Moskee in de westerse stad : vergelijkend onderzoek in Leiden en Haarlem naar de invloed van de moskee op een buurt

Hele tekst

(1)

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

Moskee in de Westerse stad

Vergelijkend onderzoek in Leiden en Haarlem naar

de invloed van de moskee op een buurt

Annet Strooper 10220992 16-6-2015

Masterscriptie Algemene Sociologie Begeleider Peter van Rooden Tweede lezer Katja Rusinovic

(2)

1

Inhoudsopgave

1. Samenvatting... 3 2. Inleiding ... 4 2.1 Introductie ... 4 2.2 Probleemstelling ... 4 3. Theoretisch kader ... 6 3.1 Onderzoeksliteratuur ... 6 3.2 Theorieën ... 7 4. Methode en aanpak ... 10 4.1 Onderzoeksstrategie en methode ... 10 4.2 Operationalisering ... 10 4.2.1 Deelvraag 1 ... 11 4.2.2 Deelvraag 2 ... 11 4.2.3 Deelvraag 3 ... 12 4.2.4 Deelvraag 4 ... 12 4.3 Populatie ... 13

4.4 Criteria kwalitatief onderzoek en ethiek ... 14

5. De buurten en de moskee ... 15 5.1 Leiden-Noord ... 15 5.1.1 De buurt ... 15 5.1.2 De moskee ... 17 5.2 Haarlem-Oost ... 18 5.2.1 De buurt ... 18 5.2.2 De moskee ... 21 6. Resultaten ... 24

6.1 Buren en het buurtgevoel ... 24

6.1.1 Leiden-Noord ... 24

6.1.2 Haarlem-Oost ... 27

6.2 Buurt, veiligheid en thuis voelen ... 31

6.2.1 Leiden-Noord ... 31

6.2.2 Haarlem-Oost ... 35

6.3 Moskee, moslims en de islam ... 39

6.3.1 Leiden-Noord ... 39

(3)

2 7. Conclusie ... 46 7.1 Conclusie ... 46 7.2 Discussie ... 49 7.3 Reflectie ... 50 8. Literatuurlijst ... 51 9. Bijlagen ... 54 9.1 Vragenlijst ... 54 9.2 Transcripties ... 56 9.2.1 Transcripties Leiden ... 56 9.2.2 Transcripties Haarlem ... 60

(4)

3

1. Samenvatting

Problematiek rondom moskeeën in Nederland is regelmatig terug te vinden in het nieuws. Het gaat hierbij vaak om de plannen voor of de aankondiging van de bouw van een moskee en het protest wat daar tegen is ontstaan. De buurtbewoners verwachten dat door de komst van de moskee de buurt negatief zal veranderen. Om er achter te komen of de moskee werkelijk invloed heeft op de buurt is dit kwalitatieve onderzoek gedaan. Daarbij zijn 34 respondenten geïnterviewd verdeeld over twee buurten; de buurt rondom Islamitisch Centrum Imam Malik in Leiden-Noord en de buurt rondom de Selimiye Moskee in Haarlem-Oost. Om een beeld te krijgen van het wonen in deze buurten hebben de bewoners vragen beantwoord over leefbaarheid en sociale cohesie in hun buurt. Vervolgens zijn de bewoners ondervraagd over de moskee en haar invloed op de buurt. Tot slot zijn er vragen gesteld over moslims en de islam. De interviews zijn uitgeschreven en verwerkt.

Uit de resultaten kwam naar voren dat de buurten niet op alle punten even leefbaar worden bevonden, maar dat de bewoners over het algemeen wel tevreden zijn over het wonen in de buurt van een moskee. Het blijkt dus minder zorgelijk te zijn dan

nieuwsberichten doen vermoeden. Klachten met betrekking tot de moskee gaan enkel over drukte, parkeeroverlast en onrust op vrijdagmiddag en tijdens de Ramadan. Geen enkele bewoner heeft gezegd fel tegen de moskee te zijn en verandering van de buurt wordt door de respondenten nauwelijks ervaren. Beide moskeeën pleiten ervoor te functioneren als een soort buurtcentrum, maar dat blijkt voor niet-moslims niet te werken. De moskee moet worden gezien als een ontmoetingsplaats voor de Turkse of Marokkaanse gemeenschap en dat doet de buurtbewoners vermoeden dat de moskee misschien integratie zou tegen gaan. Dit is buiten de drukte, parkeeroverlast en onrust het enige heikele punt. Conclusie van het onderzoek is dat een moskee niet of nauwelijks van invloed is op het onaangenaam ervaren van een buurt.

(5)

4

2. Inleiding

2.1 Introductie

De aankondiging van de bouw van een moskee in Nederland en in andere West-Europese landen roept vaak veel protest op van de buurtbewoners in de desbetreffende buurt. De bewoners willen geen moskee voor de deur, omdat ze verschillende negatieve gevolgen verwachten. Vaak genoemde verwachte klachten gaan over drukte, parkeeroverlast en onrust, maar er wordt verondersteld dat het protest in werkelijkheid vaak gevoed wordt door gevoelens als angst en xenofobie. De buurtbewoners zijn bang dat het karakter van de buurt zal verdwijnen en te islamitisch zou worden. Ze verwachten dat er steeds meer moslims zullen komen wonen en dat hierdoor de balans tussen verschillende etnische en religieuze groepen schever zal worden. Bovendien verwacht men negatieve economische gevolgen, zoals daling van de waarde van de huizen (Landman & Wessels, 2005).

Regelmatig schrijft men over deze problematiek in kranten en tijdschriften. Over de bouw van de Westermoskee in Amsterdam zijn tien korte documentaires en de internetsite ‘moskeeindestad.nl’ gemaakt, waarbij men aan de ene kant de mening van de bewoners laat horen en aan de andere kant de diep gekoesterde wens van de Turkse moslimgemeenschap om een moskee in de Amsterdamse Baarsjes te bouwen in beeld brengt (Het Parool, 2014). Het plan voor de El Wahda moskee in de voormalig prins Willem-Alexanderkazerne in Gouda zorgde voor landelijk rumoer. In eerste instantie moest de moskee ruimte bieden aan 1500 gelovigen, maar daar is volgens de buurtbewoners helemaal geen draagvlak voor. Vervolgens is er een nieuw plan gemaakt voor een kleinere moskee en een bezoekersaantal van 1200. Ook met dit aantal zijn de buurtbewoners het niet eens, zij vinden een moskee voor 400 gelovigen voldoende (AD/Groene Hart, 23 mei 2015).

De buurtbewoners in Gouda verwachten drukte, parkeeroverlast en

onverkoopbaarheid van woningen. Bovendien zijn ze ontevreden over de communicatie tussen de buurtbewoners, de gemeente en het moskeebestuur. De gemeenteraad moet nog beslissen of ze meewerken aan de moskee in de kazerne (AD/Groene Hart, 8 mei 2015).

2.2 Probleemstelling

Gouda is slechts één van vele steden waar de problematiek rond moskeeën speelt (De Volkskrant, 2015) en het is dan ook een zeer actueel onderwerp. Maar wat nergens beschreven staat is hoe buurten functioneren als de moskee in gebruik is. Als we de bewoners moeten geloven zal na de komst van een moskee de buurt er op verschillende punten achteruit gaan. Maar is dit ook werkelijk het geval? Zal de buurt in negatieve zin veranderen en wordt het leven in de buurt voor de bewoners als minder prettig ervaren? Ofwel, hoe is het wonen in een buurt waar recent een moskee is gebouwd? Dat is de onderzoeksvraag waar deze masterscriptie een antwoord op probeert te geven.

(6)

5 De eerste deelvraag luidt: hoe oordelen de bewoners over hun buurt? Door

beantwoording van deze vraag kan een beeld worden geschetst over de buurt en de tevredenheid erover. De tweede deelvraag luidt: hoe oordelen de bewoners over sociale cohesie in hun buurt? Aan de hand van deze vraag kan inzicht worden verkregen in contacten tussen de bewoners en samenhang in de buurt. De derde deelvraag luidt: hoe oordelen de bewoners over de moskee in hun buurt? Door beantwoording van deze deelvraag kan worden bepaald of het protest voorafgaand aan de bouw van een moskee terecht was en of de moskee werkelijk zoveel overlast geeft. De laatste deelvraag luidt: hoe oordelen de bewoners over moslims en de islam? Beantwoording van deze vraag is

belangrijk omdat de mening over moslims en de islam van invloed kan zijn op hoe men over de moskee denkt. Het doel van dit onderzoek is om door middel van deze deelvragen een inzicht te krijgen in de invloed van de moskee op het al dan niet prettig ervaren van een buurt.

De hoofd- en deelvragen kunnen beantwoord worden nadat er interviews zijn

afgenomen met bewoners woonachtig in buurten waar recent een moskee is gebouwd. Voor dit onderzoek is gekozen voor de buurt rondom de Islamitisch Centrum Imam Malik in

Leiden-Noord en de buurt rondom de Selimiye moskee in Haarlem-Oost. Meer informatie over deze buurten in hoofdstuk 5. Eerst zal in deze scriptie relevante onderzoeksliteratuur besproken worden en daarna volgt een beschrijving van theorieën. Hierna volgt het methodedeel met daarin de aanpak en de operationalisering. Vervolgens zal een beeld worden geschetst van de te onderzoeken buurten en zal de totstandkoming van de

moskeeën beschreven worden. Daarna volgen de resultaten van de interviews en tot slot de conclusie van het onderzoek.

(7)

6

3. Theoretisch kader

Zoals in de inleiding beschreven luidt de onderzoeksvraag van deze masterscriptie als volgt: hoe is het wonen in een buurt waar recent een moskee is gebouwd? Voor het beantwoorden van deze vraag is het belangrijk om te onderzoeken wat er al geschreven is over moskeeën en de islam in Europa. Op deze manier kan inzicht worden verkregen in de lacunes in eerder onderzoek en het belang van deze masterscriptie. Daarna volgt een beschrijving van

sociologische theorieën die relevant zijn voor dit onderzoek.

