• No results found

10 jaar "Koffie om de hoek" : Een onderzoek naar de belemmerende en ondersteunende factoren voor deelname van bewoners met een achtergrond in de psychiatrie aan activiteiten in de wijk(centra)

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2021

Share "10 jaar "Koffie om de hoek" : Een onderzoek naar de belemmerende en ondersteunende factoren voor deelname van bewoners met een achtergrond in de psychiatrie aan activiteiten in de wijk(centra)"

Copied!
89
0
0

Bezig met laden.... (Bekijk nu de volledige tekst)

Hele tekst

(1)

10 JAAR ‘KOFFIE OM DE HOEK’

EEN ONDERZOEK NAAR DE BELEMMERENDE EN ONDERSTEUNENDE FACTOREN

VOOR DEELNAME VAN BEWONERS MET EEN ACHTERGROND IN DE

PSYCHIATRIE AAN ACTIVITEITEN IN DE WIJK(CENTRA)

Anne Elberse - 500672540 29 mei 2014

Masterthesis Master Social Work Hogeschool van Amsterdam

(2)
(3)

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord ... 7

Samenvatting ... 9

Abstract ... 15

Deel 1: Praktijkvraagstuk & Onderzoeksopzet ... 17

1. Praktijkvraagstuk ... 18

1.1 Context ... 18

1.2 Doelgroep en voorzieningen ... 20

1.2.1 Achtergrond ‘Koffie om de Hoek’ ...20

1.2.3 Methodiek ‘Koffie om de Hoek’ ...21

1.2.4 ‘Koffie om de Hoek’ & het buurtwerk ...21

1.2.5 ‘Koffie om de Hoek’ & de doelgroep ...22

1.2.6 ‘Koffie om de Hoek’ & samenleving en beleid ...23

1.3 Urgentie ... 24 1.4 Doel- en vraagstelling ... 25 1.4.1 Doelstelling ...25 1.4.2 Vraagstelling ...25 1.4.3 Deelvragen ...26 1.5 Professionalisering ... 26 1.5.1 Professionele identiteit ...26 1.5.2 Inductieve strategie ...27

1.5.2 Een lerend team ...27

1.5.3 Rol van (ervarings)kennis ...28

2. Methodologische verantwoording ... 30

2.1 Regulatieve cyclus... 30

2.2 Onderzoeksstrategie ... 31

2.3 Onderzoeksmethoden voor dataverzameling ... 33

2.3.1 Interviews ...33

2.3.2 Focusgroep ...35

2.3.3 Combinatie van methodes ...35

2.4 Kwaliteitscriteria... 36 2.4.1 Generaliseerbaarheid ...36 2.4.2 Interne validiteit ...37 2.4.3 Betrouwbaarheid ...37 2.4.4 Ethische gedragsregels ...38 2.4.5 Objectiviteit ...38 2.4.6 Praktisch nut ...38 2.5 Rol onderzoeker ... 39 2.5.1 Onderzoeksparadigma ...39 2.6 Analyse ... 40

(4)

Deel 2: Empirische resultaten ... 43

3. (Potentieel) belemmerende factoren ... 44

3.1 Omgang met de ander als spanning ... 44

3.2 Verwachtingen als spanning ... 45

3.3 Op jezelf terug geworpen zijn als spanning ... 46

3.4 Benadering als spanning ... 47

3.5 Niet lekker in je vel zitten als spanning ... 49

3.6 Overige spanning... 49

4. (Potentieel) ondersteunende factoren ... 50

4.1 Omgang met de ander als ondersteuning ... 50

4.2 Even niets ‘moeten’ als ondersteuning: een vrije ruimte ... 51

4.3 Onder de mensen zijn als ondersteuning ... 52

4.4 Benadering als ondersteuning ... 53

4.5 Niet lekker in je vel hoeven zitten als ondersteuning ... 53

4.5 Overige (potentieel) ondersteunende factoren ... 54

5. Ondersteunen van de doelgroep ... 56

6. Rol van begeleiding en betrekken van bezoekers ... 59

6.1 Proces bij begeleiders ... 59

6.2 Aan de slag met ondersteunings vragen en behoeften van huidige bezoekers... 60

6.3 Aan de slag met een nieuwe visie ... 60

6.4 Nieuwe bezoekers aan de hand meenemen ... 61

6.5 Vervolgonderzoek ... 61

6.6 Betrekken van de doelgroep... 62

Deel 3: Conclusies, aanbevelingen, reflectie & discussie ... 63

7. Conclusies, aanbevelingen & hoe verder? ... 64

7.1 Empirische conclusies ... 64

7.2 Aanbevelingen ... 66

7.3 Hoe verder? ... 70

8. Reflectie & Discussie ... 71

8.1 Reflectie op onderzoek ... 71 8.2 Reflectie op kwaliteitscriteria ... 72 8.2.1 Generaliseerbaarheid ...72 8.2.2 Interne validiteit ...72 8.2.3 Betrouwbaarheid ...72 8.2.4 Ethische gedragsregels ...73 8.2.5 Objectiviteit ...73

8.2.6 Praktisch nut voor eigen en andere praktijken...73

Dankwoord ... 75

Bronvermelding ... 76

Bijlagen ... 79

(5)

Bijlage 2: Topiclijst focusgroep 1 ... 82

Bijlage 3: Topiclijst focusgroep 2 ... 83

bijlage 4: Codeboom interviews ... 84

Bijlage 5: Codeboom focusgroep ... 86

(6)
(7)

VOORWOORD

Voor u ligt de thesis ’10 jaar ‘Koffie om de Hoek’: een onderzoek naar de belemmerende en ondersteunende factoren voor deelname van bewoners met een achtergrond in de psychiatrie aan activiteiten in de wijk(centra). ‘Koffie om de Hoek’ is een inloopmiddag in een wijkcentrum voor bewoners met een achtergrond in de psychiatrie. Deze inloopmiddag bestaat al ruim 10 jaar. Zelf ben ik ruim tweeënhalf jaar betrokken bij deze inloopmiddag.

Vreemd genoeg is het bezoekersaantal van ‘Koffie om de Hoek’ sinds een jaar aan het dalen. Dit terwijl wij van de doelgroep horen hoe belangrijk zij het vinden dat deze voorziening er is. Zeker met alle veranderingen die op dit moment spelen voor de doelgroep is het vreemd dat het bezoekersaantal daalt in plaats van stijgt. Het is natuurlijk makkelijk om te zeggen dat er dan geen behoefte aan de inloopmiddag is. Maar zit er niet meer achter? Hebben de twee verhuizingen die wij achter de rug hebben hier mee te maken? Of sluit ‘Koffie om de Hoek’ misschien niet meer aan bij de wensen van de doelgroep? Dit zijn vragen die er voor hebben gezorgd dat ik er voor gekozen heb om ‘Koffie om de Hoek’ als uitgangspunt te nemen voor mijn onderzoek voor de Master Social Work.

In deel 1 van deze masterthesis kunt u meer lezen over het praktijkvraagstuk, de achtergrond van ‘Koffie om de Hoek’, de urgentie en de vraag- en doelstelling van dit onderzoek. Daarnaast wordt de rol van professionalisering binnen dit onderzoek beschreven. Ook wordt ingegaan op de methodologische verantwoording: de onderzoeksstrategie, onderzoeksmethoden, de wijze van analyseren en de kwaliteitscriteria die zijn gehanteerd.

De empirische resultaten van dit onderzoek staan in deel 2. Hier wordt ingegaan op de (potentieel) belemmerende factoren en de (potentieel) ondersteunende factoren. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag om ondersteuning die leeft bij de doelgroep, de rol van de begeleiding hierin en hoe de samenwerking tussen professionals en de doelgroep als vervolg op dit onderzoek verbeterd gaat worden.

Als laatste komen in deel 3 de aanbevelingen, reflectie en discussie aan bod. In de reflectie en discussie wordt terug geblikt op het onderzoeksproces en wordt het praktisch nut voor andere organisaties beschreven.

Voor het schrijven van deze onderzoeksrapportage is gekozen voor de ‘subtiel-realistische stijl’, dit omdat ik zelf betrokken ben bij zowel het onderzoek als de uitvoering van ‘Koffie om de Hoek’. De onderzoeker kan in de ‘subtiel-realistische stijl’ duidelijke uitspraken doen over de sociale werkelijkheid en daar ook verantwoording in nemen. De interpretatie van de

(8)

onderzoeker doet er ook toe. De onderzoeker reflecteert op zijn eigen rol en geeft relevante informatie over de onderzoeksmethode (Boeije, 2005). Waar in dit onderzoek ‘wij’ wordt genoemd, worden de uitvoerend professionals van ‘Koffie om de Hoek’ bedoeld.

Anne Elberse Utrecht, mei 2014

(9)

SAMENVATTING

THEMA & CONTEXT VAN HET ONDERZOEK

Sinds de jaren ’70 en ’80 is er in de zorgsector sprake van vermaatschappelijking en extramuralisering. Jarenlang is het leven in een tehuis een vanzelfsprekende oplossing geweest voor iedereen die om welke reden dan ook afhankelijk was van zorg. Er waren woonvormen voor zowel mensen met een verstandelijke beperking, lichamelijke beperking of psychiatrische achtergrond. De mensen die daar woonden hadden vaak maar weinig ‘gewone’ mensen om zich heen (Penninx & Scholten, 2005).

