EDIFACT staat voor Electronic Data Interchange for Administration, Corn merce and Transport. Deze wordt door de UN uitgegeven. Het omvat standaarden op diverse niveaus om elektronische berichten te definiëren.

De hierbinnen gedefinieerde transacties worden berichten of messages genoemd.

Een belangrijke bouwsteen in de EDIFACT standaarden is het segment. Een EDIFACT segment is een verzameling gedetailleerde gegevens met een bepaalde betekenis. De structuur van een bericht is beschreven in een boomdiagram welke de positie en de relatie van de segmenten aangeeft.

De berichten volgen een vaste syntax (150 9735-1). Een segment of een data-element in een segment is of verplicht, of conditioneel. Verplichte segmenten en/of data-elementen bevatten belangrijke data voor de ontvangende applicatie. Conditionele elementen hoeven niet persé aanwezig te zijn.

De documentatie van de berichten voorziet in een uitleg van de

gehanteerde codes. Dit is gericht op de plaats binnen het bericht waar de code wordt gehanteerd.

Voor de scheepvaart bestaan er diverse berichten binnen EDIFACT.

Hieronder volgt een korte uiteenzetting van deze berichten.

3.1.2 Het EDIFACT bericht voor elektronisch melden

Het doel van de standaard is het facilite ren van elektronische

data-uitwisseling (Electronic Data Interchange) tussen partners in de binnenvaart alsmede partners in multi-modale transporten waarbij binnenvaart

betrokken is. Het reikt regels aan voor deze uitwisseling. Publieke

autoriteiten en andere betrokken partijen zullen data uitwisselen conform deze standaard. De standaard is in het leven geroepen om te voorkomen dat de data, gerelateerd aan een reis, meer dan één keer aan verschillende autoriteiten en/of commerciële partijen wordt gerapporteerd. De standaard bestrijkt de huidige situatie en de voorziene toekomst (twee tot vier jaar).

Het is gebaseerd op internationaal geaccepteerde handel- en

transportstandaarden en classificaties en vult deze aan voor de binnenvaart.

De standaard reflecteert de ervaringen die zijn opgedaan in de European Research and Development Project INDRIS’ en in de applicaties van de zgn. reporting systems in verschillende landen, m.n. de Nederlandse applicatie BICS. Nieuwe ontwikkelingen, welke zijn uitgevoerd in de Working Group “Electronic Reporting International (ERD”, zijn reeds toegevoegd.

STIS Standaarden en Protocollen 28

Het bevat de basale en meest belangrijke reguleringen voor electronic ship reporting. Sommige regels voor speciale condiV..: moeten worden

aangepast nadat er nadere ervaringen zijn opgedaan.

De ERI-vorm voor de melding van gevaarlijke goederen is de UN/EDIFACT

“International Forwarding and Transport Dangerous Goods Notification (IFTDGN) message”. De havenautoriteiten van Antwerpen, Bremen, Felixtowe, Hamburg, Le Havre en Rotterdam hhben het PROTECT bericht afgeleid van het IFTDGN bericht. Uit PROTECT is de ERI melding afgeleid voor de binnenvaart. De procedure zorgt ervoor dat overeenstemming is verzekerd tussen zeevaart en binnenvaart voor de gevaarlijke en

vervuilende goederen.

Door gebruik te maken van enkele vrijheden in het IFTDGN bericht, is het ERI meldingsbericht uitgebreid voor niet-gevaarlijke goederen. Deze karakteristiek zorgt ervoor dat alle data van de transport- of

reisberichtgeving in één bericht gestopt kunnen worden.

3.1.3 Berichtgeving procedures

Er bestaan verschillende procedures voor de berichtgeving, te weten; van schip naar autoriteit, van autoriteit naar schip en van autoriteit naar autoriteit. Hieronder staan deze procedures beschreven. Aan het einde van deze paragraaf staat een tabel, welke een overzicht geeft van de berichten die bij de procedures horen. Deze berichten staan vervolgens weer

beschreven in de daaropvolgende paragraven.

SchipAutoriteit berichtgeving;

Deze berichtgeving bestaat hoofdzakelijk uit:

1. Meldingen van transporten (IVS-melding) tijdens de reizen van geladen of lege schepen binnen het beheergebied van de aldaar bevoegde autoriteit.

2. Aankomstmeldingen en positiemeldingen bij sluizen, bruggen, meldpunten of verkeerscentrales.

Het gaat hierbij niet alleen om de berichten die vanaf een schip naar een autoriteit worden verstuurd. Ook berichten die schippers vanaf de kant sturen, berichten die namens een schip worden verstuurd en alle berichten die een schip aangaan tellen mee.

Ook als er een vergunning nodig is om een beheergebied binnen te gaan, zal er een melding gestuurd worden naar de desbetreffende autoriteit. Dit gebeurd aan het begin van de reis en bij betreding van het gebied.

Autoriteitautoriteit berichtgeving;

Deze berichten bestaan met name uit transportmeldingen voor schepen, zowel met lading als zonder lading, reizend van het ene beheergebied naar het andere. Een bericht zal automatisch verstuurd worden naar een

aangrenzende autoriteit als een schip een bepaald punt passeert op de vaarweg.

5TSStandaarden en Protocollen 29

Autoriteit naar schip berichtgeving;

Deze berichtgeving bestaat voornamelijk uit bevestigingen en reacties op eerder voorgelegde meldingsberichten aangaande reizen binnen het beheergebied van de autoriteit.

Het kan ook het zenden van vaarweginformatie inhouden, zoals berichten aan schippers en hydro-meteoinformatie. Dit tyne van informatie wordt niet meegenomen in deze standaard (zit in Inland ECDIS).

