• No results found

Filippenzen 3: 10, 11: De kracht van zijn opstanding.

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Share "Filippenzen 3: 10, 11: De kracht van zijn opstanding."

Copied!
7
0
0

Bezig met laden.... (Bekijk nu de volledige tekst)

Hele tekst

(1)

Filippenzen 3: 10, 11: De kracht van zijn opstanding.

Orde van dienst:

Votum en zegengroet van Sela Gebed

Kindmoment Lied

Inleiding:

Lezen: Filippenzen 3: 1-11 Psalm 26: 1, 2

preek Sela Ik leef wet

Sela Jezus liefde voor mij.

gebed collecten

Nieuw Liedboek 416 Ga met God en Hij zal met je zijn.

zegen.

---

Welkom: Hartelijk welkom!

Vorige week nog vierden we Pasen: de opstanding van Jezus uit de dood.

Vanmorgen kijken we naar wat dat voor ons betekent.

We kijken terug en vragen: ‘Wat betekent die opstanding voor mijn leven?’.

Of met Paulus’ woorden: “Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding”. Dia 1 Inleiding: Keus.

Elke dag moeten we keuzes maken.

Als we opstaan al. We staan voor onze klerenkast en denken: “Wat zal ik vandaag aantrekken”.

En dat gaat de hele dag door.

“Wat zullen we vandaag eens eten?”, vraagt mijn vrouw bijna elke dag aan mij. Ook al weet ze dan al, dat ik het toch niet weet. Zij kan veel en veel beter koken dan ik.

Dus ik zeg altijd heel trouw: “Kies jij maar”.

Je kiest in de winkel. Je kiest je opleiding. Je kiest een boek wat je wilt lezen. Een TV-programma. We stemmen en kiezen een partij.

Het tekent onze vrijheid.

In de Bijbel worden mensen ook voortdurend opgeroepen tot een keus. Je moet kiezen.

Al in het paradijs: kies de Boom van het leven, Adam!

Kies tegen de zonde die jouw leven wil binnendringen, Kaïn!

Kies voor het leven, Israël!

“Volg mij”, zegt Jezus.

Je mag een keus maken. In alle vrijheid. Want zo gaat dat in de liefde.

Maar wat gebeurt er?!!

Jij maakt een keus en daarna maakt die keus jou! Dia 2

In alle vrijheid kies je ervoor om dokter te worden. Mooi.

Maar dan merk je, dat die keus jouw leven gaat bepalen. Je opleiding, je werk, je zorgen. Je identiteit:

in de ogen van de mensen ben jij de dokter.

Jij maakt een keus en daarna maakt die keus jou.

Dat zien we bij Paulus gebeuren: hij maakt de keus om Jezus te volgen.

(2)

Hij maakt een keus.

Alleen: kijk eens wat het oplevert!

Een leven vol lijden. Vervolging. Schipbreuk. Vijandschap. Gevangenis. Geseling. Honger. Spot.

Hij verliest alles.

Maar waarom doet hij dat?

Ja, waarom kies je ervoor om een goede baan op te zeggen?

Omdat je een betere baan krijgt, die ook beter verdient.

Waarom kies je voor dat meisje?

Omdat je denkt, dat je met haar gelukkiger wordt dan wanneer je alleen bent.

Waarom Jezus volgen? Dia 3

Omdat Paulus weet, dat hij met Jezus beter af is dan zonder hem.

Hij wil delen in zijn lijden om ook te delen in zijn opstanding.

--- Preek:

Ruim een week geleden is er een goede vriend van ons overleden. René. Hij was 65 jaar.

We leerden hem en zijn vrouw en kinderen kennen in onze eerste gemeente.

In Hoek in Zeeuwsch-Vlaanderen.

In de jaren daarvoor hadden zij in Gent gewoond. Daar studeerde hij medicijnen. Hij was arts.

In die jaren in Gent waren zij als een van de eersten lid geworden van de Gereformeerde kerk in Gent. Enthousiaste leden. Blij met hun hervonden geloof in God.

In de afgelopen jaren woonden zij in Wezep. In die jaren werd René ziek. Er volgden veel bezoeken aan het ziekenhuis. Chemokuren. Operaties. Het werd een lange, pijnlijke weg. Mensen vroegen dan wel eens aan hem: “Heb je nu geen moeite met je geloof in God? Al dat lijden!? Dat heb jij toch niet verdiend? Je bent altijd zo vol vertrouwen in God en dan dit?!!”. Geloof je nog in Hem?”.