Een van de gevolgen van de vermaatschappelijking is dat het aantal kwetsbare mensen dat in de wijk woont is gegroeid en ook de komende jaren verder zal toenemen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat kwetsbare mensen zich vaak eenzaam voelen (Kwekkeboom & Van Weert, 2008) en dat het contact met ‘gewone’ buren niet of nauwelijks tot stand komt (Dautzenberg, Kolner & Van Soomeren, 2008). Het is steeds belangrijker geworden dat bewoners met en zonder beperkingen elkaar leren accepteren. De overheid verwacht hierin veel positiefs van de buurt, ook voor mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische achtergrond. ‘Burgers moeten zich medeverantwoordelijk voelen voor het zorgen voor en opvangen van mensen met een psychiatrische achtergrond en verstandelijke beperking’ (Bredewold, 2014 p. 3). Bredewold (2014) heeft onderzoek gedaan naar dit thema, met als hoofdvraag ‘Welke patronen van geven en ontvangen worden aangetroffen in contacten tussen mensen met een beperking en hun medeburgers?’ (Bredewold, 2014 p.3). Een van de conclusies van haar onderzoek is dat burgers zonder beperkingen niet vanzelfsprekend omzien naar burgers met een beperking. Ook constateert zij dat beleidsmakers rekening dienen te houden met de draagkracht van burgers zonder beperkingen.

Uit het onderzoek dat wordt omschreven in ‘Eenzaam maar o zo autonoom’ (Verplanke & Duyvendak, 2009) blijkt dat mensen met een achtergrond in de psychiatrie vrijwel nooit naar bijvoorbeeld een buurtcentrum gaan. Naast de prijzen van de activiteiten wordt ‘de angst om er niet bij te horen, niet voor vol te worden aangezien vanwege hun handicap of in de maling te worden genomen’ (Verplanke & Duyvendak, 2009, p.307) genoemd als argument wat hen het meest weerhoudt.

Ruim 10 jaar geleden is Versa Welzijn (samen met andere partijen) gestart met ‘Koffie om de Hoek’: een inloopmiddag in het wijkcentrum voor bewoners met een achtergrond in de

(10)

psychiatrie. Inmiddels vindt ‘Koffie om de Hoek’ plaats op vier locaties. Doel van deze inloopmiddag is om de drempel om naar het wijkcentrum toe te komen te verlagen.

URGENTIE

Met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) gaat er voor de doelgroep een hoop veranderen. Het centrale doel van de wet, participatie, bestaat uit twee facetten ‘deelhebben aan de samenleving (maatschappelijk verkeer) en bijdragen aan de samenleving (maatschappelijke inzet)’ (Kwekkeboom & Vreugdenhil, 2009, p. 16). Voor een deel van de doelgroep van ‘Koffie om de Hoek’ is het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer al een hele stap. Ook zijn er onder hen bezoekers die een bijdrage willen en kunnen leveren aan de maatschappij door middel van het doen van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk.

Ook van de bezoekers van ‘Koffie om de Hoek’ en de overige bewoners met een achtergrond in de psychiatrie wordt verwacht dat zij in de toekomst veel meer terugvallen op hun eigen sociale netwerk. Maar deze groep heeft vaak een kleiner sociaal netwerk dan andere burgers, zijn minder vaak getrouwd, hebben minder vaak een partner, hebben minder vrienden en kennissen en minder vaak werk. Veel mensen van deze doelgroep hebben behoefte aan (extra) ondersteuning bij het opbouwen en onderhouden van sociale contacten en bij het vinden of uitbreiden van dagelijkse bezigheden (Dautzenberg, Kolner & Van Soomeren, 2008).

Tevens vallen steeds meer bewoners buiten de boot. Bewoners met een achtergrond in de psychiatrie krijgen lastiger een indicatie voor het Dag Activiteiten Centrum (DAC) of kunnen of willen de eigen bijdrage hiervoor niet betalen. Deelname aan reguliere activiteiten is voor deze bewoners vaak een stapje te ver. ‘Koffie om de Hoek’ kan hen hierin extra ondersteuning bieden. Van veel bezoekers en andere mensen uit de doelgroep horen wij dat zij erg veel behoefte hebben aan een inloopmoment in hun wijk en dat ‘Koffie om de Hoek’ een belangrijke rol speelt voor het onderhouden van hun sociale contacten. Wat vreemd is, is dat het bezoekersaantal toch aan het dalen is. Ook is het 10 jaar geleden dat ‘Koffie om de Hoek’ voor het laatst, samen met bezoekers, is geëvalueerd. Door het teruglopend bezoekersaantal en alle veranderingen die op dit moment voor de doelgroep spelen, is het van belang met de doelgroep in gesprek te gaan en beter aan te sluiten bij de wensen, behoeften en vragen van de doelgroep.

DOEL VAN HET ONDERZOEK

Doelstelling van deze onderzoeksinterventie is om meer kennis te verwerven over de doelgroep en hun ervaringen met de deelname aan activiteiten in de wijk. Doel is ook om zowel bewoners

(11)

met een achtergrond in de psychiatrie als de betrokken collega’s te betrekken bij het door ontwikkelen van het (welzijns)aanbod voor deze doelgroep in de wijk en dit aanbod beter aan te laten sluiten bij de doelen, wensen en behoeften van de doelgroep.

De vraag waar dit onderzoek om draait is ‘Hoe ervaren bewoners met een achtergrond in de psychiatrie de voorzieningen in de wijk, wat zijn voor hen belemmerende en ondersteunende factoren en wat is de betekenis hiervan voor ‘Koffie om de Hoek?’

ONDERZOEKSMETHODEN

Voor dit onderzoek zijn in totaal 13 half-gestructureerde interviews afgenomen. De geïnterviewden zijn in te delen in drie groepen:

• 6 vaste bezoekers van ‘Koffie om de Hoek’;

• 5 bezoekers die (na de verhuizing van ‘Koffie om de Hoek’) niet meer of zelden naar ‘Koffie om de Hoek’ komen;

• 2 mensen die wel tot de doelgroep behoren, maar nog nooit bij ‘Koffie om de Hoek’ zijn geweest.

Er is voor deze drie groepen gekozen omdat de vooronderstelling is dat deze groepen alle drie een verschillende visie hebben op (potentieel) belemmerende en (potentieel) ondersteunende factoren om deel te nemen aan ‘Koffie om de Hoek’.

Na de interviews zijn de betrokken uitvoerend professionals twee maal bij elkaar gekomen in een focusgroep. Voor de analyse van zowel de interviews als de focusgroep is gebruik gemaakt van een inductieve benadering. Dit houdt in dat er zoveel mogelijk wordt geprobeerd om min of meer afzonderlijke verschijnselen waar te nemen, waarna vervolgens wordt gezocht naar verbinding tussen deze verschijnselen.

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN

Uit de interviews en focusgroep kunnen een aantal belangrijke bevindingen geconstateerd worden. Opvallend resultaat is dat de belemmerende factoren gespiegeld kunnen worden en ook als ondersteunende factoren kunnen worden benoemd.

Uit de interviews blijkt dat de omgang met de andere bezoekers zowel belemmerend als ondersteunend kan werken. De resultaten laten zien dat respondenten erg gevoelig zijn voor het gedrag van anderen in de groep. Meerdere respondenten geven aan niet goed te weten hoe zij om moeten gaan met bijvoorbeeld onberekenbaar gedrag of een andere bezoeker die veel

(12)

aandacht vraagt. Een aantal respondenten geven aan dat dit voor hen ook een reden is geweest om niet meer naar ‘Koffie om de Hoek’ te komen en dat zij graag ondersteuning zouden willen hebben bij het omgaan met de ander. Tegelijkertijd werkt de omgang met de ander ook ondersteunend. Zo geeft een respondent aan ‘bliksemafleiders’ nodig te hebben in een groep, dit is een rustig iemand op wie hij zijn aandacht kan richten als hij zich bijvoorbeeld ergert aan een andere bezoeker. Een aantal respondenten geven ook aan het fijn te vinden om te weten dat er meer bezoekers met een psychiatrische achtergrond komen: zij voelen zich daardoor meer begrepen door elkaar en hoeven niet steeds alles uit te leggen.

Een deel van de respondenten geeft aan de stap om naar ‘Koffie om de Hoek’ te gaan erg groot te vinden. Ze weten niet precies wat ze kunnen verwachten en wie er aanwezig zullen zijn. Weken of maanden wordt er nagedacht over het over de drempel stappen, waardoor de spanning voor sommige respondenten alleen maar oploopt. De verwachtingen die zij bij ‘Koffie om de Hoek’ hebben kan hen belemmeren om (opnieuw) naar ‘Koffie om de Hoek’ toe te komen. Tegelijkertijd geven de respondenten die al langer naar ‘Koffie om de Hoek’ toe komen aan het zo fijn te vinden dat er bij ‘Koffie om de Hoek’ even niks ‘moet’ en er niks van hen verwacht wordt. Ze mogen hier dingen ondernemen, maar niets is verplicht. Even geen verantwoordelijkheden waar zij (mede door hun psychiatrische achtergrond) vaak zoveel moeite mee hebben. Uit de interviews is duidelijk geworden dat vooral de ‘vrije ruimte’ bij ‘Koffie om de Hoek’ erg gewaardeerd wordt: even een praatje maken, een kopje koffie drinken en het even los kunnen laten van al het ‘moeten’.

Respondenten geven in de interviews aan het lastig te vinden om nieuwe dingen te ondernemen, maar wat dit vooral lastig maakt is dat zij hier vaak alleen voor staan. Iemand die met hen mee gaat of weten dat er een bekend gezicht aanwezig is, zou hen over de drempel kunnen helpen. De respondenten die over deze drempel heen zijn gestapt geven aan het heel fijn te vinden om onder de mensen te kunnen zijn en gedurende de week al uit te kijken naar ‘Koffie om de Hoek’. Ook de benadering van de bezoekers kan zowel een ondersteunende als belemmerende factor zijn. Als bezoekers ergens onvriendelijk behandeld worden, niet welkom geheten worden of het idee hebben geen deel uit te maken van een groep is dit voor hen een reden om niet meer naar een activiteit toe te gaan. Ook vinden respondenten het belangrijk hoe men omgaat met hun eerlijkheid wat betreft hun achtergrond. Erkenning en gekend worden zijn twee belangrijke ondersteunende factoren. Begrip hebben voor hun situatie, mogelijkheden zien en hen positief stimuleren kan ondersteunend werken.

(13)

Respondenten geven ook aan dat hoe zij zich op een bepaald moment voelen belemmerend kan werken voor hun deelname aan activiteiten. Er spelen bijvoorbeeld gezondheidsproblemen of door medicatie heeft een respondent weinig energie. Tegelijkertijd geven een aantal respondenten aan dat dit ook een ondersteunende factor kan zijn. Bij ‘Koffie om de Hoek’ mag je jezelf zijn en kun je ook komen als je even niet zo lekker in je vel zit.

Als overige belemmerende factoren wordt benoemd dat de gemiddelde leeftijd bij ‘Koffie om de Hoek’ vrij hoog ligt. Een jongere respondent geeft aan dat dit ook een reden is om niet te komen. Daarnaast zijn structuur en het echt in de buurt plaatsvinden van ‘Koffie om de Hoek’ ondersteunende factoren.

Opvallend resultaat van de interviews is dat er veel ondersteuningsvragen naar boven zijn gekomen. Respondenten die bijvoorbeeld meer willen ondernemen om hun netwerk uit te breiden, vrijwilligerswerk willen doen of hulp willen bij het werken op de computer. Deze vragen zijn opvallend omdat wij ons bij ‘Koffie om de Hoek’ vaak richten op de groep in z’n geheel terwijl er veel individuele vragen spelen.

Deze resultaten zijn besproken in twee focusgroep-bijeenkomsten. Professionals zijn het met elkaar eens zijn dat de belangrijkste vervolgstap is om eerst met de doelgroep in gesprek te gaan over deze belemmerende en ondersteunende factoren. Vraag die hierbij centraal komt te staan is ‘Hoe kunnen wij condities creëren waarin er ruimte is voor het verder ontplooien van de ondersteunende factoren?’ Wij willen de doelgroep betrekken bij het maken van een veranderplan.

BELANGRIJKSTE AANBEVELINGEN

Een van de aanbevelingen is dat er meer individuele ondersteuning nodig is, zowel bij de bezoekers als bij de doelgroep die nog niet bij ons komt. Ook moeten wij als ‘Koffie om de Hoek’ meer naar buiten treden: veel mensen uit de doelgroep weten ons nog niet te vinden of vinden het lastig om de stap te maken om te komen. Daarom is het van belang dat wij veel meer contact gaan leggen met huisartsen, RIBW-locaties (Regionaal Instituut Begeleid Wonen), maatschappelijk werk en ook andere ‘Koffie om de Hoek’ locaties.

Belangrijke aanbeveling is dat er vervolgonderzoek nodig is waarbij wij de doelgroep intensiever gaan betrekken. Vraag hierbij is ‘Hoe kunnen wij condities creëren waarin er ruimte is voor het verder ontplooien van de ondersteunende factoren?’ Eerste aanzet hiervoor is de bijeenkomst met zowel respondenten als de betrokken professionals waarbij wij de resultaten van het onderzoek bespreken en gezamenlijk naar de toekomst van ‘Koffie om de Hoek’ kijken.

(14)

Daarnaast is een belangrijke aanbeveling dat volgend jaar dezelfde cyclus van actie-onderzoek (zie pagina 32) moet worden doorlopen. Op dat moment hebben er al diverse veranderacties plaatsgevonden en is het belangrijk om opnieuw te kijken welke problemen er op dat moment spelen. De individuele interviews spelen hierbij een belangrijke rol en hierna kunnen de resultaten en veranderacties besproken worden in een focusgroep met zowel professionals als bezoekers.

Het blijven behouden van de vrije ruimte, de Niche, voor de bezoekers is erg belangrijk. ‘Koffie om de Hoek’ moet een plek blijven waar mensen even ‘er tussen uit kunnen’ en even niet aan allerlei eisen te hoeven voldoen. Individuele ondersteuning bij het doen van vrijwilligerswerk, het meer betrokken zijn bij ‘Koffie om de Hoek’ of het ondernemen van andere activiteiten is mogelijk, maar geen vereiste.

(15)

ABSTRACT

The subject of research is ‘Koffie om de Hoek’ a place where people who have (or have had) mental health problems can meet in a community centre. Because of the WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) these people are expected to fall back on their social network and that they participate in society. But most of them have a small social network and it is hard for them to participate in mainstream society. This is translated in the following research question:

How do people who have (or have had) mental health problems experience the services and activities in their neighbourhood and what are the factors that restrict or support them to join these activities?

Contact with the other participants, the expectations that they have, and to undertake new activities can be a restrictive as well as a supportive factor. How people are treated when they join activities and their mental circumstances can also be a restrictive as well as a supportive factor. Respondents like to be free to take decisions whether or not to join activities. Going to ‘Koffie om de Hoek’ for the first time, especially alone, can be a big restriction. Respondents said that they need individual support with, for example, joining other activities or being a volunteer. Most important recommendation is that more research is needed and that it is important to involve the target group in this research. The research question would be: ‘How can we create conditions to make it possible for these supportive factors to develop?’

(16)
(17)

DEEL 1: PRAKTIJKVRAAGSTUK &

ONDERZOEKSOPZET

(18)

1. PRAKTIJKVRAAGSTUK

Dit hoofdstuk schetst de context van het praktijkvraagstuk en de doelgroep en voorzieningen die hierbij betrokken zijn. Ook wordt de urgentie van dit praktijkvraagstuk beschreven. Vraag- en doelstelling van het vraagstuk worden omschreven waarna ingegaan wordt op de rol van professionalisering binnen dit vraagstuk.

1.1 CONTEXT

Sinds de jaren ’70 en ’80 is er in de zorgsector sprake van vermaatschappelijking en extramuralisering. ‘Extramuralisering wil zeggen dat instellingen buiten hun muren treden en daar zorg willen bieden die gelijkwaardig is aan de zorg die anders binnen de muren gegeven was. Meer dan extramuralisering doet, duiden de termen vermaatschappelijking en community care op het ondersteunen van mensen met beperkingen bij hun leven in de ‘gewone’ samenleving’ (Van Vliet & Plemper, 2002).

Penninx en Scholten (2005) omschrijven dat het leven in een tehuis jarenlang een vanzelfsprekende oplossing is geweest voor iedereen die om welke reden dan ook afhankelijk was van zorg. Voor zowel mensen met een verstandelijke beperking, lichamelijke beperking als een psychiatrische achtergrond was er een woonvorm, vaak afgelegen in het bos. De mensen die daar woonden hadden maar weinig of geen ‘gewone’ mensen om zich heen.

Een van de gevolgen van de vermaatschappelijking is dat het aantal kwetsbare mensen dat in de wijk woont is gegroeid en de komende jaren verder zal blijven toenemen. Het op zichzelf gaan of blijven wonen door mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problemen is niet onomstreden. Uit onderzoek blijkt dat kwetsbare mensen zich vaak eenzaam voelen (Kwekkeboom & Van Weert, 2008). De extramuralisering betekent immers dat zij niet langer samen in een instelling wonen maar meer verspreid in de wijk en dat de onderlinge contacten niet langer vanzelfsprekend zijn. Maar ook is gebleken dat de contacten met de ‘gewone’ buren niet of nauwelijks tot stand komen (Dautzenberg, Kolner & van Soomeren, 2008). Ook omschrijven zij dat ook hulpverleners signaleren dat de sociale integratie van deze groepen kwetsbare burgers in de wijk te wensen overlaat en dat zij in een sociaal isolement leven.

In ‘Eenzaam maar o zo autonoom’ (Verplanke & Duyvendak, 2009) wordt een onderzoek omschreven dat is uitgevoerd in stedelijke vernieuwingsbuurten, waaronder Hilversum Noord en Liebergen. In deze twee wijken is Versa Welzijn werkzaam. Uit dit onderzoek blijkt dat mensen met een achtergrond in de psychiatrie en mensen met een verstandelijke beperking vrijwel nooit naar bijvoorbeeld een buurtcentrum gaan. De prijzen van activiteiten worden

(19)

hiervoor als argument genoemd maar wat hen het meest weerhoudt is ‘de angst om er niet bij te horen, niet voor vol te worden aangezien vanwege hun handicap of in de maling te worden genomen’ (Verplanke & Duyvendak, 2009, p.307).

Versa Welzijn speelt op de vermaatschappelijking van de zorg in met ‘Koffie om de Hoek’ een inloopmiddag in het wijkcentrum voor bewoners met een achtergrond in de psychiatrie. Deze inloopmiddag is zo’n 10 jaar geleden opgestart met als doel om de drempel van het wijkcentrum voor bewoners met een achtergrond in de psychiatrie te verlagen. ‘Koffie om de Hoek’ vindt inmiddels plaats in Hilversum, Weesp, Huizen en Bussum. In Hilversum wordt het georganiseerd in samenwerking met GGZ-centraal en wordt in de praktijk uitgevoerd door een buurtwerker van Versa Welzijn, een activiteitenbegeleider van het DAC en een PIT (Psychiatrisch Intensieve Thuisbegeleiding)-verpleegkundige van GGZ-centraal. Om de week is er ook iemand van het infocentrum GGZ aanwezig voor een formulierenspreekuur.

In de praktijk signaleren wij rond ‘Koffie om de Hoek’ een aantal veranderingen en knelpunten. Op microniveau signaleren wij steeds meer bewoners die buiten de boot vallen. Een wat oudere eenzame man met een achtergrond in de psychiatrie bijvoorbeeld: hij is ‘te goed’ voor een indicatie voor het DAC van GGZ-centraal, voelt zich nog te jong voor specifieke seniorenactiviteiten maar heeft toch ook moeite om aansluiting te vinden bij de reguliere activiteiten in het wijkcentrum. ‘Koffie om de Hoek’ heeft voor hem wel de drempel kunnen verlagen om naar het wijkcentrum te komen. Hij heeft hiervoor geen indicatie nodig maar kan toch, met iets meer begeleiding dan bij de reguliere activiteiten, deelnemen aan een gezellige middag. In de praktijk zien wij steeds meer bewoners die óf moeilijker een indicatie krijgen voor het DAC óf de eigen bijdrage niet kunnen of willen betalen. Daarnaast is er ook een groep bewoners die om allerlei andere redenen niet zo makkelijk aansluiting vinden bij reguliere activiteiten. Deelname aan reguliere activiteiten is voor deze groepen vaak een stapje te ver omdat zij behoefte hebben aan extra ondersteuning. Deze ondersteuning kunnen wij wel bieden bij ‘Koffie om de Hoek’.

Op mesoniveau speelt een rol dat er steeds meer activiteiten door vrijwilligers gedraaid gaan worden (NB, 2013a). In Huizen en Bussum wordt ‘Koffie om de Hoek’ al veel meer door de

doelgroep zelf gedraaid: op deze locatie is alleen nog ondersteuning van Versa Welzijn en er is dus geen professional van GGZ-centraal meer bij betrokken. Ook is het op mesoniveau van belang om de gemeente te overtuigen van het belang van een aanbod voor deze doelgroep, juist met de huidige ontwikkelingen binnen de GGZ en de invoering van de WMO en dat samenwerking met GGZ-centraal hierin erg belangrijk is.

(20)

Op macroniveau speelt voor de doelgroep onder andere de invoering van de eigen bijdrage in de GGZ. Bezoekers geven aan daarom graag naar ‘Koffie om de Hoek’ te komen want deze middag is voor hen gratis. Een aantal van hen geven ook aan zich wellicht uit te gaan schrijven bij het DAC omdat zij het te duur vinden worden of dat zij minder makkelijk een indicatie hiervoor zullen krijgen. Voor hen valt dan niet alleen hun dagbesteding weg, maar ook een sociaal netwerk en een deel ondersteuning. Kan ‘Koffie om de Hoek’ een vangnet zijn voor de bewoners die anders buiten de boot vallen? En hoe kunnen wij inspelen op de wensen en behoeftes van bezoekers die de weg naar ‘Koffie om de Hoek’ nog niet weten te vinden of wellicht wel weten, maar behoefte hebben aan andere ondersteuning?

1.2 DOELGROEP EN VOORZIENINGEN

1.2.1 ACHTERGROND ‘KOFFIE OM DE HOEK’

‘Koffie om de Hoek’ is in 2003 gestart als een project in Hilversum en Huizen. Aanleiding voor het starten van dit project was de vermaatschappelijking van de psychiatrie. De integratie van mensen met een achtergrond in de psychiatrie in de maatschappij bleek moeizaam tot stand te komen. Daarom werd het noodzakelijk geacht om activiteiten te organiseren die het proces van de integratie van de ‘psychisch gehandicapten’ te bevorderen. De doelgroep gaf in deze periode zelf aan behoefte te hebben aan laagdrempelige voorzieningen in de eigen woonomgeving. Als projectresultaat werd in 2003 omschreven ‘psychisch gehandicapten bezoeken 2 buurthuizen in Hilversum en Huizen’. Gewenste resultaten waren:

• Per week bezoeken 10 a 12 psychisch gehandicapten per dagdeel een buurthuis; • Het buurthuis heeft een programma voor psychisch gehandicapten;

• Het programma is opgesteld in samenwerking met de doelgroep; • Symfora geeft ondersteuning aan de buurtwerkers en de doelgroep;

• Samenwerking tot stand gebracht tussen DAC, Buurthuizen en Symfora (NB, 2003). Na twee jaar is ‘Koffie om de Hoek’ meegenomen in het reguliere aanbod van de wijkcentra. De samenwerking tussen GGZ-centraal (voorheen Symfora) en Versa Welzijn is gebleven. Na anderhalf jaar heeft er een evaluatie plaatsgevonden waarbij er bij bezoekers (drie in Hilversum, zes in Huizen) een vragenlijst is afgenomen. Ook hebben vier betrokken medewerkers een vragenlijst ingevuld. Aan de hand van deze vragenlijsten is een lijst met conclusies en aanbevelingen opgesteld waarvan gebruik is gemaakt voor de inbedding van ‘Koffie om de Hoek’ in het reguliere aanbod. Naast Hilversum en Huizen is ‘Koffie om de Hoek’ later ook van start gegaan in Bussum en Weesp.

(21)

1.2.3 METHODIEK ‘KOFFIE OM DE HOEK’

Het belangrijkste doel van ‘Koffie om de Hoek’ is het bieden van een inloopmogelijkheid in een wijkcentrum. Om een wijkcentrum binnen te stappen is voor sommige mensen met een achtergrond in de psychiatrie een hele onderneming. De doelgroep heeft behoefte aan vertrouwde gezichten en zij hebben tijd nodig om te wennen aan voor hen nieuwe gezichten. Velen van hen hebben ook behoefte aan structuur, dus is het belangrijk dat ‘Koffie om de Hoek’ op vaste momenten plaatsvindt (Van Rooijen & Hoogveld, 2004).

Een vrije inloop betekent dat er ruimte is voor een praatje, een kopje koffie maar ook een spelletje spelen of een krant lezen. Bezoekers kunnen bij ‘Koffie om de Hoek’ komen en gaan wanneer zij willen. Een aantal van hen heeft ook behoefte aan activiteiten. Daarom wordt er per drie maanden een activiteitenprogramma opgesteld. Activiteiten zijn bijvoorbeeld een muziekquiz, een fietstocht, een creatieve activiteit of een uitje zoals bowlen. Vrijwel elke week wordt er ook door bezoekers gewandeld en gekookt.

Vanuit het project ‘Koffie om de Hoek’ wordt gewerkt met een stuurgroep en een werkgroep. In de stuurgroep zitten managers en/of projectleiders en in de werkgroep zitten de uitvoerend medewerkers. Bij ‘Koffie om de Hoek’’ Hilversum gaat het hier om een buurtwerker vanuit Versa Welzijn en een activiteitenbegeleider en PIT-verpleegkundige vanuit GGZ-Centraal. De buurtwerker heeft vooral de rol van gastvrouw vanuit het wijkcentrum en is verantwoordelijk voor het activiteitenoverzicht. Ook is zij goed op de hoogte van wat er in de wijkcentra te doen is. De activiteitenbegeleider is voor veel bezoekers een bekend gezicht aangezien zij ook werkzaam is bij het DAC van GGZ-centraal. De PIT-verpleegkundige is er vooral voor vragen vanuit bezoekers over bijvoorbeeld medicijngebruik etc. maar ook als vraagbaak voor de buurtwerker en activiteitenbegeleider. Daarnaast is er om de week nog iemand van het Infocentrum GGZ aanwezig voor het formulierenspreekuur.

1.2.4 ‘KOFFIE OM DE HOEK’ & HET BUURTWERK

De vermaatschappelijking en extramuralisering hebben er voor gezorgd dat steeds meer kwetsbare bewoners in de wijk zijn gaan wonen. Met de extramuralisering hebben zorg en welzijnsprofessionals er een nieuwe taak bij gekregen: het bevorderen van de sociale integratie in de wijk (Van Vliet & Plemper, 2002).

Het welzijnswerk is volop in beweging. Ook binnen Versa Welzijn speelt een proces van organisatievernieuwing. In 2014 wordt de overgang gemaakt naar zelforganiserende wijkteams met sociaal werkers. ‘De basisfunctie van de werker verandert en sluit aan bij de maatschappelijke

(22)

ontwikkelingen. Hij verandert van een werker voor een bepaalde doelgroep of met een specifiek deskundigheidsgebied, naar een werker die er is voor iedereen die ondersteuning nodig heeft’ (NB, 2013). Voor de nieuwe functie van sociaal werker wordt uitgegaan van het competentieprofiel dat opgesteld is door Movisie (NB, 2014). ‘Versterkt eigen kracht en zelfregie’ en ‘stuurt aan op betrokkenheid en participatie’ (NB, 2014, p.10) zijn bijvoorbeeld competenties die in dit profiel staan.

Deze veranderingen binnen de sector, waaronder de invoering van de WMO en binnen Versa Welzijn, zijn van invloed op de rol van de buurtwerker binnen ‘Koffie om de Hoek’. Van het aanbieden van activiteiten naar het ondersteunen en stimuleren van bezoekers om zelf actief en betrokken te raken. ‘Uitgangspunt dient nu immers te zijn dat de burger in eerste instantie zelf verantwoordelijk is voor zijn zelfredzaamheid, zijn deelname aan de samenleving en voor de mate waarin deze samenleving gekenmerkt wordt door sociale samenhang’ (Kwekkeboom & Vreugdenhil, 2009 p. 25). En wellicht niet alleen binnen de context van ‘Koffie om de Hoek’ maar ook bredere ondersteuning van bewoners met een achtergrond in de psychiatrie in de wijkcentra en in de buurt.

1.2.5 ‘KOFFIE OM DE HOEK’ & DE DOELGROEP

De doelgroep waarvoor ‘Koffie om de Hoek’ is opgestart zijn mensen met ernstige en langdurige psychische problemen. Het zijn bewoners met een blijvende kwetsbaarheid die hen in het dagelijks functioneren beperkingen oplevert. Een eenduidige omschrijving van de doelgroep is lastig te geven (Van Rooijen & Hoogveld, 2004).

Het gaat om mensen met normale intellectuele capaciteiten die uiteraard verschillen zoals bij ieder mens. Mensen, die levenslang te maken krijgen met hun psychische stoornis en die hun intellect niet altijd kunnen gebruiken vanwege bijvoorbeeld de dempende werking van de medicijnen of omdat hun energie tekort schiet. Het gaat ook om mensen die zich bewust zijn van het feit dat zij niet meer zijn zoals ze waren en dat zij niet altijd worden geaccepteerd door de maatschappij. Hun psychiatrische problematiek zorgt vaak voor een nadelige positie op de arbeidsmarkt waardoor zij vaak afhankelijk zijn van een uitkering. Dit lage inkomen heeft ook weer consequenties zoals bijvoorbeeld niet met het openbaar vervoer kunnen reizen of geen kopje koffie kunnen betalen. Wat weer zorgt voor de versterking van het sociale isolement. De doelgroep heeft moeite met het ontplooien van nieuwe initiatieven en om zich te hechten. Om zich in een nieuwe omgeving met nieuwe mensen thuis te voelen, kost hen veel moeite. ‘Koffie om de Hoek’ doet een appèl aan de gezonde kant van deze bewoners. Zij krijgen de mogelijkheid

(23)

om uit de rol van patiënt te stappen en een stap te zetten in de samenleving (Van Rooijen & Hoogveld, 2004).

