• No results found

Keuzevak presentatie en styling

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Share "Keuzevak presentatie en styling"

Copied!
19
0
0

Bezig met laden.... (Bekijk nu de volledige tekst)

Hele tekst

(1)

Keuzevak presentatie en styling

Chantalle van Dongen Auteur

03 september 2019 Laatst gewijzigd

CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie Licentie

https://maken.wikiwijs.nl/147479 Webadres

Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

(2)

Inhoudsopgave

Opbouw keuzevak Taak 1

Taak 2 Taak 3 Taak 4 Taak 5 taak 6 Taak 7 Taak 8 Taak 9 Taak 10

PTA PRAKTIJK PTA THEORIE

Over dit lesmateriaal

(3)

Opbouw keuzevak

Wat heb je nodig?

Schrift/collegeblok Documentenmap Gevulde etui

Voor dit keuzevak staan per week verschillende opdrachten klaar. Je kunt uiteraard sneller door de opdrachten werken als je dat kunt en wilt.

Alle opdrachten maak je alleen, tenzij er aangegeven wordt dat je samen moet werken Gerbuik het handboek in het lokaal om alle informatie te verzamelen en de vragen te kunnen beantwoorden.

Alle gemaakte opdrachten vormen samen een portfolio. Dit kun je zien als bewijsmateriaal om an te tonen dat je de einddoelen beheerst.

PTA's

Praktijk: tijdens een praktische eind opdracht toon je aan wat je kunt. Deze opdracht en je gemaakte portfolio vormen samen het PTA praktijk.

Theorie: tijdens dit keuzevak wordt jouw kennis uitgebreid. Deze kennis wordt getest met een toets.

Planning

Taak TO DO

1 t/m opdracht 8

2 t/m opdracht 13

3 t/m opdracht 23

4 t/m opdracht 31

5 t/m opdracht 12 (deel 2)

6 t/m opdracht 24

7 t/m opdracht 31

8 t/m opdracht 38

9 t/m opdracht 44

10 t/m opdracht 50

11 PTA praktijk opdracht

12 PTA theorie

13 Herkansingen

(4)

Taak 1

Opdrachten 1

Geef antwoord op de volgende vragen

A) Wat is het verschil tussen winkelconcept en winkelformule?

B) Je gaat een winkelconcept voor een winkelformule uitdenken. Waar moet je aan denken?

C) Wat is een logo?

D) Wat is een huisstijl?

Opdracht 2

Zoek vier verschillende voorbeelden van logo's op internet, zet deze vier logo's in een Word. Je gaat nu een mindmap maken in Word. Noteer bij ieder logo:

- De naam van het bedrijf - De doelgroep van het bedrijf

- De huisstijl van het bedrijf in minimaal 50 woorden

Opdracht 3

De Tendens Holding NV is een groot bedrijf en bedenkt een nieuwe winkelformule Fun & Boarding®

waarmee zij de concurrentie aan willen gaan met huidige winkels. Het is een winkel die alles heeft op het gebied van skateboarden, rollerskating en snowboarden.

Er worden bijpassende kleding en schoenen verkocht. De klanten (doelgroep) zijn vooral jongeren van jouw leeftijd. Het is een gezellige winkel. Er staan een frisdrankautomaat en een rij vliegtuigstoelen. Er staat ook een lange tafel waar je aan mag gaan zitten lezen. Bijvoorbeeld de folders die er liggen. Voor deze winkel moet nog een huisstijl worden gemaakt.

Stap 1. Maak een omschrijving van een passende huisstijl en noem hierbij minimaal 5 uiterlijke kenmerken op.

Stap 2. Het tweede wat er moet komen is een logo met bijpassende kleur(en). Tendens heeft jouw hulp nodig. Je moet een logo voor de winkel ontwerpen. Het logo moet je op verschillende plaatsen in het winkelinterieur en -exterieur kunnen gebruiken.

Maak het ontwerp op een vel A4-papier en bewaar dit in jouw map.

Opdracht 5

Het beeld dat de klant van een winkel heeft noem je image of imago. Deze wordt vaak gevormd door verhalen die onderling verteld worden. Imago/Image heeft een sterk verband met de bekendheid.

A)Noteer 3 branches waar jij iets mee hebt. Denk aan “de kledingbranche”.

