Begrijp Je Chronische Stress!?

Hele tekst

(1)

Begrijp Je Chronische Stress!?

Payodhi van der Graaff

Wanneer je persoonlijke basisstress chronisch te hoog is en het je gezondheid ondermijnt

Met zelfhulpvragen en oefeningen om oplossingen te ervaren Boekje ter gelegenheid van 15 jaar InnerlijkKindWerk met Payodhi

(2)

Uitgever: Beats in the Now

Datum: 27 maart 2021

Copyright ©Bodhi Payodhi 2020

(3)

Inhoud

Beste lezer, ... 4

Niemand is 100% gezond ... 6

Ons brein als poffertjespan ... 8

Onze energie beweegt in een ‘container’ ... 12

Onze persoonlijke basisstress (PBS) ... 15

Wat als ons aanpassingsvermogen wordt overvraagd ... 25

Chronische stress: onze container raakt blijvend vernauwd ... 30

Ondermijning van onze lichamelijke en psychische gezondheid ... 35

Ons innerlijk kind: oude gedachten, gevoelens en gedrag in het nu ... 39

De biologie van ons innerlijk kind ... 45

Hallo, Ego ... 49

Chronische stress aanpakken door ons innerlijk kind te kalmeren ... 55

Ego, bedankt! ... 61

Van controle naar verantwoordelijkheid ... 64

Over Payodhi ... 66

Woord van dank ... 68

Innerlijk kind literatuur ... 69

Achterflap ... 71

(4)

Beste lezer,

Bedankt voor het downloaden van mijn boekje. Als innerlijk kindtherapeut help ik mensen bij het opruimen van oude negatieve stresslagen en het dieper ontspannen. Het is een voorrecht om mensen te begeleiden naar hun authentieke zelf, zoals ze ooit aan het leven begonnen. Dit werk inspireert mij dermate dat ik mijn ontdekkingen, inzichten en ervaringen van de afgelopen 15 jaar hier wil delen in dit boekje.

Ik wil er ook aan bijdragen dat de benadering van het innerlijk kind bij gezondheidsproblemen een meer reguliere plek gaat krijgen in het zorgaanbod. Heb je last van chronische stress, dan nodig ik je uit om in dit boekje te checken hoe het ‘innerlijk kind’ je kan helpen om je chronische stress structureel te verminderen. Onverwerkte negatieve gedachten, gevoelens en gedrag uit onze kindertijd zijn een negatieve laag diep in onze persoonlijkheid gaan vormen. In de loop van jaren heeft dat onze mogelijkheden ernstig ingeperkt. Een laag van spanningen waarin we korter of langer kunnen blijven steken. Spanningen die decennialang onverwerkt zijn gebleven. Voor mij was het werken met mijn innerlijk kind centraal in het structureel reduceren van de spanningen in mijn lichaam en geest.

Mijn spanningen kwamen maar deels door de actuele situatie. Vaker kwam het van een opeenstapeling van oudere onrust en spanningen. Mijn opvoeding had daar een grote basis voor gelegd. Stress die dus dieper in mijn systeem zat. Als kind had ik me vaak aangepast aan de regels van mijn omgeving, om te overleven, om er bij te horen. Bijvoorbeeld door te pleasen, de schuld op me te nemen, te gaan presteren of mezelf weg te cijferen. Deze vroege aanpassingen konden uitgroeien tot een uitputtend geploeter om te voldoen. Geploeter dat steeds minder het gewenste effect opleverde, namelijk me geliefd voelen. Dit noem ik ook wel ‘ploeterinflatie’.

Wat maakte dat mijn geploeter gaandeweg steeds minder opleverde?

Ik raakte steeds vermoeider door mij maar aan te passen aan ‘andermans’

regels en verwachtingen. Maar ook het leven daagde mij uit om niet alleen maar in de overlevingsstand te blijven staan, hoe comfortabel of veilig dit

(5)

soms ook leek. Ik wilde ook zijn wie ik zèlf ben en stoppen me als een verlengstuk van anderen te gedragen.

Toen ik door teveel stress voor de zoveelste maal tegen mezelf aanliep, besloot ik mezelf eens beter te leren kennen. Het innerlijk kind was voor mij de manier om dat te doen. Mijn jonge authentieke zelf was helemaal ondergesneeuwd geraakt onder lagen van gekwetstheid en mijn

verdediging tegen kwetsing. Met mijn innerlijk kind kon ik voorbij de stresssymptomen kijken en naar de wortel van mijn klachten gaan. Ik begon me structureler te ontspannen, niet alleen maar tijdelijk.

Ik ben voor de benadering van het innerlijk kind gevallen, omdat ik het een hele veilige en liefdevolle aanpak vind. Door me veilig te voelen kon ik mijn afweermechanismen geleidelijk opgeven en op een innerlijke reis gaan.

Onderweg stuitend op allerlei schatten die in mij lagen te wachten om ontdekt te worden.

Ik bedank je voor je aandacht en nodig je uit om in mijn ontdekkingen en inzichten te delen. Ik wens dat dit boekje een steun is voor mensen die op zoek zijn naar diepere ontspanning en verdere zelfontplooiing.

Payodhi van der Graaff Leeuwarden, november 2020

(6)

Niemand is 100% gezond

We hebben allemaal wel eens spanningen of met een of ander drama te maken. We hebben allemaal wel dingen waarmee we niet graag te koop lopen. Iedereen heeft wel vanuit vroegere angst en onzekerheid een vorm van overlevingsgedrag ontwikkeld. De percentages van mensen met langdurende lichamelijke, psychische of gedragsmatige klachten lijken dat beeld eerder te bevestigen dan te ontkennen. Het is ook menselijk om ergens in te haperen. We zijn geen

gestroomlijnde machines, maar levende organismen die vanuit een natuurlijke aanleg opgroeien door wat we aangeboden krijgen.

We kunnen alleen bepalen wat eraan

‘mankeert’ door dit af te zetten tegen wat in de hedendaagse psychologie wordt beschouwd als een gezonde persoonsontwikkeling, vanaf de conceptie tot en met de dood. Een gezonde persoonsvorming komt tot stand door een positieve score op de volgende elementen.

Om te beginnen telt een gezonde en

veilige prenatale fase sterk mee: een conceptie die ontspannen en liefdevol verliep en een zwangerschap waarin we ons als vrucht op een ongestoorde en natuurlijke manier konden ontwikkelen. Na de heftigheid van de geboorte kunnen we als baby’tje een veilige hechting ervaren en een gevoel van vertrouwen in onze omgeving ontwikkelen. Daarnaast hanteren onze ouders of verzorgers een warme stimulerende opvoedstijl. Weer wat later ervaren we autonomie over onszelf (nee zeggen) en ons lichaam (zindelijkheid), zonder daarin te worden afgekeurd of gestraft. Weer later ervaren we dat we dingen naar onze hand kunnen zetten door initiatief te nemen. Als schoolkind komen we tot belangrijke leerprestaties en voelen we ons geaccepteerd door leeftijdsgenoten. Als puber experimenteren we om onze identiteit uit te vinden en als jongvolwassene leren we om intieme

Door af te spreken wat we een gezonde persoonsontwikkeling

vinden, kunnen we beter vaststellen

wanneer een ontwikkeling ongezond wordt. Want

bijsturen is dan nodig

èn mogelijk.

(7)

relaties aan te gaan. Op middelbare leeftijd leren we om onze focus te richten op de zorg buiten onszelf, zoals een gezin, de gemeenschap of volgende generaties. Als senior kunnen we met voldoening en integriteit terugkijken op een compleet leven.

Deze algemeen aanvaarde ontwikkelingsfasen1 (zie ook blz. 19) dragen volgens de gangbare psychologie bij aan onze persoonsvorming. Het is niet te verwachten dat er mensen bestaan die 100% gezond scoren in al deze ontwikkelingsfasen. Het lijkt reëler dat ieder meer of minder scoort in elke fase. Dat maakt ons allemaal verschillend in persoonlijkheid en eventuele gezondheidsklachten. Een minder gezonde ontwikkelingsfase zal meer angst en onzekerheid (lees: stress) voor ons opleveren. Vroege onverwerkte stress beïnvloedt onze latere persoonsvorming en vestigt zich in onze gedachten, gevoelens en gedrag. Onverwerkte stress mondt op de langere duur uit in chronische stress, disfunctioneel hoge stress, wat kan leiden tot lichamelijke, psychische en/of gedragsmatige klachten die onze gezondheid serieus ondermijnen.

Innerlijk kindwerk richt zich op het bijsturen van een haperende

persoonsontwikkeling naar een meer gezonde voortzetting van het leven.

Het helen van ons innerlijk kind maakt ons meer liefdevol, vertrouwend, betrouwbaar, creatief, humorvol, spontaan en zelfverzekerd. We worden productiever en ondernemender terwijl we onze beperkingen beter kunnen accepteren. We leven meer met de voet op het gaspedaal dan op de rem, gaan opgewekter om met weerstand, zijn sociaal stabieler, geïnteresseerd en geïnspireerd. We voelen ons vrij om onze mogelijkheden verder te ontwikkelen. Dat noemde Maslow zelfactualiserende persoonlijkheden.

