• No results found

ADHD en de snelheid van informatieverwerking : het verband tussen de aanwezigheid van ADHD-symptomen en verwerkingssnelheid in een subklinische populatie

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2021

Share "ADHD en de snelheid van informatieverwerking : het verband tussen de aanwezigheid van ADHD-symptomen en verwerkingssnelheid in een subklinische populatie"

Copied!
25
0
0

Bezig met laden.... (Bekijk nu de volledige tekst)

Hele tekst

(1)

Bachelorscriptie Klinische Neuropsychologie

Universiteit van Amsterdam

ADHD en de Snelheid van Informatieverwerking:

Het Verband Tussen de Aanwezigheid van ADHD-Symptomen en

Verwerkingssnelheid in een Subklinische Populatie

Hanna F. Heyer Student nummer: 10307214 Begeleiders: Drs. N.R. de Vent I. Z. Groot Mei 2016

(2)

Inhoudsopgave

Abstract 3

Inleiding 3

ADHD en bijbehorende problemen 3

De relatie tussen ADHD, executief functioneren en verwerkingssnelheid 4 Verschillen tussen ADHD symptomen en ADHD als continuüm 6

Methode 8 Deelnemers 8 Materialen 9 Procedure 11 Analyse 12 Resultaten 13

Het verband tussen verwerkingssnelheid en ADHD-symptomen 14 Het verband tussen de speed accuracy trade-off en ADHD symptomen 15 Het verschil in verband tussen verwerkingssnelheid en de subtypes hyperactiviteit en

afleidbaarheid 16

Discussie 17

(3)

Abstract

ADHD-problematiek gaat vaak samen met executieve functieverstoringen, het is denkbaar dat ADHD-problematiek via een vertraagde verwerkingssnelheid met deze verstoringen in verband staat. In deze studie wordt gekeken naar het verband tussen ADHD-symptomatologie

en verwerkingssnelheid en in een subklinische populatie. Daarnaast is ook gekeken naar het verband tussen ADHD-symptomen en nauwkeurigheid. Ook is er gekeken naar een onderverdeling van ADHD-symptomen in twee symptoomclusters; aandachttekort en hyperactiviteit/impulsiviteit. Een neuropsychologisch onderzoek is afgenomen bij 175 deelnemers. Uit de resultaten is gebleken dat er geen verbanden zijn gevonden tussen ADHD symptomatologie en verwerkingssnelheid. Ook met betrekking tot de nauwkeurigheid en met betrekking tot ADHD-symptomen opgesplitst in symptoomclusters kwam uit de resultaten

geen verband naar voren. Voorlopig kan men hieruit concluderen dat er geen verband is tussen ADHD-symptomtologie en verwerkingssnelheid in een subklinische populatie.

ADHD en bijbehorende problemen

Attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) is een ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door drie hoofdsymptomen: impulsiviteit, aandachttekort en hyperactiviteit (Castellanos, Sonuga-Barke, Milham, & Tannock, 2006). Bij mensen met ADHD worden, in vergelijking met non-hyperactive mensen, verhoogde levels van antisociaal gedrag, meer middelen misbruik, slechtere schoolprestaties en relatieproblemen gerapporteerd (Knouse, Mitchell, Brown, Silvia, Kane, Myin-Germeys & Kwapil, 2007). Daarnaast hebben mensen met ADHD moeite met het aanpassen van hun gedrag aan sociale -en omgevingsfactoren. De problematische gedragingen bestaan bijvoorbeeld uit snel afgeleid zijn of niet wachten tot iemand uitgepraat is (Mulder et. al, 2010). Deze gedragingen hebben impact op zowel de

(4)

persoon met ADHD zelf als zijn of haar omgeving. Naast sociale problemen scoren mensen met klinisch gediagnosticeerde ADHD ook op veel academische -en werk gerelateerde vlakken slechter dan mensen zonder ADHD (Biederman, Petty, Fried, Fontanella, Doyle, Seidman & Faraone, 2006). Mogelijk hebben deze problemen in het dagelijks functioneren een verband met cognitief functioneren (Barkley & Murphy, 2010).

De relatie tussen ADHD, executief functioneren en verwerkingssnelheid

Executieve functies zijn een belangrijk onderdeel van het cognitief functioneren. Onder executieve functies worden namelijk de hogere mentale processen verstaan die onze

gedachtegang, actie en emotie aansturen (Biederman et. al., 2006). Zonder deze functies is goed georganiseerd en doelgericht gedrag niet mogelijk. In het dagelijks gedrag zijn executieve functieverstoringen bijvoorbeeld terug te zien bij planning, probleem-oplossingsgerichtheid en flexibiliteit.

Uit eerder onderzoek is al gebleken dat veel mensen met ADHD executieve

functieverstoringen hebben (Biederman et. al., 2006; Jiménez, Ballabriga, Arrufat, & Giacobo, 2015; Toplak, Bucciarelli, Jain, & Tannock, 2008). Daarnaast is gebleken dat veel mensen met executieve functieverstoringen een vertraagde verwerkingssnelheid hebben (Jiménez,

Balabriga, Martin, Arrufat en Giacobo (2015). Verwerkingssnelheid is de snelheid waarmee cognitieve processen plaatsvinden, het gaat hierbij om processen die een belangrijke rol spelen bij allerlei dagelijkse functies, zoals het lezen van een krant of het zoeken van je sleutels (Ball et. al., 2007).

Het is denkbaar dat het verband tussen de gedragsmatige problematiek die bij ADHD komt kijken en de executieve functieverstoringen verklaard kan worden door

verwerkingssnelheid. Uit verschillende longitudinale studies is al gebleken dat

(5)

(Finkel, Mintzer, Dysken, Krishnan, Burt & McRae, 2004; Lemke & Zimprich, 2005 beide aangehaald in Ball, Edwards & Ross, 2007). Daarbij is gebleken dat training, en dus verbetering, van verwerkingssnelheid een verbeterd executief functioneren tot gevolg heeft (Ball et. al., 2007). Uit deze studie kwam eveneens naar voren dat de effecten van een snellere verwerkingssnelheid een positieve impact hebben op het gedragsmatig functioneren van de deelnemers in het dagelijks leven.