B) Noteer bij iedere branche 3 merken die direct in jou opkomen.

C) Zoek op internet voor iedere branche 1 merk op die jij nog niet kent.

Opdracht 6

Wat voor beeld heeft de consument volgens jou van de winkels die je hebt genoteerd bij opdracht 5?

Werk alleen de 9 merken uit die jij al kende.

(5)

Bijvoorbeeld de Wibra. Deze winkel heeft als imago goedkope kleding, matige kwaliteit en beperkte service.

Opdracht 7

Een goede huisstijl is terug te vinden in het interieur en exterieur van de winkel.

A) Schrijf op wat het begrip interieur betekend.

B) Schrijf op wat het begrip exterieur betekend.

C) Schrijf drie onderdelen uit het interieur op waar je de huisstijl in door kunt voeren.

D) Schrijf drie onderdelen van het exterieur op waar je de huisstijl in door kunt voeren.

Taak 2

Opdracht 9

A) Er zijn drie soorten bedieningssystemen. Welke drie zijn dat?

B) Welke bedieningsvorm zou jij kiezen voor:

Supermarkt, juwelier, slagerij, bouwmarkt, drogisterij, speelgoedzaak, dure schoenenzaak Kledingboetiek, telefoonwinkel, boekenwinkel.

C) Kies drie winkels uit het lijstje uit opdracht b en vertel waarom je voor deze drie winkels juist deze bedieningsvorm hebt gekozen?

Opdracht 10

A)Wat is een routing?

B)Wat is een lay-out?

Opdracht 11

Je wilt een lay-out voor een winkel maken. Je moet dan weten wat er in die winkel komt te staan. Je maakt hiervoor een lijstje met punten. Met deze punten moet je rekening houden als je gaat

(6)

ontwerpen. Hieronder staat een lijstje met punten. Welke punten vind jij belangrijk voor het maken van een routing van een kledingwinkel. Schrijf op welke van de onderstaande punten jij belangrijk vind.

1. De plaats van de kassa (of kassa's) 2. De in- en uitgang

3. Brede looppaden

4. De plaats van versgroepen 5. Het overzicht over de winkel 6. Informatie- of servicebalie

7. Emballage loket of de flessena utomaat 8. De diepvriesafdeling

9. De plaats voor speciale presentaties 10. Het zicht op de klant als hij binnenkomt 11. Diefstalpreventie

12. Een zitje of koffiehoekje

13. Een speelhoekje voor de kinderen 14.de paskamers 14. De plaats voor de winkelwagentjes

15. De plaats voor de paktafel en tasjesautomaat 16. De snelkassa

Opdracht 12

Open deze link: http://nl.floorplanner.com/signup/.

A)Log in met je eigen e-mailadres en verzin een wachtwoord.

B) Teken de plattegrond van een horeca gelegenheid die jij goed kent.

C) Sla dit project op en laat je eindproduct in 3D beoordelen door je docent.

.

Opdracht 13

Geef antwoord op de volgende vragen;

A) Hoe noem je een plek in de winkel waar veel klanten komen?

B) Een winkel heeft verkoopsterke en verkoopzwakke zones. Wat is een verkoopsterke zone?

C) Geef een voorbeeld van een verkoopsterke zone in een winkel.

D) Wat is een verkoopzwakke zone?

E) Geef een voorbeeld van een verkoopzwakke zone?

Taak 3

Opdracht 14

A) Verzamel folders die huis-aan- huis worden verspreid. Knip uit de folders vijf hoofdartikelen. Plak de vijf hoofdartikelen op een vel papier. Schrijf achter elk artikel de namen van twee bijverkoopartikelen op.

B) Verzamel folders die huis-aan- huis worden verspreid. Knip uit de folders vijf bijverkoop artikelen.

Plak de vijf bijverkoopartikelen op een vel papier. Schrijf achter elk artikel de naam van het hoofdartikel op.

(7)

C) Verzamel folders die huis-aan-huis worden verspreid. Knip uit de folders vijf follow-upartikelen. Plak de vijf follow-upartikelen op een vel papier. Schrijf achter elk artikel de naam van het hoofdartikel op.

D)Geef antwoord op de volgende vragen 1. Wat is assortiment?

