HET BALISCHE HUWELIJKSRECHT

In document TIJDSCHRIFT VAN DE VEREENIGING VOOR STUDIE VAN KOLONIAAL- (pagina 36-62)

Het Balische Huwelijksrecht

P. DE KAT ANGELINO

28 HET BALISCHE HUWELIJKSRECHT

in de Hindoe-wetboeken wordt reeds tegen het dwanghuwelijk gewaarschuwd; het wetboek Khoetara Menawa wijst niet alleen op de straf, die Sanghijang Manoeaba oplegt aan hen die dat gebod overtreden, maar ook op de bevoegdheid van den wereld-lijken rechter, die een boete van 4900 kepeng kan eischen (Ha-madol semara).

Voorschriften omtrent den leeftijd waarop een huwelijk mag worden gesloten bestaan ook.

De man moet volwassen of „troena" zijn, dus ongeveer den zestienjarigen leeftijd hebben bereikt; het al of niet troena zijn wordt evenwel niet naar den leeftijd bepaald, maar naar de lichaamsafmetingen, zooals dat in de inlandsche maatschappij gebruikelijk i s ; als de stem zich gezet heeft en het jongmensch niet meer de baard in de keel heeft, is de puberteitsperiode voorbij.

De jonge vrouw moet maagd (dehe) zijn; zij mag niet trou-wen, zoolang de menses niet. zijn ingetreden; aangezien na het intreden der menses bij de vrouw pas de tanden mogen worden gevijld en een jonge vrouw wier tanden nog niet gevijld zijn verondersteld wordt nog niet den maagdelijkcn leeftijd te hebben bereikt, is het huwen van een man met een vrouw wier tanden nog niet gevijld zijn strafbaar gesteld met een boete die vroeger in de negrikas en nu in de districtskas vloeit; in de bundel Lands-verordeningen van Bali en Lombok, in dit artikel aangehaald als L. V. B. en L. V. L., komen diergelijke strafbepalingen geldende in bijna alle rijkjes, voor.

In de Landsverordeningen van den A'orst van Tabanan komt ook heel wat voor over het huwelijk; aangezien deze peswara's niet in voornoemde bundels zijn opgenomen, wordt het

hoofd-stuk over huwelijksaangelegenheden hier ingelascht.

Artikel een.

Al wie een v r o u w t r o u w t , wier t a n d e n not;' niet gevijld zijn, w o r d t gestraft m e t een boete van 4500 k e p e n g , welke b o e t e aan h e t hoofd der v r o u w v e r v a l t , te betalen b i n n e n v e e r t i g dagen na d a t o v o n n i s ; -;

als de b o e t e dan n o g niet b e t a a l d is, zal de schuldige gestraft w o r d e n n a a r de v o o r s c h r i f t e n van h e t w e t b o e k A g a m a (vergelijk ook p e s w a r a N o . 128 L. V.

B.)-B e t a a l t de v e r o o r d e e l d e de b o e t e , dan is de vader van de b r u i d verplicht zijn d o c h t e r uit te huwelijken tegen b e t a l i n g van een k o o p s o m zooals gebruikelijk is. •

H E T BALISCHE H U W E L I J K S R E C H T 29

O]) den vader rust nog de plicht binnen tien dagen na het rangkathuwelijk daarvan rapport uit te brengen aan zijn poeng-gawa; doet hij dat niet, dan ontvangt hij ook het huwelijksgeld niet, maar krijgt de poenggawa dit zelf.

Artikel twee.

Trouwt een man met een vrouw, die nog geen maagd is, dan worden deze onmiddellijk van elkaar gescheiden; de man wordt beboet met negen pekoe, welke boete aan den poenggawa vervalt.

(Aant. Hier wordt dus onderscheiden in een huwelijk met een meisje wier tanden nog niet gevijld zijn en een huwelijk niet een meisje dat nog geen maagd is; de straf is. zeer licht vergeleken bij de straffen in het boek Tjatocr foega ca., waar de dood als eenige straf wordt genoemd).

Artikel drie.

Een boete van 24.500 kepeng treft den man die ecu vrouw op het erf der ouders schaakt.

Artikel vier.

Wordt een vrouw geschaakt door een jongmensch wiens tanden nog niet gevijld zijn, dan worden deze ook onmiddellijk gescheiden, de vrouw teruggegeven aan haar ouders, de jonge man voor een maand verbannen en wel naar het oosten als hij in het westen des Lands woont en naar het zuiden als hij in het noorden des Lands zijn woonplaats heeft en omgekeerd.

Artikel vijf.

Een boete van 24.500 kepeng wordt opgelegd aan de familie van het meisje, als deze familie zonder vergezeld te zijn van een dja-djeneng op het erf durft binnendringen, waar de man zijn bruid verborgen houdt (mengkeb).

Artikel zes.

Tijdens een oorlog mag geen huwelijk gesloten worden; het paar moet onmiddellijk gescheiden worden; de man krijgt een boete van 24.500 kepeng. (Vergelijk ook peswara No. 31 L. V. L.).

Artikel zeven.

Indien lieden staande onder de bevelen van den Vorst van Taba-nan of van den 'Radja Kaleran (rijksbestuurder) of van de poeng-gawa's reeds eerder in deze peswara genoemd, sterven, hetzij na

30 HET BAL1SCHF. H U W E L I J K S R E C H T

een ziekte, hetzij tengevolge van een ongeluk (salah pati), dan behooren de familieleden van den doode dit te rapporteeren aan het desahoofd, die de tijding overbrengt aan de bandjarleden be-hoorende tot een zelfde Baleagoeng; aan de bandjarleden is het dan verboden de dochter van den doode te schaken (rangkat); is er iemand die de dochter toch schaakt, dan maakt hij zich schuldig aan overtreding van deze peswara (memoeroeg soaran Dalem), waarvoor hij beboet zal worden met een boete van 40 pekoe, met (Tii sarina van negen pekoe en panoekoen djanma van 20 pekoe;

het meisje wordt teruggegeven aan de familie, het huwelijk wordt onwettig" verklaard.

(Aant. De bedoeling is niet recht duidelijk; mag het meisje niet geschaakt worden zoolang de begrafenisplechtigheden duren of gedurende de eerste veertig dagen; ik houd het op de eerste onder-stelling; evenals tijdens den oogsttijd geen meiske mag geschaakt worden, zeker omdat in dien tijd de ouders geen voldoende toezicht kunnen uitoefenen zoo ook lijkt mij een schaking van een meisje wier vader pas gestorven is minder gepast, omdat de familieleden niet in staat zijn behoorlijk het meisje te bewaken. Een andere uitleg is nog, dat hier bedoeld wordt het schaken van een eenig kind (dochter), als de vader overleden is. Dit kind zou dan staan onder voogdij van den larrdshccr, waarom deze een schaking ver-biedt, teneinde het uithuwelijken van het meisje aan zich zelf te kunnen houden. Onder sarina worden de gerechtskosten begrepen).

Keeren w e t h a n s t o t ons o n d e r w e r p t e r u g .

W a n n e e r een m e i s j e v o o r h e t e e r s t de m e n s e s krijgt ( s e m a j o e t d e h e ) en dit aan h a a r m o e d e r heeft m e d e g e d e e l d , w o r d t zij drie ciagen v e r b o r g e n g e h o u d e n v o o r de o o g e n der m a n n e n ( n g e k e b ) ; deze a f z o n d e r i n g d u u r t niet m e e r t o t aan de v o l g e n d e m e n s t r u -a t i e p e r i o d e , zoo-als op bldz. 291 der L. V . B. w o r d t v e r k o n d i g d ; na de a f z o n d e r i n g w o r d t op een d a a r v o o r u i t g e k o z e n d a g een s l a m a t a n g e h o u d e n , waarbij de b a n t e n s e m a j o e t w o r d e n a a n g e -b o d e n in de -bale g d é of in de h u i s t e m p e l ; een p e d a n d a s p r e e k t de daarbij p a s s e n d e g e b e d e n u i t ; bij de e e n v o u d i g e d e s a l i e d e n k o m t er geen p e d a n d a aan te p a s , m a a r de offeranden zullen bij het s e m a j o e t d e h e nooit o n t b r e k e n .