Een mogelijk verband tussen de mate van ADHD-symptomatologie en een vertraagde verwerkingssnelheid zou te maken kunnen hebben met de verhouding tussen snelheid en accuraatheid, verder in deze studie wordt dit nauwkeurigheid genoemd. Deze nauwkeurigheid wordt gedefinieerd door de mate waarin iemand snelheid inlevert voor accuraatheid: de speed accuracy trade-off (Mulder et. al., 2010; Wylie, Van Den Wildenberg, Ridderinkhof, Bashore, Powell, Manning, & Wooten, 2009). Deze relatie is echter niet bij iedereen gelijk. Hoe hoger de speed accuracy trade-off hoe minder nauwkeurig iemand is. Speed-accuracy errors, fouten in accuraatheid door snelheid, komen sneller voor wanneer er meer ruis is in de aangeboden informatie. Ruis ontstaat in de vorm van aandachts –of concentratieverlies. Errors komen dus sneller voor wanneer er meer afleiding aanwezig is en er hierdoor meer tijd nodig is om een correcte beslissing te maken. Men zou kunnen stellen dat er bij mensen met ADHD mogelijk altijd sprake is van meer ruis in de aangeboden informatie, omdat mensen met ADHD juist problemen hebben met aandacht, concentratie en verwerkingssnelheid. Juist omdat de verwerkingssnelheid trager is, zou iemand met ADHD baat hebben bij een hogere mate van aandacht en concentratie. Echter zit daar nu precies de symptomatologie, om deze reden zouden er bij mensen met ADHD meer speed accuracy errors optreden en zou er dus sprake zijn van een verminderde nauwkeurigheid (Mulder et.al.,2010). Op deze manier zorgen ADHD-symptomen voor een vertraagde verwerkingssnelheid en zoals net besproken heeft een vertraagde verwerkingssnelheid een invloed op het executief functioneren.

(6)

Verschillen tussen ADHD symptomen en ADHD als continuüm

Zoals al eerder genoemd is ADHD een ontwikkelingsstoornis, dit houdt in dat de stoornis zich manifesteert in de kindertijd. Maar daarnaast is er ook sprake van een

symptomatische continuïteit gedurende de adolescentie en de volwassenheid (Biederman et. al. 2006). Enigszins in strijd met deze symptomatische continuïteit is de bevinding dat veel volwassenen niet meer aan de klinische diagnose van ADHD voldoen, terwijl ze in de kindertijd wel aan deze diagnose voldeden (Wilens, Biederman, Faraone, Martelon, Westerberg & Spencer, 2009). Deze tegenstrijdigheid is opmerkelijk, maar niet geheel onverklaarbaar. Mogelijk zijn de drie hoofdsymptomen van ADHD (impulsiviteit,

aandachttekort en hyperactiviteit) namelijk niet onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar gaat het meer om de aanwezigheid van één of een specifieke combinatie van de symptomen (Jiménez et.al., 2015). In de volwassenheid zal het symptoom aandachttekort in grotere mate aanwezig zijn, al dan niet in combinatie met hyperactiviteit en impulsiviteit (Karalunas, Huang-Pollock, & Nigg, 2012; Wilens et.al. 2009). Dit ondersteunt de symptomatische continuïteit, maar ook de bevinding dat iemand in de volwassenheid niet meer aan de diagnose voor ADHD voldoet. Wanneer er namelijk slechts sprake is van het symptoom aandachttekort kan iemand hier zeker nog problemen door ondervinden, maar niet meer voldoen aan de volledige diagnostische criteria. Het is denkbaar dat de diagnostische criteria voornamelijk gericht zijn op de ADHD-symptomatologie in de kindertijd, dat wil zeggen vooral op symptomen van hyperactiviteit/impulsiviteit. Dit is goed mogelijk, aangezien ADHD meestal vastgesteld wordt in de kindertijd. Dit kan ervoor zorgen dat iemand in de volwassenheid, met een hogere mate van aandachttekort in plaats van

hyperactiviteit/impulsiviteit, niet meer aan de diagnose van ADHD voldoet.

(7)

stoornis als een discrete variabele behandeld, maar misschien is ADHD geen discrete variabele maar ligt de symptomatologie meer op een continuüm. Dit houdt in dat wanneer iemand qua symptomen nog onder het cut-off point voor diagnose scoorter nog steeds wel sprake kan zijn van symptomen en dus ook de bijbehorende problematiek (Mohamed, Börger, Geuze & Meere, 2015).

Deze twee punten samen, verschil in aanwezigheid van soort symptoom en ADHD symptomatologie als een continuümmaken dat het relevant is om te kijken naar ADHD symptomatologie in een subklinische populatie. Er is al genoemd dat juist mensen met een hoge mate van aanwezigheid van het symptoom aandachttekort geassocieerd worden met een langzamere verwerkingssnelheid (Jiménez et.al., 2015). Daarnaast is ook gebleken dat in de volwassenheid meestal juist het symptoom aandachttekort in de grootste mate aanwezig is, maar ook dat veel volwassenen niet meer aan de diagnostische criteria voor ADHD voldoen.

Uit deze thema's komt de vraag naar voren in hoeverre er een verband is tussen de mate van aanwezige ADHD-symptomen en verwerkingssnelheid en of hier verschil in zit per symptoom. De veronderstelling hierbij is dat mensen die een hoge mate van ADHD-symptomatologie rapporteren een relatief langzame verwerkingssnelheid laten zien. Hierbij wordt verwacht dat wanneer er een hoge mate van ADHD-symptomen aanwezig is, deze vooral binnen het cluster aandachttekort valt. Dit omdat de onderzochte populatie een populatie van volwassenen is. Daarnaast wordt eveneens verwacht dat juist de mensen met een grote mate van aanwezigheid van het symptoom aandachttekort ook in grotere mate een verstoorde verwerkingssnelheid laten zien. Ook met betrekking tot de nauwkeurigheid wordt verwacht dat mensen die een hoge mate van ADHD-symptomatologie hebben een lagere nauwkeurigheid laten zien.

(8)

Methode Deelnemers

Aan dit onderzoek deden 175 mensen mee. Deze deelnemers zijn geworven in de kringen van de onderzoekers zelf en via de Universiteit van Amsterdam. De leeftijd van de deelnemers lag tussen de 18 en 84 met een gemiddelde van 31,8. In Tabel 1 staat een

overzicht van het aantal mannen en vrouwen met gemiddelde leeftijden en opleidingsniveaus. Deelnemers werden uitgesloten wanneer aangeven werd dat er sprake was van een ziekte in het centraal zenuwstelsel. Indien de deelnemer student aan de Universiteit van Amsterdam was ontving deze twee proefpersoon puntenvoor zijn deelname aan het onderzoek1. Tabel 1

Het Aantal Mannen en Vrouwen (N) met Gemiddelden (M) Leeftijden en Opleiding met Standaardafwijkingen (SE) tussen Haakjes

Materialen

Verwerkingssnelheid is gemeten door een combinatie van de D2 test, de subtest

symboolsubstitutie van de Wechsler Adult Intelligence Scale IV (WAIS IV) en de trail making test (TMT). ADHD-symptomatologie is gemeten door middel van het Diagnostisch Interview voor ADHD bij Volwassenen (DIVA). Deze tests waren onderdeel van een grotere

testbatterij.

1

Participatiepunten die studenten van de Universiteit van Amsterdam dienen te halen door deel te nemen aan onderzoek

N M Leeftijd (SE) Opleiding (SE)

Man 69 31,83 (18,77) 5,85 (0,50) Vrouw Totaal 106 175 32,58 (18,68) 32,38 (18,68) 5,67 (0,88) 5,67 (0,88)

(9)

D2 test. De D2 Test meet naast verwerkingssnelheid ook selectieve aandacht. De test bestaat uit 14 regels, waarbij elke regel 47 items bevat. De test items bestaan uit de letters d en p waarbij één tot vier strepen staan. De deelnemer wordt gevraagd alleen de letters d aan te strepen waar precies twee strepen bij staan. Per regel krijgt de deelnemer 20 seconden, hierbij wordt de deelnemer verzocht zo snel mogelijk te werken, maar ook om zo min mogelijk fouten te maken. De betrouwbaarheid en validiteit van alle maten van de D2 zijn goed gebleken, met een hoge interne consistentie, Cronbach’s Alpha, 0,98 (Wassenberg, Hendriksen, Hurks, Feron, Keulers, Vles, & Jolles, 2008). In dit onderzoek is gekeken naar twee verschillende uitkomstmaten van de D2. Als maat voor verwerkingssnelheid is de concentratieprestatie berekend. Ter berekening hiervan is het totaal aantal fouten afgetrokken van het totaal aantal verwerkte items. De maximale score op deze uitkomstmaat van de D2 is 658, hetgeen overeenkomt met een extreem hoge verwerkingssnelheid. Als maat voor de nauwkeurigheid is de speed accuracy trade off score berekend. Hiervoor is het totale aantal fouten vermenigvuldigd met 100 en vervolgens gedeeld door het totaal aantal verwerkte items. Hierbij komt een hoge speed accuracy trade off score overeen met lage

nauwkeurigheid.

Symboolsubstitutie. De subtest symboolsubstitutie van de WAIS meet naast verwerkingssnelheid ook fijne motoriek en kortetermijngeheugen (Carlozzi, Tulsky, Chiaravalloti, Beaumont, Weintraub, Conway, & Gershon, 2014). Bij deze test staat een sleutel afgebeeld van de cijfers één t/m negen met bijbehorende symbolen. Na een oefenstuk bestaat de test uit acht regels, waarbij iedere regel 16 items bevat. De testitems bestaan uit de cijfers één t/m negen in random volgorde, onder deze cijfers staan lege hokjes. De deelnemer krijgt 120 seconden de tijd om de bijbehorende symbolen bij de cijfers te tekenen. Hierbij mogen er geen cijfers worden overgeslagen en wordt de deelnemer gevraagd zo snel mogelijk en zo nauwkeurig mogelijk te werken. De betrouwbaarheid en validiteit van de subtest

Comment [P1]: speed-accuracy trade-off

Comment [P2]: speed-accuracy trade-off

(10)

symboolsubstitutie zijn goed bevonden, Cronbach’s Alpha, 0,90 (Kreiner & Ryan, 2001). De uitkomstmaat die gebruikt is voor verwerkingssnelheid in dit onderzoek is gevormd uit het aantal verwerkte items min het aantal gemaakte fouten. Hierbij komt een hoge score overeen met een hoge verwerkingssnelheid en een lage score met een trage verwerkingssnelheid.

TMT. De TMT is voornamelijk een maat voor executief functioneren (Sanchez-Cubillo, Perianez, Adrover-Roig, Rodriguez-Sanchez, Rios-Lago, Tirapu, & Barcelo, 2009).

Aangezien gesuggereerd wordt dat verwerkingssnelheid een voorwaarde is voor executief functioneren, wordt ook de TMT meegenomen in dit onderzoek. De TMT bestaat uit twee delen, de TMT-A en de TMT-B. Bij de TMT-A dient de deelnemer de cijfers 1 t/m 25 in oplopende volgorde met elkaar te verbinden, deze staan random verdeeld over het blad. Bij de TMT-B is het wederom de bedoeling om de cijfers in oplopende volgorde met elkaar te verbinden, echter nu afgewisseld met letters (1-A-2-B-3-C...). Zowel de A als de TMT-B bestaat uit 25 items. Als uitkomstmaat van verwerkingssnelheid wordt de totale tijdsscore gebruikt. Het is gebleken dat de betrouwbaarheid en validiteit van de TMT goed zijn. Een lage totale score is hierbij een weergave van goed executief functioneren (Sanchez-Cubillo, et. al., 2009).

