Gouvernementskeuring van Wildhout en een Informatiebureau voor

In document TIJDSCHRIFT VAN DE VEREENIGING VOOR STUDIE VAN KOLONIAAL- (pagina 141-178)

Widhoutexploitanten

door I. C. LAMSTER.

Alle begin is moeilijk. Wanneer er één bedrijf is, dat op ge-voelige wijze de waarheid van dit spreekwoord ondervindt, dan is het zeer zeker de wildhoutexploitatie.

Rij de pogingen, welke den laatsten tijd worden aangewend om voor de deugdelijke wildhoutsoorten op de markt dat vertrou-wen te veroveren, dat zij verdienen, gaan we den laatsten tijd wel iets vooruit, doeh het gaat langzaam, zeer langzaam zelfs. Ja, het behoort geenszins tot de uitzonderingen, dat door hard werken veroverd terrein, weer verloren gaat, tengevolge van het geknoei van den een of anderen beunhaas, die door de aanbieding van minderwaardig product, er weer de klad in brengt.

Voor de bona-fide industrieelen en houthandelaren, die pogen een goed product af te leveren, is een dergelijke toestand, zooals licht te begrijpen is, dikwijls zeer ontmoedigend.

Het zal wel niet noodig zijn, er de aandacht op te vestigen, dat ue oorzaak hiervan hoofdzakelijk gezocht moet worden in de om-standigheid, dat er nog" zoo weinig bekend is over de bosschen ir de buitenbezittingen, over tie daarin voorkomende boomsoor-ten en over de eigenschappen der betrekkelijke houtsoorboomsoor-ten.

En dit gebrek aan kennis doet zich dubbel voelen, waar boven-dien ieder betrouwbaar bureau ontbreekt, waar opkoopers, ver-bruikers en handelaren hun hout ter keuring kunnen aanbieden.

134 GOUVERNEMENTSKEURING VAN WILDHOUT EN EEN Nu zou het uit den aard der zaak voor een dergelijk bureau onmogelijk zijn, om van de honderden wildhoutsoorten, welke tegenwoordig verhandeld worden, in korten tijd al die kennis om-trent de goede en slechte eigenschappen van het hout te verza-melen, welke voor den houthandelaar en houtverbruiker van be-lang kunnen zijn. Daarvoor is de wildhoutexploitatie van te jongen datum, eischt het onderzoek te veel tijd, en zou men te lang moeten wachten op de resultaten van diverse te nemen proeven omtrent de duurzaamheid van verschillende houtsoorten voor diverse doeleinden. J)

Maar wat wel mogelijk is, en wat voor den betrokken houthandel reeds een flinke steun zou beteekenen, dat. is de instelling van oen keuring, welke een redelijke zekerheid geeft, dat tenminste de naam van het te koop aangeboden hout juist is. Want hierdoor zou reeds een groot deel van de bestaande moeilijkheden uit den weg worden geruimd.

De meeste decepties toch worden Ondervonden, en de meeste schade wordt geleden, niet doordat men nog niet geheel op de hoogte is van de voornaamste eigenschappen der meest gangbare wildhoutsoorten, doch wel doordat men niet de zekerheid heeft van bij inkoop die houtsoorten te krijgen, welke men meent te koopen, en waarvoor men dan ook betaalt.

Wanneer, om een voorbeeld te noemen, iemand dwarsliggers voor spoorwegaanleg wil inslaan, dan kan hij daarvoor natuurlijk niet nemen een tiental verschillende tot nu toe weinig bekende houtsoorten, alleen op gegevens verkregen door navraag bij de inlandschc bevolking, waaruit dan de duurzaamheid, de druk- en buigvastheid, de weerstand tegen splijten, e.d. zouden zijn af te leiden. W a n t de gegevens langs dezen weg verkrijgbaar zijn vaag, en bovendien onbetrouwbaar, en men is dus genoodzaakt, zich op andere wijze eenige meerdere kennis omtrent de bruikbaarheid van in voldoende hoeveelheid voorkomende houtsoorten eigen te maken.

Het eenige, dat men tot nu toe doen kon, is dan ook, dat men alle gegevens verzamelt, welke verkrijgbaar zijn door navraag

1) Redelijkerwijze gesproken mag men dan ook in de meeste gevallen niet meer verwachten, dan dat een houtexpert zijn advies over de bruik-baarheid van het meerendeel der houtsoorten geeft op grond van gege-vens verkregen door navraag bij de inlandsche bevolking.