E e n m a a l m a a g d b e h o o r t h e t meisje de h a a r w r o n g ( l u n g g a suvva h a n ) die v r o e g e r l o s h i n g , op te n e m e n ; doch heel veel j o n g e meisjes w a c h t e n h i e r m e d e t o t d a t zij g e t r o u w d zijn, terwijl zelfs g e t r o u w d e v r o u w e n n o g p r o n k e n m e t een losse h a a r w r o n g . Zooals s t r a k s r e e d s g e z e g d , w o r d t in het w e t b o e k T j a t o e r -J o e g a D a r m a - S i l a en T a t o e w a A g a m a een huwelijk m e t een

HET BALISCHE HUWELIJKSRECHT 3.1 meisje geen maagd zijnde verboden en overtreding van dat

hu-welijksverbod streng gestraft.

Aldaar staat geschreven, dat zij, die gemeenscha]) hebben met den meisje nog geen maagd zijnde, en zij die zich schuldig maken aan bestialiteit (slah krama), in een put zullen worden gezet, welke zoo diep is, dat men met de vingertoppen juist tot aan den rand kan reiken; door zware steenen aan de voeten te binden wordt belet dat de gestraften naar boven zullen klimmen.

Naar die put wordt dan heel langzaam een waterstroom geleid, die vermengd is met allerlei vuil als drek, rottende afval enz., welke vloeistof tergend langzaam in bedoelde kuil opstijgt, de slachtoffers na eenige uren van ontzettend lijden verstikkend.

W e zagen straks dat de peswara van Tabanan slechts een boete van negen pekoe eischt, een groot verschil met deze afschuwe-lijke straf.

Kinderhuwelijken werden en worden nog wel, zij het zeer zel-den, gesloten, doch de kinderen worden gescheiden gehouden tot-dat zij den huwbaren leeftijd bereikt hebben; een kinderhuwelijk dient alleen om te voorkomen dat het meisje te eeniger tijd door een ongewenschten schoonzoon zal worden geschaakt.

Volgens het Balische recht is bloed- of aanverwantschap een belemmering voor een echtverbintenis.

Waar o]) bladzijde 171 e.v.v. van L. V. L. deze aangelegenheid zeer volledig behandeld wordt kunnen we volstaan met verwijzing naar die bronnen.

Allen, die deze huwelijksverbodsbepalingen overtreden maken zich schuldig aan bloedschande, — Agamia Gamana —, thans meer bekend als gamia, op welk misdrijf volgens de peswara van 16 September 1910 levenslange verbanning is gesteld; deze pes-wara is niet in de bundel Landsverordeningen opgenomen.

In het boek Hoeddjange-sastra wordt de bloedschande ook geregeld.

Hier heet het dat een huwelijk tusschen een man met zijn broers weduwe onheil over het land brengt, waarom de schuldigen moeten gedood worden (moenggoeh kaloengsoer geheeteu of wat boven is naar beneden trekken) ; tegenwoordig huwen derge-lijke personen heel dikwijls met elkaar, zonder dat dit onheil over het land schijnt te brengen.

Trouwt iemand zijn schoonzuster, schoondochter,

schoonmoe-32 H E T BALTSCHE H U W E L I J K S R E C H T

der, t a n t e van v a d e r s of m o e d e r s zijde, d a n zal ook dit onheil e v e r h e t land b r e n g e n , z o o d a t n i e t s zal groeien, z i e k t e n zullen k o m e n enz., w a a r o m de s c h u l d i g e n m o e t e n v e r d r o n k e n w o r d e n of d o o r een k a r w o r d e n v e r p l e t t e r d .

