Blockchain en archivering

55  Download (0)

Full text

(1)

Blockchain en archivering

De invloed van een Blockchaintoepassing bij de gemeente Tilburg

Naam: Donna Plugge Studentnummer: 11130857 Datum: 30-05-2021

Begeleider: prof. dr. Charles Jeurgens Studie: Archiefwetenschap

Universiteit van Amsterdam

(2)

Inhoudsopgave

1.Inleiding ... 3

1.1 Onderzoeksvraag ... 4

1.2 Deelvragen... 6

1.3 Leeswijzer ... 7

2. Methodologie ... 8

2.1 Casus ... 8

2.2 Archiveringsysteem ... 9

2.3 Kernwaarde ... 11

2.4 Deelvragen... 12

2.5 Aannames ... 13

3. Literatuurstudie ... 15

3.1 Archiveringsysteem en zijn archiefbescheiden ... 15

3.2 Betrouwbaarheid ... 16

3.3 Authenticiteit ... 17

3.3.1 Identiteit en integriteit ... 17

3.4 Bruikbaarheid ... 18

3.5 Archiefbescheiden ... 19

3.6 Blockchain... 21

3.7 Blockchain archief ... 24

3.8 Conclusie ... 27

4. Empirische resultaten ... 28

4.1 Start van de FAIR CARE pilot... 28

4.2 FAIR CARE in gemeente Tilburg ... 30

4.2.1 Oud proces ... 30

4.2.2 Afbakening archiveringsysteem ... 31

4.2.3 Nieuw proces ... 32

4.2.4 Blockchain ... 33

4.2.5. FAIR CARE applicatie... 34

4.3 Kernwaarde ‘Verantwoording afleggen over handelingen/activiteiten’ ... 37

4.3.1 Opnemen ... 38

4.3.2 Bewaren ... 39

4.3.3 Beschrijven ... 40

4.3.4 Verwijderen ... 42

4.4 Conclusie ... 43

5. Conclusie ... 44

(3)

5.1 Karakteristieken... 44

5.2 FAIR CARE ... 45

5.3 Beantwoording hoofdvraag ... 46

6. Discussie ... 48

6.1 Resultaten en aannames ... 48

6.2 Resultaten en verantwoording ... 49

6.3 Methode en beperkingen ... 49

Literatuurlijst: ... 52

(4)

1.Inleiding

‘We have proposed a system for electronic transactions without relying on trust’ (Nakamoto, 2008).

Met deze woorden concludeerde Nakamoto zijn paper voor een nieuw systeem in 2008. In het paper van Nakamoto (2008) wordt een techniek beschreven die het mogelijk maakt om

transacties veilig uit te laten voeren, zonder tussenkomst van bijvoorbeeld een bank. De techniek die wordt omschreven, heet Blockchain en is in praktijk gebracht met de bekende digitale valuta Bitcoin in 2009 (Vermeend & Smit, 2017).

Zeven jaar later hoor ik voor het eerst over digitale valuta en Blockchain. Aan de eettafel wordt door mijn broer medegedeeld dat ik echt in de digitale valuta Ethereum moet investeren. Het zou mij veel geld opleveren, aldus mijn broer. Op de vraag hoe het werkte, kreeg ik een half antwoord. Een tijd later kreeg ik een gastcollege van Geert Jan van Bussel over Blockchain, waarbij een heldere uitleg werd gegeven. Het werd meteen duidelijk dat Blockchain zoveel meer kan dan alleen digitaal geld beheren en transacties begeleiden. Het zou zelfs voor archiveringsprocessen kunnen worden gebruikt.

Ook de gemeenten zijn met de relatief nieuwe techniek Blockchain aan de slag gegaan. In november 2016 werd er een conferentie gegeven door VNG met uitslagen van verschillende Blockchain pilots binnen de overheid. In het daarna uitgebrachte rapport wordt geconcludeerd dat Blockchain in het algemeen kansen biedt voor de overheid, maar ook wordt er vermeld dat Blockchain zorgen ontneemt met betrekking tot archivering (Rapport:

Resultaten Blockchainpilots juni-november, 2016). Hoe Blockchain archivering ‘ontzorgt’

wordt uit het rapport echter niet duidelijk. Een reden te meer om hier onderzoek naar te doen.

Gemeente Tilburg is in 2018 gestart met een eigen Blockchain pilot voor de thuiszorg.

Het doel van de pilot is, dat de thuiszorg voor alle partijen transparanter en overzichtelijker moet worden in een niet eenzijdig aanpasbaar systeem. Dit zou het vertrouwen tussen de verschillende partijen die bij thuiszorg betrokken zijn moeten versterken en ertoe leiden dat de gemeente Tilburg verantwoording kan afleggen over het uitbetalen van de

thuiszorgorganisaties. Het Blockchain project heet het FAIR CARE project. In dit onderzoek wordt er specifiek gekeken naar dit project binnen gemeente Tilburg. Tilburg is de qua inwonersgrootte de zevende stad van Nederland. De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van zorg voor zijn inwoners, vanwege de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

(5)

(verder: Wmo). Thuiszorg valt hier ook onder. Tilburg probeert met het project, Blockchain in te zetten voor het vastleggen en valideren van thuiszorgcontracten. Op dit moment is het nieuwe systeem binnen de gemeente Tilburg nog niet definitief uitgerold, maar hebben andere gemeenten het systeem na de pilot van de gemeente Tilburg uitgerold.

De pilot FAIR CARE in de gemeente Tilburg werpt een aantal vragen op. Allereerst kan men zich afvragen waarom er gekozen is voor een oplossing met gebruik van Blockchain.

Hoe wordt Blockchain toegepast? Zijn er vertrouwensproblemen tussen gemeente en andere partijen? En welke toegevoegde vertrouwen creëert toepassing van een Blockchaintechniek in dit geval? Al deze vragen zijn niet of slechts gedeeltelijk beantwoord in de literatuur. Daarom heb ik Blockchain gekozen als onderwerp voor mijn scriptie. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar het mogelijke nut van de toepassing van Blockchain binnen de overheid. Dit komt enerzijds doordat de techniek relatief jong is. Anderzijds bestaan er in het algemeen ook verschillende ideeën over wat Blockchain precies is en wat ermee gedaan kan worden. Over Blockchain wordt vaak gesproken als één techniek die op één bepaalde wijze werkt.

1.1 Onderzoeksvraag

Het doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in een Blockchaintoepassing die in de praktijk is gebruikt bij een gemeente en wat de gevolgen zijn van deze toepassing voor het

archiveringsysteem van de gemeente. Om dit doel te bereiken is de volgende hoofdvraag opgesteld:

‘In hoeverre draagt de Blockchaintechniek FAIR CARE bij aan het realiseren van de

kernwaarde ‘verantwoording afleggen’ van het archiveringsysteem van de gemeente Tilburg voor wat betreft haar thuiszorgtaken?’

In dit onderzoek wordt een casus onderzocht. De casus is in dit onderzoek de gemeente Tilburg met een Blockchain pilot met betrekking tot haar thuiszorgtaken. Het onderzoek richt zich dan ook alleen op de specifieke toepassing van Blockchain (FAIR CARE genaamd) bij de gemeente Tilburg. Aanvullend hierop wordt onderzocht wat de consequenties van deze toepassing zijn op de mate waarin de gemeente verantwoording kan afleggen over haar handelen op het gebied van thuiszorg. De mate waarin de gemeente Tilburg verantwoording kan afleggen over handelingen van andere gemeentelijk taken is niet meegenomen, omdat daarbij geen gebruik wordt gemaakt van de specifieke Blockchaintoepassing FAIR CARE.

In de hoofdvraag wordt er gebruik gemaakt van de term ‘archiveringsysteem’ zoals beschreven in het Horsman model (Horsman, 2009). Er is voor gekozen om in de

(6)

methodologie een volledige beschrijving op te nemen van het Horsman model. Het is immers een vrij omvangrijk model. In deze inleiding worden alleen de belangrijkste aspecten van het model kort toegelicht als context bij de onderzoeksvraag.

Horsman (2009) geeft aan dat een organisatie als een systeem kan worden gezien. Dit systeem bestaat uit verschillende deelsystemen; het besturingssysteem, het

archiveringsysteem en het primair transformatiesysteem. Het archiveringsysteem is dus een deelsysteem in een organisatie en het bestaat uit de werking van verschillende processen zoals het opnemen, bewaren en ordenen van documenten. Een ideaal archiveringsysteem, met al zijn processen zou informatie moeten bevatten voor herinnering, bedrijfsvoering en

verantwoording van activiteiten van een organisatie (Horsman, 2009). Verantwoording afleggen is met name de kernwaarde van een archiveringsysteem, omdat dit de grote meerwaarde is ten opzichte van een informatiesysteem (Horsman, 2009).

Er is voor gekozen om het Horsman model als invalshoek te gebruiken, omdat dit model de processen van een archiveringsysteem heeft uitgeschreven. Hierdoor kan heel pragmatisch worden gekeken naar de verschillende processen en wat voor kwaliteiten deze processen zouden moeten behelzen om ervoor te zorgen dat een archiveringsysteem in zijn geheel verantwoording kan afleggen over activiteiten. In de literatuurstudie wordt dan ook onderzocht welke indicatoren maken dat de werking van een archiveringsysteem in een bepaalde mate verantwoording kan afleggen over activiteiten van een organisatie. Om dit te onderzoeken is er eerst onderzocht welke karakteristieken archiefbescheiden in een ideaal archiveringsysteem moeten hebben en daarna welke indicatoren aangeven of

archiefbescheiden deze karakteristieken hebben.