TNFORMATIEBUR. VOOR WILDHOUTEXPLOITANTEN 135 omtrent de ondervinding opgedaan bij den bouw van bruggen, huizen, steigers, e.d., bij scheepsbouw en spoorwegaanleg, en zich zooveel mogelijk door persoonlijk onderzoek overtuigt van den toestand, waarin het gebezigde materiaal, waarvan de ouderdom bekend is, verkeert.

Op deze wijze krijgt men een persoonlijken indruk, die ecnige meerdere houvast geeft dan een eenvoudige navraag bij de in-heemsche bevolking, en zal men tenslotte cenige weinige hout-soorten overhouden, waarvan voldoende waarborgen bestaan, dat zij voor het beoogde doel de vereischte geschiktheid bezitten.

Men kan zich verder voorstellen, dat men na een dergelijk on-derzoek in een bepaald gebied, b.v. zal besluiten om voor dwars-liggers alleen in te koopen : ijzerhout, rasak, 'balau, damar-laoet en rikir. Doch al heeft men nu ook hiermede eene keuze gedaan wat betreft de soorten van hout, welke men wenscht te gebruiken, toch is men daarmede nog lang niet waar men wezen moet.

Zekerheid, dat het personeel, dat met de keuring moet worden belast, het te keuren hout ook inderdaad kent, heeft men niet.

W a a r zouden deze keurmeesters trouwens in de meeste gevallen hun kennis vandaan moeten halen? Hetzelfde geldt in den regel eveneens voor de chefs, welke controle moeten uitoefenen, dat de keuring behoorlijk geschiedt. En het gevolg is dan ook maar al te dikwijls, dat men machteloos staat, zoowel tegenover bedrog bij den verkoop, als tegen geknoei bij de keuring".

Wanneer men hoort hoc zelfs ervaren houtkoopers in Neder-land, mannen van jongs af aan in het vak opgeleid, zich nog kun-nen vergissen bij het identificeeren van algemeen in gebruik zijn-de houtsoorten, dan maakt het niet zelzijn-den een komischen indruk om te zien hoe hier te lande in een geheel nieuwen tak van hout-handel, houtkenners als paddestoelen uit den grond verrijzen, en mei eene vrijmoedigheid eene betere zaak waardig, partijen van de meest uiteenloopende houtsoorten durven te keuren, welke duizenden guldens waarde vertegenwoordigen. De qualificaties humbug, dikdoenerij, (en soms nog erger), welke we in dit ver-band herhaaldelijk hoorden bezigen, waren dan ook in den regel niet misplaatst.

Intusschen hopen we door het bovenstaande voldoende te heb-ben aangetoond de juistheid van onze bewering, dat de moeilijk-beid niet zoozeer zit in het gebrek aan kennis van de

eigenschap-136 GOUVERNEMENTSKEURING VAN WILDHOUT EN EEN pen der verschillende wildhoutsoorten, als wel in de groote on-zekerheid of men al of niet minwaardig product in de handen gestopt krijgt.

W a t hierboven eenvoudigheidshalve alleen omtrent den inkoop van dwarsliggers gezegd wordt, geldt uit den aard der zaak even-eens voor den inkoop voor andere doeleinden.

Aannemers voor bouwwerken, houthandelaren, wederverkoo-pers, gouvernementsdiensten (B. O. W. voor huizen- en brug-genbouw, telefoondienst voor telefoonpalen, havenwerken, staats-spoor voor baanaanleg, bouw van stations en overkappingen, irrigatiedienst, enz.), zij allen ondervinden de nadeelige gevolgen van deze onzekerheid.

Dit is dan ook de reden, dat men dikwijls nog huiverig is, om zelfs die houtsoorten in te koopen, welke reeds een goede renom-mée verwierven, zooals rasak, balau, marbau, damar-laoet, darnar-poetih, tembesoe, tekem, e.a., en men van andere minder bekende, overigens zeer bruikbare houtsoorten (lagan, kroewing, meranti-paja, balam, petaling, enz. enz.) meermalen in het geheel niets weten wil.

Het is verder duidelijk, dat dit wantrouwen en deze onzeker-heid het nemen van ernstige proeven zeer hinderlijk in den weg staan.

Het bestaande wantrouwen toch is reeds een directe aanleiding er toe, dat het hout veel minder gebruikt wordt, dan bij meerder vertrouwen verw-acht zou kunnen worden, en wordt daardoor dus de ervaring met de toepassing der houtsoorten en de proefnemin-gen er mede van zelf beduidend minder.

De onzekerheid heeft reeds menigmaal geleid tot absoluut waar-delooze proefnemingen, doordat men later tot de ontdekking kwam, zijne proeven te hebben genomen met minderwaardig product, en niet met de eigenlijk voor de proefneming bestemde houtsoort.

Is het te verwonderen, dat een bouwaannemer na een dergelijke mislukte proefneming het woord ,,wildhout" niet meer wil hooren?

Nu zou men wellicht nog kunnen betoogen, dat men dan maar zijn hout bij betrouwbare firma's moet koopen. De practijk heeft echter uitgewezen, dat het met wildhout al even zoo gesteld is, als met zoovele andere handelsartikelen, waarin vervalsching g e

-[NFORMATIEBUR. VOOR WILDHOUTEXPLOITANTEN 137 makkelijk, en dikwijls niet te bewijzen is. Men koopt zijn hout p.l. meestal daar, waar men de op het oog voordeeligste aanbie-dingen krijgt, en valt dan niet zelden in handen van bedriegers, of wel is het slachtoffer van geknoei bij de keuring.

Waar het nu met betrekkelijk geringe moeite mogelijk is om binnen afzienbare tijd aan dit geknoei een einde te maken, waar de moeilijke strijd, die de bona-fide houthandelaren moeten voe-ren om het wildhout een vlotte markt, te bezorgen zeker den steun van de regeering verdient, waar deze strijd in niet onbelangrijke mate bemoeilijkt wordt door het geknoei met hout van onbetrouw-bare houthandelaren, en waar vele takken van gouvernements-dienst de dupe zijn van dit geknoei met wildhout 1) , daar zou het ten zeerste aanbeveling verdienen, wanneer door het gouver-nement voor belanghebbenden de gelegenheid werd geopend om hun hout ter keuring aan te bieden.

We hopen in het onderstaande in groote lijnen aan te geven op welke wijze een dergelijke keuring zou moeten werken.

Zooals bekend is heeft de laatste jaren het microscopisch on-derzoek ter idcntificcering van houtsoorten (waarbij in Nedcriand vooral bekend is geworden de werkzaamheid der heeren Dr. J.

W . Moll en H. H. Janssonius aan de Universiteit te Groningen) een groote vlucht genomen.

In Indië waren het de Vereenigde-Indische-Bosch-Exploitatie-Maatschappijen, welke het goede voorbeeld volgden en haren des-kundige Dr. J. P. Pfeiffer in de gelegenheid stelden om hier te lande uitgebreide onderzoekingen op dit gebied te doen, en de resultaten van zijne studiën voor een deel te publiceeren.

Het zijn deze werkzaamheden en onderzoekingen, welke hebben uitgewezen, dat het microscopisch onderzoek voor de herkenning van houtsoorten, in de meeste gevallen vrij eenvoudig is, en zeer zeker met succes kan worden dienstbaar gemaakt aan het iden-tificeeren van de voornaamste wildhoutsoorten met handels-waarde.

i) DL- Dienst der Staatsspoorwegcn zon een aardig boekje kunnen open doen over de ondervinding de laatste jaren opgedaan bij het in-koopen van dwarsliggers voor den spoorwegaanleg op Sumatra.

138 G O U V E R N E M E N T S K E U R I N G VAN W I L D H O U T EN ER N

Ir. M. E. H. Tjaden schrijft in zijn „Microscopisch Onderzoek van Hout", (Uitgave L. J. Veen, A'dam 1919) blz. 5:

„Voor het microscopisch onderzoek heeft men geen duur of modern

„instrument noodig. Met bijna eiken microscoop is men in staat het

„houtonderzoek te verrichten; sterke vergrootingen of

nicuwerwet-„sche verbeteringen zijn niet noodzakelijk. Met eene vijfmalige

vef-„grooting is reeds veel te zien, en verder dan een

tweehonderdvijftig-„malige gaat men in het algemeen niet.

Een tweede vereischte is een goed, scherp geslepen scheermes;

„hiervan hangt in vele gevallen het gelukken van het onderzoek af.