T r o u w t m e n m e t zijn m o e d e r , of z u s t e r , w e d u w e van zijn v a d e r , g r o o t m o e d e r , d a n h e e t dit — p r e t i w i a n g l a n g k a r s a n g g a r

— of w a t b e n e d e n is n a a r b o v e n b r e n g e n , d u s iets o n d e r s t e n b o v e n z e t t e n ; d i t misdrijf b r e n g t h e t a l l e r g r o o t s t e onheil o v e r h e t l a n d ; r i v i e r e n , m e r e n en d r i n k w a t e r p u t t e n z u l l e n u i t d r o g e n : de s c h u l d i g e n m o e t e n onmiddelijk g e d o o d w o r d e n , o p d a t zij w o r d e n u i t g e w o r p e n in de b u i t e n s t e d u i s t e r n i s . •

i N o g is h e t huwelijk v e r b o d e n t u s s c h e n een m a n van k a s t e l a g e r d a n die v a n de v r o u w zijner k e u z e , welk huwelijk zou o p l e v e r e n h e t misdrijf van k a s t e v e r m e n g i n g , w a a r o p s i n d s de p e s -w a r a van S e p t e m b e r 1910 de v o l g e n d e straffen s t a a n :

a. huwelijk v a n een K s a t r i a - v r o u w ( n i e t Dalei^) n i e t van v o r s t e - / T ^ lijken b l o e d e m e t een s o e d r a ; v e r b a n n i n g b u i t e n h e t g e w e s t t o t een m a x i m u m v a n tien j a r e n ;

h. huwelijk v a n een K s a t r i a - v r o u w m e t een m a n v a n de \yesia k a s t e v e r b a n n i n g t o t een m a x i m u m v a n drie j a r e n ;

c. huwelijk v a n een w e s i a v r o u w m e t een s o e d r a : v e r b a n n i n g . tot een m a x i m u m v a n vijf j a r e n .

D e z e o v e r t r e d i n g e n h c e t e n a n g l a n g k a h i k a r a n g oeloe.

In h e t j a a r 1915 heeft de R a a d v a n K e r t a ' s t e S i n g a r a d j a bij h a a r V o n n i s v a n 26 A p r i l N o . 55. C r i m i n e e l een Baliér b e h o o -r e n d e t o t de w e s i a k a s t e , m e t den titel Goesti v e -r o o -r d e e l d t o t d e b e t a l i n g van een b o e t e g r o o t t a c h t i g p e k o e , s u b s i d i a i r een j a a r d w a n g a r b e i d b u i t e n de k e t t i n g w e g e n s k a s t e v e r m e n g i n g ( a n g -l a n g k a h i k a r a n g o e -l o e ) w e g e n s zijn huwe-lijk m e t N i Goesti A j o e B i n t a n g , een v r o u w b e h o o r e n d e t o t de aria D a l e n der w e s i a kas-te ; de v r o u w w e r d v a n k a s t e v e r v a l l e n v e r k l a a r d .

V o l g e n s dit v o n n i s zou h e t h u w e n v a n een w e s i a m e t een v r o u w v a n de w e s i a - D a l e m k a s t e k a s t e v e r m e n g i n g o p l e v e r e n .

V e r w e z e n w o r d t in h e t v o n n i s n a a r h e t w e t b o e k A g a m a , w a a r n e r g e n s v e r b o d e n w o r d t g e s t e l d h e t h u w e n v a n een wesia m a n

m e t een w e s i a - D a l e m v r o u w .

I k h o u d h e t er d a n ook v o o r d a t dergelijke v e r b o d s b e p a l i n g e n een m a a k s e l d e r v r o e g e r e v o r s t e n zijn, die h u n k a s t e zoo rein m o -gelijk wilden h o u d e n ; n u de v o r s t e n h u i z e n zijn v e r d w e n e n en

H E T B A L I S C H E H U W E L I J K S R E C H T • 33

alle Goesti's gelijk zijn, hebben dergelijke bepalingen n.m.m. geen zin meer.

Alle niet tot de aria-Dalem behoorende Goesti's, die ik hier-over sprak stonden er ook zeer op, dat slechts rekening werd gehouden met de drie op Bali bekende kasten en geen verdere onderverdeeling zou gedoogd worden. .