En dan zei hij: “Waarom zou ik niet geloven in de God die mij redt?”. Dia 4 Paulus zou het zo gezegd kunnen hebben: “Waarom zou ik niet geloven in de God die mij redt!”.

Dat is het kennen van Jezus en de kracht van zijn opstanding.

Dat wil ik in deze preek graag uitleggen.

Dit zijn de stappen. Dia 5

*****

Paulus kiest ervoor om Jezus te volgen. Jezus is zijn vreugde.

Waarom?

Waarom is dat beter, dan wat hij had?

Want het lijkt andersom: het leven dat hij leefde vóórdat hij Jezus heeft leren kennen lijkt veel beter, dan nadàt hij Jezus heeft leren kennen.

Dat nieuwe leven leverde hem alleen maar veel lijden op. Vernedering. Gevangenis. Spot. Geseling…

En het leven voordat Hij Christus leerde kennen was juist heel mooi. Paulus stond in hoog aanzien.

Hij was een top-Schriftgeleerde en daar was Paulus toen heel trots op.

Moet je maar eens kijken.

Paulus noemt het allemaal op: ‘Ik deed alles wat de wet van mij vroeg. Ik ben besneden op de 8e dag.

Ik behoor bij het volk van Israël. Bij de stam Benjamin. Ik ben een zoon van Abraham. En een Farizeeër, die de wet kende en daarnaar leefde. Niemand die mij op een fout kon betrappen! Ik was zo goed, dat ik die christenen met alle haat die in mij is, heb vervolgd’.

‘Wat was ik goed!’.

Wat doet Paulus hier?

Hij geeft ons zijn CV. Zijn Curriculum Vitae. Zijn levensloop. Dia 6 Zo kun jij ook een CV opstellen: “Ik ben in Amersfoort geboren. Ik ben als baby gedoopt in de Gereformeerde kerk ‘De schaapskooi’. Zat op de Basisschool ‘De regenboog’.

(3)

Daarna op de Guido. Daarna naar de school voor Journalistiek in Utrecht. Heb nog bij de Jumbo gewerkt. Een CV. Een lijst met je diploma’s en scholen en baantjes.

Waarom maak je die?

Ja, om ergens binnen te komen.

Om op een opleiding te komen. Om een baan te krijgen.

Je komt op sollicitatie en je legt je CV op het bureau. Samen met je diploma’s.

Een CV is om ergens binnen te komen.

Dat heb je ook als je mensen ontmoet. Collega’s op je werk. Nieuwe vrienden op een feestje.

Je denkt: wat zal ik aandoen? Wat is cool?

Je vraagt aan elkaar: wat doe jij? Wat voor werk of wat voor studie?

Je wilt meepraten over sport en muziek. Je neemt een stoere tatoeage.

Want je wilt binnenkomen. Je wilt dat je collega’s of je vrienden jou aanvaarden.

Als meisje wil je mooi zijn en als jongen stoer. Facebook en Instagram leven daarvan.

We willen dat anderen ons goed vinden. Dat God ons goed vindt. We zoeken rechtvaardiging.

Dat is onze meest fundamentele behoefte.

Daarom is kritiek vaak zo moeilijk voor ons: dan komen mensen aan ons zelfbeeld.

Het kan nog sterker: je wilt ook een mooie CV om bij jezelf binnen te komen.

Om jezelf te aanvaarden.

Je kijkt in de spiegel. Je vergelijkt jezelf met je vrienden of met de mensen op TV. Je vindt jezelf niet mooi genoeg of niet goed genoeg. En dus bedek je je schaamte met een goede CV, zoals Adam en Eva hun naaktheid bedekten met bladeren.

Herken je dat?

Zo heeft Paulus ook zijn CV. En wat was die goed. Kijk nog maar eens. Dia 7

CURRICULUM VITAE Van Saulus van Tarsus.

Geboren in Tarsus in Cilicië. (Klein-Azië).

Zoon van een lid van de Farizeeërs

Besneden op de 8e dag naar de wet van Mozes.

Israëliet.

Uit de stam van Benjamin (samen met Juda het Tweestammenrijk) Opgegroeid in Tarsus.

Romeins burger en goed bekend met de Griekse cultuur.

