LITURGIE VOOR DE INTERNETKERKDIENST OP ZONDAG 31 JANUARI 2021 AANVANG: UUR

Hele tekst

(1)

LITURGIE VOOR DE INTERNETKERKDIENST OP ZONDAG 31 JANUARI 2021

AANVANG: 10.00 UUR

ORGELSPEL

MEDEDELINGEN

ORGEL: Ps. 103: 1 en 9

1 Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren, laat al wat binnen in mij is Hem eren, vergeet niet hoe zijn liefde u heeft geleid, gedenk zijn goedheid, die u wil vergeven, die u geneest, die uit het graf uw leven verlost en kroont met goedertierenheid.

9 Laat heel het machtig koninkrijk des Heren zijn grote naam, zijn grote daden eren.

Kom allen tot de lof des Heren saam.

Lof zij de Heer in hemel en op aarde, die aan zijn volk zijn liefde openbaarde, en zegen gij, mijn ziel, zijn grote naam.

STIL GEBED

BEMOEDIGING EN GROET

VIDEO: Psalm 62: 1 en 5

(https://www.youtube.com/watch?v=UBt_orHIW34) (ondertiteld) GEBED OM ONTFERMING / VEROOTMOEDIGING

(2)

ORGEL: Lied 836/LvdK 463: 1, 2 en 5

1 O Heer die onze Vader zijt, vergeef ons onze schuld.

Wijs ons de weg der zaligheid, en laat ons hart, door U geleid, met liefde zijn vervuld,

2 Geef dat uw roepstem wordt gehoord,

als eenmaal bij de zee.

Geef dat ook wij uw nodend woord vertrouwen, volgen ongestoord, op weg gaan met U mee,

5 Dat ons geen drift en pijn verblindt, geen hartstocht ons verwart.

Maak Gij ons rein en welgezind, en spreek tot ons in vuur en wind, o stille stem in 't hart,

GEBED OM DE HEILIGE GEEST

1E LEZING: Genesis 26: 1 -6; 12- 33

Isaak en Rebekka in Gerar

261Eens brak er in het land hongersnood uit (een andere dan de hongersnood die er vroeger was geweest, in de tijd van Abraham), en daarom ging Isaak naar Gerar, de stad van Abimelech, de koning van de Filistijnen. 2Daar verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Reis niet verder naar Egypte maar blijf hier wonen, in het land dat ik je aanwijs. 3Blijf voorlopig in dit land, ik zal je terzijde staan en je zegenen: ik zal dit hele gebied aan jou en je nakomelingen geven en zo de eed gestand doen die ik je vader Abraham heb gezworen. 4Ik zal je zo veel

nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en dit hele gebied aan hen geven, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. 5Want Abraham heeft naar mij geluisterd en zich gehouden aan wat ik hem opdroeg, aan mijn geboden, voorschriften en regels.’ 6Dus bleef Isaak in Gerar wonen.

12Isaak zaaide in dat land en hij oogstte nog hetzelfde jaar honderdvoudig, want de HEER zegende hem. 13Hij werd rijker en rijker, schatrijk werd hij: 14hij bezat grote kudden schapen, geiten en runderen en een groot aantal slaven en slavinnen.

(3)

De Filistijnen werden jaloers op hem, 15en daarom maakten ze alle putten die de knechten van zijn vader Abraham indertijd hadden gegraven onbruikbaar door ze vol te gooien met aarde. 16Het kwam zover dat Abimelech tegen Isaak zei: ‘U kunt maar beter bij ons weggaan, u bent veel te machtig voor ons geworden.’

17Toen vertrok Isaak en sloeg zijn tenten op in het dal van Gerar, en daar bleef hij wonen.18De waterputten die in de tijd van zijn vader Abraham waren

gegraven en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgegooid, groef Isaak weer open, en hij gaf ze dezelfde namen als zijn vader ze had gegeven.

19Ook Isaaks knechten gingen in het dal aan het graven en zij troffen er een bron met helder water aan. 20Maar de herders uit Gerar maakten ruzie met Isaaks herders. ‘Dat water is van ons,’ zeiden ze. Omdat hij daarover onenigheid met hen had gekregen, noemde hij die bron Esek. 21Toen groeven ze een andere put en ook daarover kregen ze ruzie; hij noemde hem daarom Sitna. 22Daarna trok hij verder, en weer groef hij een put. Hierover ontstond geen onenigheid.

Hij noemde hem Rechobot, ‘want,’ zei hij, ‘nu heeft de HEER ons ruimte gegeven in dit land en kunnen wij ons uitbreiden.’23Van daar trok hij naar Berseba. 24’s Nachts verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben de God van je vader

Abraham. Wees niet bang want ik sta je terzijde, en ik zal je zegenen en je veel nakomelingen geven omwille van mijn dienaar Abraham.’ 25Toen bouwde hij op die plaats een altaar, riep er de naam van de HEER aan en sloeg er zijn tenten op; zijn knechten begonnen daar een put te graven.