In meergenoemde peswara staat ook nog dat het huwelijk van een Brahmaansche of een Ksatria-Dalem vrouw met een man van lagere orde èn een wesia-Dalem vrouw met een s o e d r a onheil over het land brengt, waarom zij die zich door zoo'n huwelijk schuldig maken aan asoepoendoeng (zich gedragen als een asoe-poendoeng = dolle hond) levenslangs verbannen worden, ter vervanging van de vroeger op dat misdrijf gestelde doodstraf.

De vrouwen worden van kaste vervallen, verklaard, of terug-gebracht tot de kaste van haar m a n ; niet alleen zij, die een hu-welijk sluiten, zijn strafbaar, maar ook zij die van verschillende kaste zijnde met elkaar overspel plegen, een vrouw schaken, of buiten huwelijk samenleven.

Een huwelijk van een meisje met haar zoogbroer hoewel niet bepaald verboden zou vo'gens de opvattingen thans, niet toege-staan mogen worden.

De Balische wetten verzetten zich niet tegen een huwelijk ge-sloten tusschen twee personen, die bij rechterlijk vonnis, wegens overspel met elkander gepleegd, veroordeeld werden; integendeel zal men juist zien, dat de overspelige vrouw gescheiden van de beleedigde echtgenoot onmiddellijk in het huwelijk treedt met den medeplichtigen m a n; indien de beleedigde man niet zoo bijster gebelgd is, gebeurt het zeer dikwijls dat hij het met zijn concur-rent in de liefde op een accoordje gooit; zijn vrouw verkoopt hij dan aan den man die met haar in overspel samenleefde.

Tegen overspel (drati-krama) wordt in dezelfde peswara van 1910 een straf bedreigd van boete groot 57 pekoe, te betalen aan de negrikas, subsidiair drie jaren verbanning buiten de afdeeling;

is minnelijke schikking mogelijk dan krijgt de beleedigde echt-genoot veertig pekoe, terwijl 17 pekoe aan de negrikas moet wor-den afgestaan.

Op Lombok kent men geen minnelijke schikking.

Is het huwelijk tusschen twee personen eenmaal ontbonden en is de scheiding volgens de gebruiken bevestigd door het daarbij

34 H E T BALISCHE H U W E L I J K S R E C H T

behoorende ceremonie — samsam bidji koening — en het door-breken van een Chineesche munt (kèpèng), dan kan tusschen die twee personen geen tweede huwelijk worden aangegaan. (Zie ook Wetboek Agama artikel 361).

Voor het aangaan van een tweede huwelijk behoeft de geschei-den vrouw geen termijn te laten voorbijgaan, zooals artikel 34 van het Indisch Burgerlijk Wetboek eischt, en in het

Mohamme-• daansche recht bekend als de Iddah-periode, na het uitspreken van den talak door den man, een periode waarin de vrouw geen ander huwelijk mag aangaan en voor een gescheiden vrouw gesteld is op drie menstruatieperioden.

Over het algemeen zal een zwangere vrouw, die het aan te zien is, dat zij in gezegende omstandigheden verkeert, geen gevaar loopen geschaakt te worden; heel goed kan het evenwel voorko-men dat een gescheiden vrouw of weduwe zelf nog niet eens weet, dat zij zwanger is en dan wederom een tweede huwelijk aangaat.

Het kind uit dat huwelijk geboren, doch niet door haar tweede man verwekt, krijgt dezen man tot vader. Toch worde de moge-lijkheid onder oogen gezien, dat de wettige kinderen de rechten van dit kind betwisten, en dan dit kind evenals een „bibindjat"

als rechteloos wordt beschouwd; als de nalatenschap in het geding wordt gebracht.

Een Balisch geleerde met wien ik eenige jaren geleden over deze aangelegenheid sprak drukte het zeer kernachtig uit, door den man die een weduwe of gescheiden vrouw h u w t (koopt) te vergelijken met een boer, die een rijstschuur koopt, als na den koop blijkt dat warempel nog eenige bossen padi waren achter gebleven; evenzoo zeker als de boer met vreugde die paar bossen als zijn eigendom beschouwt, zoo zeker ook zal de echtgenoot het niet door hem verwekte kind tot zich nemen en gelijke rechten daaraan toekennen als aan de kinderen, die met meer recht hem vader noemen. Gewoonte is, dat de andere kinderen in die schik-king berusten.