3.1 Onderzoeksliteratuur

De aanwezigheid van de islam in Europa is steeds meer te merken aan de bouw van

moskeeën. In het verleden waren moslims aangewezen op verscholen gebedsruimtes, terwijl moskeeën nu publiekelijk en zichtbaar de aanwezigheid van de islam representeren. Ieder project voor de bouw van een moskee is een tijdrovend proces waarbij de leiders van de moslimgemeenschap moeten discussiëren en onderhandelen met lokale en regionale autoriteiten. Deze discussie begint vaak met een afwijzing van de bouwplannen door de gemeente of verzet van de omliggende buurt. Hoezeer de islam geaccepteerd wordt in de buurt en in het land is bepalend voor de mate van verzet (Cesari, 2005).

Verzet kan variëren per stad zoals Landman & Wessels (2005) beschrijven. Zij hebben drie moskee projecten in drie verschillende steden (Driebergen, Deventer en Utrecht) vergeleken. In zowel Driebergen als Deventer is een lange juridische strijd gestreden om de bouw van de moskee. De oppositie, de buurtbewoners, zou gevoed zijn door anti-islamitische gevoelens, maar ook door angst voor het verlies van de rust en vrede in de buurt. In Utrecht daarentegen ontstond er geen sterke oppositie omdat de bestemming voor een moskee al langere tijd was opgenomen in het lokale bestemmingsplan.

Cesari (2005) beschrijft dat in sommige gevallen de burgers en politici minder vijandig zijn tegenover nieuwe moskeeprojecten. Door de relatieve rust rondom bestaande moskeeën zou men minder verzet tonen. Hij schrijft dat de moskee niet alleen als gebedsruimte moet worden gezien, maar als een aanvulling op de buurt. Het is het middelpunt van de buurt en een centrum voor ontmoetingen, zorg en commerciële activiteiten (Erkoçu et al., 2006). In landen waar moslimimmigratie nog relatief nieuw is, zoals Spanje en Italië, is het verzet tegen nieuwe moskeeën groot (Cesari, 2005).

Het verzet in Europa wordt gerechtvaardigd door argumenten als geluids- en verkeersoverlast en onverenigbaarheid met de bestaande stadsplanning en

veiligheidsnormen. Buiten deze argumenten heeft weerstand tegen nieuwe moskeeën te maken met hoe men over de islam denkt en hoe politici beleid voeren inzake

moslimimmigratie en moskeeën (Cesari, 2005). Broër (2006) heeft geschreven over de invloed van beleidsdiscoursen op de beleving van overlast. Hij deed een onderzoek naar

(8)

7 overlast door drugsgebruik in en rond Heerlen en kwam tot het inzicht dat de perceptie van overlastproblemen gevormd wordt door overheidsbeleid, en niet andersom. Dit inzicht werd bevestigd na een onderzoek naar geluidsoverlast rond vliegveld Schiphol. Omwonenden formuleerden overlast in termen van het dominante beleidsdiscours. Ofwel, er is een dominant beleidsdiscours dat vervolgens de probleemperceptie vormt. Het kan dus zijn dat de perceptie betreffende moskeeën voor een groot deel bepaald wordt door het beleid dat wordt gevoerd. Wellicht gebruiken de bewoners argumenten zoals parkeeroverlast, omdat die in het overheidsbeleid vaak genoemd worden, maar is men in werkelijkheid angstig voor de komst van moslims in de buurt. Ook de media kunnen een belangrijke rol spelen in hoe men over de moslimgemeenschap en de bouw van een moskee denkt.

Saint-Blancat en Schmidt di Friedberg (2005) beschrijven dat het conflict rondom moskeeën niet per se om de erkenning van de religieuze minderheid in de publieke ruimte gaat, maar dat lokale burgers door de bouw van een moskee moeten accepteren dat het iets blijvends is, terwijl de islam toch voornamelijk wordt geassocieerd met immigratie en

vergankelijkheid. Een nieuwe gemeenschap komt en blijft en dat kan een ontwrichtend effect hebben op niet-moslims.

3.2 Theorieën

Het ontwrichtende effect beschreven in de onderzoeksliteratuur kan zich uiten in de afname van sociale cohesie in een wijk. De klassieke socioloog Durkheim ([1893] 1997) was de eerste wetenschapper die schreef over sociale samenhang in een samenleving. Hij beschreef dit als solidariteit en de belangrijkste bron hiervan was de maatschappelijke arbeidsdeling. Binnen deze arbeidsdeling vervult ieder een eigen taak en is men afhankelijk van elkaar. In tegenstelling tot sociale cohesie ontstaat solidariteit uit noodzakelijkheid; men is solidair met elkaar, omdat men afhankelijk van elkaar is.

Hart et al. (2002) definiëren sociale cohesie als volgt: ‘een interne bindingskracht binnen een sociaal systeem zoals een familie, een buurt, een vereniging of een

samenleving’. Er zijn verschillende motieven om sociale cohesie na te streven, waaronder saamhorigheidsgevoelens, morele principes, eigenbelang en groepsdruk. Voor het bereiken van sociale cohesie is het van belang dat leden hun persoonlijke belangen afstemmen op een gemeenschappelijk belang, dat ze rekening houden met elkaar en dat ze elkaar controleren op de naleving van de collectieve normen. Sociale cohesie kan negatieve

gevolgen hebben op maatschappelijk niveau. Enerzijds kan er sprake zijn van groepsdruk en sociale controle, waardoor individuen zich binnen de groep onvrij kunnen voelen. Anderzijds kan sociale cohesie ervoor zorgen dat er wantrouwen ontstaat ten aanzien van

(9)

8 Duyvendak en Veldboer (2001) hebben een beleidsanalyse gedaan naar sociale cohesie en dan vooral met betrekking tot multiculturaliteit. Het blijkt dat de laatste decennia sociale cohesie steeds meer bedreigd wordt. Dit is in de eerste plaats het gevolg van

individualisering; men is steeds minder verbonden met elkaar door institutie en tradities en is meer calculerend of zelfs egoïstisch. In de tweede plaats zou het komen door de komst van de immigranten en asielzoekers. Door de veranderende bevolkingssamenstelling zou ‘het collectieve’, hetgene waarin mensen overeenkomen en wat ze bindt, onder druk komen te staan. Niet alleen sociale cohesie kan afnemen door de komst van immigranten, ook het thuis voelen kan veranderen.

Van der Graaf en Duyvendak (2009) hebben geschreven over thuis voelen en

buurthechting. Thuis voelen gaat over een connectie met een plek, in dit geval de buurt, en is vaak onuitgesproken of moeilijk te verwoorden. Men is er zich vaak alleen van bewust als men de plek verlaat of als iets aan de plek veranderd, waardoor die niet meer het vertrouwde gevoel oproept. Thuisgevoelens zijn de laatste jaren meer in de aandacht gekomen door het integratiedebat. Enerzijds wordt van immigranten verwacht dat ze emotionele bindingen en gevoelens van loyaliteit aan Nederland gaan hebben. Anderzijds nemen in buurten waar veel immigranten zich vestigen de thuisgevoelens van de autochtone bevolking af door hun beeld van (voornamelijk islamitische) immigranten en het gevoel dat ‘hun’ buurt wordt

overgenomen door immigranten.

Ook Warmenbol (2007) beschrijft concurrentie gevoelens en angst voor overname van de buurt. Dit leidt ze af uit de gedachten van de Chicago School. Burgess (1974 [1925]) beschreef een model dat de stad opdeelt in concentrische zones, die in onderlinge

competitieverhouding tegenover elkaar staan. Het stadscentrum functioneert als handelscentrum en daarom heen is een ‘zone in transition’ waar voortdurend nieuwe immigrantengroepen aankomen en weer vertrekken. Dit gaat volgens het ‘natuurlijk successieproces’, wat uit de fases infiltratie, invasie en successie bestaat.

In de eerste fase komt een beperkt aantal leden van de nieuwe immigrantengroep in de wijk wonen. Ze worden welwillend ontvangen, omdat ze nog geen bedreiging vormen. Zodra de invasiefase intreedt en er zich een grote groep met dezelfde etnische oorsprong komen vestigen, ontstaan er spanningen tussen de bevolkingsgroepen omdat de

nieuwkomers als een bedreiging gezien worden. Dit leidt tot het vertrek van de

oorspronkelijke bevolkingsgroep. In de successiefase neemt de nieuwe groep de wijk over tot er weer een andere groep arriveert en hetzelfde proces doormaakt. Wie ook over

oorspronkelijke bevolkingsgroepen en nieuwkomers spraken waren Elias en Scotson (1976) in hun studie over gevestigden en buitenstaanders. Ze beschrijven het proces waarbij de gevestigde bewoners van een wijk de andere groep onderscheiden van zichzelf door ze blijvend als nieuwkomers te bestempelen en ze negatieve kenmerken toe te dichten.

(10)

9 Uit het bovenstaande blijkt dat het samenleven van allochtonen en autochtonen in een wijk van invloed kan zijn op sociale cohesie en thuis voelen en kan leiden tot

concurrentiegevoelens of conflicten. Het toedichten van negatieve kenmerken aan

immigranten zoals Elias en Scotson (1976) beschrijven kan te maken hebben met xenofobie. Xenofobie wordt gedefinieerd als affectieve en gedragsmatige vooroordelen tegenover immigranten en buitenlanders en gaat gepaard met angst en/of haat voor deze mensen. De angst kan onder meer ontstaan doordat de gevestigde bevolkingsgroep van mening is dat ‘hun’ economische en politieke macht bedreigd wordt door immigranten. Daarnaast kan angst ontstaan door verschillen in waarden, geloof, moraal en houdingen tussen de autochtonen en de immigranten (Yakushko, 2009).

In dit onderzoek gaat het voornamelijk om spanningen tussen oorspronkelijke

bewoners en groepen moslims, omdat moslims de grootste migrantengroep vormen. Van der Valk (2012) heeft geschreven over islamofobie, wat als overeenkomstig met xenofobie kan worden gezien, maar dan enkel gericht op angst voor en vooroordelen over moslims. De definitie voor islamofobie luidt ‘ongefundeerde vijandigheid tegenover de islam en daarom angst en afkeer van alle of de meeste moslims’ (Trust, 1997). De islamitische burgers worden in toenemende mate gezien als een bedreiging van de veiligheid, de Europese culturele waarden en culturele homogeniteit. De groei van islamitisch extremisme, terrorisme en anti-islampartijen vanaf het begin van het nieuwe millennium hebben mede een rol

gespeeld in deze ontwikkelingen. Moslims worden hierdoor in de publieke beleving steeds meer geassocieerd met geweld en terrorisme (Van der Valk, 2012).

(11)

10

4. Methode en aanpak

4.1 Onderzoeksstrategie en methode

De onderzoeksstrategie van dit onderzoek is kwalitatief; gedachten van respondenten zullen geanalyseerd en geïnterpreteerd worden. De epistemologie is interpretivisme en dit betekent dat de subjectieve betekenis die mensen aan een fenomeen geven, wordt onderzocht. Deze betekenis kan tijdelijk van aard zijn. Het ontologisch perspectief dat hierbij past is

constructivisme. Dit perspectief gaat uit van de maakbaarheid van de samenleving; sociale fenomenen en hun betekenissen worden continu verwezenlijkt door sociale actoren (Bryman, 2008). Het onderzoeksdesign dat van toepassing is op dit onderzoek is het comparatieve design. Twee verschillende cases (buurten) zullen met elkaar worden vergeleken om zo het sociale fenomeen (moskee in een buurt) beter te begrijpen en tot een nieuw inzicht te komen.

Als onderzoeksmethode voor dit onderzoek zijn semigestructureerde interviews afgenomen met bewoners van buurten waar recent een moskee gebouwd is. Ik heb ervoor gekozen om de buurt rondom Islamitisch Centrum Imam Malik in Leiden-Noord en de buurt rondom de Selimiye moskee in Haarlem-Oost te onderzoeken. Over de bouw van de Selimiye moskee en de spanningen die het teweeg heeft gebracht is een journalistiek verslag geschreven (De Rijk, 2006), wat mijn interesse wekte de buurt rond deze moskee te onderzoeken. Leiden-Noord is een interessant onderzoeksgebied omdat de moskee daar onderdeel is geweest van een wijkontwikkelingsplan die de wijk toegankelijk en minder geïsoleerd moest maken. Meer over deze buurten in hoofdstuk 5.

De vragenlijst bestond uit open vragen, waarbij eerst naar de contacten met

buurtbewoners werd gevraagd, vervolgens naar de tevredenheid over de buurt en eventuele overlast, waarna vragen werden gesteld over buurtactiviteiten en verbondenheid tussen de bewoners. Omdat de mening over de moskee de beoordeling van de buurt zou kunnen beïnvloeden kwam pas na de vragen over de buurt de moskee aan bod. Er werd onder andere gevraagd of de bewoners hier overlast van hadden en wat hun standpunt tegenover de moskee is. Vervolgens werd gevraagd naar de mening over moslims en de islam. De vragenlijst is toegevoegd in bijlage 9.1. Er zijn 34 interviews afgenomen, waarvan 15 in Leiden-Noord en 19 in Haarlem-Oost. Van de meeste interviews zijn geluidsopnames gemaakt en de interviews zijn na afloop uitgeschreven. Een enkele keer werd een opname niet op prijs gesteld en zijn de antwoorden genoteerd. 4 interviews zijn toegevoegd in bijlage 9.2.

4.2 Operationalisering

Zoals in de inleiding beschreven is in deze masterscriptie de volgende onderzoeksvraag onderzocht: hoe is het wonen in een buurt waar recent een moskee is gebouwd? Om deze

(12)

11 vraag te kunnen beantwoorden moet eerst een antwoord worden gegeven op de deelvragen. De deelvragen kunnen beantwoord worden door de concepten meetbaar te maken aan de hand van indicatoren.

4.2.1 Deelvraag 1

Deelvraag 1 luidt: hoe oordelen de bewoners over hun buurt? Of bewoners tevreden zijn over de buurt waarin ze leven kan worden onderzocht aan de hand van indicatoren van het concept leefbaarheid. Leefbaarheid wordt op vele verschillende manieren gemeten. Leby & Hashim (2010) hebben een literatuurstudie gedaan naar de meest voorkomende indicatoren van leefbaarheid en kwamen uit op deze verdeling. Leefbaarheid zou bestaan uit vier

dimensies. De sociale dimensie bestaat uit de meetbare indicatoren: contacten met andere bewoners, behulpzaamheid van andere bewoners en overlast door andere bewoners. De fysieke dimensie bestaat uit verkeersoverlast, onderhoud van gebouwen en vervuiling. De functionele dimensie bestaat uit aanwezigheid van diensten en voorzieningen. De

veiligheidsdimensie bestaat uit gevoelens van veiligheid en angst in de buurt. Om een

antwoord te kunnen geven op de eerste deelvraag zijn aan de bewoners vragen gesteld over deze indicatoren.

4.2.2 Deelvraag 2

Deelvraag 2 luidt: hoe oordelen de bewoners over sociale cohesie in hun buurt? Het concept sociale cohesie kan geoperationaliseerd worden aan de hand van de theorie van Bolt en Torrance (2005). Zij beschrijven de drie dimensies van sociale cohesie, namelijk sociale participatie (gedragscomponent), gedeelde opvattingen (normen en waarden component) en identificatie (belevingscomponent). Deze dimensies moeten worden opgedeeld in meetbare indicatoren. Met sociale participatie wordt de sociale samenhang bedoeld die ontstaat doordat mensen met elkaar omgaan. Vragen gericht op het contact met andere buurtbewoners en het meedoen aan/ organiseren van evenementen meten de sociale participatie. Met gedeelde opvattingen wordt de mate bedoeld waarin er binnen een groep gelijke opvattingen bestaan over normen en waarden. Is er in de buurt overeenkomst wat betreft geloofsovertuiging, interesses, sociale regels en omgangsvormen of worden de bewoners beperkt in het uitdragen in eigen normen en waarden? Met identificatie wordt de mate bedoeld waarin mensen zich identificeren met een bepaalde groep of gemeenschap. Zij moeten verbondenheid met de andere leden voelen en het gevoel hebben dat zij deel uit maken van een collectief. Er zijn vragen gesteld over of de bewoners zich verbonden voelen met de andere bewoners, of ze vinden dat ze bij de buurt horen of slechts bij een gedeelte en of ze zich identificeren met de andere buurtbewoners. Ook is aan de bewoners gevraagd of ze zich thuis voelen in de buurt.

(13)

12

4.2.3 Deelvraag 3

Deelvraag 3 luidt: hoe oordelen de bewoners over de moskee in hun buurt? Er is niet meteen naar het oordeel over de moskee gevraagd, omdat een negatief oordeel het antwoord op andere vragen kan beïnvloeden. Er is gevraagd naar de activiteiten die in de moskee worden georganiseerd. Daarnaast is aan de bewoners gevraagd of ze vinden dat de buurt veranderd is door de komst van de moskee en of ze denken dat er meer moslims zijn komen wonen. Landman & Wessels (2005) beschrijven dat buurtbewoners bang zijn dat het karakter van de buurt verdwijnt en te islamitisch wordt. Ze verwachten dat er steeds meer moslims zullen komen wonen en dat hierdoor de balans tussen verschillende etnische en religieuze groepen schever zal worden. Vervolgens is gevraagd of de bewoners zich herkennen in de klachten die in het artikel van Landman & Wessels (2005) naar voren komen (als dit niet al eerder ter sprake komt). Vaak genoemde verwachte klachten gaan over drukte, parkeeroverlast en onrust. Bovendien verwacht men negatieve economische gevolgen, zoals daling van de waarde van de huizen. Tot slot de vraag wat de mening van de bewoner is over de moskee en of hij/zij in eerste instantie voor of tegen de moskee was.

4.2.4 Deelvraag 4

Deelvraag 4 luidt: hoe oordelen de bewoners over moslims en de islam? Deze vraag bestaat eigenlijk uit twee vragen, omdat iemand niet dezelfde mening hoeft te hebben over zowel moslims als de islam. Wat betreft moslims is achterhaald of er xenofobie speelt, door te vragen naar eventuele angst, economische bedreiging, bedreiging veiligheid en

concurrentiegevoelens (angst voor overname van de buurt) (Yakushko, 2009, Bovenkerk et al., 1985 en Van der Valk, 2012). Vervolgens is aan de bewoners gevraagd wat hij/zij van de islam vindt.

(14)

13 In een schema ziet de operationalisering er als volgt uit:

Tabel 1. Operationaliseringschema

Deelvraag Concept en dimensies Indicatoren

Hoe oordelen de bewoners over hun buurt? Leefbaarheid:  Sociale dimensie  Fysieke dimensie  Functionele dimensie  Veiligheidsdimensie  Contacten  Behulpzaamheid  Overlast  Verkeersoverlast  Onderhoud gebouwen  Vervuiling  Diensten/voorzieningen  Veiligheidsgevoel  Angst Hoe oordelen de bewoners over sociale cohesie in hun buurt? Sociale cohesie:  Sociale participatie  Gedeelde opvattingen  Identificatie  Contacten

 Meedoen aan/ organiseren van evenementen  Overeenstemming normen/waarden

 Verbondenheid  Horen bij de buurt  Thuis voelen Hoe oordelen de bewoners over de moskee in hun buurt? Moskee:  Positief  Negatief  Ontmoetingsplek  Plek voor activiteiten  Drukte

 Parkeeroverlast  Onrust

 Verandering karakter buurt  Balans etnische/religieuze groepen  Negatieve economische gevolgen Hoe oordelen de bewoners over moslims en de islam? Moslims:  Positief  Negatief Islam:  Positief  Negatief  Acceptatie  Angst  Samenscholing  Economische bedreiging  Bedreiging veiligheid

 Concurrentie gevoelens – angst voor overname buurt

4.3 Populatie

De populatie voor dit onderzoek zijn de bewoners van de wijken rondom de twee moskeeën. Deze doelgroep is gekozen omdat zij naar verwachting het meest zullen merken van de moskee en daarom het beste kunnen vertellen hoe het is om dicht bij een moskee te wonen en welke invloed het heeft op hoe zij de buurt ervaren. De bewoners zijn benaderd door bij hen thuis aan te bellen en te vragen of ze mee willen werken aan het onderzoek. Daarnaast

(15)

14 heb ik de voorzitter van de wijkvereniging Zwijgers van Noord in Leiden-Noord gebeld en contact opgenomen met een voormalig wijkraadslid in Parkwijk (Haarlem-Oost). Een aantal respondenten zijn verkregen door middel van snowball sampling. Deze bewoners werden door respondenten voorgesteld omdat zij zeer betrokken zijn bij de buurt. Uiteindelijk zijn er in Leiden-Noord 15 interviews en in Haarlem-Oost 19 interviews afgenomen. In sommige gevallen sprak ik met meerdere bewoners tegelijk, bijvoorbeeld als er op dat moment meerdere mensen thuis waren.

