EVOLUTIE VAN HET PERCENTAGE HERGEBRUIK VAN ZUIVERINGSSLIB VAN ZUIVERINGSINSTALLATIES OVEREENKOMSTIG DE DOOR DE EU

In document ISSN EUROPESE REKENKAMER. Speciaal verslag nr. 3 (pagina 26-37)

AANBEVOLEN PRAKTIJKEN1

Lidstaat Begin van de programme-ringsperiode 1994-1999

Eind van de programme-ringsperiode 2000-2006

Hergebruik-methode Ierland 12 %/15 % (1994) 76 %/83 % (2005) Landbouw/alle grond

Spanje 46 % (1997) 66 % (2003) Landbouw

Portugal 30 % (1995) 42 % (2005) Landbouw

Griekenland 0 % (1997) 0 % (2005)/

50 % (midden 2007)2 Energie (verbranding)

1 Verslagen over zuiveringsslib die de lidstaten opstellen op grond van artikel 17 van de richtlijn inzake zuiveringsslib.

2 Schatting. Ministerie van Milieubeheer.

T A B E L 6

33.

Het onderzoek door de Rekenkamer van de gegevens over de afvoer van zuiveringsslib liet ten aanzien van de bezochte lidstaten zien dat er sprake was van een aanzienlijke stijging in het hergebruik van zuive-ringsslib zoals aangemoedigd door de EU (tabel 6 en tekstvak 3).

VOORBEELD HOE EEN LIDSTAAT DE DOOR DE EU AANBEVOLEN PRAKTIJKEN STIMULEERDE

De resultaten die Ierland heeft bereikt, zijn gedeeltelijk toe te schrijven aan de tenuitvoerlegging van de richtlijn inzake zuiveringsslib door middel van de ontwikkeling en toepassing van richtsnoeren waarin beste praktijken voor de behandeling en afvoer van zuiveringsslib staan beschreven. Eén richtsnoer had met name betrekking op het opstellen van eff ectieve slibbeheersplannen voor lokale autoriteiten; twee andere betroff en het veilig toepas-sen van slib op landbouwgronden, waarbij als eis wordt gesteld dat elke landbouwer een “Nutrient Management Plan” (Nutriëntenbeheersplan) hanteert.

T E K S T V A K 3

VOORBEELDEN VAN CONTROLES MET BETREKKING TOT ANDERE VERBINDINGEN IN ZUIVERINGSSLIB

In Ierland testten drie van de acht bezochte zuiveringsinstallaties periodiek op fl uoride, arsenicum, selenium en magnesium. Sommige installaties testten ook polycyclische aromatische koolwaterstoff en (PAK’s) en polychloor-bifenylen (PCB’s).

In Portugal moet slib gegeneerd door zuiveringsinstallaties die industrieel afvalwater ontvangen sinds 2006 worden gecontroleerd op organische verbindingen en dioxine. Dit gebeurde in vier van de zes bezochte zuiveringsinstallaties.

T E K S T V A K 4

B E V R E D I G E N D E R E S U L T A T E N G E L E T O P D E V E R E I S T E N V A N D E R I C H T L I J N I N Z A K E Z U I V E R I N G S S L I B

34.

Bij de zuiveringsinstallaties die ter plaatse zijn gecontroleerd in de drie l i d s t a t e n w a a r s l i b i n d e l a n d b o u w w o r d t g e b r u i k t , t o o n d e l a b o r a -toriumonderzoek naar de concentratie van zware metalen in zuive-ringsslib en in de bodem voordat het slib werd opgebracht aan dat d e g r e n s w a a r d e n u i t d e R i c h t l i j n i n z a k e z u i v e r i n g s s l i b n i e t w e r d e n o v e r s c h r e d e n . E r w e r d e n o o k c o n t r o l e s u i t g e v o e r d m e t b e t r e k k i n g tot andere verbindingen, zoals polychloorbifenylen (PCB’s), hoewel die niet door de richtlijn voorgeschreven zijn (zie tekstvak 4).

H E R Z I E N I N G V A N D E R I C H T L I J N ?

35.