In de volgende paragraaf worden de deelvragen besproken, die maken dat de hoofdvraag uiteindelijk beantwoord kan worden. Voordat deze paragraaf wordt afgesloten worden nog enkele begrippen gedefinieerd. In dit onderzoek wordt veelvuldig gesproken over archiefbescheiden. Archiefbescheiden (ook wel documenten of records) worden in dit

onderzoek als volgt gedefinieerd: ‘bescheiden, ongeacht hun vorm, door de overheidsorganen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten’ zoals in artikel 1, aanhef en onder c, sub 1 Archiefwet 1995. In het Horsman model wordt aangegeven dat alle documenten binnen het archiveringsysteem het archief vormen, dit noemt hij ook wel de inhoud van het archiveringsysteem. In dit onderzoek wordt er een soortgelijke definitie voor archief aangehouden: ‘Geheel van archiefbescheiden, ontvangen of opgemaakt door een persoon, groep personen of organisatie.’ (Den Teuling, 2007, p. 19).

(7)

1.2 Deelvragen

Archiefbescheiden in een archiveringsysteem moeten door middel van de kwaliteiten van het archiveringsysteem primaire processen kunnen reconstrueren en daarmee verantwoording afleggen over handelingen (Horsman, 2009). Dit is de invalshoek die in dit onderzoek wordt gebruikt. Om te beoordelen of een Blockchaintoepassing invloed heeft op deze kernwaarde van een archiveringsysteem, wordt eerst door middel van literatuur uiteengezet welke

karakteristieken archiefbescheiden moeten bevatten om als bewijs van een primair proces van een organisatie te dienen. Daarbij wordt beschreven welke indicatoren aangeven of

archiefbescheiden deze eigenschappen (karakteristieken) bezitten en hoe de processen in een ideaal archiveringsysteem ervoor zorgen dat de archiefbescheiden deze eigenschappen krijgen of behouden. Dit wordt onderzocht in de literatuur, zodat de invalshoek die wordt gebruikt in dit onderzoek wordt geoperationaliseerd en er naar de praktijk (casus) kan worden gekeken.

Dit gebeurt door de volgende deelvraag te beantwoorden in de literatuurstudie: 1 ‘Welke karakteristieken zouden archiefbescheiden moeten hebben, waardoor de archiefbescheiden als bewijs van een activiteit kunnen dienen en hoe worden deze karakteristieken in een archiveringsysteem geborgd?’ Deelvraag 1 is dan ook een deelvraag die volledig theoretisch van aard is.

Daarnaast wordt er op hoofdlijn uitgelegd wat Blockchaintechniek is en hoe

Blockchaintechniek kan worden toepast bij archivering. Dit wordt gedaan door middel van de volgende deelvraag: 2. Hoe kan Blockchain worden toegepast bij archivering en op welke wijze beïnvloedt de toepassing de mate waarop verantwoording kan worden afgelegd over activiteiten van de gemeente Tilburg?’ Met deze deelvraag wordt er beschreven hoe Blockchain in het algemeen kan worden toegepast bij de processen van archiveren. Dit gebeurt in de literatuurstudie. Daarnaast wordt specifiek geanalyseerd hoe Blockchain is toegepast bij de gemeente Tilburg met het FAIR CARE project. Dit gebeurt in het hoofdstuk met empirische resultaten. De deelvraag is daardoor gedeeltelijk theoretisch en gedeeltelijk empirisch te beantwoorden.

De derde deelvraag luidt als volgt: 3.‘Welk(e) doel(en) had de gemeente Tilburg met het project FAIR CARE?’. Met deze deelvraag wordt onderzocht welk(e) doel(en) de

gemeente Tilburg had bij de start van de pilot. Om antwoord te geven op deze deelvraag is er ook onderzocht wat de aanleiding van het project FAIR CARE was.

(8)

Voortkomend uit de derde deelvraag wordt er door middel van de laatste deelvraag onderzocht hoe de doelen van de gemeente Tilburg zich verhouden tot de kernwaarde van een archiveringsysteem en of deze doelen en kernwaarde worden beïnvloed door de FAIR CARE Blockchaintoepassing bij de gemeente Tilburg. De vierde deelvraag luidt als volgt: 4. ‘Op welke wijze draagt Blockchain bij aan het al dan niet behalen van het doel van de gemeente Tilburg voor FAIR CARE en hoe verhoudt het doel zich tot de kernwaarde van een

archiveringsysteem volgens het Horsman model?’

1.3 Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt er uitleg en verantwoording gegeven over de gekozen methodologie en werkwijze tijdens dit onderzoek. In hoofdstuk 3 volgt de literatuurstudie.

Daarop aansluitend volgen in hoofdstuk 4 de resultaten van het empirisch onderzoek en de implicaties hiervan. In de conclusie worden alle antwoorden van deelvragen kort samengevat.

Ook wordt er antwoord gegeven op de hoofdvraag. Tot slot worden de implicaties van de resultaten besproken en er wordt kort gereflecteerd op de gebruikte methoden in het onderzoek in de discussie.

(9)

2. Methodologie

Bunt & Nencel (2011, p. 91) schrijven dat elk wetenschappelijk onderzoek gebaseerd is op standpunten en aannames. Het is belangrijk om deze aannames en standpunten te beschrijven, zodat het duidelijk wordt waarom er bepaalde keuzes tijdens het onderzoek worden gemaakt (Bunt & Nencel, 2011). In dit hoofdstuk wordt weergegeven op welke wijze er onderzoek is gedaan.

In dit onderzoek is er vanuit een interpretatief standpunt gekeken naar de casus. Er wordt aangenomen dat de werkelijkheid is opgemaakt uit sociale processen die afhangen van de tijd en omgeving waarin we leven. In dit onderzoek wordt derhalve aangenomen dat er een sociaal geconstrueerde werkelijkheid bestaat (Bunt & Nencel, 2011). Er wordt in dit

onderzoek getracht inzicht te krijgen in deze sociaal geconstrueerde werkelijkheid. Het onderzoek maakt gebruik van een inductieve benaderingswijze. Een inductieve

benaderingswijze is een methode waarbij er wordt gezocht naar een specifiek fenomeen. Deze benaderingswijze kan waardevolle inzichten opleveren voor het algemeen (Saunders et al., 2012). Blockchain wordt niet op grootte schaal toegepast binnen de overheid, waardoor het onderzoek van een specifiek fenomeen welhaast de enige manier is om onderzoek te doen naar Blockchain binnen de overheid.

‘Research using an inductive approach is likely to be particularly concerned with the context in which such events were taking place. (Saunders et al, 2012, p. 146).’ Omdat er wordt gekeken naar de context, past bij een inductieve benaderingswijze een kleinere

steekproef. Om een kleinere steekproef groep te onderzoeken, wordt er gebruik gemaakt van een kwalitatieve onderzoekmethode. Zowel Bunt & Nencel (2011) als Saunders et al. (2012) geven aan dat de kwalitatieve onderzoeksmethode past bij een inductieve benaderingswijze.

Aansluitend bij de kwalitatieve methode kan er een casus worden onderzocht. Met behulp van diepte interviews en observatie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvraag.

2.1 Casus

Zoals in de inleiding is vermeld, wordt er een casus onderzocht in dit onderzoek. De casus is de gemeente Tilburg met het project FAIR CARE. FAIR CARE is een nieuw systeem, waarmee de gemeente Tilburg de afspraken die zijn gemaakt met thuiszorgorganisaties kan valideren. Het FAIR CARE project is in 2018 opgestart. Het systeem werkt door middel van de techniek Blockchain en het systeem analyseert of geleverde zorg overeenkomt met de zorg die is afgesproken met de gemeente Tilburg en de burgers (hulpbehoevenden). Deze analyse wordt gedaan met behulp van informatie die in de Blockchain wordt opgenomen. Dit zijn

(10)

onder andere in- en uitchecktijden van thuiszorgmedewerkers. De gemeente Tilburg kan met de validatie van de diensten van thuiszorgorganisaties haar eigen handelen, namelijk het betalen van de thuiszorgorganisaties, verantwoorden.

In dit onderzoek zijn er interviews afgenomen bij de twee betrokken organisaties, één met een medewerker van de gemeente Tilburg (teammanager fraudebestrijding van de

afdeling Veiligheid & Wijken) en één met een medewerker van Horizon

(Engineer/Developer). Horizon is het bedrijf dat de Blockchaintoepassing FAIR CARE heeft ontwikkeld. Daarnaast is er van beide organisaties voor dit onderzoek schriftelijke informatie ontvangen, zowel via mailcontact als door middel van documenten. Deze documentatie

bestaat uit zowel interne documentatie, die de gemeente Tilburg of Horizon heeft opgesteld en onderling is gebruikt, als documentatie die openbaar beschikbaar is gesteld door Horizon. Tot slot is er ook nog geobserveerd, door mee te kijken via schermdeling. Door schermdeling kon de onderzoeker meekijken in het systeem. Dit is een aanvulling op de gegevens die uit de interviews zijn gekomen. Met deze aanvulling is er een completer beeld van het FAIR CARE systeem. Door alleen te interviewen, was het niet mogelijk om als onderzoeker zelf het FAIR CARE systeem in werking te zien. Er zijn geen medewerkers van de thuiszorgorganisaties geïnterviewd, omdat het onderzoek zich richt op het archiveringsysteem van de gemeente Tilburg en niet kijkt naar de gevolgen van het FAIR CARE systeem op de

archiveringsystemen van de thuiszorgorganisaties.