„Heeft men de beschikking over een scherp mes,'dan is het onderzoek

„een genot, anders vaak een doorloopendc ergernis . . . . " .

^ Men ziet dus, dat een modern laboratorium met duur materiaal niet noodig is.

Ook behoeft de opleiding van het personeel niet te veel tijd te kosten, te meer waar het hier voorloopig slechts behoeft te gaan om enkele voornamere houtsoorten, en men zijne bemoeienis later geleidelijk over de minder belangrijke houtsoorten kan uitbreiden.

In -dit verband nu achten we het boven aangehaalde werk van

<!en Ir. Tjaden een bij uitstek geschikte handleiding om bij keu-ring van hout door middel van microscopisch onderzoek te dienen als vingerwijzing niet alleen, maar ook als grondslag voor verder onderzoek en verdere studie.

In een zeer kort bestek, helder en duidelijk gesteld is hier een schat van gegevens verzameld. Achtereenvolgens worden be-handeld :

a. Plantkundige indecling, structuur en groei, waarin in korte woorden, datgene wordt besproken, waarop bij een microsco-pisch onderzoek moet worden gelet;

h. eene omschrijving van de wijze, waarop het microscopisch onderzoek practisch moet worden uitgevoerd;

c eene serie van bijna 200 stuks micro-fotografische afbeeldin-gen !) met bijbehoorende houtbeschrijvinafbeeldin-gen;

l) Van ruim 60 verschillende houtsoorten zijn van elk drie micro-fotografische afbeeldingen gegeven, over de kopsche, radiale en tangen-bale doorsneden.

INFORMATIEBUR. VOOR WILDHOUTEXPLOITANTEN 139 d eene beschrijving van de wijze, waarop de vaststelling van de

houtsoorten door middel van het microscopisch onderzoek kan geschieden. De daarbij behoorende „sleutel" (slechts vier blad-zijden druks quarto-formaat) is zeer zeker niet een van de minst verdienstelijke gedeelten van dit zoo hoogst interessante werk.

W e willen geen verdere lofrede houden over deze zoo nuttige, en van ernstig onderzoek getuigende publicatie van den Ir. Tjaden, en evenmin wenschen wij door deze bijzondere aanbeveling iets te kort te doen aan de belangrijke publicaties van geleerden en houtdeskundigen als Dr. Moll, Janssonius, Foxworthy, Dr. Pfeif-fer, e.a., doch vestigen er slechts de bijzondere aandacht op, dat het werk van Ir. Tjaden zich bij uitstek leent voor een practisch gebruik bij de toepassing van de microscopic bij de onderkenning van houtsoorten.

Zelfs een vluchtig doorlezen van dit boek, zal ieder belangstel-lend lezer reeds dezelfde overtuiging schenken, en het is dan ook niet ten onrechte, dat J. A. v. d. Kloes zijne voorrede voor deze publicatie van den Ir. Tjaden eindigt met te wijzen op de groote waarde, die deze studie met fotoverzamcling en omschrij-' ving, vooral voor de practijk heeft.

Nu begrijpen wij zeer goed, dat al beschikt men nu ook over nog zooveel wetenschappelijke gegevens, als men maar zou kun-nen wenschen, men dan toch nog altijd geoefend personeel moet hebben, om van deze wetenschap een practisch gebruik te kunnen maken. En wij zullen de eersten zijn, om te erkennen, dat men goede keurmeesters niet zoo maar een, twee, drie, uit den grond stampt.

Dit laatste dan ook ten volle erkennende, is het echter des te meer noodzakelijk, om zoo spoedig mogelijk een begin te maken met de practische toepassing van deze jonge tak van wetenschap, welke zekerlijk nog lang niet volmaakt zal zijn, doch in i-eder geval in de antwoorden op het overgroote deel van de vragen een redelijke graad' van zekerheid zal geven.

W a t echter deze methode van onderzoek vooral zooveel waarde geeft, dat is de weinige tijd van voorbereiding, welke noodig zal zijn, om langs dezen weg een dienst van keuring van hout te organiseeren, en we zullen dan ook niet veel kans op tegenspraak hebben, wanneer wij beweren, dat een dergelijke voorbereiding

140 GOUVERNEMENT^KEÜRING VAN WILDHOUT EN EEN zeker niet zooveel maanden zal eischen, als eene voorbereiding door middel van biologisch onderzoek jaren vraagt. r)

Deze overwegingen hebben ons de overtuiging geschonken, dat wil de Dienst van het Boschwezen binnen kort tijd in staat zijn, om het vraagstuk van de houtonderkenning op bevredigende wijze te beheerschen, men te Buitenzorg naast de afdeelingen, welke zich op de tot nutóe gebruikelijke wetenschappelijk biolo-gischen grondslag met de bestudeering van de houtsoorten onzer wildhoutbosschen bezig houden, vóór alles ook een systematisch georganiseerde afdeeling voor het microscopische, meer practische onderzoek van het hout noodig heeft.