2. Welke artikelen kun je in een assortiment van een schoenenzaak vinden? Schrijf vier voorbeelden op.

3. Wat is het verschil tussen een kernassortiment en een randassortiment? Geef een voorbeeld.

4. Noem twee winkels waar directe verkoop plaatsvinden.

5. Wat is een artikelgroep?

Opdracht 15

Bedenk bij ieder hoofdverkoopartikel een bijverkoopartikel en een follow-upartikel. Neem dit schema over in word en vul in.

Hoofdverkoopartikel Bijverkoopartikel Follow-upartikel zaklantaarn

vulpen schoenen fiets walkman stofzuiger koffiezetapparaat fototoestel planten computer

Opdracht 16

A)Om extra artikelen te verkopen zet je een speciale presentatie in de winkel. Hoe noem je zo’n presentatie?

B)Het doel van deze presentatie is het zorgen voor 'impulsaankopen'. Wat zijn dat?

Opdracht 17

A) Neem onderstaand lijstje over en schrijf achter ieder begrip de uitleg.

B) Schrijf nu van iedere display een voorbeeld op. Welke artikelen zou jij presenteren met welke display?

1. Massadisplay 2. Combinatiedisplay

(8)

3. Toonbankdisplay 4. Kopdisplay 5. Eilanddisplay

C) Maak van de uitleg, voorbeeld en een plaatje van het display een overzichtelijk poster op A-3 formaat.

Opdracht 18

A) Wat is een attentiewaarde?

B) Geef een voorbeeld van een presentatie met een grote attentiewaarde.

C) De attentiewaarde van presentaties kun je vergroten door eyecatchers. Geef aan wat je verstaat onder eyecatchers.

D) Geef twee voorbeelden van eyecatchers.

E) Welke artikelen worden in een vitrine gepresenteerd?

F) Ga met een klasgenoot samen de vitrine inrichten.

G) Maak van jouw ingerichte vitrine een foto, druk deze af en doe hem in jouw map.

Opdracht 19

Een andere belangrijke plek waar artikelen gepresenteerd worden is de etalage.

A. Een etalage is het visitekaartje van de winkel. Wat betekent dit?

B. Een etalage moet 'stop kracht' hebben. Wat betekent dit?

C. Welke verschillende soorten etalages zijn er?

D. Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de etalages?

Opdracht 20

De bedrijfsleider van HEMA heeft verschillende producten binnen gekregen. Het zijn nieuwe artikelen die de klant nog niet kent. De producten hebben extra aandacht nodig. Hoe zou jij de volgende artikelen commercieel presenteren?

· Kinderzwembadje van Jip en Janneke

· Tuingereedschap speciaal voor vrouwen

· Regenjas met de Nederlandse vlag erop

A) Werk de presentatie van ieder artikel op een vel A4 - papier uit.

B) Geef bij de tekening aan op welke plaats in de winkel de presentatie moet komen te staan.

C) Bewaar deze 3 tekeningen in jouw map.

Opdracht 21

Je hebt branches waar je extra aandacht aan de artikelpresentatie moet besteden A) Schrijf vijf van die branches op.

B)Waarom moet je juist zoveel aandacht besteden aan presentaties in deze branches?

Opdracht 22

(9)

Om artikelen te kunnen verkopen moet je weten wat je doelgroep wilt en om te weten wat de consumenten willen kopen moet je onderzoek doen. Schrijf vier manieren op hoe je dit kunt onderzoeken.

Opdracht 23

Winkels richten zich met hun artikelen op een bepaalde groep mensen. Deze mensen zijn

geïnteresseerd in de verkochte artikelen. Een exclusieve herenmodezaak richt zich op mannen met een hoog inkomen. Op welke groep mensen richten de volgende winkels zich?

Speelgoedwinkel Dameskledingzaak Elektrowinkel

Taak 4

Opdracht 25

Een winkelier kan op allerlei manieren reclame maken voor zijn winkel.

A. Welke vormen van reclame kom je tegen bij sportzaken?

B. Welke manier van reclamemaken is de duurste en welke is de goedkoopste?

Opdracht 26

Maak voor een sportzaak een reclame advertentie. Je mag zelf weten voor welke sportartikelen je reclame maakt.

A) Maak je advertentie op de computer in Word, Powerpoint of in Paint.

B) Sla het op in jouw digitale map

Bij onderstaande (doe)opdrachten gebruik je alle theorie die je dus nu toe hebt geleerd.

Opdracht 27

Een goede artikelpresentatie is belangrijk voor een winkel. Een winkelier moet op veel dingen letten bij de artikelpresentatie. Schrijf drie dingen op.

A. Wat zijn twee voordelen va n brandpunten in de winkel?

B. Hoe kan een winkelier de attentiewaarde van een schap verhogen?

C. Bij artikelpresentaties wordt vaak promotiemateriaal gebruikt.

D. Welke soorten promotiemateriaal kun je bij artikelpresentaties gebruiken? Schrijf er vijf op.

E. Een winkel wil graag een goed imago hebben. Vind jij dat de winkelinrichting en de huisstijl het imago van de winkel bepalen? Waarom vin d je dat

F. Wat is volgens jou het imago van de sportzaken en cd-winkels bij jou in de buurt?

Sportzaak:

Cd-winkel:

G. Welk imago zou jij aan een sportzaak willen geven?

(10)

H. Waarom is het imago van een winkel belangrijk voor de klant?

Opdracht 28

A) Maak in het praktijklokaal een artikelpresentatie in een schap. Je mag zelf het artikel uitkiezen.

B) Gebruik promotiemateriaal bij de presentatie.

C) Maak een foto van jouw artikelpresentatie, zet deze in jouw digitale map.

Opdracht 29

Je gaat voor een kledingwinkel een themapresentatie maken. De artikelen moeten dus bij elkaar passen, maar je moet ook op kleur en aantrekkelijkheid letten. De presentatie moet passen bij de doelgroep. Bepaal van te voren dus eerst je doelgroep. Schrijf op welke artikelen je in de presentatie opneemt.

Opdracht 30

Ga naar de site van H&M. Bestudeer het assortiment heel goed. Beantwoord onderstaande vragen.

1. Hoeveel artikelgroepen zijn?

2. Waar kan ik de artikelsoorten en de artikels vinden?

3. Wat is het kernassortiment van H&M?

4. Wat is het randassortiment van H&M?

5. Welke promotiematerialen gebruikt H&M?

Opdracht 31 Stadsopdracht

A)Kies in de stad 3 winkels uit, vraag of je foto’s mag maken voor een schoolopdracht B)Maak bij deze drie 3 winkels een foto van:

- Het winkelexterieur - De winkelpui - De etalage - De winkelentree - Het winkelinterieur

C) Maak per winkel een fotocollage en zet deze begrippen bij

Taak 5

Opdracht 13

(11)

a. Wat moet je allemaal al weten voor dat je een reclameplan gaat maken?

b. Schrijf de 7 doelstellingen op die horen bij een reclameplan?

Opdracht 14

Geef aan welk medium je zou gebruiken bij onderstaande situaties. Een medium mag je maar 1 keer noemen.

1. Albert Heijn wil gaan adverteren met eigen merk schoonmaakmiddelen.

2. Etos wil adverteren met een nieuw make-up merk in Nederland.

3. Kruidvat wil adverteren met eigen merk tandenborstels voor kinderen.

Opdracht 15

Je vraagt aan een reclamebureau om de reclame voor je winkel te verzorgen. Wat gebeurt er dan allemaal? Er zijn 6 stappen. Schrijf deze stappen op.

Opdracht 16

In ons land zijn verschillende soorten reclamebureaus. Welke 3 soorten reclamebureaus zijn er?

Opdracht 17

Reclame maken is gebonden aan regels.

a. Wat welke 5 regels heb je te maken als je reclame wilt maken?

b. Wat is een gedragscode?

c. Wie controleert of de reclamebureaus zich aan de regels houden?

Opdracht 18

a. Kies 1 communicatievorm (oftewel een medium) die jou het meeste aanspreekt. Schrijf deze vorm op.

b. Ontwerp een reclame voor H&M, de winkel die zich nu richt op de jongste kinderen.

c. Maak op een A3 vel een schets en beschrijving van jouw reclame. Gebruik kleur.