Onze hersenen zijn tot op hoge leeftijd ‘kneedbaar’ (plastisch). We kunnen omschakelen naar bijvoorbeeld een gezonder lichamelijk en psychisch leven.

We kunnen ook ons gedrag veranderen. Het helen van ons innerlijk kind, onze oude gedachten, gevoelens en gedrag, kan nog altijd. Daarom ben ik in therapieland gebleven en heb er mijn werk van gemaakt.

1In dit boekje baseer ik mij, naast eigen studie en ervaring, ook op recente psychosociale literatuur bijeengebracht in het boek ‘Psychologie, een inleiding’ (7e editie, 2013), uitgeverij Pearson, redactie: Philip G. Zimbardo.

(8)

Ons brein als poffertjespan

De manier waarop we dingen begrijpen, bepaalt ons gedrag. Mensen reageren verschillend op iemand die met hen van mening verschilt. De een ziet het bijvoorbeeld als een signaal om eens lekker de degens te kruisen.

De ander ervaart het meningsverschil vooral als kritiek, afkeuring of afwijzing. Als we ergens moeite mee hebben, dan gaat dat eigenlijk over hoe we ergens tegenaan kijken, hoe we het aangebodene ‘be-grijpen’, in de greep proberen te krijgen.

De Duitse filosoof Immanuel Kant vergeleek ons brein eens met een poffertjespan. Als de werkelijkheid het deeg

is dan kunnen we daar met onze pan slechts afdrukjes, poffertjes van bakken. Het hele deeg kunnen we niet kennen, alleen wat we ervan bakken. Ons baksel staat dan voor ons begrip van de werkelijkheid. Ons begrijpende brein is altijd maar selectief. Het is maar welke unieke ervaringen hun kuiltjes in onze hersenpan hebben ingeprent en daarmee maken we altijd maar een selectief aantal poffertjes uit het grote geheel van de werkelijkheid. Deze metafoor van de

poffertjespan is nog steeds heel geschikt om de werking van ons brein op een beeldende maar adequate op te helderen.

Conditionering door natuur en cultuur

Eén enkele ervaring hoeft nog geen kuiltje in onze poffertjespan achter te laten. Het kan wel, maar dan hebben we het meestal over iets traumatisch.

Maar vaker ontstaat er pas een vaster omlijnd begrip, een kuiltje, wanneer bepaalde gebeurtenissen en onze beleving ervan steeds weer samen optreden. Zo bundelen we waarnemingen (onze perceptie) gaandeweg tot een begrip, een concept (een kuiltje in onze poffertjespan). Dit proces van herhaalde ervaring leidt tot conditionering van ons brein.

(9)

Wij zijn geconditioneerd geraakt door Moeder Natuur (lees: evolutie). In onze hersenen zijn in miljoenen jaren van evolutie allerlei basisprogramma’s ingebakken geraakt. Die vergroten onze kans op overleving en zijn bij de geboorte meekomen. Denk bijvoorbeeld aan de reflex van een baby om zijn ogen te beschermen tegen te fel licht, de reflex om zijn adem in te houden onder water, zijn grijpreflex en zuigreflex. Andere voorbeelden zijn de aangeboren vaardigheid om voedsel te vinden, contact te leggen en gevaarlijke situaties (vuur, hoogtes, gevaarlijke dieren) te vermijden. Deze conditionering is vastgelegd in onze genen en vormt onderdeel van onze

‘aanleg’.

Daarnaast leven wij in een omgeving waar we met onze aanleg allerlei indrukken opdoen. Indrukken die we door herhaling in de loop van de tijd verwerken tot begrippen in onze hersenen, kuiltjes in onze poffertjespan.

Wij worden dus ook geconditioneerd door onze omgeving, de cultuur, zoals onze opvoeders, woonomgeving, familie, school, etcetera. Cultuur in de letterlijke betekenis van voedingsbodem waarin het zaadje van ons leven werd geplant.

Ons begrijpen is ‘ingrijpend’ te noemen, want ons begrip doet ‘maar’ een greep uit de realiteit. Ten eerste heeft onze poffertjespan maar een beperkt aantal kuiltjes. We zullen dus ook niet altijd alles kunnen begrijpen. Ten tweede

ontwikkelen we via onze unieke combinatie van aanleg en omgeving onze eigen unieke kuiltjes (ons begrip van de realiteit). Ieder van ons is in aanleg net iets anders dan de ander en ervaart de realiteit dus net iets anders. En ten derde, uit alle prikkels die onze zintuigen registreren (zo’n 3600 prikkels per minuut) verzamelen we maar ongeveer 20 brokjes informatie die voor ons relevant lijken om te onthouden. Ons werkgeheugen kan maar een

Wanneer bepaalde gebeurtenissen en onze

beleving ervan steeds samen optreden, dan

vormt er zich een netwerkje in onze hersenen, een begrip,

een kuiltje in onze poffertjespan. En hoe

we iets begrijpen bepaalt weer ons

gedrag.

(10)

beperkte hoeveelheid informatie opslaan in ons langere termijn geheugen.

De meeste prikkels worden door ons werkgeheugen dus weer geloosd, anders zouden we doldraaien van de indrukken. We laten dus ook net weer iets anders weg dan een ander. Het selectieve karakter van de kuiltjes in onze poffertjespan betekent ook dat we onbewust allerlei goeds kunnen mislopen dat voedend en helend kan zijn, gewoon omdat we het niet meegekregen hebben vanuit onze aanleg en/of omgeving.

Als ons brein bijvoorbeeld is gevormd door vroege negatieve ervaringen, zoals verwaarlozing of misbruik, dan blijven we vanuit dat negatieve begrip vaak decennialang poffertjes bakken. Als

kind zullen we zelfs bevestiging van het negatieve patroon gaan zoeken, vanuit een instinct om loyaal te zijn aan onze opvoeders. Ik denk hierbij niet alleen aan vaders en moeders, maar ook aan andere opvoedende partijen als oudere broers of zussen, ooms, tantes, stiefouders, juffen, meesters, leraren, dominees, priesters, etcetera.

Blauwdrukervaringen

Ons innerlijk kind staat dus voor vroege en meestal negatief geladen kuiltjes in onze poffertjespan, waarmee we nog steeds iets aan het bakken zijn. Om chronische stress structureel te verminderen gaan we kijken naar de ervaringen die extra diepe kuiltjes in onze poffertjespan hebben

gedrukt, zogeheten blauwdrukervaringen. Dat zijn ook ervaringen die later nog voor problemen hebben gezorgd.

Een

blauwdrukervaring geeft een extra diep

kuiltje in onze poffertjespan.

Vragen

Kun je een blauwdrukervaring, inprenting, bedenken uit je vroege jeugd, die jouw begrip van de wereld sterk heeft beïnvloed?

Werden deze inprentingen later bevestigd en versterkt?

Op wat voor gelegenheden gebeurde dat vooral?

(11)

Hoewel we een genetische gevoeligheid kunnen hebben voor bepaalde situaties in het leven, betekent dat niet dat die gevoeligheid zich ook zal uitontwikkelen. Dat hangt ervan af of we er ook op getriggerd worden door onze omgeving. Gegeven onze aanleg hangt veel stress af van de soort inprenting door opvoeders en leefomgeving. Door deze twee ontstaat het grootste deel van ons innerlijk kind. Als we helder krijgen welke inperkende kuiltjes ons gevangen houden in oude gedachten, oude gevoelens en oud gedrag, dan openen we daarmee ook de weg om die inperkingen te gaan verruimen naar nieuwe, gezondere denk-, voel- en gedragspatronen.

Hersenonderzoek laat zien dat ons brein, onze poffertjespan, tot op hoge leeftijd plastisch, ofwel veranderbaar blijft. Oude kuiltjes kunnen vervagen, nieuwe kuiltjes kunnen worden aangebracht. We zijn dus niet ‘eenmaal zo’, maar we zijn ‘op dit moment zo’. We kunnen ons altijd verder ontwikkelen.

Ons brein vormt zich steeds naar wat het aan prikkels aangeboden krijgt.

Het vormt zich in zekere zin ook naar wat het niet aangeboden krijgt. Dan ontwikkelt iets zich niet of nauwelijks. Het is dus voor te stellen wat een schade het aanricht in een kinderbrein, wanneer het lichamelijk, emotioneel of sociaal zwaar verwaarloosd word. Dus wanneer we die vormende en voedende ervaringen niet meekrijgen. Het hoofdstuk over de biologie van het innerlijk kind gaat hier verder op in.

Innerlijk kindwerk staat ons toe om ruimte te maken voor het binnenlaten van nieuwe positievere ervaringen. Zo veranderen we aan de wortel ons oude begrip naar een nieuw begrip, oude gevoelens naar nieuwe gevoelens, oude gedrag naar nieuw gedrag. Want het kan nog steeds!

(12)

Onze energie beweegt in een ‘container’

De kuiltjes in onze poffertjespan bepalen hoe we iets ervaren en begrijpen.

Het bepaalt dus bijvoorbeeld ook hoeveel ruimte we ervaren van moment tot moment. Ik introduceer hier het begrip ‘container’. Onze container zie ik als de natuurlijke ruimte waarin onze energie zich kan bewegen. Ons begrip stuurt via zenuwprikkels en hormonen ons gedrag aan. Dus wanneer we iets als positief of negatief begrijpen, bepaalt dat ook hoe ruim of krap onze container wordt. Hoe ruimer onze container, hoe meer ontspannen we zijn. We ervaren dan meer keuzevrijheid, ontwikkelen meer acceptatie en kunnen aan dingen beter een plek geven.