2.2 Archiveringsysteem

Om de casus te analyseren wordt er in dit onderzoek gebruik gemaakt van een model van Horsman (2009); het archiveringsysteem. Horsman (2009) heeft dit systeem afgeleid van het Blumenthal model (Blumenthal, 1984), waar nog wordt gesproken over een

(11)

informatiesysteem. Zie hieronder het model van Horsman (2009).

Figuur 1 Model van Horsman (Horsman, 2009, p. 29)

Het bovenstaande model is een simpele weergave van een organisatie. De primaire processen (zie figuur 1 onder in het model) zijn de processen die ertoe leiden dat er producten en

diensten worden afgegeven aan de omgeving (Horsman, 2009). Het besturingssysteem (zie figuur 1 midden links in het model) is de plek waar de primaire processen worden

gecorrigeerd en gedirigeerd (Horsman, 2009, p. 28). In het model is het besturingssysteem opgedeeld in drie niveaus; beleid, bestuur en beheer. Er worden op alle drie niveaus beslissingen genomen (Bemelmans, 1978). Daarbij wordt er wel op gewezen dat dit een model is en de werkelijkheid vaak complexer is en bijvoorbeeld minder strakke scheidingen kent tussen beleid, bestuur en beheer (Bemelmans, 1978). Het besturingssysteem beïnvloedt de andere elementen in het model. En op zijn beurt wordt het besturingssysteem ook weer beïnvloed door omgeving, informatiesysteem en primaire processen (Bemelmans, 1978;

Horsman, 2009).

Horsman (2009) vervangt het onderdeel informatiesysteem door een

archiveringsysteem (zie figuur 1 midden rechts in het model), omdat het informatiesysteem van Blumenthal (1984), zich alleen richt op het leveren van informatie voor de

bedrijfsvoering. Het doel van een archiveringsysteem is daarentegen bewijs leveren van handelingen van een organisatie. Daardoor kan een organisatie verantwoording afleggen over deze handeling. De volgende definitie wordt gegeven aan het aangepaste systeem:

‘Een archiveringsysteem is het geheel van documenten, metadata, processen, procedures,

(12)

kennis, regels, middelen en mensen waarmee een persoon of organisatie zich voorziet van betrouwbare en duurzame informatie ten behoeve van bedrijfsvoering, herinnering en verantwoording’ (Horsman, 2009, p. 27).

Het archiveringsysteem bestaat uit verschillende processen; het opnemen, bewaren, ordenen, beschrijven, beschikbaar stellen, waarderen, selecteren, verwijderen en managen van

documenten (Horsman, 2009). Zie in figuur 2 een korte toelichting op elk proces.

Figuur 2 Processen van een archiveringsysteem

2.3 Kernwaarde

De functies van het archiveringsysteem zijn; (interne en externe) verantwoording afleggen over de handelingen van een organisatie (nu en in de toekomst), het verleden reconstrueren en informatie bieden over het verloop van activiteiten van de organisatie (Horsman, 2009). In dit onderzoek wordt het verantwoording kunnen afleggen als kernwaarde gezien van het archiveren/archiveringsysteem, omdat Horsman (2009) aangeeft dat verantwoording kunnen afleggen de grote meerwaarde is van het archiveringsysteem ten opzichte van een

informatiesysteem. Ook wordt in de ISO 15489-1 (2016) benoemd dat archiefbescheiden als bewijs van een activiteit fungeren. Met de archiefbescheiden kan dan ook verantwoording worden afgelegd voor handelingen van organisaties. Dit sluit aan op Horsman (2009) die

Opnemen is een document onder controle brengen van een archiveringsysteem.

Bewaren is ook wel preserveren. Het zowel opbergen van de documenten als zorg dragen voor het behoud van de documenten.

Ordenen is een begrijpelijke structuur aanbrengen om documenten te kunnen vinden.

Beschrijven is het toevoegen van metadata zodat de documenten vindbaar zijn.

Beschikbaar stellen is het proces waarbij documenten worden geleverd aan de gebruiker die om het document heeft gevraagd. Daarnaast is het proces verantwoordelijk dat vertrouwelijke documenten niet kunnen worden ingezien door onbevoegden.

Waarderen is het bepalen om welke redenen een archiefdocument wordt bewaard of (op termijn) wordt vernietigd. Selecteren is de verwerking van de gegeven waardering aan de documenten, bijvoorbeeld door het vormen van een vernietigingslijst.

Verwijderen is het vernietigen of overplaatsen naar een ander archiveringsysteem van overtollige documenten.

Management van de documenten is het inrichten, regels instellen en het toezien op de naleving van de regels in een archiveringsysteem.

Bron: Horsman, 2009, p. 35 t/m 37.

(13)

aangeeft dat er met een archiveringsysteem verantwoording kan worden afgelegd, omdat hij aangeeft dat de archiefbescheiden de inhoud zijn van een archiveringsysteem. Daarnaast geeft Horsman (2009) aan dat het archiveringsysteem ook de informatie borgt voor de

bedrijfsvoering en herinnering van de organisatie, maar dit zou een informatiesysteem ook kunnen bewerkstelligen. Daarom worden deze waarden niet als kernwaarden benoemd in dit onderzoek. Als er over kernwaarde wordt gesproken in dit onderzoek, wordt daarmee

verantwoording afleggen bedoeld.

Het archiveringsysteem bestaat uit verschillende processen die in een ideale situatie, aldus Horsman (2009), het bewijs van een handeling van een organisatie kunnen leveren. In het volgende hoofdstuk (literatuurstudie) wordt met behulp van literatuur deze kernwaarde uitgediept. Horsman (2009) geeft aan dat de inhoud van het archiveringsysteem

archiefbescheiden zijn. Er wordt beschreven welke indicatoren geborgd worden in archiefbescheiden die in een archiveringsysteem worden opgenomen en waarom deze indicatoren ervoor zorgen dat er met een archiveringsysteem verantwoording kan worden afgelegd over handelingen van de organisatie. De indicatoren die hieruit voortkomen worden gekoppeld aan de processen uit het model (zie figuur 2) van Horsman (2009) die deze

indicatoren bewerkstelligen. Dit zullen niet alle processen zijn. Alleen de processen die relevant zijn voor de specifieke indicator worden benoemd. Dit betekent niet dat niet alle processen bijdragen aan de kernwaarde van het archiveringsysteem. In dit onderzoek worden echter alleen de processen in de casus onderzocht die in de literatuurstudies naar voren komen, die bijdragen aan de borging van de indicatoren die maken dat archiefbescheiden in een archiveringsysteem als bewijs van een activiteit kunnen dienen.

Ondanks dat niet het hele model wordt gebruikt van Horsman (2009) is er toch voor gekozen om dit model te gebruiken. Het model zorgt ervoor dat een complexe situatie gestructureerd onderzocht kan worden. Daarnaast zijn de door Horsman (2009) beschreven processen herkenbare processen voor elke organisatie. Hierdoor was het makkelijk om bij interviews de benaming en betekenis van de processen zoals Horsman (2009) deze heeft bedoelt te gebruiken.

2.4 Deelvragen

In deze paragraaf wordt kort per deelvraag besproken hoe het Horsman model wordt gebruikt bij de beantwoording van de deelvraag en welke kwalitatieve onderzoeksmethodes zijn gebruikt. Deelvraag 1 betreft de karakteristieken die archiefbescheiden tot bewijs en daarmee

(14)

als verantwoording van een activiteit maken. Door middel van bestudering van

wetenschappelijke artikelen wordt deze eerste deelvraag beantwoord. Er wordt beschreven welke indicatoren aangeven of archiefbescheiden wel of niet deze karakteristieken bezitten.

Als voorbeeld: Er zou kunnen worden gevonden dat de mate van compleetheid van archiefbescheiden aangeeft in welke mate archiefbescheiden de karakteristiek

betrouwbaarheid bezitten. Door het Horsman model te gebruiken, kan worden bepaald welke proces (of processen) voornamelijk ervoor zorgt dat de compleetheid van archiefbescheiden worden geborgd. Door dit te beschrijven kan er uiteindelijk naar hele concrete indicatoren en processen in de praktijk worden gekeken.

Deelvraag 2 betreft de werking van Blockchain en de invloed van Blockchain op de mate waarin er door gemeente Tilburg verantwoording kan worden afgelegd over de activiteiten van de gemeente. Om de casus te kunnen begrijpen moet er eerst bestudeerd worden hoe Blockchaintechniek werkt en hoe deze kan worden toegepast. Deze deelvraag zal dan ook gedeeltelijk door bestudering van literatuur worden beantwoord. In het empirisch onderzoek wordt eerst geconstateerd hoe het archiveringsysteem van de gemeente Tilburg werkt voor aanvang van FAIR CARE, zodat er kan worden geanalyseerd op welke processen het gebruik van FAIR CARE invloed heeft gehad. In het empirische gedeelte wordt de precieze toepassing bij deze casus bestudeerd, door middel van het afnemen van interviews, observaties, documentatie en mailwisselingen. Met de kennis uit de praktijk en gevonden literatuur wordt er aan de hand van de processen van het model van Horsman (2009) beschreven wat voor invloed de Blockchaintoepassing van FAIR CARE heeft op de kernwaarde van een ideaal archiveringsysteem.

Deelvraag 3 betreft het (de) doel(en) van de gemeente Tilburg omtrent deze pilot.

Deze deelvraag wordt volledig beantwoord door interviews, mailwisseling en documentatie.

Aansluitend op deze deelvraag volgt deelvraag 4. Deelvraag 4 betreft de verhouding tussen de doel(en) van de gemeente Tilburg en de kernwaarde van een archiveringsysteem. Dit wordt voornamelijk gedaan door de eerdere gevonden data (zowel literatuur als empirisch) te analyseren.