1. RIS Service Messages (and theirtypes)in the procedures and Function

2. Ship-to- Authority-to-ship Authority-to-authority authority

Traffic management ERINOT CVES) ERIRSP ERINOT (PAS)

ERINOT (CAR) notices to skippers

Calamity abatement ERINOT (VES) ERIRSP ERINOT (PAS)

ERINOT (CAR) notices to skippers PAXLST PAXLST

Transport management ERINOT (VES) ERfflSP ERINOT (PAS) ERINOT (CAR) notices to skippers CUSCAR. USDEC USCAR, CUSDEC

Statisflcs ERINOT (VES

ERINOT (CAR) PAXLST

cuscAR, CUSDE

Watenvay fees ERINOT (VES) ERIRS?

ERINOT (CAR)

Border Control PAXLST ERIRSP PAXLST

Customs services cuscAR, cusc ERIRSP CUSCAR, CUSDEC

Figuur 1:Overzicht procedures en bijbehorende berichten VES=Vessel, CARCarrier, PAS=Passage

De aanmeldprocedure begint altijd met het ERINOT bericht en verzend bijgevoegde informatie via de PAXLST, CUSCAR en CUSDEC berichten, gebruikmakend van een referentie naar het ERINOT bericht (zie tabel hierboven). De EDIFACT berichten zullen gebruikt worden zonder wijziging. De definities ervan kunnen gevonden worden in de UN/ECE UNTDID. De specificaties van de ERINOT en ERIRSP berichten zijn gegeven in ANNEX 3.

3.1.4 ERINOT

ERINOT staat voor ERI Notification Message. Het is afgeleid van het IFTDGN 98B bericht en het PROTECT 1.0 bericht.

Er bestaan verschillende types van dit bericht.

1. Een transport melding van een schip naar een autoriteit en van een schip naar de wal (hiervoor wordt de identifier “VES” gebruikt). Dit is een melding aan de IVS-systemen.

2. Een transport melding van een expediteur naar een autoriteit (hiervoor wordtde identifier “CAR” gebruikt), welke plaatsvindt van wal naar wal. Dit is een melding aan VS-systemen afkomstig van een carrier.

3. Passage melding (“PAS’),van een autoriteit naar een andere autoriteit. Dit is een koppelingsbericht tussen VS-en.

STISStandaarden en Protocollen 30

Deze meldingen hebben verschillende functies, .. weten;

1. Een nieuw bericht (identifier 9);

2. Wijziging van een bericht (identifier 5);

3. Annulering van een bericht (identifier 1).

Dit bericht wordt gebruikt voor berichtgeving van schip naar autoriteit, voor de functies verkeersmanagement, calamiteinvermindering,

transportmanagement, statistiek en vaarweggelden. Voor alle functies geldt dat de berichtgeving van zowel een schip als een carrier kan komen.

Tevens wordt het gebruikt voor berichtgeving van autoriteit naar autoriteit, voor de functies verkeersmanagement, calamiteitenvermindering en transportmanagement. Hierbij gaat het om het type passage melding, dus om het koppelingsbericht tussen verschillende lVS-en.

3.1.5 ERIRSP

ERIRSP staat voor ERI Response Message en is afgeleid van het APERAK bericht. Deze antwoordberichten op de functies (nieuw, wijziging of annulering) van het ERI meidbericht ERINOT hebben allemaal dezelfde structuur. Het antwoord op een wijziging of annulering bevat de informatie of desbetreffende wijziging of annulering is verwerkt door het ontvangende systeem.

ERI RSP wordt gebruikt voor “autoriteit-naar-schip” berichten. Deze berichtgeving bestaat voornamelijk uit bevestigingen en reacties op eerder voorgelegde meldingsberichten aangaande reizen binnen het beheergebied van de autoriteit.

Tevens wordt dit type bericht gebruikt voor berichten aan de scheepvaart, de zgn. “noticesto skippers”.

3.1.6 PAXLST

PAXLST staat voor Passenger List Message. Dit bericht maakt gebruik van IMO-FAL Form 6, inclusief de passagiers en bemanning.

Het wordt gebruikt bij berichtgeving van schip naar autoriteit, voor de functies van calamiteitenvermindering, statistiek en grenscontrole. Tevens wordt het gebruikt voor berichtgeving van autoriteit naar autoriteit, ook voor de functies calamiteitenvermindering en grenscontrole.

3.1.7 CUSCAR

CUSCAR staat voor Customs Cargo Report Message. Het maakt gebruik van het IMO-FAL Form 2, zoals geaccepteerd door de G7-groep en de World Customs Organisation. Zoals de naam reeds aanduidt, is dit bericht voor berichtgeving aan de douane.

Het wordt gebruikt voor berichtgeving van schip naar autoriteit voor de functies Transpoftmanagement en Douane services. Tevens wordt het gebruikt voor berichtgeving van autoriteit naar autoriteit en wel voor de functie Douane Services.

STISStandaarden en Protocollen 31

3.1.8 CUSDEC

CUSDEC staat voor Customs Declaration Message.

Het wordt gebruikt voor berichtgeving van schip naar autoriteit voor de functies transportmanagement, statistiek en Douane Services. Tevens wordt het gebruikt voor berichtgeving van autoriteit naar autoriteit, voor de functies transportmanagement en Douane Servics.

3.1.9 IFIMIN

IFTMJN staat voor Instruction Message. Het wordt gebruikt voor berichtgeving tussen operator en schipper, voor de functies container transport en tank transport. Het wordt gebruikt voor containerlading informatie-uitwisseling.

SIISStandaarden en Protocollen 32

In document STIS. Bijlage V Businessplan STIS. Standaarden en ProtocoP. 18 oktober 2002 (pagina 28-32)

GERELATEERDE DOCUMENTEN