HOOFDSTUK 2. DE VERSTANDELIJK BEPERKTE IN HET STRAFRECHT

2.3 P REVALENTIE VAN VERSTANDELIJK BEPERKTEN

2.3.2 Reden van prevalentie

Zoals reeds in de inleiding werd aangegeven, kan een verstandelijk beperkt persoon eerder dader worden van een strafbaar feit en blijkt dat zij oververtegenwoordigd zijn in het justitiële domein. Om te begrijpen wat voor hen gepast zou zijn en om later te kunnen stellen welke strafdoelen het beste passen bij de verstandelijk beperkte moeten we begrijpen wat de redenen zijn die ervoor zorgen dat verstandelijk beperkten oververtegenwoordigd zijn. Collot d’Escury heeft onderzoek gedaan naar de vraag waarom jongeren met een licht verstandelijke beperking oververtegenwoordigd zijn in het justitiële circuit.56 Haar conclusie is dat jongeren met een licht verstandelijke beperking een grotere kans lopen om in aanraking te komen met justitie omdat zij minder cognitieve mogelijkheden hebben om ‘aan de rem te trekken’ en omdat zij een minder ontwikkeld vermogen hebben om de intenties van anderen in te schatten. Dit zou vooral zichtbaar worden indien er sprake is van complexe situaties.

Maar hoe zit dat precies?

In paragraaf 2.2 is al uitgelegd wat een verstandelijke beperking precies is. Hierbij zagen we dat bij het vaststellen van een verstandelijke beperking van belang is dat er een gebrek is in het adaptieve vermogen van de verstandelijk beperkte. Hierbij bestaat het adaptieve vermogen uit praktische vaardigheden zoals veiligheid, omgang met geld, zorg voor gezondheid, persoonlijke verzorging en arbeidsvaardigheden maar ook uit conceptuele vaardigheden zoals lezen, schrijven en begrip van tijd, geld en getallen. Een laatste onderdeel van het adaptieve vermogen dat gebrekkig is bij verstandelijk beperkten bestaat uit sociale vaardigheden zoals lichtgelovigheid, moeite om zich aan de regel of de wet te houden, moeite om sociale problemen op te lossen en weinig sociale verantwoordelijkheid of zelfrespect.57 Op sociaal gebied blijkt dat het vaak problematisch is voor de verstandelijk beperkte om zichzelf in het perspectief van een ander te kunnen verplaatsen. Hierdoor heeft de verstandelijk beperkte moeite om zich in te leven in een ander.58 Bovendien is de verwerking van, voornamelijk sociale, informatie veel minder efficiënt dan bij een normaal begaafde.59 Hierdoor kan een persoon met een verstandelijke beperking een situatie vijandig beoordelen omdat men niet in staat is om mogelijke alternatieven te bedenken. Daardoor geeft de verstandelijk beperkte niet de voorkeur aan een assertieve oplossing maar reageert hij eerder agressief of passief op die situatie.60 Dit werkt strafbaar gewelddadig gedrag in de hand. Het gaat hier voornamelijk om het hebben van een zogenoemde ‘theory of mind’. Dat is het vermogen om samenhang te zien in het gedrag van anderen op basis van inzichten die de persoon zelf heeft over wat de ander denkt, voelt of wil. Het herkennen

56 Collot d’Escury, 2007

57 AAIDD, 2010

58 Ponsioen, 2001

59 Van Nieuwenhuijzen e.a., 2009

60 Van Nieuwenhuijzen & Elias, 2006

van die emoties, gedachten of belevingen van de ander is juist wat ontbreekt bij een verstandelijk beperkte.61 Een laatste probleem op sociaal gebied is dat veel verstandelijk beperkten het moeilijk vinden om hun eigen emoties te reguleren. Daardoor kunnen zij onvoorspelbaar zijn in hoe zij reageren op situaties.62

Greenspan63 stelt om die reden dat, bezien vanuit het standpunt van definiëren en diagnosticeren, de verstandelijke beperking als zodanig niet per se zit in de afwezigheid van vaardigheden maar dat die veel meer gelegen is in de moeilijkheid die een verstandelijk beperkte heeft om die vaardigheden toe te passen indien er sprake is van onduidelijkheid of stress. Belangrijk hierin is ook dat de verstandelijk beperkte moeite heeft om informatie snel te verwerken en dat zij geleerde ervaringen op concrete situaties toe kunnen passen maar hierbij moeilijk kunnen improviseren.64 Doordat de verstandelijk beperkte moeite heeft met het verwerken van informatie is het voor hem moeilijker om een ander ‘te lezen’ waardoor conflictsituaties en misverstanden snel om de hoek komen kijken. Forensische behandeling voor het aanleren van oplossingsstrategieën daarvoor is mogelijk maar de informatieverwerkingssnelheid bij een persoon met een verstandelijke beperking is onbehandelbaar.

Hierdoor zal een persoon met een verstandelijke beperking ook na een behandeling nog steeds kwetsbaarder zijn dan een ander in diezelfde conflictsituaties. 65

Een van de belangrijkste gevolgen van de verstandelijke beperking is dat er een beperking in het denken en daarmee het leren zit. Hierdoor hebben verstandelijk beperkten vaak een zeer specifieke denk- en leerstijl.66 De belangrijkste kenmerken daarvan zijn, ten opzichte van een normaal begaafde, een slechter functionerend werkgeheugen, het moeilijker leren, de moeite abstracte begrippen te begrijpen en abstract te redeneren en de eerder genoemde moeite met het verwerken van sociale informatie, het lagere denktempo, de verlaagde flexibiliteit in het denken en de problemen met het verwerken van informatie.67 Deze achterstand in de, voornamelijk, sociaal-emotionele ontwikkeling van een verstandelijk beperkt persoon kan problemen opleveren op het gebied van een gebrekkig ontwikkelde empathie, geweten, impulscontrole, zelfsturing en onder meer seksualiteit.

61 Steerneman & Meesters, 2009

62 Mulder e.a., 2006

63 Greenspan, 1999

64 Van der Wielen, 2006

65 Hesper & van den Berg, 2017

66Roos, 2011

67 De Beer, 2011

Een vorm van geweten wordt gedurende het leven vormgegeven68 doordat men, voornamelijk door het maken van ‘fouten’, een gevoel ontwikkelt dat sommige gedragingen verkeerd zijn. Hiervan leert men waardoor sturing gegeven kan worden aan het eigen gedrag en er een innerlijk besef van goed en kwaad ontstaat. Bij personen met een verstandelijke beperking verloopt die ontwikkeling veel langzamer en is het vaak niet mogelijk om een volledig volgroeid geweten te ontwikkelen. Bovendien is de ontwikkeling van het geweten bij verstandelijk beperkten eerder gevormd door anderen dan door zichzelf. Er zal daardoor eerder sprake zijn van een schuldgevoel of een gevoel van schaamte dan van een goed werkend geweten.69 Hierdoor kan er een grotere kans ontstaan op regelovertredend gedrag.70 Dit blijkt ook duidelijk uit het gebrek aan besef dat sommige verstandelijk beperkten hebben.

Michiel Vermaak, Arts Verstandelijk Gehandicapten, zegt hierover in ‘De Publieke Tribune’: ‘Het besef van wat je gedaan hebt, en het vermogen om naar jezelf te kijken, is bij deze groep kleiner. Als ze iemand hebben geslagen, en je vraagt: 'Heb je er spijt van?' Dan is het antwoord: 'Ja, tuurlijk.' Daarmee is de rechter tevreden. Maar als je doorvraagt, en wil weten waar ze spijt van hebben, dan zeggen ze:

'Dat ik hier sta'.’71 Wel is bij personen met een verstandelijke beperking vaak sprake van een aangeleerd besef van goed en kwaad. Doordat zij zich echter onvoldoende kunnen verplaatsen in anderen heeft dat aangeleerde besef onvoldoende sturende werking op het eigen gedrag.72

Ook is er bij veel verstandelijk beperkten sprake van een bepaalde naïviteit of goedgelovigheid.

Hierdoor laten zij zich gemakkelijk voor de gek houden maar worden zij ook eenvoudiger voorgelogen, gebruikt en ingezet om handelingen te verrichten zonder dat zij daarvan de gevolgen overzien. Ook stemmen zij makkelijker in met verzoeken zonder dat zij daarbij doorvragen.73 Hierdoor is de verstandelijk beperkte een makkelijker ‘gebruiksmiddel’ voor criminelen ten opzichte van normaal begaafde personen en zijn zij gevoeliger voor de beïnvloeding door criminele personen.74 Vermaak zegt hierover dat het voor een verstandelijk beperkte makkelijker is om ‘Ja’ te zeggen dan ‘Nee’. Bij

‘Nee’ krijg je immers vragen en moet de verstandelijk beperkte zichzelf weer zien te redden in een situatie waarvan hij niet weet hoe hij daar uit moet komen.75 De verstandelijk beperkte zal hierdoor dan ook sneller in de strafrechtketen terecht komen terwijl ook beargumenteerd kan worden dat hij

68 Schalkwijk, 2011

69 Van den Hazel & van Toorn, 2017

70 Collot d’Escury, 2007

71 Verbraak, C. (Presentator). (2020, 27 januari). Licht verstandelijke beperking en criminaliteit. In NPO Radio 1, De Publieke Tribune (Human) [radio-uitzending]

72 Schalkwijk, 2011

73 Snell et al, 2009

74 Nieuwenhuijzen e.a., 2007

75 Verbraak, C. (Presentator). (2020, 27 januari). Licht verstandelijke beperking en criminaliteit. In NPO Radio 1, De Publieke Tribune (Human) [radio-uitzending]

in de praktijk eerder een slachtoffer van een dergelijke crimineel is, en gebruikt wordt voor het plegen van een strafbaar feit, dan dat hij de dader van een misdrijf is.

Hieruit kan geconcludeerd worden dat het achterblijven van, voornamelijk, de sociaal-emotionele ontwikkeling van een verstandelijk beperkte het risico op grensoverschrijdend en crimineel gedrag significant vergroot. De kans op anders dan gebruikelijk handelen bij sociaal complexe situaties is groot. Bovendien blijkt dat de verstandelijk beperkte vatbaarder is voor beïnvloeding door anderen en hebben zij meer moeite om met hun emoties om te gaan wat sneller kan leiden tot een vorm van agressie. Dit komt doordat de verstandelijk beperkte sneller verstoord raakt in zijn psychisch evenwicht, onder meer door het langzamer verwerken van informatie, maar dit kan ook komen door externe factoren zoals spanningen en plotselinge veranderingen en/of door interne factoren zoals frustraties en gedachten.76 Ook zorgt het gebrek aan empathie en geweten ervoor dat verstandelijk beperkten hierdoor sneller over de grenzen van een ander persoon heen zullen stappen.77

Los van de algemene redenen die hiervoor neergelegd zijn, zijn er ook specifieke redenen waarom een verstandelijk beperkte vaker een bepaald delict pleegt. Zo zijn er volgens Senn78 relatief veel verstandelijk beperkten onder de plegers van seksuele delicten ten opzichte van normaal begaafde plegers van dat soort feiten. Dit kan worden verklaard uit het gegeven dat zij minder sociale vaardigheden tot hun beschikking zouden hebben en, cognitief, minder vermogens hebben dan normaal begaafde plegers. Janssens, Schakenraad, Lammers & Brants79 stellen dat het plegen van dergelijke feiten een gevolg is van de discrepantie tussen de cognitieve ontwikkeling en de ontwikkelingen op seksueel gebied van jongeren met een verstandelijke beperking. Personen met een verstandelijke beperking kunnen daardoor situaties niet goed inschatten en stappen zodoende eerder over grenzen die normaal begaafde mensen zien, en begrijpen, heen waardoor zij ook eerder over de strafbare grens van de wet heen stappen. Bovendien hebben zij een letterlijker beeld van beelden waardoor pornografisch materiaal voor hen als referentiekader kan dienen in het aangaan van seksuele relaties.80 De kennis, zoals reeds eerder aangegeven, die verstandelijk beperkten hebben alsmede de emotionele en sociale vaardigheden ontwikkelen zich onvoldoende waardoor zij niet op een juiste manier om kunnen gaan met het verschil tussen realiteit en fictie en hierdoor een verkeerde weergave van de werkelijkheid hebben.81 Het gebrek aan seksuele voorlichting speelt daarbij ook een

76 Van den Hazel & van Toorn, 2017

77 Roos, 2017

78 Senn, 1989

79 Janssens e.a., 2009

80 Gesell e.a., 2010

81 Lammers e.a., 2005

grote rol.82 Bovendien is het door de beperking van de ontwikkeling van het inlevingsvermogen, de sociale vaardigheden maar zeker ook het geweten voor mensen met een verstandelijke beperking veel moeilijker om zich te gedragen volgens algemeen geldende normen en sociale regels. Zeker op het gebied van seksualiteit.83 Hierdoor kan de verstandelijk beperkte snel een strafbaar feit plegen, zoals seksueel misbruik, zonder dat hij door heeft dat dit daadwerkelijk een strafbaar feit betreft.

In document De doelen van het strafrecht ten opzichte van het sanctioneren van verstandelijke beperkten (pagina 23-27)