39 hunner uitgesloten zijn van

In document INLANDSCHE BEVOLKING (pagina 47-55)

DE RESIDENTIE MENADO

39 hunner uitgesloten zijn van

deelne-ming op grond bijv. van de bepalin-gen onder nummers 7 en 8 van arti-kel 10.

Uit artikel 23 blijkt dat in dit ge-val het districtshoofd ook als toe-ziende voogd optreedt.

ABTIKEL 14.

Het districtshooi'd houdt een voog-dijregister aan in hetwelk vermeld worden :

a. de namen en voornamen, de ge-boorteplaats en de geboortedag van alle in zijn district onder voogdij staande minderjarigen;

b. de namen, voornamen, het beroep en de woonplaats der ouders met vermelding of ze al dan niet in leven zijn en met opgaaf, zoo de minderjarige buiten echt is ver-wekt, van de erkenning indien die heeft plaats gehad;

c. de reden waarom een voogd over den minderjarige is benoemd;

d. de naam en voornamen van den voogd en van den toeziendcn voogd, hun ouderdom, beroep en woonplaats ;

e. de wijze van benoeming van den voogd met vermelding van de daarop betrekking hebbende be-scheiden;

f. de namen, voornamen, en woon-plaatsen der bloedverwanten en aangehuwden die deel hebben ge-nomen aan de vergadering der fa-milie;

g. den dag waarop de in artikel 30

bedoelde voorhouding heeft plaats gehad;

h. de dagtcekening der boedelbe-schrijving alsmede van de door den voogd ingediende verslagen en rekeningen;

i. een korte vermelding der belang-rijke handelingen door den voogd verricht en. de beslissingen in de bijeenkomst der familie genomen;

/. de wijze waarop de voogdij is ge-ëindigd met vermelding van den dag waarop dat is geschied;

Je. het afleggen der slot-rekening en verantwoording en de goedkeu-ring daarvan;

l. andere belangrijke omstandighe-den.

Dat do aanhouding van een voog-dij-register evenals bij de voogdij over Europeanen (zie artikel 58 der Instructie voor de Weeskamers) zeer gewenscht is, zal wel geen betoog be-hoeven. Daardoor alleen is goede controle mogelijk.

De voogd zal de noodige mededee-lingen, voor de invulling van het register noodig, aan het districts-hoofd moeten doen, terwijl dat hoofd zich gerechtigd mag achten, zoo vaak hij het noodig oordeelt, den voogd op te roepen ten einde hem alle noodige inlichtingen te ver-schaffen.

ARTIKEL 15.

(1) De Voorzitter van den Land-raad is verplicht zich ten minste een-maal in het jaar de voogdijregisters

41

van de districtshoofden te doen voor-leggen en te onderzoeken of de wet-telijke bepalingen omtrent de voogdij behoorlijk worden nageleefd.

(2) Hij is bevoegd zich daartoe naar de standplaats van het districts-hoofd te begeven.

(3) Hij is bevoegd aan het dis-trictshoofd al zoodanige opmerkingen te maken als hij noodig oordeelt.

(4) Van zijne bevinding dient hij elk jaar vóór of op den lston April een schriftelijk verslag in aan den Direc-teur van Justitie alsmede aan het Hoofd van gewestelijk bestuur.

De inspectie, ten aanzien der voog-dij bij de Europeesche bevolking aan den Eaad van Justitie opgedra-gen, kan hier het best door den Voorzitter van den Landraad wor-den verricht.

De toezending van een verslag aan den resident is noodig daar de dis-trictshoofden aan hem onderge-schikt zijn.

De toezending aan den Directeur van Justitie heeft voornamelijk ten doel de aandacht zoo noodig te vesti-gen op gebreken in de voogdijwetge-ving.

AETIKEL 16.

Het districtshoofd is bevoegd zich telkens wanneer dat noodig is tot den Voorzitter van den Landraad te

wen-den ten einde diens inlichtingen of raad in te winnen.

Deze bepaling zal vooral in den eersten tijd niet overbodig zijn.

Niet zelden zal het distrietshoofd bij de toepassing van liet voogdijregle-ment op moeilijkheden stuiten, die alleen door den Landraadspresidcnt uit den weg kunnen worden ge-ruimd.

AFDEELING 3.

V a n d e n t o c z i e n d e n v o o g d .

ARTIKEL 17.

(1) In elke voogdij is één toe-ziende voogd die in eeno vergadering der familie wordt benoemd.

(2) De familie-vergadering is be-voegd den toezienden voogd te ont-slaan.

(3) De bepaling van artikel 30 geldt ook ten aanzien van den toe-zienden voogd.

ARTIKEL 18.

(1) De toeziende voogd beslist in alle zaken, welke volgens de bepalin-gen van dit reglement aan het oor-deel der familie zijn opgedragen (be-halve voor zoover betreft de benoe-ming en de ontzetting van den voogd), zoolang niet in eene vergadering der familie daaromtrent is beschikt.

(2) Waar, volgens de bepalingen van dit reglement, de tegenwoordig-heid dan wel machtiging, toestem-ming of goedkeuring van de familie noodig is, kan steeds worden volstaan met tegenwoordigheid, dan wel

mach-43

tiging, toestemming of goedkeuring van den toeziendcn voogd.

ARTIKEL 19.

Indien de voogd een tegenstrijdig belang mocht hebben met dat van den minderjarige, wordt deze vertegen-woordigd door den toeziendcn voogd.

ARTIKEL 20.

Wanneer de voogdij door overlij-den, ontzetting of ontheffing van den voogd openvalt of door afwezigheid

van den voogd is verlaten, is de toe-ziende voogd verplicht hiervan ken-nis te geven aan het districtshoofd en tot het optreden van een nieuwen voogd al die daden van voogdij te ver-richten, welke geen uitstel kunnen lijden.

ARTIKEL 21.

De toeziende voogd is gehouden te onderzoeken of de voogd alle hem bij dit reglement opgelegde verplichtin-gen nakomt, bij verzuim hem tot zoo-danige voldoening aan te manen en bij onwil of voortdurende nalatigheid van den voogd, daarvan verslag te doen aan het districtshoofd.

ARTIKEL 22.

(1) Alleen meerderjarige bloed-verwanten of aangehuwden van den minderjarige kunnen tot toeziendcn

voogd worden benoemd.

In de algemeene toelichting is reeds gebleken dat, hoezeer hier de term „toeziende voogd" overgeno-men wordt, daaronder in dit ont-werp iets anders (meerders) verstaan moet worden dan onder den gelij-ken term in het Burgerlijk recht voor Europeanen.

Wel is ook hier de toeziende voogd met die function belast, welke volgens gemeld Europeesch privaat-recht aan den toezienden voogd toe-komen, voor zoover dat althans noo-dig was (daar bijv. den voogd geen verplichting tot zekerheidstelling is opgelegd, vervalt natuurlijk alle be-moeienis van den toezienden voogd daarmede) maar bovendien is hem een veel grootere bevoegdheid gege-ven.

Terwijl aan d e f a m i l i e in dit reglement de oppervoogdij blijft voorgehouden, welke in het burger-lijk recht voor Europeanen aan den voogdij r e c h t e r is gegeven, is hier de toeziende voogd gemachtigd tot het van rechtswege vertegenwoordigen der familie als o p p e r

-(2) Niemand kan gedwongen wor-den de toeziende voogdij op zich te nemen.

AKTIKBL 23.

Indien, in het geval bedoeld in het tweede lid van artikel 13, geen toe-ziende voogd kan worden benoemd, oefent het districtshoofd de toeziende voogdij uit.

4!>

v o o g d e s . De redenen waarom dit is gedaan zette ik reeds uiteen in de inleiding.

Waar dat zoo is en zich de belang-rijkste werkzaamheid van den toe-zienden voogd juist in deze verte-genwoordiging der familie open-baart, moet ook de bevoegdheid tot benoeming en ontslag zonder eeni-ge restrictie aan de familie worden gelaten.

Alleen moet natuurlijk bepaald worden dat alleen een familielid dat aan de vergadering der familie deel-nemen mag, tot toezienden voogd mag worden benoemd. Ware het anders, dan zou dit strijden met het in dit reglement aangenomen stelsel der familievoogdij.

Daar tot toezienden voogd be-noemd te worden naar vertrouwd wordt als een onderscheiding zal worden beschouwd, is het onnoodig de plicht tot aanneming daarvan op te leggen, waarom de noodzakelijk-heid vervalt bepalingen te geven om-trent uitsluiting en verschooning.

Bijzondere toelichting vereischen overigens de artikelen dezer afclee-ling niet.

AFDEELING 4.

O v e r d e b e n o e m i n g v a n v o o g d e n .

ARTIKEL 24.

(1) Do voogd wordt benoemd door de familie in eene vergadering welke,

Hoo het districtshoofd van het openvallen der voogdij kennis be-komt, is elders bepaald. Volgens ar-tikel 82 B. S. M. geeft de ambtenaar van den Inlandschcn burgerlijken stand hem kennis van het overlijden van personen die minderjarige kin-deren nalaten. Wanneer ouders uit de ouderlijke macht worden ontzet, zendt volgens artikel 27 van het re-glement op de afstamming de grif-fier hem een extract van het vonnis toe. Volgens artikel 3 van dit re-glement geeft het negorijhoofd hem kennis van getroffen voorloopige maatregelen. Voorts moet volgens artikel 46 van het reglement op het Inlandsch notariaat de Inlandsche notaris hem kennis geven van een door ouders gedane voogdaanwij-zing, terwijl eindelijk de toeziende voogd volgens artikel 20 het dis-trictshoofd kennis geeft van het openvallen der voogdij in de per-soon van den voogd. Voldoende is dus gezorgd dat het districtshoofd weet dat er een voogdij is

openge-binnen veertien dagen nadat het dis-trictshoofd kennis heeft bekomen van het openvallen eener voogdij, door

hem wordt bijeengeroepen.

(2) In het geval bedoeld in het tweede lid van artikel 13, alsmede wanneer, omdat alle benoembare per-sonen gegronde redenen van verschoo-ning aanvoeren, geen voogdbenoe-ming door de familie kan plaats heb-ben, geschiedt deze door het districts-hoofd.

47

In document INLANDSCHE BEVOLKING (pagina 47-55)