Het verbod van hertrouwen voor weduwen en gescheiden vrouwen is zooals we uit het bovenstaande wel merken een doode letter geworden; als een weduwe of gescheiden vrouw behoorende tot de soedra's een tweede huwelijk aangaat met een man van kaste en na het huwelijk merkt de man dat zijn vrouw zwanger is van haar eerste man, ook een soedra, z al hij het kind dat

ge-H E T B A L I S C ge-H E ge-H U W E L I J K S R E C ge-H T 35 boren wordt zeker niet als het zijne erkennen, nog minder dat kind een titel verleenen; wat wij hierboven schreven geldt ook alleen voor de soedra's.

Schreven we aan het begin dat een huwelijk moet gesloten worden met vrije toestemming van beide partijen, evenzeer ge-wenscht is de toestemming der ouders of de personen die daar voor wettelijk in de plaats treden; is deze toestemming voor den jongeling geen vereischte (ieder rechtgeaard zoon zal zijn vader in deze zaken niet voorbijgaan) voor het meisje moet toestem-' ming der ouders verkregen worden.

Worden de ouders voor een „fait accompli" gesteld, zooals dat met het op Bali gebruikelijke merangkat huwelijk regel is, en wenscht de vader zijn toestemming niet te verleenen, dan kan de jonge man zich wenden tot de Raad van Kerta's, terwijl de teleurgestelde vader zijn dochter aan de Overheid overgeeft,

op-noenas peswara

dat deze haar uithuwelijkt» ; ; ; de jonge man noenas ke Ageng

betaalt de koopsom ad 20 pekoe (bij peswara vastgesteld), waar-mede het huwelijk wettig voltrokken is, doch tevens een scheiding is gemaakt tusschen vader en dochter; de huwelijksgelden worden in de districtskas gestort.

Bij ontstentenis van den vader treedt de moeder in diens plaats als voogdes voor de dochter; is ook deze niet meer in leven, dan komt de broer van het meisje aan de beurt, al is hij ook jonger dan zij; zijn ook geen broers in leven dan treden de grootvader of de oom op.

Voor een natuurlijk kind (babindjat) kan de moeder in alle rechten optreden; voor een alleenstaand meisje kan altijd de Overheid als voogd optreden (vergelijk ook peswara No. 50 L. V. L. en peswara No. 140 L. V. B.).

Een weduwe die hertrouwen wil behoeft daartoe de toestem-ming van haar schoonvader, of haar zwagers dan wel andere mannelijke familieleden van haar eersten echtgenoot; haar zoon kan als hij meerderjarig is ook de toestemming tot een tweede huwelijk verleenen.

Wanneer een vader is gehuwd met twee vrouwen die hein resp.

schonken twee zoons en een dochter met een zoon, dan eischt de gewoonte, dat bij een huwelijk van die dochter indien de ouders

36 . HET BALISCHE HUWELIJKSRECHT

reeds overleden zijn, de broer die met haar dezelfde moeder heeft toestemming tot het huwelijk geeft en niet een der andere broers ook al is deze veel ouder.

Een pedanda-istri dat is de echtgenoote van een priester, ook behoorende tot de kaste der Brahmanen, en daarom verplicht de priesterwijding te ondergaan, mag na den dood van haar man geen nieuw huwelijk meer aangaan.

Mocht de pedanda-istri toch hertrouwen, dan verliest zij daar-door onherroepelijk haar pedanda-istrischap.

Pleegt zij overspel met een anderen Brahmaan dan verliest zij even zeer haar priesterschap, (peswara van September 1910) doch zij behoudt den titel van hare oorspronkelijke kaste; overigens is zij op dezelfde manier onderworpen aan de straffen op overspel gesteld.