4.4 Criteria kwalitatief onderzoek en ethiek

De criteria voor kwalitatief onderzoek zijn volgens Bryman (2008): geloofwaardigheid (interne-validiteit), herhaalbaarheid, betrouwbaarheid, objectiviteit, authenticiteit en relevantie. Er is gepoogd in dit onderzoek aan deze criteria te voldoen.

Volgens Bryman (2008) bestaat ethiek uit vier onderdelen die een discussiepunt kunnen vormen. Hij maakt onderscheidt tussen ‘schade aanrichten aan de respondenten’, ‘gebrek aan toestemming van de doelgroep’, ‘inbreuk van privacy’ en ‘misleiding’. Het onderwerp is niet intimiderend en alle verkregen gegevens zijn anoniem verwerkt. De verwachting is daarom dat er op geen enkel van deze punten ethische bezwaren zullen zijn of ontstaan.

(16)

15

5. De buurten en de moskee

Zoals eerder beschreven is onderzoek gedaan in zowel een buurt in Leiden als een buurt in Haarlem. Waar deze buurten gelegen zijn, waar de moskee staat en hoe de moskee tot stand gekomen is zal in dit hoofdstuk duidelijk worden.

5.1 Leiden-Noord

5.1.1 De buurt

Leiden-Noord is het stadsdeel dat uit drie wijken bestaat, namelijk Groenoord,

Noorderkwartier en De Kooi. Het Islamitisch Centrum Imam Malik bevindt zich in de wijk Noorderkwartier; in de kaart (figuur 1) het rood gekleurde gebied. De wijk bestaat aan de noordkant van de Willem de Zwijgerlaan uit het Noorderpark en De Hoven, waar de flats achter elkaar zijn geplaatst en rijtjes met eengezinswoningen ertussen. Ook aan de zuidkant van de Willem de Zwijgerlaan, aan de Marnixstraat heb ik twee respondenten geïnterviewd. De respondenten wonen allemaal in sociale huurwoningen. Op de kaart (figuur 2) is te zien waar het Islamitisch Centrum Imam Malik gelegen is.

Figuur 1. Kaart Leiden

(17)

16 Figuur 2. Kaart Noorderkwartier

Bron: maps.google.nl

In tabel 2 zijn statistieken over het Noorderkwartier af te lezen. Van de inwoners van het Noorderkwartier is meer dan een kwart niet-westers allochtoon, terwijl het percentage over heel Leiden op 15% ligt. Er wonen beduidend meer mensen van Marokkaanse afkomst vergeleken met heel Leiden, 15% tegenover 4%. De wijk Noorderkwartier doet het wat betreft percentage niet-actieven en percentage personen met een laag inkomen slechter dan heel Leiden. Dit verschil is niet groot, omdat elders in Leiden veel studenten wonen.

Tabel 2. Statistieken

inwoners Aantal Percentage westers allochtoon Percentage niet-westers allochtoon Percentage Marokkaans Percentage Turks Percentage niet-actieven (2010) Percentage personen met een laag

inkomen (2011)

Noorderkwartier 5225 10 29 15 4 28 of meer 46 – 50

Leiden 121163 13 15 4 2 24 - 28 38 – 42

(18)

17 Figuur 3. Portiek-etageflats Nieuwe-Marnixstraat

Bron: eigen foto

5.1.2 De moskee

Figuur 4. Islamitisch Centrum Imam Malik

(19)

18 Het plan voor de moskee op de huidige plek ontstond toen in 1997 het wijkontwikkelingsplan Leiden-Noord werd opgezet. De gemeente Leiden mocht in drie jaar tijd 3 miljoen gulden besteden in het kader van het Grote Stedenbeleid en ongeveer de helft daarvan ging naar Leiden-Noord. Onderdeel van het wijkontwikkelingsplan was de bouw van een Marokkaanse moskee op de van Voorthuijsenlocatie (Leidsch dagblad, 28 november 1997). Deze locatie grenst aan het recreatiegebied Tuin van Noord (Noorderpark) en de geplande groene

overkluizing over de Willem de Zwijgerlaan en vormt zo een doorlopende groene route vanuit de stad naar de Merenwijk. Op deze manier zou De Hoven een minder geïsoleerde buurt worden. Op de locatie stonden twee portiek-etageflats en een oud schoolgebouw die vervangen werden door 167 woningen, 6000m2 kantoren (beide nog in aanbouw), een dependance van het gymnasium en de moskee1.

Een Marokkaanse moskee was volgens de Marokkaanse gemeenschap in Leiden noodzakelijk. De oude moskee was gevestigd in een voormalige taxigarage aan de

Bonairestraat, maar dit gebouw werd veel te klein voor het aantal bezoekers dat dagelijks de moskee bezocht. In 2009 is gestart met de bouw van de nieuwe moskee, ontworpen door de in Leiden-Noord wonende Gerard Rijnsdorp. In 2010 is de moskee in gebruik genomen en in 2012 is hij officieel geopend. Volgens het moskeebestuur moet de moskee meer zijn dan een gebedsruimte. Het moet ook een faciliterende rol vervullen voor welzijnsinstellingen,

cursussen, gezondheidstrainingen, ontmoetingen en discussies. Ze beschrijven het als een multifunctioneel gebouw voor de gehele wijk2.

Het bijzondere aan het moskeeproject aan de Nieuwe Marnixstraat is het feit dat het geen weerstand uit de buurt heeft opgeleverd. Er zijn geen protesten geweest en het moskeebestuur staat dan ook op zeer goede voet met de bewoners in de buurt. Alleen de kap van enkele bomen heeft weerstand opgeroepen bij buurtbewoners (Leidsch dagblad, 11 juli 2009). Tegen het gebedshuis is geen enkel bezwaarschrift binnen gekomen. Volgens bestuurslid Jermoumi van de moskee in Leiden-Noord komt dat doordat ze heel veel gepraat hebben met de buurtbewoners, organisaties en alle politieke partijen. Ze waren en zijn altijd te benaderen, beweert hij (Leidsch dagblad, 6 februari 2014).

5.2 Haarlem-Oost

5.2.1 De buurt

Haarlem-Oost is net als Leiden-Noord de ‘arme’ kant van de stad. Het stadsdeel bestaat uit zeven wijken, namelijk de Oude Amsterdamse buurt, Potgieterbuurt, Van Zeggelenbuurt, Slachthuisbuurt, Parkwijk, Waarderpolder en Zuiderpolder. De Selimiye moskee bevindt zich in de wijk Parkwijk maar staat op de grens van de Slachthuisbuurt en de Van Zeggelenbuurt

1

Bron: http://kennisbank.platform31.nl/pages/27678/Leiden-Noord.html 2

(20)

19 (figuur 5). De respondenten zijn dan ook afkomstig uit deze drie buurten. Op de kaart (figuur 6) is te zien waar de moskee gelegen is.

Figuur 5. Haarlem, vlnr. in rood Van Zeggelenbuurt, Slachthuisbuurt, Parkwijk

Bron: www.cbs.nl

Figuur 6. Gebied rond Selimiye moskee

(21)

20 In tabel 3 zijn statistieken over Haarlem-Oost af te lezen. In Parkwijk wonen de meeste niet-westerse allochtonen, namelijk 40%. Dit ligt ver boven het gemiddelde van Haarlem en het percentage niet-westers allochtoon van de Van Zeggelenbuurt (respectievelijk 14% en 15%). Er wonen meer mensen van Turkse afkomst in Haarlem dan van Marokkaanse afkomst. Parkwijk en de Slachthuisbuurt doen het wat betreft percentage niet-actieven en percentage personen met een laag inkomen slechter dan Haarlem en de Van Zeggelenbuurt. In beide buurten wonen meer niet-actieven en mensen met een laag inkomen. Twee van de respondenten wonen in een koopwoning in de Slachthuisbuurt. De overige respondenten wonen in sociale huurwoningen.

Tabel 3. Statistieken Aantal inwoners Percentage westers allochtoon Percentage niet-westers allochtoon Percentage Marokkaans Percentage Turks Percentage niet-actieven (2010) Percentage personen met een laag

inkomen (2011) Parkwijk 3560 7 40 12 16 28 of meer 46 – 50 Slachthuisbuurt 4935 9 19 4 7 28 of meer 46 – 50 Van Zeggelenbuurt 3430 12 15 1 5 20 - 24 34 – 38 Haarlem 155147 12 14 3 4 20 - 24 34 – 38 Bron: www.cbsinuwbuurt.nl

Figuur 7. Huurwoningen Prins Bernhardlaan (Slachthuisbuurt)

(22)

21 Figuur 8. Portiek-etageflat Vincent van Goghlaan (Parkwijk)

Bron: eigen foto

5.2.2 De moskee

Figuur 9. Selimiye moskee

(23)

22 De Selimiye moskee is een Turkse moskee, gebouwd in het Burgemeester Reinaldapark aan de Minaretstraat. Deze nieuwe straat verbindt de moskee met de doorgaansweg Prins

Bernhardlaan. De moskee is sinds 2008 in gebruik. Daarvoor bezochten Turkse moslims de oude Turkse moskee in de wijk Rozenprieel, links naast de Slachthuisbuurt gelegen. Zoals beschreven in De nieuwe moskee (De Rijk, 2006) maakte de gemeente in 1994 een plan voor een grootscheepse renovatie van een deel van de bebouwing rond de oude moskee. De moskee stond in de weg en een wethouder van de gemeente heeft destijds gevraagd of de Turkse gemeenschap wellicht wilden verhuizen naar een nieuwe locatie. Dit was het begin van de plannen voor een nieuwe moskee in het Reinaldapark.

Eerst werd er gekozen voor een plek langs de zijkant van het park, vlak langs een snelweg. Dit bleek een vervuilde plek en daarom te duur om er een moskee op te bouwen. Het alternatief was de huidige plek van de moskee, dichtbij enkele hoge flats. De wethouder was voorstander van deze plek. Moskeeën waren tot nu toe meestal een soort schuilkerk waar de buurt vrijwel niets van merkte. Maar nu kwam er een herkenbaar gebouw op een prominente plaats. Hij vond het belangrijk voor de emancipatie van de moslims (De Rijk, 2006).

De wethouder had het moskeebestuur ervan overtuigd dat ze niet met een echt Turks gebouw moesten komen. Een Nederlands aandoend ontwerp zou veel beter duidelijk maken dat de Turken ‘er zijn en er willen blijven’. In 2003 werd een nieuwe architect aangesteld om de moskee te ontwerpen: de Haarlemmer Fedde Reeskamp. Hij kwam met een nieuw en veel goedkoper ontwerp. De wijkraad Parkwijk-Zuiderpolder was blij met het nieuwe ontwerp, omdat het gebouw veel kleiner werd. Toch maakten ze, samen met de andere wijkraden van Haarlem-Oost bezwaar tegen deze locatie, omdat ze het een inbreuk op het park vonden. Ze wilden het park zo veel mogelijk intact laten en vonden dat de gemeente de saneringskosten van de eerste keus voor lief moest nemen.

Het was dus niet zo zeer dat de wijkraad tegen de moskee was (ze zouden akkoord gegaan zijn met de locatie aan de zijkant van het park), maar tegen de locatie en de

procedure. Ze dachten zeker te weten dat het park over vijf of tien jaar helemaal volgebouwd zou gaan worden als ze niet gebruik maakten van het beetje macht dat ze nu over de politiek hadden. De wijkraad was bij eerdere protesten tegen bebouwing al terzijde geschoven en dit wilde ze niet nog eens laten gebeuren. Bovendien beweerden ze dat er onder de bewoners geen enkele behoefte was aan een moskee. De voorzitter van de wijkraad zei: “De

achterban zwijgt. Ik denk dat als je het ze gaat vragen en ze geven eerlijk antwoord, dat ze geen moskee in de buurt willen.” (De Rijk, 2006).

Uiteindelijk kwam de wijkraad met een nieuw voorstel. Ze zouden hun bezwaren tegen de moskee intrekken als er aan elf voorwaarden was voldaan. De belangrijkste betrof geen bebouwing in het Reinaldapark tot tenminste 2020. Het verzoek om de

(24)

23 bouwvergunning op te schorten werd afgewezen door de rechter. Daarna moesten ze

besluiten of ze nog tot de Raad van State door zouden gaan, maar dat werd hen te kostbaar. Ze hebben toen hun bezwaarprocedure gestaakt. Januari 2005 werd de eerste paal

geslagen voor de nieuwe moskee. De moskee moest een centrum voor ‘integratie en cultuuruitwisseling’ worden en kreeg de naam Selimiye moskee Haarlem. In de zomer van 2005 maakte de gemeente bekend dat ze het Reinaldapark in nauw overleg met de wijkraad voor 4,5 miljoen euro wilden opknappen (De Rijk, 2006). In 2008 is de moskee in gebruik genomen. Het vernieuwde Burgemeester Reinaldapark is in de zomer van 2014 officieel geopend.

(25)

24

6. Resultaten

Hoe gaat het er in de wijk aan toe? Kennen de bewoners elkaar? Hebben de bewoners contact met elkaar? Zijn de bewoners tevreden over hun wijk? Voelen ze zich er veilig? Hoe zit het met het zich thuis voelen? Wat merken ze van de moskee? En, tot slot, hoe denken de bewoners over moslims en de islam? De resultaten van de interviews zijn verdeeld in drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk gaat over het contact met de buurtbewoners en de verbondenheid tussen hen. Het tweede hoofdstuk gaat over de tevredenheid over de buurt, de veiligheid en het zich thuis voelen. In het derde hoofdstuk wordt de mening over de moskee behandeld en de gedachten over moslims en de islam. Het eerste deel van ieder hoofdstuk gaat over Leiden-Noord en het tweede deel over Haarlem-Oost.

6.1 Buren en het buurtgevoel

6.1.1 Leiden-Noord

Contacten

Hoe zit het met de contacten en het buurtgevoel van de bewoners rond de Imam Malik moskee in Leiden-Noord? Zoals uit de beschrijving van de wijken naar voren kwam, wonen de geïnterviewde bewoners allemaal in sociale huurwoningen. Ongeveer de helft van de respondenten woont in een flat, de andere helft in een eengezinswoning. Het eerste

interview dat ik heb afgenomen was met een Turkse vrouw (30 jaar) die in de flat woont aan de Nieuwe Marnixstraat, tegenover de moskee. Zij vertelt dat ze de bewoners van haar ‘blok’ kent, dus de mensen die aan hetzelfde trappenhuis wonen, en daarnaast nog enkele

mensen uit een ander blok. Het contact bestaat alleen uit gedag zeggen. Ze trekt

voornamelijk op met mensen van Turkse afkomst. Verder vindt ze het erg gehorig. De deur van het portiek wordt nog wel eens open gelaten en dan komen er zwervers binnen die er slapen en plassen. Ook hier heeft ze overlast van.

In hetzelfde blok heb ik nog een Nederlandse man (72 jaar) en een Turkse vrouw (43 jaar) geïnterviewd. Zij wonen naast elkaar op dezelfde verdieping en hebben regelmatig contact met elkaar. Als de Turkse buurvrouw op vakantie gaat zorgt de Nederlandse buurman voor de planten en de kat en haalt hij de post. Toen hij twee jaar geleden

hartproblemen kreeg heeft de buurvrouw hem geholpen met schoonmaken. De man zegt: In feite heb je wel contact met bepaalde mensen, Marokkanen of Turken, maar toch meer oppervlakkig. Ze zijn een beetje afstandelijk. Het enige contact wat ik heb is een beetje met de buren. Wat daarginder zit heb ik geen contact mee.

Gedag zegt hij wel, maar op bezoek gaat hij niet. De vrouw (34 jaar), nu 15 jaar woonachtig hier, vertelt dat ze de meeste mensen hier nu wel kent. Ze zegt gedag. “Als je vriendelijk

(26)

25 bent, krijg je het vriendelijk terug”. De twee bewoners beamen dat de flat erg gehorig is, maar kunnen er mee leven.

Zoals de Turkse vrouw (30 jaar) zegt dat zij voornamelijk met de mensen van Turkse afkomst contact heeft, vertelt een Marokkaanse vrouw (33 jaar) dat zij voornamelijk met mensen van Marokkaanse afkomst omgaat. Haar familie woont in deze buurt. Ze woont met haar gezin in een rijtjeshuis aan de Willem de Zwijgerlaan en heeft in tegenstelling tot de flatbewoners geen geluidsoverlast van buren. Ook andere rijtjeshuisbewoners, waaronder een gepensioneerd Nederlands stel, zeggen dat zij geen geluidsoverlast ervaren. Op de vraag of zij contact hebben met de buren antwoorden ze: “Ja hoor, maar oppervlakkig. Het is toch een beetje buitenland hier. Dus we zeggen wel gedag, maar we gaan niet op bezoek. Wel bij de buurvrouw maar dat komt door de leeftijd.” Voor deze Nederlandse buurvrouw (84 jaar) doen ze regelmatig boodschappen. Aangezien zij al 39 jaar woont in het Anna van Burenhof heb ik ook haar geïnterviewd. Ze zegt dat ze vooral met de Nederlandse mensen optrekt.

Uit het bovenstaande blijkt dat het contact tussen de buurtbewoners oppervlakkig is en het op de directe buren na alleen om gedag zeggen gaat. Ook blijkt dat de verschillende groeperingen in de buurt voornamelijk met mensen van dezelfde afkomst omgaan. Dat het contact oppervlakkig is, wordt niet erg gevonden. Zo vertelt een Nederlands stel (58 en 52 jaar) dat woont in een eengezinswoning aan de Willem de Zwijgerlaan: “we zijn niet het type dat we vaak ergens langs gaan. En dat is wederzijds eigenlijk”. Zij hebben in tegenstelling tot de andere bewoners van de eengezinswoningen wél last van geluidsoverlast. Naast hen woont een ouder Marokkaans echtpaar dat in het weekend de kleinkinderen over de vloer heeft. “Ze kunnen de kinderen niet in bedwang houden. Het is een andere cultuur.

Marokkaanse kinderen mogen alles, ze worden niet gecorrigeerd. (…) In de Westerse cultuur begin je al vrij vroeg met dat mag niet, dat mag niet.”

Ook een Nederlandse vrouw (72) merkt het cultuurverschil op. Ze is opgegroeid in de chiquere wijken van Leiden en in een flat in De Hoven komen wonen was dan ook een groot verschil. Ze zegt geen connecties te hebben met de andere mensen hier. “Het zijn aardige mensen, maar het is niet mijn slag, een andere cultuur.” Ze heeft wel contact met de directe buren afkomstig uit Pakistan. Ze hebben samen een overkapping gemaakt boven het balkon. Ook heeft ze de Pakistaanse man geholpen met Nederlands leren en heeft ze papieren van bijvoorbeeld de gemeente vertaald. Maar daar blijft het bij: “ik ga bij niemand op de koffie. Ik pas niet bij de cultuur. (…) Het is allemaal zo’n klit, die Marokkaanse en Turkse mensen willen ook niet met Hollanders geassocieerd worden.” Er zit volgens de vrouw ook een verschil tussen de twee groeperingen. Turkse mensen zijn veel hardere werkers en zijn wat meer Hollanders geworden. De Marokkaanse en Turkse gemeenschappen kunnen volgens haar niet door één deur.

