Economisering van de gedeelde waarden

In document De tirannie van het geld (pagina 33-36)

4. VOORBIJ WALZER

4.3. De publieke sfeer

4.3.3. Economisering van de gedeelde waarden

Het publieke communicatieve netwerk dat bestond uit rationeel debatterende burgers is ingestort, volgens Habermas; de publieke opinie die uit dat proces voortkwam is vervallen in de opinies en belangen van de instituties.67 Als met geld invloed op de media gekocht kan worden, is er sprake van tirannie van dit dominerende goed. Wellicht is deze tirannie van het geld binnen de publieke sfeer de grootste bedreiging voor de democratie. Binnen de publieke sfeer worden de gedeelde waarden geconstrueerd die onze samenleving vormgeven. Als het geld zich in de media en in het publieke debat vestigt, is er sprake van een economisering van de publieke sfeer. Dit heeft als gevolg dat er ook sprake is van een economisering van de gedeelde waarden zelf.

Onze indeling van de samenleving en de definitie van rechtvaardigheid zijn afhankelijk van deze gedeelde waarden. Deze gedeelde waarden zouden gevormd worden onder de tirannie van het geld. De samenleving zal worden georganiseerd op grondslag van een economische logica. De tendens van economische ongelijkheid zorgt ervoor dat het publieke debat erodeert. Dit maakt dat het publieke debat over hoe de sociale goederen moeten worden gedistribueerd in onze samenleving, niet meer wordt gevoerd door middel van weldoordachte argumenten, maar bepaald wordt door de markt en de logica die daar heerst. Daardoor kunnen de rijken hun belangen nu ook in de publieke sfeer behartigen. Als de politiek niet langer op basis van een redelijk publiek debat de sferen controleert, maar wanneer de economische sfeer de publieke

65 g ab a , Thomas Burger and Frederick G. Lawrence, The Structural Transformation of the Public Sphere:

An Inquiry into a Category of Bourgeois Society (Cambridge, MA: MIT Press, 1989), 181.

66 Ashley Lutz, "These 6 Corporations Control 90% Of The Media In America (Business Insider, June 14, 2012) ,

https://www.businessinsider.com/these-6-corporations-control-90-of-the-media-in-america-2012-6?international=true&r=US&IR=T.

67 g ab a , Thomas Burger and Frederick G. Lawrence, The Structural Transformation of the Public Sphere:

An Inquiry into a Category of Bourgeois Society (Cambridge, MA: MIT Press, 1989), 247.

34 sfeer domineert, dan is er nauwelijks ruimte voor debat of kritiek over de verdeling van sociale goederen. Dit zorgt niet alleen voor een tirannie, maar voor een ongecontesteerde tirannie.

Er zouden geen zuivere democratische waarden gevormd kunnen worden in de publieke sfeer onder invloed van een dergelijke tirannie. Het zou niet in overeenstemming zijn met de mogelijkheidsvoorwaarde van een democratie, die uitgaat van het gelijkheidbeginsel binnen de publieke sfeer. Wanneer sprake is van een tirannie is er altijd sprake van ongelijkheid. Diegene met meer vermogen heeft dus ook een disproportionele invloed op het publieke debat in vergelijking met iemand met minder vermogen. Diegene met vermogen kan nu niet enkel politici beïnvloeden, maar ook de media en daarmee ook het publieke debat controleren. De gedeelde waarden zullen niet langer voortkomen uit een gelijke invloed van een ieder in het publieke debat, maar de gedeelde waarden zullen een product zijn van de waarden van de welvermogenden.

Voor Walzer zijn spreken, overtuigen en retorische vaardigheden eveneens van fundamenteel belang in een democratie. Van belang zijn de argumenten tussen burgers. In een ideale situatie is diegene die de meest overtuigende argumenten over weet te brengen, hij die de politieke macht vergaart. Dit moet gebeuren zonder invloeden van goederen van andere sferen zoals geld.

Burgers komen in de eerste plaats het debat in met alleen hun argumenten.68 Walzer volgt de gedachte dat alle individuele burgers een bijdrage hebben in de besluitvorming. In een democratie zal diegene die de beste communicatieve vaardigheden bezit meer bijdragen in dit proces dan de ander, maar allen zijn gebonden aan de wetten die zijzelf na consensus hebben vastgesteld in hun gemeenschap.

Walzers idee dat het overtuigendste argument leidend is, is echter niet bevredigend om een democratisch politiek stelsel op te funderen. Dit idee van het overtuigendste argument kan problematisch zijn. Diegene die de meeste mensen weet te overtuigen kan immorele argumenten verkondigen. Walzer stelt geen criterium voor een fundament van de argumenten. Habermas geeft dat fundament wel, namelijk in de communicatieve rationaliteit.

Wat Walzer stelt is dat de gedeelde waarden louter berusten op overtuigingen en een intuïtief cultureel begrip van wat goederen zijn. De habermasiaanse analyse van de publieke sfeer is

68 Michael Walzer, Spheres of Justice: A Defense of Pluralism and Equality (New York: Basic Books, 1983), 304.

35 plausibeler als basis voor de, door Walzer beschreven, politieke sfeer. In een democratie berust de politieke sfeer op de publieke sfeer. Dat wat in de publieke sfeer wordt gedefinieerd zou door de politieke sfeer moeten worden uitgevoerd. De politiek behartigt de gedeelde waarden en die worden gedefinieerd op basis van communicatieve rede en argumenten. Walzers idee van de gedeelde waarden mist een sterk fundament. De communicatieve rede is daarentegen een sterker fundament om de gedeelde waarden vanuit te definiëren.

Derhalve zou de publieke sfeer, als fundament van de democratische politieke sfeer, moeten functioneren conform de habermasiaanse communicatieve rationaliteit. Als het electoraat haar beslissingen maakt op basis van door geld doordrongen argumenten, die louter een expressie zijn van de belangen van economisch dominerende bedrijven, en wanneer het publiek zich niet langer berust op de kracht van het argument, zal de democratische overheid op onrechtvaardige wijze gevormd worden. Het economisch denken is dermate doordrongen in de samenleving dat de burgers de publieke sfeer niet langer betreden als autonome redelijke subjecten, maar louter als consument. Het beleidsproces verschuift van de publieke ruimte, met daarin het electoraat, naar ontoerekenbare instituties.69

We moeten de autonomie van de publieke sfeer, en de media die zich daarin institutionaliseren, waarborgen om de macht bij het electoraat te houden. Wanneer de macht van het geld zich in de publieke sfeer heeft genesteld, komt de macht bij de groep die dit geld monopoliseert en wordt het functioneren van de democratie ondermijnt.

Het gevaar dreigt dat diegene met een economische machtpositie dermate machtig wordt, door bijvoorbeeld zeggenschap te verkrijgen over de geëconomiseerde media, dat hij of zij de publieke sfeer weet te beïnvloeden voor eigen economisch of politiek gewin. Het electoraat wordt op deze manier gestuurd volgens een instrumentele rationaliteit in plaats van een communicatieve rationaliteit. Zo wordt door middel van het machtsmedium in de publieke sfeer eveneens politieke macht verkregen, omdat de publieke sfeer de basis vormt van de politieke sfeer. Diegene die machtig is in de economische sfeer gebruikt zijn macht om te domineren over andere sferen. Diegene die onmachtig is in de economische sfeer verliest zijn macht in de andere

69 Noam Chomsky and Robert W. McChesney, Profit over People: Neoliberalism and the Global Order (New York:

Seven Stories Press, 2011), 131-132.

36 sferen. Dergelijke processen bedreigen fundamenteel de democratie zoals die zou moeten werken.

In document De tirannie van het geld (pagina 33-36)