2.5 Aannames

Voordat dit hoofdstuk wordt afgesloten, worden hier nog kort enkele aannames besproken, zodat het duidelijk is vanaf welk punt de onderzoeker is weggegaan. In voorgaande

paragrafen zijn de verschillende processen (bijvoorbeeld opnemen) besproken die tezamen het

(15)

archiveringsysteem vormen. Deze processen verlopen niet vanzelf, maar door onder andere mensen en middelen. Horsman (2009, p. 38) geeft de volgende definitie aan middelen:

‘Middelen zijn de dingen die het werk doen, of die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de processen, naast de mensen: computers, software (…)’. Tijdens de start van dit onderzoek werd door de onderzoeker aangenomen dat het FAIR CARE systeem een onderdeel is van het archiveringsysteem van de gemeente Tilburg als een middel (een applicatie of software ten behoeve van de opnamen van informatie). Dit middel (FAIR CARE) zou dan worden ingezet om het archiveringsysteem van gemeente Tilburg zo te verbeteren dat het proces opnemen beter verliep dan voor de start van de pilot waardoor de kernwaarde van een

archiveringsysteem (verantwoording afleggen) geborgd kan worden. Er werd dan ook

aangenomen dat het archiveringsysteem van gemeente Tilburg de kernwaarde verantwoording afleggen onvoldoende kon borgen. In het empirische gedeelte van dit onderzoek en in de discussie wordt teruggekomen op deze aannames en besproken of deze aannames

daadwerkelijk kloppen.

(16)

3. Literatuurstudie

De literatuurstudie bestaat uit twee gedeeltes. Allereerst wordt onderzocht of er indicatoren zijn waaruit kan worden opgemaakt of de kernwaarde (verantwoording afleggen) wordt geborgd in een archiveringsysteem (paragrafen 3.1 t/m 3.5). In het tweede gedeelte wordt beschreven hoe Blockchain werkt en hoe Blockchain kan werken bij archivering (paragrafen 3.6 en 3.7).

3.1 Archiveringsysteem en zijn archiefbescheiden

In de methodologie (paragraaf 2.2) werd besproken dat een archiveringsysteem een systeem is dat in zijn geheel de organisatie van duurzame en betrouwbare informatie voorziet voor de bedrijfsvoering, verantwoording en herinnering van de activiteiten van de organisatie (Horsman, 2009, p. 27). In dit hoofdstuk wordt door middel van literatuur besproken welke indicatoren aangeven of archiefbescheiden in het archiveringsysteem als bewijs van een handeling kunnen dienen, waardoor verantwoording kan worden afgelegd over die handeling.

Deze indicatoren zouden ervoor moeten zorgen dat archiefbescheiden enkele eigenschappen zouden moeten bezitten. Deze eigenschappen wordt in dit onderzoek karakteristieken van archiefbescheiden genoemd. Daarnaast wordt onderzocht welke processen van Horsman (2009) ervoor zorgen dat de indicatoren worden geborgd.

Horsman (2009) is niet de enige bron die spreekt over verantwoording kunnen afleggen (evidence). De ISO 15489 (2016) spreekt niet over een archiveringsysteem maar over records (archiefbescheiden) die bepaalde karakteristieken zouden moeten hebben om als bewijs te kunnen dienen van een bepaalde activiteit van de organisatie:

‘Records, regardless of form or structure, should possess the characteristics of authenticity, reliability, integrity and useability to be considered authoritative evidence of business events or transactions and to fully meet the requirements of the business.’ (ISO 15489-1, 2016, p. 4)

De benoemde karakteristieken in de bovenstaande citaat moeten geborgd worden, zodat de archiefbescheiden als bewijs kunnen dienen van een activiteit. Uit het bovenstaande citaat wordt echter nog niet meteen duidelijk hoe er kan worden bepaald of archiefbescheiden de karakteristieken betrouwbaarheid, authenticiteit en bruikbaarheid bezitten. In de volgende paragrafen (3.2 t/m 3.4) wordt beschreven wat de karakteristieken betrouwbaarheid, authenticiteit en bruikbaarheid precies zijn. Ook wordt beschreven welke indicatoren

(17)

aangeven of een karakteristiek al dan niet geborgd wordt bij archiefbescheiden en in welk proces of in welke processen van Horsman (2009) de karakteristieken worden geborgd.

3.2 Betrouwbaarheid

In de ISO 15489 deel 1 (2016) staat dat betrouwbare archiefbescheiden, archiefbescheiden zijn waarbij de content kan worden vertrouwd als een volledig en precieze

vertegenwoordiging van de transactie van de activiteit. Betrouwbaarheid begint met het creatieproces van de archiefbescheiden; wie ze creëert en hoe ze worden gecreëerd (Lemieux, 2016). Betrouwbare archiefbescheiden zijn gebaseerd op de volgende drie elementen; de competentie van de auteur, de compleetheid en de controle op de creatie van de

archiefbescheiden (Duranti & Rogers, 2012). Dit zijn indicatoren die aangegeven in welke mate archiefbescheiden de karakteristiek betrouwbaarheid bezitten.

De competentie van de auteur is afhankelijk van de training. De compleetheid van archiefbescheiden is geborgd als archiefbescheiden van ‘(...) sufficient breadth, depth, and scope for the task at hand’ zijn (Rafique et al., 2012, p. 571). Duranti & Rogers (2012) benoemen dat het systeem waarin de archiefbescheiden worden gemaakt al de controle bij het creëren kan uitoefenen. Bijvoorbeeld doordat het systeem personen verplicht om alle velden in te vullen, voordat ze het kunnen opslaan. Daarnaast wordt in de ISO 15489 deel 1 (2016) benoemd dat controle op archiefbescheiden ook doorgevoerd kan worden door het opstellen van beleid, procedures en training aan de betrokken personen. Tot slot moeten de regels, waarin in staat wie toegang mag hebben tot archiefbescheiden, bij de creatie al worden vastgesteld door de auteur(s) en opgenomen worden in het archiveringsysteem.

Betrouwbare archiefbescheiden zijn dus archiefbescheiden die een

vertegenwoordiging van een gebeurtenis zijn. Dit sluit aan op de kernwaarde van een archiveringsysteem (Horsman, 2009). De werking van een archiveringsysteem zou er namelijk voor moeten kunnen zorgen dat een organisatie verantwoording kan afleggen over haar gebeurtenissen en activiteiten. Om deze verantwoording te kunnen afleggen zou er een afspiegeling moeten zijn van de gebeurtenis; iets wat archiefbescheiden waarvan de

betrouwbaarheid is geborgd zijn. Het is daardoor belangrijk dat de indicatoren die archiefbescheiden betrouwbaar maken worden geborgd.

In het proces van opnemen in een archiveringsysteem worden de archiefbescheiden opgenomen in een voor bewaring bestemd medium, zodat de gecreëerde complete

archiefbescheiden met aanvullende gegevens over bijvoorbeeld de auteur (en competentie van de auteur) onder controle komt van het archiveringsysteem. Opnemen en beschrijven van al

(18)

deze gegevens zijn dan ook belangrijke processen om de indicatoren, controle op de creatie, de competentie van de auteur en de compleetheid te kunnen borgen.

3.3 Authenticiteit

De tweede karakteristiek is authenticiteit. Archiefbescheiden zijn authentiek als bewezen kan worden dat het document is wat het zegt te zijn (Duranti, 1995; ISO 15489-1; 2016).

Daarnaast zijn archiefbescheiden authentiek wanneer er bewezen kan worden dat de archiefbescheiden zijn gemaakt/verzonden door de auteur die beweert dat hij/zij ze heeft gemaakt/verzonden en dat de archiefbescheiden zijn gemaakt/verzonden wanneer beweerd wordt dat ze zijn gemaakt/verzonden (ISO 15489-1; 2016, p. 4).

Indicatoren waaruit kan worden opgemaakt of archiefbescheiden de karakteristiek authenticiteit hebben, zijn de identiteit en de integriteit van de elektronische documenten (Duranti & Rogers, 2012). Deze begrippen komen in de volgende sub-paragraaf aan de orde.

Voornamelijk het vaststellen en behouden van de identiteit en integriteit van

archiefbescheiden vanaf het moment dat de archiefbescheiden zijn gecreëerd tot het heden is een belangrijke manier om de authenticiteit van archiefbescheiden te kunnen borgen

(Lemieux, 2016). Het garanderen van authenticiteit is dus niet alleen gefocust op het moment dat archiefbescheiden worden gecreëerd, maar ook op de tijd daarna. Hierdoor wordt duidelijk dat authenticiteit dan ook geborgd moet worden in de processen van het archiveringsysteem, omdat Horsman (2009) aangeeft dat de werking van een archiveringsysteem verantwoordelijk is voor het behouden van de inhoud en context van de archiefbescheiden.

3.3.1 Identiteit en integriteit

Integriteit en identiteit zijn dus indicatoren waaruit blijkt of archiefbescheiden authentiek zijn (Duranti & Rogers, 2012; Lemieux, 2016; Andreeva et al., 2018). De identiteit van

archiefbescheiden is: ‘(…) the whole of the attributes of a record that characterize it as unique and distinguish it from other records (e.g. date, author, addressee, subject,

classification code)’ (Duranti & Rogers, 2012 p. 525). De informatie over de auteur(s), de tijd en plek waar het is gecreëerd zeggen iets over de herkomst van een stuk en kunnen daarmee de authenticiteit borgen (Andreeva et al., 2018). Lemieux (2016) noemt de identiteit ook wel de provenance informatie van archiefbescheiden. Om te bepalen of archiefbescheiden uniek en anders zijn, kan er naar de geschiedenis/herkomst van archiefbescheiden worden gekeken.

Natuurlijk moet de geschiedenis van de archiefbescheiden nog wel terug te halen zijn (Levy,

(19)

2000). De informatie van identiteit kan vastzitten aan het document zelf, denk hierbij bijvoorbeeld aan een pdf-bestand met metadata. Maar deze informatie kan ook worden toegevoegd; zo wordt in het archiveringsysteem (Horsman, 2009) bij het proces beschrijven metadata toegevoegd aan archiefbescheiden zodat de informatie in de archiefbescheiden kan worden teruggevonden. De identiteit van archiefbescheiden wordt soms al vastgelegd door het systeem waar de archiefbescheiden in worden gecreëerd. Deze vastleggingen zijn belangrijk voor het bepalen van een identiteit. Daarmee kan voor de authenticiteit mede worden bepaald of archiefbescheiden zijn verzonden/gecreëerd door degene die beweert de archiefbescheiden te hebben verzonden/gecreëerd. Deze vastlegging moet dan ook als metadata worden

opgenomen in het archiveringsysteem.

De tweede indicator voor authenticiteit is integriteit. Het voorkomen van opzettelijke of niet opzettelijke aanpassingen van archiefbescheiden is een manier om te de authenticiteit te garanderen. Archiefbescheiden zijn integer als ze compleet en onveranderd zijn (ISO 15489-1; 2016). Compleetheid slaat hierbij terug op de betrouwbaarheid. In het

archiveringsysteem worden archiefbescheiden opgenomen en in het proces van bewaren wordt er actief voorkomen dat er veranderingen plaatsvinden (bijvoorbeeld doordat er is afgesproken wie toegang heeft en wie niet). De indicatoren identiteit en integriteit borgen de karakteristiek authenticiteit van archiefbescheiden. Bij voldoende borging kan ervan worden uitgegaan dat de archiefbescheiden in het archiveringsysteem over tijd nog dezelfde inhoud behelzen als op het moment van opname in het archiveringsysteem. Hierdoor kan er ook over tijd verantwoording worden afgelegd over handelingen van de organisatie met deze

archiefbescheiden.

3.4 Bruikbaarheid

Tot slot wordt er in de ISO 15489 (Deel 1, 2016) ook vermeld dat de karakteristiek

bruikbaarheid bij archiefbescheiden moet worden geborgd, zodat de archiefbescheiden als bewijs kunnen dienen. Door Horsman (2009) wordt dit duurzaamheid genoemd, maar in de rest van dit onderzoek wordt gesproken over het begrip bruikbaarheid.

‘A useable record is one that can be located, retrieved, presented and interpreted within a time period deemed reasonable by stakeholders’ (ISO 15489-1, 2016, p. 5).

Als archiefbescheiden niet bruikbaar zijn, dan hebben de karakteristieken authenticiteit en betrouwbaarheid weinig waarde, omdat de archiefbescheiden niet gevonden of gebruikt

(20)

kunnen worden. Bruikbaarheid is meer dan alleen het behouden van archiefbescheiden.

Rothenberg (2000) noemt bruikbaarheid ook wel meaningful preserving. Elektronische documenten zijn kwetsbaar om hun bruikbaarheid te verliezen vanwege de veroudering van het medium waarop ze zijn opgeslagen. Daarnaast kunnen ze onbruikbaar worden, omdat de software om ze te interpreten verloren of verouderd is (Rothenberg, 1995). Metadata kunnen ervoor zorgen dat elektronische documenten bruikbaar blijven, door het geven van informatie over het format en de identiteit (ISO 15489 deel 1; 2016). Bruikbaarheid wordt dus al bij de opname van archiefbescheiden geborgd, door metadata mee op te nemen. Het proces van beschrijven zorgt ervoor dat er aanvullende metadata kan worden meegegeven om de bruikbaarheid te kunnen borgen over tijd. Het proces beschrijven is hierdoor ook een belangrijk proces om beschikbaarheid te kunnen bewerkstelligen over tijd.

Toch zijn er ook documenten die vanwege juridische, administratieve of historische waarde op termijn vernietigd kunnen worden. Het proces van bewaren en verwijderen zorgt hierbij dat de waardering (ook een proces) uitgevoerd wordt. Het tijdig verwijderen van de archiefbescheiden is daarmee ook een belangrijk proces bij beschikbaarheid. Er moet zorg voor worden gedragen dat archiefbescheiden die in aanmerking komen voor verwijdering uit het archiveringsysteem tijdig worden vernietigd en niet meer beschikbaar en daarmee

opvraagbaar zijn. Dit betekent overigens niet dat de archiefbescheiden die op termijn voor vernietiging vatbaar zijn niet authentiek, beschikbaar of betrouwbaar moeten zijn. Ook deze archiefbescheiden moeten onveranderd, toegankelijk en een volledige weergave van een gebeurtenis zijn, zodat zij in een bepaald tijdsbestek als bewijs en daarmee als

verantwoording voor een handeling kunnen dienen. De vastlegging van de identiteit (formaat informatie) en het kunnen opvragen en tonen zijn indicatoren die aangeven in welke mate archiefbescheiden de karakteristiek beschikbaarheid hebben, maar ook het tijdig vernietigen en niet meer opvraagbaar zijn, zijn indicatoren die aangeven of archiefbescheiden de

karakteristiek beschikbaarheid niet meer bezitten.

3.5 Archiefbescheiden

Archiefbescheiden hebben dus karakteristieken waarbij indicatoren te identificeren zijn die aangegeven in hoeverre deze karakteristieken worden geborgd in een archiveringsysteem. Met de borging van deze karakteristieken kan er door de werking van het archiveringsysteem verantwoording worden afgelegd over handelingen. De indicatoren compleetheid, controle en competentie (van auteur) van archiefbescheiden geven de mate aan waarin archiefbescheiden een bewijs kunnen zijn van een gebeurtenis. Daarmee wordt dus aangegeven in hoeverre de

(21)

karakteristiek betrouwbaarheid wordt geborgd. De integriteit en identiteit van

archiefbescheiden zijn indicatoren voor in hoeverre een stuk over een lange periode nog als bewijs kan dienen van een gebeurtenis. De indicatoren geven aan in welke mate de

karakteristiek authenticiteit wordt geborgd.

Tot slot is de vastlegging van de identiteit van archiefbescheiden een indicator voor de karakteristiek bruikbaarheid. Toch is er iets bijzonders aan de hand met karakteristiek

bruikbaarheid. Vanwege juridische of administratieve redenen moeten sommige

archiefbescheiden op den duur niet meer de karakteristiek bruikbaarheid bezitten. Deze archiefbescheiden moeten dan namelijk vernietigd worden in het proces van verwijderen in het archiveringsysteem.

De archiefbescheiden zouden bij voldoende borging van de karakteristieken al vanaf moment van opname in het archiveringsysteem, en nog ver daarna bewijs kunnen vormen van activiteiten van een organisatie. De werking van het archiveringsysteem kan in een ideale situatie daardoor verantwoording afleggen over gebeurtenissen. Echter houdt dit wel in dat de processen van het archiveringsysteem zodanig ingericht moeten zijn dat de karakteristieken worden geborgd. In het ideale systeem beschreven door Horsman (2009) lijkt dit dan ook te kunnen. Betrouwbaarheid wordt voornamelijk geborgd in het proces van opnemen en beschrijven (zie hiervoor de uitgebreide uitleg in paragraaf Betrouwbaarheid). Authenticiteit in het proces van opnemen, beschrijven en bewaren (zie hiervoor de uitgebreide uitleg in paragraaf Authenticiteit). Bruikbaarheid; beschrijven en verwijderen (zie hiervoor de uitgebreide uitleg in paragraaf Bruikbaarheid). De andere processen van het

archiveringsysteem zijn ook ondersteunend bij de borging van de indicatoren van deze karakteristieken. Denk hierbij aan waarderen en selecteren, wat weer samenhangt met het proces van verwijderen.

In dit onderzoek wordt er met name naar de processen opnemen, beschrijven, bewaren en vernietigen van het archiveringsysteem gekeken, die uit de literatuuronderzoek naar boven komen als bepalend voor de borging van de indicatoren bij archiefbescheiden. Deze processen van het archiveringsysteem borgen dus (mede) dat een organisatie verantwoording kan

afleggen over de handelingen van de organisatie, omdat de archiefbescheiden als bewijs kunnen dienen omdat de karakteristieken zijn geborgd. Met de gevonden indicatoren die aangeven of archiefbescheiden de karakteristieken authenticiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid bezitten kan concreet worden gekeken naar het archiveringsysteem van de gemeente Tilburg en de invloed van het systeem FAIR CARE op de kernwaarde van een archiveringsysteem als mede naar het doel van de gemeente Tilburg. Voordat overgegaan

(22)

wordt tot het beschrijven van de empirische resultaten, wordt eerst in de volgende paragrafen Blockchaintechniek beschreven. Het is essentieel om eerst door middel van literatuur de werking van Blockchain uit te leggen om de casus die wordt onderzocht te kunnen begrijpen.

Als aanvulling daarop wordt ook door middel van literatuur beschreven hoe Blockchain kan bijdragen aan archivering.