(27)

26 Volgens Bolt en Torrance (2005) wordt sociale cohesie bevorderd als er

overeenstemming is wat betreft opvattingen, omgangsvormen en sociale regels. Het valt de bewoners op dat er een groot cultuurverschil is, bijvoorbeeld op het gebied van opvoeding. Dat in Leiden-Noord de mensen voornamelijk met buren van dezelfde afkomst omgaan, is dan ook een logisch gevolg.

Buurtinitiatieven

Cultuurverschil blijkt een obstakel in het contacten leggen. Wordt er wel eens iets

georganiseerd voor de buurt om de mensen met elkaar in contact te brengen? Ja, zo blijkt. Er is een feest georganiseerd ter gelegenheid van de opening van de vernieuwde Nieuwe Marnixstraat, het groen en de vijvers rondom de moskee. Daarnaast organiseert

buurtvereniging Zwijgers van Noord verschillende activiteiten, zoals een buurtontbijt, Nederlandse les, een koffieochtend, een naaicursus en een zangclub. De Turkse voorzitter (68 jaar) die ik erover spreek vertelt dat ze naast deze activiteiten proberen samen te werken met de gemeente, woningbouwvereniging en bewoners. Klachten of ideeën van de

bewoners worden doorgegeven aan de gemeente of woningbouwvereniging. Ook helpt de vereniging met belastingformulieren en organiseren ze twee keer per jaar een barbecue en een aantal keer schoonmaakdagen.

Echter, wat hij en ook andere bewoners opmerken, is dat de activiteiten bijna alleen maar door allochtonen worden bijgewoond en dan vooral door Turken. De voorzitter vindt het moeilijk om Marokkaanse mensen te betrekken bij de activiteiten of om ze zich uit te laten spreken over de buurt. Ze willen niet meewerken of gaan in het Marokkaans met elkaar praten. Ik heb een Nederlandse vrouw (65 jaar) gesproken die aan de zangclub mee doet. De rest van de buurtbewoners zijn te druk met hun eigen bezigheden, hebben er geen zin in of zeggen dat de activiteiten toch vooral voor de allochtonen zijn. Ook hier komt terug: “De mengeling zie je niet echt.” Het Nederlandse stel aan de Willem de Zwijgerlaan klaagt dat alleen de bewoners van het hof (Charlotte de Bourbonhof) waar het buurtcentrum gevestigd is worden uitgenodigd voor buurtfeesten en dat de drie eengezinswoningen aan de Willem de Zwijgerlaan er buiten vallen. Zelf gaan ze vaak naar het buurtcentrum in De Kooi (gevestigd in Het Gebouw, een brede school). Ook een Marokkaanse vrouw zegt dat daar activiteiten worden georganiseerd en dat zij en haar kinderen daar heen gaan.

Naast deze initiatieven wordt er een theehuis gebouwd in het Noorderpark (ten noorden van De Hoven). Daar kunnen de bewoners wat gaan drinken met elkaar. Een Nederlandse vrouw (52 jaar) is benieuwd hoe het zal gaan met het theehuis. “Het moet iets voor de hele wijk gaan worden, maar je ziet nooit alle gemeenschappen tegelijk.” Uit dit alles blijkt dat de activiteiten de cultuurverschillen niet overbruggen en slechts een bepaalde groep

(28)

27 eraan deelneemt. Waarschijnlijk zal de buurt dan ook geen eenheid vormen en zullen de buurtbewoners zich niet verbonden voelen met elkaar. Wat zeggen de bewoners hier over? Buurtgevoel

De secretaris van de buurtvereniging Zwijgers van Noord, een vrouw van 53 jaar, is zeer betrokken bij de buurt. Als er ergens handtekeningen voor moeten worden verzameld of enquêtes moeten worden afgenomen dan gaat zij langs de deuren. Ze vindt dat de mensen niet enthousiast zijn te krijgen voor de dingen die ze organiseren en zegt het volgende over de buurt:

Het is niet echt een buurtje. Niet echt een eenheid. Je zit niet met elkaar gezellig buiten. Maar dat heb je nou eenmaal met flats. Plus het feit dat hier veel buitenlanders wonen, het maakt niet uit waar vandaan. Het is hier heel gemêleerd.

Op mijn vraag of dat de eenheid tegen werkt antwoordt ze: “Sommigen integreren gewoon niet. De hele cultuur is eigenlijk anders wat dat betreft. Ze werken niet tegen en ze doen wel eens mee. Maar om ze echt enthousiast te krijgen dat lukt niet helemaal. Maar we blijven het proberen.”

Het gebrek aan enthousiasme en initiatief wordt ook genoemd door de 52-jarige Nederlandse vrouw die veel actie heeft gevoerd voor de buurt. Zo werd er veel geklaagd over te vochtige huizen. Om daar aandacht voor te vragen heeft ze 600 formulieren rond bezorgd in de buurt. Het gebrek aan initiatief bleek uit de tien formulieren die ze uiteindelijk terug kreeg. Toen ik de Turkse voorzitter van de buurtvereniging vroeg of hij zich verbonden voelt met de andere buurtbewoners antwoordde hij dat er te veel verschillende karakters in de buurt wonen om een eenheid te vormen.

Concluderend vinden de bewoners de contacten in hun buurt oppervlakkig, betreft het vooral de directe buren, gaan ze nauwelijks bij elkaar op bezoek en gaat het vooral om contacten met mensen van dezelfde afkomst. Vaak wordt genoemd dat ze ook helemaal geen behoefte hebben om bij elkaar op bezoek te gaan. Activiteiten en buurtfeesten worden voornamelijk door buurtvereniging Zwijgers van Noord georganiseerd, maar zij slagen er niet in de hele buurt erbij te betrekken en overstijgen dus niet het cultuurverschil tussen de bewoners. Dit leidt er dan ook toe dat de buurt geen eenheid vormt en verbintenis met de buurtbewoners en buurt niet of nauwelijks gevoeld wordt. Het ‘collectieve’, hetgene waarin mensen overeenkomen en wat ze bindt, is er niet. Sociale cohesie wordt niet ondervonden (Duyvendak & Veldboer, 2001).

6.1.2 Haarlem-Oost

Contacten

Hoe zit het met de contacten en het buurtgevoel van de bewoners rond de Selimiye moskee in Haarlem-Oost? Zoals beschreven in de wijkbeschrijving, wonen de meeste geïnterviewde

(29)

28 bewoners in sociale huurwoningen. In de Slachthuisbuurt staat een rij koopwoningen waar ik een alleenstaande man (52 jaar) heb geïnterviewd die boven een jong gezin woont waarvan ik de vrouw (35 jaar) heb geïnterviewd. Samen met nog een bewoner vormen ze een

Vereniging van Eigenaren van het pand en hebben ze goed contact met elkaar. Een aantal jaar geleden hebben ze in het kader van een project omtrent groene energie gezamenlijk zonnepanelen ingekocht en op het dak laten plaatsen. Ze zien elkaar dus regelmatig, maar gaan niet echt bij elkaar op bezoek. De vrouw zegt dat soms nog wel eens spontaan een barbecue ontstaat, maar verder is het contact vooral in het voorbij gaan. Daarnaast hebben ze elkaars huissleutel.

De man merkt wel een verschil tussen de mensen die in de koopwoningen wonen en de mensen die in de sociale huurwoningen wonen: “dat zijn toch ander type mensen, ja van allerlei nationaliteiten.” Op de vraag wat hij met ander type mensen bedoelt antwoordt hij: “Ja, sommige hebben toch wel de neiging tot asociaal gedrag. (…) Maar als je hier rustig op je balkon zit hoor je wel eens wat…dan denk je…geluidsinstallaties buiten, feestjes buiten. Drugspanden…”. Hij heeft echter geen last van constante overlast. Hij probeert rekening te houden met anderen, in de hoop dat zij dat ook met hem doen. De vrouw zegt dat het oude huizen zijn en het daarom gehorig is.

Wat zeggen de bewoners van de sociale huurwoningen in de Slachthuisbuurt over hun contacten? Een vrouw (58 jaar) zit zonder baan thuis en zegt dat deze wijk vergeleken met de Europawijk (in Schalkwijk, ten zuiden van Haarlem-Oost) heilig is. Ook al zijn de huizen gehorig, overlast valt haar mee. Ze komt wel eens bij de Turkse buren die boven haar wonen; zij hebben een brommer bij haar in het schuurtje staan. Daarnaast vertelt ze

enthousiast over een buurman die iets verderop woont en haar geholpen heeft nieuwe bomen te planten. “Die stond opeens in me tuin, zal ik je even helpen zegt ie (…) Dat was te gek, geweldig”. De man (61 jaar), voormalig hovenier, vertelt dat hij niet bij mensen op bezoek gaat, maar als hij kan helpen dat graag doet. Ook andere buurtbewoners denken er zo over, zoals een Ghanese vrouw die nu 5 jaar in de Slachthuisbuurt woont. Ze vertelt dat er een tijdje terug een grote tak van een boom was gevallen en toen hebben de buren geholpen. “Dus toen waren we wel een soort team”.

Een gepensioneerd stel waarvan de man 71 jaar is en de vrouw 70 vertellen dat ze niet bij buurtbewoners op bezoek gaan. Ze hebben het wel geprobeerd toen ze hier 42 jaar geleden kwamen wonen, maar dat bleek toch niet te werken. Ze vertellen dat de wijk zeer multicultureel is en het contact is oppervlakkig: “een prettige vakantie wensen of vertellen dat je even een paar dagen weg bent, daar blijft het bij.” Over geluidsoverlast zegt de man:

(30)

29 Nou beneden hebben ze wel eens ruzie, dan hoor ik ze schreeuwen. Maar dat vinden we vooral zielig, dat ze problemen hebben. Ja, we hebben ook Somaliërs gehad, die zijn het ergste. We hebben ook drugsverslaafde Nederlanders gehad. Ja, het is afwachten wat er komt.