In een ontspannen situatie, waarin ons brein niet alert of gealarmeerd hoeft te zijn, dijt onze container

in principe uit naar zijn natuurlijke ruime omvang. De tekening van de Vitruviusman van Leonardo da Vinci verbeeldt mooi wat ik met een ontspannen container bedoel: zo wijd als gespreide armen. Onze energetische ruimte is in ontspannen toestand dus niet beperkt tot ons lichaam, laat staan alleen tot ons hoofd. We zitten dan goed in ons vel en kunnen in onze container in principe aan alles een plek geven.

Er heerst geen stress. We ervaren genoeg ruimte voor onze energie om in actie te komen en weer te bedaren. Het volgende hoofdstuk laat zien wat er met onze container gebeurt onder chronische stress. Hier richten we ons op de natuurlijke ontspannen toestand van onze container.

Gaspedaal en rempedaal

Een ontspannen mindset staat toe dat onze container uitdijt naar zijn natuurlijke omvang. Dan hebben we om te beginnen genoeg ruimte voor de voortdurende cyclus van activeren en deactiveren door het autonome

(13)

zenuwstelsel. De hele dag en nacht doet dit deel van ons zenuwstelsel zijn werk. Het zogeheten sympathische deel van ons autonome zenuwstelsel activeert onze energie en fungeert als een soort gaspedaal. Bijvoorbeeld om op te staan en iets te doen. Het activeert de hartslag, de bloeddruk, de ademhaling en de spieren. Het parasympathische deel van ons autonome zenuwstelsel richt zich op het deactiveren van onze energie en fungeert als een soort rempedaal. Bijvoorbeeld door het verlagen van de hartslag, bloeddruk, ademhaling en spieren. We komen weer tot rust.

Deze cyclus kabbelt autonoom voort in onze container, dat wil zeggen buiten onze willekeur om. Denk hier bijvoorbeeld ook aan het dag- en nachtritme, onze lichaamstemperatuur of de spijsvertering.

Alarmfase

In dezelfde ontspannen mindset hebben we ruimte over om te reageren op iets wat we als onveilig of belastend ervaren, iets dat onze container indrukt. Dan geeft het sympathische zenuwstelsel extra gas. Onze energie wordt extra geactiveerd. Het systeem brengt ons even in een alarmfase om ons klaar te maken om te ‘vechten’ of te ‘vluchten’. Die alarmfase is dus wat aanvoelt als stress. Stress als een natuurlijk fenomeen: het is eigenlijk niet meer dan een tijdelijk surplus aan energie binnen onze container.

Tijdelijk, want als we onze energie kunnen laten ‘uitrazen’, weerstand bieden om de stressor te neutraliseren, dan kunnen we daarna ook weer

‘uitrusten’.

(14)

Uitrazen en uitrusten

In een gezonde situatie hebben we de ruimte om onze gealarmeerde energie te laten uitrazen in een

natuurlijke vecht- of vluchtreactie (piek).

Denk bijvoorbeeld hoe we met een boze reactie (vechtimpuls) aan iemand onze grens aangeven of hoe we aan de kant spring voor een naderende auto (vluchtimpuls). Onze container is vervolgens ook ruim genoeg om ons systeem daarna even weer te laten uitrusten (dal), voordat het weer terugkeert naar het kabbelende autonome basispatroon. Dit is een gezonde situatie.

Het leven in een staat van ontspanning is deels misschien een kwestie van aanleg, maar vooral ook van het aanleren van ontspanningstechnieken of het afleren om steeds van streek te raken.

Het volgende hoofdstuk laat zien dat we

bij chronische stress niet meer de ruimte hebben om uit te razen en uit te rusten. We ervaren dan permanent de druk van een vernauwde container.

Centraal in dit boekje staat hoe we onze aanhoudende stress kunnen verminderen door onze container te leren verruimen via het ontspannen van ons innerlijk (verkrampte) kind.

Onze energie beweegt in een container.

Wanneer de grenzen van onze container worden uitgedaagd door een stressor, dan

ervaren we stress, maar we hebben van nature genoeg ruimte

om de stressor te weerstaan en weer tot ontspanning te komen.

Oefening

Hoe wijd of nauw voelt je container aan op dit moment? Gebruik je handen om de ruimte om je heen eens af te tasten.

(15)

Onze persoonlijke basisstress (PBS)

Bij het begrijpen van stressklachten introduceer ik het begrip ‘persoonlijke basisstress’, PBS. Dit is een optelsom van laagjes in onze persoonsvorming, waar we bij ons opgroeien minder gezond uit te voorschijn zijn gekomen.

Onze basisstress komt per laagje tot stand in het spanningsveld van enerzijds onze genetische aanleg en anderzijds de invloeden uit onze omgeving, zoals opvoeding en interactie met de wijdere omgeving waarin we opgroeiden. Deze stress vormt als het ware de basis vanwaaruit we met de uitdagingen van volgende laagjes moeten omgegaan.

Wij maken als mens vanaf de conceptie via geboorte en opgroeien naar ouder worden en sterven een enorme ontwikkeling door, zowel lichamelijk als psychosociaal. Onze persoonsontwikkeling beweegt zich voort tussen onze genetische aanleg en wat we als kind vanuit onze directe en wijdere omgeving aan prikkels aangeboden kregen. De volgende fasen in onze persoonsontwikkeling vormen belangrijke lagen waarmee we onze persoonlijke basisstress opbouwen:

• Genetische aanleg / Temperament

• Prenatale omgeving

• Geboortestress

• Psychosociale ontwikkeling

• Hechtingsstijl

• Opvoedstijl / Familiecultuur

• Verdere omgevingsfactoren

In alle lagen van onze persoonsontwikkeling kunnen blauwdrukmomenten voorkomen die dan kuiltjes in onze poffertjespan drukken en kunnen leiden tot het ontstaan van een stukje innerlijk (gestrest) kind.

(16)

Genetische aanleg / Temperament

Ons temperament is een onderdeeltje van ons karakter en is aangeboren.

Temperament is het relatief stabiele patroon vanwaaruit we op stimuli reageren. Er worden doorgaans twee opvallende basistypen temperament genoemd: extravert (lees: moedig) en introvert (lees: verlegen). Het betreft hier geen waardeoordelen. Het ene kind heeft vanaf de geboorte een meer zelfverzekerde, moedige inborst en het andere kind een meer onzekere, verlegen inborst. Beide temperamenten hebben voor- en nadelen. Als moedig kind zullen we ons misschien

minder snel gefrustreerd voelen bij tegenstand, maar ontwikkelen we onder autoritaire ouders misschien wel sneller asociaal gedrag (dat durven we dan). Als verlegen kind weten we ons misschien minder goed staande te houden, maar zijn wellicht weer beter in voelen en zijn creatiever. In ieder geval legt ons temperament een belangrijke basis voor de mate waarin we ontspanning of stress zullen ervaren in onze verdere

persoonsontwikkeling.

Er vallen natuurlijk nog veel meer persoonseigenschappen onder onze genetische aanleg, teveel om hier op te noemen. Denk bijvoorbeeld aan de pijngrens, de seksuele geaardheid,

gevoeligheid voor verslavingen en voor lichamelijke en/of psychische aandoeningen of talenten om ergens in uit te blinken (muziek, sport, etcetera). De pijngrens is bijvoorbeeld voor iedereen evolutionair gesproken hetzelfde. Heet water op de huid triggert in ieder lichaam in principe eenzelfde fysiologische reactie. Maar de pijntolerantiedrempel verschilt genetisch wel van persoon tot persoon. Dus als kind met een hogere pijntolerantiedrempel zijn we waarschijnlijk minder gauw van streek en gaan we makkelijker door een crisis heen dan als een kind met een lagere pijntolerantiedrempel.

Het niveau van onze persoonlijke basisstress is een optelsom van onze genetische aanleg voor

stress èn de kwaliteit van onze oplossingen tijdens onze psycho- sociale ontwikkeling onder invloed van onze

omgeving.

(17)

Prenatale omgeving: conceptie, embryonale en foetale ontwikkeling De conceptie en daarop volgende embryonale/foetale ontwikkeling kunnen onze kansen op een ontspannen en gezond leven sterk beïnvloeden.

Chronische stress lijkt voort te kunnen komen uit een gewelddadige conceptie tussen vader en moeder (bijvoorbeeld een verkrachting). De agressie en angst ervan lijken neergeslagen te zijn op het vruchtje en de persoon ‘weet’ dit van binnen nog. Latere problemen naar aanleiding van zo’n onveilige conceptie lenen zich goed voor verwerking in innerlijk kindsessies.

Maar ook na een liefdevolle conceptie kunnen er zich tijdens onze

embryonale ontwikkeling (eerste 8 weken) vanuit de directe omgeving van het moederlichaam bedreigingen voordoen. Hoewel onze genen het in deze fase vooral voor het zeggen hebben wat/hoe er ontwikkeld wordt, kan de moeder onze ontwikkeling bijvoorbeeld schaden door te roken of door alcohol-/drugsgebruik. Ook verkeerde voeding, bepaalde medicijnen of ondervoeding kunnen sterk van invloed zijn op onze fysieke en mentale gezondheid als ongeboren kind.

In de hieropvolgende foetale ontwikkeling (de rest van de zwangerschap) kunnen we als foetus vanaf de 16e week al pijn voelen, omdat onze hersenen dan helemaal aangelegd zijn. Ook kunnen we vanaf de 27e week geluiden van buiten de baarmoeder horen. We worden gevoelig voor externe prikkels, bijvoorbeeld voor stemmen of muziek, maar ook voor ruzie en geweld. Dus hoewel ons DNA de leiding heeft in de ontwikkeling, kunnen allerlei prenatale omgevingsinvloeden onze gezondheid als ongeboren kind beïnvloeden en bijdragen aan ons latere niveau van basisstress.

Vragen

Welk temperament denk jij dat je hebt: meer moedig of meer verlegen?

Kun je dat koppelen aan je pijntolerantiedrempel?

Vraag

Hoe veilig en gezond is je moeders zwangerschap van jou verlopen?

(18)

Geboortestress

geboortestress betekent hier allereerst de overweldigende ervaring van het passeren van het geboortekanaal. Wanneer de bevalling lang duurt en we bijvoorbeeld reeds een onzekere tijd in de baarmoeder achter de rug hebben (door ongezond gedrag van de moeder, angst of ambivalentie van de moeder ten aanzien van de zwangerschap) dan kunnen we het langdurige verblijf in het geboortekanaal ook ervaren als een nieuwe bedreiging. Dit kan dan bijvoorbeeld resulteren in een geboortebesluit, een hele vroege

overtuiging als: “het is hier niet veilig”, “ik wil hier niet zijn”, “ik ben niet welkom” of “ik moet het alleen doen”. In sessies gaan we op zoek naar ons eventuele geboortebesluit, waarmee we ons leven zijn binnengestapt.

We kunnen ook geboortestress oplopen door afwijkingen bij de geboorte zelf, bijvoorbeeld hersenschade door zuurstoftekort of een besmetting vanuit de moeder, wat ons immuunsysteem ondermijnt. Genetische defecten en aangeboren afwijkingen op zich lenen zich niet voor innerlijk kindsessies.

Maar het is natuurlijk belangrijk om nota te nemen van iemands afwijkende aanleg en neurobiologische beperkingen. Wel kan de benadering van het innerlijk kind ingezet worden bij het verwerken van traumatische of pijnlijke ervaringen die we hebben opgelopen naar aanleiding van neurobiologische beperkingen.

Psychosociale ontwikkelingsfasen

Volgens een gangbaar psychosociaal ontwikkelingsmodel van de

Amerikaanse psycholoog en postfreudiaan Erik Erikson gaan we als persoon in ons leven globaal door acht ontwikkelingsfasen heen. Elke fase wordt gekenmerkt door een dominante thematiek, waar we via crisismomenten een eigen antwoord op zullen moeten vinden. Zie voor verdere details de tabel op bladzij 19.

Vraag

Hoe stressvol of ontspannen is jouw geboorte verlopen?

(19)

Van psychosociale ontwikkeling naar karakterstructuren

Als kind leggen we ieder een unieke weg af langs de thematieken van onze psychosociale ontwikkeling. De ene fase verloopt misschien meer langs de gezonde kant, de andere fase misschien meer langs de ongezonde kant.

Aangedreven door onze eigen aanleg en voortgedreven door beïnvloeding vanuit onze omgeving. Wel lijkt het logisch dat hoe vaker wij als kind in de rechterkolom (zie tabel op de volgende bladzij) bivakkeren, hoe intensiever een therapie (later) zal moeten zijn om bij te sturen naar een meer

ontspannen en gezonde voortzetting van onze persoonsontwikkeling.

Werken met ons innerlijk kind heeft een variabele intensiteit, van licht en speels tot diep reinigend, gericht verwerking van wat er voor ieder apart

‘fout’ ging.

Als kind zullen we weleens niet goed begrepen of behandeld zijn door onze opvoeders. We lopen onherroepelijk krasjes en deukjes op tijdens onze persoonsontwikkeling en in ons zelfgevoel. Maar dat maakt ons ook tot de gevoelige persoon die we zijn. Hoe meer we in de rechterkolom van de tabel verkeren, hoe meer angst en onzekerheid zich zullen voordoen in ons jonge leven. Die angst en onzekerheid vormen weer de brandstof voor het ontwikkelen van een zogeheten karakterstructuur (egostructuur). Dat is een complex van lichamelijke en psychische kenmerken (denk-, voel- en gedragspatronen) waarmee wij ons staande leren houden en uitdagingen het hoofd bieden. En dat hoort ook zo. Zonder een karakterstructuur kunnen we geen plekje in deze wereld bemachtigen en ons handhaven.

Oefening

Stippel jouw eigen psychosociale ontwikkeling eens uit in de tabel op de volgende bladzij (blz. 19). Aan de linker kant staan de meer gezonde ontwikkelingen, rechts staan de meer ongezonde ontwikkelingen.

Welke route heb je tot nu toe afgelegd?

(20)

Leeftijd Ontwikkelingsthema

0 — 1,5 jaar Vertrouwen Wantrouwen

Adequate oplossing: de zuigeling ervaart zijn directe omgeving veilig en ontwikkelt vertrouwen in het leven.

Inadequate oplossing: de zuigeling ervaart zijn directe omgeving als onveilig en ontwikkelt wantrouw-en door angst en onzekerheid.

1,5 — 3 jaar Autonomie Schaamte/Twijfel

Adequate oplossing: het kind er- vaart zichzelf als handelend persoon, in staat zijn eigen lichaam te beheersen (zindelijkheid) en dingen voor elkaar te krijgen.

Inadequate oplossing: het kind krijgt het gevoel dat het zichzelf en de gebeurtenissen niet onder controle heeft, door beschaming van zijn autonomie.

3 — 6 jaar Initiatief Schuld

Adequate oplossing: het kind komt tot vertrouwen in zichzelf en is in staat om dingen in gang te zetten, te scheppen.

Inadequate oplossing: het kind ontwikkelt schuldgevoel wanneer zijn initiatieven worden afgewezen of door te hoge eisen niet voldoen.

6 — 12 jaar Vlijt Minderwaardigheid

Adequate oplossing: het schoolkind komt tot beheersing van fundamen- tele sociale en intellectuele vaardig- heden en tot acceptatie door leeftijdsgenoten.

Inadequate oplossing: het school- kind komt niet tot gewenste pres- taties, ontwikkelt een gebrek aan zelfvertrouwen, een gevoel van falen.

12 — 20 jaar Identiteit Rolverwarring

Adequate oplossing: de puber komt door experimenteren tot een tevredenheid over zichzelf als persoon, zowel uniek als sociaal geaccepteerd.

Inadequate oplossing: de puber ontwikkelt een verbrokkeld zelf- beeld, instabiel zelfgevoel, blijft steken in een identiteitsverwarring, vindt het moeilijk keuzes te maken.

20 — 30 jaar Intimiteit Isolement

Adequate oplossing: de vroegvol- wassene wordt in staat tot nabijheid en betrokkenheid ten opzichte van een ander.

Inadequate oplossing: de vroeg- volwassene ontwikkelt gevoelens van eenzaamheid, afgescheiden zijn en ontkent zijn behoeften aan intimiteit.

30 — 55 jaar Generativiteit Stagnatie

Adequate oplossing: de middelbare persoon leert focus te richten op zorg buiten zichzelf: gezin, community, volgende generaties.

Inadequate oplossing: de middel- bare persoon raakt erg op zichzelf gericht en heeft geen toekomst-visie.

55 jaar + Integriteit Wanhoop

Adequate oplossing: de senior ontwikkelt een gevoel van compleetheid en fundamentele tevredenheid met het leven.

Inadequate oplossing: de senior ontwikkelt een gevoel van nutteloosheid en teleurstelling.

Bijdragend aan een gezonde persoonsontwikkeling

Bijdragend aan een ongezonde persoonsontwikkeling

(Het psychosociale ontwikkelingsmodel van E. Erikson, naar ‘Psychologie, een inleiding’ (7e ed), Philip G. Zimbardo, p.262 )

(21)

Hechtingsstijlen

Vanaf de neonatale periode (eerste maand) staat onze hechting heel centraal. Evolutionair gesproken spreekt onze hechtingsbehoefte voor zich.

Hoe dichter we bij onze moeder blijven, hoe veiliger het voor ons is. Maar ontstaat er ook een hechte emotionele band? Ons temperament en de persoonlijkheid van onze moeder zijn hierbij hoofdrolspelers. We kunnen drie hechtingsstijlen onderscheiden:

• Veilige hechting: hierbij zijn we als kind ontspannen in gezelschap van onze verzorgers en verdraagzaam tegenover vreemden en nieuwe ervaringen.

• Onveilig - angstig ambivalente hechting: we willen contact met onze verzorgers en geven extreem blijk van verdriet wanneer we van hen gescheiden worden; we zijn moeilijk te troosten wanneer we weer met hen herenigd worden.

• Onveilig- angstig vermijdende hechting: we tonen geen interesse in onze verzorgers en geven geen blijk van verdriet wanneer we gescheiden worden noch van blijdschap bij hereniging.

Recent onderzoek wijst uit dat de hechtingsstijl uit de zuigelingentijd van invloed is op diverse gedragingen in de jeugd en volwassenheid, zoals bij agressie, vriendschappen, arbeidsvreugde, relatiekeuzes en ervaringen met intimiteit.

Wanneer onze persoonsvorming zwaarder belast is geraakt door vroege angst en onzekerheid, dan draagt dat sterker bij aan het ontstaan van stress in onze basis. Als we een te hoge basisstress hebben ontwikkeld, dan zijn waarschijnlijk als kind in een of meerdere ontwikkelingsfasen tot inadequate oplossingen gekomen. Blauwdrukmomenten van angst en onzekerheid hebben zich in onze poffertjespan vastgezet en raakte onze container steeds meer vernauwd. Onze karakterstructuur ontwikkelt dan (te) scherpe (disfunctionele) kantjes. De prijs wordt gaandeweg te hoog om onze manier van zelfhandhaving en zelfexpressie vol te blijven houden. De kans neemt dan ook toe dat we door chronische stress lichamelijke, psychische en/of gedragsmatige gezondheidsproblemen ontwikkelen.

(22)

Opvoedstijlen / Familiecultuur

Een andere zeer bepalende factor in onze persoonsontwikkeling is de familiecultuur of opvoedstijl van onze ouders/verzorgers. Hoe onze ouders ons wel of niet steunen, corrigeren en ook weer vrij kunnen laten, is van grote invloed op de mate waarin onze oplossingen tijdens crisismomenten gezond dan wel ongezond zijn voor onze ontwikkeling. We onderscheiden hier de volgende vier opvoedstijlen of familieculturen:

• Autoritaire opvoedstijl: kenmerkt zich door het eisen van aanpassing en gehoorzaamheid; naleving van regels wordt afgedwongen met (dreigen met) straf; er is een geringe verdraagzaamheid voor discussie; de familiecultuur is star.

• Autoritatieve opvoedstijl (variant op 1): kenmerkt zich door hoge betrokkenheid en verwachtingen naar het kind; er zijn

consequenties naar de mate waarin aan de verwachtingen ook voldaan wordt; de familiecultuur is koesterend en respectvol voor de opvattingen van het kind.

• Permissieve opvoedstijl: kenmerkt zich door weinig regels; het kind mag eigen beslissingen nemen; de ouders zijn wel zorgzaam maar soms ook verwaarlozend door de grote verantwoordelijkheid voor de besluitvorming bij het kind; de familiecultuur is eerder chaotisch.

• Onverschillige opvoedstijl: kenmerkt zich door onverschilligheid of afwijzing, soms in de mate van verwaarlozing of misbruik. De familiecultuur heet corrupt, want deze staat in het teken van onbetrouwbare volwassenen.

Vraag

Als je terugkijkt, welke hechtingsstijl resoneert het meest met jou?

Vraag

Herken je een of meer opvoedstijlen en familieculturen uit je jeugd?

(23)

Verdere omgevingsfactoren

Naast de directe verzorgers en het gezin verkeren we als kind ook steeds meer in een wijdere omgeving waar invloeden vanuit kunnen gaan. Denk aan de woonbuurt, de school of

vrijetijdsclubs. Hoe veilig of onveilig, hoe gezond of ongezond zijn deze omgevingen voor ons als kind? Maar denk ook aan de sociaaleconomische status van de verzorgers. Het inkomen en opleidingsniveau van verzorgers is sterk bepalend voor de soort en mate waarin het kind gestimuleerd word.

Prenatale stress en opgroeistress als grootste bron van hulpvragen In de rechter kolom van onze

persoonsontwikkeling zijn het angst en onzekerheid die zich omvormen tot onze karakterstructuur, met zowel een

lichamelijke als mentale kant. Wanneer we onze ‘scores’ op al hierboven beschreven lagen van persoonsvorming bundelen, komen we tot het niveau van onze persoonlijke basisstress: PBS. Onderzoek en ervaring wijzen uit dat prenatale stress en opgroeistress tijdens de psychosociale ontwikkeling de grootste bron van hulpvragen vormen. Daar komt de grootste behoefte naar het leren ontspannen van het chronische gestreste innerlijk kind vandaan.

Resumerend, de manier waarop we opgroeien vanaf de conceptie bepaalt hoe we iets begrijpen (onze poffertjespan), hoe krap of wijd onze

‘container’ is, hoeveel basisstress we ervaren en hoe makkelijk of moeilijk we herstellen. Het uitblijven van herstel of ontspanning trekt een

substantiële wissel op onze lichamelijke en psychische gezondheid. In de afbeelding hiernaast staat alles nog eens bij elkaar:

Prenatale stress en opgroeistress vormen de

grootste bron van hulpvragen. De laagjes

van het innerlijk kind zijn daarom een hele goede manier om oude stresslagen op te sporen

en te ontspannen.

(24)
(25)

Wat als ons aanpassingsvermogen wordt overvraagd

Stress is een natuurlijk en automatisch proces in ons lichaam dat energie mobiliseert om aan een bepaalde spanningsbron of stressor weerstand te bieden. Stress mobiliseert onze energie zodat we ons kunnen haasten om de trein te halen. Als we de trein

gehaald hebben, hebben we deze spanningsbron weerstaan en daarmee geneutraliseerd. Stress komt op (de alarmfase: mobiliseert onze energie), dit helpt ons om de stressor te neutraliseren (de weerstandsfase: onze energie wordt verbruikt) en zakt dan weer af. Maar als onze weerstand niet toereikend is om de stressor door de nodige aanpassingen te neutraliseren, dan blijft ons zenuwstelsel in de alarmstand staan en belanden we op den duur in de uitputtingsfase. Dat heet chronische stress.

Moderatoren bepalen onze vatbaarheid voor chronische stress Hoe vatbaar we zijn voor het ontwikkelen van chronische stress wordt mede bepaald door een aantal zogeheten moderatoren. Daarbij speelt ons persoonlijkheidstype een grote rol. Eenvoudig gezegd: Als Type A zijn we snel geïrriteerd ten opzichte van de buitenwereld, overkomt de situatie ons en hangt de uitkomst meer af van de omstandigheden, van externe factoren, zien we vooral leeuwen en beren op de weg, zien we vooral wat er ontbreekt en misgaat, ervaren we veranderingen meer als bedreiging, zijn we meer pessimistisch aangelegd, hebben we moeite met het

onderhouden van relaties, zijn we minder veerkrachtig? Of als Type B zijn we een meer ontspannen persoon, ervaren we invloed te kunnen

uitoefenen op onze situatie en is succes vooral afhankelijk van innerlijke factoren, hebben we vertrouwen in sociale activiteiten, zijn we van nature optimistisch, hebben we bijvoorbeeld een positieve en toekomstgerichte instelling (glas halfvol, denken in mogelijkheden en kansen), ervaren we veranderingen meer als een uitdaging, kunnen we welzijn bereiken in

Wanneer de last die ik te dragen krijg mijn draagkracht blijvend

te boven gaat, dan raak ik meer en meer

uitgeput.

(26)

weerwil van ernstige stressoren? Deze persoonlijkheidseigenschappen of moderatoren ‘regelen’ als het ware in hoeverre stressoren ons

aanpassingsvermogen te boven gaan of niet.

Copingstijlen

Een stressor doet een beroep op ons aanpassingsvermogen. En onze moderatoren bepalen mede hoe effectief we de stress kunnen weerstaan of met de stressor kunnen omgaan (coping). Weerstaan betekent vooral het omgaan met de stresssymptomen. Dan zijn we vooral op zoek naar manieren om onze aandacht af te leiden (wandeling maken, een vriend bellen), maar de bron van de stress blijft. Coping betekent het ondernemen van actie om de oorzaak van de stress aan te pakken. Coping is effectief wanneer het de stressor neutraliseert. We kunnen vijf soorten copingstijlen onderscheiden:

1. Het oplossen van het probleem (de trein halen door te haasten) 2. Het uiten van emoties erover (onze frustratie luchten omdat we

het haalden)

3. Het beperken van de gevolgen van het probleem (onszelf geruststellen dat er nog wel een trein komt of de afspraak verzetten)

4. Het focussen op positieve emoties of humor om de stress te reduceren

5. Het zoeken naar betekenis in de stressvolle situatie

Minder efficiënte vormen van coping zijn bijvoorbeeld piekeren, het ontwikkelen van vermijdingsgedrag, anderen de schuld geven of overmatig gebruik van alcohol en/of drugs.

Vraag

Welk persoonlijkheidstype (A of B) resoneert het meest met jou?

(27)

Bronnen van chronische stress

Chronische stress ontstaat wanneer ons aanpassingsvermogen of copingstijl tekortschiet naar de spanningsbron. Spanningsbronnen die ons voor langere tijd in een stressmodus kunnen houden, zijn bijvoorbeeld:

a. Maatschappelijke stressoren, zoals armoede, werkloosheid en discriminatie of terugkerende problemen op school, thuis of het werk. Burn-out is zo’n voorbeeld, vaak verbonden met de werksituatie, waarbij de persoon door aanhoudende stress tot emotionele, fysieke en mentale uitputting komt.

b. Ingrijpende gebeurtenissen, zoals ontslag, echtscheiding, verlies van een dierbare, een verkeersongeluk of een gewelddadige overval.