Tn vroegere tijden zou een pedanda-istri die een tweede huwe-lijk aanging zonder genade gedood zijn, omdat een vrouw die eenmaal tot priesteres gewijd is, heilig moet blijven, getrouw aan haar geloof gelijk een kluizenaar, alleen de heilige dingen zoe-kende, don rug toekeerende aan al het wereldsche, een mensch alzoo die „setia brata" is.

Uit peswara No. 42 L. V. L. blijkt dat voor alle weduwen en gescheiden vrouwen een tweede huwelijk verboden was op straffe des doods, zooals Mr. C. van Vollenhoven ook vermeld in het Adatrecht van Nederlandsch-Indië aflevering 6, bladzijde 481.

Zooals gezegd heeft deze peswara voor de praktijk des levens geen waarde meer; hertrouwen van weduwen en gescheiden

^rouwen is aan de orde van den dag, zonder dat daaraan iemand nog aanstoot neemt.

Wil een Brahmaan de priesterwijding ondergaan, en is de Brah-maansche echtgenoote niet genegen als pedanda-istri op te treden dan moet dat huwelijk eerst ontbonden worden, zooals tegen-woordig ook nog gebruikelijk is.

Is een Brahmaan reeds tot priester gewijd, dan mag hij geen merangkat huwelijk meer sluiten, maar is hij verplicht om door het mepadik huwelijk, waarover straks, zich een of meerdere vrouwen te zoeken.

De verschillende huwelijksvormen.

De volgende huwelijksvormen treffen we op Bali a a n :

H E T BALISCHE H U W E L I J K S R E C H T 37

H e t huwelijk na een verloving.

H e t huwelijk na koop en langdurige onderhandeling (mepadik).

Het huwelijk na een schaking met beider toestemming (me-rangkat).

H e t huwelijk na een gewelddadige schaking (melegandang, ngedjoek).

Het inlijfhuwelijk (kagoendoelan, als gemachtigde optreden).

Het gemengde huwelijk (speciaal met Mohammedanen).

! Het huwelijk na een verloving.'

In de Landsverordeningen van Lombok wordt op bladzijde 162 ten rechte geen onderscheid gemaakt tusschen huwelijk na een verloving (makagelan) en een mepadik huwelijk; wij willen dit wel doen, omdat tegenwoordig onder de hooge standen dikwijls afspraken voor een aanstaand huwelijk worden gemaakt, zonder dat er sprake is van een koop of van langdurige onderhandelin-gen; de wederzijdsche ouders, meestal reeds elkander verwant zien gaarne, dat hun kinderen met elkander in de toekomst zouden huwen, doch stellen het huwelijk nog wat uit omdat de zoon nog geen ambt bekleedtof om andere redenen.

De jongeling gaat als hij eenmaal verloofd is geregeld zijn meisje bezoeken als hij daartoe in de gelegenheid is, waarvoor hij vrijen toegang heeft tot de woning van zijn a.s. schoonouders;

hij zal evenwel hebben te waken zijn verloofde niet voor het huwelijk te benaderen.

Is eenmaal een dag vastgesteld voor de huwelijkssluiting, dan komt de bruidegom op den avond voor de bruiloft in de woning van zijn bruid en schaakt daar het meisje; deze schaking is louter formeel en beteekent niets anders dan een wegvoeren van het bruidje uit het huis waar zij placht te slapen, naar een op het-zelfde erf staande speciaal daarvoor reeds ingerichte andere woning, waar beiden verder den nacht doorbrengen.

In den vroegen ochtend wordt de bruid uit die woning naar buiten gebracht, gebaad en in mooie feestgewaden gestoken ; wordt de Balische adat nog zuiver gevolgd, dan zal de bruid ook

In den vroegen ochtend wordt de bruid uit die woning naar buiten gebracht, gebaad en in mooie feestgewaden gestoken ; wordt de Balische adat nog zuiver gevolgd, dan zal de bruid ook

In document TIJDSCHRIFT VAN DE VEREENIGING VOOR STUDIE VAN KOLONIAAL- (pagina 36-62)