Opdracht 19

Kies 3 communicatievormen die op elkaar aansluiten. Schrijf de communicatievormen op. Ontwerp een reclame voor Omoda, een moderne schoenenwinkel met veel merken,

Opdracht 20

Opdracht: je kies een winkel uit onderstaand lijstje. Jou wordt gevraagd om een kraampje in te richten met de artikelen die het best verkocht worden. Het moet natuurlijk een uitstraling hebben die past bij de winkel.

Keuzen: H&M, Intratuin, Hema en kruidvat.

a. Kies welke winkel je wilt presenteren in jouw kraam.

b. Maak een lijst of checklist van de onderdelen die belangrijk zijn voor het maken van deze kraam.

c. Schrijf op welke materialen en gereedschap je nodig zou hebben.

Opdracht 21

Zijn onderstaande zinnen waar of niet waar? Leg je antwoord uit.

a. Als je geen reclame maakt voor een artikel dan verkoop je niets.

b. Het maken van een reclameplan is cruciaal voor een bedrijf.

Maak de opdrachten.

Opdracht 22

a. Wat is een presentatieplan?

(12)

b. Schrijf 4 thema’s op die ieder jaar terug komen in het presentatieplan.

c. Schrijf op welke winkelonderdelen je kunt aanpassen voor de 4 thema’s die je hebt genoemd bij de vorige vraag.

Opdracht 23

Je gaat aan de slag met het maken van een presentatieplan. Je kiest tussen een schoenen, kleding en snoepwinkel en schrijft op wat je gedurende het hele jaar een presentatie zou doen in jouw winkel.

Denk aan thema’s, seizoenen en feestdagen.

Opdracht 24

Een goede presentatie heeft altijd een thema. Artikelen en decoratiematerialen zijn speciaal gekozen voor dit thema. Veel winkeliers maken ook gebruik van terugkerende termen zoals “nieuw”, “opruiming”

en uitverkoop. Bedenk in onderstaand schema enkele thema’s’. Schrijf op in welke tijd van het jaar je dit laat plaats vinden. Je kunt denken aan zomeruitverkoop en winkeluitverkoop.

Thema’s Tijd van het jaar

1. Opruiming Zomer dus augustus

2.

3.

4.

5.

taak 6

Opdracht 25

Een winkelier wil een advertentie in de krant plaatsen. Zoek uit welke kleuren er gebruikt worden om een advertentie.

Opdracht 26

Verzamel drie krantenadvertenties van verschillende branches. Plak de advertenties op een groot A3 vel. Kies de meest opvallende advertentie en schrijf met pijlen welke onderdelen het meeste

opvallen.

Opdracht 27

a. Kies 1 van de volgende winkels:

- Kledingwinkel met outdoorkleding - Supermarkt.

- Schoenenwinkel.

- Drogisterij of parfumerie

b. Maak een advertentie voor deze winkel op een apart vel. Je mag zelf artikelen en prijzen bedenken.

Het formaat van de advertentie is 9,5 x 12 cm

Lees bladzijde 224 en 225 en maak daarna de opdrachten.

(13)

Opdracht 28

Veel bedrijven maken standaardreclame uitingen zoals tv spotjes en krantenadvertenties. Daarnaast worden de ideeën natuurlijk steeds creatiever, dit komt door alle technische mogelijkheden.

a. Maak een ansichtkaart als promotiemateriaal voor reismaatschappij Corendon die reizigers kunnen versturen vanuit hun zonnige vakantiebestemming in Spanje. Gebruik hiervoor karton, kleur en let op de details.

Opdracht 29

In het dagelijks leven wordt veel gebruik gemaakt van beeldschrift. Vaak worden hier pictogrammen voor gebruikt.

a. Waarom wordt hier vaak voor gekozen?

b. Wat zijn pictogrammen?

c. Waar kom je vaak pictogrammen tegen? Schrijf 2 plaatsen op.

Opdracht 30

Het maken van pictogrammen kan ook een onderdeel zijn van het werk van een vormgever. Denk maar aan de bordjes op een toilet en de nooduitgang in een restaurant.

a. Maak pictogrammen voor onderstaande onderwerpen.

- De fietsenstalling - De bibliotheek - De Kantine

- De ruimte met de leerlingenkluisjes

Opdracht 31

Een van de belangrijkste onderdelen bij het maken van een presentatie is compositie.

a. Wat is een compositie?

b. Wat zijn compositielijnen?

c. Geef voorbeelden van manieren waarop je een compositie kunt opbouwen in een etalage.

d. Waar moet je voor zorgen als je deze compositie maakt?

