NETTO RESULTAAT EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE

In document BESTUURSVERSLAG BELANGRIJKSTE RESULTATEN GEGEVENS BESTUUR (pagina 97-104)

2020 2019

11. Huuropbrengsten

Huren woningen Daeb 12.570.920 12.246.069

Huren niet-woningen Daeb 99.711 104.350

Huren woningen Niet-Daeb 646.191 635.946

Huren niet-woningen Niet-Daeb 509.811 499.452

13.826.633 13.485.817

Huurderving Daeb -50.156 -22.239

Huurderving Niet-Daeb -3.816 -4.312

13.772.661 13.459.266

Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 13.772.661 13.459.266

12. Opbrengsten servicecontracten

Opbrengsten servicecontracten 860.980 754.373

13. Lasten servicecontracten

Lasten servicecontracten 911.850 734.755

De bedragen die in rekening worden gebracht voor levering en diensten, en overige onroerende en roerende zaken zijn gebaseerd op de geraamde c.q. werkelijke kosten. Zij worden jaarlijks, indien noodzakelijk, aangepast.

Jaarlijks vindt afrekening plaats met de huurders met betrekking tot de leveringen en diensten over het voorgaande jaar.

14. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Toegerekende personeelskosten 388.002 378.869

Toegerekende afschrijvingen 31.681 28.359

Toegerekende overige organisatiekosten 135.422 157.461

555.105 564.689 De toegerekende organisatiekosten aan verhuur en beheeractiviteiten volgen uit de kostenverdeelstaat.

Daarin worden de organisatiekosten, welke onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld.

Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid.

LONEN, SALARISSEN EN SOCIALE LASTEN

Lonen en salarissen 1.123.472 1.018.858

Sociale lasten 213.381 221.776

Pensioenlasten 185.007 169.250

Overige personeelskosten 129.212 115.921

1.651.072 1.525.805

PERSONEELSLEDEN

Gedurende het jaar 2020 had de corporatie gemiddeld 18 werknemers in dienst (2019: 18). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2019: -).

De organisatiekosten zijn toegerekend op basis van een kostenverdeelstaat, op basis van het aantal fte (2019: idem). Op basis hiervan is onderstaande verdeelstaat toegepast op de toe te rekenen organisatiekosten:

Totaal te verdelen kosten volgens kostenverdeelstaat 2020 2019

Afschrijvingskosten 134.811 € 113.223

Beheerskosten

Automatiseringskosten 229.809 € 227.621

Bestuurs- en toezichtskosten 70.915 € 66.541

Huisvestigingskosten 45.822 € 41.521

Autokosten 12.576 € 17.736

Overige beheerskosten 66.392 € 50.197

Heffingen

Belastingen -2.957 € -2.666

Verzekeringen 17.203 € 12.447

Contributies 28.122 € 33.678

Overige heffingen 14.700 € 14.063

Overige bedrijfslasten

Advieskosten 88.767 € 126.152

Incassokosten -2.534 € 20.161

Dotatie dubieuze debiteuren 7.447 € 17.731

Diverse bedrijfslasten - €

-Totaal overige lasten 576.263 € 625.180

Personeelslasten

Lonen en salarissen 1.123.472 € 1.027.464

Sociale lasten 213.381 € 221.776

Pensioenpremies 185.007 € 169.250

Reis- en verblijfskosten 11.309 € 13.769

Vergoedingen 9.770 € 7.329

Opleidingskosten 17.128 € 46.121

Overige personeelslasten 91.005 € 48.702

Totaal personeelslasten 1.651.071 € 1.534.411

De kosten zijn op basis van de volgende percentages verdeeld:

Lasten verhuur en beheer 23,50%

Lasten onderhoudsactiviteiten 32,89%

Netto resultaat verkoop vastgoed 4,00%

Overige organisatiekosten 32,25%

Leefbaarheid 7,36%

2020 2019

15. Lasten onderhoudsactiviteiten

Planmatig onderhoud 1.013.104 1.046.803

Klachtenonderhoud 364.030 339.344

Planmatig onderhoud projecten 1.723.510

-Mutatieonderhoud 374.077 205.023

Toegerekende personeelslasten 543.037 570.884

Toegerekende afschrijvingen 44.339 42.732

Toegerekende overige organisatiekosten 189.533 237.265

4.251.630 2.442.051

16. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Heffingen OZB en waterschap 728.220 717.637

Verzekeringen 34.582 30.238

Overige kosten 15.113 10.441

Bijdrageheffing AW 9.704 10.916

Verhuurdersheffing 1.119.270 1.485.915

Verhuurbijdrage 4.164 4.054

1.911.053 2.259.201

17. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Voor het verkochte sociaal en commercieel vastgoed in exploitatie is de boekwaarde de marktwaarde in verhuurde staat. Voor het teruggekochte vastgoed onder VOV dat is doorverkocht zonder voorwaarden, is de boekwaarde de marktwaarde op terugkoopmoment onder aftrek van de contractuele korting.

Het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat bij verkoop van vorengenoemd vastgoed is derhalve beperkt, gezien het geringe verschil tussen de opbrengstwaarde en de boekwaarde.

Opbrengst verkopen VOV woningen 3.144.623 1.565.318

Boekwaarde VOV woningen -1.704.656 -1.077.727

Opbrengst verkopen bestaand bezit - 467.990

Verkoopkosten -7.603 -63.224

Boekwaarde bestaand bezit - -313.340

VOV uit voorraad -294.650

-1.137.714 579.017

Onder de verkoopopbrengst is opgenomen de verkoop van alle resterende VOV woningen

(terugkoopplicht). De boekwaarde van de VOV woningen betreft het activa saldo per 31 december 2019 (€ 19.882.629) minus het passiva saldo per 31 december 2019 (€ 18.177.973).

2020 2019

18. Toegerekende organisatiekosten

Toegerekende personeelslasten 66.043 14.322

Toegerekende afschrijvingen 5.392 1.072

Toegerekende overige organisatie kosten 23.051 5.952

94.486 21.346

WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE

19. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -3.918.977 -6.787.473

Project 2020 2019

Onderdijk - € 39.708

Veersedijk 3.116 €

-Warmtenet - € 60.676

Aanpak Banckert -768.173 € 1.501.600

Wocozon 3.917 € 5.280

Energiebeleid laagbouw 2.392 € -266.291

Energieproject hoogbouw 2.856.847 € 5.446.500

Marijkestraat 1.820.879 €

-Totaal 3.918.977 € 6.787.473

20. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Waardeveranderingen vastgoed in exploitatie 22.668.294 34.045.047

21. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder

voorwaarden - 549.855

NETTO RESULTAAT OVERIGE ACTIVITEITEN 22. Opbrengst overige activiteiten

Opbrengst overige activiteiten 260.937 223.557

23. Overige organisatiekosten

Toegerekende personeelslasten 532.470 448.792

Toegerekende afschrijvingen 43.477 33.593

Toegerekende overige organisatiekosten 185.845 186.522

Accountantskosten 127.981 113.857

889.773 782.764

24. Leefbaarheid

Vastgoed gerelateerde leefbaarheid 13.165 18.686

Toegerekende personeelslasten 121.519 112.938

Toegerekende afschrijvingen 9.922 8.454

Toegerekende overige organisatiekosten 42.413 46.938

187.019 187.016

2020 2019

25. Financiële baten en lasten

Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 23.128 23.097

Rentelasten en soortgelijke kosten -1.622.976 -2.041.205

-1.599.848 -2.018.108 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten

Rentebaten 23.128 23.097

Rentelasten en soortgelijke kosten

Betaalde rente op kapitaal-marktleningen -1.612.425 -2.027.816

Overige rentelasten -10.551 -13.389

-1.622.976 -2.041.205 26. Mutatie belastinglatentie

Schattingen

De acute en latente belastingen in de jaarrekening zijn bepaald met inachtneming van de fiscale regels volgens de door de sector met de belastingdienst gemaakte afspraken (VaststellingsovereenkomstI en II). De toepassing van deze regels is op een aantal onderwerpen niet zonder meer duidelijk en voor discussie vatbaar. Deze onderwerpen zijn onder andere het onderscheid tussen onderhoudskosten en verbeteringen, de toerekenbare kosten inzake projectontwikkeling en de inschatting van het op basis van een fiscale winstplanning naar verwachting te verrekenen deel van beschikbare fiscale verliezen. Eerst bij de aangifte zal blijken of en in hoeverre de fiscus de door de groep gevolgde standpunten zal overnemen en accorderen. Om die reden kan de in de jaarrekening bepaalde acute en latente belasting achteraf nog aan veranderingen onderhevig zijn.

De ATAD heeft vooralsnog geen nadelige effecten bij Rhiant.

Het gemiddelde wettelijke belastingtarief is 25%. De effectieve belastingdruk is 2,9% (2019: 0,4%).

Het verschil tussen het toepasselijke belastingtarief en de effectieve belastingdruk wordt hoofdzakelijk verklaard door verschillen tussen de commerciële en de fiscale waardering van het vastgoed.