Maar ook in positieve zin kunnen we chronische stress ervaren bij de geboorte van ons kind of het op vakantie gaan. Dergelijke situaties stellen namelijk nieuwe eisen aan onze persoon en vragen soms zelfs een nieuwe manier van leven.

c. Langdurige moeilijke situaties, zoals aanhoudende geldzorgen, een chronische ziekte of de (mantel)zorg voor een chronisch zieke.

Verder vormt tegenwoordig de opeenstapeling van alledaagse irritaties en frustraties ook een factor bij het ontstaan van chronische stress. Denk bijvoorbeeld aan voortdurende

gehaastheid, ongeduld of de irritatie te moeten wachten op iets.

d. Traumatische spanningsbronnen, waarbij onze geestelijke en/of lichamelijke veiligheid en integriteit ernstig bedreigd kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan natuurrampen, oorlog, terrorisme, persoonlijk verlies, verkrachting of misbruik. Ook het herhaaldelijk zien van ellende op televisie kan tot traumatisering leiden. Dat heet dan secundaire traumatisering. Dit kan leiden tot posttraumatische Vragen

Ben je meer een persoon die stress probeert te weerstaan door het zoeken naar afleiding of kom je tot actie om de stressvolle situatie op te lossen?

Welke copingstijl(en) herken je het meest?

(28)

stress; een ernstige bedreiging leidt dan tot een aanhoudende stressreactie, die ons functioneren verstoort.

Symptomen van chronische stress

Chronische stress zegt ons dat we de uitputtingsfase van de stress responscyclus hebben bereikt. Symptomen van chronische stress zijn:

• Emotioneel, zoals angst, somberheid, irritatie of agressiviteit, gebrek aan energie

• Cognitief (tot uiting in het proces van informatieverwerking), zoals lage zelfwaardering, concentratieverlies, vergeetachtigheid, geen hoofd- en bijzaken meer onderscheiden, piekeren, ontevredenheid met werk, besluiteloosheid

• Gedragsmatig, zoals een toenemend gebruik van alcohol en andere middelen, snoepen, ons terugtrekken uit sociale situaties en het krijgen van (kleine) ongelukken

• Lichamelijk, zoal een droge mond, zweten, slaapproblemen, allerlei lichamelijke ongemakken en pijnklachten, hyperventilatie, sterk verminderde seksuele activiteit, chronische vermoeidheid, zonder dat daar per sé lichamelijke oorzaken voor zijn.

Vraag

Welke bron(nen) van chronische stress herken je het meest?

Vraag

Welke symptomen van chronische stress herken je het meest?

(29)

De mate waarin we stressklachten ontwikkelen, hangt samen met:

• Onze genetische aanleg (waaronder ons persoonlijkheidstype dat de moderators bepaalt)

• De ernst van de belastende situatie

• De duur van de belastende situatie

Behandelingsmogelijkheden

De reguliere behandeling van stressklachten richt zich vaak op het verminderen van de lichamelijke symptomen, het verbetering van de copingstijl, het beter leren beheersen van emoties, gedachten en gedrag. Er is in de reguliere gezondheidszorg ook een toenemende erkenning dat alternatieve, meer holistische benaderingen zoals ontspanningstechnieken, mindfulness en meditatie kunnen bijdragen aan het reduceren van

stressklachten.

Innerlijk kindwerk biedt zo’n holistische aanpak. Het focust op de

structurele vermindering van chronische stress en het terugbrengen van een meer normale gevoeligheid voor het leven. Structureel werken gaat verder dan het behandelen van de symptomen. We richten ons niet slechts op het beter beheersen van onze emoties, gedachten en gedrag. Het structurele is dat we via het innerlijk kind naar de wortel gaan van alle chronische stress, zover terug als conceptie, zwangerschap, geboorte en de eerste jaren.

Ergens is er iets voor ons ‘fout’ gegaan. We maken weer verbinding met die hele vroege versies van onszelf (onze innerlijke kinderen). We ontdoen ze van hun oude pijn en verwarring die zich had opgestapeld in de loop der jaren en die ons natuurlijk aanpassingsvermogen negatief beïnvloedde. De innerlijk kindbenadering biedt een omvattend herstel van disfunctionele gedachten, gevoelens en gedrag. Het helpt onze eigenwaarde substantieel te verbeteren. Het gaat verder dan alleen weer greep op het leven te krijgen.

Ons aanpassingsvermogen is ‘bedraad’ in ons zenuwstelsel. Om te

begrijpen hoe dit werkt, gaat het volgende hoofdstuk over hoe ons begrip van de werkelijkheid in onze hersenen tot stand komt.

(30)

Chronische stress: onze container raakt blijvend vernauwd

Mensen met chronische stressklachten kunnen zich goed herkennen in de metafoor van de vernauwde container. Onze container kan vernauwd raken wanneer we ons overweldigd voelen en daar niet voldoende van herstellen (terugveer). Onze container vernauwt zich onder druk van de stressoren van buitenaf of binnenuit. Deze druk kan een chronisch vorm aannemen. Onverwerkt trauma uit de vroege jeugd vormt vaak de basis voor latere chronische stress.

Krimpen is op zich een natuurlijke reactie op gevaar: ons lichaam maakt bij gevaar de emotie ‘angst’ aan. Angst ‘verengt’ en maakt ons kleiner, zodat we minder kans lopen om ‘geraakt’ te worden. Maar de energie heeft dan wel tijdelijk minder bewegingsruimte (de druk in de container loopt op).

Wanneer het gevaar weer geweken is, kan onze container in principe weer terugveren naar zijn natuurlijke omvang. Alleen is dat voor mensen vaak niet zo vanzelfsprekend. Want daar zitten we onszelf vaak bij in de weg.

Bij een bedreiging van onze grenzen raken we gealarmeerd. Ons lichaam maakt zich gereed om te vechten of te vluchten. Hierbij worden armen en handen (= vechten) of benen en voeten (= vluchten) extra opgeladen. Maar wanneer we de bedreiging als overweldigend ervaren, dan zijn vechten of vluchten meestal geen optie meer. Zeker niet in het geval van een kind.

(31)

Denk aan het ondergaan van fysiek, verbaal, emotioneel of sexueel geweld vanuit opvoeders of autoriteitsfiguren, op jonge leeftijd. Wat we als kind dan alleen nog kunnen doen om ons te redden is de derde optie van Moeder Natuur: ‘bevriezen’ ofwel in shock gaan. Dat is ook een geniaal scenario, maar wel één met vaak een problematisch staartje. Want bij vechten of vluchten gebruiken we werkelijk de hypergeactiveerde energie om onszelf te redden (uit te razen). Maar bij bevriezing komt deze energie in één klap bijna helemaal tot stilstand in onze vernauwde container en wordt niet verbruikt. Die hoogspanning

moet ergens in ons lichaam blijven. Het gaat zich vastzetten in bepaalde lichaamsdelen, bijvoorbeeld in

spierweefsel, in benen/voeten (onrust), handen (frunniken), schouders (strak om een klap op te vangen, te dragen), nek (gespannen om hoofd op de uitkijk te houden) of ogen (op steeltjes).

Onverwerkte shock maakt onze container blijvend vernauwd Shock is eigenlijk bevroren angst.

Wanneer we in shock zijn, denken we bijna niet meer, ademen, voelen en bewegen bijna niet meer. Dieren schudden van nature de tijdelijke krimp van zich af met wat fysieke capriolen en zetten hun container weer terug in

zijn natuurlijke omvang. Het probleem voor ons als mens is, dat we vaak niet goed herstellen van een shock. Dat heeft te maken met onze prefrontale cortex (de hersenkwab in ons voorhoofd). Deze is bij mensen groter dan bij welk ander dier ook. In de prefrontale cortex zetelen onze ratio en impulsbeheersing. Hiermee kunnen we de natuurlijke impuls van het afschudden van de shock tegenhouden, door onszelf bijvoorbeeld op de kop geven over het gebeurde (“had ik maar niet zo onvoorzichtig moeten zijn” of “het valt wel mee” of “het had veel erger gekund”). We kunnen ook onze meer primaire gevoelens van huilen of schreeuwen

Wanneer de stressor overweldigend is, dan krimpt onze container en komen we onder veel grotere stress te staan. Maar wanneer we niet ‘terugveren’

dan raakt onze container blijvend vernauwd en wordt de

stress iets chronisch.

(32)

onderdrukken. En dat doen mensen na een shock vaak ook. Daardoor blijft een shock onverwerkt. Ons zenuwstelsel blijft begrijpen dat we nog in de alarmfase verkeren en blijft onze container in zijn vernauwing steken.

Twee basale trauma’s: overweldiging en verwaarlozing

Er kunnen voor een kind basaal twee dingen fout gaan. We kunnen te maken krijgen met twee tegenovergestelde basale trauma’s:

1. Invasie: er ontstaat grote schrik en angst door grensoverschrijdend, invasief gedrag vanuit onze omgeving, bijvoorbeeld door opvoeders met een misbruikende opvoedstijl. Invasie is synoniem met geweld.

