Jaarverslag 1918—1919 der Javasche Bank de hanfeering van Indie's Financiën

In document TIJDSCHRIFT VAN DE VEREENIGING VOOR STUDIE VAN KOLONIAAL- (pagina 96-128)

door

E. H E L F F E R I C H .

en

Het is het laatste bedrijf van het groote economische oorlogs-schouwspel dat ons door het hier behandelde jaarverslag der Javasche Bank vóór oogen gebracht wordt. Op den climax volgt de ontspanning, de ontknooping. Doch reeds in het oogenblik der ontspanning doemen nieuwe vraagstukken op en de ontknooping bergt den kiem van nieuwe verwikkelingen in zich. Na een in-leidend politiek overzicht schrijft de President:

„Thans, nu de wereldoorlog tot het verleden behoort, doen zich naast vele andere, tal van financieele problemen voor, die om op-lossing vragen. Het eerste is zeker wel de delging der enorme staats-schulden. De dringende noodzaak om zoo spoedig mogelijk op cenigs zins afdoende wijze, dit vraagstuk op te lossen heeft reeds het aanzijn gegeven aan verschillende plannen tot belasting der gemeenschap op een wijze, welke onvermijdelijk tot eertijds geheel ongekende' verhoudingen zal moeten voeren.

Het zal moeten blijken of en tot welke hoogte een herleving van het economische leven tot het vroegere peil onder de bestaande om-standigheden mogelijk zal zijn. Aan de eene zijde de zekerheid van hoogere lasten als: zeer drukkende fiscale heffingen en vermeerde-ring der productiekosten tengevolge der in de arbeidcrswereld be-staande toestanden; aan den anderen kant, onzekerheid betreffende het productievermogen en den omvang der behoeften van de wereld-gemeenschap .

JAARVERSLAG 1918—1919 DER JAVASCHE BANK ENZ. 89 Hierop volgen verder mededeelingen over de emissies in ver-schillende landen, over de disconto-rente en de wisselkoersen, over het ingenomen standpunt tegenover de goudproductie, den geldomloop, de credietorganisatie en de bank-amalgamatie. De historische gebeurtenis van Engeland's gouduitvoerverbod wordt als volgt beschreven :

„Gedurende de maand Maart 1919 was de crossrate intusschen reeds boven den koers van 11.50 opgeloopen en had zelfs op 21 Maart 1919 een noteering van \l.72]/2 beleefd. De inzinking aan het eind van Maart moet op rekening worden gesteld van het feit, dat ge-durende de laatste weken dier maand de vaste verhouding tusschen het Pond Sterling en den Dollar was komen te vervallen. De vrijwel vaste noteering van 4.76J/2 New-York Londen die gedurende eenige jaren kunstmatig werd gehandhaafd, behoorde daarmede tot het ver-leden. Bij het wegvallen van den steun, bestaande in het op onbe-perkte schaal verlccnen van credieten tot dekking der betalings-balans, moest de Dollar-noteering te Londen onvermijdelijk stijgen, hetgeen dan ook tot boven het gouduitvoerpunt het geval was. Het gevolg hiervan was weder, dat de Engelschc Regeering zich genood-zaakt zag den uitvoer van goud op den 29en Maart 1919 formeel te verbieden. Al was de uitvoer van goud door de eischen van het vol-doen aan allerlei formaliteiten practisch onmogelijk, men zag er toch tegen op den export van goud onder officieel verbod te brengen.

Hiermede is thans voorloopig een einde gemaakt aan de vrije Lon-densche goudmarkt, welke gedurende den oorlog, weliswaar vrijwel een fictie, dan toch in naam nog steeds bestaan had.

Amerika's en Japan's ontwikkeling vereischen — vooral ook van Nederlandsch-Indisch standpunt, — alle aandacht. Over Japan zegt de President:

„Gedurende den oorlog is de handel van Japan toegenomen, de industrie en de scheepvaart enorm uitgebreid, terwijl het bankwezen zich met Regeeringssteun, vooral ook in het Oosten, heeft ontwik-keld, een geleidelijken groei toont en op soliede basis is gegrond.

Japan is het eenigste land, welks staatsschuld gedurende den oorlog verminderde. Het is als het ware klaar om de concurrentie met Europa en Amerika aan te binden".