Belastingdruk winst-en-verliesrekening

De belastinglast/-bate over het resultaat in de winst-en-verliesrekening bestaat uit de volgende componenten:

2020 2019

Vennootschapsbelasting -523.486 -118.488

27. Resultaat deelnemingen

Aandeel resultaat Rhiant Holding BV 22.493 22.586

Afwikkeling deelneming Stadsherstel Drechtsteden NV - -3.632

22.493 18.954

11. OVERIGE INFORMATIE

BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM Leningenruil Vestia:

Rhiant gaat mee in het voorstel van Vestia voor de leningenruil. Dit onder de volgende voorwaarden:

• Vestia wordt gesplitst in 3 corporaties

• Alle corporaties leveren een evenredig aandeel in de financiële bijdrage (op enkele uitzonderingen na)

• De medewerking en bijdragen van BZK, WSW en AW zijn noodzakelijk.

De financiële impact is voor Rhiant ongeveer € 12 tot max € 14 per VHE voor de komende 40 jaar.

Effect huurbevriezing: De huurbevriezing voor Rhiant heeft voor 2021 een financieel effect van

€ 214 duizend. Dit is een behoorlijk financieel effect wat niet zomaar opgevangen kan worden.

De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de

continuïteitsveronderstelling van Stichting Rhiant. Echter, als gevolg van de uitbraak van het coronavirus wereldwijd, zijn door de Nederlandse overheid ingrijpende maatregelen genomen om de verspreiding van dit virus onder controle te krijgen. Deze maatregelen en mogelijke maatregelen die nog volgen, hebben naar verwachting belangrijke financiële gevolgen voor ondernemingen in Nederland. Deze gevolgen zijn op dit moment nog niet te overzien. De door de Nederlandse overheid genomen maatregelen kunnen impact hebben op de ontwikkeling van de netto-omzet en daarmee de ontwikkeling van het resultaat van Stichting Rhiant. Ook de financiële positie (liquiditeit en solvabiliteit) van Stichting Rhiant kan daardoor onder druk komen te staan, met als gevolg mogelijke onzekerheid over de continuïteitsveronderstelling.

Door de Nederlandse overheid is een breed pakket aan maatregelen aangekondigd ter ondersteuning van ondernemers. Op grond van de financiële positie van Stichting Rhiant per balansdatum en de positieve invloed van de ondersteuningsmaatregelen door de overheid die de negatieve financiële gevolgen van de uitbraak van het coronavirus zullen beperken, acht het bestuur van Stichting Rhiant een duurzame voortzetting van de bedrijfsuitoefening niet onmogelijk. De jaarrekening is dan ook opgemaakt uitgaande van de veronderstelling van continuïteit van de onderneming.

BESTEMMING VAN HET RESULTAAT OVER HET BOEKJAAR 2019

De jaarrekening 2019 is vastgesteld in de vergadering van de Raad van Commissarissen gehouden op 18 juni 2020. De vergadering Raad van Commissarissen heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.

BESTEMMING VAN DE WINST 2020

De directie stelt voor om de winst over 2020 in 2021 als volgt te verwerken:

Resultaat 23.879.852

Toevoeging aan de overige reserves 23.879.852

PENSIOENLASTEN

De gehanteerde pensioenregeling van Stichting Rhiant is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPUW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

• Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.

• Er is sprake van een middelloonregeling.

• De pensioenleeftijd is afhankelijk van de AOW pensioenleeftijd.

• De regeling kent zowel een levenslang als een tijdelijk partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd op risicobasis.

• Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast met een maximum van 25% van de

ouderdomspensioengrondslag respectievelijk 25% van de ouderdomspensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.

• Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. De toeslagverlening is

voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

• Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling.

• De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.

• Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De beleidsdekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2020 109,4% (31-12-2019: 110,7%). Hiermee voldoet het pensioenfonds niet aan de minimale vereiste 125% die voorgeschreven is door De Nederlandse Bank (DNB) en daarmee ontstaat een dekkingstekort.

SPW heeft een herstelplan ingediend bij DNB waarin wordt aangetoond hoe het pensioenfonds verwacht binnen de geldende termijn uit het reservetekort te komen. Het herstelplan is goedgekeurd door DNB.

2020 2019

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

Materiële vaste activa 134.811 114.210

134.811 114.210 Honoraria en overige kosten accountant

Controle van de jaarrekening Baker Tilly 82.112 65.666

Andere controlewerkzaamheden Baker Tilly 5.950 11.000

88.062 76.666

Bovenstaande honoraria, verwerkt op basis van factuurstelstel, betreffen de werkzaamheden die bij de Stichting zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en externe accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties).

12. GESCHEIDEN

VERANTWOORDING

In document BESTUURSVERSLAG BELANGRIJKSTE RESULTATEN GEGEVENS BESTUUR (pagina 97-104)