DIVA. Mate van ADHD-symptomatologie is gemeten met behulp van de DIVA. De DIVA bestaat uit 18 stellingen. Hierbij hebben de eerste negen stellingen betrekking op symptomen van aandachttekort en de tweede negen stellingen op symptomen van hyperactiviteit/impulsiviteit. Normaliter wordt de DIVA in de vorm van een diagnostisch interview afgenomen en wordt ook gevraagd naar de aanwezigheid van de symptomen in de kindertijd. Aangezien het in dit onderzoek het niet de doelstelling was om een diagnose te stellen en een volledig diagnostisch interview te veel tijd in beslag zou nemen is de afname procedure van de DIVA aangepast. De negen stellingen zijn in de vorm van een interview één voor één aan de deelnemer voorgelegd, waarbij gevraagd werd de voorgelegde stelling te

(11)

scoren op een schaal van 1 tot 6. Hierbij stond 1 gelijk aan nooit, 2 aan zelden, 3 aan soms, 4 aan regelmatig, 5 aan vaak en 6 aan altijd. Voorbeeldstellingen zijn: "Heeft u moeite met het organiseren van taken en activiteiten?", "Beweegt u vaak onrustig met uw handen of voeten, of draait u in uw stoel?". Omdat de afname procedure van de DIVA is aangepast voor het doel van het onderzoek zijn er geen gegevens over de betrouwbaarheid en validiteit bekend. Er zijn drie verschillende uitkomstmaten van de DIVA gebruikt in dit onderzoek. De totale score van alle stellingen is gebruikt als maat voor de mate van ADHD-symptomatologie in zijn geheel. De totale score op de eerste negen stellingen is gebruikt voor de mate van aanwezigheid van het symptoom aandachttekort. En de totale score op de tweede negen stellingen is gebruikt als maat voor de mate van aanwezigheid van het de symptomen hyperactiviteit/impulsiviteit. Bij alle drie de uitkomstmaten komt een hoge score overeen met een hoge mate en een lage score met een lage mate van aanwezigheid van ADHD-symptomatologie.

Procedure

Iedere participatie aan het onderzoek vond tussen een onderzoeker en een individuele deelnemer plaats. Voor het testen begon werd een informed consent getekend door de deelnemer. Het onderzoek bestond uit een testbatterij van in totaal 12 onderdelen, waarvan vier vragenlijsten en acht test. De duur van het onderzoek bedroeg ongeveer twee uur. Halverwege het testen werd een korte pauze gehouden van ongeveer tien minuten waarna het onderzoek weer verder ging. Aan het einde van het onderzoek werden de deelnemers bedankt voor hun deelname en indien gewenst ingelicht over het doel van het onderzoek.

Analyses

Het statistische programma SPSS 22 is gebruikt voor alle analyses. Voordat de analyses zijn uitgevoerd, is de data gecontroleerd op uitbijters. Hiervoor is gekeken naar de

(12)

gecorrigeerde uitbijters van de variabelen. Dit is gedaan door de gestandaardiseerde residuals te berekenen, deze zijn gecorrigeerd voor het effect van leeftijd, sekse en opleiding. De scores waarvan de residuals meer dan 3,5 standaarddeviatie afweken van het gemiddelde zijn verwijderd.

Na verwijdering van de outliers is er bij iedere analyse een check gedaan op de assumpties van lineariteit, normaliteit, homoscedasticiteit en onafhankelijkheid van de errors met behulp van PP-plots en de Durbin-Watson test. Wanneer de Durbin-Watson niet meer dan 0,8 van 2 afweekt was de assumptie van onafhankelijkheid van de errors niet geschonden. Met betrekking tot de overige assumpties was het van belang dat het model in het PP-plot niet te veel afweek van de normaalverdeling.

De score van de TMT is gespiegeld door 1-TMTscore toe te passen, dit zodat ook bij de TMT een hoge score gelijk staat aan een snelle verwerkingssnelheid. Vervolgens zijn de scores van de van de D2, symboolsubstitutie en TMT ter standaardisering omgescoord tot Z-scores. Deze Z-scores zijn bij elkaar opgeteld, deze score is gebruikt als indexscore van verwerkingssnelheid.

Om naar het verband tussen verwerkingssnelheid en ADHD-symptomatologie te kijken is gebruik gemaakt van een multiple regressieanalyse. Hierbij is gekeken of

ADHD-symptomatologie (onafhankelijke variabele) een significante voorspeller is voor

verwerkingssnelheid (afhankelijke variabele). De covariaten leeftijd, sekse en opleiding zijn bekeken in een apart model. Dit omdat verwacht werd dat deze covariaten, en hierbij voornamelijk leeftijd, een significant effect zullen hebben op het verband (Baudouin, Clarys, Vanneste, & Isingrini, 2009). Vervolgens is in een apart model de ADHD-symptomatologie toegevoegd. Deze twee modellen zijn vergeleken om naar de toegevoegde voorspellende waarde van ADHD-symptomatologie op verwerkingssnelheid te kijken.

(13)

gebruik gemaakt van een multiple regressieanalyse. Hierbij is gekeken of ADHD-symptomatologie (onafhankelijke variabele) een significante voorspeller is voor nauwkeurigheid (afhankelijke variabele). De covariaten leeftijd, sekse en opleiding zijn bekeken in een apart model. Vervolgens is in een apart model de ADHD-symptomatologie toegevoegd. Deze twee modellen zijn mer elkaar vergeleken om naar de toegevoegde voorspellende waarde van ADHD-symptomatologie op nauwkeurigheid te kijken.

Om te kijken of de symptoomclusters aandachttekort versus hyperactiviteit/impulsiviteit verschillen in hun verband met verwerkingssnelheid zijn twee multiple regressieanalyses met elkaar vergeleken. Hierbij is gekeken of symptomen van aandachttekort (onafhankelijke variabele) een significante voorspeller is voor verwerkingssnelheid (afhankelijke variabele), hierbij is gecontroleerd voor de covariaten leeftijd, sekse en opleiding. Daarnaast is gekeken of symptomen van hyperactiviteit/impulsiviteit (onafhankelijke variabele) een significante voorspeller is voor verwerkingssnelheid (afhankelijke variabele), wederom is hierbij gecontroleerd voor de covariaten leeftijd, sekse en opleiding. Deze twee modellen zijn met elkaar vergeleken om naar het verschil in verband met verwerkingssnelheid te kijken.

Aangezien er drie regressieanalyses op één dataset gedaan worden zal een Bonferroni-correctie op significante p-waardes worden toegepast, dit om de kans op een type-II fout te verkleinen.