Het schenden van onze integriteitsgrenzen door fysiek, verbaal, emotioneel of seksueel geweld is overweldigend en leidt tot shock.

We kunnen als kind namelijk nog niet vechten of vluchten. We kunnen bij wijze van overleving alleen maar bevriezen. Onze

container raakt al vroeg vernauwd en zonder gerichte hulp zullen we daar waarschijnlijk niet voldoende van terugveren.

2. Verwaarlozing: er ontstaat grote schaamte en onzekerheid door verwaarlozing van onze natuurlijke behoeften door onze opvoeders met bijvoorbeeld een autoritaire of onverschillige opvoedstijl. Deze afwijzing van basisbehoeften tijdens onze afhankelijkheidsperiode, of regelrechte verlating, leidt tot een diepe onzekerheid over onszelf en beschaamt ons. Deze schaamte is niet van onszelf en niet

natuurlijk, maar is giftig en kan helemaal doordringen tot op het niveau van onze identiteit (‘ik ben verkeerd’).

Vragen

Herken je momenten van invasie en/of verwaarlozing als deel van je blauwdrukervaringen?

Welk effect had invasie of verwaarlozing op je container?

Kun je een onderscheid ervaren tussen angsten onzekerheid?

(33)

Het ontstaan van overgecontroleerdheid

Door de onverwerkte shock uit onze kinderjaren zullen we het vermoedelijk lastig vinden om later onze grenzen

goed aan te voelen en aan te geven. In plaats daarvan leren we overleven in een container die vernauwd is tot op bijvoorbeeld onze huid of soms nog nauwer: we trekken ons helemaal terug in ons hoofd. Ons lichaam en de ruimte er omheen lijken niet meer van ons te zijn. We geven die ruimte weg aan anderen om ons heen. De

omgeving staat ons letterlijk op de lip. Als reactie kunnen we een strategie ontwikkelen van overmatig controle houden. We focussen op orde, regels, structuur

en regelmaat. Hoe meer prikkels er om ons heen zijn, hoe harder we gaan rennen om ze allemaal weer stil te krijgen. Want zonder al teveel prikkels hoeven we niet te ervaren dat we eigenlijk overbelast zijn, dat we veel te krap zitten. Als we alles onder controle denken te hebben, kunnen we netjes binnen onze vernauwde container blijven bewegen en doen of er niets aan de hand is. We hebben daarin net genoeg ruimte over voor een kabbelend ritme van activering en deactivering. Maar verrassingen, verwachtingen, emoties en veranderingen kunnen ons ineens weer in de alarmfase brengen en daar hebben we geen ruimte meer voor. Fouten maken of kritiek krijgen zijn onverdraaglijk geworden.

Gezondheidsrisico’s

Mensen worstelen vaak met oude gevoelens van schrik en angst (invasie) of schaamte en onzekerheid (verwaarlozing). Het is onvermijdelijk dat

opvoeders hun kind niet altijd goed begrijpen. Opvoeders gaan weleens over een grens of wijzen een behoefte van het kind weleens af. Dit is niet meer dan normaal en zelfs nodig om het kind zich bewust te laten worden van zijn grenzen en behoeften. Het is wat anders wanneer de opvoeding

Invasie en verwaarlozing in de

kindertijd zijn twee hoofdoorzaken van chronische stress en

overontwikkeld

controlegedrag.

(34)

thuis, de familie en de cultuur om het gezin heen of zelfs de tijdgeest in het algemeen stelselmatig grensoverschrijdingen en/of verwaarlozing toestaan.

Dan wordt het hebben van grenzen en behoeften een probleem op zich en daarmee een grote bron van stress. Grote kans dat we uit deze verhoogde basisstress te zijner tijd langdurige fysieke klachten, aanhoudende

psychische klachten en/of disfunctionele denk-, voel- en gedragspatronen ontwikkelen.

(35)

Ondermijning van onze lichamelijke en psychische gezondheid

Ons lichaam zoekt voor de te hoge spanning een 'parkeerplaats' ergens in het lichaamsweefsel. Het aanhoudend ervaren van teveel stress kan allerlei lichamelijke en psychische gezondheidsklachten opleveren. Doordat ons systeem in de alarmfase blijft verkeren, blijft onze container vernauwd en kunnen we niet uitrazen en uitrusten. Dat beïnvloedt het functioneren van drie basale systemen die normaliter

moeten zorgen voor een goede balans.

Chronische stress onderdrukt ons immuunsysteem, het overspant ons zenuwstelsel en het overactiveert ons hormoonstelsel om al die alarmsignalen steeds maar uit te voeren2.

Ons immuunsysteem waarmee we bijvoorbeeld infecties neutraliseren en weefselschade repareren, wordt onderdrukt omdat het lichaam in de alarmfase nog geen gelegenheid heeft voor reparaties. Pas wanneer we in rustiger vaarwater komen, schakelt ons lichaam het immuunsysteem weer bij, want voor heling is veel energie nodig.

Maar die hebben we bij chronische stress niet (meer). We nemen te weinig rust en blijven rennen en vliegen.

Het alarm wordt door ons autonome zenuwstelsel opgepakt door het gaspedaal extra in te drukken. Er staat als het ware permanent hoge spanning op onze zenuwbanen om ons gereed te maken onszelf te redden.

En dat blijft maar zo. Extra spanningen door bijkomende situaties, bijvoorbeeld een pubererde zoon of dochter of een onverwachte file, kunnen ons dan makkelijk teveel worden. Dat kan dan bijvoorbeeld naar

2Hier gebruik ik materiaal uit de voedingstherapie over stress, bron: CIVAS.

Chronische stress onderdrukt mijn immuunsysteem, het

overspant mijn zenuwstelsel en het

overactiveert mijn hormoonstelsel. Ik loop

kans op langdurige fysieke en psychische

klachten en

disfunctionele

gedragspatronen.

(36)

buiten slaan (exploderen) in gesnauw, gevit en woede-uitbarstingen. De overspanning van ons zenuwstelsel kan ook naar binnen slaan (imploderen) en lichamelijke klachten opleveren, zoals hoofdpijn of eczeem.

Aanhoudende alertheid betekent dat ons hormoonstelsel de bijbehorende stofjes blijft aanmaken om onze organen aan te sturen. Zo raakt

bijvoorbeeld de productie van het normale stresshormoon cortisol

overgeactiveerd. Op termijn raakt de bijnier, waar het wordt aangemaakt, uitgeput en kan ons dag/nachtritme op z’n kop komen te staan: we zijn dan overdag lusteloos en worden ’s nachts actief.

Langdurige fysieke klachten

In onze structureel vernauwde container kunnen zich ondermeer lichamelijke klachten gaan ontwikkelen, zoals:

• (Vage) pijnklachten zoals spierpijn, hoofdpijn, rugpijn

• Vermoeidheidsklachten zoals uitputting, ‘bloedleegte’, slaapproblemen, lage energie of spierspanning

• Spannings- of stressklachten zoals in hoofd, nek, schouders, rug, benauwdheid, verstrakking, tics

• Spijsverteringsklachten zoals maagproblemen, darmproblemen, verstopping

• Immuunklachten zoals allergieën

• Huidklachten zoals jeuk, irritatie, eczeem, roos

• Overgevoeligheid voor bijvoorbeeld licht, geluid

• Gevoelloosheid zoals bevriezing of zich verstijfd voelen

• Lichamelijke geblokkeerdheid zoals bekkengebied, dichte keel, geen oogcontact maken, koude handen en voeten

(37)

Aanhoudende psychische klachten

Op het psychische vlak kan chronische stress leiden tot bijvoorbeeld:

• Gaspedaalgerelateerde klachten zoals angst, paniek, chaos, controleverlies, falen, rusteloosheid, stemmingswisselingen (bang, blij, boos, bedroefd, beschaamd, walging), gejaagdheid,

opgesloten voelen, onveilig of bedreigd voelen, gedwongen of overweldigd voelen, onvrij, oververantwoordelijkheid, superioriteit

• Rempedaalgerelateerde klachten zoals neerslachtigheid, leegte, gemis, apathie, behoeftigheid, verlating, minderwaardigheid, afwijzing, niet goed genoeg zijn, schaamte, schuld, terugtrekking, isolement, onzekerheid, me niet kunnen/mogen uiten, afhankelijk zijn, willen verdwijnen, hulpeloosheid, niet verbonden zijn, niet welkom zijn.

Disfunctionele gedragspatronen

Zoals we dingen begrijpen met ons gestreste brein, zo ontwikkelen we ook bijbehorende overdreven gedragspatronen, zoals:

• Controlegedrag (alles zelf doen, overkritisch, altijd presteren, perfectionisme, overmatig werken)

• Sterk emotioneel gedrag (woedeaanvallen, huilbuien, zich afreageren, dramatiseren)

• Ongezond eetgedrag (niet voeden maar vullen, mateloosheid, over/ondergewicht, extreem lijnen)

• Verslavingsgedrag (drinken, roken, alcohol, drugs, werken, seks, aandacht, adrenaline, snelheid)

• Sterk onzeker gedrag (angstig, teruggetrokken, neerslachtig, beschaamd, wantrouwend, onderdanig)

(38)

• Overheersend gedrag (dominant, overzelfverzekerd, zelfoverschatting, agressief, grensoverschrijdend)

• Overactief gedrag (altijd druk, mezelf geen rust gunnen, me altijd goed moeten voelen, niet tegen stilte kunnen)

• Vastlopen in mijn hoofd (piekeren, malen, rampscenario’s bedenken).