E n o v e r A m e r i k a h e e t h e t :

„De Verecnigde Staten zullen naar verwacht mag worden het em-bargo op het vrije goudverkeer spoedig opheffen, daartoe door de

90 J A A R V E R S L A G 1918—1919 D E R J A V A S C H E B A N K ,

s t e r k v e r a n d e r d e positie als een g e v o l g van den o o r l o g in s t a a t g e steld. D e z e S t a t e n b o n d z a g zijne b e t a l i n g s b a l a n s • i m m e r s s p r o n g s -gewijs te zijnen g u n s t e stijgen en zich z o o d o e n d e al zeer spoedig t o t eenc c r e d i t e u r n a t i e van den e e r s t e n r a n g v e r h e v e n . In v e r g e l i j k i n g m e t zijn b o n d g e n o o t e n heeft A m e r i k a het m i n s t van den o o r l o g g e -leden niet alleen, d o c h deze heeft h e t g e d u r e n d e de e e r s t e j a r e n

g r o o t e v o o r d e d e n g e b r a c h t d o o r de e n o r m e l e v e r a n t i e s van o o r l o g s -t u i g e.d., m e -t als gevolg, d a -t r e e d s v o o r de d e e l n a m e aan den krijg A m e r i k a v o o r een b e d r a g van circa $ 2.000.000.000.— aan E u r o p a g e l e e n d had en b o v e n d i e n aan A m e r i k a a n s c h e obligaties eenc s o m van t u s s c h e n de $ 2.000.000.000.— en .$ 2.500.000.000.— h a d k u n n e n t e r u g k o o p e n . N a zich in den strijd te h e b b e n g e w o r p e n leende A m e -rika n o g r u i m $ 8.000.000.000.— aan zijne b o n d g e n o o t e n , z o o d a t aan l e e n i n g e n alleen, E u r o p a h e t f a b e l a c h t i g e b e d r a g van m e e r dan S 10.000.000.000.— aan A m e r i k a s c h u l d i g is. D i t b e t e e k e n t op zich zelf r e e d s een jaarlijksch r e n t e p r o v e n u van $ 500.000.000.—. W a n n e e r m e n daarbij b e d e n k t d a t E u r o p a , g e d u r e n d e de e e r s t v o l g e n d e j a r e n a l t h a n s , n o g v o o r een zeer g r o o t g e d e e l t e afhankelijk zal blijven van a a n v o e r e n van v o e d i n g s m i d d e l e n en i n d u s t r i e p r o d u c t e n van uit A m e -rika, dat dus ook de h a n d e l s b a l a n s in h e t v o o r d e e l van dit land zal blijven en daarbij in a a n m e r k i n g n e e m t , d a t het aan E u r o p a zoo goed als niets m e e r te b e t a l e n heeft in den v o r m van r e n t e op A m e r i k a a n -sche s c h u l d b e k e n t e n i s s e n , en de u i t b r e i d i n g van eigen h a n d e l s v l o o t en b a n k w e z e n de o n z i c h t b a r e i n v o e r e n , als v r a c h t e n en c o m m i s s i c -l o o n e n , v e r d e r aanzien-lijk za-l doen v e r m i n d e r e n , dan k a n men zich e e n i g e r m a t e een d e n k b e e l d v o r m e n van de m a c h t i g e o v e r h e e r s c h e n d c positie w e l k e A m e r i k a t h a n s in h e t i n t e r n a t i o n a l e g e l d v e r k e e r

in-n e e m t " . •

Intusschen hebben de Vereenigde Staten het bewijs hunner kracht door de vergunning tot den gouduitvoer geleverd. In Enge-land verbod van, in Amerika vergunning tot gouduitvoer! Niets kenmerkt scherper de mate van solvabiliteit der beide groote geld-machten, niets karakteriseert beter de ingetreden financieele ver-andering als deze beide maatregelen.

Doordat de in den oorlog betrokken staten in Europa met schulden overbelast zijn, zijn de verrekeningskoersen op een hel-lend vlak geraakt. Een middel ter stabiliseering der valuta ziet de President in het verder toestaan van credieten op langen ter-mijn voor de staten, die te vorderen hebben, aan de staten, die betalen moeten. Verder komt de President terug op zijn oud üevelingsdenkbecld, het ideaal van den Gold Exchange Standard, het scheppen van internationale verrekeningsplaatsen (internatio-nal clearing).

EN D E H A N T E E R I N G VAN I N D I E ' S F I N A N C I E N 91

Hij schrijft:

,,Intusschen worden door de Geassocieerde Regeeringen op insti-gatie van de Federal Reserve Board maatregelen overwogen tot het vormen van een internationalen goudschat, terwijl eenzelfde plan in bewerking is ten aanzien van het aanleggen eener gemeenschappelijke goudreserve tusschen de Vercenigde Staten en de Zuid-Amerikaan-sche Republieken, een en ander met het doel ook voor de toekomst de valuta's te steunen en de noodzakelijkheid van het kostbare heen en weer zenden van goud te elimineeren. Op dit belang is in vorige verslagen der Javasche Bank reeds bij herhaling gewezen.

, Het tot stand komen eener zoodanige regeling zou cene tot ver-heugenis aanleiding gevende schrede zijn in de goede richting, cene schrede op den weg nl. naar internationale clearing en stabiliscering der valuta's. In dat licht beschouwd zou de maatregel er een zijn van groot gewicht, wanneer daarmede zou gepaard gaan cene stelsel-matige nauwgezette bestudeering der internationale betalingsverplich-tingen. Eene dergelijke regeling zou schoone perspectieven openen op cene rustige toekomst vrij van de financieele schokken, welke tot nu toe, ook in normale tijden, nog als vanzelfsprekend worden be-schouwd. Van de vorming van een wereld-syndicaat tot regeling van alle economische belangen, waarvan ecnigen tijd geleden eveneens sprake was, zou in diezelfde richting ook zeer groot nut mogen wor-den verwacht".

Tot zoover de interessante uitlatingen van den President over de internationale verhoudingen.

Met groote uitvoerigheid en zaakkundigheid wordt de gang van zaken in Nederlandsch-Indië in het afgeloopen verslagjaar besproken en de grootste plaats nemen daarbij de Europeesche cultures in. Voor haar was het laatste verslagjaar een vuurproef.

Zij moesten bewijzen of zij krachtig genoeg waren en of zij de geschikte leidslieden hadden om de ongunstige toestanden te be-heerschen. Welke gevolgen eene instorting of ook slechts een tijdelijke stilstand van het Europeesche grootcultuurbedrijf gehad zoude hebben, kan men 'ich nauwelijks voorstellen. Het is een verdienste van den President der Javasche Bank de gebeurtenis-sen van he't laatste jaar in zijn verslag op buitengewoon bevat-telijke wijze te hebben in het licht gesteld: de toenemende uit-voermoeilijkheden, de uitvaardiging van uitvoerverboden, de op-richting van het kantoor voor Buitenlandsche Handelsaangelegen-beden, het ingrijpen van den Gouverneur-Generaal in het suiker-vraagstuk, de oprichting van producentcn-vereenigingen en als

92 JAARVERSLAG 1918—1919 DER JAVASCHE BANK

laatste schakel van de maatregelen ter bescherming van de pro-ductie der cultuurondernemingen, de oprichting der Cultuur-hulpbank.

Reeds bij de bespreking van het vorige jaarverslag in dit tijd-schrift werd met nadruk gewezen op de gebeurtenissen in dat belangrijk tijdbestek en aan de leidende rol gedacht, welke de Javasche Bank daarbij speelde. Ook de tegenstellingen, welke in den loop van den oorlog tusschen moederland en kolonie zijn ont-staan, werden destijds besproken. Het komt ons voor van belang te zijn de door den President der Javasche Bank zelf gegeven beschrijving zooveel mogelijk onverkort in dit tijdschrift vast te leggen:

„Het was onvermijdelijk, dat de gevolgen van den oorlog zich ook in stijgende mate in Nederlandsch-Indic deden gevoelen en de eco-nomische belangen dezer Koloniën steeds ernstiger in het gedrang brachten. Bij al hun denken en doen lieten de oorlogvoerenden zich meer en meer leiden door den wensch den oorlog zoo spoedig moge-lijk tot het door hen verlangde einde te brengen. Deze bepaalde hun geheele gedragslijn, er was slechts plaats voor die eene, alles over-heerschendc gedachte. Alle economische bronnen werden aan dat doel steeds meer en meer dienstbaar gemaakt. Hierdoor ontstond, eene spanning welke de geheele wereld als het ware in trilling bracht.

Het spreekt van zelf dat daardoor eene mentaliteit geboren werd, hoe begrijpelijk ook van het standpunt der strijdenden bezien, steeds op-nieuw aan maatregelen hunnerzijds het aanzijn gaf, welke het econo-mische leven der toch reeds zoo zeer in het nauw gedreven neutra-len, steeds weder nieuwe slagen toebrachten. Het was door die men-taliteit, dat de in mijn vorig verslag reeds aangeroerde inbeslag-neming van een groot gedeelte der Nederlandsche handelsvloot in Maart 1918 werd ingegeven. Deze daad veroorzaakte aanvankelijk een algeheel stopzetten van het verkeer met het buitenland door schepen onder Nederlandsche vlag, omdat de Nederlandsche reederijen, be-grijpelijkerwijs de angst om het hart geslagen, niet wilden risqueeren dat nog meerdere hunner schepen zouden worden aangehouden. Langs diplomatieken weg werd cenigen tijd later echter de verzekering verkregen dat zulks niet het geval zou zijn en dat zooveel mogelijk faciliteiten ten opzichte van bunkeren en innemen van lading zouden worden verleend. Hierop had eene hervatting van de vaart plaats.

Andere maatregelen waartoe de oorlogvoerenden onder den drang der omstandigheden hunne toevlucht namen, waren eene steeds strengere liccntieering van den import en export en later eene al-geheelc rantsoeneering van beiden, met daaraan verbonden velerlei formaliteiten, zooals het onderzoek naar oorsprong en bestemming

E N D E H A N T E E R I N G V A N I N D I E ' S F I N A N C I E N 93

JAARVERSLAG 1918—1919 D E R JAVASCHE BANK

i

Regeering en van de personen die hier de leiding van zaken in han-den hebben, herhaaldelijk op onjuiste wijze heeft geïnterpreteerd.

Dit heeft den indruk gewekt alsof men in Nederland naijverig en wantrouwend is, of Indië onmondig acht zelf zoo noodig voor zijn belangen op te komen. Van een algemeen standpunt bezien strookt deze houding weinig met de hier ook in zaken meer en meer ge-voelde behoefte San ontvoogding. Men zal goed doen in Nederland hieraan in billijke mate tegemoet te komen. Tegenstrijdige belangen zijn hier immers niet in het spel! Door het toekennen van grootere bewegingsvrijheid en zelfstandigheid kan het economische leven slechts worden "gediend en ondernemingsgeest en werkkracht gesti-muleerd. De materieelc resultaten hiervan kunnen niet anders dan ook Nederland in toenemende mate ten goede komen.

Tegelijkertijd zij er echter met eenigen nadruk op gewezen, dat wat men in lndië eigener beweging meende tot stand te moeten brengen, niet voortgekomen is uit een drijven tot verlegging van het zwaartepunt naar Indië, zooals men zulks in Nederland heeft ge-meend te moeten uitleggen. Hier gold eenc noodzaak. Men heeft aldaar de klacht geuit dat men hier doende was de in het Moeder-land gezetelde directies der verschillende cultuur- en handelsonder-nemingen voorbij te gaan. Het zij opgemerkt, dat de Nederlandsen-Indische Regeering bij het nemen van alle onder den drang der tijden ingegeven maatregelen altijd te rade ging met de hier gevestigde vertegenwoordigers dier directies, dat de voortdurend en dikwerf zoo snel van aspect wisselende constellatie, welke tot vlug handelen dwong, het onmogelijk maakte steeds in alle aangelegenheden met de directies in Nederland, die zelfs per telegram niet binnen de 14 dagen te bereiken waren, van gedachten te wisselen en dat ten slotte alle hier genomen voorzorgen gediend hebben om de belangen dei-door diezelfde directies beheerde ondernemingen te beschermen, tot welke bescherming die directies zelf niet in staat waren. Was het onder zulke omstandigheden niet een alleszins redelijke en volkomen logisch gedachte cisch, dat in Nederlandsch-Indië zelf de noodig ge-oordeelde en volmaakt gemotiveerde organisaties tot stand zouden komen? De critick welke in Nederland ten aanzien hiervan is uit-geoefend, is inderdaad ten cenenmale ongerechtvaardigd.

Ten einde intusschen het bovengeschetste gevaar, waaraan deze Gewesten meer en meer werden blootgesteld, voor zooveel dit bin-nen haar vermogen zou blijken te liggen, te bezweren, kondigde de Rcgeering bij ordonnantie van 13 April 1918 Staatsblad 1918 No. 190 het besluit af, waarbij de uitvoer van:

Kinabast, Kininc en Kininezouten, Kapok, Tin en Tinerts aan be-perkende bepalingen werd onderworpen, met dien verstande, dat de uitvoer dezer producten voortaan alleen mogelijk zou zijn, na daartoe van de Rcgeering verkregen vergunning. Dit z.g. „uitvoerverbod'*

werd later in Mei uitgebreid t.a.v.

E N D E H A N T E E R I N G V A N I N D I E ' S F I N A N C I E N 95

nout, tabak, suiker, thee, peper, koffie, c o p r a h , a a r d o l i e en pro-ducten d a a r v a n , p l a n t a a r d i g e oliën, r u n d e r - en buffelhuiden, en i n N o v e m b e r t. o. v.

alle vezelstoffen, alle s o o r t e n huiden en vellen, alle s o o r t e n c a o u t c h o u c , d j e l o e t o e n g en g e t a h , alle o l i e h o u d e n d e z a d e n en looistoffen.

H e t doel der R e g e e r i n g daarbij w a s om, w a a r n o o d i g , d o o r h e t o n t h o u d e n van v e r g u n n i n g e n t o t uitvoer, een z e k e r e n d r u k op , h e t b u i t e n l a n d uit te oefenen, in de gevallen, w a a r i n N e d e r l a n d s c h - I n d i ë o p . onredelijke g r o n d e n o n o n t b e e r l i j k e zaken m o c h t e n w o r d e n o n t -h o u d e n . D e s t r e k k i n g d e r u i t v o e r v e r b o d e n w a s natuurlijk, a l l e r m i n s t o m p r o d u c t e n a c h t e r te h o u d e n of den u i t v o e r h a n d c l b e l e m m e r i n g e n in den w e g te l e g g e n . Zij w a r e n s l e c h t s g e d a c h t als een m a a t r e g e l van defensieven aard, w a a r v a n alleen g e b r u i k zou w o r d e n g e m a a k t w a n n e e r de houding" van h e t b u i t e n l a n d zulks p r o v o c e e r d e . Zij zijn dan ook, in o v e r e e n s t e m m i n g h i e r m e d e , slechts a a n g e w e n d , w a n n e e r de v o o r z i e n i n g v a n rijst, ijzerwaren, m e s t s t o f f e n , chemicaliën en springstoffen, alle o n o n t b e e r l i j k v o o r een goeden g a n g van zaken, d a a r t o e a a n l e i d i n g gaf.

D e boven a a n g e g e v e n gedragslijn m o e s t e c h t e r w o r d e n l o s g e l a t e n t e n a a n z i e n van den u i t v o e r van kinine en k i n a b a s t o m de v o l g e n d e r e d e n .

D e B r i t s c h e R e g e e r i n g heeft er n a a r g e s t r e e f d o m zich van de noo.dige v o o r r a d e n kinine en bast, z o o v o o r zichzelve als voor de a n d e r e G e a s s o c i e e r d e R e g e e r i n g e n , te v e r z e k e r e n , z o n d e r d a a r t e g e n -o v e r zich ten b e h -o e v e van N e d e r l a n d s c h - I n d i ë -of N e d e r l a n d t -o t eenige t e g e n p r a c s t a t i e te b i n d e n .

V e r o n t r u s t e n d e b e r i c h t e n w e r d e n hier te l a n d e o n t v a n g e n o v e r de afsluiting van een c o n t r a c t m e t de G e a s s o c i e e r d e R e g e e r i n g e n b e -treffende den v e r k o o p v a n n a g e n o e g alle b e s c h i k b a r e k i n a b a s t en de geheele p r o d u c t i e van de B a n d o c n g s c h c K i n i n e f a b r i e k .

E e r s t den 24sten N o v e m b e r 1918 k w a m een copie van dat z o o g e -n a a m d e c o -n t r a c t i-n I -n d i ë a a -n e-n toe-n bleek, dat het g e s l o t e -n w a s t u s s c h e n de v e r e e n i g i n g van de k i n i n e f a b r i k a n t e n van de v e r b o n d e n l a n d e n eenerzij ds m e t de N c d e r l a n d s c h e Kininefabriek, de Ams'terd a m s c h e K i n i n e f a b r i e k en Ams'terde S e m a r a n g s c h e A Ams'terd m i n i s t r a t i e M a a t s c h a p -pij a n d e r z i j d s . D e B a n d o e n g s c h c K i n i n e f a b r i e k is dus niet eens p a r t i j . Al heeft t o c h de S e m a r a n g s c h e A d m i n i s t r a t i e M a a t s c h a p p i j s t e m in de directie der g e n o e m d e fabriek, zij is niet de directrice d a a r v a n . H e t c o n t r a c t e v e n w e l w a s g e s l o t e n o n d e r de o p s c h o r t e n d e v o o r -w a a r d e , dat o.a. de v e r t e g e n -w o o r d i g e r van de S e m a r a n g s c h e Aclnn n i s t r a t i e M a a t s c h a p p i j n a d e r zoude bewijzen, volgens de Nederïa'nd-sche W e t g e r e c h t i g d te zijn, de d o o r hem v e r t e g e n w o o r d i g d e parti;

te v e r b i n d e n t o t h e t in h e t c o n t r a c t b c d o n g e n e . T e n aanzien van de S e m a r a n g s c h e A d m i n i s t r a t i e M a a t s c h a p p i j k o n een dergelijk bewijs, onmogelijk geleverd w o r d e n . D a a r k o m t nu n o g bij, d a t n o c h ' de

JAARVERSLAG 1918—1919 DER JAVASCHE BANK

Amsterdamsche en Nederlandschc Kininefabrieken, noch de Sema-rangsche Administratie Maatschappij één kilo kinine te hunner be-schikking hadden.

In de gegeven omstandigheden was het een onaangename gewaar-wording voor de Nederlandsch-Indische Regcering, toen zij plotse-ling bericht ontving, dat het totstandkomen van de economische overeenkomst, waarover toen te Londen onderhandeld werd, afhan-kelijk werd gesteld van de gegarandeerde nakoming van het zooge-naamde contract, terwijl de beteckenis van die economische over-eenkomst voor Indië tegelijkertijd een mysterie bleef.

Het was en blijft een belang, zooal niet een moreele plicht voor Nederlandsch-Indië, om te zorgen dat alle landen ter wereld in hunne behoeften aan kinine konden voorzien, doch tevens was het een zaak van gewicht, om de distributie van het geneesmiddel in eigen han-den te houhan-den.

Dat de verkoop van het voornaamste Javasche product, suiker, nagenoeg geheel in handen van vreemdelingen was gekomen, is be-schamend zoowel als nadeelig voor den Nedcrlandschen handel en nu de omstandigheden het aan den Nedcrlandsch-Indischen groot-producent van ki'ninc mogelijk maakten haar afzetgebied belangrijk uit te breiden, kon de Regeering het niet met onverschilligheid gade-slaan, dat de beschikking over het product in handen van anderen kwam.

Uitvoer van kinine is alleen aan hen geweigerd, die onder de ern-stige verdenking stonden, de kinine opgekocht te hebben van de bevolking, aan wie deze door de fabriek tegen zeer lage prijzen voor eigen gebruik geleverd was. In een enkel geval is een aanvraag in beraad gehouden, omdat zonder grond rijst onthouden werd.

Voor de behandeling der uitvoerverboden en het daaruit voort-vloeiende licentiewerk werd den 24sten juni 1918 te Batavia een af-zonderlijk „Kantoor voor Buitenlandsche Handclsaangelegenheden"

ingesteld, met een zelfstandigen en rechtstreeks aan den Gouverneur-Generaal verantwoordelijken leider, in den persoon van den Consul-Generaal te Singapore Mr. A. van de Sande Bakhuijzen.

De Regcering stelde voorts in eene Commissie van Advies voor Handclsaangelegenheden, onder voorzitterschap van den Directeur van Landbouw, Nijverheid en Handel en samengesteld uit verschei-dene vertegenwoordigers van het Indische zakenleven, welke Com-missie de opdracht kreeg, zoowel op verzoek der Regcering, als eigener initiatief, adviezen den handel betreffende uit te brengen.

Bovendien werden Commissies van deskundigen voor de verschil-lende producten aangewezen, welke liet Kantoor voor Buitenland-sche Handelsaangelegenheden zoo noodig van advies zouden kunnen dienen.

Een der eerste bezigheden van het genoemd bureau was, een on-, derzock in te stellen naar de behoeften van Nederlandsch-Indic" aan grondstoffen en fabrikaten, waarvoor men op het Buitenland was

EN DE H A N T E E R I N G VAN I N D I E ' S F I N A N C I E N 97 aangewezen en deze behoeften onder de aandacht der vreemde Re-gccringen te brengen. Het riep daartoe eene organisatie van den in-voer in het leven, waarbij in hoofdzaak gedacht was aan de in Ame-rika geplaatste en te plaatsen bestellingen.

De bemoeiingen van het Kantoor voor. Buitenlandsche Handels-aangelegenheden ten aanzien van den uitvoer waren eveneens veler-lei. De reeds tevoren genoemde maatregelen tot inperking en con-troleering van den invoer, legden den afzet van de Nederlandsch-Tndische producten in Amerika, op welk land deze Koloniën voor het grootste gedeelte waren aangewezen, zeer vele belemmeringen in den weg. Deze moeilijkheden bestonden in: het verbod tot invoer van sommige producten, terwijl van de overige slechts zeer beperkte hoeveelheden werden toegelaten; het weigeren van licenties voor den invoer van door Amerikaansche handelaars vöör het instellen der rantsocneering op contract gekochte, doch nog niet betaalde goede-ren; de trage verstrekking van invoervergunningen in het algemeen, waardoor dikwerf uitvarende schepen geen volle lading konden ver-krijgen of den datum van hun vertrek aanzienlijk moesten vertragen en ten slotte de onzekerheid geschapen door de voortdurende ver-anderingen en aanvullingen van de voorschriften der War Trade Board, die bovendien nog eischte dat de belading der schepen nog

«ens, in haar geheel aan haar fiat zou worden onderworpen. Het zal niet moeilijk vallen zich eene voorstelling te maken van den fnuikenden invloed die een en ander op het zakenleven hier had.

Het mocht echter ten slotte gelukken de Amerikaansche autoriteiten in vele gevallen tot andere inzichten te brengen en daardoor de be-dreiging van stagnatie van het rechtstreeksche verkeer met de Vcr-eenigde Staten te bezweren.

In eigen land stonden aan de organisatie van den uitvoer evenzeer vele hindernissen in den weg. Allerwegen stuitte men op verdeeldheid van inzichten, onderlinge concurrentie en wantrouwen. De steeds krachtiger organisatie van het buitenland, het gemis aan gevoel van saamhoorigheid der Indische producenten en handelaren, het gebrek aan scheepsruimte, alle deze factoren leidden slechts tot hetzelfde gevolg, n.l. verminderde afzet tegen steeds verder afbrokkelende

In eigen land stonden aan de organisatie van den uitvoer evenzeer vele hindernissen in den weg. Allerwegen stuitte men op verdeeldheid van inzichten, onderlinge concurrentie en wantrouwen. De steeds krachtiger organisatie van het buitenland, het gemis aan gevoel van saamhoorigheid der Indische producenten en handelaren, het gebrek aan scheepsruimte, alle deze factoren leidden slechts tot hetzelfde gevolg, n.l. verminderde afzet tegen steeds verder afbrokkelende

In document TIJDSCHRIFT VAN DE VEREENIGING VOOR STUDIE VAN KOLONIAAL- (pagina 96-128)