Resultaten

Alle 175 deelnemers hebben het gehele onderzoek voltooid. Geen van de deelnemers gaf aan een ziekte van het centraal zenuwstelsel te hebben, echter bij zeven deelnemers was een aantal testscores niet bruikbaar in verband met extreem afleidende omgevingsfactoren. Daarnaast zijn er bij de scores van de TMT twee uitbijters verwijderd. Bij de

(14)

concentratiepresentatie op de D2 is één uitbijter verwijderd. De hierna gevormde indexscore, de overige nauwkeurigheidsscores van de D2 en de scores van de DIVA zijn meegenomen in de verdere data-analyse. In Tabel 2 staat een overzicht van de gebruikte data na verwijdering van de uitbijters.

Tabel 2

Beschrijvende Statistieken (N, Minimum, Maximum, Gemiddelde M) en Standaardafwijking (SE tussen haakjes) van de Index Score voor Verwerkingssnelheid, de DIVA Totaalscores, Aandachttekortscores, Hyperactiviteit/Impulsiviteitscores en de nauwkeurigheidsscores na de verwijdering van uitbijters

Het verband tussen ADHD-symptomen en verwerkingssnelheid

Bij deze multiple regressieanalyse is aan de assumpties van lineariteit, normaliteit, homoscedasticiteit en onafhankelijkheid van de errors (Durbin-Watson, 1,3) voldaan. Zowel het model met de covariaten als het model met toegevoegde ADHD-symptomen is significant, respectievelijk F (3, 169) = 68,41, p < 0,001 en F (4, 168) = 51,03, p < 0,001. Beide

regressiemodellen zijn bruikbaar om de verwerkingssnelheid van mensen te voorspellen, de kracht van de voorspelling in beide modellen is 54 procent (R2 = 0,54). Het model wordt echter niet beter of slechter na toevoeging van ADHD-symptomen maar blijft gelijk. Wanneer gekeken wordt naar de voorspellende waarde van ADHD-symptomatologie gecontroleerd

N Minimum Maximum M (SE)

Index 173 -5,25 3,60 0,04 (2,39)

Diva Totaal 175 5 61 28,62 (11,04)

Aandachttekort 175 0 38 14,17 (6,57)

Hyperactiviteit/Impulsiviteit 175 1 30 14,46 (6,10)

(15)

voor de covariaten is het opvallend is dat juist alleen leeftijd, b* = -0,35, t= -4,81, p < 0, 001, 95% CI [-0,10; 0,04], een sterk significant verband heeft met verwerkingssnelheid. Sekse, b* = 0,02, t= 0,23, p = 0, 82, 95% CI [-0,96; 1,21], opleiding, b* = 0,13, t= 1,71, p = 0, 09, 95% CI [-0,10; 1,36] en DIVA totaal b* = -0,03, t= 0,33, p = 0, 74, 95% CI [-0,04; 0,056] hebben geen significant verband met verwerkingssnelheid. Per leeftijdsjaar neemt de geschatte verwerkingssnelheid met 0,07 af, hierbij wordt ervan uitgegaan dat de overige onafhankelijke variabelen constant worden gehouden. De effectgrootte van het model is zeer groot, effect size statistic = 1,10, hetgeen inhoudt dat er een grote mate van samenhang is tussen

verwerkingssnelheid en leeftijd, sekse, opleiding en ADHD-symptomatologie.

Het verband tussen ADHD symptomen en nauwkeurigheid

Bij deze regressieanalyse zijn wederom de assumpties van lineariteit, normaliteit, homoscedasticiteit en onafhankelijkheid van de errors getest met behulp van plots. Echter bleek uit het P-P plot dat de verdeling afwijkt van een normaalverdeling. Hiermee moet rekening gehouden worden bij de interpretatie van de resultaten. Zowel het regressiemodel met de covariaten als het regressiemodel waarbij nauwkeurigheid is toegevoegd zijn niet significant, respectievelijk F (3,171) = 0,27, p = 0,85; F (1,169) = 0,11, p = 0,74. Deze regressiemodellen zijn niet bruikbaar om verwerkingssnelheid mee te voorspellen. Daarnaast voegt nauwkeurigheid nauwelijks iets toe aan de voorspellende waarde van het

regressiemodel. Dit blijkt ook uit de zeer zwakke voorspellende waarde van 7% (R2 = 0,07). De effectgrootte van het model is zwak, effect size statistic =0,08, hetgeen inhoudt dat er een zeer zwakke mate van samenhang is tussen nauwkeurigheid en ADHD-symptomatologie. Deze resultaten suggereren dat er geen verband is tussen de nauwkeurigheid en demografische gegevens en eveneens dat er geen verband is tussen ADHD symptomatologie en

(16)

Het verschil in verband tussen verwerkingssnelheid en de subtypes hyperactiviteit en afleidbaarheid

Bij deze regressieanalyses is aan de assumpties van lineariteit, normaliteit,

homoscedasticiteit en onafhankelijkheid van de errors voldaan. Allebei de regressiemodellen zijn significant; model aandachttekort, F (4, 168) = 51,14, p < 0,001 en model

hyperactiviteit/impulsiviteit, F (5, 166) = 17,70, p < 0,001. De regressiemodellen zijn bruikbaar om verwerkingssnelheid mee te voorspellen, de sterkte van deze voorspelling is matig sterk (respectievelijk, R2 = 0,35;0,35). De verbanden van de verschillende variabelen zijn weergegeven in Tabel 1. Hierbij zitten er weinig tot geen verschillen in de sterkte van de verbanden tussen de modellen aandacht en hyper.

Om naar de mate van samenhang tussen verwerkingssnelheid en beide subtypes te kijken is de effectgrootte berekend. Deze effectgroottes van de modellen zijn gelijk, effect size statistic = 0,54, hetgeen inhoudt dat er een middelgrote mate van samenhang is tussen

verwerkingssnelheid en leeftijd, sekse, opleiding en ADHD-symptomatologie mits deze opgesplitst is in twee symptoomclusters. In Tabel 2 staat een overzicht van de effectgroottes en de kracht van de voorspelling weergegeven per model. Echter wordt deze effectgrootte niet bepaald door de invloed van symptomen van aandachttekort dan wel hyperactiviteit. Slechts leeftijd, b* = -0,04, t= -8,10, p < 0, 001, 95% CI [-0,05; -0,03], heeft in beide modellen een significante invloed op verwerkingssnelheid.