Dit zegt hij omdat vanmorgen de onderbuurman het huis is uitgezet.

Uit het bovenstaande blijkt dat het contact tussen de buurtbewoners oppervlakkig is. Maar zoals een 61-jarige man woonachtig in een flat in de Van Zeggelenbuurt zegt: “ik ben het type niet om op bezoek te gaan. Maar ik denk dat dat van twee kanten komt.” Dit lijkt op wat in Leiden-Noord meerdere malen werd gezegd. Er is echter wel een klein verschil met Leiden-Noord. De tuin lijkt een factor te zijn die de bewoners bij elkaar brengt. Ook al is alleen de bewoner op de benedenverdieping eigenaar van de tuin, als er hulp nodig is helpen andere buurtbewoners mee.

Buurtinitiatieven

Wat wordt er georganiseerd om de sociale cohesie te bevorderen? Haarlem-Oost heeft van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geld gekregen om activiteiten te organiseren en op deze manier de buurt te ‘upgraden’. Meerdere bewoners zeggen dat ze eens in de zoveel tijd een blaadje krijgen waarin de activiteiten in de wijk beschreven worden. Verder hebben de Slachthuisbuurt, Amsterdamse buurt (waar de Van

Zeggelenbuurt onder valt) en Parkwijk-Zuiderpolder ieder een wijkraad. Een man (61 jaar) vertelt dat er volop georganiseerd wordt: jaarmarkten, buurtdingen. Maar hij doet er niet aan mee: “ik ben niet zo sociaal”. Een vrouw (58 jaar) antwoordt op de vraag of ze wel eens naar activiteiten gaat: “nee, denk ik wel eens hoor, zal ik eens…maar ja luiigheid.”

Het stel van 71 en 72 jaar is vrijwilliger in het Reinaldahuis (verzorgingshuis in Parkwijk). Het huis heeft een open buurt functie en er worden voor de buurt toegankelijke dingen georganiseerd. Op de vraag of daar voornamelijk autochtonen aan mee doen antwoorden ze: “Ja, er komen weinig allochtonen, houden zich toch veel op zichzelf”. Dit wordt bevestigd door een Turks echtpaar van 51 en 50 jaar. Ook zij wonen in een sociale huurwoning in de Slachthuisbuurt, tegenover de moskee. De man zegt:

De Hollandse mensen sturen boekjes naar huis. Die organiseren feest of lotto of als er problemen zijn dan kun je met ze praten. Maar wij gaan niet echt, wij doen dan niet mee, eigenlijk moeten we wel gaan. Denk dat meer de Hollandse mensen gaan.

Uit de oppervlakkige contacten is gebleken dat sociale cohesie er niet is. Maar net als de 58-jarige vrouw uit de vorige alinea voelt de Turkse man de plicht om deel te nemen aan

activiteiten en op die manier sociale cohesie na te streven.

Op de vraag of het ze zich verbonden voelen met de andere buurtbewoners antwoordt de man:

(31)

30 Iedereen is meer op zichzelf. Maar hier in de buurt wonen wel Turkse mensen daar kunnen we goed mee opschieten. En met de Hollandse mensen, gaat ook goed, maar niet binnen komen. Wij Turkse mensen, gaan toch meer om met eigen land, is toch andere cultuur. En taalprobleem, mijn vrouw wil dan niet gaan, ik dan ook niet.

Toch denkt hij dat het misschien gaat veranderen: “Onze kinderen gaan misschien wel meer met Hollandse mensen om en dan wij misschien ook…”.

Dat er geen samenwerking is tussen Turken, Marokkanen en Nederlanders wordt bevestigd in mijn laatste interview. Een 65 jarig voormalig wijkraadslid is zeer betrokken bij de wijk. De gemeenschappen zijn te veel op zichzelf gericht, zegt hij. Zo is er het initiatief om een stekkenmarkt te organiseren om Haarlem te ‘vergroenen’. De man: “hoeveel allochtonen zullen we daar zien? Ik ben wel eens bij allochtonen binnen geweest, planten heb ik daar nog nooit gezien. Zo’n markt wordt georganiseerd om contacten te leggen, maar dit blijft beperkt tot de eigen groep”. Ook vertelt hij dat er naast de wijkraden de stichting ‘Ontmoet elkaar in Parkwijk’ is. Waar volgens hem nog aan gewerkt kan worden is de communicatie tussen de wijkraden, de stichting en de bewoners. Als je wilt weten waar ze mee bezig zijn en wat ze organiseren moet je als bewoner echt moeite doen.

Uit het bovenstaande blijkt dat er wel degelijk activiteiten worden georganiseerd en verschillende wijkraden zich inzetten om het leven in de wijk zo prettig mogelijk te maken. Toch heb ik weinig bewoners gesproken die deelnemen aan de activiteiten en is het ook in Haarlem-Oost moeilijk om alle gemeenschappen te betrekken. Voelen de bewoners zich wel verbonden met elkaar? Vormen ze een ‘buurtje’?

Buurtgevoel

Ik vroeg aan een 52-jarige man of hij zich verbonden voelt met de andere buurtbewoners en hij antwoordde dat dat niet het geval was. Hij heeft enkel een connectie met de directe buren. Verder zegt hij: “het is niet zo verenigd. Wat je wel hebt; je woont in de oudste huizen van Haarlem in de Slachthuisbuurt. Die naam geeft wel iets aan; een afgeschermd gedeelte”. Maar een buurt vormen ze niet, vindt hij. De verscheidenheid aan mensen is te groot.

Verschillende leeftijden en nationaliteiten wonen kris kras door elkaar.

Ook wordt meerdere malen gezegd dat iedereen erg op zichzelf is. De vrouw van het jonge gezin noemt op dat ze als gezin met twee kleine kinderen een beetje uit de toon vallen in de buurt en ze zich daarom niet verbonden voelt met de andere bewoners. “Maar er is altijd wel iets wat je verbindt; we wonen in hetzelfde gebouw en we hebben te maken met dezelfde dingen.” Een 38-jarige Marokkaanse vrouw vindt het jammer dat iedereen zo op zichzelf is. Ze heeft in Den Bosch gewoond en daar praatte ze veel meer met de buren. “Soms vind ik dat wel jammer hier. Sommige mensen willen gewoon geen contact. Dan ga ik dat ook niet dwingen. Het moet wel van twee kanten komen. (…) Het blijft bij gedag zeggen.”

(32)

31 Een Nederlandse vrouw woonachtig in een portiekflat in de Van Zeggelenbuurt vertelt dat de verbondenheid in de loop der jaren is afgenomen. “Het is niet meer zo sociaal als dat het vroeger was.” Ze denkt dat het komt door de Nederlanders die de flat hebben verlaten en de allochtonen die ervoor in de plaats zijn gekomen. Deze mensen bemoeien zich niet met andere bewoners. “De mensen denken niet meer om mekaar.” Ze voelt zich dan ook niet verbonden met de buurt. De vrouw beschrijft het proces van individualisering (Duyvendak & Veldboer, 2001), wat tot gevolg heeft dat sociale cohesie steeds meer afneemt.

Concluderend blijkt ook in Haarlem-Oost het contact tussen de bewoners

oppervlakkig te zijn. De grote verscheidenheid aan mensen in de buurt draagt daaraan bij. Toch zeggen de meeste mensen dat ze tevreden zijn over de contacten die ze hebben. Bovendien, de bewoners kunnen voor hulp vaak wel bij de buren terecht. De verbondenheid tussen de bewoners lijkt af te nemen, wellicht door allochtonen die vaak tijdelijk woonachtig zijn in de buurt en daarom geen contact maken met de buren. De sociale cohesie lijkt dan ook in de loop der tijd te zijn afgenomen.

6.2 Buurt, veiligheid en thuis voelen

6.2.1 Leiden-Noord

De buurt

Hoe zit het met de tevredenheid over de buurt, het gevoel van veiligheid en het thuis voelen van de bewoners rond de Imam Malik moskee in Leiden-Noord? In de flat tegenover de moskee woont een 30 jarig Turkse vrouw die absoluut niet tevreden is over de buurt en de flat. In het trappenhuis wordt afval op de grond gegooid. Ze heeft wel eens het hele

trappenhuis geveegd, maar vanwege schildklierproblemen doet ze dat niet nog eens. De buurman die boven haar woont, heeft ook een keer het trappenhuis geveegd, maar is daar ook niet meer toe in staat. Helaas houdt niet iedereen zijn eigen deel van het trappenhuis bij. Daarnaast is de vrouw niet tevreden over het aantal voorzieningen in de buurt. De Hoven is afgescheiden van De Kooi door de Willem de Zwijgerlaan. In De Hoven zelf zijn geen voorzieningen. Echter, het merendeel van de bewoners is wél tevreden over het aantal voorzieningen. Ze noemen het winkelcentrum in de Merenwijk op en de Albert Heijn in De Kooi. Maar strikt genomen bevinden deze voorzieningen zich dus niet in de buurt zelf. Gebrek aan een speeltuin of speeltoestellen wordt wél meerdere malen opgenoemd.

Verder vindt de Turkse vrouw dat de verkeerssituatie is verbeterd. Voorheen was er geen fietspad en reden fietsers en auto’s op dezelfde weg voor de flat langs. Nu is er een fietspad achter de moskee langs gelegd, wat het minder druk en minder gevaarlijk maakt. De moskee heeft wel voor grote parkeerproblemen gezorgd. De parkeergarage onder de

moskee is te klein voor het aantal bezoekers. Verkeersregelaars wijzen de bezoekers erop dat ze op het parkeerterrein van het Gymnasium moeten parkeren, maar ook daar is te

(33)

32 weinig ruimte. Uiteindelijk komt het erop neer dat de parkeerplekken voor de bewoners gebruikt worden. Bijna alle bewoners van Leiden-Noord klagen hierover. Maar de overlast blijft beperkt tot vrijdagmiddag en de Ramadan. Zoals een 68-jarige man zegt: “op vrijdag tussen 1 en 3 moet je niet weg gaan of thuis komen met de auto, want je kunt je auto niet kwijt.” Over overlast tijdens de Ramadan meer in het volgende hoofdstuk. Qua

verkeersdrukte wordt de Willem de Zwijgerlaan als een zeer drukke weg beschouwd. Maar dat is ook een kwestie van gewenning zeggen de bewoners.