• Herhalingsgedrag (behoefte aan geruststelling, rituelen, alles op de eigen manier, herbelevingen)

Deze patronen zijn disfunctioneel, omdat ze niet dienen tot het herstellen van onze balans, maar deze juist verder verstoren. Ons lichaam doet onder al die spanning vaak zijn werk heel goed. Het vangt de overspanning op en zoekt er een opslag of uitweg voor. Het volgende hoofdstuk laat zien hoe actuele stress vaak een diepere laag heeft die verder terug in de tijd ligt.

Vragen

Welke lichamelijke, mentale en/of gedragsmatige gezondheidsklachten herken je zelf?

Heb je daar al een reguliere of alternatieve behandeling voor gevonden?

(39)

Ons innerlijk kind: oude gedachten, gevoelens en gedrag in het nu

Chronische stressklachten hebben vaak te maken met prenatale stress en opgroeistress. En over deze vroege stress gaat nu precies het innerlijk kind.

Ons innerlijk kind staat voor onverwerkte angst en/of onzekerheid die zich al vroeg in lichaam en geest hebben gegrift. Blauwdrukmomenten hebben ons soms tot ongezonde kindoplossingen gedreven. De onverwerkte stress is zich daarop als een innerlijk kind in ons gaan vastzetten. In de vorm van negatieve denk-, voel- en gedragspatronen kan oude onverwerkte stress

ons leven van nu nog steeds beïnvloeden. Dit kost ons veel energie en aandacht die we dan niet meer overhebben voor de mogelijkheden van dit moment. Werken met ons innerlijk gestreste kind helpt ons over die oude energieverslindende patronen heen te komen en onze energie weer vrij te maken voor het nu, voor het nieuwe.

(40)

De drie innerlijke kinderen

Mijn innerlijk kindmodel bestaat uit drie soorten innerlijk kind om de innerlijke dynamiek van onze persoonsontwikkeling te duiden: het pure kind, het gekwetste kind (iets ouder) en het overlevende kind (weer iets ouder).

1. Het pure kind. dit staat voor ons authentieke zelf, onschuldig, open en vol overgave, zoals we ooit begonnen. Het pure kind is echter geen ‘onbeschreven blad’. Bij onze geboorte beschikten we al over allerlei reflexen en impulsen en waren we al voorgeprogrammeerd voor bijvoorbeeld zelfbehoud , taal en sociale interacties. Het pure staat voor de essentie van wat we in deze wereld meebrengen. Zie het pure kind als de eerste neerslag van de ziel in ons lichaam. Ons pure kind zit in het hart van ons wezen en weet precies wat goed voor ons is en wat we in de wereld komen doen. En het goede nieuws is: ondanks alle kwetsing en latere pantsering zit ons pure kind er nog steeds, helemaal gaaf, wachtend tot onze volwassene de meest shock en schaamte heeft opgeruimd.

2. Het gekwetste kind. Rondom het pure kind ontstaat gaandeweg een pijnlaag, het gekwetste kind. We ervaren sterke emoties en pijnlijke gevoelens. Zoiets is onvermijdelijk en zonder kwetsingen konden we ons ook niet goed bewust worden van wie we zijn en hoe we ons van onze omgeving onderscheiden. De kwetsing kwam in het algemeen in twee vormen. We raakten of overweldigd omdat de onze grenzen werden overschreden. Of we raakten verwaarloosd omdat onze behoeften niet begrepen en

beantwoord werden. Als kind konden we allerlei gevoelens ervaren die te groot waren om te verwerken. Denk bijvoorbeeld aan gevoelens van angst, paniek, onveiligheid, overweldiging, afwijzing, verlating, onmacht, schaamte, waardeloosheid, geschonden zijn (bij lichamelijk, verbaal, emotioneel of sexueel geweld), walging, boosheid, razernij, haat, verdriet, onzekerheid. De reden dat crisismomenten kunnen uitgroeien tot blauwdrukervaringen, en dus een innerlijk kind scheppen, is dat we nog totaal afhankelijk waren van onze opvoeders: we hebben geen honger, we zijn de honger, we zijn de buikpijn. En als er dan geen hulp aan de horizon

(41)

verschijnt of juist een agressor, dan was dat bij elkaar een zeer indringende ervaring.

3. Het grote/overlevende kind. Om onze pijn niet steeds te hoeven voelen, ontwikkelden we, soms al heel erg vroeg in ons leven, een derde beschermende laag. Deze laag bestaat uit hele ingenieuze manieren waarop wij onze gevoeligheid en gekwetstheid heb leren afschermen of wegdrukken. Het overlevende kind bestaat uit bijvoorbeeld een pantser van aangespannen spieren, opgeladen lichaamsdelen, strakke houdingen

en stellige overtuigingen over onszelf en de wereld om ons heen.

We pasten ons aan, hielden ons groot, cijferden onszelf weg, negeerden onze eigen behoeften.

We sloten ons gevoel af en gingen in ons hoofd/denken zitten. We bouwden een dikke muur om ons heen. We verstarden, bevroren, we ontwikkelden verslavingen (eten, drinken, roken, adrenaline, seks, werk, etc.), we hielden vol, beten door, streden, gaven liever aandacht aan anderen dan aan onszelf. Deze zelfbescherming was op zich noodzakelijk, want het vormde ons ego, waarmee we een plekje in de wereld moesten zien te veroveren. Maar op latere

leeftijd kon het ons ook enorm in de weg gaan zitten en onze werkelijke volwassenwording tegenhouden. Vaak dachten we volwassen te zijn, maar in werkelijkheid bleken onbewust nog vanuit ons gekwetste en/of overlevende kind te denken, te voelen en te handelden.

Als de overschrijding van onze kindgrenzen

overweldigend voelt, dan doet angst onze container krimpen en

gaan we in shock.

Als de afwijzing van onze kindbehoeften als

verwaarlozing voelt,

dan worden we

onzeker en beschaamd.

(42)

4. De liefdevolle volwassene. Wanneer we innerlijk kindwerk gaan doen, komen we er meestal achter dat we in ons jonge leven een liefdevolle volwassene gemist of zelfs nauwelijks gekend hadden.

Ons gekwetste en overlevende kind stonden er meestal helemaal alleen voor. We zijn ons gaan pantseren en zijn daar ook heel goed in geworden. Om weer in contact te komen met ons gevoel is het belangrijk om eerst een vertrouwensband met ons overlevende kind op te bouwen. Het heeft ons decennialang lopen redden bij afwezigheid van een liefdevolle ouder. Die bescherming kunnen we niet zomaar even weg halen. Dat gaat in goed overleg tussen ons overlevende kind en onze liefdevolle volwassene van nu.

Opgroeien tussen shock en schaamte

Velen van ons zijn opgegroeid tussen shock en schaamte. We hebben als het ware een juk op onze kinderschouders

gehad met aan de ene kant een emmertje gevuld met stress vanuit invasie (angst/

shock) en aan de andere kant een

emmertje met stress vanuit verwaarlozing (onzekerheid/schaamte). Bij de een is het shockemmertje meer gevuld, bij de ander het schaamte-emmertje. Maar vaak is het juk ons te zwaar geworden om er nog langer mee te blijven lopen. Er zijn dan meestal al lichamelijke en/of psychische gezondheidsklachten ontstaan.

Oefening: innerlijk kind werkblad (Print hier je werkblad)

Kijk eens of je jezelf een beetje kunt uitsorteren in de vier poppetjes uit dit hoofdstuk.

Zie je al iets van de dynamiek tussen je gekwetste en overlevende kind (vormen samen je ego)?

(43)

De shock-emmer

Het ene uiterste, waar het voor ons als kind fout kan gaan, is de invasie van de natuurlijke grenzen van onze container door opvoeders. Invasie of grensoverschrijding zijn een vorm van geweld. We onderscheiden vier vormen van geweld (die ook in principe strafbaar zijn):

• Fysiek geweld (zoals slaan, gooien)

• Verbaal geweld (zoals schelden, stemverheffing)

• Emotioneel geweld (zoals dreigen, chanteren)

• Seksueel geweld (zoals incest, aanranding, verkrachting).

Wanneer we in alle onschuld ineens overweldigd worden dan slaat ons zenuwstelsel groot alarm. Angst zal onze container uit voorzorg

vernauwen. Als de invasie niet wordt gecorrigeerd, de grensoverschrijding niet goedgemaakt wordt, kunnen we in onze vernauwde container blijven steken. We kunnen niet vechten of vluchten, we kunnen alleen nog maar bevriezen. We blijven gedeeltelijk in shock. Vanuit onze vernauwde bewegingsruimte kunnen we dan latere momenten van nabijheid steeds weer als alarmerend ervaren. Zo kan de shock-emmer zich van lieverlee vullen met de stress van invasie, angst en bevriezing.

Vragen

Herken je elementen van angst en shock in je gekwetste en overlevende kind?

Wat voor soort grensoverschrijding vond er plaats naar jou als kind?

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :