• No results found

De weg naar gerechtigheid voor het vergeten volk

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2023

Share "De weg naar gerechtigheid voor het vergeten volk"

Copied!
58
0
0

Bezig met laden.... (Bekijk nu de volledige tekst)

Hele tekst

(1)

De weg naar gerechtigheid voor het vergeten volk

Een onderzoek naar de internationale strafrechtelijke vervolging van ISIS voor genocide op de Jezidi’s door de Verenigde Naties en Nederland

Elisabeth Faber (S3117383)

Masterscriptie Midden-Oostenstudies Rijksuniversiteit Groningen

5 juni 2021

Aantal woorden: 19.278

Begeleider: Dr. P.G.T. Nanninga

Tweede beoordelaar: Dr. G.J. Hoetjes

(2)

2

Inhoud

Afkortingenlijst ... 4

1. Inleiding ... 5

2. Het juridische kader voor internationale strafrechtelijke vervolging van genocide ... 9

2.1 De concepten jurisdictie en genocide ... 9

2.2 Ad-hoc internationale tribunalen ... 10

2.2.1 Het Neurenberg Tribunaal ... 11

2.2.2 Het Joegoslaviëtribunaal ... 12

2.2.3 Het Rwandatribunaal ... 13

2.2.4 Het ICTY en ICTR ... 14

2.3 Het Internationaal Strafhof ... 15

2.3.1 Toegang tot het Internationaal Strafhof ... 16

2.3.2 Praktijk ... 18

2.4 Hybride tribunalen ... 18

2.5 Conclusie ... 19

3. De internationale vervolgingsmogelijkheden voor ISIS ... 21

3.1 Kwalificatie van genocide gepleegd door ISIS ... 21

3.2 Mogelijkheden om de misdrijven van ISIS te vervolgen ... 24

3.2.1 Universele jurisdictie ... 24

3.2.2 Ad-hoc Internationaal tribunaal ... 24

3.2.3 Internationaal Strafhof ... 26

3.2.4 Hybride tribunaal... 27

3.3 Conclusie ... 29

4. Internationale strafvervolging door de Verenigde Naties ... 30

4.1 De handelswijze van de VN Veiligheidsraad ... 30

4.2 De mogelijkheden van de VN tot internationale strafvervolging ... 31

4.2.1 Internationaal Strafhof ... 31

4.1.2 Ad-hoc Internationaal tribunaal of hybride tribunaal ... 33

4.3 De handelswijze van de Verenigde Naties in de praktijk ... 34

4.3.1 Het onderzoeksmechanisme IIIM ... 34

4.3.2 Het onderzoeksmechanisme UNITAD ... 35

4.4 Conclusie ... 38

5. Internationale strafvervolging door Nederland ... 39

5.1 De houding van Nederland ten opzichte van een internationaal tribunaal ... 40

5.1.1 Het advies van de Extern Volkenrechtelijke Adviseur ... 40

5.1.2 De kabinetsreactie op het advies ... 41

(3)

3

5.2 De handelswijze van Nederland op internationaal niveau ... 42

5.3 De handelswijze van Nederland op nationaal niveau ... 44

5.4 Conclusie ... 46

6. Conclusie ... 48

7. Bibliografie... 51

7.1 Primaire bronnen ... 51

7.2 Secundaire bronnen ... 53

7.3 Interview... 58

(4)

4

Afkortingenlijst

EVA Extern Volkenrechtelijk Adviseur FTF Foreign Terrorist Fighter

ICC International Criminal Court, Internationaal Strafhof

ICTR International Criminal Tribunal for Rwanda, Rwandatribunaal

ICTY International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia, Joegoslaviëtribunaal IICISyria Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic IIIM International, Impartial and Independent Mechanism to Assist in the

Investigation and Prosecution of Persons Responsible for the Most Serious Crimes under International Law Committed in the Syrian Arab Republic since March 2011

IMT Internationaal Militair Tribunaal

IMTFE International Military Tribunal for the Far East KAR Koerdische Autonome Regio

NATO North Atlantic Treaty Organization

NCTV Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid NGO Niet-gouvernementele organisatie

NIOD Nederlands Instituut voor Oorlogs-, holocaust- en genocidestudies SDC Syrian Democratic Council

SDF Syrian Defense Forces

STL Speciaal Tribunaal Libanon

UNITAD United Nations Investigative Team to Promote Accountability for Crimes Committed by Da’esh/ISIL (UNITAD).

VN Verenigde Naties

VNVR Veiligheidsraad van de Verenigde Naties WIM Wet Internationale Misdrijven

(5)

5

1. Inleiding

“The death of al-Baghdadi is welcoming news for the world, especially those communities that were targeted by ISIS. (…) Let today be the beginning of the global fight to bring ISIS to justice.

Those captured alive need to be brought to justice in an open court for the world to see. Justice is the only acceptable course of action. We must unite and hold ISIS terrorists accountable in the same way the world tried the Nazis in an open court at the Nuremberg Trials.”1

Dit zijn de woorden van Nadia Murad, een Iraakse Jezidi vrouw die de Nobelprijs voor de Vrede won in 2018 voor haar inspanningen voor de Jezidi gemeenschap. Zij was een van de vele slachtoffers van ISIS en werd in 2014 in Mosul tot slaaf gemaakt en verkracht door leden van ISIS. In het hierboven weergeven citaat benadrukt zij hoezeer vervolging en berechting van belang is voor slachtoffers. ISIS werd in juni 2014 wereldbekend toen Abu Bakr al-Baghdadi, de leider van ISIS, het kalifaat uitriep in delen van Irak en Syrië.2 De misdrijven die ISIS pleegde schokten de internationale gemeenschap en de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties oordeelde dat ISIS zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van internationale misdrijven:

misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en genocide.3 In verschillende rapporten geconcludeerd dat ISIS zich schuldig heeft gemaakt aan genocide op de Jezidi’s in 2014.4 Activisten zoals Nadia Murad, maar ook staten en organisaties zetten zich in voor de internationale strafvervolging van ISIS’ers voor deze genocide. Internationale strafvervolging biedt de mogelijkheid om verdachten hiervoor individueel aansprakelijk te stellen en vormt hiermee een belangrijk instrument in het tegengaan van straffeloosheid.5 Dat is belangrijk voor slachtoffers, omdat vervolging en berechting van de daders kan bijdragen aan het krijgen van gerechtigheid maar ook aan het verwerkingsproces.

De internationale gemeenschap heeft in het verleden op verschillende manieren gereageerd op conflicten waarin internationale misdrijven werden gepleegd. De oprichting van het Neurenbergtribunaal na de Tweede Wereldoorlog markeert het begin van de internationale strafrechtspraak.6 Sindsdien zijn er verschillende ontwikkelingen geweest op het gebied van de internationale strafrechtspraak, waaronder het creëren van ad-hoc tribunalen gecreëerd door de Verenigde Naties en de oprichting van het eerste permanente straftribunaal in 2002, het Internationaal Strafhof. De Verenigde Naties speelt, mede door de oprichting van ad-hoc tribunalen, een belangrijke rol in internationale strafvervolging. Als

1 Michelle Nichols, “After Baghdadi death, Nobel Laureate Nadia Murad asks: What about the rest?” Reuters, 30 oktober 2019, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://www.reuters.com/article/uk-mideast-crisis-baghdadi- murad/after-baghdadi-death-nobel-laureate-nadia-murad-asks-what-about-the-rest-idINKBN1X92D6.

2 Dr. Th. B. Bouwknegt, Opsporing, vervolging en berechting van internationale misdrijven in Nederland, NIOD, 26 Augustus 2019, 8.

3 United Nations, Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights and United Nations Assistance Mission for Iraq – Human Rights Office, Report on the Protection of Civilians in the Armed Conflict in Iraq: 1 May – 31 October 2015, Baghdad: Iraq, 2015.

4 Bijvoorbeeld: United Nations, General Assembly, Report of the Office of the United Nations Human Rights Commissionair for Human Rights on the human rights situation in Iraq in the light of abuses committed by the so- called Islamic State in Iraq and the Levant and associated groups, New York, NY: UN Headquarters, 27 maart 2015, 5; United Nations, General Assembly, Human Rights Council. “They came to destroy”: ISIS Crimes Against the Yazidis. New York, NY: UN Headquarters, 15 juni 2016.

5 Ministerie van Buitenlandse Zaken, “Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid,” Centrum voor Internationaal Recht, geraadpleegd op 3 juni 2012, https://www.centruminternationaalrecht.nl/individuele- strafrechtelijke-aansprakelijkheid

6 André Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht (Den Haag: Boom Juridisch, 2016), 459.

(6)

6 vertegenwoordiging van de internationale gemeenschap heeft de organisatie de mogelijkheid om als platform voor internationale initiatieven te dienen en samenwerkingen tot stand te brengen, maar ook de bevoegdheid om internationale strafvervolging te realiseren. Binnen de internationale strafvervolging heeft ook Nederland een unieke positie. Nederland heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in internationaal recht en in Den Haag huisvesten verscheidene internationale tribunalen, zoals het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof, waardoor Den Haag de stad van internationaal recht en vrede wordt genoemd.7

Uit de geschiedenis van internationale strafvervolging volgt dat er genoeg mogelijkheden zijn voor de vervolging van internationale misdrijven zoals gepleegd door ISIS, maar hoe wordt hiermee omgegaan in de praktijk? De praktijk laat namelijk zien dat het niet zo gemakkelijk is om ISIS te vervolgen en aansprakelijk te stellen voor internationale misdrijven. Op dit moment bevinden duizenden ISIS’ers zich in detentiekampen in het noorden van Syrië en in Irak, waarvoor de financiën van de lokale autoriteiten niet toereikend zijn.8 Sommigen gevangenen krijgen geen strafproces, terwijl anderen binnen 10 minuten de doodsstraf opgelegd krijgen voor hun lidmaatschap van ISIS, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen internationale misdrijven of het misdrijf getrouwd te zijn met een ISIS-strijder.

Dit schaadt niet alleen de standaarden van een eerlijk proces, maar doet ook geen eer aan de slachtoffers die geen rol kunnen spelen in de processen. Tot een strafrechtelijke vervolging voor internationale misdrijven is het dus nog niet gekomen, wat de vraag oproept waarom dit het geval is.

De onderzoeksvraag van deze scriptie is daarom: “In hoeverre hebben de Verenigde Naties en Nederland de juridische mogelijkheden voor de internationale strafrechtelijke vervolging van ISIS voor de genocide op de Jezidi’s in de praktijk gebracht?” Om antwoord te geven op de hoofdvraag is deze scriptie opgedeeld in twee delen. Het eerste deel gaat in op de internationale vervolgingsmogelijkheden en bestaat uit twee hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt de volgende deelvraag beantwoord: “Wat is het juridische kader voor internationale strafrechtelijke vervolging van genocide?” Door het juridische kader vast te stellen kan deze in hoofdstuk 3 worden toegepast op ISIS. In dit hoofdstuk volgt de beantwoording van de volgende deelvraag: “Wat zijn de internationale vervolgingsmogelijkheden voor ISIS?” Dit onderzoek behandelt dus alleen de internationale vervolging van ISIS. Hoewel er andere partijen in het conflict in Irak en Syrië zijn betrokken die zich schuldig hebben gemaakt aan internationale misdrijven, is er bewust gekozen om de hoofdvraag alleen te richten op ISIS.

De verklaring hiervoor is dat binnen de Verenigde Naties en binnen Nederland ook vooral de focus ligt op het vervolgen van ISIS. In de politiek, media, wetenschap en rechtspraak is ISIS de meest prominente casus geweest, in het bijzonder sinds het uitroepen van het kalifaat in 2014. Mede daardoor, maar ook gezien de beperkte omvang van deze scriptie, is de keuze gevallen op ISIS en niet op andere betrokken partijen in het conflict.

7 “Den Haag, internationale stad van vrede en recht,” Gemeente Den Haag, geraadpleegd op 25 mei 2021, https://www.denhaag.nl/nl/bestuur-en-organisatie/stad-van-vrede-en-recht/den-haag-internationale-stad- van-vrede-en-recht.htm

8 Charlie Savage, “The Kurds” Prisons and Detention Camps for ISIS Members, Explained,” The New York Times, 22 oktober 2019, geraadpleegd op 3 juni 2021, https://www.nytimes.com/2019/10/13/us/politics/isis- prisoners-kurds.html.; Human Rights Watch, “Thousands of Foreigners Unlawfully Held in NE Syria,” Reliefweb, 23 maart 2021, geraadpleegd op 3 juni 2021, https://reliefweb.int/report/syrian-arab-republic/thousands- foreigners-unlawfully-held-ne-syria.; Margaret Coker and Falih Hassan, “ A 10-minute trial, a death sentence:

Iraqi Justice for ISIS Suspects,” The New York Times, 17 april 2018, geraadpleegd op 3 juni 2021, https://www.nytimes.com/2018/04/17/world/middleeast/iraq-isis-trials.html

(7)

7 Het tweede deel van deze scriptie is een weergave van de analyse in hoeverre deze mogelijkheden in de praktijk zijn gebracht door de Verenigde Naties en Nederland. De onderzoeksvraag richt zich op de Verenigde Naties en Nederland om de volgende redenen.

Ten eerste representeert de Verenigde Naties de internationale gemeenschap als het gaat om behouden van de internationale vrede en veiligheid. De misdrijven die gepleegd zijn door ISIS vormen daarvoor een bedreiging en dit vraagt om een optreden van de VN. Ten tweede heeft de Verenigde Naties vergaande mogelijkheden tot zijn beschikking om internationale vervolging te verwezenlijken, door de bevoegdheden van de Veiligheidsraad. Uit het vierde hoofdstuk zal blijken dat de Verenigde Naties internationale vervolging nog niet van de grond kan krijgen omdat de Veiligheidsraad verdeeld is. Daarnaast richt dit onderzoek zich op Nederland omdat Nederland, zoals hierboven besproken, een unieke positie binnen de internationale strafvervolging vervult. Verder zijn er ook Nederlands betrokken in het conflict.

Ongeveer 300 Nederlanders zijn naar Irak en Syrië gereisd om zich aan te sluiten bij ISIS en velen van hen verblijven nu in detentiekampen, in afwachting van berechting.9 In hoofdstuk 4 wordt de Verenigde Naties onderzocht aan de hand van de volgende deelvraag: “In hoeverre heeft de Verenigde Naties de geïdentificeerde mogelijkheden voor internationale strafvervolging van ISIS in de praktijk gebracht?” In hoofdstuk 5 wordt dit voor Nederland besproken aan de hand van de deelvraag: “In hoeverre heeft Nederland de geïdentificeerde mogelijkheden voor internationale strafvervolging van ISIS in de praktijk gebracht?” De uitwerking van de deelvragen leidt tot het antwoord op de hoofdvraag, welke in de conclusie zal worden beschreven. Voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag wordt literatuuronderzoek uitgevoerd en worden beleidsstukken, rapportages en verslagen geanalyseerd. In het eerste deel wordt voornamelijk academische literatuur gebruikt om een overzicht van de internationale vervolging uit een te zetten, het tweede deel is met name gebaseerd op verslagen, beleidsstukken en kamerstukken.

Dit onderzoek draagt bij aan het academische discours over internationale vervolging door een overzicht te maken van bestaande literatuur en verschillende inzichten te combineren tot een chronologisch overzicht van de geschiedenis van internationale vervolging tot aan nu. Er is veel literatuur beschikbaar over de ontwikkeling van het internationaal strafrecht.10 Deze besteedt aandacht aan de verschillende opties voor internationale strafvervolging, zoals internationale ad-hoc tribunalen, het Internationaal Strafhof, hybride tribunalen en universele jurisdictie die zijn toegepast na verschillende conflicten, zoals de genocide gepleegd in Rwanda in 1994. Door dit te bestuderen wordt inzicht verkregen op grond waarvan internationale strafvervolging plaatsvindt en hoe dit in de

9 “Uitreizigers en terugkeerders,” AIVD, laatst aangepast op 1 mei 2021, geraadpleegd op 9 mei 2021, https://www.aivd.nl/onderwerpen/terrorisme/dreiging/uitreizigers-en-terugkeerders

10 Christopher Soler, The Global Prosection of Core Crimes under International Law (Den Haag: T.M.C. Asser Press ,2019), https://doi.org/10.1007/978-94-6265-335-1.; Douglas Guilfoyle, International Criminal Law (Oxford:

Oxford University Press, 2016).; Luc Reydams, Jan Wouters en Cedric Ryngaert, International Prosecutors (Oxford: Oxford University Press, 2012), http://dx.doi.org/DOI:10.1093/acprof:oso/9780199554294.001.0001.;

William A. Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone (New York: Cambridge University Press, 2006).; Ruth Mackenzie, Cesare P.R. Romano en Yuval Shany, Manual on International Courts and Tribunals (Oxford: Oxford University Press, 2010).; Milena Sterio and Michael Scarf, The Legacy of Ad Hoc Tribunals in International Criminal Law, Assessing the ICTY”s and ICTR”s Most Significant Legal Accomplishments, edited by Milena Sterio and Michael Scarf, Cambridge: Cambridge University Press, 2019.;

Andrew Novak, The International Criminal Court: An Introduction (Springer: International Publishing Switzerland, 2015), DOI 10.1007/978-3-319-15832-7.; Alexis Arieff, Rhoda Margesson and Marjorie Ann Browne,

“International Criminal Court Cases in Africa: Status and Policy Issues,” in International Criminal Court: Policy, Status and Overview, ed. Harry P. Milton (New York: Nova Science Publishers, 2009).

(8)

8 praktijk is gegaan. Hieruit volgt ook welke obstakels zijn ondervonden en welke oplossingen daarvoor zijn bedacht. Is internationale strafvervolging nu geperfectioneerd en toepasbaar op voorkomende conflicten, of loopt ook de internationale strafvervolging van nieuwe conflicten tegen obstakels aan? Over ISIS zijn er al verschillende rapporten verschenen, maar over de genocide die gepleegd is bestaat nog weinig academische literatuur gezien de misdrijven recentelijk heeft plaatsvonden.11 Daarbij wordt in veel staten, zoals Nederland, genocide pas verondersteld indien een gerechtelijke instantie dit als zodanig heeft beoordeeld, wat tot op heden niet is gebeurd.12 Het concept genocide is binnen de internationale strafvervolging verschillende keren toegepast en heeft daardoor invulling gekregen. Hierdoor kan er worden bepaald of de handelingen van ISIS ook onder genocide vallen, en of het juridische kader daarvoor op ISIS kan worden toegepast. Deze scriptie draagt daardoor bij aan de literatuur over de ontwikkeling van internationale strafvervolging, door te onderzoeken of het bestaande juridische kader “in theorie” toereikend is om toe te passen op een nieuwe casus, namelijk die van ISIS.

Een tweede wijze waarop deze scriptie bijdraagt aan het discours over internationale vervolging is door te onderzoeken in hoeverre het juridische kader in de praktijk is gebracht.

Daarbij wordt er inzicht verkregen in de toepasbaarheid van het juridische kader in de praktijk en welke obstakels daarbij optreden. Dit draagt daarnaast bij aan de kennisontwikkeling over hoe de Verenigde Naties en Nederland zich verhouden ten opzichte van internationale strafvervolging van ISIS, maar ook internationale strafvervolging in het algemeen.

Deze scriptie levert daarnaast ook een bijdrage aan de bredere academische context.

Het internationale strafrecht heeft zich door de jaren heen ontwikkeld en zich aangepast aan de verschillende conflicten die zich in de wereld afspelen. In de huidige tijd is een van de grootste vraagstukken hoe om dient te worden gegaan met misdrijven die gepleegd worden door niet-statelijke actoren.13 Tegelijkertijd tonen staten zich minder bereid om zich in te zetten voor internationale vervolging. Hier wordt in de literatuur naar gerefereerd als een

“nieuwe eeuw” van internationaal strafrecht, waarbij er aan de ene kant wordt teruggekeerd naar nationale rechtsmacht, maar aan de andere kant wel een complementaire rol is weggelegd voor het Internationaal Strafhof.14 Daarnaast wordt er ook gesproken over

“tribunal fatigue”, wat aangeeft dat staten minder bereid zijn om te investeren in ad-hoc tribunalen.15 Dit onderzoek valt binnen deze context door enerzijds in te gaan op de vervolging van de niet-statelijke actor ISIS, en anderzijds te onderzoeken hoe staten zich inzetten voor deze internationale vervolging.

11 Bijvoorbeeld: United Nations, General Assembly, Human Rights Council. “They came to destroy.”; De Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic (IICISyria) is op 22 augustus 2011 opgericht door de VN Mensenrechtenraad.; United Nations, General Assembly. Report of the Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic, Rule of Terror: Living under ISIS in Syria. New York, NY: UN Headquarters, 14 november 2014. Er zijn wel een paar academische bronnen, bijvoorbeeld: Fazil Moradi and Kjell Anderson, “The Islamic State Êzîdî Genocide in Iraq: The Sinjār Operations,” Genocide Studies International 10, no.2 (2016).

12 Tweede Kamer der Staten-Generaal, Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2018: lijst van vragen en antwoorden, Den Haag, 5 januari 2018.

13 Sanford R. Silverburg, International Law: Contemporary Issues and Future Developments (Boulder, Colorado:

Westview Press, 2011), 5. doi:10.4324/9780429499715.

14 Christopher Soler, The Global Prosection of Core Crimes under International Law (Den Haag: T.M.C. Asser Press, 2019), viii, https://doi.org/10.1007/978-94-6265-335-1.

15 Zie bijvoorbeeld Ralph Zacklin, “The failings of Ad hoc International Tribunals,” Journal of International Criminal Justice 2, no.2 (2004): 541-545. https://doi.org/10.1093/jicj/2.2.541

(9)

9

2. Het juridische kader voor internationale strafrechtelijke vervolging van genocide

In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling van het juridische kader voor internationale strafrechtelijke vervolging van genocide onderzocht. Allereerst wordt het concept genocide uiteengezet samen met het concept van jurisdictie, dat door het hoofdstuk heen wordt toegepast. Daarna wordt de ontwikkeling van de strafrechtelijke vervolging besproken aan de hand van de volgende tribunalen die internationale misdrijven vervolgen: Internationaal Militair Tribunaal Neurenberg, International Tribunal for the Former Yugoslavia (ICTY), International Tribunal for Rwanda (ICTR),) het Internationaal Strafhof (ICC) en hybride ad-hoc tribunalen.

2.1 De concepten jurisdictie en genocide

Alvorens de tribunalen toe te lichten, worden de volgende twee concepten besproken:

jurisdictie en genocide. Door inzicht te krijgen in deze concepten kan in hoofdstuk 3 worden bepaald of er genocide gepleegd is op de Jezidi’s door ISIS in 2014; of dit misdrijf onder de jurisdictie van een van tribunalen valt, dan wel op welke manieren rechtsmacht hierover gecreëerd kan worden.

Het concept van jurisdictie is belangrijk binnen de internationale strafvervolging omdat het aangeeft of tribunalen bevoegd zijn misdrijven te vervolgen en over welke zaken het tribunaal uitspraak kan doen.16 De volgende vormen van jurisdictie zijn vereist wil een tribunaal zich over een zaak kunnen buigen. Ten eerste moet er jurisdictie bestaan over het strafbare feit: jurisdictie ratione materiae. Ten tweede moet er jurisdictie zijn over de plaats van het strafbare feit: jurisdictie ratione loci; of jurisdictie over de dader van het strafbare feit, jurisdictie ratione personae. Daarnaast is er ook jurisdictie ratione temporis vereist op het moment dat er jurisdictie ratione materiae, ratione loci of ratione personae aanwezig is. Deze jurisdictie ziet op de periode waarover rechtsmacht bestaat, bij het ICC is dit bijvoorbeeld misdrijven die gepleegd zijn sinds 1 juli 2002. Naast bovenstaande vormen van jurisdictie bestaat er nog een bijzondere vorm van jurisdictie: universele jurisdictie. Deze jurisdictie is gebaseerd op het universaliteitsprincipe, dat inhoudt dat de bevoegdheid om een zaak te onderzoeken niet is gebaseerd op de nationaliteit van de pleger of de locatie van de misdaad maar op de specifieke universele veroordeling van misdaden die voor de hele mensheid schokkend zijn, waaronder genocide.17 De gedachte die hieraan ten grondslag ligt is dat elke staat belang heeft bij het voorkomen en bestraffen van ernstige internationale misdrijven en daarom optreedt namens de internationale gemeenschap.18 Deze universele jurisdictie biedt een mogelijkheid voor staten om internationale misdrijven te vervolgen.

De definitie van genocide die in deze scriptie wordt gehanteerd komt uit de Genocide Conventie van 1948 en wordt gebruikt omdat deze definitie in de internationale

16 Douglas Guilfoyle, International Criminal Law (Oxford: Oxford University Press, 2016), 101-102.

17 Martin Mennecke, “Genocide en het internationaal recht,” NIOD, geraadpleegd op 30 maart 2021, https://www.niod.nl/sites/niod.nl/files/Genocide en internationaal recht.pdf. Deze misdrijven zijn: genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven.

18 Nollkaemper, Kern van het Internationaal Publiekrecht, 247-249.

(10)

10 strafrechtspraak ook wordt toegepast.19 Het Genocideverdrag werd op 9 december 1948 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, als reactie op de Holocaust.20 Volgens dit verdrag wordt het volgende onder genocide verstaan: “een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:

a) Het doden van leden van de groep

b) Het toebrengen van ernstig lichamelijk letsel of geestelijk letsel aan leden van de groep;

c) Het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;

d) Het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;

e) Het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.”21 Deze definitie vereist een zeer specifieke intentie van de pleger. De intentie moet namelijk gericht zijn op het vernietigen van de beschermde groep en niet op het plegen van een van de handelingen uit a t/m.22 Als deze intentie niet bewezen kan worden, is er geen sprake van genocide. Er moet dus bewezen worden dat de pleger een handeling heeft begaan en daarbij de bedoeling had om de groep waartoe het slachtoffer behoorde uit te roeien. Het is lastig om deze intentie te kunnen bewijzen, omdat deze zich in de gedachten van de pleger bevindt en deze dit hoogstwaarschijnlijk niet zal verklaren. In de jurisprudentie zijn daarom aanknopingspunten gegeven waaruit de intentie kan worden afgeleid, welke bij de bespreking van het ICTY en ICTR in paragraaf 2.2.4 naar voren zullen komen.

Sinds het formuleren van de definitie bestaat er discussie over, waarbij ook verschil zit tussen de wetenschappelijke en juridische benadering. Wetenschappers menen dat het vereiste van de intentie een te hoge drempel opwerpt terwijl de rechtspraak hier wel aan vasthoudt.23 Tijdens het ICTY en ICTR kwam naast andere twistpunten ook dit vraagstuk naar boven. Door daaropin te gaan hebben de internationale ad-hoc tribunalen verdere invulling en verduidelijking gegeven aan de definitie van genocide. Deze meningsverschillen over genocide zijn ook terug te zien in de vraag of ISIS genocide heeft gepleegd op de Jezidi’s in 2014, welke in hoofdstuk 2 behandeld zal worden.

2.2 Ad-hoc internationale tribunalen

In deze paragraaf worden de ad-hoc internationale tribunalen besproken, die zijn opgericht voor de strafrechtelijke vervolging van misdrijven begaan in het kader van een specifiek conflict. De volgende internationale ad-hoc tribunalen zijn tot nu toe opgericht: het Internationaal Militair Tribunaal Neurenberg (IMT), het Internationaal Militair Tribunaal voor het Verre Oosten (IMTFE), het Joegoslaviëtribunaal en het Rwandatribunaal. Er bestaan twee opties om een ad-hoc internationaal tribunaal op te richten. Ten eerste op basis van een verdrag tussen betrokken staten en ten tweede op grond van de bevoegdheid van de VN

19 United Nations, General Assembly, Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide.

France: Paris, 9 december 1948. Deze definitie is overgenomen in onder andere de statuten van het ICTY, ICTR en ICC.

20 Mennecke, “Genocide en het internationaal recht.”

21 Idem., 152.

22 Idem., 150.

23 Idem., 152.

(11)

11 Veiligheidsraad (hierna ook: VNVR) uit hoofdstuk VII van het VN-Handvest.24 Op grond van artikel 39 en 41 van dit Handvest kan de Veiligheidsraad maatregelen nemen als er sprake is van een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid. Eén van de maatregelen is het oprichten van een tribunaal en op basis hiervan zijn het ICTY en ICTR opgericht. De oprichting van een tribunaal op grond van hoofdstuk VII van het VN-Handvest vereist dat hiervoor politieke wil is binnen de Veiligheidsraad alsmede de wil om het tribunaal te financieren.25 Daarnaast leidt de oprichting tot een tweetal verplichtingen.26 Ten eerste zijn alle lidstaten van de VN verplicht medewerking te verlenen aan het tribunaal. Ten tweede hebben de verplichtingen die uit het tribunaal volgen op basis hiervan voorrang op andere verplichtingen die uit het internationale recht volgen. Als een tribunaal wordt opgericht op basis van een verdrag gelden deze verplichtingen niet. Een dergelijk tribunaal heeft alleen jurisdictie over misdrijven die op het grondgebied van een verdragspartij of door onderdanen van een aangesloten verdragspartij zijn begaan. Daardoor is het tribunaal niet in staat om partijen die niet zijn aangesloten bij het verdrag te dwingen om verdachten, getuigen of bewijs over te dragen, wat voor succesvolle vervolging wel vereist is, zoals zal blijken uit hoofdstuk 4 en 5.27 Het Neurenberg Tribunaal (IMT) is opgericht door middel van een verdrag. In deze paragraaf worden het IMT, ICTY en ICTR besproken.28

2.2.1 Het Neurenberg Tribunaal

Het Neurenberg Tribunaal is na de Tweede Wereldoorlog opgericht voor de berechting van de hoofdverantwoordelijken voor de misdrijven die tijdens deze oorlog zijn gepleegd.29 De grondslag voor het tribunaal is de overeenkomst die in 1945 in Londen is gesloten tussen de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Sovjet-Unie.30 Op grond van deze overeenkomst werd de rechtsmacht van het IMT gevestigd op oorlogsmisdadigers uit Duitsland.31 Zij werden individueel strafrechtelijk vervolgd voor misdrijven tegen de vrede, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. Hieronder viel dus niet het misdrijf genocide, welk begrip pas na de Holocaust werd ontwikkeld.32

Het Neurenbergtribunaal vormde een keerpunt in het internationale strafrecht doordat het de eerste keer was dat individuele aansprakelijkheid werd aangenomen voor internationale oorlogsmisdrijven.33 Het was niet langer een aangelegenheid van de staat waarin de misdrijven werden gepleegd, maar een aangelegenheid van de internationale

24 Guilfoyle, International Criminal Law, 96.; Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht, 459.

25 Guilfoyle, International Criminal Law, 98-99.

26 Idem.

27 Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht, 461.

28 Het Tokio Tribunaal is ook na de Tweede Wereldoorlog opgericht maar was in tegenstelling tot het IMT niet opgericht op basis van een verdrag en was voornamelijk een Amerikaanse aangelegenheid. Doordat het een minder internationaal karakter had dan het Neurenberg Tribunaal (dat was opgericht door middel van een verdrag tussen de geallieerden) en het Neurenberg Tribunaal wordt gezien als het startpunt voor internationale strafrechtelijke vervolging is ervoor gekozen om in het kader van dit onderzoek het Tokio Tribunaal niet verder te bespreken. Bron: Andrew Novak, The International Criminal Court: An Introduction (Springer: International Publishing Switzerland, 2015), 10. DOI 10.1007/978-3-319-15832-7.

29 Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht, 459.

30 Luc Reydams, Jan Wouters en Cedric Ryngaert, International Prosecutors (Oxford: Oxford University Press, 2012), 14-15, http://dx.doi.org/DOI:10.1093/acprof:oso/9780199554294.001.0001.

31 United Nations. Charter of the International Military Tribunal. London, 8 augustus 1945.

32 Mennecke, “Genocide en het internationaal recht.”

33 Guilfoyle, International Criminal Law, 69.

(12)

12 gemeenschap. Het IMT maakte dan ook een inbreuk op de soevereiniteit van Duitsland. Dit was mogelijk omdat Duitsland ten tijde van het tribunaal bezet was door de Geallieerden, waardoor zij toegang hadden tot bewijs en verdachten, zonder afhankelijk te zijn van de medewerking van Duitsland.34 De rechtsmacht van het Neurenberg Tribunaal werd hierdoor discutabel geacht en gezien als “victor’s justice”. Immers, alleen de misdrijven gepleegd door onderdanen van Duitsland werden vervolgd en werd de berechting daarom gezien als onderdeel van de militaire overwinning van de Geallieerden in plaats van objectief.35 Een dergelijke vorm van internationaal strafrecht waarbij andere staten gezamenlijk een derde staat bezette en die onderdanen berechten is sindsdien niet meer toegepast.

Het veronderstelde succes van Neurenberg bracht verschillende initiatieven teweeg een internationaal strafhof op te richten.36 De Koude Oorlog en de daardoor veroorzaakte verdeeldheid in de internationale gemeenschap bevroor deze plannen tot 1993, toen de VN Veiligheidsraad het ICTY oprichtte.

2.2.2 Het Joegoslaviëtribunaal

Het Joegoslaviëtribunaal werd op 22 februari 1993 opgericht om de misdrijven die gepleegd waren in voormalig Joegoslavië te behandelen.37 Sinds de Tweede Wereldoorlog leefden in deze staat etnische groepen op gespannen voet met elkaar, wat in 1991 leidde tot een burgeroorlog tussen de Bosniakken, Serven en Kroaten die allen aanspraak maakten op verschillende gebieden en waarvoor etnische zuiveringen werden uitgevoerd. In augustus 1992, deed Human Rights Watch verslag over de gepleegde internationale misdrijven en drong aan op de vestiging van een internationaal tribunaal.38 Ditzelfde verzoek deed de president van Bosnië-Hercegovina aan de Verenigde Naties. Naar aanleiding hiervan besloot de VNVR in februari 1993 zijn bevoegdheid uit hoofdstuk VII van het Handvest te gebruiken om een internationaal ad-hoc tribunaal op te richten, het ICTY.39

Op 25 mei 1993 werd Resolutie 827 aangenomen door alle leden van de VNVR, waarmee het eerste internationale ad-hoc tribunaal werd gevestigd waaraan alle lidstaten verplicht medewerking diende te verlenen.40 Dit wordt gezien als het eerste “echte”

internationale ad-hoc tribunaal omdat er geen sprake was van “victor’s justice”, maar dat de VNVR, als belichaming van de internationale gemeenschap, instemde met de oprichting.

In het statuut van het ICTY staat de jurisdictie beschreven.41 Het tribunaal heeft rechtsmacht over de personen die verantwoordelijk zijn voor het plegen van ernstige misdrijven op het grondgebied van voormalig Joegoslavië sinds 1991 (rechtsmacht ratione materiae, loci en personae). Onder deze ernstige misdrijven valt genocide, dat in het statuut als derde misdrijf wordt benoemd. Dit maakte het ICTY het eerste tribunaal dat individuen

34 Guilfoyle, International Criminal Law, 65.

35 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 8.

36 Idem., 11.

37 Idem., 3-8.

38 Reydams, Wouters en Cedric Ryngaert, International Prosecutors, 22-24.

39 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 3-4.;

Guilfoyle, International Criminal Law, 80.

40 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 3-8.

41 United Nations, International Tribunal for the Prosectuion of Persons Responsible for Serious Violations of International Humanitarian Law Committed in the Territory of the Former Yugoslavia since 1991, Updated Statute of the International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia, New York, NY: UN Headquarters, september 2009. Artikelen 1 t/m 9.

(13)

13 strafrechtelijk vervolgd voor het plegen van genocide. De rechtsmacht van het tribunaal wordt beperkt in artikel 9 van het statuut. Op grond van dit artikel is het ICTY complementair aan nationale rechtbanken en vult het dus de nationale rechtspraak aan. Hierbij heeft het tribunaal wel voorrang en kan het nationale rechtbanken verplichten om zaken over te dragen aan het tribunaal. Uiteindelijk heeft het ICTY 160 zaken in behandeling genomen.42

2.2.3 Het Rwandatribunaal

Toen na de oprichting van het ICTY een gewelddadig conflict uitbrak in Rwanda maakte de VN Veiligheidsraad opnieuw gebruik van zijn bevoegdheden uit hoofdstuk VII van het Handvest.

In 1994 leidde een historisch conflict tussen de Hutu’s en Tutsi’s, twee etnische groepen in Rwanda, tot een burgeroorlog.43 In dit conflict doodden Hutu milities 1 miljoen Tutsi’s. Toen de VN Veiligheidsraad van de internationale misdrijven die begaan werden in het conflict op de hoogte werd gesteld, richtte de VNVR het ICTR op om de verantwoordelijken te berechten.44 Op 8 november 1994 werd Resolutie 995 aangenomen waarmee het Rwandatribunaal werd opgericht.45

Deze beslissing was, in tegenstelling tot het ICTY, niet unaniem genomen omdat China zich van stemmen onthield en Rwanda, als toenmalig niet-permanent lid van de VN Veiligheidsraad, tegen stemde.46 Deze tegenstem was opvallend, omdat Rwanda eerder een formele aanvraag bij de Verenigde naties had ingediend om het tribunaal op te richten.47 Het verbod op de doodstraf dat voor het ICTR gold was de oorzaak voor de negatieve stem.48 Door dit verbod konden de meest verantwoordelijke misdadigers aan de doodstraf ontkomen, terwijl laaggeplaatste daders voor de nationale rechtbanken wel hiertoe veroordeeld konden worden. Ondanks de tegenstem diende Rwanda nog steeds medewerking te verlenen aan het tribunaal, aangezien deze was opgericht door een Resolutie van de VNVR. China onthield zich anderzijds van stemmen omdat de staat bezorgd was over de precedentwerking van het tribunaal om te interveniëren in interne aangelegenheden van een soevereine staat.49

Het statuut van het ICTR is in Resolutie 955 opgenomen en omvat de jurisdictie, welke in essentie grotendeels overeenkomt met die van het ICTY.50 Het tribunaal heeft rechtsmacht over personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van internationaal humanitair recht, gepleegd op het grondgebied van Rwanda, en over Rwandezen die deze misdrijven hebben gepleegd op het grondgebied van buurlanden, tussen 1 januari en 31 december 1994 (rechtsmacht zowel ratione materiae, personae, loci als tempori). Het ICTR heeft 93 zaken behandeld.51

42 ICTY. “Key Figures of the Cases.” Laatst aangepast in maart 2021, geraadpleegd op 26 mei 2021.

https://www.icty.org/en/cases/key-figures-cases

43 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 24-26.

44 Idem., 10.

45 Reydams, Wouters en Ryngaert, International Prosecutors, 29.

46 Guilfoyle, International Criminal Law, 81.

47 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 28.

48 Guilfoyle, International Criminal Law, 83.

49 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 29.

50 United Nations, Security Council. Resolution 955, Annex: Statute of the International Tribunal for Rwanda. New York, NY: UN Headquarters, 8 november 1994.

51 “The ICTR in Brief,” United Nations International Residual Mechanism for Criminal Tribunals, geraadpleegd op 26 mei 2021, https://unictr.irmct.org/en/tribunal

(14)

14 2.2.4 Het ICTY en ICTR

Het ICTY en ICTR zijn ongeveer gelijktijdig opgericht en zagen allebei op internationale misdrijven die gepleegd zijn in conflicten. Het is daarom interessant om de tribunalen naast elkaar te leggen. In deze paragraaf wordt er gekeken naar de overeenkomsten en verschillen tussen de tribunalen, de invloed van de tribunalen, maar ook naar de kritiek die zij hebben ontvangen.

Het ICTY en ICTR toonden veel overeenkomsten, maar ook een aantal verschillen. Ten eerste kwamen de statuten nagenoeg overeen. Ten tweede waren beide tribunalen opgericht op verzoek van de staten waarin het conflict zich had afgespeeld, ondanks dat Rwanda zijn steun uiteindelijk introk. Ten derde vervulden beide tribunalen een complementaire rol op nationale wetgeving. Er waren ook een tweetal belangrijke verschillen. Ten eerste richtte het ICTR zich vooral op de meest verantwoordelijke daders van de meest ernstige misdrijven, terwijl het ICTY voornamelijk laaggeplaatste daders veroordeelde. Een tweede verschil was dat het conflict in voormalig Joegoslavië een internationaal karakter had, terwijl de Rwandese genocide een overwegend interne aangelegenheid betrof.52

Het ICTY en ICTR waren op vier verschillende manieren baanbrekend en invloedrijk.

Ten eerste was het de eerste keer sinds Neurenberg dat individuelen strafrechtelijk aansprakelijk werden gehouden voor misdrijven gepleegd tijdens conflicten door een internationaal tribunaal.53 Het was daarnaast ook de eerste keer dat dergelijke tribunalen waren opgericht door de Verenigde Naties en daarmee met instemming van de internationale gemeenschap. Ten tweede schiepen beide tribunalen precedenten voor het oprichten van internationale tribunalen en in het bijzonder het Internationaal Strafhof. Ten derde hebben de tribunalen bijgedragen aan de ontwikkeling van het internationale strafrecht. In het kader van dit onderzoek zijn twee doctrines van belang: “joint criminal enterprise” en “genocide”.

De doctrine van “joint criminal enterprise” is toegepast door het ICTY.54 Dit concept maakt het mogelijk om deelnemers van een groep individueel aansprakelijk te houden voor misdrijven gepleegd door de groep op grond van hun lidmaatschap, indien de misdrijven gepleegd zijn door andere leden van de groep en deze redelijkerwijs te voorzien waren gezien het gemeenschappelijke doel van de groep. Dit concept is van belang voor de veroordeling van leden van ISIS op basis van hun lidmaatschap.

Het ICTY en ICTR waren daarnaast zeer beduidend voor de ontwikkeling van de doctrine omtrent “genocide”. Het Rwandatribunaal heeft in 1998 in de zaak Akeyusu de Genocide Conventie van 1948 voor het eerst toegepast.55 De veroordeling die daaruit volgde was de eerste keer dat iemand door een internationaal tribunaal is veroordeeld voor het misdrijf genocide. In de Kambanda zaak pleitte een verdachte voor het eerst schuldig voor het plegen en beramen van genocide.56 Het ICTY volgde later en veroordeelde in de zaak Krstić een verdachte voor het misdrijf genocide in 2004.57 Het ICTY en ICTR hebben daarnaast op

52 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 28.

53 Ruth Mackenzie, Cesare P.R. Romano en Yuval Shany, Manual on International Courts and Tribunals (Oxford:

Oxford University Press, 2010), 208.

54 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 24.

55 Mackenzie, Romano, Shany, Manual on International Courts and Tribunals, 209.

56 Milena Sterio, “The Yugoslavia and Rwanda Tribunals: A Legacy of Human Rights Protection and Contribution to International Criminal Justice,” in The Legacy of Ad Hoc Tribunals in International Criminal Law, Assessing the ICTY”s and ICTR”s Most Significant Legal Accomplishments, ed. Milena Sterio and Michael Scarf (Cambridge:

Cambridge University Press, 2019), 14-16.

57 Sterio, “The Yugoslavia and Rwanda Tribunals”, 14-16.

(15)

15 vier aspecten invulling gegeven aan het concept “genocide”. Ten eerste werd de vraag wie er precies tot een bepaalde “nationale, etnische, raciale of godsdienstige groep” behoren nader onderzocht.58 Dit was een lastige kwestie voor de Tutsi’s en Hutu’s, die hun taal, geloof en gewoonten deelden. Als oplossing hiervoor heeft het ICTR geformuleerd dat de slachtoffergroep niet aan de theoretische definitie voor etnische groepen hoeft te voldoen, maar dat de plegers hen als leden van een afzonderlijke groep beschouwden. Ten tweede werd ingegaan op gehele of gedeeltelijke vernietiging, waarbij werd geoordeeld dat het van belang is of de gehele groep is uitgeroeid, maar of dit de intentie van de pleger was. Ten derde zijn er handvaten ontwikkeld om intentie aan te kunnen tonen, zoals het systematisch uitvoeren van genocide handelingen, de omvang van de gepleegde wreedheden, het systematisch richten op dezelfde groep of de herhaling van discriminerende handelingen.59 Ten vierde werd bij het Rwandatribunaal voor het eerst geoordeeld dat verkrachting ook een vorm van genocide kan zijn.

Het ICTY en ICTR hebben kritiek ontvangen omdat de tribunalen kostbaar en tijdrovend waren. In 2004 liepen de kosten van de ICTY en ICTR gezamenlijk op tot 15% van de totale begroting van de Verenigde Naties.60 Het afronden van de zaken duurde dusdanig lang dat de Veiligheidsraad een “afrondingsstrategie” aannam om de werkzaamheden van het ICTY en ICTR in 2010 te beëindigen. De berechting van de daders van misdrijven gaat sindsdien verder in de regio’s zelf onder toezicht van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen.

Deze kritiekpunten zorgden voor tot een “tribunal fatigue” waardoor de Verenigde Naties minder geneigd was tribunalen op te richten.61 Desalniettemin ving de komst van het ICC deze kritiekpunten op.

2.3 Het Internationaal Strafhof

Het ICTY en ICTR hebben bijgedragen aan de welwillendheid van de internationale gemeenschap om het Internationaal Strafhof op te richten in 2002. De tribunalen lieten zien dat internationaal strafrecht mogelijk was en toonden tegelijkertijd de beperkingen van ad- hoc tribunalen. Zo is politieke wil vereist voor hun oprichting, wat in de toekomst zou kunnen leiden tot selectieve en bevooroordeelde toegang tot gerechtigheid.62 Een permanent tribunaal kan dit voorkomen. Daarnaast werd ook opgemerkt dat ad-hoc internationale tribunalen opgericht door de VNVR een grote inbreuk maakten op de soevereiniteit van lidstaten van de VN, doordat de VNVR besluit over de oprichting. Bij het creëren van het Internationaal Strafhof is veel overgenomen van het ICTY en ICTR, maar ook rekening gehouden met bovenstaande kritiekpunten.

58 Mennecke, “Genocide en het internationaal recht.”

59 William A. Schabas, Genocide in International Law, The Crime of Crimes (Cambridge: Cambridge University Press, 2009), 248-266. https://doi-org.proxy-ub.rug.nl/10.1017/CBO9780511575556

60 Schabas, The Un International Criminal Tribunals: The Former Yugoslavia, Rwanda and Sierra Leone, 6.

61 Carsten Stahn, “Tribunals are Dead, Long Live Tribunals: MICT, the Kosovo Specialist Chambers and the Turn to New Hybridity,” European Journal of International Law, 23 september 2016, geraadpleegd op 27 mei 2021, https://www.ejiltalk.org/tribunals-are-dead-long-live-tribunals-mict-the-kosovo-specialist-chambers-and-the- turn-to-new-hybridity/

62 Stuart Ford, “The impact of the Ad Hoc Tribunals on the International Criminal Court,” in The Legacy of Ad Hoc Tribunals in International Criminal Law, Assessing the ICTY”s and ICTR”s Most Significant Legal Accomplishments, ed. Milena Sterio and Michael Scarf (Cambridge: Cambridge University Press, 2019), 323-325.

(16)

16 Tijdens een diplomatieke conferentie in Rome in 1998 werden overleg gevoerd over het statuut van het ICC.63 Uiteindelijk werd besloten dat het Strafhof onafhankelijk is van de VN Veiligheidsraad en dat het ICC beslist welke zaken toelaatbaar zijn, of er jurisdictie bestaat en of de nationale vervolging van de staat voldoet aan de vereisten. Hierdoor is de controle over de internationale rechtspraak deels weggenomen bij de VNVR en teruggegeven aan de staten die bij het ICC zijn aangesloten. Een gevolg hiervan is dat het ICC afhankelijk is van de medewerking van staten voor onderzoeken, arrestaties, het verzamelen van bewijs en de tenuitvoerlegging van de vonnissen. Dit is zowel een sterkte als een zwakte.64 De Hof heeft namelijk veel bevoegdheden om situaties te vervolgen, maar het succes van een vervolging is in hoge mate afhankelijk van de medewerking van een staat.

In juli 1998 werd het statuut aangenomen, waarmee op grond van een multilateraal verdrag het eerste wereldwijde permanente internationale tribunaal werd opgericht.65 Volgens zijn preambule berecht het ICC verdachten die een gevaar vormen voor de vrede, veiligheid en het welzijn van de wereld.66 Op dit moment zijn er 124 landen aangesloten bij het Statuut, waaronder Nederland.67 Toch zijn een aantal grootmachten niet aangesloten bij het ICC, waaronder China, India, Rusland en de Verenigde Staten. De Verenigde Staten is bijvoorbeeld niet aangesloten omdat zij geen rechtsmacht willen overdragen aan het ICC.68 Dat deze grootmachten niet zijn aangesloten maakt dat het ICC, als Internationaal Strafhof, een minder internationaal karakter en minder legitimiteit heeft.

2.3.1 Toegang tot het Internationaal Strafhof

Een zaak komt bij het ICC in drie stappen. Ten eerste dient te worden bepaald of het Hof over rechtsmacht beschikt, ten tweede moet het Hof ontvankelijk zijn om de zaak te behandelen en ten derde moet de zaak worden aangedragen bij het ICC.

De jurisdictie van het Internationaal Strafhof is vastgelegd in het Statuut van Rome. Dit statuut vertoont veel overeenkomsten met de statuten van het ICTY en ICTR.69 Het ICC heeft ten eerste rechtsmacht ratione materiae over personen ter zake van de meest ernstige misdrijven van internationaal belang. Genocide is een van deze ernstige misdrijven en de definitie hiervan is letterlijk overgenomen uit de Genocide Conventie. Een kanttekening bij deze rechtsmacht ratione personae is dat het ICC niet is opgericht, noch in staat is, om alle daders van bovengenoemde misdrijven te berechten.70Vandaar dat het niet alleen ziet op de meest ernstige misdrijven, maar ook op de meest verantwoordelijke daders, in

63 Andrew Novak, The International Criminal Court: An Introduction (Springer: International Publishing Switzerland, 2015), 23-27. DOI 10.1007/978-3-319-15832-7.

64 Idem.

65 Guilfoyle, International Criminal Law, 84-85; Alexis Arieff, Rhoda Margesson and Marjorie Ann Browne,

“International Criminal Court Cases in Africa: Status and Policy Issues,” in International Criminal Court: Policy, Status and Overview, ed. Harry P. Milton (New York: Nova Science Publishers, 2009), 2-5.

66 International Criminal Court. Rome Statute of the International Criminal Court. Rome, 17 juli 1998. Artikel 13 en 14.

67 International Criminal Court. “States parties chronological list.” ICC. Geraadpleegd op 5 maart 2021, https://asp.icc-cpi.int/en_menus/asp/states parties/Pages/states parties _ chronological list.aspx

68 Human Rights Watch, “ Q&A: The International Criminal Court and het United States,” Human Rights Watch, geraadpleegd op 3 juni 2021, https://www.hrw.org/news/2020/09/02/qa-international-criminal-court-and- united-states

69 Rome Statute.

70 Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht, 463; Mackenzie, Romano, Shany, Manual on International Courts and Tribunals, 167.

(17)

17 overeenstemming met de handelswijze van het ICTR. Daarnaast moeten de misdrijven gepleegd zijn in de context van een “situatie waarin een of meer misdrijven lijken te zijn begaan”. Binnen deze situatie worden alle kanten van het conflict onderzocht en de verschillende zaken individueel behandeld. Ten tweede heeft het Hof rechtsmacht met betrekking tot misdrijven die begaan zijn na de inwerkingtreding van het Statuut op 1 juli 2002 (ratione temporis). Ten derde heeft het ICC jurisdictie wanneer het misdrijf heeft plaatsgevonden op het grondgebied van een staat die is aangesloten bij het statuut, of wanneer de dader de nationaliteit bezit van een aangesloten staat (ratione loci en personae).

Als aan bovenstaande vereisten voor jurisdictie is voldaan, heeft het Hof rechtsmacht.

Daarnaast moet het Hof ontvankelijk zijn om kennis te nemen van een zaak, waarin de complementaire rol van het ICC ten opzichte van nationale rechtspraak naar voren komt. Het Internationaal Strafhof is namelijk alleen ontvankelijk als een staat met jurisdictie over het strafbare feit “niet bereid is, of niet bij machte is het onderzoek of de vervolging daadwerkelijk uit te voeren”. Dit is het geval wanneer personen niet vervolgd worden, er ongerechtvaardigde vertraging in de strafzaak optreedt, of wanneer er geen onafhankelijke en onpartijdige rechtsgang is. Het Internationaal Strafhof vult dus nationale rechtbanken aan in deze gevallen en sluit de jurisdictie van deze rechtbanken niet uit. Als een misdaad op nationaal niveau kan worden berecht, dan heeft dit voorrang boven berechting door het Internationaal Strafhof. De toegang van zaken tot het ICC wordt daarmee beperkt en geeft het Hof de status van laatste redmiddel.71

Op het moment dat het Internationaal Strafhof jurisdictie heeft en ontvankelijk is om een zaak te behandelen, moet de zaak nog worden voorgedragen bij het Hof. Hiervoor zijn drie “trigger mechanisms”.72 Ten eerste kan de Aanklager op eigen initiatief een onderzoek starten op grond van art. 15 van het Statuut. Ten tweede kan de VN Veiligheidsraad een situatie waarin een misdaad, of misdaden zijn gepleegd aandragen bij de Aanklager. De Veiligheidsraad heeft op grond van hoofdstuk VII van het VN-Handvest ook de mogelijkheid om een staat voor te dragen die niet is aangesloten bij het ICC, zoals gebeurde bij het conflict in Libië vanaf februari 2011. Ten derde kan een staat die is aangesloten bij het ICC een situatie aangeven bij de Aanklager, zowel met betrekking tot zijn eigen staat, als tot een andere staat.

Deze staat kan ervoor kiezen om de rechtsmacht van het Hof toch te accepteren.

Zoals blijkt uit bovenstaande stappenplan is het Internationaal Strafhof in belangrijke mate afhankelijk van de medewerking van staten. Als de staten partij zijn bij het ICC, moeten zij samenwerken bij het onderzoek naar en de vervolging van misdrijven. De staten zijn verplicht medewerking te verlenen voor het overleveren van verdachten en het verzamelen van bewijs. Maar als staten dit weigeren, heeft het ICC slechts beperkte mogelijkheden om deze samenwerking af te dwingen. De Aanklager kan hiervoor naar de VN Veiligheidsraad, die zijn bevoegdheden uit hoofdstuk VII kan gebruiken, mits de VNVR hierover eensgezind is.

71 Arieff, Margesson and Browne, “International Criminal Court Cases in Africa,” 4.

72 Guilfoyle, International Criminal Law, 106-109.

(18)

18 2.3.2 Praktijk

Momenteel zijn er 27 zaken geopend bij het Internationaal Strafhof, met betrekking tot 45 verdachten.73 Deze zaken worden behandeld in het kader van 13 situaties.74 Tot op heden zijn acht personen veroordeeld, wat aangeeft dat het veroordelingsproces tijdrovend is. Naast het behandelen van bovenstaande situaties doet het ICC ook onderzoek naar verschillende situaties om deze eventueel later te vervolgen, zoals de oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid gepleegd in Nigeria door Boko Haram.75

De twee belangrijkste kritiekpunten van het ICC zijn enerzijds dat het Hof bevooroordeeld is en anderzijds dat het vredesprocessen belemmert.76 Ten eerste veroordelen critici het ICC af als een vorm van nieuw imperialisme dat de soevereiniteit van Afrikaanse landen wil ondermijnen, omdat het Hof voornamelijk situaties uit Afrika behandelt.77 Voorstanders van het ICC ontkrachten dit en benoemen dat tot op heden de onderzoeken worden bepaald door verwijzingen en dat deze vooral vanuit Afrika zijn gedaan.

Verder stellen zij dat het nationale rechtssysteem vooral in deze regio zwak is, waardoor het ICC sneller complementaire rechtsmacht heeft. Tenslotte stelt de Aanklager dat in Afrika het grootste deel van de meest ernstige misdrijven heeft plaatsgevonden. Een tweede kritiekpunt is dat het ICC vredesprocessen belemmert door personen te vervolgen die nog in conflicten zijn betrokken waardoor vrede en gerechtigheid op gespannen voet kunnen komen te staan.78 Door het ICC kan amnestie niet meer worden ingezet als onderhandelingsmiddel, waardoor het vredesproces bemoeilijkt kan worden. Daarentegen kan een geloofwaardige dreiging met vervolging ook juist dienen als een drukmiddel om een conflict te beëindigen. Het is dus van belang om per conflict te kijken wat de beste middelen zijn om zowel vrede als gerechtigheid te bewerkstelligen.

2.4 Hybride tribunalen

Aangezien zaken voorafgaand aan 2002 niet onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen, waren er verschillende conflicten die niet voor het ICC gebracht konden worden. De langdurige en kostbare werkzaamheden van het ICTY en het ICTR hadden daarnaast terughoudendheid veroorzaakt bij de Verenigde Naties om nieuwe internationale tribunalen op te richten, de zogenaamde “tribunal fatigue”.79 Om individuen die internationale misdrijven pleegden toch internationaal strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen te houden werd er een nieuw model ontwikkeld voor internationale strafvervolging:

hybride tribunalen. Deze tribunalen combineren nationaal en internationaal strafrecht.80 Er wordt benoemd dat deze tribunalen in theorie de beste vorm van internationale

73 United Nations, General Assembly. Report of the International Criminal Court on its activities in 2019/20. New York, NY: UN Headquarters, 24 augustus 2020.

74 Dit gaat om: Afghanistan, Bangladesh/Myanmar, Burundi, Centraal Afrikaanse Republiek I en II, Ivoorkust, Darfur (Soedan), Democratische Republiek Congo, Georgië, Kenia, Libië, Mali en Uganda.

75 International Criminal Court, “Preliminary examinations.” ICC. Geraadpleegd op 23 mei 2021. https://www.icc- cpi.int/pages/pe.aspx

76 Arieff, Margesson and Browne, “International Criminal Court Cases in Africa,” 2-5.

77 Idem., 21-22.

78 Idem.

79 Guilfoyle, International Criminal Law, 86.; Hector Olásolo, International Criminal law, Transnational Criminal Organizations and Transitional Justice (Boston: Brill Nijhoff, 2018), 59.

80 Mackenzie, Romano, Shany, Manual on International Courts and Tribunals, 153.

(19)

19 strafrechtspraak bieden omdat zij inspelen op de kritiekpunten van het ICTY, ICTR en ICC.81 Ten eerste omdat zij de neutraliteit, objectiviteit en expertise van een internationaal tribunaal combineren met de legitimiteit, toegang tot bewijs en verdachten, en de verbondenheid met de regio van een nationaal tribunaal. Ten tweede zijn hybride tribunalen minder tijdrovend en hebben zij een grotere impact op het land waar de misdrijven zijn begaan, doordat dit land een actievere rol speelt in de vervolging. Ten derde zorgen hybride tribunalen ervoor dat enerzijds voldaan wordt aan de verplichting van een staat om internationale misdrijven te vervolgen en anderzijds de staatssoevereiniteit gewaarborgd wordt.

Er zijn een aantal hybride tribunalen opgericht.82 Deze tribunalen volgen allen een ander model en beantwoorden aan de specifieke omstandigheden van het conflict.83 Toch zijn er een aantal overeenkomsten. Ten eerste zijn ze opgericht op basis van een verdrag tussen de Verenigde Naties en de betrokken partijen.84 Ten tweede zijn ze opgericht omdat het ICC nog niet in werking was getreden ten tijde van deze conflicten. Een uitzondering hierop vormt het Speciale Tribunaal voor Libanon (STL) om meerdere redenen. Ten eerste is het STL opgericht in 2007, toen het ICC al in werking was getreden. Doordat Libanon geen partij is bij het ICC had deze geen rechtsmacht. Ten tweede wordt bij het STL alleen nationaal recht gehandhaafd, maar wel samengewerkt met internationale rechters. Ten derde is dit tribunaal wel op grond van de bevoegdheid uit hoofdstuk VII door de VN Veiligheidsraad opgericht en niet op grond van een verdrag. In eerste instantie zou dit wel het geval zijn, maar Libanon weigerde uiteindelijk het verdrag te ratificeren waarna de VNVR besloot om het via een resolutie op te richten.85

Aangezien de meeste hybride tribunalen zijn opgericht omdat het ICC nog niet in werking was getreden, is het de vraag in hoeverre in de toekomst van deze vorm gebruik zal worden gemaakt. Wellicht is een hybride tribunaal alleen weggelegd voor staten die niet zijn aangesloten bij het ICC of wanneer internationale steun nodig is bij de nationale vervolging, net als bij de oprichting van het STL.86

2.5 Conclusie

In dit hoofdstuk is antwoord gegeven op de deelvraag: “Wat is het juridische kader voor internationale strafrechtelijke vervolging van genocide?” Het antwoord hierop kan worden gebruikt in het volgende hoofdstuk waarin de vervolgingsmogelijkheden voor leden van ISIS uiteen worden gezet. Het juridische kader voor genocide bestaat uit de Genocide Conventie van 1948, welke definitie is overgenomen door het ICTY, ICTR en het Internationaal Strafhof.

De jurisprudentie over genocide die uit juridische instanties is voortgekomen, biedt uitgangspunten om de vraag of leden van ISIS genocide hebben gepleegd te kunnen beantwoorden in hoofdstuk 3. Door het juridische kader uiteen te zetten in dit hoofdstuk zijn de volgende opties naar voren gekomen voor individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid voor internationale misdrijven. Ten eerste kwam het begrip van universele jurisdictie naar

81 Guilfoyle, International Criminal Law, 99.

82 Dit zijn de volgende: the Special Court for Sierra Leone, The Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia, The War Crimes Chamber of the Court of Bosnia and Herzegovina, Special Panels for Serious Crimes in East Timor, Internationalized War Crimes Panels in Kosovo, Special Tribunal for Lebanon.

83 Caitlin Reiger, “Hybrid and Internationalized Tribunals,” in The rules, Practice, and Jurisprudence of International Courts and Tribunals, ed. Chiara Giorgetti (Leiden: Martinus Nijhoff Publishers, 2012), 283-285.

84 Nollkaemper, Kern van het internationaal publiekrecht, 461-462.

85 Reydams, Wouters en Ryngaert, International Prosecutors, 45-47.

86 Reiger, “Hybrid and Internationalized Tribunals,” 320.

(20)

20 voren, op grond waarvan het voor staten mogelijk is om genocide te vervolgen in hun nationale rechtbanken. Ten tweede kunnen er ad-hoc tribunalen worden opgericht door de VNVR, maar heeft de komst van het ICC de noodzaak van deze tribunalen deels weggenomen.

Daarnaast zijn deze ad-hoc tribunalen zeer kostbaar en tijdrovend, en kan er daardoor gesproken worden van “tribunal fatigue” binnen de internationale gemeenschap. Het Internationaal Strafhof biedt daarom een goede derde optie. Hiervoor is wel vereist dat de staten waarin de conflictsituatie zich afspeelt zijn aangesloten bij het ICC, of dat de VNVR zijn bevoegdheid wilt gebruiken om de situatie aan te dragen. Wanneer het niet mogelijk is om de situatie door het Internationaal Strafhof te laten behandelen, kunnen hybride tribunalen uitkomst bieden. Maar ook bij deze optie is medewerking vereist van de staat. In conclusie, alle bovenstaande categorieën laten zien dat het van belang is dat of de staat zelf medewerking verleent aan de vervolging, of wel dat de VN Veiligheidsraad zijn vergaande bevoegdheden uit hoofdstuk VII van het VN-Handvest wil inzetten. De Verenigde Naties speelt dus een belangrijke rol in het succes van de internationale vervolging, wat in het derde hoofdstuk zal worden toegepast op de vervolging van leden van ISIS.

Referenties

GERELATEERDE DOCUMENTEN

belastingheffing. De inzet van het gehele arsenaal aan kortingen en toeslagen compliceert het voeren van inkomenspolitiek. De studiecommissie heeft niet willen of kunnen vaststellen

Zorgaanbieder committeert zich eraan zoveel mogelijk de reguliere zorg te blijven leveren, met aandacht voor doelmatigheid en gepast gebruik Zorgaanbieder is in periode

Uit een enquête ingevuld door 308 medewerkers in de brede jeugdhulp komt deze top tien naar voren. 10 ingrediënten

Het grootste verschil in de score tussen beoordeling van het belang van een ingrediënt en beoordeling van de organisatie zien we bij de ingrediënten ‘verminderen regels

Uit een enquête ingevuld door 308 medewerkers in de brede jeugdhulp komt deze top tien naar voren. 10 ingrediënten

Ik ben mede-erfgenamen en behoor tot hetzelfde lichaam en ben mededeelgenoot van Gods belofte in Christus, door het evangelie (Efeziërs 3:6).. Ik ben vernieuwd door de Heilige

Professor Nortier heeft zich in zijn academische loopbaan naast de patiëntenzorg als behandelaar en consulent in de voormalige IKW regio, bezig gehouden met klinisch onderzoek

De oplossing en zeer veel andere werkbladen om gratis te