Taak 7

Opdracht 32

Er zijn primaire, secundaire en tertiaire kleuren.

a. Wat zijn de primaire kleuren?

b. Wat zijn secundaire kleuren?

c. Wat zijn tertiaire kleuren?

d. Vraag aan de docent een kleurencirkel, luister naar de instructie en rond deze opdracht af.

Opdracht 33

Kleuren roepen gevoelend en emoties op. Rood is de kleur van de liefde en geel wordt vaak gezien als een zomerse en vrolijke kleur. Welke kleur je kiest in een artikelpresentatie of etalage is dus erg belangrijk.

a. Stel je voor dat je onderstaande opdrachten/thema’s door krijgt bij het maken van een etalage.

Welke kleuren kies je dan?

1. Koel

(14)

2. Warm 3. Rustig 4. Chic 5. Zonnig 6. Vrolijk 7. Feestelijk 8. Helder 9. Somber 10. Modern

Opdracht 34

Naast kleur en compositie is het gebruik maken van teksten en bijbehorende lettertype erg belangrijk.

Het kiezen van een lettertype is moeilijker dan het lijkt, je moet rekening houden met de winkelformule en de leesbaarheid.

a. Schrijf je naam op verschillende manieren op een a4 vel, maak twee lijnen waar je de letters tussen schrijft.

1. Zoals je dit altijd doet 2. Met blokletters

3. Letters die schuin naar rechts wijzen.

4. Een zelf gekozen lettertype. Tip: kijk eens online wat er mogelijk is.

5. Met 3D Letters en schaduwen.

b. In opdracht 34a heb je verschillende lettertype met de hand gemaakt. Nu ga je deze zelfde opdrachten uitvoeren met behulp van Word op de computer. Print dit deel uit en doe dit samen met 34a in jouw map.

Opdracht 35

Je gaat nu zelf een advertentie maken. De opdrachtgever is Zuiderzee, de advertentie is bedoeld als bekendmaking van de opendagen en zal geplaatst worden in de lokale krant.

a. Waar moet de advertentie aan voldoen:

- De advertentie is 15 x 20 cm

- Je maakt de advertentie met de hand op een A4 vel.

- Er mogen maar 2 soorten lettertypes gebruikt worden.

- Gebruik de informatie die je kunt vinden op de schoolwebsite.

b. Je gaat nu dit advertentie idee maken met behulp van Word.

Opdracht 36

Geef aan of onderstaande stelling juist zijn of niet.

a. Artikelen die niet worden geprijsd, worden minder verkocht dan artikelen die wel worden geprijsd.

b. Je moet promotiemateriaal van fabrikanten alleen gebruiken als het past bij de huisstijl van je winkel.

c. Als je promotiemateriaal gebruikt bij een artikel dan moet je daar met je voorraadbeheer rekening mee houden.

Opdracht 37

Artikelpresentaties zijn vaak ruimtelijk en kunnen dus van veel verschillende kanten bekeken worden.

a. Geef een voorbeeld van een driedimensionale presentatie in de mode

(15)

b. Geef een voorbeeld van een driedimensionale presentatie in de supermarkt.

c. Geef een voorbeeld van een driedimensionale presentatie bij en juwelier.

Taak 8

. Opdracht 38

a. Welke 5 elementen zijn belangrijk bij het maken van een etalage?

b. Bij een goede presentatie worden opbouwmaterialen gebruikt. Aan wat voor materialen kun je dan denken?

c. Wat is belangrijk voor een etaleur als hij of zij opbouwmaterialen gebruikt?

Opdracht 39

Naast alle eerder genoemde elementen is het gebruik maken van het licht erg belangrijk.

a. Waarom moet je een presentatie goed uitlichten? Schrijf twee redenen op.

b. Waar moet je op letten als je gebruik maakt van gekleurd licht?

Opdracht 40

Je maakt eerst een schets voordat je gaat beginnen met het maken van een etalage.

a. Hoe noem je zo’n schets?

b. Wat komt er allemaal in die schets te staan?

c. In een etalageschets maak je gebruik van steekwoorden. Waarom is dat denk je?

d. Wat is een etaleerplan en wanneer maak je een etaleerplan?

Opdracht 41

Etaleren is gebonden aan regels. Als je ze toepast heb je grote kans dat er naar je etalage gekeken wordt.

a. Hoe noem je deze regels?

b. Een goede etalage heeft meestal een thema. Waarom is dit voor een etaleur ook makkelijker?

c. Noem 3 thema’s en bedenk bij ieder thema 2 decoratiematerialen.

Opdracht 42

Je maakt een ontwerptekening van een etalage. Je wilt op de tekening laten zien dat de artikelen goed in de ruimte staan en dus de aandacht trekken. Laat in jouw schets ook kleurgebruik zien.

Beschrijf in het kort:

- welke artikelen gepresenteerd worden - welk thema je kiest

- welke opbouwmaterialen je nodig hebt - welke decoratiematerialen je nodig hebt

Opdracht 43

Voer nu opdracht 39 uit. Maak de etalage zo goed mogelijk. Denk hierbij oplossingsgericht: is een materiaal niet aanwezig dan pak je iets wat er op lijkt.

Taak 9

(16)

Opdracht 44

Je gaat onderstaande opdrachten uitvoeren, deze opdrachten hebben te maken met “commerciële artikelpresentaties”.

1. Kies artikelen waarvoor je reclame wilt maken. Bijvoorbeeld kleding, schoenen etc.

2. Bedenk een thema voor de presentatie. Bijvoorbeeld winter, Kerstmis, vakantie etc.

3. Kies het juiste decoratiemateriaal.

4. Maak een schets.

5. Voer de artikelpresentatie uit.

Opdracht 45

Voer onderstaande opdrachten uit.

1. Maak drie ontwerpschetsen voor een advertentie . De advertentie moet wat betreft artikelen en thema passen bij de artikelpresentatie uit de vorige opdracht. Denk aan de details. Kies kleuren en vormen die passen bij de presentatie.

2. Bedenk een goede slagzin of slogan die past bij de advertentie, artikelen en het thema van dat moment.

3. Kies 1 van de door geschetste advertenties. Werk deze advertentie op een apart vel helemaal uit in kleur. Zorg ervoor dat de beeldelementen en compositieregels op een juiste manier zijn toegepast.

.

Opdracht 46

Geef antwoord op onderstaande vragen.

a. Wat is bespannen?

b. Wanneer ga je bespannen?

c. Waar moet je op letten als je gaat bespannen?

d. In welke branche moet je figuren kleden?

e. Wat heb je allemaal nodig als je figuren gaat kleden?

f. Waar moet je op letten als je figuren gaat kleden?

g. Wat is draperen?

h. Wanneer ga je draperen?

i. Waar moet je op letten als je gaat draperen?

j. Wat is belichten?

k. Wanneer ga je iets belichten?

l. Waar moet je op letten als je gaat belichten

Opdracht 47

Bespannen en ophangen gebeurt volgens een aantal handelingen.

a. Schrijf op hoe je stof moet bespannen.

b. Welke materialen en gereedschappen heb je daarvoor nodig?

c. Geef aan op welke manieren je bij een presentatie decoratiemateriaal kunt ophangen.

d. Bedenk welke materialen je zou kunnen gebruiken om iets op te hangen?

Taak 10

Opdracht 48

(17)

Stoffen kun je op verschillende manieren plooien als je ze ophangt.

- In een strakke baan - In zigzagbanen - In lengteplooien - In spitsplooien

Vraag aan je docent om stukjes hout en laat verschillende manieren van plooien zien. Gebruik hiervoor de nodige gereedschappen en materialen.

Opdracht 49

Voor deze opdracht ga ja etalagepoppen omkleden. Deze maken uiteraard vaak deel uit van de ruimte die jij als vormgever aan dient te kleden. Je hoort van je docent welke poppen jij hiervoor gebruikt en waar je de kleding kunt vinden.

- Stap 1. Je kiest voor jouw paspop een trend en zoekt hiervoor minimaal 10 afbeeldingen op via jouw i-pad.

- Stap 2. Kleed de paspop aan en maak hier een foto van.

Opdracht 50

Bij deze opdracht ga je een kleine presentatie voorzien van prijs- en/of tekstkaarten. Je doet dat in overleg met je docent. Je mag de kaarten met de hand maken of schrijven in Word.

- Kies een aantal artikelen - Kies een etaleerruimte

- Maak een eenvoudige artikelopstelling in piramidevorm - Maak prijskaarten

- Maak tekstkaarten die de presentatie moet ondersteunen

PTA PRAKTIJK

Eindopdracht keuzevak vormgeving PTA Praktijk

In deze eindopdracht van het keuzevak vormgeven laat jij zien wat je kan.

De situatie: Jij begint samen met een paar leerlingen van school een eigen bedrijfje. Omdat jij het keuzevak vormgeven hebt gevolgd op het economieplein ben jij de aangewezen persoon voor dit onderdeel van het bedrijf. Jullie bedrijf verkoopt schoolspullen en de naam van jullie bedrijfje is:

“Kledder!”

5p_ Opdracht 1: Winkelformule ontwikkelen

- Bedenk een passende winkelformule voor jullie winkel. Het enige waar jij rekening mee hoeft te houden is de naam “Kledder!” en de artikelen die jullie verkopen.

-> beschrijf de winkelformule in minimaal 150 woorden.

5p_Opdracht 2: Een huisstijl bedenken

- Welke kleuren ga jij gebruiken bij het vormgeven van jullie bedrijf? Noteer de kleuren en geef aan waarom deze kleuren passen bij de doelgroep van dit bedrijf.

-> beschrijf per kleur jouw gedachten in minimaal 50 woorden.

(18)

5p_Opdracht 3: Een logo ontwerpen

- Maak een logo voor jullie bedrijf waarin jullie naam duidelijk zichtbaar is en waarin opdracht 2 meegenomen is.

-> Dit logo maak je op een a4 vel, ook de netheid en uitwerking wordt beoordeeld.

5p_Opdracht 4 Een folder maken

- Je wilt er natuurlijk voor zorgen dat iedereen jullie bedrijfje kent. Daarom maak jij een foldertje die je in de brievenbus doet bij jullie doelgroep. In dit foldertje moet dus duidelijk worden wie jullie zijn en wat jullie bieden aan de klanten.

-> Ik wil zien: een drieluik folder met daarop: logo, contactgegevens en assortiment.

3p_Opdracht 5 Evalueer je eigen werk (reflectie)

- Beschrijf in ongeveer 200 woorden hoe jij je werk als vormgever ervaren hebt. Vond je het leuk? Heb je er veel van geleerd? Zou je dit werk later willen doen…. Etc.

INLEVEREN: uitgeprint en in een mapje!

PTA THEORIE

(19)

Over dit lesmateriaal

Colofon

Auteur Chantalle van Dongen Laatst gewijzigd 03 september 2019 om 16:31

Licentie Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van

naamsvermelding vrij bent om:

het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat

het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken

voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie

Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

Eindgebruiker leerling/student Moeilijkheidsgraad gemiddeld

Studiebelasting 4 uur en 0 minuten

Referenties

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Bij de herinrichting van de straten waar de riolering vervangen wordt, zal extra aandacht zijn voor een (nieuwe) verkeersveilige inrichting op basis van een 30km-zone.. Kan

De familieraad bestaat uit drie familieleden en/of andere naasten van de zorgvragers die momenteel bij Zorghuis Samen wonen of hier verbleven.. Tijdens het gezamenlijke

Mocht na het onderzoek van de RIVM blijken dat de rubber korrels inderdaad kankerverwekkend zijn, gaat u de velden dan vervangen4. Als de velden vervangen moeten worden, wat zijn

300 Series Managed-switches (Klik op om de opdrachtreferentiegids weer te geven) 350 Series Managed-switches (Klik op om de opdrachtreferentiegids weer te geven) 350X Series

Het Landelijk Servicecentrum Lokale Versterking zou zich moeten verbreden tot alle terreinen van landelijke en regionale belangenbehartiging van de lidorganisaties van het

Input gebruikers, belanghebbende en eventuele betrokken inwoners.. Openuitnodiging aan gemeenteraad en alle

‒ Bij procedure 2016-2 en 2017-1 planning uitgesteld -> verwarring meerdere plannen in procedure. ‒ Digitale beschikbaarheid

Schoolbesturen en gemeente willen op termijn naar 4 scholen voor de kern