Wat betreft het onderhoud van de gebouwen verschillen de meningen. Zo vindt de 68-jarige man dat er aan de buitenkant wel veel aan gedaan wordt. Maar zijn vrouw (66) is er niet tevreden over. Ze vindt dat de verf afbladdert en het er niet mooi uit ziet. Er wordt eens in de zoveel tijd schoongemaakt en geverfd. Waar het meest over geklaagd wordt is afval en dan niet per se in de trappenhuizen, maar op straat. In het midden van ieder hof, dus tussen de flats in, staan containers. Het komt regelmatig voor dat afval naast de containers wordt gezet, soms hele bankstellen. Bewoners uit de eengezinswoningen vinden dat vervelend, vooral als ze er een heel weekend tegen aan moeten kijken. Maar de situatie schijnt beter te zijn dan tien tot twintig jaar geleden.

Een Nederlandse man (72) jaar vertelt dat hij een tijd als vrijwilliger tussen de flats rond gelopen heeft om afval op te ruimen. Maar, zegt hij, het had geen zin. Als hij in de morgen een rondje deed, lag er in de middag weer afval. Hij vertelt dat een Turks gezin boven hem poepluiers van het balkon naar beneden gooide. “Het is een tijd erg geweest, maar nu valt het wel mee.” Een Nederlands stel beaamt dit: “Vroeger was het erger. (…) Er werd heel veel naar beneden gegooid aan de achterkant van de flats van het balkon af. Het is nu een stuk minder. “ Ook vertellen ze dat er een vrouw in het Charlotte de Bourbonhof woont die alles opruimt, in de flat en tussen de flats. Ook een andere Nederlandse vrouw (65) vertelt over deze vrouw: “ze staat ’s morgens om vijf uur al op, gaat ze papiertjes oprapen. “

Ik ben nieuwsgierig geworden naar deze vrouw en besluit ook haar te interviewen. Het blijkt een Nederlandse vrouw van 72 te zijn, die in een flat woont, maar opgegroeid is in de chiquere wijken van Leiden. Ze vertelt dat ze ’s morgens vroeg een rondje doet, voor en achter de flat. Ze komt dan met een zak vol afval thuis. De meeste mensen zijn haar erg dankbaar, maar zelf ruimen ze niets op. Ze vertelt dat ze de buurtbewoners niet begrijpt: “binnen is het bij alle mensen super schoon en buiten gooien ze alles op de grond. Dat is toch tegenstrijdig?” Ze woont nu 21 jaar in De Hoven en heeft zich in de eerste tijd geërgerd aan al het afval. Nu denkt ze: “ik kan me de hele dag ergeren, maar ik kan het ook opruimen en dan is het weer klaar.” Ook zij zegt dat het minder erg is dan een aantal jaar geleden. De vrouw denkt dat er minder troep wordt gemaakt, omdat ze zien dat zij het opruimt.

(34)

33 Uit het bovenstaande blijkt dat niet iedereen even tevreden is over de buurt. Zo schort het aan voorzieningen, onderhoud en het schoonhouden van de buurt. Oftewel de fysieke en functionele dimensie van leefbaarheid (Leby & Hashim, 2010). Echter, meerdere malen wordt gezegd dat de situatie in Leiden-Noord verbeterd is ten opzichte van 10 tot 20 jaar geleden. Een 53-jarige vrouw zegt dat het er allemaal bij hoort in een oude flattenbuurt met goedkope huurwoningen. “Het verpaupert niet, maar ja, er wonen veel buitenlanders, er is zwerfvuil.”

Veiligheid

Op de vraag of ze zich veilig voelt in de buurt antwoordt de vrouw die de buurt dagelijks opruimt meteen ‘ja’. Ze heeft wel eens last van Marokkanen of Turken die vervelende opmerkingen maken, maar ze trekt zich er niets van aan. “Nee, ik ben niet bang. Het heeft geen zin. Anders durf ik straks helemaal niet meer naar buiten.“ De meeste bewoners zeggen dat ze zich veilig voelen en niet snel bang zijn. Echter, de Turkse vrouw van 30, die tegenover de moskee woont, voelt zich niet veilig in de buurt. Ze vertelt dat er in het

Noorderpark zwervers en drugsverslaafden zitten, die bovendien wel eens de flat binnen gaan als de deur open staat.

Opvallend is de mening dat de aanwezigheid van de moskee het voor haar gevoel toch iets veiliger maakt in de buurt. Er komen veel mensen op af en dat geeft haar een veilig gevoel. Bovendien houden de mensen van de moskee het rondom schoon. Voor de komst van de moskee had De Hoven alleen de functie als woonwijk en had het verder geen voorzieningen. De stadssociologe Jacobs (1961) pleitte voor functiemenging in stadswijken om zo diversiteit aan mensen te waarborgen. De straat moet continu in gebruik zijn en daarvoor is diversiteit in functies, zoals wonen, werkgelegenheid en bijvoorbeeld

gebedshuizen, noodzakelijk. De moskee als voorziening heeft voor een toeloop van mensen gezorgd, die het gevoel van veiligheid van de Turkse vrouw hebben vergroot. Deze mensen zijn de eyes on the street en houden de buurt in de gaten. Een doelstelling van het

wijkontwikkelingsplan was van De Hoven een minder geïsoleerde buurt maken. De moskee draagt hieraan bij.

Een Nederlands stel van 58 en 52 jaar voelt zich net als de Turkse vrouw niet altijd veilig in het park. Er wordt gedeald en er zitten verslaafden. Buiten het park om voelen ze zich veilig, maar dat was tot een aantal jaar geleden anders. Naast hun eengezinswoning staat een transformatorhuis dat als ontmoetingsplek werd gebruikt. Daar werd veel gedeald. De vrouw: “ik heb toen het kenteken van de auto doorgegeven aan de politie. Toen hebben de dealers doorgekregen dat de klacht bij ons vandaan kwam. Dat vond ik wel heel heftig.” De man: “ik schrok er wel eens van. Dat wil je niet naast je huis hebben”. Ook een 72-jarige man uit de flat aan de Nieuwe Marnixstraat heeft zich onveilig gevoeld. Tot een aantal jaar

(35)

34 geleden hield hij de Marokkaanse jongeren die in de buurt hingen in de gaten en maakte meldingen van overlast als dat het geval was. Hij kreeg vervolgens bedreigingen naar zijn hoofd en het heeft hem twee auto’s gekost. De een vernield, de ander in brand gestoken.

De voorzitter van de wijkvereniging Zwijgers van Noord vertelt over de periode dat het slechter ging met de wijk. Er was veel ruzie en lawaai op straat en er werden veel auto-inbraken gepleegd. Vervolgens kwam er bewaking ’s nachts en werden er wijkagenten voor de buurt aangesteld. Nu gaat het beter. Toch wil de voorzitter iets aan het gevoel van veiligheid doen; hij heeft bij een wijkvergadering een plan voorgesteld om camera’s in de buurt te plaatsen en hij wil betere verlichting aan de achterkant van de flats. Hij zegt: “er is tot nu toe niets gebeurd, maar niemand garandeert dat er niets gaat gebeuren. We kunnen beter voorkomen dan genezen.”

Wat betreft de veiligheid is de situatie de laatste tijd verbeterd, mede door het wijkontwikkelingsplan dat ervoor gezorgd heeft dat de buurt toegankelijker en minder geïsoleerd is. De kans is groot dat ook de situatie in het Noorderpark zal verbeteren. Het theehuis dat daar gebouwd is zal voor een toeloop van mensen zorgen. Dit zal enerzijds het gevoel van veiligheid vergroten en anderzijds de buurtbewoners met elkaar in contact brengen. Zullen de bewoners zich thuis voelen in de buurt, ondanks dat ze over het algemeen niet helemaal tevreden zijn over de buurt?

Thuis voelen

Er worden verschillende redenen opgenoemd waarom bewoners zich thuis voelen in Leiden-Noord. Mensen voelen zich thuis als ze zich veilig voelen in de buurt. De Turkse vrouw die zich onveilig voelt in de buurt, voelt zich dus ook niet thuis. Zij wil liever met haar gezin in De Kooi wonen. Voorheen vond ze het daar minder veilig dan in De Hoven, maar nu het daar drukker is en er meer voorzieningen zijn gebouwd, vindt ze het daar veiliger. Een andere reden voor wel of niet thuis voelen is de woonduur. Mensen voelen zich thuis als ze ergens al lang wonen en alles bekend voor ze is. Een buurtbewoner noemde op dat ze hier nooit meer vandaan zou willen en dat was haar reden dat ze zich hier thuis voelt. Maar het blijft moeilijk uit te leggen waarom iemand zich thuis voelt op de plek waar hij/zij woont. Thuis voelen is vaak onuitgesproken (Van der Graaf & Duyvendak, 2009).

Een alleenwonende Nederlandse vrouw probeert uit te leggen waarom zij zich in Leiden-Noord thuis voelt:

Ik zou niet in Zuid-West willen wonen, niet in De Mors. Ik ben een Leiden-Noord inwoner. Dit is mijn stadsgedeelte. (…) Er zijn buurten waarvan je denkt: dit is mijn buurt niet. Dan klikt het niet. Je moet ook een bepaalde connectie hebben. Als je iets ziet in een winkel, dat je denkt van: dat is het. Daar kun je je vinger niet op leggen. Een gevoel. Dat heeft niet altijd wat met mensen te maken, of met de omgeving, maar meer met de uitstraling. Misschien ook de sfeer, maar dat weet je niet in het begin. Dat kun je niet omschrijven.

Afbeelding

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :