Tentamens en deeltentamens

In document Onderwijs- en examenregeling (pagina 4-12)

de geldigheidsduur en aanpassingen voor studenten met een functiebeperking of taalachterstand.

Hoofdstuk 4 Regels bij het maken van tentamens beschrijft waar studenten zich aan dienen te houden bij het ma-ken van (deel)tentamens, wat we verstaan onder fraude en plagiaat en wat de procedure is als fraude of plagiaat aan de orde is.

Hoofdstuk 5 Studieadvies bevat de regels over het bindend studieadvies en wat de gevolgen zijn als je de norm voor de propedeuse niet hebt behaald.

Hoofdstuk 6 Examens, propedeusediploma en getuigschrift bevat de regels over diplomering voor de propedeuse en hoofdfase en wanneer je voor cum laude in aanmerking komt.

Hoofdstuk 7 Examencommissie en College van beroep beschrijft waarvoor je terecht kunt bij de Examencommis-sie en wanneer je in beroep kunt gaan bij het College van beroep voor de examens (CBE).

Hoofdstuk 8 Geldigheid Onderwijs- en examenregeling beschrijft op wie en wat de Onderwijs- en examenregeling van toepassing is, de geldigheid en de vaststelling.

Hoofdstuk 9 Toetsprogramma’s geeft het overzicht van alle onderwijseenheden van de onderwijsprogramma’s die de opleiding aanbiedt, met vermelding van het aantal studiepunten, de toetsvormen en de afnamemomenten.

In hoofdstuk 10 Begrippen worden de belangrijke begrippen uit de tekst toegelicht.

Waar in dit document ‘zij’ staat, wordt eveneens ‘hij’ bedoeld.

1.2 Relevante informatiebronnen naast Onderwijs- en examenregeling

• Studentenstatuut: bevat alle rechten en plichten van de (toekomstige) studenten. De Onderwijs- en examen-regeling is onderdeel van het Studentenstatuut.

• Studiegids: de digitale informatiebron met alle relevante informatie over de opleiding en de onderwijseenhe-den.

• Tentamenafname protocollen: de gedetailleerde regels over de gang van zaken bij de afname van (deel)tenta-mens.

• Gedragscode Studentendecanen: richtlijnen voor het professioneel handelen van de studentendecaan.

• Studeren met een functiebeperking: informatie over de mogelijkheden voor aanpassingen voor studenten met een functiebeperking.

• Topsportregeling: bevat mogelijkheden voor aanpassingen voor studenten die topsporter zijn.

• Ondernemersregeling: bevat mogelijkheden voor aanpassingen voor studenten die ondernemer zijn.

Onderwijs- en examenregeling Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis 5

• HvA Toetsbeleid: HvA brede afspraken over kwaliteit en kwaliteitsbewaking van de toetsing.

• Reglement Examencommissie: bevat de regels voor samenstelling, taken en werkwijze van de examencommis-sie.

• Selectielijst Vereniging Hogescholen: bevat de regels over bewaartermijnen voor onder andere tentamens en getuigschriften.

• Privacybeleid en beleid verwerking persoonsgegevens; bevat de maatregelen van de HvA ten aanzien van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp).

1.3 Informatie over toelatingseisen

De algemene toelatingseisen tot de bacheloropleiding staan vermeld in het Studentenstatuut. De specifieke toela-tingseisen van de opleidingsprogramma’s van de bacheloropleiding staan vermeld in de studiegids.

Onderwijs- en examenregeling Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis 6

Hoofdstuk 2 Onderwijs

Artikel 2.1 Doelstelling opleiding

1. De studenten verwerven tijdens de opleiding kennis, houding en vaardigheden op het terrein van

bacheloropleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis. Na het voltooien van de opleiding kunnen de studenten als beginnend professional aan de slag in het werkgebied van de opleiding;

zelfstandig en met een kritische instelling en in een grootstedelijke, creatieve en innovatieve context.

Artikel 2.2 Eindkwalificaties opleiding

1. Na afronding van de opleiding beschikken de studenten over de volgende eindkwalificaties:

Afgestudeerden van de opleiding zijn startbekwame, reflectieve en innovatieve leraren die kunnen leren en wer-ken in de urban context. Een reflectieve leraar is in staat om te reflecteren op eigen handelen en dit waar nodig systematisch verder te analyseren en te verbeteren. Een innovatieve leraar kan in samenwerking met collega’s nieuwe werkwijzen in de eigen praktijk uitproberen op basis van reflectie en analyse.

De eindkwalificaties van de opleiding zijn een concrete uitwerking van de bekwaamheidseisen voor leraren die lan-delijk zijn afgesproken in de Wet beroepen in het onderwijs (Wet BIO). In de bekwaamheidseisen is de basis van beroepskennis en -kunde vastgelegd waarover leraren dienen te beschikken. De bekwaamheidseisen zijn onder-verdeeld in 1) eisen die rechtstreeks te maken hebben met het onderwijsleerproces en het leren van leerlingen en 2) eisen die betrekking hebben op meer algemene aspecten van professioneel handelen.

De eisen die rechtstreeks betrekking hebben op het leerproces van leerlingen zijn onderverdeeld in de volgende drie bekwaamheden:

1. vakinhoudelijke bekwaamheid 2. vakdidactische bekwaamheid 3. pedagogische bekwaamheid

Meer informatie over de bekwaamheidseisen vind je in de studiegids.

De vakspecifieke competenties zijn beschreven in de kennisbasis. Deze zijn landelijk vastgesteld en gepubliceerd op de website van 10voordeleraar.

Artikel 2.3 Aanbod onderwijsprogramma’s

1. De opleiding biedt de volgende onderwijsprogramma’s aan:

Naam Aantal

EC Vt/dt/du

Propedeuse Geschiedenis 60 vt/dt

Hoofdfase Geschiedenis 180 vt/dt

Onderwijs- en examenregeling Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis 7

Afstudeerrichting(en) Algemeen vormend en Beroepsgericht1 60 vt/dt

Traject gericht op hoger kennisniveau Academische route Geschiedenis 60 vt/dt Traject gericht op hoger kennisniveau Intracurriculair Honours traject 15 vt/dt

Versneld programma Kopopleiding Geschiedenis 60 vt

Artikel 2.4 Opbouw onderwijsprogramma’s

1. De opleiding kan een studiejaar indelen in 4 blokken van 10 weken en een extra vijfde blok van 8 weken in de zo-merperiode of in 2 semesters van 20 weken en een extra periode van 8 weken in de zozo-merperiode.

2. Alle onderwijseenheden van de onderwijsprogramma’s staan vermeld in hoofdstuk 9. Per onderwijseenheid is het volgende opgenomen:

a. de naam van de onderwijseenheid;

b. het aantal studiepunten;

c. de toetsvorm van alle (deel)tentamen(s) bij eerste en tweede gelegenheid;

d. de week of het blok waarin de (deel)tentamen(s) worden aangeboden, zowel de eerste als de tweede gelegen-heid.

Artikel 2.5 Vormgeving onderwijs

1. [Tijdens de opleiding verwerven studenten vakkennis, leren zij op een conceptueel niveau nadenken en leren zij op welke manier zij het schoolvak op een betekenisvolle manier aan leerlingen kunnen doceren.

De voltijdstudie duurt vier jaar. Het eerste jaar van de opleiding is het propedeusejaar. Het tweede, derde en vierde studiejaar vormen de hoofdfase. In het derde jaar kies je een minor.

De opleiding berust op drie pijlers: vakkennis en vakdidactiek, werkplekleren en de professionele ontwikkelingslijn.

De relatie tussen de drie pijlers en de bekwaamheidseisen is als volgt:

- De vakinhoudelijke en vakdidactische lijn is gekoppeld aan de vakinhoudelijke en vakdidactische be-kwaamheidseisen,

- De persoonlijke en professionele ontwikkelingslijn is gekoppeld aan (vak)didactische en pedagogische be-kwaamheidseisen, en aan professioneel handelen

- Het werkplekleren is gekoppeld aan alle bekwaamheidseisen

Vakkennis en vakdidactiek

Het eerste studiejaar is voornamelijk gericht op het verwerven van vakkennis en de bijbehorende vakdidactische vaardigheden In de hoofdfase van de opleiding is de inhoud van de vakken ingekleurd door de keuze van de afstu-deerrichting. Het behalen van de landelijke kennistoets is een voorwaarde voor het verkrijgen van je diploma.

1 De afstudeerrichting van 60 EC maakt deel uit van de hoofdfase

Onderwijs- en examenregeling Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis 8 Werkplekleren

Studenten starten door lessen van anderen te observeren, vervolgens geven zij zelf (delen van) lessen aan één klas en aan het eind van de opleiding wordt er les gegeven aan verschillende klassen.

Persoonlijk en professionele ontwikkeling

In alle studiejaren krijg je elk semester (m.u.v. het semester waarin de minor plaatsvindt) een grote beroepsop-dracht, waarin je leert de (vak-)didactische en pedagogische theorie toe te passen in de lespraktijk en werk je aan je professionele en persoonlijke ontwikkeling als docent. Deze wordt getoetst door integratieve beroepsopdrach-ten en in het eindassessment

De gebruikte werkvormen zijn in de studiegids beschreven.

2. De opleiding wordt in het Nederlands gegeven. Hierop kunnen uitzonderingen zijn.

Artikel 2.6 Evaluatie onderwijs

Onderdelen van de evaluatiecyclus zijn de landelijke tevredenheidsmetingen, evaluaties die de opleiding zelf af-neemt, de bespreking van de resultaten van de onderwijsevaluaties met de opleidingscommissie en de verwerking van resultaten uit de evaluaties in de jaarplannen van de opleiding, het werkplekleren en PPO-lijn.

Tevredenheidsmetingen

Studenten evalueren het onderwijs jaarlijks door het invullen van de Nationale Studenten Enquête (NSE). Alumni wordt gevraagd of zij tevreden zijn over de opleiding en de aansluiting op de arbeidsmarkt (Hbo-monitor).

Modulenevaluaties

Aan het einde van elk blok neemt de opleiding modulenevaluaties af. De minoren worden aan het einde van de minorperiode geëvalueerd. Voor het werkplekleren is er een aparte evaluatie. Uit de evaluaties worden alle gege-vens die kunnen leiden naar specifieke personen verwijderd.

Interne en externe toetsing

De opleiding is een door het Nederlands Vlaams Accreditatieorgaan (NVAO) geaccrediteerde (goedgekeurde) oplei-ding. Ten behoeve van de accreditatie worden de opleidingen eens in de zes jaar gevisiteerd door een panel sa-mengesteld door de NVAO. De accreditaties worden afgewisseld met een interne audit die door de opleiding zelf wordt georganiseerd.

Communicatie

De opleiding publiceert de resultaten van de tevredenheidsmetingen en evaluaties en de jaarplannen op de kwali-teitszorgpagina van de opleiding.

Onderwijs- en examenregeling Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis 9

Artikel 2.7 Studentbegeleiding

1. De opleidingsmanager draagt zorg voor individuele studiebegeleiding van de studenten ten aanzien van de voort-gang van de beroepsinhoudelijke en professionele ontwikkeling van de studenten.

2. De student kan zich wenden tot de studentendecaan voor problemen van persoonlijke aard, al dan niet rechtstreeks samenhangend met de opleiding. De studentendecaan is gehouden aan de Gedragscode Studentendecanen.

Artikel 2.8 Traject gericht op hoger kennisniveau

De opleiding kent twee trajecten gericht op een hoger kennisniveau:

1) Intracurriculair honours traject 2) Academische Route Geschiedenis.

1) Intracurriculair honours traject

De opleiding kent een traject gericht op een hoger kennisniveau: intracurriculair honours traject. Je kunt deelne-men aan het honours traject wanneer je staat ingeschreven bij de opleiding en je je propedeuse binnen één jaar behaald hebt. De opleidingsmanager beslist over toelating tot het traject.

De selectie is als volgt: de student meldt zich, voorafgaand of bij aanvang van één of meerdere onderwijseenheden die hij op honoursniveau wil doen aan bij de honourscontactpersoon van de opleiding. Deze controleert of voldaan wordt aan de toelatingseisen en informeert de student over de beslissing tot toelating tot het traject. De student kan alleen deelnemen aan de honours module wanneer zij tegelijkertijd deze module binnen het reguliere pro-gramma volgt.

2) Academische Route Geschiedenis

De Academische Route Geschiedenis (met een studielast van 60 EC) is toelaatbaar voor studenten die over vol-doende capaciteiten en motivatie beschikken om dit traject met succes te doorlopen. Door middel van een intake-gesprek en aan de hand van een dossier besluit de examencommissie over de toelating.

Om aan het eind van de propedeuse toegelaten te kunnen worden tot de Academische Route Geschiedenis zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

- propedeuse binnen 1 jaar behaald;

- gemiddeld eindcijfer voor de propedeusevakken een 7,5 of hoger;

- positief advies studieloopbaanbegeleider;

- motivatiebrief in correct Nederlands en Engels;

- een essay van 800-1000 woorden;

- opdrachten oriëntatieprogramma;

- goede beheersing van de Engelse taal.

Dit traject kent geen beperking van het aantal deelnemers.

Onderwijs- en examenregeling Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis 10

Aan het einde van het eerste en aan het einde van het tweede jaar dat de student een traject hoger kennisniveau volgt, kan de opleidingsmanager besluiten dat de student het traject niet verder kan voortzetten. Dit is het geval indien de student in de hoofdfase van de opleiding niet voldoet aan de gestelde eisen van studievoortgang die bij het traject hoger kennisniveau behoren.

Bij het niet kunnen voortzetten van het traject hoger kennisniveau kan de student de opleiding voortzetten in het reguliere traject van de vierjarige bacheloropleiding. Voor studenten die hun propedeuse nog niet hebben behaald, blijven de regels over studieadvies uit hoofdstuk 5 van toepassing.

Artikel 2.9 Minoren

1. De minorruimte heeft een omvang van 30 studiepunten en maakt deel uit van de hoofdfase. De student kan starten met een minor als zij de propedeuse en 40 studiepunten uit de hoofdfase heeft behaald.

2. De studenten kunnen een minor kiezen uit:

a. het aanbod van de HvA;

b. het aanbod van een bij Kies Op Maat (KOM) aangesloten hoger onderwijsinstelling vermeld op www.kiesopmaat.nl;

c. het aanbod van (doorstroom)minoren van een hogeronderwijsinstelling, die niet op KOM vermeld staan;

d. het aanbod van een hoger onderwijsinstelling in het buitenland.

De minor die een student kiest mag qua inhoud en niet overlappen met overige onderdelen van de opleiding die de student volgt en de al door de student ingevulde minorruimte. De student moet de minorkeuze ter goedkeuring voorleggen aan de examencommissie van haar opleiding.

Aanbieders van minoren kunnen inhoudelijke toelatingseisen hanteren bij een minor uit hun aanbod.

Indien een minor is erkend als programma gericht op hoger kennisniveau, is ook artikel 2.8 van toepassing.

De door de HvA aangeboden minoren worden uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het studiejaar geplaatst op de mi-noren website.

3. Vrijstelling voor de minorruimte is mogelijk voor studenten die ten minste 30 studiepunten voor

onderwijseenheden hebben behaald in de hoofdfase van een andere hbo of wo bachelor, die qua inhoud, omvang en niveau niet overlappen met onderwijseenheden van de huidige opleiding (zie verder artikel 3.11).

Artikel 2.10 Voorzieningen voor studenten met een functiebeperking

1. Studenten met een functiebeperking vanwege een handicap of chronische ziekte, hebben recht op doeltreffende, geschikte of noodzakelijke aanpassingen, tenzij deze voor de hogeschool een onevenredige belasting vormen.

2. De opleidingsmanager biedt een student met een functiebeperking een onderwijsomgeving aan die zo veel als mogelijk gelijkwaardig is aan die van studenten zonder functiebeperking en die gelijkwaardige kansen op studiesucces biedt. De opleidingsmanager wint bij een verzoek voor een voorziening advies in bij de studentendecaan. Zie verder: Studeren met een functiebeperking (via A-Z-lijst).

3. De aanpassingen dienen ertoe belemmeringen weg te nemen of te beperken en de zelfstandigheid en volwaardige participatie van de student zoveel mogelijk te bevorderen. De aanpassingen kunnen betrekking hebben op:

a. de toegankelijkheid van gebouwen;

b. het onderwijsprogramma, inclusief de stages;

Onderwijs- en examenregeling Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis 11 c. de onderwijsroosters;

d. de werkvormen, inclusief de begeleiding;

e. de leermiddelen, en;

f. de toetsing (zie ook artikel 3.13).

Artikel 2.11 Doorstroom propedeuse naar hoofdfase

1. Studenten zijn toelaatbaar tot de hoofdfase als het propedeutisch examen is behaald (zie hoofdstuk 6).

In aanvulling hierop verleent de examencommissie automatisch toestemming aan studenten die voor de propedeuse zijn ingeschreven, om onderwijs te volgen en tentamens af te leggen uit de hoofdfase indien:

a. het propedeutisch examen nog niet is behaald maar wel ten minste de studiepunten voor de BSA-norm zijn behaald (zie hoofdstuk 5) of;

b. het studieadvies is opgeschort vanwege persoonlijke omstandigheden (zie hoofdstuk 5).

Daarnaast kan de examencommissie toestemming verlenen aan propedeusestudenten in een versneld programma voor het volgen van onderdelen in de hoofdfase.

2. De studenten hebben toegang tot alle afstudeerrichtingen beschreven in artikel 2.3.

Onderwijs- en examenregeling Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis 12

Hoofdstuk 3 Tentamens en deeltentamens

In document Onderwijs- en examenregeling (pagina 4-12)