Ter vermijding van alle misverstand herhalen wij nog- eens, dat wij met dit schrijven geenszins een mindere waardeering te ken-nen willen geven voor de wetenschappelijke en microscopische onderzoekingen, die tot nu toe door onze botanici en onderzoekers werden verricht. De vruchtdragende arbeid van een geleerde als Dr. Koorders, van het Boschproefstation te Buitenzorg, van een onderzoeker als K. Heyne en van zoovele anderen is boven onzen lof verheven. Maar het eene behoeft het andere niet geheel op den achtergrond te dringen, en waar het microscopisch onderzoek van het hout, reeds dadelijk voor de gemeenschap en in het bij-zonder voor den houthandel van verstrekkend nut zou kunnen zijn, daar moet hieraan minstens evenveel zorg besteed worden als aan het biologisch onderzoek.

De feuzenarbeid welke besteed werd om onze bibliotheken in Buitenzorg te vullen met omvangrijke folianten, waarbij vele af-komstig van arbeid van eigen landszonen, om onze musea te vullen met rijke verzamelingen van herbarium-materiaal, met een rijke voorraad monsters, enz. heeft: zeker zijn groot nut, maar toch hoofdzakelijk gezien van een wetenschappelijk standpunt.

Voor de practijk heeft al dit werk in den regel slechts een in-direct voordeel, en om eens eene vergelijking te treffen, hoeveel meer zoude onze wildhouthandel het op prijs stellen, wanneer ons Boschproefstation b.v. eenzelfde publicatie de wereld in zoude

1) We laten nog onbesproken de absoluut onuitvoerbare eisch, dat p e n zelfs als de boom al lang volgens alle regels van de kunst is gedeter-mineerd, tocli weer ieder keer op nieuw herbarium-materiaal zou moeten verzamelen, als men bij keuren van hout zekerheid zou wenschen.

I N F O R M A T I E B U R . V O O R W l L D H O U T E X P L O I T A N T E N 141

k u n n e n z e n d e n , a l s d o o r h e t B u r e a u of F o r c s t c r y t e M a n i l l a g e -s c h i e d t , l u i d e n d e :

„ H e t Bureau van het B o s c h w e z e n heeft b o v e n d i e n steeds in v o o r -r a a d kleine h o u t m o -r i s t e -r s (0.5 X 10 X IS cm.) van m e e -r dan 200 ['verschillende h o u t s o o r t e n , welke vrachtvrij v e r k r i j g b a a r worden ges t e l d a S 0.10 per gestuk. E c u 50tal van de m e e ges t belangrijke h o u t s o o r t e n zijn v e r g e z e l d van bcschrijvingsblaadjes, g e g e v e n s b e h e l z e n -d e betreffen-de m e c h a n i s c h e e i g e n s c h a p p e n , v o o r r a a -d , a f m e t i n g e n , Iprijzen, enz. Alle m o n s t e r s zijn v o o r z i e n van een label m e t de vol-l e d i g e 'wetenschappevol-lijke b e n a m i n g , de pvol-laatsevol-lijke b e n a m i n g , en de

" s t r e e k of h e t eiland van h e r k o m s t . Zij zijn niet tot stellen van ecu

".bepaald a a n t a l s a m e n g e v o e g d , doch k u n n e n in iedere gewilde

„ g r o e p e e r i n g w o r d e n a a n g e v r a a g d . B i j z o n d e r e gevallen u i t g e z o n d e r d , ,',worden a a n v r a g e r s v e r z o e n t alleen op te geven, h e t g e w e n s c h t e ,',aantal m o n s t e r s , en de s o o r t e n van h o u t w a a r i n zij b e l a n g stellen.

„B.v. b e s t e m d v o o r o n d e r w i j s d o e l e i n d e n , h o u t v o o r z w a a r d e r e c o n -s t r u c t i e -s , of voor a f w e r k i n g o n d e r dak, voor fijner m e u b e l h o u t , enz.

„enz. De k e u z e van de m o n s t e r s kan dan aan dit b u r e a u w o r d e n o v e r -g e l a t e n " . 1) . ,

Óf wel wanneer een Buitenzorgsch Bureau of Science een ge-lijksoortig werk publiceerde als dat van Fred. W. Foxworthy

„Indo-Malayan-Woods". met micro-fotografieën van ruim 100 Philippijnsche houtsoorten (kopsche doorsneden) 2)

of wel wanneer men te Buitenzorg over cene verzameling pre-paraten van dunsnijdsels beschikte om bij microscopisch onder-zoek van ter keuring aangeboden houtmonsters als standaard-monster te dienen.

j a , doet het zelfs niet eenigszins onbevredigend aan, dat men uit Nederland een boek moet ontvangen waarin van 6 voorname indischc houtsoorten v) een 18-tal micro-fotografieën worden ge-geven, dat Nederlandsche onderzoekers in Groningen de anatomie

der lavaansche houtsoorten onderzoeken?

1) T o e n de A m e r i k a n e n in 1901 met hun b o s c h o n d e r z o e k c> de Phi-lippijnen b e g o n n e n , hadden de S p a n j a a r d e n pas 70 h o u t s o o r t e n behoorlijk b e s c h r e v e n .

2) Al is dit in 1909 v e r s c h e n e n werk, wel w a t o n v o l l e d i g m e t h e t o o g o p de t e g e n w o o r d i g e s t a n d dezer w e t e n s c h a p .

1) In m e e r g e n o e m d w e r k van Ir. T j a d c n k o m e n voor 18 m i c r o f o t o grafieën v a n : E u s i d e r o x y l o n z w a g e r i ( i j z e r h o u t ) , A l t i n g i a excclsa ( r a s a -m a l a ) , S h o r e a utilis ( d a -m a r - l a o e t ) , S h o r e a glauca (? r a s a k ) , D i o s p y r o s e b e n a s t e r ( e b b e n h o u t , k a j o e - a r ë n g ) , T e c t o n a - g r a n d i s ( d j a t i ) .

142 GOUVERNEMENTSKEURING VAN WILDHOUT EN EEN Wij hopen door het bovenstaande dan ook te hebben aange-toond, dat de Dienst van het Boschwezcn te Buitenzorg zal moe-ten kunnen beschikken over een bureau, dat onder zijn beheer neemt:

a. eene verzameling van standaardmonsters van de meest voor-komende en meest in gebruik zijnde houtsoorten der wildhout-bosschen op de buitenbezittingen (reeds vrij uitgebreid in het Handelsmuseum te Buitenzorg aanwezig) ;

t. eene verzameling van standaard-preparaten van dunsnijdsels c q . mecaraties), der belangrijkste houtsoorten op voorwerp-glaasjes verduurzaamd ten behoeve van microscopisch onder-zoek ;

c. eene verzameling van negatieven van micro-fotografieën der onder b genoemde houtsoorten;

d. een register, .waarin van de bovengenoemde verzamelingen iedere houtsoort afzonderlijk systematisch worden inge-schreven :

1. de literatuurverwijzing, en alle andere gegevens, welk ce om-trent de boomsoort bekend zijn,

2. de omschrijving behoorende bij het microscopisch onder-zoek,

3. de resultaten verkregen bij het mechanisch onderzoek om-trent soortelijk gewicht, drukvastheid, buig- en wringingsvast-heid, splijtbaarwringingsvast-heid, weerstand tegen afschuiven, enz.,

4. voor zoover bekend de wetenschappelijke namen en de ver-schillende plaatselijke namen,

5. alles wat bekend is omtrent de behandeling, het drogen en loogen, de duurzaamheid, en de bruikbaarheid van het hout,

6. de verspreiding 'van de verschillende houtsoorten over den arcrnpel, en de getaxeerde rondhoutvoorraad der betrekkelijke soorten in de verschillende arealen,

6. de verspreiding 'van de verschillende houtsoorten over den arcrnpel, en de getaxeerde rondhoutvoorraad der betrekkelijke soorten in de verschillende arealen,

In document TIJDSCHRIFT VAN DE VEREENIGING VOOR STUDIE VAN KOLONIAAL- (pagina 141-178)