26Abimelech kwam vanuit Gerar naar hem toe, samen met zijn vertrouweling Achuzzat en zijn legeroverste Pichol. 27‘Wat komt u hier doen?’ vroeg Isaak hun.

‘U bent mij immers vijandig gezind, u hebt mij toch weggestuurd?’ 28Ze

antwoordden: ‘Het is voor ons duidelijk dat de HEER u terzijde staat. Daarom leek het ons goed met u een verdrag te sluiten en dit met een plechtige eed te bekrachtigen. 29Laten we afspreken dat u ons geen kwaad zult doen, zoals wij van onze kant u geen haar hebben gekrenkt en u alleen maar goed hebben behandeld en u in vrede hebben laten gaan. De zegen van de HEER rust immers op u.’ 30Toen maakte Isaak een maaltijd voor hen klaar, en samen aten en dronken ze. 31De volgende morgen vroeg zwoeren ze elkaar een eed. Daarna deed Isaak hun uitgeleide, en ze gingen in vrede uiteen.

32Diezelfde dag nog kwamen Isaaks knechten hem vertellen over de put die ze hadden gegraven. ‘We hebben water gevonden!’ zeiden ze. 33Hij noemde die put Seba, en daarom heet de stad daar tot op de dag van vandaag Berseba.

(4)

ORGEL: Lied 904: 1 en 3

1 Beveel gerust uw wegen, al wat u 't harte deert, der trouwe hoed' en zegen van Hem, die 't al regeert.

Die wolken, lucht en winden wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden waarlangs uw voet kan gaan.

3 Laat Hem besturen, waken, 't is wijsheid wat Hij doet!

Zo zal Hij alles maken,

dat ge u verwonderen moet, als Hij, die alle macht heeft, met wonderbaar beleid

geheel het werk volbracht heeft, waarom gij thans nog schreit.

2E LEZING: Joh. 4: 3-14

3Jezus verliet Judea en ging naar Galilea 4Daarvoor moest hij door Samaria heen. 5Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur.

7Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar:

‘Geef mij wat te drinken.’ 8Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met

Samaritanen om. 10Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ 11‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? 12U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, 14‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

ORGEL: Ps. 36: 3

3 Bij U, Heer, is de levensbron, Gij doet ons klaarder dan de zon het licht der wereld schouwen.

Schenk toch uw heil dat leven doet en wees voor wie U kennen goed, bevestig ons vertrouwen.

Geef dat ik niet door 't ruw geweld der goddelozen word geveld, beschaam hun trotse zielen.

Maar zie, daar storten zij al neer, men stoot ze om, zij zijn niet meer:

zij liggen, waar zij vielen.

(5)

VERKONDIGING

VIDEO: Lied 653: 1, 3 en 7

https://www.youtube.com/watch?v=-0sqEO5YOXc

1 U kennen, uit en tot U leven, Verborgene die bij ons zijt, zolang ons 't aanzijn is gegeven, de aarde en de aardse tijd,- o Christus, die voor ons begin en einde zijt, der wereld zin!

3 Gij zijt het water ons ten leven;

de bronnen van de eeuwigheid zijn ons ter lafenis gegeven, zijn doorgebroken in de tijd.

O Gij, die als een bron ontspringt in elk die tot U komt en drinkt.!

7 O Christus, ons van God gegeven, Gij tot in alle eeuwigheid

de weg, de waarheid en het leven, Gij zijt de zin van alle tijd.

Vervul van dit geheimenis uw kerk die in de wereld is.

DANKGEBED VOORBEDEN ONZE VADER

SLOTLIED ORGEL: Lied 538: 1, 2 en 4

1 Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd,

is leven van genade buiten de eeuwigheid, is leven van de woorden die opgeschreven staan en net als Jezus worden die 't ons heeft voorgedaan.

2 Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd,

is komen uit het water en staan in de woestijn, geen god onder de goden, geen engel en geen dier, een levende, een dode, een mens in wind en vuur.

4 Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd,

dat is de Geest aanvaarden die naar het leven leidt:

de mensen niet verlaten, Gods woord zijn toegedaan, dat is op deze aarde

de duivel wederstaan.

(6)

ZEGEN

ORGEL: Lied 415: 3

3 Amen, amen, amen!

Dat wij niet beschamen Jezus Christus onze Heer, amen, God, uw naam ter eer!

ORGELSPEL

Voorganger: Bieneke de Waal

Ouderlingen van dienst:

Gertjan Roth (Oudenbosch) Wilma Welten (Gastel & Kruisland)

Lectoren:

Hanneke van der Vossen (Oudenbosch) Erna Wijnants (Gastel & Kruisland)

Organist: Ger Blok

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :