• No results found

8 Addendum op de OER n.a.v. corona-gerelateerde maatregelen

8.7 Examenprogramma

8.6 Overgangsregeling

Aanpassing naar aanleiding van hetgeen is vastgelegd in de overgangsregeling (bijlage 5).

In de Overgangsregeling (bijlage 5) lees je welke toetsen in welk jaar voor het laatst worden aangeboden, omdat de onderwijseenheden waar ze bij horen zijn gewijzigd of niet meer worden aangeboden. In die bijlage lees je ook welke andere toets je moet maken als je de oorspronkelijke toets niet haalt. Voor toetsen die in dit studiejaar voor het laatst zouden worden aangeboden én die door de corona-gerelateerde maatregelen niet zijn afgenomen in dit studiejaar, geldt dat de opleiding je in studiejaar 2020-2021 alsnog de toetsmogelijkheid (of toetsmogelijkheden) aanbiedt waar je nog recht op had.

8.7 Examenprogramma

Als gevolg van de corona-gerelateerde maatregelen hebben we het examenprogramma voor periode 3 en 4 moeten aanpassen. Door het sluiten van de gebouwen van Avans Hogeschool kunnen sommige toetsen immers niet worden uitgevoerd zoals ze oorspronkelijk waren vastgelegd in het examenprogramma (bijlage 6 van deze OER). In bijlage Addendum op het examenprogramma (bijlage 6) lees je welke wijzigingen er zijn.

onderwij s voor een of m eer opleidingen wordt verzorgd.

Aca de m ie dir e ct ie De persoon of personen die de leiding hebben over een academ ie, voor zover het College van Best uur hen daart oe heeft gem andat eerd.

Aca de m ie r a a d De m edezeggenschapsraad van de academ ie. Deze deelraad best aat uit m edewerkers en st udent en van de academ ie. De Academ ieraad oefent t egenover de Academ iedirect ie het inst em m ingsrecht en het adviesrecht uit , voor kwest ies die de academ ie aangaan ( art ikel 10.25 WHW) .

Afst ude e r r icht in g Een deel van de ( bachelor) opleiding dat zich richt op een specifiek onderdeel van het beroep of de beroepsuit oefening.

Niet van t oepassing bij m aj or/ m inorst ruct uur.

De m edezeggenschapsraad van de hogeschool, zoals bedoeld in art ikel 10.17 WHW. Deze raad best aat uit m edewerkers en st udent en. De raad is bevoegd om alle zaken t e bespreken die Avans Hogeschool aangaan. De AMR oefent t egenover het College van Best uur inst em m ingsrecht en adviesrecht uit . Ba che lor Een vierj arige opleiding m et een afgebakend program m a van

t en m inst e 240 st udiepunt en ( EC) . ‘Bachelor’ is een graad die aangeeft dat iem and een com plet e beroepsgericht e opleiding heeft afgerond aan een hogeschool of een basisopleiding heeft afgerond aan een universit eit . Als j e alle t ent am ens van de bachelor hebt behaald, krij g j e het get uigschrift van de bachelor.

Bla ck boa r d De digit ale leerom geving van Avans Hogeschool. Hier kan j e inform at ie vanuit de opleiding vinden.

Colle ge v a n Be r oe p v oor he t H oge r Onde r w ij s

De landelij ke, onafhankelij ke inst ant ie voor recht szaken op het gebied van hoger onderwij s, zoals bedoeld in art ikel 7.64 WHW. Bij deze inst ant ie kan j e in beroep gaan t egen

beslissingen van een orgaan van de hogeschool waar j e st udeert .

Colle ge v a n Be r oe p v oor de Ex a m e ns ( COBEX)

Elke inst elling voor hoger onderwij s heeft een COBEX, zoals bedoeld in art ikel 7.60 WHW. Je kan hier als st udent ,

3. dat zo is ingericht dat er rekening m ee is gehouden dat de st udent ook in beslag kan worden genom en door andere werkzaam heden dan onderwij sact ivit eit en.

D igit a le t oe t s Toet s waarbij de com put er een essent iële rol speelt bij het ont wikkelen, beschikbaar st ellen, afnem en en verwer ken van de t oet s.

D r e m pe l Een drem pel geeft een verplicht ing aan in de volgorde van onderwij seenheden. Het beschrij ft welke onderwij seenheden j e m oet hebben behaald om aan een bepaalde andere onderwij seenheid deel t e nem en.

D ua a l Duaal onderwij s is onderwij s waarin j e leren en werk en com bineert .

D ublin D e scr ipt or e n De Dublin Descript oren beschrij ven de eindt erm en voor st udies aan universit eit en en hogescholen in Europa.

Eindw e r k st uk Met een eindwerkst uk t oon j e het eindniveau op de leeruit kom st en aan. De vorm van een eindwerkst uk kan verschillen. Het kan bij voorbeeld een afst udeerwerk, port folio, beroepsproduct of een ( reeks van) schrift elij ke t oet s( en) zij n.

Ex a m e n Het geheel van t ent am ens van de Associat e degree;

Ex a m e n com m issie De exam encom m issie is het orgaan dat op obj ect ieve en deskundige wij ze vast st elt of een st udent voldoet aan de voorwaarden die de Onderwij s- en exam enregeling st elt t en aanzien v an kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zij n voor het verkrij gen van een graad. De exam encom m issie wordt ingest eld door het College van Best uur.

Ex a m ina t or Een persoon die t oet sen m aakt , afneem t en beoordeelt . Hij wordt door de exam encom m issie aangewezen voordat hij zij n t aak kan uit voeren.

Ex a m e n pr ogr a m m a

Een opleiding is een sam enhangend geheel van

onderwij seenheden. Elke onderwij seenheid wordt afgeslot en m et een t ent am en. Dit t ent am en best aat uit 1 of m eer t oet sen. Alle t ent am ens van de onderwij seenheden sam en noem en we het exam enpr ogram m a Associat e degree- opleiding best aat uit 1 exam en.

Ex t r a ne us Een persoon die st aat ingeschreven aan Avans Hogeschool, m aar geen lessen m ag volgen. Hij m ag alleen t oet sen

onm ogelij k m aakt . Onder fr a ude wordt in ieder geval verst aan:

a. wanneer t ij dens of na een t oet s geconst at eerd wordt dat de st udent gebruik m aakt , gebruik heeft gem aak t van hulpm iddelen ( andere dan door de

exam encom m issie t oegest ane rekenm achine, m obiele t elefoon, boeken, syllabi, aant ekeningen en

dergelij ke) waarvan de raadpleging niet uit drukkelij k is t oegest aan;

b. wanneer t ij dens of na een t oet s geconst at eerd wordt dat de st udent kij kt of gekeken heeft naar/ op/ in het werk van ( een) andere st udent ( en) ;

c. wanneer t ij dens of na een t oet s geconst at eerd wordt dat de st udent aanleiding/ m ogelij kheden heeft gegeven aan andere st udent en zij n of haar werk in t e zien;

d. wanneer t ij dens of na een t oet s geconst at eerd wordt dat de st udent t ij dens de t oet s inform at ie geeft of heeft gegeven aan andere st udent en over de inhoud en uit werking van de t oet s; of opgaven van de desbet reffende t oet s.

Ge w a a r m e r k t e be w ij sst uk k e n

De exam encom m issie m oet kunnen herleiden wie het bewij sst uk heeft afgegeven.

Gr a a d De t it el die aan de st udent wordt t oegekend als hij geslaagd is, zoals de graad Associat e degree, de graad Bachelor en de graad Mast er.

H oge r be r oe pson de r w ij s Onderwij s dat gericht is op de overdracht van t heoret ische kennis en op de ont wikkeling van vaardigheden in nauwe aansluit ing op de beroepsprakt ij k.

H oge r on de r w ij s Wet enschappelij k onderwij s en hoger beroepsonderwij s.

I SAT I SAT is de opleidingscode van j e opleiding. Deze code st aat geregist reerd in het Cent raal Regist er Opleidingen Hoger Onderwij s ( CROHO) .

• m at ch- m id ( halverwege leerj aar 1)

• m at ch- 1 ( aan het einde van leerj aar 1) .

N om ina le ( st udie - ) duur De duur van de opleiding zonder vrij st ellingen en zonder st udievert raging.

Onde r w ij se e nhe id ( OE) Een sam enhangend geheel van de leerst of dat zowel present at ie, verwerking als t oet sing om vat . I edere

onderwij seenheid wordt afgeslot en m et een t ent am en ( art ikel 7.3 WHW) .

Ople iding Een sam enhangend geheel van onderwij seenheden, m et een nom inale om vang van 120 st udiepunt en voor de Associat e degree, gericht op het behalen van doelst ellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden ( art ikel 7.3.

WHW) . Een opleiding binnen Avans Hogeschool kan op m eerdere locat ies worden aangeboden.

Ople idingscom m issie Het advies- en m edezeggenschapsorgaan van de opleiding, best aande uit vert egenwoordigers van st udent en en docent en van de opleiding ( art ikel 10.3c. WHW) . Dit orgaan brengt advies uit aan de Academ iedirect ie en de Academ ieraad over het bevorderen van de kw alit eit van de opleiding en ( de anderm ans t ekst en, gegevens, ideeën,

beeldm at eriaal, prot ot ypen en dergelij ke, zonder volledige en correct e bronverm elding;

b. het present eren als eigen werk of eigen gedacht en van de st ruct uur dan wel het cent rale gedacht egoed uit bronnen van derden, zelfs als een verwij zing naar andere aut eurs is opgenom en;

c. het parafraseren van ( passages uit ) de inhoud van anderm ans t ekst en zonder voldoende

bronverwij zingen;

d. het weergeven van cij fers, grafieken, t abellen en illust rat ies zonder het verm elden van de bron;

e. het indienen van een eerder ingediende of daarm ee vergelij kbare t ekst voor opdracht en van andere opleidingsonderdelen;

f. het overnem en van werk v an m edest udent en en dit lat en doorgaan voor eigen werk.

Pr a ct ica / pr a k t ische oe fe ning

Hieronder wordt verst aan: het m aken van script ies en werkst ukken, het uit voeren van onderzoeksopdracht en, het deelnem en aan veldwerk en excur sies, het doorlopen van st ages, het deelnem en aan andere onderwij sleeract ivit eit en

dezelfde t oet svragen schrift elij k m oet beant woorden. De organisat ie van deze t oet sen wordt vaak onderst eund door RET.

St ude nt Degene die volgens art ikel 7.32 e.v. WHW is ingeschreven aan Avans Hogeschool. Met st udent wordt ook st udent e bedoeld.

St udie be ge le iding Syst eem van begeleiding van de st udent gericht op het voorkom en en het t ij dig signaleren van st udieproblem en en het onderst eunen bij het oplossen hiervan. St udiebegeleiding richt zich ook op het onderzoeken van de m at ch t ussen st udent en en de opleiding en biedt st eun bij de gevolgen van de genom en keuze. Hierover worden in ieder geval individuele gesprekken gevoerd, event ueel aangevuld m et groepsles of andere act ivit eit en.

St udie j a a r Het t ij dvak dat begint op 1 sept em ber en eindigt op 31 august us van het daarop volgende j aar ( art ikel 1.1 WHW) . St udie la st De st udielast voor een st udiej aar is 60 st udiepunt en voor de

volt ij d opleiding. 60 st udiepunt en st aan gelij k aan 1.680 uren st udie. De st udielast van iedere Associat e degree is 120 st udiepunt en.

St udie p unt De st udielast van de opleiding en van elke onderwij seenheid wordt uit gedrukt in st udiepunt en. 1 st udiepunt st aat gelij k aan 28 uren st udie ( art ikel 7.4, 7.4b WHW) . 1 st udiepunt is 1 EC. Het st udiepunt voldoet aan de eisen van het European Credit Transfer Syst em ( ECTS) .

Te nt a m e n Een t ent am en geeft het eindresult aat op een

onderwij seenheid weer. Door het inzet t en van 1 of m eerdere t oet sen als m eet inst rum ent , worden de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de st udent m et bet rekking t ot de

onderwij seenheid bepaald ( zie WHW art . 7.10) . Een t ent am en best aat alt ij d uit een of m eer t oet sen.

Toe t s Een t oet s is een m eet inst rum ent om de ont wikkeling naar de beoogde beroepsbekwaam heid in kaart t e brengen. Een t oet s is een onderdeel van een t ent am en. Er zij n verschillende t oet svorm en. Aangezien de exam encom m issie beslissingen kan nem en op het niveau van ‘t oet sen’ zij n t oet sen het uit gangspunt bij het schrij ven van de OER.

Toe t sv or m De m anier van t oet sen waarop de beheersing van kennis en/ of vaardigheden en/ of at t it ude wordt gem et en.

Voorbeelden zij n het werk st uk, de schrift elij ke en de

m ondelinge t oet s, de casust oet s, het groepsassessm ent en de port foliobespreking.

Va r ia nt Een opleiding kan in 3 variant en worden aangeboden, nam elij k Volt ij d, Deelt ij d en Duaal.

Volt ij d Volt ij donderwij s bet ekent onderwij s dat t en m inst e 16 klokuren of 19 lesuren per week en gedurende m inst ens 7 m aanden wordt gegeven aan st udent en die zich vooral bezighouden m et het volgen van onderwij s.

m aken, om dat j e hebt aanget oond dat j e de bet reffende leeruit kom st en al beheerst .

W e k e n Met ‘weken’ worden ‘onder wij sweken’ bedoeld zoals opgenom en in het Avans- j aarroost er ( zie iAvans) .

De niet - onderwij sweken t ellen niet m ee voor de periode die in de OER is aangegeven. Een uit zondering hierop zij n de verzoeken aan de exam encom m issie in de zom ervakant ie.

Met de exam encom m issie heeft het CvB afspraken gem aakt over bereikbaarheid.

W e r k st uk ( Schrift elij ke) uit werking van een opdracht die beoordeeld wordt om t e onderzoeken of de st udent de leeruit kom st en beheerst . Opdracht kan zij n: st age- of afst udeeropdracht , proj ect , reflect ieopdracht , uit werken casus et c.

W H W Wet op het Hoger onderwij s en Wet enschappelij k onderzoek;

St aat sblad 1992, 593 en alle bij behorende wij zigingen.

het Avans beleid geven de basis voor deze OER. I n deze t abel vind j e t erug welke art ikelen uit de WHW van t oepassing zij n bij welke art ikelen in de OER, dan wel welke beleidsregels hebben geleid t ot de bet reffende bepaling in de OER.

Besluit en CvB 2014- 190 en 2015-161

3 St udiebegeleiding art . 7.34 lid 1e, art . 7.13 lid 2 u;

De Regeling facilit eit en

st udent en/ t opsport ers bet reft Avans beleid.

Het Prot ocol st uderen m et een funct iebeperking bet reft Avans beleid. De Regeling facilit eit en

st udent en/ t opsport ers bet reft Avans beleid.

Het Prot ocol st uderen m et een funct iebeperking bet reft Avans beleid.

4.4 Toet sregeling en ander Av ansbeleid 4.5 Toet sregeling en ander Av ansbeleid

4.6 art . 7.12b

4.7 Avans beleid

4.8 art . 7.12c

4.11 art . 7.13 lid 2 p en lid 2 q 4.12 art . 7.13 lid 2 h en lid 2 j

4.13 art . 7.3 lid 5

4.14 art . 7.12b lid 1 d en 7.13 lid 2 r 4.15 art . 7.13 lid 2 k

4.16 art . 7.11, 7.10a en 7.19a

4.17 Avans beleid

5 Verzoek aan de

exam encom m issie of in beroep gaan

5.1 art . 7.11, lid 5, art . 7.12b, art . 7.13;

De Regeling facilit eit en

st udent en/ t opsport ers bet reft Avans beleid.

Het Prot ocol st uderen m et een funct iebeperking bet reft Avans beleid.

5.2 Avans beleid

5.3 art . 7.60 en 7.61

De opbouw van de hoofdst ukken van alle opleidingsvariant en ( volt ij d, deelt ij d, duaal en Ad) is het zelfde. Als voorbeeld is hoofdst uk 6 opgenom en.

6 Opleidingsgebonden hoofdst uk

art 7.13 lid 2 i

6.1 art . 7.4, 7.4b, 7.7 en 7.13

6.2 art . 7.2

6.3 art . 7.13, lid 2 r

6.4 art . 7.8b

6.5 art . 7.8b

6.6 art . 7.13 lid 2 a1 en Avans beleid 6.6.1 art . 7.13 lid 2 a1

6.6.2 Avans beleid

6.7 Avans beleid

6.8 art . 7.13, lid 2 h

6.8.1 Avans beleid

1 1 Het m aken en aanpassen van de OER

art . 7.13, 7.14, 10.3c en 10.20

Leeruitkomst 1: Zorgverlenen

De HSW-er verleent preventieve en complexe zorg om zowel fysieke, emotionele als sociale welzijn van de burger te verbeteren

Beoordelingscriteria:

A. De HSW-er maakt een inschatting met betrekking tot het functioneren en de mate van

zelfmanagement van het individu om te kunnen komen tot een beslissing over het wel of niet gaan verlenen van (preventieve) zorg en de manier waarop.

B. De HSW-er voert voorbehouden en risicovolle handelingen uit volgens de actuele standaarden en protocollen vanuit de bijbehorende wet- en regelgeving.

C. De HSW-er past preventie toe bij het individu op basis van de pijlers van positieve gezondheid.

Leeruitkomst 2: Communiceren

De HSW-er kiest de gespreksmodellen en de mondelinge en schriftelijke vaardigheden die passen bij het doel, de fase en de context en zet deze op de juiste manier in.

Beoordelingscriteria:

A.

De HSW-er voert een gesprek met (een) burger(s) waarin hij de wensen en krachten van de ander naar boven haalt en accentueert.

B.

De HSW-er houdt in de communicatie rekening met de sociale en culturele diversiteit van de ander.

C.

De HSW-er past basis gesprekstechnieken adequaat toe.

D.

De HSW-er past een methodiek van oplossingsgericht werken toe.

E.

De HSW-er past een methodiek van motiverende gespreksvoering toe.

F.

De HSW-er laat sensitiviteit zien in gespreksvoering.

G.

De HSW-er beargumenteert waarom op basis van het gespreksdoel hij de specifieke methode inzet in een bepaalde context/fase.

1 Leeruitkomst 3: Analyseren

De HSW-er komt samen met het individu dan wel vertegenwoordigers van de gemeenschap tot een gezondheidsprofiel van het individu dan wel de gemeenschap en komt daarbij tot preventieve interventies die passen bij de uitkomsten van het gezondheidsprofiel.

Beoordelingscriteria:

A. De HSW-er maakt een gezondheidsprofiel in samenspraak met de burger en zijn/ haar sociale netwerk vanuit de theorie van positieve gezondheid van M. Huber.

B. De HSW-er verwerkt het gezondheidsprofiel in een leef- en ontwikkelplan.

C. De HSW-er voert een gesprek met een burger vanuit de principes van gezamenlijke om te kunnen komen tot passende (technologische) interventies ten behoeve van de bevordering van gezond gedrag.

opgenomen passende interventies en implementatiestrategieën.

F. De HSW-er werkt met groepen vanuit de principes van gezamenlijke besluitvorming met

als doel het bereiken van overeenstemming in het kader van het ontwerpen en uitvoeren van het preventie/ verbeterplan

Leeruitkomst 4: Ondernemen

De HSW-er laat ondernemend gedrag (ondernemendheid) en toont een continue doelgerichtheid en een systematisch zoeken naar en analyseren van veranderingen in de markt (externe omgeving) en de organisatie (interne omgeving) en daarop met de juiste instrumenten/middelen (technologie) weten in te spelen.

Beoordelingscriteria:

A.

De HSW-er onderzoekt zichzelf en zijn (werk)omgeving.

B.

De HSW-er signaleert mogelijkheden voor verandering en innovatie.

C.

De HSW-er haalt partijen naar binnen die een bijdrage leveren aan het leef- en ontwikkelplan/verbeterplan.

D.

De HSW-er maakt alternatieven zichtbaar naast de reguliere.

E.

De HSW-er verantwoordt gemaakte keuzes.

Leeruitkomst 5: Reflecteren

De HSW-er is in staat zijn handelen te verantwoorden, zijn acties te evalueren met betrokkenen en hierop te reflecteren, zodanig dat zijn handelen aantoonbaar verbetert.

Beoordelingscriteria:

A.

De HSW-er doet voorstellen om zijn eigen werk en activiteiten te verbeteren.

B.

De HSW-er werkt samen met partijen binnen en buiten de onderwijsinstelling.

C.

De HSW-er verantwoordt waarom een keuze/aanpak/verandering aantoonbaar leidt tot verbetering in de situatie van de cliënt.

D.

De HSW-er reflecteert op zijn eigen professionele houding.

E.

De HSW-er benoemt zijn kwaliteiten en valkuilen.

F.

De HSW-er stelt (zichzelf) doelen.

Leeruitkomst 6: Verbinden

De HSW-er kan met behulp van diverse methodieken/theorieën het netwerk van het individu en/of de gemeenschap in kaart brengen, versterken en zo nodig helpen uitbreiden.

Beoordelingscriteria:

A. De HSW-er maakt samen met betrokkene een inventarisatie van het sociaal netwerk en brengt de uitkomst hiervan samen in een ecogram/sociogram.

B. De HSW-er interpreteert met betrokkenen de kracht van een netwerk.

C. De HSW-er kiest bewust voor een faciliterende, ondersteunende of initiërende interventie, afgestemd op de vraag en mogelijkheden van de cliënt.

D. De HSW-er organiseert gerichte activiteiten om samenwerking, versterking, versteviging en verbetering van netwerken te bevorderen, zodoende dat de steunfunctie ervan voldoende krachtig wordt of blijft.

E. De HSW-er analyseert middels een sociogram of wijkscan een netwerk.

F. De HSW-er interpreteert met betrokkenen de kracht van een netwerk, waardoor hij de

F. De HSW-er interpreteert met betrokkenen de kracht van een netwerk, waardoor hij de