De Rekenkamer heeft geconstateerd dat de voorschriften van de richtlijn i n z a k e z u i v e r i n g s s l i b b e v r e d i g e n d w o r d e n n a g e l e e f d , m a a r n u d e o n d e r h a v i g e r i c h t l i j n w e r d v a s t g e s t e l d i n 1 9 8 6 , w o r d t h i e r i n g e e n r e k e n i n g g e h o u d e n m e t d e l a t e r e o n t w i k k e l i n g v a n t e c h n i e k e n e n m e t h o d e n v o o r d e b e h a n d e l i n g e n a f v o e r v a n s l i b . Z o s c h r i j f t d e richtlijn niet voor dat er gecontroleerd moet worden op organische verontreinigende stoffen zoals PCB’s, of ziekteverwekkers zoals E. coli, t e r w i j l s o m m i g e E U - l i d s t a t e n m a x i m a l e c o n c e n t r a t i e g r e n s w a a r d e n bepalen voor organische verontreinigende stoffen in hun nationale r e g e l g e v i n g e n b e p a a l d e d e r d e l a n d e n n o r m e n h e b b e n g e s t e l d o m de schadelijke effecten van ziekteverwekkers in slib te verminderen.

B o v e n d i e n m a a k t d e r i c h t l i j n g e e n g e w a g v a n a n d e r e v e e l v o o r k o -mende toepassingen voor de bodem, zoals bosbouw.

Speciaal verslag nr. 3/2009 — De doeltreffendheid van uitgaven uit hoofde van structurele maatregelen

36.

Als een herziening noodzakelijk wordt geacht, is het waarschijnlijk dat d e n i e u w e g r e n s w a a r d e n v o o r d i v e r s e s t o f f e n s t r i k t e r z o u d e n z i j n dan die in de huidige richtlijn. In andere gevallen kan de gelegenheid zich voordoen bepaalde grenswaarden die in het verleden verstandig werden geacht, te versoepelen in het licht van onderzoek dat sinds de vaststelling van de richtlijn in 1986 is verricht. Het zou ook nodig kunnen zijn om te voorzien in controles voor verontreinigende stof-fen die niet in de huidige richtlijn genoemd zijn.

M O N I T O R I N G V A N S L I B A F V O E R : M O G E L I J K H E D E N T O T V E R B E T E R I N G B I J D E I N S T A L L A T I E S E N B I J D E T O E Z I C H T H O U D E N D E O R G A N E N V A N D E L I D S T A T E N

37.

De beoordeling van de Rekenkamer van het testen van en rapporteren over de kwaliteit van slib bij de installaties in de steekproef gaf aan dat de frequentie van de monsterneming en de keuze van de bemon-steringsmethode voor het testen van het zuiveringsslib in de regel in overeenstemming waren met de Richtlijn inzake zuiveringsslib, ook al werden enige gebreken vastgesteld met betrekking tot het aantal uitgevoerde testen.

38.

De Rekenkamer constateerde in de lidstaten het volgende:

de autoriteit die op de onderscheiden niveaus verantwoordelijk a)

is voor het toezicht op zuiveringsslib was vaak niet in staat aan te geven hoeveel slib gegenereerd werd, hoe het was samengesteld en hoe de afvoer ervan plaatsvond;

aangezien voor het toezicht op slibafvoer in de landbouw soms b)

andere eenheden verantwoordelijk waren dan voor het toezicht op andere vormen van slibafvoer, was er een gebrek aan overzicht met betrekking tot de situatie in elke zuiveringsinstallatie als geheel.

V E R V U L T D E C O M M I S S I E H A A R R O L ? A C H T E R G R O N D

39.

Bij de goedkeuring en follow-up van door de EU gecofinancierde afvalwater-behandelingsprojecten zijn twee directoraten-generaal van de Europese Commissie betrokken: DG REGIO en DG ENV. Wat de Cohesiefonds- en grote EFRO-projecten betreft heeft de rol van de Commissie bij de beoor-deling van subsidieaanvragen en in het besluitvormingsproces betrekking op individuele projecten, terwijl zij bij kleinere EFRO-projecten optreedt op het niveau van het operationele programma (paragrafen 8-13).

40.

Met betrekking tot Cohesiefondsprojecten en grote EFRO-projecten heeft de Rekenkamer onderzocht of de Commissie:

de milieu-informatie in de subsidieaanvragen op consistente wijze a)

heeft gecontroleerd;

d e b e r e i k t e r e s u l t a t e n v a n d e g o e d g e k e u r d e p r o j e c t e n h e e f t b)

beoordeeld alvorens over te gaan tot betaling van het saldo van de subsidie;

v e r z e k e r d e d a t d e l i d s t a t e n d e E U - m i l i e u b e g i n s e l e n t o e p a s t e n c)

d a t v e r v u i l i n g m o e t w o r d e n t e r u g g e d r o n g e n b i j d e b r o n e n d a t de vervuiler betaalt.

B E H O E F T E A A N C O N S I S T E N T I E B I J P R O J E C T B E O O R D E L I N G

41.

Wil de Commissie verzekeren dat alle subsidieaanvragen gelijkelijk behan-deld worden en dat alle aspecten van de aanvragen in de beoordeling w o r d e n b e t r o k k e n , d a n i s e e n g e s c h i k t e n s y s t e m a t i s c h t o e g e p a s t k a d e r m e t i n t e r n e r i c h t l i j n e n e n c h e c k l i s t s v a n e s s e n t i e e l b e l a n g . T i j d e n s h a a r c o n t r o l e c o n s t a t e e r d e d e R e k e n k a m e r d a t d e r g e l i j k e richtlijnen en checklists ontbreken.

42.

De Gids voor het Cohesiefonds 2000-2006 van de Commissie stelde dat bepaalde belangrijke documenten en informatie in de subsidieaan-vragen opgenomen moesten worden. Die informatie was echter niet altijd gevoegd bij de aanvragen die door de Rekenkamer onderzocht werden; het gebruik van checklists had dit kunnen voorkomen.

43.

Bij haar beoordeling van de 22 gecofinancierde en ter plaatste bezochte zuiveringsinstallaties constateerde de Rekenkamer het volgende:

terwijl bijna alle aanvragen en besluiten van de Commissie doel-a)

stellingen bevatten betreffende de kwaliteit van het lozingswater en het volume van het te behandelen afvalwater, verschaffen ze weinig informatie over de manier waarop het zuiveringsslib afge-v o e r d z a l w o r d e n ( d i t i s s l e c h t s i n a c h t s t e u n a a n afge-v r a g e n e n z e s toekenningsbesluiten aangegeven) en over de kwaliteit van het zuiveringsslib (hiervan is slechts sprake in twee steunaanvragen en één toekenningsbesluit);

kwantitatieve prestatie-indicatoren betreffende de kwaliteit van b)

het ontvangen water ontbraken in bijna alle steunaanvragen en desbetreffende Commissiebesluiten (dit werd bevestigd door de u i t k o m s t e n v a n e e n e v a l u a t i e a c h t e r a f d i e v o o r d e C o m m i s s i e werd verricht).

Speciaal verslag nr. 3/2009 — De doeltreffendheid van uitgaven uit hoofde van structurele maatregelen

19 De Rekenkamer constateerde de meest recente voorbeelden in haar Speciaal verslag nr. 1/2008 over het proces van onderzoek en evaluatie van grote investeringsprojecten in de programmeringsperioden 1994-1999 en 2000-2006 (PB C 81 van 1.4.2008, blz. 1).

44.

De Rekenkamer heeft inderdaad geconstateerd dat de beoordeling of projecten hun doelstellingen hebben gehaald, kan worden beïnvloed d o o r t e k o r t k o m i n g e n i n d e s t e u n a a n v r a g e n , m e t n a m e b e t r e f f e n d e de voorziene effecten en de indicatoren19.

45.

Een strikter onderzoek van de projecten in de aanvraagfase had bepaalde p r o b l e m e n d i e t i j d e n s d e c o n t r o l e w e r d e n o p g e m e r k t a a n h e t l i c h t kunnen brengen en helpen oplossen:

o n t o e r e i k e n d e k w a l i t e i t v a n z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e s i n k w e t s b a r e a)

gebieden door een gebrek aan geschikte apparatuur voor de ver-wijdering van nutriënten (paragraaf 26);

o n t o e r e i k e n d e s l i b a f v o e r , w a a r b i j s o m m i g e g r o t e z u i v e r i n g s -b)

i n s t a l l a t i e s h u n z u i v e r i n g s s l i b t e r p l a a t s e l a t e n o p h o p e n (paragraaf 32).

B E H O E F T E A A N B E T E R E M O N I T O R I N G V A N D E R E S U L T A T E N

46.

Vóór de betaling van het saldo van de subsidie van Cohesiefondsprojec-ten moet een eindverslag met in het bijzonder een beoordeling over d e v r a a g o f d e v o o r z i e n e r e s u l t a t e n z i j n b e r e i k t , a a n d e C o m m i s s i e worden voorgelegd. Als het eindverslag niet binnen 18 maanden na de in het toekenningsbesluit opgenomen einddatum aan de Commis-sie is gezonden, komt de betaling van het resterende saldo volgens de relevante EU-wetgeving te vervallen.

47.

Bij de controle van de eindverslagen van de 22 zuiveringsinstallaties die door het Cohesiefonds werden gecofinancierd en door haar werden bezocht, constateerde de Rekenkamer dat slechts zes eindverslagen informatie verschaften over de kwaliteit van het lozingswater, slechts één bevatte informatie over de gemeten verbetering van de water-k w a l i t e i t e n s l e c h t s d r i e e i n d v e r s l a g e n g a v e n a a n o p w e l water-k e m a n i e r slibafvoer plaatsvond.

48.

De Rekenkamer concludeert dat de Commissie niet in staat is de eindver-slagen goed te evalueren als zij niet beschikt over fundamentele en essentiële informatie als genoemd in paragraaf 47. Bij een dergelijk gebrek aan informatie vindt opschorting of intrekking van een beta-ling van het saldo alleen plaats wanneer een verslag niet overgelegd wordt, in plaats van na een beoordeling of de voorziene resultaten daadwerkelijk zijn bereikt.

20 De goede ecologische toestand

49.

Het behoud van een goede ecologische toestand van waterlichamen20 v e r g t n i e t a l l e e n e e n b e v r e d i g e n d e a f v a l w a t e r b e h a n d e l i n g o p h e t n i v e a u v a n a f z o n d e r l i j k e i n s t a l l a t i e s , m a a r o o k t o e p a s s i n g v a n d e EU-milieubeginselen dat verontreiniging teruggedrongen moet wor-den bij de bron en dat de vervuiler betaalt.

50.

Volgens een verslag van de Commissie21 zijn twee van de belangrijkste b r o n n e n v a n e u t r o f i ë r i n g v a n z o e t w a t e r d o o r s t e d e l i j k e a g g l o m e -r a t i e s h u i s h o u d e l i j k e w a s m i d d e l e n o p b a s i s v a n f o s f a t e n e n a f v a l afkomstig van menselijke stofwisseling. Bezorgdheid over de bijdrage v a n w a s m i d d e l e n o p b a s i s v a n f o s f a t e n h e e f t d e m e e s t e l i d s t a t e n ertoe aangezet om over te schakelen op fosfaatvrije detergentia.

51.

Andere rapporten22 concluderen dat tertiaire behandeling op zichzelf nog niet voldoende is om eutrofiëring te voorkomen zonder de afschaffing van detergentia op basis van fosfaten.

52.

De Commissie heeft onderzocht wat de milieuvoordelen voor de lidstaten zouden zijn van het afstappen van detergentia op basis van fosfaten en concludeerde dat 24 van de 2523 onderzochte lidstaten hiervan in uiteenlopende mate profijt zouden trekken24. Hierbij hield de Com-missie onder meer rekening met het jaarlijkse verbruik van fosfaten i n d e t e r g e n t i a , d e t e r t i a i r e b e h a n d e l i n g v a n w a t e r e n d e m a t e v a n bezorgdheid over eutrofiëring in elke lidstaat.

53.

De Commissie heeft de noodzaak van passende actie onderkend en in het verslag waarnaar verwezen wordt in paragraaf 50 verklaart zij dat een besluit over beperkingen op het gebruik van fosfaten in detergentia z o u w o r d e n g e n o m e n a l s d i t g e r e c h t v a a r d i g d i s e n d a t e e n i m p a c t a s s e s s m e n t e n d e e v e n t u e l e i n d i e n i n g v a n e e n w e t g e v e n d v o o r s t e l zouden volgen als dit nodig werd geacht.

54.

Wat betreft het beginsel dat de vervuiler betaalt schrijft de Kaderrichtlijn Water voor dat er uiterlijk in 2010 een prijsstellingsbeleid voor water moet komen dat aanzet tot een efficiënt gebruik van watervoorraden en tot verhaal van kosten.

Speciaal verslag nr. 3/2009 — De doeltreffendheid van uitgaven uit hoofde van structurele maatregelen

55.

Wanneer de Commissie een subsidieaanvraag beoordeelt, moet zij nagaan of voldaan wordt aan het beginsel dat de vervuiler betaalt en dit kan de hoogte van de toegekende steun beïnvloeden25. Maar er zijn geen s p e c i f i e k e r e f e r e n t i e p u n t e n w a a r t e g e n d e i n d e a a n v r a a g v o o r g e -stelde tarieven kunnen worden afgezet. De Rekenkamer constateerde dat de tarieven nooit werden opgenomen in het toekenningsbesluit en vaak ook niet in de eindverslagen; dit maakt het moeilijk om de financiële duurzaamheid te beoordelen.

56.

Het onderzoek door de Rekenkamer van de tarieven die werden toegepast door de bezochte installaties wees uit dat de tarieven in het algemeen te laag waren om de exploitatiekosten te dekken (zie tekstvak 5).

25 DG REGIO, Cohesiefonds 2000-2006 Procedurehandboek (versie 2006-2009), blz. 21.

VOORBEELDEN VAN DOOR DE BEZOCHTE ZUIVERINGSINSTALLATIES GEHANTEERDE TARIEVEN

De tarieven van de in Spanje, Portugal en Griekenland bezochte zuiveringsinstallaties liepen sterk uiteen (bijv. van 0,079 euro/m3 tot 1,17 euro/m3 bij een waterverbruik van meer dan 20 m3).

Ierland brengt huishoudens niet rechtstreeks hun waterverbruik en afvalwaterdiensten in rekening, maar com-merciële en industriële gebruikers krijgen hiervoor wel een rekening.

T E K S T V A K 5

57.

De algemene conclusie van de Rekenkamer is dat structurele maatregelen hebben bijgedragen tot een verbetering van de afvalwaterbehande-ling in de vier gecontroleerde lidstaten.

A F V A L W A T E R B E H A N D E L I N G

58.

Wat betreft de prestaties van afvalwaterzuiveringsinstallaties consta-teerde de Rekenkamer dat in het kader van de structurele maatregelen gecofinancierde installaties in het algemeen naar behoren presteren (paragrafen 22 en 25).

59.

Evenwel:

zeven van de 26 installaties bleken onder hun capaciteit te wer-a)

k e n ; i n z e s g e v a l l e n k w a m d i t o m d a t n i e t a l l e p o t e n t i ë l e h u i s -h o u d e l i j k e e n i n d u s t r i ë l e g e b r u i k e r s w a r e n a a n g e s l o t e n o p d e z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e s e n i n é é n g e v a l d o o r h e t v e r d w i j n e n v a n lokale industrieën (paragrafen 23 en 24);

in negen van de 73 gevallen voldeed de kwaliteit van het effluent b)

niet aan de EU-vereisten door de ontoereikende voorbehandeling v a n h e t i n d u s t r i ë l e a f v a l w a t e r d a t g e l o o s d w e r d i n d e r i o l e r i n g , een gebrek aan vakkennis bij sommige lokale autoriteiten en een gebrek aan geschikte apparatuur of technologie in als kwetsbaar aangewezen gebieden (paragraaf 26).

60.

D E R E K E N K A M E R B E V E E L T D E R H A L V E H E T V O L G E N D E A A N : de lidstaten moeten ervoor zorgen dat er voldoende wordt nage-a)

dacht over de aansluiting van nieuwe zuiveringsinstallaties op de riolering;

ter verbetering van de kwaliteit van lozingswater moeten de lidsta-b)

ten meer aandacht besteden aan de toereikende voorbehandeling van industrieel afvalwater en het uitwisselen van beste praktijken tussen operators bevorderen.

Speciaal verslag nr. 3/2009 — De doeltreffendheid van uitgaven uit hoofde van structurele maatregelen

B E H A N D E L I N G E N A F V O E R V A N Z U I V E R I N G S S L I B

61.

Wat betreft de behandeling en afvoer van zuiveringsslib door de installa-ties, constateerde de Rekenkamer dat twee derde van de door structu-rele maatregelen gecofinancierde waterzuiveringsinstallaties het slib dat wordt gegenereerd door de afvalwaterbehandeling hergebruikt overeenkomstig de in de EU-richtlijnen aanbevolen methoden, waarbij ze bijna allemaal de voorkeur geven aan hergebruik in de landbouw (paragraaf 31).

62.

Evenwel:

in 25 van de 73 installaties werden niet-duurzame, niet-hergebruik-a)

methoden aangetroffen, zoals opslag ter plaatse (paragraaf 32);

in drie van de vier lidstaten waren de betrokken autoriteiten bij b)

sommige installaties niet in staat aan te geven hoeveel slib gege-nereerd werd, hoe het was samengesteld en hoe de afvoer ervan plaatsvond (paragraaf 38);

hoewel de Rekenkamer constateerde dat de vereisten uit de richt-c)

lijn inzake zuiveringsslib werden nageleefd, wordt in de EU-wet-g e v i n EU-wet-g EU-wet-g e e n r e k e n i n EU-wet-g EU-wet-g e h o u d e n m e t d e o n t w i k k e l i n EU-wet-g e n i n d e b e h a n d e l i n g e n a f v o e r v a n s l i b s i n d s 1 9 8 6 , a l p a s s e n s o m m i g e lidstaten striktere normen toe (paragrafen 35 en 36).

63.

D E R E K E N K A M E R B E V E E L T D E R H A L V E H E T V O L G E N D E A A N : v o o r d a t d e l i d s t a t e n e e n p r o j e c t v o o r d r a g e n v o o r c o f i n a n c i e r i n g a)

moeten zij ervoor zorgen dat de stedelijke waterzuiveringsinstal-laties een strategie hebben voor de afvoer van zuiveringsslib;

de lidstaten moeten verzekeren dat hun database over zuiverings-b)

slib voor elke installatie gegevens bevat over de kwantiteit van het gegenereerde slib, de samenstelling ervan en de afvoermethode;

de Commissie moet overwegen of de tijd nu rijp is voor een herzie-c)

ning van de richtlijn inzake zuiveringsslib. Bij elke herziening moet rekening gehouden worden met de kosten en baten van voorstellen voor nieuwe maatregelen en met de noodzaak om een evenwicht te bewaren met andere EU-beleidslijnen.

D O E L T R E F F E N D H E I D V A N D E R O L V A N D E C O M M I S S I E

64.

Wat betreft de rol van de Commissie bij de goedkeuring en follow-up van projecten van het Cohesiefonds en grote EFRO-projecten, consta-teerde de Rekenkamer de volgende aanzienlijke tekortkomingen:

de Commissie keurde projecten goed ondanks het ontbreken van a)

essentiële informatie in de steunaanvraag, zoals voorgeschreven i n d e G i d s v o o r h e t C o h e s i e f o n d s ( b i j v . p r e s t a t i e d o e l s t e l l i n g e n m e t b e t r e k k i n g t o t s l i b a f v o e r e n d e k w a l i t e i t v a n o n t v a n g e n d e w a t e r e n ) . D e r g e l i j k e i n f o r m a t i e m a a k t h e t g e m a k k e l i j k e r o m d e bereikte resultaten die in het eindverslag van het project moeten worden opgenomen, te beoordelen (paragrafen 41-45);

d e a f z o n d e r l i j k e e i n d v e r s l a g e n v a n p r o j e c t e n v a n h e t C o h e s i e -b)

f o n d s b e v a t t e n v a a k n i e t d e r e s u l t a t e n m e t b e t r e k k i n g t o t d e kwaliteit van het lozingswater, van de ontvangende wateren en de kwaliteit en de aard van de afvoer van het zuiveringsslib. Zonder die informatie is de Commissie niet in staat om de noodzakelijke evaluatie van de eindverslagen uit te voeren voordat wordt over-gegaan tot uitbetaling van het eindsaldo (paragrafen 46-48).

65.

Wat betreft de aandacht die de Commissie aan de EU-milieubeginselen geeft, constateerde de Rekenkamer het volgende:

een aantal studies heeft aangegeven wat de voordelen voor het a)

milieu kunnen zijn wanneer wordt overgestapt op niet-fosfaathou-dende detergentia. De evenwichtige benadering van deze kwes-tie moet voortgezet worden, waarbij met name een toereikende kosten-batenanalyse moet worden verricht (paragrafen 50-53);

de Commissie hield niet altijd voldoende rekening met het begin-b)

sel dat de vervuiler betaalt, want uit het onderzoek van de Reken-kamer bleek dat de gehanteerde tarieven in het algemeen te laag waren om de exploitatiekosten te dekken. Bovendien werden de tarieven niet vaak opgenomen in de eindverslagen, hetgeen het m o e i l i j k m a a k t o m d e f i n a n c i ë l e d u u r z a a m h e i d t e b e o o r d e l e n (paragrafen 54-56).

Speciaal verslag nr 3/2009 — De doeltreffendheid van uitgaven uit hoofde van structurele maatregelen

66.

D E R E K E N K A M E R B E V E E L T

D E C O M M I S S I E D E R H A L V E A A N :

te eisen dat informatie die het mogelijk maakt om prestatiedoel-a)

s t e l l i n g e n t e b e p a l e n o p e s s e n t i ë l e g e b i e d e n z o a l s d e k w a l i t e i t v a n h e t l o z i n g s w a t e r , d e k w a l i t e i t v a n o n t v a n g e n d e w a t e r l i c h a -men, het volume van het te behandelen water en de voorgenomen methode voor slibafvoer, wordt opgenomen in de subsidieaanvraag e n s y s t e m a t i s c h w o r d t g e c o n t r o l e e r d a l s o n d e r d e e l v a n h e t p r o -ces ter beoordeling van het project. Het vaststellen van passende interne richtlijnen en checklists voor de bevoegde ambtenaar zou dit vergemakkelijken;

de lidstaten aan te moedigen om het bereiken van de op projectni-b)

veau voorziene resultaten zoals uiteengezet in de steunaanvraag te beoordelen, waarbij zij opgemerkt dat in de periode 2007-2013 voor Cohesiefondsprojecten en grote EFRO-projecten geen eindverslag bij de Commissie behoeft te worden ingediend;

te beoordelen of een verder terugdringen van detergentia op basis c)

van fosfaten gerechtvaardigd is gelet op kosten en baten voor de burgers van de EU;

e r v o o r t e z o r g e n d a t d e f i n a n c i ë l e d u u r z a a m h e i d v a n p r o j e c t e n d)

b e t r e f f e n d e z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e s w o r d t o n d e r z o c h t b i j d e g o e d -k e u r i n g v a n a a n v r a g e n e n d a t t e r d e g e r e -k e n i n g w o r d t g e h o u d e n met relevante informatie zoals de voorgestelde tarieven.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 18 en 19 maart 2009.

Voor de Rekenkamer

Vítor Manuel da Silva Caldeira President

/HLG

LQD LQJ HJ DQO

6WHGHOLMNHZDWHU]XLYHULQJVLQVWDOODWLH 6:=,

9RRUEHKDQGHOLQJ PHFKDQLVFK 3ULPDLUHEHKDQGHOLQJ PHFKDQLVFK 6HFXQGDLUHEHKDQGHOLQJ ELRORJLVFK

2QEHKDQGHOG JHGHHOWHOLMN EHKDQGHOG DIYDOZDWHUGDWGH 6:=,ELQQHQNRPW 5,9,(5

%HKDQGHOG DIYDOZDWHU

6OLEEHKDQGHOLQJ GURJHQ YyyUDIYRHU 7HUWLDLUH ELRORJLVFKFKHPLVFK  HQTXDUWDLUH 89 EHKDQGHOLQJ

2QEHKDQGHOGDIYDOZDWHU 6OLERYHUVFKRW6OLEWUDQVSRUW 9HUZLMGHULQJ YDQ QXWULsQWHQ 89 EHKDQGHOLQJ

=HYHQ 2QWWUHNNHQ YDQ]DQG HQROLH

5,9(5+HUJHEUXLNGRRU YHUEUDQGLQJ $IYRHUQDDU VWRUWSODDWVHQ

+HUJHEUXLNLQGHODQGERXZRS KHWSODWWHODQG$IYORHLLQJYDQYHUNHHUGJHEUXLNWH PHVWVWRIIHQLQGHULYLHU .ZDOLWHLWVFRQWUROH

1LHWDDQJHVORWHQDJJORPHUDWLH GLHUHFKWVWUHHNVORRVWLQGHULYLHU

$DQJHVORWHQDJJORPHUDWLH /R]LQJDIYDOZDWHU WRHUHLNHQG YRRUEHKDQGHOGLQGH JHPHHQWHOLMNHULROHULQJ

9HH

In document ISSN EUROPESE REKENKAMER. Speciaal verslag nr. 3 (pagina 26-37)