3.6 Blockchain

In voorgaande paragrafen zijn de karakteristieken die bij archiefbescheiden zouden moeten worden geborgd, zodat de archiefbescheiden bewijs van een activiteit kunnen dienen, uitvoerig behandeld. Het doel hiervan is dat de archiefbescheiden in het archiveringsysteem informatie kunnen bieden voor de herinnering en verantwoording van de handelingen van de organisatie (Horsman, 2009). In de komende paragrafen wordt gekeken hoe Blockchain hier een bijdrage aan zou kunnen leveren. Allereerst wordt in deze paragraaf de

Blockchaintechniek uitgelegd.

Blockchain is een decentrale database, die transacties faciliteert tussen partijen die niet weten of ze elkaar kunnen vertrouwen (Vermeend & Smit, 2017; Crosby et al., 2016;

Underwood, 2016). Blockchain is ontstaan ten tijde van de economische crisis van 2008. In deze crisis is het vertrouwen in banken en de overheid gedaald (Vermeend & Smit, 2017). In deze crisisomgeving is Blockchain ontstaan. Blockchain wordt niet beheerd door één partij, maar wordt beheerd door een heel netwerk van beheerders. De techniek biedt een methode om tot één waarheid te komen tussen de partijen (Crosby et al., 2016). Een Blockchain is een lange lijst van gekoppelde blokken die transacties bevatten.

Om Blockchaintechniek uit te leggen wordt er in dit onderzoek een publieke (voor iedereen toegankelijke) Blockchain gebruikt als voorbeeld bij de uitleg. Om deel te nemen aan een publieke Blockchain moet er door de deelnemer wallet-software worden gedownload (Swan, 2015). Hierbij wordt een publiek adres, een publieke sleutel en een privé sleutel gecreëerd (Vermeend & Smit, 2017; Crosby et al., 2016). Andere deelnemers van het netwerk kunnen de publieke sleutel gebruiken om transacties naar de deelnemer te sturen. Als

deelnemer A een transactie wil doen naar deelnemer B, dan vergrendelt deelnemer A de transactie met de publieke sleutel van deelnemer B. De ontvanger (deelnemer B) kan de transactie openen met zijn privé sleutel (Vermeend & Smit, 2017). Het is belangrijk dat deelnemer B zijn privé sleutel (een lange code) niet openbaar maakt, zodat andere deelnemers niet zijn transacties kunnen openen en het geld kunnen ontvangen (Vermeend & Smit, 2017).

Om de integriteit van de transactie te garanderen terwijl de transactie onderweg is,

(23)

wordt er gebruik gemaakt van hashing (Swan, 2015). De transactie wordt voor de verzending met een wiskundige formule omgezet in een korte code die bestaat uit cijfers en letters

(Vermeend & Smit, 2017). Als de transactie is ontvangen, wordt deze transactie opnieuw met dezelfde formule omgezet in een code. De twee codes worden met elkaar vergeleken en als er geen verschil is, dan is de transactie niet gemanipuleerd. Hashing werkt maar één kant op.

Data kunnen worden omgezet in codes, maar de codes kunnen niet worden omgezet in data (Vermeend & Smit, 2017; Crosby et al., 2016).

Blockchaintechniek biedt de mogelijkheid om consensus te vinden over de echtheid van transacties tussen partijen die elkaar niet vertrouwen (Underwood, 2016). Er moet consensus worden gevonden over de transacties voordat de transacties kunnen worden toegevoegd aan de decentrale database (Blockchain). Er zijn momenteel twee soorten consensusmechanismen die bij publieke Blockchaintoepassingen veel worden gebruikt. Het eerste mechanisme is proof of work (Vermeend & Smit, 2017). Bij het proof of work mechanisme willen verschillende deelnemers (ook wel miners genoemd) een blok met transacties toevoegen aan de Blockchain. Om het blok met transacties toe te voegen moet de miner moeilijke wiskundige puzzels oplossen. Dit kost veel werk en dus ook energie voor de miner. De miner die het eerste de puzzel oplost, mag een blok toevoegen aan de Blockchain.

De hoeveelheid werk die het kost om de puzzel op te lossen wordt beschouwd als bewijs dat de miner de waarheid in de Blockchain wil vastleggen. De miner krijgt dan ook uiteindelijk een financiële beloning voor zijn werk.

Het tweede consensusmechanisme is proof of stake. Dit mechanisme werkt op de investering van de deelnemers. Deelnemers moeten hun eigen geld investeren in de

Blockchain. Dus als deelnemers foute informatie proberen toe te voegen aan de Blockchain is dit voor de deelnemers zelf nadelig (Vermeend & Smit, 2017). Op deze wijze wordt er

aangenomen dat de deelnemer de waarheid aan de Blockchain wil toevoegen.

Bij beide systemen wil een miner een blok toevoegen. De transacties op het blok wordt nogmaals gecontroleerd. Als de meerderheid van het netwerk zegt dat de transacties kloppen, dan wordt het blok met de transacties toegevoegd aan de Blockchain. Alle deelnemers zijn in bezit van een kopie van de Blockchain(decentrale database). Elke

deelnemer controleert in zijn kopie of deze transacties daadwerkelijk kunnen plaatsvinden. De deelnemers krijgen een nieuwe kopie na toevoeging van het blok. De database wordt dus niet gesynchroniseerd. Doordat iedereen een kopie heeft, kunnen alle transacties door iedereen zelf worden gecontroleerd. Iemand die valse transacties zou willen toevoegen, moet meer dan de helft van de kopieën van de decentrale database in handen hebben. Het idee is; hoe groter

(24)

het netwerk van deelnemers, hoe lastiger het is om meer dan de helft van de database kopieën in handen te krijgen en te manipuleren.

Naast deze twee mechanismes bestaat er ook nog een ander mechanisme dat vaker wordt gebruikt bij Blockchain tussen organisaties (private Blockchain). Blockchain tussen organisaties is vaak niet openbaar en heeft enkele spelers. Het mechanisme dat bij private Blockchain vaak wordt gebruikt heet proof of authority. In een publieke Blockchain, zoals Bitcoin, kan iedereen een miner worden. Een mechanisme waarbij iedereen een miner mag worden, zoals bij proof of work, wordt ook wel een permissionless mechanisme genoemd (De Angelis et al., 2018). Proof of authority daarentegen is een zogeheten permissioned

mechanisme. Niet iedereen kan blokken toevoegen aan de Blockchain, maar slechts enkelen zijn daartoe geautoriseerd. Deze enkele miners worden authorities genoemd (De Angelis et al., 2018). De authorities zijn geïdentificeerd, dus niet anoniem, en worden door de

meerderheid van het netwerk als betrouwbare deelnemers beschouwd. De authorities voegen op een willekeurige volgorde blokken toe aan de Blockchain. Door deze willekeurigheid moet mogelijk bedrog van de transacties door één van de authorities worden voorkomen (De Angelis et al., 2018). Het is namelijk niet voor de authorities bekend welke data zij aan de Blockchain zullen toevoegen.

In alle varianten hebben de deelnemers inzicht in de data. Ze hebben namelijk zelf een kopie van de Blockchain. In de literatuur wordt er dan ook geschreven dat Blockchain

organisaties/de overheid transparant maken; iedereen kan meekijken (Steur, 2016; Swan, 2015). De data is dus beschikbaar. Transparantie ‘is het actief openbaar maken van informatie van of over een overheidsinstantie, waardoor externe partijen haar organisatie, interne

functioneren en prestaties kunnen waarnemen’ (Meijer et al., 2010, p. 6). Meijer et al. (2010) benadrukken daarbij wel dat transparantie niet gelijk staat aan verantwoording afleggen. Dus een Blockchain waarbij alle deelnemers inzicht hebben in de decentrale database is

transparant. Om daarnaast ook verantwoording af te kunnen leggen, moet deze transparante data ook betrouwbaar, authentiek en bruikbaar zijn. Tot dusver is uit de literatuurstudie niet gebleken dat Blockchain ervoor zorgt dat de data in de Blockchain deze karakteristieken bevatten. In de volgende paragraaf wordt beschreven of de data in Blockchain bijdraagt aan het borgen van deze karakteristieken.

Tot slot zijn er ook nog zogenoemde ‘smart contracts’. Smart contracts zijn net als gewone contracten overeenkomsten tussen partijen. Wat de contracten smart maakt, is dat ze door ingestelde protocollen zelf worden uitgevoerd. Als voorbeeld: Digitaal geld wordt autonoom toegewezen volgens vooraf gedefinieerde contractuele overeenkomsten (Sillaber &

(25)

Waltl, 2017). Soms wordt hierbij gebruik gemaakt van een orakel. Een orakel is data van een andere bron/database die geraadpleegd wordt door de Blockchain om de smart contracts uit te voeren. In onderstaand voorbeeld wordt een illustratie weergegeven hoe smart contracts kunnen werken en wat een orakel kan zijn.

De Blockchain is een lange keten aan blokken met transacties. Elk blok dat wordt geplaatst, kan niet meer worden verwijderd. Om transacties ongedaan te maken kan er enkel een nieuwe transactie worden toegevoegd, waarbij wordt aangehaald dat een eerdere

transactie niet meer geldig is. De blokken worden aan elkaar vastgezet door middel van hashing. Elk blok wordt ook door de hash-formule gehaald. Deze code wordt opgenomen in het volgende blok, waardoor de nieuwe blok wordt gekoppeld aan het voorgaande blok.

Mocht er een blok worden verwijderd, dan zou het opvallen dat de code niet meer klopt.

De Blockchain bestaat dus uit blokken met codes. Blockchain is daardoor moeilijk doorzoekbaar. Het heeft ook geen zoekfunctie van zichzelf. De meeste Blockchain

toepassingen bouwen een platform bovenop de Blockchain, zodat de Blockchain doorzoekbaar wordt en handiger is in gebruik (Vermeend & Smit, 2017).

In de bovenstaande paragraaf is de techniek Blockchain kort besproken. De techniek biedt een mogelijkheid om consensus te vinden over een transactie. Een transactie hoeft niet een geldelijke transactie te zijn, maar kan ook over archiefbescheiden gaan. In de volgende paragraaf wordt uitgelegd hoe Blockchain toegepast kan worden in een archiveringsysteem.

3.7 Blockchain archief

Lemieux (2017) beschrijft verschillende wijzen waarop Blockchain kan worden toegepast bij archivering. Deze wijzen noemt zij types. Er zijn drie types die door Lemieux (2017) worden onderscheiden, waarbij Blockchain wordt toegepast in of naast een al bestaand

archiveringsysteem.

Het eerste type heet het spiegel type. Op dit Blockchain type staan er geen

archiefbescheiden opgeslagen, maar wel de hash-codes en metadata van de archiefbescheiden

In een situatie waarbij een boer schade kan krijgen door droogte, kan de boer besluiten om een verzekering af te sluiten. De verzekering en boer komen overeen dat de boer geld uitgekeerd krijgt als het 5 dagen boven de 35 graden Celsius is. Dit wordt vastgelegd in een smart contract op een Blockchain. Om te constateren of het daadwerkelijk 5 dagen boven de 35 graden Celsius is, wordt er gebruik gemaakt van een onpartijdige bron. In dit geval gebruikt de verzekeraar en boer de website Buienrader.nl. Een dergelijke bron wordt ook wel een orakel genoemd. Op het moment dat Buienrader.nl 5 dagen achter elkaar de temperatuur boven de 35 graden aangeeft wordt door het ingevoerde smart contract automatisch geld overgemaakt naar de boer. Dit geeft de garantie dat de verzekeraar ook daadwerkelijk zijn afspraken nakomt.

(26)

(Lemieux, 2017; Galiev et al., 2018). De Blockchain loopt parallel naast de reguliere archief- database met de archiefbescheiden. Deze database is centraal (Lemieux, 2017). De database met de archiefbescheiden is de input die wordt gebruikt voor de Blockchain. Dus de

archiefbescheiden worden niet gecreëerd op de Blockchain en ook worden ze niet later toegevoegd aan de Blockchain.

Het spiegel type wordt voornamelijk gebruikt om de integriteit te kunnen controleren en draagt daarmee bij aan de authenticiteit van archiefbescheiden (Lemieux, 2017). Galiev et al. (2018) geven aan dat dit type Blockchainarchief gebruikt kan worden om de authenticiteit te borgen wanneer archiefbescheiden worden overgedragen naar het archief. Het is belangrijk dat de inhoud en structuur wordt behouden van archiefbescheiden, zodat de archiefbescheiden de activiteiten van een organisatie kunnen (ook in de toekomst) reconstrueren en daarmee als bewijs kunnen dienen van de activiteiten van een organisatie (Horsman, 2009).

Het borgen van de integriteit werkt als volgt; archiefbescheiden worden na

overbrenging nogmaals omgezet tot een hash-code en worden met de eerder vastgelegde code vergeleken. Hierdoor kan worden gecontroleerd of de inhoud van de archiefbescheiden zijn veranderd. Bij het spiegel type wordt vaak gezegd dat er gearchiveerd wordt op de Blockchain zelf. Dit klopt niet, want de digitale archiefbescheiden moeten naast de Blockchain worden gepreserveerd (Lemieux, 2017). Lemieux (2017) geeft dan ook aan dat het spiegel type niet veel verandert aan de archiveringsprocessen, maar dat er een extra tool bij komt die kan laten zien door middel van de hash-codes of de inhoud van het archiveringsysteem is veranderd.

Deze gegevens kunnen dan als metadata worden toegevoegd aan de archiefbescheiden, met de opname of in het proces van beschrijven.

De tweede manier om Blockchain te gebruiken voor archieven heet het digitale

archiefbescheiden type. Dit type heeft als doel dat de transacties op goede en geordende wijze worden uitgevoerd (Lemieux, 2017). In tegenstelling tot het voorgaande type heeft het

digitale archiefbescheidentype niet een expliciet doel, als borging van integriteit, of andere aspecten die archiefbescheiden tot bewijs van een activiteit maken.

Bij dit type worden de archiefbescheiden gecreëerd op de Blockchain (ook wel genoemd Blockchain born) door middel van smart contracten (Lemieux, 2017). De archiefbescheiden zijn eigenlijk het smart contract, de code. Lemieux (2017) geeft een belangrijke waarschuwing af over Blockchain born archiefbescheiden: Er bestaat nog geen jurisprudentie waaruit blijkt dat Blockchain born archiefbescheiden dienen als een geldig bewijs voor een overeenkomst. Lemieux (2017) uit hiermee haar twijfel over de waarde van Blockchain born archiefbescheiden als bewijs of verantwoording van een handeling of

(27)

activiteit van een organisatie.

In het digitale archiefbescheiden type hebben de archiefbescheiden een vorm die past in de Blockchain. Veel preserveringmethodes zijn gericht op één centrale autoriteit (Lemieux, 2017). Er is één vertrouwde partij die verantwoordelijk is voor de preservering van

archiefbescheiden. Lemieux (2017) benadrukt dat er geen preserveringmethodes bestaan waarbij meerdere partijen archiefbescheiden preserveren en geeft aan dat er nieuwe

preserveringmethodes moeten worden ontwikkeld, waarbij alle partijen verantwoordelijk zijn voor het preserveren de archiefbescheiden. Daarnaast geeft ze aan dat, door de

onduidelijkheid van wat de archiefbescheiden precies zijn, het uitdagender is om

archiefbescheiden los van elkaar te preserveren. De Blockchain is namelijk niet uit elkaar te halen en zou als een geheel gepreserveerd moeten worden (Lemieux, 2017).

Het digitale archiefbescheiden type zou het volledige archiveringsysteem van een organisatie zijn. Doordat alle archiefbescheiden in de Blockchain zijn gecreëerd, zijn ze ook meteen opgenomen in het archiveringsysteem. Het ordenen en verwijderen is bij Blockchain niet mogelijk. Ook het toekennen van meer metadata, het beschrijven, is niet mogelijk.

Daardoor bevat dit archief type niet alle processen die een archiveringsysteem volgens Horsman (2009) zou moeten bevatten. Het beschrijven en ordenen van archiefbescheiden zorgt ervoor dat archiefbescheiden begrepen, teruggevonden en daardoor optimaal benut kunnen worden (Horsman, 2009). Het verwijderen zorgt ervoor dat er geen overtollige archiefbescheiden zijn en de archiefbescheiden in het archiveringsysteem beheersbaar blijven (Horsman, 2009). Men kan zich dan ook afvragen of een digitale archiefbescheiden type informatie kan bieden, die garant staan voor de verantwoording of het bewijs van een handeling van een organisatie. Uit het bovenstaande blijkt dat het digitale archiefbescheiden type niet voldoet aan de eisen die Horsman (2009) stelt aan een archiveringsysteem, omdat de archiefbescheiden in dit type blijkbaar niet geordend en ook niet verwijderd kunnen worden.

Tot slot is er ook nog het zogenoemde tokenized type (Lemieux, 2017). Het tokenized type archief is een archief waarbij archiefbescheiden daadwerkelijk worden vastgelegd op de Blockchain. Bij dit type zijn archiefbescheiden niet enkel data of tekst. Bijvoorbeeld in het geval van landregistratie wordt bij dit type archiefsysteem het stuk land zelf

gedematerialiseerd tot een munt (coin). Zo kan het land via de Blockchain (als een transactie) van eigenaar wisselen. Dus van fysieke stukken worden er tokens gemaakt (Lemieux, 2017).

Het doel van dit Blockchain type is het zo snel mogelijk en ononderbroken kunnen uitvoeren van transacties (Lemieux, 2017). Ook dit type heeft niet een expliciet doel dat

archiefbescheiden betrouwbaar, authentiek of bruikbaar maakt. Een tokenized type

(28)

Blockchain archief geeft een andere betekenis aan het begrip archiefbescheiden.

Archiefbescheiden zijn dan niet alleen de transacties van activiteiten, maar ook de tokens zijn archiefbescheiden.

Bij het laatste type archiefsysteem wordt dus veel data op de Blockchain gearchiveerd.

Blockchain is zo gebouwd dat het door middel van consensusmechanismes eerst de toe te voegen data valideert, hetgeen enige tijd in beslag neemt. Hoe meer data er moet worden gecontroleerd, hoe langer dit proces duurt (Vermeend & Smit, 2017). Daarnaast kan in elke blok maar een beperkt aantal gegevens worden ingevoerd (Vermeend & Smit, 2017). Een blok in de chain is na een bepaalde hoeveelheid data vol. Dus het lijkt niet efficiënt om de archiefbescheiden daadwerkelijk op de Blockchain op te slaan.

3.8 Conclusie

Uit dit hoofdstuk is gebleken dat er enkele karakteristieken zijn, namelijk authenticiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid, die archiefbescheiden zouden moeten hebben, omdat archiefbescheiden dan als bewijs kunnen dienen van een activiteit van een organisatie.

Hiermee kan verantwoording worden afgelegd door de organisatie aan externe en interne belanghebbenden. Er is ook uit de bestudering van de literatuur naar voren gekomen dat er indicatoren zijn die aangeven in welke mate archiefbescheiden de karakteristieken bezitten die de kernwaarde van een archiveringsysteem zou moeten borgen. Daarop aansluitend is er gebleken dat enkele processen (opnemen, beschrijven, bewaren en vernietigen) zeer belangrijk zijn om de karakteristieken van de archiefbescheiden te kunnen borgen.

In het tweede gedeelte van het hoofdstuk is Blockchain uitgelegd. Tot slot is met behulp van literatuur beschreven hoe Blockchain kan werken bij archivering. Hieruit is naar voren gekomen dat alleen het spiegel type (Lemieux, 2017) toegevoegde waarde heeft voor het borgen van de indicatoren die aangeven in hoeverre archiefbescheiden authentiek zijn.

Met de gegevens over de indicatoren die aangeven in welke mate archiefbescheiden de karakteristieken authenticiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid bevatten en met de

processen die deze indicatoren zouden moeten borgen in een archiveringsysteem wordt naar de praktijksituatie van de Gemeente Tilburg en de pilot FAIR CARE gekeken in het volgende hoofdstuk.

(29)

4. Empirische resultaten

In dit deel van de scriptie worden de empirische resultaten van het onderzoek besproken. Het eerste gedeelte zal beschrijvend van aard zijn. Er wordt in eerste instantie beschreven hoe FAIR CARE precies voor de gemeente Tilburg werkt (paragrafen 4.1 en 4.2). In het tweede gedeelte van dit hoofdstuk wordt de indicatoren van karakteristieken van archiefbescheiden die maken dat een archiveringsysteem verantwoording afleggen, die gevonden zijn in de literatuurstudie, gebruikt om te kijken op welke wijze FAIR CARE al dan niet bijdraagt aan de kernwaarde van een archiveringsysteem (paragraaf 4.3). In de volgende paragraaf wordt allereerst gekeken welke aanleiding er was om de pilot te starten en welke doelen de gemeente Tilburg had voor de FAIR CARE pilot.

4.1 Start van de FAIR CARE pilot

In deze paragraaf worden de resultaten besproken die antwoord geven op de volgende

deelvraag: ‘Welk(e) doel(en) had de gemeente Tilburg voor het project FAIR CARE?’. In deze paragraaf wordt de aanleiding van de pilot behandeld en worden de verschillende doelen van alle partijen die betrokken zijn bij FAIR CARE beschreven, waardoor uiteindelijk het doel of de doelen van de gemeente Tilburg voor het project FAIR CARE duidelijk worden. Hierdoor kan er uiteindelijk worden geanalyseerd hoe deze doelen zich verhouden tot het kunnen afleggen van verantwoording over activiteiten, zoals de ideale werking van een

archiveringsysteem van het model van Horsman (2009) zou kunnen bewerkstelligen.

Het Openbaar Ministerie (verder: OM) stelt vast dat er miljoenenfraude wordt gepleegd met zorggeld (Van der Heijden, 2020). De Vereniging Nederlandse Gemeenten (verder: VNG) reageerde in 2017 op deze bevindingen van het OM. De VNG is de

overkoepelende landelijke belangenorganisatie van gemeenten. De VNG schakelde de hulp in van een bedrijf, genaamd Horizon, dat een systeem kon bieden om de fraude aan te pakken (Van der Heijden, 2020). Dit systeem bevatte een Blockchaintoepassing en heet FAIR CARE.

Toch is aanpak van fraude met zorggeld volgens de geïnterviewde medewerker van gemeente Tilburg niet de aanleiding voor de start met de pilot FAIR CARE in gemeente Tilburg

(interview, 14 mei 2020).

De pilot is pas begonnen toen de thuiszorgorganisaties zelf aangaven gebruik te willen maken van het systeem (interview medewerker gemeente Tilburg, 14 mei 2020). De

thuisorganisaties zijn niet geïnterviewd, maar zowel de geïnterviewde medewerker van de gemeente Tilburg (interview, 14 mei 2020) als de geïnterviewde medewerker van het bedrijf

(30)

Horizon (interview, 14 mei 2020) geven aan dat de administratieve rompslomp en vele handmatige handelingen voor voornamelijk de thuiszorgorganisaties de grootste aanleiding is waarom dit project is omarmd door de thuiszorgorganisaties. De grootste aanbieder van thuiszorg in de gemeente Tilburg, Actief Zorg, wilde deze pilot starten met als doel de administratieve lasten te verlichten binnen de eigen organisatie (interview medewerker gemeente Tilburg, 14 mei 2020). Toen de grootste thuiszorgorganisatie van de gemeente Tilburg had aangegeven te willen starten met deze pilot, besloot gemeente Tilburg alsnog mee te doen, omdat er (weliswaar om andere redenen) nu ook een draagvlak voor een nieuw systeem bij de thuiszorgorganisatie was (interview medewerker gemeente Tilburg, 14 mei 2020). Dit was dan ook de aanleiding van de gemeente Tilburg om de pilot te starten.

De medewerker van de gemeente Tilburg geeft aan dat de gemeente Tilburg met een ander doel dan de thuiszorgorganisaties de pilot is gestart (interview medewerker gemeente Tilburg, 14 mei 2020). De gemeente Tilburg wilde met het FAIR CARE systeem informatie verkrijgen, waarmee zij de geleverde prestaties van thuiszorgorganisaties kon beoordelen.

Door de beoordeling van de geleverde prestaties van de thuiszorgorganisaties kan de gemeente Tilburg de uitbetalingen aan de thuiszorgorganisaties verantwoorden (interview medewerker gemeente Tilburg, 14 mei 2020). Hieruit zou kunnen worden opgemaakt dat gemeente Tilburg verantwoording wil kunnen afleggen over haar eigen handelen (uitbetalen aan thuiszorgorganisaties).

In het empirisch onderzoek zijn er ook documenten bestudeerd. Eén daarvan is het niet openbare, interne document van de gemeente Tilburg genaamd ‘Voorstel gemeente Tilburg’

dat is opgesteld door Horizon (2019). Het document bevat een volledige uitleg van het FAIR CARE systeem en geeft ook inzicht in het doel van het systeem volgens het bedrijf Horizon (2019). Het document wordt gebruikt door de gemeente Tilburg, maar is opgesteld door Horizon, omdat Horizon Blockchain en het FAIR CARE systeem introduceert en de werking uitlegt voor de gemeente Tilburg. In het document ‘Voorstel gemeente Tilburg’ (Horizon, 2019) wordt aangegeven dat FAIR CARE als doel heeft: meer transparantie tussen de gemeente Tilburg en de thuiszorgorganisaties over de activiteiten van de

thuiszorgorganisaties. Daarbij wordt genoemd dat het inzicht in data voor beide partijen moet leiden tot transparantie (Horizon, 2019). In het document (Horizon, 2019) staat dus een ander doel dan de medewerker van de gemeente Tilburg in eerste instantie aangaf (interview, 14 mei 2020). Hij gaf aan dat het FAIR CARE systeem als doel heeft om de geleverde prestaties van thuiszorgorganisaties te kunnen inzien en te kunnen beoordelen om vervolgens te

verantwoorden waarom de thuiszorgorganisaties betaald zijn. In het interne document

(31)

‘Horizon internet technologies’ (2020) wordt de werking van FAIR CARE ook kort uitgelegd, daarin staat net zoals in het andere document (Horizon, 2019) dat transparantie het doel is van FAIR CARE.

Uit het onderzoek is tot dusver gebleken dat er twee doelen zijn gevonden voor de FAIR CARE pilot, één vanuit het interview met de medewerker van de gemeente Tilburg (14 mei 2020) en één vanuit twee interne documenten (Horizon, 2019; Horizon, 2020). Het doel waarmee de leverancier komt (transparantie) is niet gelijk aan het doel

(inzicht/verantwoording) van de gemeente Tilburg. In de literatuurstudie is overigens ook gebleken dat transparantie en verantwoording niet hetzelfde zijn. Transparantie is

noodzakelijk om verantwoording te kunnen afleggen, maar daarvoor is meer nodig. Ook een goede borging van andere karakteristieken van archiefbescheiden, zoals de authenticiteit, de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid zijn van belang. In de volgende paragraaf wordt uitleg gegeven over de situatie voorafgaand aan de pilot met het FAIR CARE systeem. Daarna wordt beschreven hoe FAIR CARE in de gemeente Tilburg werkt.

4.2 FAIR CARE in gemeente Tilburg

In deze paragraaf wordt er specifiek gekeken naar FAIR CARE in de gemeente Tilburg. Er wordt gedeeltelijk antwoord gegeven op de deelvraag: ‘Hoe kan Blockchain worden toegepast bij archivering en in welke mate kan er door de Blockchaintoepassing verantwoording

worden afgelegd over activiteiten van de gemeente Tilburg?’ Deze paragraaf behandelt de specifieke Blockchaintoepassing van het FAIR CARE project in de gemeente Tilburg. In paragraaf 4.3 wordt het tweede gedeelte van deze deelvraag over hoe de werking zich verhoudt tot verantwoording afleggen behandeld.

Om uitleg te kunnen geven over het FAIR CARE project, wordt eerst besproken hoe in grote lijnen thuiszorg werd geregeld in de gemeente Tilburg voor de pilot en wordt er een afbakening gemaakt van het archiveringsysteem van de gemeente Tilburg. Hiervoor is gekozen, zodat het administratieve proces rondom het leveren van thuiszorg aan inwoners duidelijk is en daarbij duidelijker de verschillen tussen de werking van het oude proces en de nieuwe werking met de FAIR CARE pilot kunnen worden weergegeven.

4.2.1 Oud proces

In de gemeente Tilburg zijn er inwoners die ondersteuning nodig hebben om zelfstanding thuis te kunnen blijven wonen. Deze inwoners hebben hulp nodig van een

Figure

Updating...

References

Related subjects :