Onderwijs te Jeruzalem aan de voeten van Gamaliël.

Schrifgeleerde.

Lid van de partij van de Farizeeërs.

Onberispelijk in het onderhouden van de wet van Mozes.

Zeer vooraanstaande jood.

Vervolger

van de ‘christenen’, de sekte van de Nazoreeërs.

Zijn CV zei: “Kijk eens hoe goed ik ben! Niemand houdt de wet zo goed als ik. Nu mag ik zeker in het rijk van God komen”. Paulus zag een heel rechtvaardig man als hij in de spiegel keek.

En hij genoot van de bewondering van de mensen. Wat was hij goed!

(4)

*****

Dia 8 Totdat hij Jezus zelf ontmoet. Hij is dan op weg naar Damascus. Op weg om opnieuw een groep gevluchte christenen op te pakken. Hij is overtuigd van zijn gelijk. Hij, Paulus, is rechtvaardig!

Maar dan staat Christus op zijn weg.

Een fel licht omringt hem. Licht uit de hemel. Paulus valt op de grond.

Hij hoort een stem, die tegen hem zegt: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij?”.

“Wie bent u, Heer?”.

“Ik ben Jezus die jij vervolgt”.

Het licht is zó sterk, dat Paulus dagenlang blind is. Maar tegelijk is die stem zó sterk, dat zijn hart open gaat. Deze ontmoeting verandert Paulus voor goed.

Wat ontdekte hij? Wat leerde hij?

Dat Jezus echt de Messias is? Dat Hij echt is opgestaan?

Ja, dat allemaal.

Maar vooral dit: hij keek opeens met andere ogen naar zichzelf.

Opeens zag hij met al zijn geleerdheid hoe fout hij zat. Kortzichting. Wat was hij trots geweest op zijn rechtvaardigheid, maar hij was juist onrechtvaardig.

Stel je voor dat dit met je gebeurt.

Dat op een dag blijkt, dat jouw gedachten, jouw oordelen, jouw meningen, waar je zo trots op was en die iedereen moest horen, dat die nergens op sloegen. Hoogmoed.

Dat je opeens moet inzien, dat de manier waarop je over andere mensen oordeelde en praatte gewoon dom was en egocentrisch.

Wat een schok! Als je dat tenminste wilt laten binnenkomen.

Want je kunt er natuurlijk voor kiezen om dit niet te erkennen. Om niet te buigen. Je houdt je zelfbeeld koste wat het kost overeind. Jij hebt gelijk. Zelfs naar God toe.

Paulus niet. Hij erkende zijn trots. Hij boog voor Jezus.

En dan gebruikt Paulus opeens heel felle woorden over zijn verleden.

Heel die CV, al zijn diploma’s en prestaties: hij gooit het weg.

“Het is vuilnis!”, schrijft hij.

Letterlijk zegt hij: “Het is mest, stront!”.

Hij noemt de besnijdenis zelfs een vérsnijdenis, een verminking!

Waarom is deze geleerde opeens zo fel?

Was het dan slecht, dat hij een kind van Abraham was? Dat hij besneden is? Dat hij bij de stam van Benjamin hoorde? Dat hij de Thora écht wilde gehoorzamen?

Nee, natuurlijk niet.

God heeft de besnijdenis zelf ingesteld! En wat een mooi verlangen om naar de Thora te willen leven! Om al Gods geboden te doen.

Wat was er dan niet goed? Zó niet-goed, dat hij zijn CV aan stukken scheurt en door de WC spoelt?

Dit: zijn leven, zijn CV, zijn leven naar de wet was zijn rechtvaardiging.

Zijn zélfrechtvaardiging.

Hij dacht: als ik al Gods geboden onderhoudt, dan sta ik recht voor God. Dan mag ik in zijn Koninkrijk komen. Dan heb ik dat verdiend. Als ik goed leef, dan vindt God mij goed.

Zo kunnen wij nog steeds denken: “ik ben gedoopt, ik ga naar de kerk, ik steel niet en vermoord niemand, lees uit mijn Bijbel en bid elke dag wel drie keer. Ik doe niemand kwaad”.

Is dat dan slecht?

Nee. Heel goed. Mooi.

Alleen: dat wil niet zeggen dat je dan dus goed bent. Zonder zonden.

Jezus leerde al, dat je wel kunt zeggen “ik heb niemand vermoord”, maar als je in je hart een hekel aan iemand hebt, als je iemand uitscheldt, heb je in je hart al iemand vermoord.

(5)

Daarbij: het woord ‘rechtvaardiging’, dat Paulus een paar keer gebruikt, betekent niet dat je zonder zonde bent, maar dat je recht voor God staat. Dat je een goede verhouding met hem hebt. Dat je hart voor hem openstaat. Dat je openstaat voor zijn liefde. Voor zijn vergeving.

Dat je zijn kind wilt zijn.

Maar als je denkt: ‘ik houd mij aan Gods geboden, omdat ik het dan verdien om in zijn Koninkrijk te komen, dan ben je meer een slaaf, dan een kind van God. Dan heb je een relatie met God zoals je die ook met de regering hebt: “ik betaal mijn belasting, maar dan moeten de straten wel schoon zijn en veilig en het onderwijs goed”. Want daar betaal je voor.

Zo kun je ook met je CV naar God toegaan: “Kijk eens, ik heb altijd goed geleefd en al uw geboden gedaan! Nu moet u mij goed vinden”.

Je probeert God te controleren.

Maar dat is nu juist de ontdekking van Paulus geweest: hij heeft niet altijd goed geleefd. Misschien aan de buitenkant, maar in zijn hart leefde trots, neerkijken op anderen, slechte verlangens.

*****

Dia 9

Sterker: al die goede dingen -de besnijdenis, de wet, het kennen van de Thora- al die dingen stonden de omgang met God als vader in de weg. God was zijn heer. Niet zijn vader.

Hij kende God eigenlijk niet.

Ja, Paulus wist wel veel over God. Hij kende de hele Thora helemaal uit zijn hoofd en alle geboden, die er nog bij bedacht waren. Hij kende de verhalen over de schepping, de uittocht uit Egypte, de psalmen. Hij kon hele stukken uit zijn hoofd opzeggen.

Maar hij kende God niet.

Er zit een groot verschil tussen God kennen en veel over God weten.

Het verschil is de liefde.

Met “God kennen” bedoelt de Bijbel altijd met God omgaan. Op hem vertrouwen. Met hem wandelen. Met hem spreken.

Veel over God weten is wat anders. Dat kan heel afstandelijk zijn.

Dat kun je ook met mensen hebben.

Je ziet die collega op je werk elke dag wel. Tim. Hij werkt een paar kamers verderop. Hij praat vaak wat hard en heeft altijd een spijkerbroek met een trui aan. Soms praat je even met hem over Ajax na het weekend. Je maakte wel eens geintjes over hem met je collega’s.

Totdat je hem toevallig tegenkomt op een camping in Italië. Je drinkt met elkaar een biertje voor de tent. En hij vertelt je dat zijn vrouw al langere tijd ziek is. Dat hij zorgen heeft om zijn kinderen. Hij vertelt je over zijn verdriet en over een paar teleurstellingen op zijn werk. Hij is heel open.

Eerst zag je hem wel.

Nu leer je hem kennen.

Zo kun je ook als christen leven: je leest veel over de bijbel, over God, over de kerkgeschiedenis. Je gaat naar de kerk en naar een bijbelstudiegroep. Je weet veel over God.

Maar je hebt geen echte band met God.

En dat wil Paulus nu juist heel graag.

Hij schrijft, dat hij “Christus wil kennen en de kracht van zijn opstanding”.

Hij schrijft: “Het kennen van Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles”. Mijn Heer!! Mijn!!!

En als die andere dingen dat in de weg staan, als die hem trots maken, dan gooit hij die weg.

Hij heeft iets beters: een band met Jezus.

Denk aan het schip, dat in nood was voor de kust van Noorwegen. Een schip uit Delfzijl. Dia 10 Met een kostbare lading aan boord. En een paar mooie boten op het dek.

Door de hevige storm en de hoge golven is de lading gaan schuiven en ging het schip scheef hangen.

Zo scheef, dat het dreigde te kapseizen en te zinken.

(6)

De bemanning werd alvast van boord gehaald.

Als een schip zo in nood komt, kan het goed zijn om de lading overboord te gooien. Dan maak je het schip lichter. Die lading zelf is niet slecht. Maar in de storm kan het je in gevaar brengen.

De CV van Paulus was niet slecht. Integendeel.

Maar het bracht trots voort en neerkijken op anderen. Het bracht zijn band met God in gevaar doordat de liefde ontbrak. Paulus was vooral met zichzelf bezig en de bewondering van zichzelf.

En dán zegt Paulus: “Ik gooi het allemaal weg! Want het hield mij Christus vandaan. Ik deed het allemaal heel goed, vond ikzelf, en had Jezus niet nodig. Waarom moest hij voor mij een offer brengen? Ik heb helemaal geen zonden! Ik rechtvaardig mijzelf!”.

Daarom gooit Paulus het allemaal overboord, zodat er ruimte komt in zijn hart voor Jezus.

******

Dia 11 Tenslotte nog dit: Paulus wil Christus niet alleen kennen. Hij wil ook de kracht van zijn opstanding ervaren. Hij wil hem kennen en ervaren als de Jezus die leeft.

Wat bedoelt hij?

Dat zegt hij daarvoor: “Ik wil Christus winnen en één met hem zijn - niet door mijn eigen

rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus”.

Anders gezegd: Paulus gooit zijn eigen CV weg, omdat hij er een andere, een veel betere voor terugkrijgt.

Hij krijgt de CV van Jezus.

Hij krijg alles wat Jezus heeft gedaan.

En kijk eens hoe de CV van Jezus er uitziet:

CURRICULUM VITAE Van Jezus van Nazareth.

Geboren in Bethlehem in Judea. De stad van David.

Zoon van Maria. Zoon van David. Zoon van Abraham. Zoon van God, de Almachtige.

Besneden op de 8e dag naar de wet van Mozes.

Israëliet. Uit de stam van Juda..

Onderlegd in de Schriften. Hij was onberispelijk in het onderhouden van de wet van Mozes.

Hij heeft nooit zonde gedaan. Hij was nooit trots. Nooit egoïstisch. Hij heeft nooit gelogen of mensen pijn gedaan. Hij was vol van genade en waarheid. Volkomen rechtvaardig.

Hij wandelde elke dag met God, zijn Vader in de hemel.

Hij opende ogen van blinden. Hij genas melaatsen. Hij wekte doden op. Hij vergaf zonden. Hij heeft stormen gestild.

Hij is door de Hogepriester van dat jaar en door Pontius Pilatus tot de kruisdood veroordeeld.

Op vrijdag is Hij aan het kruis geslagen en gestorven. Voor de zonden van mensen.

Op zondag is Hij uit de dood opgestaan.

Hij is naar de hemel gegaan en zit nu op de troon aan de rechterhand van de Vader.

Anders gezegd: als God naar mij kijkt, dan ziet Hij mij in Jezus. Als Hij naar mijn leven kijkt, dan ziet hij het leven van Jezus. Hij legt het leven van Jezus over mijn leven heen en bedekt alles wat daarin niet goed is. En alle het goede, dat Jezus heeft gedaan, rekent hij mij toe.

In Jezus heb ik aan het kruis gehangen. In hem ben ik al opgestaan. In hem heb ik alle geboden glansrijk gehouden.

(7)

Als ik in een vliegtuig zit, dan zie je mij niet meer, maar dan zie je dat vliegtuig.

En omdat ik in dat vliegtuig zit, kan ik opeens met 700 kilometer per uur hoog door de lucht vliegen.

Dat kan ik zelf niet. Maar in dat vliegtuig wél.

Als ik in Jezus ben, een met hem, dan kan ik opstaan uit de dood. Dan kan ik naar de hemel gaan.

Daarom volgt Paulus Jezus.

Ook al betekent dat veel lijden.

Want dat heeft ook Jezus ervaren. Als je in deze wereld echt goed wilt doen, liefde geven, God dienen, dan is de kans heel groot dat je leven niet makkelijker wordt.

Vraag het de martelaren.

Hij deelt in het lijden van Jezus.

Maar hij doet dat om ook misschien met Jezus op te staan uit de dood.

Misschien.

Dat betekent niet dat het allemaal toch nog wel onzeker is.

Nee, het woordje ‘misschien’ tekent de bescheidenheid van Paulus. De enorme verandering die hij heeft doorgemaakt. Hij is niet trots. Hij weet dat hij er geen recht op heeft. Het is een geschenk.

Denk aan de woorden van René: “Waarom zou ik niet geloven in de God die mij redt?”.

Amen.

Referenties

GERELATEERDE DOCUMENTEN