Aangezien de resultaten ook zonder Bonferroni-correctie weinig significante samenhang laren zien, zorgt dit ervoor dat de relevantie van deze correctie vervalt.

Tabel 3

(17)

model:, Leeftijd, sekse, opleiding (LSO) * Verwerkingssnelheid (VS) / ADHD

*Verwerkingssnelheid / ADHD * Nauwkeurigheid / Aandachttekort *Verwerkingssnelheid en Hyperactiviteit * Verwerkingssnelheid

Discussie

In deze studie werd het verband tussen ADHD-symptomatologie en

verwerkingssnelheid onderzocht. Hierbij werd geen verband gevonden tussen ADHD-symptomatologie en verwerkingssnelheid, slechts leeftijd bleek een verband te vertonen met verwerkingssnelheid. Dit is niet in lijn met de verwachting die vooraf gesteld was. Daarnaast is ook gekeken naar het verband tussen ADHD-symptomatologie en nauwkeurigheid. Ook dit verband werd niet gevonden, hetgeen eveneens niet conform de verwachting is. Tot slot is gekeken naar een verschil in verband wanneer er een onderscheid in ADHD-symptomatologie werd gemaakt bestaande uit hyperactiviteit en aandachttekort. Hieruit bleek dat er geen onderscheid in mate van verband is tussen de twee subtypes hyperactiviteit versus

aandachttekort en verwerkingssnelheid. Ook deze bevinding is niet in lijn met de verwachting die vooraf gesteld was.

In de inleiding zijn verschillende theorieën besproken over het verband tussen verwerkingssnelheid en ADHD-symptomatologie. Hierin is beargumenteerd dat verwerkingssnelheid een mogelijke verklaring zou kunnen zijn voor het verband tussen

R2 Effectgrootte Sterkte v/h verband

LSO * VS 0,74 1,10 Zeer groot

LSO + ADHD symptomen * VS 0,74 1,10 Zeer groot

LSO + ADHD symptomen * Nauwkeurigheid 0,07 0,08 Zwak

Aandachttekort * VS 0,35 0,54 Middelgroot

(18)

ADHD-symptomatologie en executieve functieverstoringen. Dit doordat ADHD-symptomen de verwerkingssnelheid vertragen en een vertraagde verwerkingssnelheid tot executieve functieproblemen kan leiden. Uit eerder onderzoek is al gebleken dat er een verband is tussen ADHD-symptomatologie en executief functioneren (Biederman et. al., 2006; Jiménez et. al., 2015; Toplak, et al., 2008). Daarnaast is ook al een verband aangetoond tussen executief functioneren en verwerkingssnelheid (Finkel et.al,2004; Lemke & Zimprich, 2005 beide aangehaald in Ball et.al., 2007). Een doel van deze studie was om te kijken of dit verband ook aanwezig was tussen verwerkingssnelheid en ADHD-symptomatologie. Dit zou een

ondersteuning kunnen zijn voor verwerkingssnelheid als gezamenlijke factor. Echter is in de resultaten van deze studie geen ondersteuning te vinden voor deze theorie. Dit betekent niet meteen een uitsluiting van verwerkingssnelheid als verklaring voor verminderd executief functioneren. Bij bestudering van de data is namelijk weinig spreiding gevonden op ADHD-symptomatologie, standaarddeviatie 11 (max score 90). Dit houdt in dat er niet veel verschil is gevonden in mate van ADHD-symptomatologie bij de deelnemers. Dit kan een verklaring zijn voor waarom er geen verband tussen ADHD-symptomatologie en verwerkingssnelheid is gevonden. Dit zou betekenen dat wanneer men naar een populatie met grotere verschillen in ADHD-symptomatologie zou kijken er wel een verband met verwerkingssnelheid gevonden zou worden. In vervolgonderzoek zou dit ondervangen kunnen worden door

verwerkingssnelheid te vergelijken tussen een subklinische en een klinische ADHD groep. Eveneens in de inleiding besproken is het verband tussen de nauwkeurigheid en de ADHD-symptomatologie. Ook voor deze theorie is in deze studie geen ondersteuning gevonden. Wederom is het goed denkbaar dat dit te wijten is aan een gebrek aan spreiding op de symptomatologie. Wanneer er weinig verschil in mate van

ADHD-symptomatologie is gevonden, is het niet verwonderlijk dat er ook weinig verschil in nauwkeurigheid gevonden wordt. Daarnaast is als maat voor nauwkeurigheid ook maar één

(19)

testscore gebruikt in dit onderzoek. Deze D2test meet méér dan alleen verwerkingssnelheid, zoals selectieve aandacht en concentratievermogen. Het is goed denkbaar dat deze twee oorzaken ervoor gezorgd hebben dat er geen effect is gevonden. In vervolgonderzoek zou dit ondervangen kunnen worden door meerdere tests te gebruiken maat voor verwerkingssnelheid en te kijken naar een subklinische versus een klinische populatie.

In deze studie is ervoor gekozen om naar ADHD-symptomatologie in een subklinische populatie te kijken, omdat gedacht werd dat ADHD-symptomatologie zich op een continuüm bevindt. Uit het eerdergenoemde gebrek aan spreiding is gebleken dat in deze studie geen ondersteuning is gevonden voor deze theorie. Het doel van deze theorie was om te verklaren hoe het mogelijk is dat mensen met ADHD in de kindertijd soms in de volwassenheid niet meer aan de diagnose van ADHD voldoen. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de diagnostische criteria van ADHD meer zijn afgesteld op ADHD-symptomatologie in de kindertijd. In deze studie is hier geen expliciet onderzoek naar gedaan, maar uit bestudering van de data is wel gebleken dat in een subklinische populatie weinig ADHD-symptomatologie aanwezig is. Voor vervolgonderzoek is het interessant om te kijken naar specifiek de mensen die in de kindertijd gediagnosticeerd zijn met ADHD, maar in de volwassenheid niet meer aan de diagnose voldoen. Hieruit zal dan ook beter kunnen blijken of met betrekking tot de subtypes inderdaad mensen met voornamelijk symptomen in het cluster aandachttekort problemen met verwerkingssnelheid ondervinden (Karalunas et. al., 2009;Wilens et.al,2009). Uit deze studie is ook gebleken dat verwerkingssnelheid niet in grotere mate werd verklaard door aandachttekort dan door hyperactiviteit.

