, hij regelt, doet recht en beschikt, door toe-zicht noch b e s t u u r gehinderd, door gewapende dienaren gesteund en door de Inlandsche opgezetenen gevreesd.

Oud zijn de klachten over misbruik, oud zijn de gevolgen van kwade toestanden, oud zijn ook do pogingen voor verbetering. Ofschoon de middelen, aangegeven door de wet van 7 November 1910, jaren lang niet werden toegepast, werd d a a r m e d e t o t die verbetering het besluit genomen en vastgelegd — er is besloten de particuliere landerijen bewesten den Tjimanoek terug t e brengen tot staatsdomein. Dit be-sluit is er — m a a r het kon slechts zeer t e n deelè worden uitgevoerd.

Einancieele omstandigheden hebben belet voort te gaan m e t het weg-n e m e weg-n vaweg-n eeweg-n euvel dat, weg-n a a r vrij algemeeweg-ne erkeweg-nweg-niweg-ng, aaweg-n de ontwikkeling der bevolking in een belangrijk deel van W e s t - J a v a in den weg staat.

Betreurenswaardig als de onvermijdelijke vertraging van de uit-voering zij — het is van beteekenis dat reeds de politiek t e n dezen aanzien werd vastgelegd ; n u zal een streven n a a r verbetering niet den tegenstand ontmoeten welke voor een nieuw denkbeeld wellicht ware te vreezen. Dit verhoogt de kans, dat t h a n s eindelijk de sinds lang gekozen weg wordt ingeslagen.

Die kans is er.

Op de landsbegrooting voor 1926 wordt, n a a r wij vernemen, een post uitgetrokken voor den terugkoop van particuliere landerijen.

D a a r m e d e wordt de erkenning van de noodzakelijkheid der terug-brenging tot staatsdomein opnieuw bevestigd. Bevestigd wordt tevens het ongewenschte van den toestand, waarbij de bezwaren tegen het reglement o m t r e n t de particuliere landerijen zelf al even ernstig zijn als die tegen overtreding van dat reglement. Tjoekeï, contingent of padjeg bedragend twintig procent van den oogst, t u i n h u u r van vrucht-boomen en elk gewas dat eenig voordeel oplevert, grondhuur van de plaats w a a r woningen s t a a n , heffing van de vischteelt, aanstelling politie en hoofden door den l a n d h e e r ; de onmogelijkheid om goede wegen en irrigatiewerken tot stand te brengen, de onveiligheid, de rechtsonzekerheid — al deze rechtstreeks uit h e t reglement voort-komende bezwaren, vermeerderd nog door die van de overtreding ervan zijn te duidelijk om weersproken t e worden. Met h e t opbren-gen van een post-voor-terugkoop 'wordt de eertijds gekozen gedrags-lijn voortgezet. Weliswaar heeft indertijd een prae-advies van den heer D . Mulder voor een goedkooper oplossing gepleit, welke zeker overweging verdiende, m a a r afdoende verbetering zal slechs door terugkoop mogelijk z i j n . "

De N. R. Ci. bevatte een particuliere correspondentie dd. 19 Mei, welke over dit onderwerp feiten en beschouwingen gaf van nabij ver-want aan die van het Locowotïe/-artikel.

* *

#

740

In de, Panglongs. I n de Sum. Post trekken deze onthullingen de a a n d a c h t :

Zoo n u en dan zijn in het verre en het allerjongste verleden de be-faamde panglongs — de meerendeels Chineesche houta.ankap-onder-n e m i houta.ankap-onder-n g e houta.ankap-onder-n op de eilahouta.ankap-onder-ndehouta.ankap-onder-n ehouta.ankap-onder-n de k u s t e houta.ankap-onder-n vahouta.ankap-onder-n Begkalis — uit de diepe rimboe-duisternis, waarin ze leven, naar voren gebracht. M a a r telken-male wanneer het licht van de openbaarheid op deze merkwaardige gemeenschap viel, dan bleek het dat daar in de duisternis veel ver-borgen kwaad was en werd gebrouwen. Uit de getuigenverklaringen in een rechtzaak, die uit deze omgeving s t a m d e , bleek ook, dat n u en dan een b e s t u u r s a m b t e n a a r voor de verleiding zwichtte en terwille van zekere contraprestaties een oog dicht deed en zich verder m e t h e t leven en ... sterven in de Chineesche panglongs niet inliet.

Naar wij t h a n s uit Bengkalis vernemen, zijn er krachtige m a a t -regelen genomen om paal en perk te stellen aan de in dat gebied heerschende wantoestanden en zijn er dientengevolge gegevens be-kend geworden, die uitwijzen, dat het leven er geen leven was, m a a r het sterven nog verschrikkelijker.

I n korte woorden omschreven b e s t a a t een panglong — niet m de directe omgeving der schaarsche ietwat grootere plaatsen, doch overal elders langs de k u s t e n en de rivierarmen — uit een concessie van een zekere breedte en een zekere lengte, welke laatste gewoonlijk af-hankelijk is van de gesteldheid van het oerwoud, dat daar veelal uit vloedbosschen bestaat, waarop hout gewonnen wordt in drie stadia.

H e t wordt gekapt door de kappers, het wordt gesleept door de sleepers en het wordt gezaagd door de zagers. H e t is deze middelste categorie, die wel het z w a a r s t e en h e t . . . gevaarlijkste bestaan heeft.

Gevaarlijk, niet o m d a t de risico van het sleepen zoo buitengewoon groot zou zijn, doch gevaarlijk , o m d a t het misnoegen van den m a n -doer, dat vooral deze lieden treft, die dikwijls ziek worden en dan zeker het zware sleepwerk niet kunnen verrichten, tot voor zeer kort zich uitsprak in den gewelddadigen dood van den arbeider, die het had opgewekt.

Deze arbeiders, evenals de zagers en de kappers, worden hoofd-zakelijk van de Overwal — speciaal van Singapore — gelokt door h e t geven van een voorschot. Ze worden dan verscheept, zonder te weten, waarheen ze gaan en wat ze eigenlijk moeten doen en wanneer ze eenmaal op de panglong zijn aangekomen bemerken ze dat ze in den meest letterlijken zin tot slaven zijn geworden. De m a n d o e r beschikt over leven en dood e n . . . weg k u n n e n ze niet, ondanks het feit, dat ze door geen enkel contract gebonden zijn. Vluchten ze, dan verzinken ze in de moerassen, werken ze niet of worden ze langdurig ziek, d a n . . . verdwijnen ze. H e t is ongelooflijk wat er op dat gebied voor üfschuwelijks in al deze panglongs gebeurd moet zijn en soms,

on-danks het feit, d a t de regeering er t h a n s m e t alle m a c h t tegen te velde t r e k t , nog gebeurt.

W a n n e e r een onderzoek wordt ingesteld op een panglong, zal geen enkele Chineesche arbeider h e t wagen iets m e d e te deelen of iets t e verklappen, m a a r zoodra zijn ze niet van dat ver-schrikkelijke stuk grond af — waar ze nooit zullen terugkeeren — of de verhalen k o m e n los. W a n n e e r m e n n u alleen m a a r dit in

W a n n e e r een onderzoek wordt ingesteld op een panglong, zal geen enkele Chineesche arbeider h e t wagen iets m e d e te deelen of iets t e verklappen, m a a r zoodra zijn ze niet van dat ver-schrikkelijke stuk grond af — waar ze nooit zullen terugkeeren — of de verhalen k o m e n los. W a n n e e r m e n n u alleen m a a r dit in

In document *Vi iffe^ (pagina 165-184)