In de gemeente Hilversum ontvingen in 2011 308 bewoners van 18 jaar of ouder met een psychiatrische beperking begeleiding. Ook komen er regelmatig bezoekers van buiten Hilversum. Het aantal bewoners binnen de Gooi- en Vechtstreek & Eemnes met een psychiatrische beperking was in 2011 717. Onder een psychiatrische beperking worden hier depressies, manisch depressieve stoornissen en angststoornissen verstaan. Mensen met ADHD/ADD of autisme vallen hier niet onder maar zijn soms wel bezoeker bij ‘Koffie om de Hoek’. Aantallen van bewoners met ADHD/ADD of autisme binnen Hilversum zijn niet bekend (NB, 2013b).

Zoals eerder aangegeven, horen wij van bezoekers dat zij het erg belangrijk vinden dat er iets als ‘Koffie om de Hoek’ bestaat. Een laagdrempelige plek, waar ze even niet ‘van alles moeten’, maar gewoon een praatje kunnen maken en een kopje koffie kunnen drinken. Toch loopt het bezoekersaantal terug en worden lang niet alle mensen uit de doelgroep bereikt. Het onderzoek ‘Onder de mensen?’ omschrijft als een van de meest in het oog springende resultaten ‘de schroom om zich onder ‘gewone’ mensen te begeven en het geworstel met gevoelens van eenzaamheid. En zo leeft een flink deel van de zelfstandig wonende psychiatrisch patiënten en mensen met een verstandelijke beperking als solitaire individuen in onze samenleving. Blij met hun autonomie, thuis in hun huis, maar ook vrij eenzaam en bang voor de wereld daarbuiten’ (Verplanke & Duyvendak, 2009, p.313).

1.2.6 ‘KOFFIE OM DE HOEK’ & SAMENLEVING EN BELEID

Zoals eerder gezegd, is het aantal kwetsbare bewoners dat in de wijk woont gegroeid. Een groot deel van de bewoners met een verstandelijke beperking of psychiatrische achtergrond wonen niet meer in grootschalige instellingen maar veel meer in de wijk. Hierdoor is het steeds belangrijker geworden dat bewoners met en zonder beperkingen elkaar leren accepteren. De overheid verwacht hierin veel positiefs van de buurt, ook voor mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische achtergrond. ‘Burgers moeten zich medeverantwoordelijk voelen voor het zorgen voor en opvangen van mensen met een psychiatrische achtergrond en verstandelijke beperking’ (Bredewold, 2014 p. 3).

Maar de vraag is of de buurvrouw de buurman met een psychiatrische achtergrond wel helpt met de tuin of het huishouden (Bredewold, 2014). Dat dit soort vragen op dit moment een ‘hot-topic’ zijn blijkt wel uit de verschillende artikelen in de kranten. ‘Wie wil zich nu laten douchen door de buurman’ is een veelzeggende kop van een artikel van Tonkens en Duyvendak (2013).

(24)

Ook het artikel ‘Zorg en hulp in de buurt ontstaan niet vanzelf’ (Bredewold, Trappenburg, Tonkens e.a., 2013) gaat over het feit dat de overheid verwacht dat de buurt de wegbezuinigde zorg gaat overnemen.

Bredewold (2014) heeft onderzoek gedaan naar dit thema, met als hoofdvraag ‘Welke patronen van geven en ontvangen worden aangetroffen in contacten tussen mensen met een beperking en hun medeburgers?’ (Bredewold, 2014 p.3). Een van de conclusies van haar onderzoek is dat burgers zonder beperkingen niet vanzelfsprekend omzien naar burgers met een beperking. Ook constateert zij dat beleidsmakers rekening dienen te houden met de draagkracht van burgers zonder beperkingen. In de praktijk blijkt nu vaak dat burgers met beperkingen in zwakkere buurten worden geplaatst waardoor kwetsbare burgers hen op moeten vangen. Vaak kampen deze burgers zelf al met problemen waardoor het risico bestaat dat zij overvraagd worden. Andere belangrijke conclusie is dat het contact dat veel mensen zonder beperking hebben, van de mensen die wel contact hebben, oppervlakkig contact is met mensen met een beperking zoals groeten op straat. Deze lichte contacten ontstaan vaak spontaan op straat of in de winkel. Deze contacten blijken voor zowel burgers met als zonder beperkingen van belang te zijn. ‘Ze vormen een brug tussen de twee veelal gescheiden werelden van mensen met een beperking en mensen zonder beperking’ (Bredewold, 2014 p.6).

1.3 URGENTIE

Met de invoering van de WMO gaat er voor de doelgroep een hoop veranderen. Het centrale doel van de wet, participatie, bestaat uit twee facetten ‘deelhebben aan de samenleving (maatschappelijk verkeer) en bijdragen aan de samenleving (maatschappelijke inzet)’ (Kwekkeboom & Vreugdenhil, 2009, p. 16). Voor een deel van de doelgroep van ‘Koffie om de Hoek’ is het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer al een hele stap. Ook zijn er onder hen bezoekers die een bijdrage willen en kunnen leveren aan de maatschappij door middel van het doen van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Een van de conclusies van het onderzoek dat wordt omschreven in ‘Meedoen en gelukkig zijn’ (Kwekkeboom & Van Weert, 2008) is dat een grote participatie van mensen met een verstandelijke beperking of chronische psychiatrische problemen niet zonder meer een bijdrage zal leveren aan het geluk dat mensen ervaren.

Ook van de bezoekers van ‘Koffie om de Hoek’ en de overige bewoners met een achtergrond in de psychiatrie wordt verwacht dat zij in de toekomst veel meer terugvallen op hun eigen sociale netwerk. Maar deze groep heeft vaak een kleiner sociaal netwerk dan andere burgers, zijn minder vaak getrouwd, hebben minder vaak een partner, hebben minder vrienden en kennissen en minder vaak werk. Veel mensen van deze doelgroep hebben behoefte aan (extra)

(25)

ondersteuning bij het opbouwen en onderhouden van sociale contacten en bij het vinden of uitbreiden van dagelijkse bezigheden (Dautzenberg, Kolner & Van Soomeren, 2008).

Van veel bezoekers en andere mensen uit de doelgroep horen wij dat zij erg veel behoefte hebben aan een inloop moment in hun wijk en ‘Koffie om de Hoek’ erg belangrijk vinden voor hun sociale contacten. Vreemd is dat het bezoekersaantal toch aan het dalen is. Heeft dit te maken met twee verhuizingen die wij achter de rug hebben? Weet niet iedereen ons meer te vinden of vinden ze de nieuwe locatie niet prettig? Of sluit ‘Koffie om de Hoek’ niet meer aan bij de doelen en wensen van de bezoekers? Dit dalende bezoekersaantal zorgt ook voor een teruggelopen motivatie bij de uitvoerend medewerkers. Het is daarom van belang dat ook zij betrokken worden bij dit onderzoek.

De laatste keer dat ‘Koffie om de Hoek’ geëvalueerd is, is alweer bijna 10 jaar geleden. Ook de visie en doelstellingen komen nog voort uit deze evaluatie. Mede door het teruglopend bezoekersaantal en alle veranderingen die op dit moment voor de doelgroep spelen en nog gaan spelen, is het van belang om met de doelgroep in gesprek te gaan om antwoorden te krijgen op bovenstaande vragen en om beter aan te sluiten bij de wensen, behoeften en vragen van de doelgroep.

1.4 DOEL- EN VRAAGSTELLING

Het geschetste praktijkvraagstuk en de daarbij behorende urgentie leidt tot de volgende doel- en vraagstelling. Uit deze vraagstelling volgen een aantal deelvragen.

1.4.1 DOELSTELLING

Doelstelling met deze onderzoeksinterventie is om zowel bewoners met een achtergrond in de psychiatrie als de betrokken collega’s te betrekken bij het door ontwikkelen van het (welzijns)aanbod voor deze doelgroep in de wijk en dit aanbod beter aan te laten sluiten bij de doelen, wensen en behoeften van de doelgroep.

1.4.2 VRAAGSTELLING

Hoe ervaren bewoners met een achtergrond in de psychiatrie de voorzieningen in de wijk: wat zijn voor hen belemmerende en ondersteunende factoren en wat is de betekenis hiervan voor ‘Koffie om de Hoek’?

(26)

1.4.3 DEELVRAGEN

• Hoe ervaren bewoners met een achtergrond in de psychiatrie ‘Koffie om de Hoek’ en een bezoek aan het wijkcentrum?

• Wat zijn voor bewoners met een achtergrond in de psychiatrie ondersteunende en potentieel ondersteunende factoren om deel te nemen aan een activiteit als ‘Koffie om de Hoek’ of andere activiteiten in een wijkcentrum?

• Wat zijn voor bewoners met een achtergrond in de psychiatrie belemmerende en potentieel belemmerende factoren om deel te nemen aan een activiteit als ‘Koffie om de Hoek’ of andere activiteiten in een wijkcentrum?

• Welke aanbevelingen kunnen gedaan worden om het aanbod in de wijk voor deze doelgroep verder te ontwikkelen?

1.5 PROFESSIONALISERING

1.5.1 PROFESSIONELE IDENTITEIT

Binnen dit onderzoek is de professionele identiteit van de ‘Koffie om de Hoek’ begeleiders van belang. Deze identiteit bestaat uit twee dimensies: een sociale en een persoonlijke identiteit ‘De sociale dimensie verwijst naar percepties en verwachtingen van anderen met betrekking tot het functioneren van welzijnsprofessionals, terwijl de persoonlijke dimensie betrekking heeft op percepties en verwachtingen van welzijnsprofessionals zelf’ (Kwakman & Schilder, 2005, p.18). De professionele identiteit is de balans tussen deze twee dimensies. Deze balans is gebaat bij sterke gemeenschappelijke opvattingen over het beroep.

Bij ‘Koffie om de Hoek’ werken wij met verschillende professionals: een activiteitenbegeleider, PIT-verpleegkundige en een buurtwerker. Wij merken dat de rollen van de betrokken professionals niet helemaal duidelijk zijn. Geeft een PIT-verpleegkundige andere begeleiding dan een activiteitenbegeleider? En zou een buurtwerker weer andere taken uit moeten voeren? Hier zijn bij ‘Koffie om de Hoek’ 10 jaar geleden wel afspraken over gemaakt maar inmiddels zit geen van de oorspronkelijk uitvoerend medewerkers nog op dezelfde plek. Het is belangrijk om binnen dit onderzoek aandacht te besteden aan de rollen van de verschillende professionals en aan de gemeenschappelijke opvattingen die wij hebben over ‘Koffie om de Hoek’. Als een gedeelde opvatting over het beroep ontbreekt belemmerd dit de hogere professionaliseringsgraad (Kwakman & Schilder, 2005).

Freidson (2001, in Van Lanen, 2008) geeft aan dat het lijkt alsof ‘social workers’ moeite hebben met het verdedigen van zichzelf of hun manier van werken. Vaak vallen zij terug op hun goede

(27)

bedoelingen maar zijn vaak niet in staat om de onderliggende principes van hun werk duidelijk te maken. Ook bij ‘Koffie om de Hoek’ speelt dit. Aan subsidieverstrekkers, maar ook aan ons management, moeten wij steeds meer laten zien wat wij doen en waarom wij dit doen. Dit onderzoek kan een rol spelen in het beter legitimeren van onze werkwijze.

1.5.2 INDUCTIEVE STRATEGIE

Om professionele identiteit te versterken kunnen twee professionaliseringsstrategieën onderscheiden worden: een deductieve (top down) strategie en een inductieve (bottom-up) strategie (Kwakman & Schilder, 2005). De deductieve strategie richt zich op het ontwikkelen van een body of knowledge en gaat er van uit dat kennis nodig is om meer macht en status te verkrijgen. Kwakman en Schilder (2005) geven in het artikel ‘Het versterken van professionele identiteit door leren in gemeenschappelijkheid’ aan dat de inductieve strategie meer geschikt is voor het versterken van de professionele identiteit. Deze strategie sluit namelijk beter aan bij persoonlijke behoeften, waarden en kennis en ervaringen van professionals. Tegelijkertijd biedt deze strategie ook handvatten voor kennisontwikkeling door de professionals zelf (Kwakman & Schilder, 2005).

De inductieve strategie ziet professionalisering als een continu en dynamisch proces. Het verbeteren van de eigen dienstverlening aan cliënten staat hierbij centraal. Deze strategie ziet leren ook niet als een individuele gelegenheid maar geeft aan dat het gezamenlijk moet plaatsvinden binnen het team of de organisatie. Het leren gaat zowel om het ontwikkelen van praktijkkennis als om het expliciteren en formaliseren van impliciete (informele) kennis. Reflectie en interactie zijn belangrijk: niet alleen tussen professionals onderling, maar ook tussen professionals en doelgroep en tussen professionals en management (Kwakman & Schilder, 2005).

1.5.2 EEN LEREND TEAM

Dit onderzoek wil op een inductieve manier van ‘Koffie om de Hoek’ een meer lerende organisatie of een lerend team maken. ‘Een lerende organisatie kenmerkt zich door bepaalde eigenschappen. De professional moet beschikken over discretionaire handelingsruimte en mogelijkheden voor informeel contact; er is gelegenheid voor intercollegiaal overleg en intervisie, en professionals zijn nauw betrokken bij de beleidsontwikkeling van de organisatie’ (Kwakman & Schilder, 2005, p. 22). Door middel van dit onderzoek willen wij als uitvoerend professionals reflecteren op ons eigen handelen, maar ook samen met de doelgroep reflecteren en de bestaande regels, inzichten en principes ter discussie stellen. Kwakman (2003) geeft aan dat, om een lerend team te worden, een missie of visie over datgene wat men wil bereiken onmisbaar is.

(28)

Door middel van dit onderzoek willen wij als begeleiders beter betrokken zijn bij de beleidsontwikkelingen rondom ‘Koffie om de Hoek’ en willen wij een eerste aanzet maken voor een betere samenwerking met de bezoekers.

Binnen dit onderzoek zullen wij als team van betrokken uitvoerend professionals van ‘Koffie om de Hoek’ een leerproces in gaan. ‘Het leerpoces wordt wel vergeleken met een trektocht, waarin de richting vaststaat, maar waarin de stappen ernaar toe gezamenlijk worden bepaald en gezet’ (Kwakman, 2003, p. 18). De samenwerking in het team, gezamenlijk zoeken naar oplossingen en met elkaar uitwisselen en reflecteren op het eigen handelen en op het resultaat van het handelen zijn in dit leerproces van groot belang.

Dit leerproces vindt plaats binnen de Community of Practice, dit verwijst naar alle deelnemers aan een activiteits-systeem die hetzelfde object delen. Het activiteits-systeem komt voort uit Engeström’s activiteitstheorie en bestaat uit ‘een veelstemmige gemeenschap met verschillende gezichtspunten, belangen en tradities’ (Miedema & Stam, 2008, p.38). Met object wordt het doel van het handelen van het activiteits-systeem bedoeld (Miedema & Stam, 2008). De Community of Practice bestaat op dit moment uit de betrokken professionals en bezoekers van ‘Koffie om de Hoek’. Nog niet elke professional en elke bezoeker is even veel bij deze community betrokken. Gedurende deze onderzoeksinterventie maar ook na afloop hiervan zal de Community of Practice zich verder gaan uitbreiden met andere mensen uit de doelgroep maar wellicht ook professionals uit andere, vergelijkbare, praktijken.

1.5.3 ROL VAN (ERVARINGS)KENNIS

In ‘Nieuwe eisen aan sociale professionals’ (Van Vliet, 2009) wordt aangegeven dat kennisontwikkeling vooral op de vloer moet plaatsvinden. Leijense (2005 in Van Vliet, 2009) constateert dat er een groeiende behoefte is aan kennisproductie met een directe link naar toepassingsvragen. Niet alleen het bewerken en beschikbaar stellen van kennis uit de wetenschap maar ook het articuleren van de vraag naar toepassingsgerichte, probleemoplossende en innoverende kennis is nodig. Dit onderzoek speelt in de op de verwerving van deze drie vormen van kennis.

De inductieve strategie, die in 1.5.2 is omschreven, sluit aan bij de professionaliseringstheorie van de ‘reflective practicioner’ van Donald Schön (Van Houten, 2008). Deze gaat uit van de betekenis van ervaringskennis voor het professionele handelen. Hij gaat uit van de kennisleer van de praktijk, de impliciete intuïtie van de professional neemt daarbinnen een belangrijke plaats in. Hij spreekt over ‘knowing in action’: hier gaat het om praktische kennis. Professionals moeten volgens hem met name reflecteren over wat zij doen zonder het te weten. Ook de cliënt

(29)

beschikt over ervaringskennis welke volgens hem benut moeten worden. Binnen dit onderzoek komt de ervaringskennis van de doelgroep naar voren binnen de interviews. Deze kennis wordt gebruikt om, samen met de ervaringskennis van de professionals, tot verandering te komen.

(30)

2. METHODOLOGISCHE VERANTWOORDING

2.1 REGULATIEVE CYCLUS

De regulatieve cyclus (Van Strien, 1984 in De Lange, Schuman & Montesorri, 2011)

De regulatieve cyclus is door Van Strien (1984, in De Lange et al., 2011) ontwikkeld met als doel om in de eerste plaats te komen tot adequaat handelen, met het doel te veranderen of te verbeteren en neemt het handelen van de professional als vertrekpunt. Boeije (2005) omschrijft de regulatieve cyclus meer als een gezamenlijk probleem. Zo zegt hij ‘de probleemstelling is in praktijkgericht onderzoek niet alleen een zaak van onderzoekers, maar ook van de opdrachtgevers en andere betrokkenen uit de desbetreffende praktijk’ (Boeije, 2005, p.85).

10 jaar geleden, bij de start van ‘Koffie om de Hoek’, is de regulatieve cyclus al eens doorlopen. Op dat moment speelde het praktijkprobleem dat er een kloof bemerkt werd tussen bewoners in de wijk met en zonder achtergrond in de psychiatrie en dat bewoners met een achtergrond in de psychiatrie niet makkelijk over de drempel van een wijkcentrum heen stappen. Hiervoor is toen een plan geschreven en kan ‘Koffie om de Hoek’ gezien worden als de ingreep. Na ongeveer een

1.

Probleem

2.

Diagnose

3.

Plan

4. Ingreep

5.

Evaluatie

(31)

jaar is er een kleine evaluatie geweest van de pilot periode waarna een kort evaluatieverslag is geschreven.

Op dit moment wordt de regulatieve cyclus opnieuw doorlopen. Er is een nieuw praktijkprobleem gesignaleerd, namelijk dat de huidige ontwikkelingen in de maatschappij veel invloed hebben op onze doelgroep en dat er wellicht aanpassingen nodig zijn in ons aanbod. Het praktijkvraagstuk bevindt zich op dit moment dus in de diagnose fase. Binnen dit onderzoek is onderzocht wat de belemmerende en ondersteunende factoren zijn voor deze doelgroep om gebruik te maken van het welzijnsaanbod in de wijk. Deze resultaten zijn meegenomen naar de volgende fase, namelijk het gezamenlijk maken van een plan om beter aan te sluiten bij de wensen van de doelgroep en de huidige ontwikkelingen. Hoe dit onderzoek is vorm gegeven zal hierna worden besproken.

2.2 ONDERZOEKSSTRATEGIE

Het afnemen van interviews bij de doelgroep vindt plaats in stap twee van de regulatieve cyclus, de diagnose fase. Na het uitwerken en analyseren van deze interviews stapt het onderzoek over naar stap 3, de plan fase. In wezen kan er gezegd worden dat het onderzoek zich dan transformeert naar een actie-onderzoek.

De Lange et al. (2011) omschrijft actieonderzoek als ‘een strategie die bij uitstek geschikt is voor professionals die de eigen beroepspraktijk willen onderzoeken met het doel deze te verbeteren of te vernieuwen’ (Schuman, 2009 in De Lange et al., p.108). Een belangrijk kenmerk van actieonderzoek is dat er altijd sprake is van een onderzoeksdeel en een handelingsdeel. Het onderzoeksdeel bestaat uit bestuderen van literatuur, het maken van een onderzoeksontwerp, het verzamelen van data en het analyseren en evalueren van data. Het handelingsdeel bestaat uit alle activiteiten die de onderzoeker onderneemt om een bepaald aspect van de eigen beroepspraktijk te veranderen (De Lange et al. 2011).

(32)

Schuman (2009 in De Lange et al. 2011) ontwierp een model van actieonderzoek. Elke cyclus in dit model heeft zijn min of meer vaste elementen. Eerst worden het praktijkprobleem en de onderzoeksvraag geformuleerd. Vervolgens wordt het onderzoek daadwerkelijk uitgevoerd en worden de gegevens geanalyseerd. Daarna worden de uitkomsten geëvalueerd en gewaardeerd, waarna er een handelings- of actieplan wordt opgesteld. Vervolgens worden de verbeteracties daadwerkelijk uitgevoerd en worden de resultaten geëvalueerd. Als er aanleiding voor is, kan de cyclus opnieuw doorlopen worden.

Voor dit onderzoek worden de eerste vier stappen van de eerste cyclus van het model van actieonderzoek doorlopen. Door middel van interviews wordt data verzameld

waarna deze geanalyseerd en beoordeeld wordt. Deze data worden besproken in een focusgroep waaraan de uitvoerend

professionals

meedoen. Hierin wordt ook besproken hoe de doelgroep bij het formuleren van een actieplan betrokken wordt. In deze focusgroep worden de eerste stappen gezet voor het vormen van een actieplan. In zomer/najaar 2014 volgt de afronding van het actieplan en de verbeteracties waarna de tweede cyclus van het actieonderzoek in het voorjaar van 2015 doorlopen kan worden.

(33)

2.3 ONDERZOEKSMETHODEN VOOR DATAVERZAMELING

2.3.1 INTERVIEWS

Binnen het praktijkgerichte onderzoek wordt veel gebruik gemaakt van interviews als onderzoekmethode. Een interview is een doelgericht gesprek waarbij de interviewer vragen stelt aan de geïnterviewde. Het interview gaat meer de diepte in dan een enquête. Een interview is niet vrijblijvend: er is altijd een structuur en een doel. Interviews als onderzoekmethodes bieden voordelen: interviews geven diepgang aan het onderzoek omdat men bijvoorbeeld kan vragen naar motivatie of meningen. Ook wordt interviewen gezien als een flexibel onderzoeksinstrument: onderzoekers kunnen onmiddellijk reageren op wat zich in de onderzoekssituatie voordoet. Er kleven ook nadelen aan interviewen. Het kost redelijk veel tijd en mensen hebben vaak een selectief geheugen waardoor zij bepaalde negatieve aspecten van een zaak bijvoorbeeld beter hebben onthouden dan de positieve aspecten. Ook kan er sprake zijn van een ‘interviewer effect’, bijvoorbeeld dat de geïnterviewde de neiging heeft om vooral sociaal wenselijke antwoorden te geven (De Lange et al., 2011).

Er is voor interviews gekozen omdat uit ervaring met de doelgroep blijkt dat interviews beter werken dan vragenlijsten en veel meer informatie opleveren. Daarnaast is het interview een eerste stap naar de betrokkenheid toe. Interviews geven ruimte aan de bezoekers en geven hen, hopelijk, het gevoel dat zij gehoord worden.

Er is gekozen voor half-gestructureerde interviews. Dit betekent dat er wel een lijst met thema’s beschikbaar is, maar dat er voor de interviewer wel speelruimte is. De interviewer kan bijvoorbeeld wel inspelen op dingen die tijdens het interview gezegd worden. Hiervoor is gekozen om wel de vrijheid te hebben om op dingen in te spelen die gezegd worden, maar tegelijkertijd ook een richtlijn in handen te hebben in de vorm van een lijst met vragen en/of thema’s.

Van tevoren is er over nagedacht wie de interviews afneemt, er waren een aantal afwegingen. Een deel van de doelgroep kent mij namelijk al als uitvoerend medewerker van ‘Koffie om de Hoek’. Wellicht zouden zij dan het gevoel dat ze sociaal wenselijke antwoorden moeten geven. Tegelijkertijd kennen en vertrouwen de bezoekers mij wel wat er ook voor kan zorgen dat zij eerder mee willen werken aan een interview en tijdens een interview opener zijn. Ik heb er voor gekozen om zelf de interviews af te nemen omdat ik het idee heb dat bezoekers dan eerder meewerken en omdat er al een vertrouwensband is.

(34)

Er zijn in totaal 13 interviews afgenomen. De geïnterviewden zijn in te delen in drie groepen: • 6 vaste bezoekers van Koffie om de Hoek;

• 5 bezoekers die (na de verhuizing van Koffie om de Hoek) niet meer of zelden naar ‘Koffie om de Hoek’ komen;

• 2 mensen die wel tot de doelgroep behoren, maar nog nooit bij ‘Koffie om de Hoek’ zijn geweest.

Er is voor deze drie groepen gekozen omdat de vooronderstelling was dat deze groepen alle drie een hele verschillende visie hebben op (potentieel) belemmerende en (potentieel) ondersteunende factoren om deel te nemen aan ‘Koffie om de Hoek’. De groep geïnterviewden die nog nooit bij ‘Koffie om de Hoek’ is geweest zal waarschijnlijk andere belemmeringen ervaren dan de groep vaste bezoekers of bezoekers die wel geweest zijn, maar na de verhuizing niet meer (of zeer weinig) zijn geweest. Ditzelfde geldt voor de ondersteunende factoren.

De vaste bezoekers van ‘Koffie om de Hoek’ zijn allemaal door de betrokken professionals mondeling benaderd met de vraag of ze mee wilden werken aan een interview. Zes van hen hebben hieraan gehoor gegeven. De bezoekers die niet meer of zelden naar ‘Koffie om de Hoek’ zijn op verschillende manieren benaderd. Sommigen van hen komen nog wel bij het DAC en zijn daar door de activiteitenbegeleidster benaderd. Anderen komen ook niet (meer) bij het DAC en zijn benaderd via de mail. Zowel de activiteitenbegeleidster van het DAC, de twee PIT-verpleegkundigen van GGZ-centraal en de coördinator van het infocentrum GGZ hebben mensen benaderd die wel tot de doelgroep behoren maar niet naar ‘Koffie om de Hoek’ toekomen. Dit bleek lastiger te zijn dan verwacht, uiteindelijk zijn er twee personen bereid gevonden om hieraan mee te werken.

De interviews geven voornamelijk antwoord op de eerste drie deelvragen:

• Hoe ervaren bewoners met een achtergrond in de psychiatrie ‘Koffie om de Hoek’ en een bezoek aan het wijkcentrum?

• Wat zijn voor bewoners met een achtergrond in de psychiatrie ondersteunende en potentieel ondersteunende factoren om deel te nemen aan een activiteit als ‘Koffie om de Hoek’ of andere activiteiten in een wijkcentrum?

• Wat zijn voor bewoners met een achtergrond in de psychiatrie belemmerende en potentieel belemmerende factoren om deel te nemen aan een activiteit als ‘Koffie om de Hoek’ of andere activiteiten in een wijkcentrum?

(35)

2.3.2 FOCUSGROEP

Focusgroepen kunnen gezien worden als een variant van groepsinterviews en passen goed in een onderzoeksbenadering die ervan uit gaat dat betrokkenen gezamenlijk hun werkelijkheid creëren. Een focusgroep bestaat uit zo’n zes tot twaalf mensen. Tijdens een gesprek verkennen en inventariseren zij elkaars opvattingen en overtuigingen met betrekking tot een bepaald thema. Er is een moderator aanwezig die er bijvoorbeeld zorg voor draagt dat de groep gefocust blijft op het vastgestelde thema en dat alle participanten aan bod komen (De Lange et al. 2011). Binnen mijn onderzoek is de focusgroep ingezet om met de betrokken professionals van ‘Koffie om de Hoek’ de resultaten van de interviews te bespreken. Vanwege de uitkomsten van de interviews is er voor gekozen om de focusgroep alleen met professionals uit te voeren. Een van de uitkomsten van de interviews was bijvoorbeeld dat bezoekers soms moeite hebben met het omgaan met elkaar en dat zij daarin wel ondersteuning van de begeleiding zouden willen hebben. Een aantal bezoekers geven aan echt moeite met elkaar te hebben. Ook gaven bijna alle respondenten aan het niet te zien zitten om in een grote groep aan de slag te gaan met een actieplan. De interviews hebben de meeste respondenten als spannend ervaren en hierin gaven zij ook aan het lastig te vinden om hun mening of ideeën in een groep te uitten. Daarnaast is er sprake van verminderde motivatie bij de uitvoerend medewerkers wegens het teruglopend bezoekersaantal en riep de eventuele nieuwe benadering en ondersteuning van de doelgroep discussie op binnen de begeleiding. Het was van belang om eerst de neuzen van de betrokken professionals dezelfde kant op te krijgen. Vanwege deze drie redenen is er voor gekozen om de focusgroep uit te voeren met betrokken professionals. Het op een andere manier betrekken van de doelgroep bij de ontwikkelingen is vooral bij de 2e bijeenkomst een belangrijk punt geweest. De focusgroep geeft voornamelijk antwoord op de vierde deelvraag:

• Welke aanbevelingen kunnen gedaan worden om het aanbod in de wijk voor deze doelgroep verder te ontwikkelen?

2.3.3 COMBINATIE VAN METHODES

Eerst zijn de interviews afgenomen bij de doelgroep. De uitkomsten van deze interviews zijn door de onderzoeker geanalyseerd en beoordeeld. Na het analyseren van de interviews zijn de betrokken professionals uitgenodigd voor de focusgroep. Binnen deze focusgroep zijn de uitslagen van de interviews besproken en zijn de eerste stappen naar een gezamenlijk actieplan opgesteld. In een tweede focusgroep heeft de nadruk gelegen op het betrekken van de doelgroep bij de ontwikkelingen.

(36)

2.4 KWALITEITSCRITERIA

In ‘Praktijkgericht onderzoek voor reflectieve professionals (De Lange, et al., 2011)’ worden drie fundamentele criteria genoemd waar goed onderzoek aan moet voldoen: validiteit, betrouwbaarheid en ethische gedragsregels. Binnen validiteit wordt een onderscheid gemaakt tussen externe validiteit (generaliseerbaarheid) en interne validiteit (causaliteit).

Binnen actieonderzoek staat handelen en de verandering van het handelen centraal. Het belangrijkste beoordelingscriterium ligt bij het praktisch nut of voordeel dat betrokkenen van actieonderzoek hebben (Migchelbrink, 2007 in Bobelyn, 2012). Daarnaast speelt binnen dit onderzoek objectiviteit een rol omdat ik als onderzoeker ook werkzaam ben als uitvoerend professional. Naast de generaliseerbaarheid, interne validiteit, betrouwbaarheid en ethische gedragsregels worden voor dit onderzoek ook objectiviteit en praktisch nut toegevoegd als kwaliteitscriteria.

2.4.1 GENERALISEERBAARHEID

Smaling (2009, p.5) definieert generaliseerbaarheid als ‘de graad waarin onderzoeksresultaten en conclusies van een onderzoek ook opgaan voor personen, situaties, organisaties, gevallen en verschijnselen die in dat onderzoek niet onderzocht zijn.’ Met andere woorden, het gaat om de externe validiteit. Smaling (2009) geeft aan dat generaliseerbaarheid geen algemene eis is voor de kwaliteit van een onderzoek, maar dat het toch vaak van belang wordt gevonden om te weten hoe het met de generaliseerbaarheid van een onderzoek is gesteld.

Om de generaliseerbaarheid zo groot mogelijk te maken wil ik naast het interviewen van vaste ‘Koffie om de Hoek’ bezoekers ook bewoners interviewen die niet meer bij ons komen, of bewust niet naar ‘Koffie om de Hoek’ komen. Op die manier betrek ik zowel mensen die regelmatig naar ‘Koffie om de Hoek’ komen als mensen die hier niet (meer) komen maar wel vallen onder de doelgroep bewoners met een achtergrond in de psychiatrie.

Doordat dit een zeer diverse doelgroep is, is het lastig om te zeggen dat de onderzoeksresultaten straks generaliseerbaar zijn voor alle bewoners met een achtergrond in de psychiatrie in de regio. ‘Koffie om de Hoek’ is een regionaal project wat op vier verschillende plekken wordt uitgevoerd. Op alle vier de plekken zijn er andere begeleiders, andere invulling van de middag maar ook andere gemeenten die een stempel drukken op het beleid van de organisatie van ‘Koffie om de Hoek’. In eerste instantie zijn de resultaten bedoeld voor Hilversum, maar de resultaten worden wel besproken in het regio brede stuurgroep overleg. De andere drie ‘Koffie

(37)

om de Hoek’ locaties kunnen wellicht iets met de uitslagen of zij kunnen het onderzoeksinstrument dat in Hilversum is toegepast, toepassen op hun eigen groep bezoekers. Daarnaast speelt dit praktijkprobleem op veel meer plekken in het land en ook worden er meerdere (kleinschalige) onderzoeksinterventies uitgevoerd. Een mogelijkheid is om na afloop van het onderzoek de resultaten van diverse onderzoeken in het land naast elkaar te leggen, te vergelijken en te analyseren en op deze manier wellicht tot theorievorming te komen.

2.4.2 INTERNE VALIDITEIT

Met interne validiteit wordt het kunnen aantonen van causaliteit bedoeld (Swanborn, 2006). Bij praktijkgericht onderzoek wordt dit ook wel de term geloofwaardigheid gebruikt.

Om de onderzoeksresultaten zo geloofwaardig mogelijk te maken wordt de selectieprocedure van geïnterviewde personen uitvoerig beschreven in het onderzoeksverslag. Omdat het een grote doelgroep is, waarvan niet iedereen bij ons bekend is en het niet mogelijk is om aan gegevens te komen, is het niet mogelijk om een steekproef te trekken. Daarom worden de geïnterviewde persoonlijk benaderd door een van de professionals.

2.4.3 BETROUWBAARHEID

‘De mate waarin een meting vrij is van toevalsfouten, dat wil zeggen de mate waarin het resultaat stabiel is bij (a) een andere onderzoeker, (b) een ander tijdstip, (c) een ander meetinstrument, (d) andere overige omstandigheden, noemen we de betrouwbaarheid van de meting’ (Swanborn, 2006).

Mede door de samenstelling van de doelgroep is het lastig om dit onderzoek te herhalen. Hoe bezoekers, die deel nemen aan het interview, zich op dat tijdstip voelen kan van invloed zijn op de onderzoeksresultaten. Daarnaast kan hun relatie met de interviewer ook van invloed zijn op het onderzoeksresultaat.

Wel worden de interviewvragen vastgelegd zodat iemand anders de interviews zou kunnen herhalen. Ook worden alle uitgeschreven interviews bewaard zodat iemand anders een herhaling van de analyse van de onderzoeksgegevens uit zou kunnen voeren. Ook wordt het analyseproces zo transparant mogelijk gemaakt zodat er in de focusgroep met elkaar in gesprek gegaan kan worden over de resultaten van de analyse.

Om het hele onderzoeksproces zo transparant mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van een logboek. Een logboek kan op verschillende manieren gebruikt worden (McNiff, Lomax &

(38)

Whitehead, 2003). Voor dit onderzoek zal ik het logboek gebruiken als tijdlijn en om bepaalde punten in het onderzoek te illustreren met voorbeelden en anekdotes, die gebruikt kunnen worden in het onderzoeksverslag.

2.4.4 ETHISCHE GEDRAGSREGELS

Ethiek speelt een belangrijke rol binnen dit onderzoek. Het onderzoek wordt immers uitgevoerd gezamenlijk met collega’s en bewoners uit de doelgroep. Daarom wil ik binnen mijn onderzoek rekening houden met de volgende ethische aspecten, zoals beschreven in De Lange et al. (2011). Er moet een veilig klimaat zijn, zowel tijdens de interviews als tijdens de focusgroep. Belangrijk is dat men meningen moet kunnen uitten, zonder dat dit gevolgen heeft. Om dit veilige klimaat te creëren garandeer ik de deelnemers aan de interviews dat deze anoniem meegenomen worden in het onderzoeksverslag. Daarnaast wordt ook voor de focusgroep met uitvoerend professionals benadrukt dat ook hier meningen geuit mogen worden zonder dat hier consequenties aan verbonden zijn.

De rol van de onderzoeker moet zuiver en transparant zijn. Het doel van het onderzoek wordt dan ook voor deelname aan de interviews besproken met de geïnterviewde. Ook wordt het doel van de focusgroep benadrukt voor deelname en bij de start van de focusgroep.

2.4.5 OBJECTIVITEIT

Omdat ik zelf bij ‘Koffie om de Hoek’ betrokken ben als begeleider speelt de vraag of het verstandig is als ik de interviews bij de bezoekers zelf afneem. Nadeel is dat dit de objectiviteit vermindert; voordeel is dat ik bekend ben met de bezoekers en zij eerder aan een interview deel zullen nemen als het met een bekend en vertrouwd persoon is. Omdat dit laatste een belangrijk argument is, heb ik er voor gekozen dat ik zelf de interviews uitvoer.

Het is moeilijk om binnen kwalitatief onderzoek de objectiviteit aan te tonen omdat het onderzoek berust op interpretaties en waarnemingen van de onderzoeker (Bryman, 2008). Het inzichtelijk maken van de dataverzameling vergroot de objectiviteit. De dataverzameling wordt in dit onderzoek inzichtelijk gemaakt door alle interviews en de focusgroep-bijeenkomsten letterlijk uit te schrijven. Ook wordt tijdens het onderzoek een logboek bijgehouden.

2.4.6 PRAKTISCH NUT

Om de bruikbaarheid van dit onderzoek in de praktijk te vergroten worden zowel de doelgroep als de uitvoerend professionals betrokken. Daarnaast is er regelmatig contact met twee leden

Referenties

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Copyright and moral rights for the publications made accessible in the public portal are retained by the authors and/or other copyright owners and it is a condition of

At all points, there is wide variation in the stories, but it is clear that incest strongly damaged especially the relational dimension of the God images and vice versa that stringent

Copyright and moral rights for the publications made accessible in the public portal are retained by the authors and/or other copyright owners and it is a condition of

’Representation of God’ wordt door Rizzuto (1979) in ob- jectrelationele termen benoemd als een intrapsychisch proces waarbij kennis, herinnerin- gen, gevoelens en ervaringen

Bij de eerste geslachtslijst in de Bijbel, in Genesis 5, wordt een strakke lijn gevolgd: van elke generatie wordt in drie regels verteld hoe de stamvader van die generatie

Vernieuwende initiatieven die tijdens de lockdown ontstonden, waren ener- zijds initiatieven die naar verwachting vooral bruikbaar zijn in crisistijd. Anderzijds ontstonden

Bij een euthanasieverzoek voor psychisch lijden oordelen drie artsen, waarvan minstens één psychiater, volgens hun

We beoordelen de eerste norm als voldaan: in de gesprekken is aangegeven dat alle relevante organisaties (VluchtelingenWerk, de afdeling inkomen, Werkkracht en werkgevers) door