Een tekortkoming van dit onderzoek zou kunnen zitten in de meting van

verwerkingssnelheid. De tests die gebruikt zijn om verwerkingssnelheid en nauwkeurigheid te meten vereisen meer dan slechts snelheid van informatieverwerking alleen. Zo meet de D2 daarnaast ook selectieve aandacht en concentratievermogen, de TMT mentale flexibiliteit en

(20)

spelen bij symboolsubstitutie ook werkgeheugen en fijne motoriek een rol. Er is geprobeerd om de rol van deze, in dit onderzoek, irrelevante cognitieve vaardigheden zo klein mogelijk te maken door meerdere tests te gebruiken als maat voor verwerkingssnelheid. Hierdoor was de verwachting dat een gestandaardiseerde cumulatieve score van deze drie tests een goede weergave van verwerkingssnelheid zou zijn. Echter is het niet ondenkbaar dat de overige cognitieve vaardigheden voor een vertekening in de uitkomstmaat van verwerkingssnelheid hebben gezorgd. Dit zou betekenen dat er in dit onderzoek niet zo zeer gekeken is naar het werkelijke verband tussen verwerkingssnelheid en ADHD-symptomen. Daarnaast zijn er meerdere tests die verwerkingssnelheid meten die in dit onderzoek niet gebruikt zijn. Gebruik van andere tests zou, door de invloed van andere cognitieve vaardigheden, voor een andere uitkomst van verwerkingssnelheid kunnen zorgen dan dat er gevonden is in deze studie. In vervolgonderzoek zou hiernaar gekeken kunnen worden door andere tests als maat voor verwerkingssnelheid te gebruiken en vervolgens te vergelijken of de resultaten overeenkomen met deze studie.

Voorlopig kan de conclusie van dit onderzoek zijn dat er geen enkel verband is

aangetoond tussen ADHD-symptomatologie en verwerkingssnelheid. Ook met betrekking tot de nauwkeurigheid en met betrekking tot ADHD-symptomen opgesplitst in subtypes kan geconcludeerd worden dat er geen verband aanwezig is. Echter is dit het goed denkbaar dat dit gebrek aan gevonden verbanden voornamelijk te wijten is aan een lage spreiding met

betrekking tot ADHD-symptomatologie in een subklinische populatie. Hieruit kan men concluderen dat ADHD-symptomatologie zich mogelijk niet op een continuüm bevindt. Aldus, hoewel uit deze studie geen aantoonbare verbanden naar voren zijn gekomen is er voor vervolgonderzoek genoeg materiaal aanwezig om het boek over ADHD en

(21)

Literatuurlijst

Ball, K., Edwards J.D., Ross, L.A. (2007). The Impact of Speed Processing Training on Cognitive and Everyday Functions. Journals of Gerontology: SERIES B. 62B (special Issue 1), 19-31

Barkley, R. A., & Murphy, K. R. (2010). Impairment in occupational functioning and adult ADHD: the predictive utility of executive function (EF) ratings versus EF tests.

Archives of Clinical Neuropsychology, acq014.

Bates, M. E., & Lemay, E. P. (2004). The d2 test of attention: construct validity and extensions in scoring techniques. Journal of the International Neuropsychological

Society, 10(03), 392-400.

Baudouin, A., Clarys, D., Vanneste, S., & Isingrini, M. (2009). Executive functioning and processing speed in age-related differences in memory: contribution of a coding task.

Brain and cognition, 71(3), 240-245.

Biederman, J., Petty, C., Fried, R., Fontanella, J., Doyle, A. E., Seidman, L. J., & Faraone, S. V. (2006). Impact of Psychometrically Defined Deficits of Executive Functioning in Adults With Attention Deficit Hyperactivity Disorder. AM J Psychiatry, 163(10), 1730-1738.

Carlozzi, N. E., Tulsky, D. S., Chiaravalloti, N. D., Beaumont, J. L., Weintraub, S., Conway, K., & Gershon, R. C. (2014). NIH Toolbox Cognitive Battery (NIHTB-CB): the NIHTB pattern comparison processing speed test. Journal of the International

Neuropsychological Society, 20(06), 630-641.

Castellanos, F. X., Sonuga-Barke, E. J. S., Milham, M. P., & Tannock, R. (2006). Characterizing Cognition in ADHD: Beyond Executive Dysfunction. TRENDS in Cognitive Sciences, 10(3), 117-123.

(22)

Engel-Yeger, B., Josman, N., & Rosenblum, S. (2009). Behavioural Assessment of the Dysexecutive Syndrome for Children (BADS-C): An examination of construct validity.

Neuropsychological Rehabilitation, 19(5), 662-676.

Jiménez, E. A. A., Ballabriga, M. C. J., Martin, A. B., Arrufat, F. J., & Giacobo, R. S. (2015). Executive Functioning in Children and Adolescents With Symptoms of Sluggish Cognitive Tempo and ADHD. Journal of Attention Disorders, 19(6), 504-517. Jonsdottir, S., Bouma, A., Sergeant, J. A., & Scherder, E. J. (2006). Relationships between

neuropsychological measures of executive function and behavioral measures of ADHD symptoms and comorbid behavior. Archives of Clinical Neuropsychology, 21(5), 383-394.

Karalunas, S. L., Huang-Pollock, C. L., & Nigg, J. T. (2012). Decomposing ADHD-Related Effects in Response Speed and Variability. Neuropsychology, 26(6), 684–694. http://doi.org/10.1037/a0029936

Knouse, L. E., Mitchell, J. T., Brown, L. H., Silvia, P. J., Kane, M. J., Myin-Germeys, I., & Kwapil, T. R. (2007). The expression of adult ADHD symptoms in daily life: an application of experience sampling methodology. Journal of Attention Disorders. Kooij, S. (2001). ADHD bij volwassenen. Neuropraxis, 5(6), 142-147.

Kooij, S. J. J., Buitelaar, J. K., Oord, E. J. van den, Furer, J.W., Rijnders, C.A.T, Hodiamont. P. P. G. (2005). Internal and External validity of Attention-Defictit Hyperactivity Disorder in a Population-Based Sample of Adults. Psychological Medicine, 35, 817-827 Kooij, J. J. S., Buitelaar, J. K., & Van Tilburg, W. (1999). Voorstel voor diagnostiek en

behandeling van aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) op volwassen leeftijd. Tijdschrift voor psychiatrie, 41, 349-358.

Kreiner, D. S., & Ryan, J. J. (2001). Memory and motor skill components of the WAIS-III Digit Symbol-Coding subtest. The Clinical Neuropsychologist, 15(1), 109-113.

(23)

Mohamed, S.M.H., Börger, N.A., Geuze, R.H., Meere, J.J. van der (2015). Self-Reported ADHD Symptoms and Interhemispheric Interaction in Adults: A Dimensional Approach. Behavioral Neurology, 1-10

Mulder, M. J., Bos, D., Weusten, J. M., van Belle, J., van Dijk, S. C., Simen, P., ... & Durston, S. (2010). Basic impairments in regulating the speed-accuracy tradeoff predict

symptoms of attention-deficit/hyperactivity disorder. Biological psychiatry, 68(12), 1114-1119.

Oosterman, J. M., Wijers, M., & Kessels, R. P. (2013). Planning or something else? Examining neuropsychological predictors of Zoo Map performance. Applied

Neuropsychology: Adult, 20(2), 103-109.

Sanchez-Cubillo, I., Perianez, J. A., Adrover-Roig, D., Rodriguez-Sanchez, J. M., Rios-Lago, M., Tirapu, J. E. E. A., & Barcelo, F. (2009). Construct validity of the Trail Making Test: role of task-switching, working memory, inhibition/interference control, and visuomotor abilities. Journal of the International Neuropsychological Society, 15(3), 438.

Toplak, M. E., Bucciarelli, S. M., Jain, U., & Tannock, R. (2008). Executive Functions: Performance-Based Measures and the Behavior Rating Inventory of Executive Function (BRIEF) in Adolescents With Attention Deficit/ Hyperactivity Disorder (ADHD). Child Neuropsychology, 15, 53-72.

Thorell, L. B. (2007). Do delay aversion and executive function deficits make distinct contributions to the functional impact of ADHD symptoms? A study of early academic skill deficits. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 48(11), 1061-1070.

Wassenberg, R., Hendriksen, J. G., Hurks, P. P., Feron, F. J., Keulers, E. H., Vles, J. S., & Jolles, J. (2008). Development of inattention, impulsivity, and processing speed as measured by the d2 test: results of a large cross-sectional study in children aged 7–13.

(24)

Child Neuropsychology, 14(3), 195-210.

Wilens, T. E., Biederman, J., Faraone, S. V., Martelon, M., Westerberg, D., & Spencer, T. J. (2009). Presenting ADHD Symptoms, Subtypes, and Comorbid Disorders in Clinically Referred Adults With ADHD [CME]. The Journal of clinical psychiatry, 70(11), 1-478. Wylie, S. A., Van Den Wildenberg, W. P. M., Ridderinkhof, K. R., Bashore, T. R., Powell, V.

D., Manning, C. A., & Wooten, G. F. (2009). The effect of speed-accuracy strategy on response interference control in Parkinson's disease. Neuropsychologia, 47(8), 1844-1853.

(25)

Reflectieverslag Omgang met de gekregen feedback

Ik heb de feedback zoveel mogelijk proberen toe te passen over het gehele stuk. Dus naast de aangegeven kopjes, ook zelf door mijn scriptie heen kijken of ik gelijksoortige fouten zag. Daarnaast heb ik zo veel mogelijk geprobeerd nuttig gebruik te maken van de

feedbackgesprekken door hier mijn eigen vragen te stellen.

Waar is het project goed verlopen en waar minder goed

Tegen het einde van de testperiode kwam ik in behoorlijke tijdnood, niet zozeer met testen, maar ook met het schrijven en invoeren van de data. Hier ben ik wel wat kostbare uren verloren en heb ik ook niet een optimaal deelproduct ingeleverd. Dit vind ik heel zonde, want hoe beter je deelproduct is, hoe verder je het later nog kunt verbeteren.

Sterkere en zwakkere punten van het onderzoeksverslag

Mijn inleiding is (naar mijn eigen mening) een stuk sterker geworden dan dat deze in eerste instantie was. De discussie is een minder sterk onderdeel van mijn onderzoeksverslag.

Ethische aspecten van het onderzoek

Alle deelnemers zijn uitvoerig ingelicht over de gang van zaken van het onderzoek en hebben een informed consent ondertekend. Daarnaast heb ik geen proefpersonen gehad waarbij ik het gevoel had dat ze het onderzoek vervelend vonden om te doen, of wilden stoppen. Daarnaast heb ik aangegeven dat wanneer dit wel zo was, ze gewoon konden stoppen. Ook de resultaten van dit onderzoek zijn met discretie behandeld. Niemand heeft zijn resultaten teruggekoppeld gekregen.

Referenties

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Figure 4.15 illustrates SATHD results for EPRI’s DPQ project while Figure 4.16 shows the results for this dissertation.. The results compare

Figure 4: Effect of different side lap configurations on final RMSE of dataset Bentelo I and Bentelo II processed with Pix4D 4.2 Comparison of controlled flights (i) with

Panel (c) shows the continuous and uninterrupted flow observed for D/d = 4: even at the largest particle volume fraction (φ ≈ 60%), no clog is observed (i.e., after ∼10 8

(Cox, I 991 ).Discrimination occurs when decisions are made based on some of the employee's.. In the case of ''omen, they result fTom the traditional family role s

[r]

Main results of this work to date include: An efficiency model, predicting a prototype efficiency of ~5%; A gas flow and pressure separation analysis, showing that the packed bed

In the case of attack where the number of non-first packets is greater than the number of first packets, if the verified result of a Tree rule is 'ACCEPT' (i.e., the path

officials outside the school with a mandate from a national/local authority, by: (1) coordinating visits to all schools and stakeholders in the network; (2) examining the quality